top of page

401 resultaten gevonden

  • STO subregio Hengelo gestart met PDC scholingstraject

    b65885f4-acab-4e47-9dbb-98954479d8d8 STO subregio Hengelo gestart met PDC scholingstraject De STO subregio Hengelo is gestart met een nieuw PDC scholingstraject voor (hybride) docenten en instructeurs. Het mooie is dat hier meerdere subregio’s van STO Twente aan meedoen, met in totaal 14 deelnemers. Windesheim verzorgt deze opleiding en komt hiervoor om de twee weken speciaal naar C.T. Stork College toe. Doel van de cursus is meer instructeurs die ervaring hebben in de beroepspraktijk op te leiden voor het technisch onderwijs, zodat leerlingen les krijgen van mensen met praktijkervaring. Deze samenwerking voor specifiek deze groep is een mooi initiatief van de STO subregio Hengelo. Leren om technische kennis over te brengen Benno Hams, regioleider STO subregio Hengelo: “(Hybride) docenten en instructeurs brengen waardevolle technische kennis rechtstreeks uit de bedrijven het technisch vmbo binnen. De laatste machines en apparatuur, de laatste technieken: zij kennen die als geen ander. Geen wonder dat zij binnen STO Twente heel veel aandacht krijgen. Maar technische kennis hébben is nog wel wat anders dan deze goed kunnen overbrengen op vmbo-leerlingen. Daar heb je pedagogisch-didactische vaardigheden voor nodig. En die brengt STO Twente deze belangrijke doelgroep bij met een officiële opleiding voor het Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC). Windesheim geeft deze opleiding en komt hiervoor met plezier naar C.T. Stork College.” Het voordeel van wisselwerking De samenstelling van de deelnemers is opvallend gevarieerd. Van de Schildersvakopleiding in het Techniekhuis Twente tot en met SMEOT. En van onderwijsassistenten tot en met een verspaner van een bedrijf uit Lochem. Of denk aan deelnemers die vanuit een schakeltraject van het UWV voor lesgeven in de techniek kozen evenals twee conciërges van C.T. Stork Uiteraard doen er ook (hybride) docenten en instructeurs mee die onder de paraplu van STO Twente zijn geworven. Benno Hams: “Het mooie van deze gemengde groep is dat de deelnemers uit de eerste hand heel veel van elkaar kunnen leren. Ze volgen samen les en eten ook samen. Dat schept een band, een goede basis voor de uitwisseling van ervaringen. Ook na het behalen van het PDC profiteren de (hybride) docenten en instructeurs van dit netwerk, bijvoorbeeld voor het samen opzetten van initiatieven.” Hoeveelheid studie valt mee Marc-Jan Hengstman: “Ik ben technisch onderwijsassistent op het Zone.college en wilde graag verder als instructeur. Daarvoor heb ik het PDC nodig en STO Twente bood mij aan deze opleiding te volgen. Het is goed te combineren met mijn reguliere werk. De hoeveelheid studie vind ik tot nu toe erg meevallen. Wel heb ik het geluk dat ik eerder een opleiding voor onderwijsassistent heb mogen volgen op Aeres Hogeschool. Deze opleiding nu sluit daar goed op aan.” Ontwikkeling en afwisseling Ruud Wiggers is bij SMEOT in opleiding tot hybride instructeur: “In het dagelijks leven ben ik inmiddels vijf jaar bedrijfsleider in Lochem bij Naeff, fabrikant van technische kunststof onderdelen. Een leuke functie in een mooi bedrijf met een goede werkgever. Maar ik ben 42 jaar en wil mij voortdurend ontwikkelen, ook zoek ik afwisseling. Dat kan binnen ons veelzijdige bedrijf in alle richtingen. Echter, ik kreeg tips uit mijn omgeving dat hybride instructeur iets voor mij zou zijn, zoals van mijn moeder en vrienden. Die stap heb ik gezet omdat ik als hybride instructeur kan gaan doen wat mij heel erg leuk lijkt: mensen mijn metaalkennis overbrengen. Ook ligt het mij om collega’s op de werkvloer bij Naeff kennis bij te brengen.” Ruud ontmoet op de opleiding ook andere hybride instructeurs: “Zoals een man die eerst 30 jaar op een vrachtwagen reed voor een supermarkt. Ook hij wilde iets anders op 50-jarige leeftijd.” Voor zijn opleiding tot hybride instructeur gaat Ruud ook nog stagelopen: “Misschien volgend jaar, als de opleiding is afgerond, kan ik aan de slag. De invulling daarvan ligt nog open.” Zzp’er én hybride instructeur Hans de Roo is zzp’er in de bouw onder de naam Timmerij Hardenberg: “Drie dagen werk ik als zelfstandige en twee dagen werk ik op het Bonhoeffer College in Enschede als hybride instructeur. Een vriend die daar werkt tipte mij en ik liep een keer mee bij BWI. Ik vond het direct leuk. Ik hoop het tekort aan docenten te helpen oplossen. Ook speelt mee dat het werk in de bouw zwaarder wordt naarmate je leeftijd toeneemt. Het werk in het onderwijs hoop ik langer te kunnen doen en ook is het salaris goed. Wel is het omgaan met vmbo-leerlingen voor mij een nieuwe wereld. Ze zijn bijzonder mondig. De insteek is dat je ze niet zozeer het vak zelf leert, maar de motivatie daarvoor meegeeft, zij een vervolgopleiding doen en ergens komen. Ik kan hen meegegeven hoe het écht in de dagelijkse praktijk werkt. Ook merk je dat ze respect hebben omdat ik een eigen bedrijf heb. De PDC-opleiding is pittig, met name door mijn ict-achterstand.” Technisch instructeur is echt een vák Marius Splinter, docent PDG aan hogeschool Windesheim: “Deze groep is groot genoeg om op het C.T. Stork College les te geven. De deelnemers van deze groep hebben een technische achtergrond, uiteraard pas ik mijn lessen daarop aan. Ik geef didactiek en pedagogiek die daarmee voor wat betreft de inhoud aansluit op de specifieke kenmerken die je kunt verwachten bij een leerling in het technisch onderwijs. Dus het aanleren hoe je leuke en interessante lessen maakt (didactiek) en hoe je de lessen goed afstemt op wat de leerling nodig heeft (pedagogiek). Deze groep is gemend voor wat betreft samenstelling. Dit geeft een wisselwerking en een verruiming van inzichten. Technisch instructeur zijn is echt een vak, je doet het er niet even bij. Het kost tijd om een goede instructeur te worden en je moet bereid zijn om daarin te investeren. Aan de andere kant: het levert je ook heel veel nieuwe inzichten en ervaringen op.” En voor de scholen van STO Twente betekent het dat ze veel kennis en ervaring uit het bedrijfsleven binnen de school halen. Een win-win. MENU

  • Technici UMCG Groningen verantwoordelijk voor ongekend veel medische apparaten

    690b009b-75c2-456b-b776-2846d06032c4 Technici UMCG Groningen verantwoordelijk voor ongekend veel medische apparaten Na het bezoek aan de Gasunie op de eerste dag van de studiereis van STO Twente stond er een tweede bezoek in de stad Groningen op het programma: het UMCG. De monden vielen open toen de deelnemers het UMCG binnenliepen. Hier werken maar liefst 14.000 mensen en het UMCG is in feite een overdekte stad bínnen de stad Groningen. De nadruk bij dit bezoek lag vooral op de techniek en technologie binnen het ziekenhuis. Zowel installatie- als bouwtechniek, maar ook de medische technologie. Kortom, interessant voor alle deelnemers. Ook (zorg)opleidingen op MBO-niveau Over opleiden gesproken: het UMCG is een academisch ziekenhuis en leidde inmiddels ongeveer 3400 studenten op tot arts, tandarts of bewegingswetenschapper en ruim 450 artsen tot medisch specialist. Het UMCG heeft alle opleidingen tot specialist in huis. Ook verzorgt het UMCG (zorg)opleidingen op HBO- en MBO-niveau. Dit laatste is uiteraard interessant voor VMBO-leerlingen die in de zorg willen doorstromen! Duizelingwekkende cijfers Na een heerlijke lunch in het UMCG gaven vier managers verantwoordelijk voor Gebouwen, Technisch beleid en Medische technologie een indrukwekkende presentatie. Het technisch beheer is een gigantisch nauwgezette operatie met heel veel checks om de patiënt- en medewerkersveiligheid maximaal te waarborgen. Centraal hierin staat onder andere de 24/7 dienst vanuit het Technisch Beheer voor verstoringen. De discipline Technisch Beheer is verantwoordelijk voor de instandhouding en het onderhoud van de gebouwen, terreinen, infrastructuur en niet-medische apparatuur van het UMCG. In totaal werken hier 55 medewerkers. De afdeling Medische Technologie is verantwoordelijk voor de complete levenscyclus van medische apparatuur. Dat wil zeggen aanschaf, gebruik, onderhoud en reparaties. De afdeling heeft het duizelingwekkende aantal van 38.000 apparaten in beheer. In 2023 werden die ingezet voor onder andere ruim 42.000 behandelingen in de operatiekamers. Rondleiding Na de inleiding werden de deelnemers gesplitst in twee groepen voor een rondleiding. Onder het immens grote UMCG bevindt zich een bijna eindeloos netwerk van tunnels met daarin elke denkbare techniek en technologie om alle processen in het UMCG aan de gang te houden. Wie hier in de techniek werkt, heeft een ongelooflijk belangrijke functie, want uitval door techniek kan direct levensbedreigend zijn voor patiënten. Van bijna alle medische technologie in bijvoorbeeld operatiekamers is er ter plekke een vervangend apparaat beschikbaar. De rondleiding liet ook een modelopstelling van een nieuwe operatiekamer zien, bomvol medische technologie. Zoals met een digitaal scherm en camera’s waarop niet alleen operaties via een camera zijn te volgen, maar medische teams voor noodhulp al direct mee kunnen kijken naar een patiënt die via een traumahelikopter onderweg is naar het landingspunt op het dak van het UMCG. Bijzonder veel indruk maakte alle technologie in de traumakamers waarmee letterlijk ter plekke levens worden gered. Energievoorziening Ook is de technische dienst terecht trots op haar eigen energievoorziening, met als back up gigantisch grote en krachtige dieselgeneratoren. Kortom, een mooie mix van nieuwe en ‘oude’ technologie. Het elektriciteitsverbruik in 2023? Een duizelingwekkende 48.198.315 kWh. Opvallend veel interesse, en terecht, kreeg het ingenieuze systeem van de ‘ouderwetse’ buizenpost, technisch georganiseerd vanuit de kelders. In levensbedreigende situaties in een operatiekamer is hiermee bijvoorbeeld een razendsnelle rondzending van biopsies mogelijk voor onderzoek in het lab. Bijzonder om te zien was een geautomatiseerd systeem waarbij zorgmedewerkers, met hun eigen pas, vanuit de kelder schone werkkleding krijgen toegestuurd vanuit een slim intern transportsysteem. Volop werk voor MBO’ers Hoewel het UMC een rasecht universitair medisch centrum is, is er ook heel veel aandacht voor het opleiden van medische en technische medewerkers op mbo-niveau. Het UMCG is dan ook een belangrijke stage- en opleidingspartner voor de regio. Zo was te zien dat jonge technici aan de slag waren op een speciale afdeling waar de medische apparatuur en meer werd gecontroleerd, gerepareerd en gereviseerd. Een idee vanuit STO Twente, na de rondleiding, is om de banden met ons eigen MST te verstevigen. UMCG bedankt Na de rondleiding stonden er verfrissingen klaar. Het contrast op de eerste studiedag kon niet groter zijn tussen de Gasunie en het UMCG. Hoewel? Het één kan niet zonder het ander! UMCG, bedankt voor jullie team dat een ongekend mooi inkijkje gaf in alle (zorg)technologie die een ziekenhuis veilig gaande houdt! MENU

  • Interview met André Jansen (VMO), lid Stuurgroep STO Twente

    495f3b61-c61f-44f0-81ec-b94817896f5d Interview met André Jansen (VMO), lid Stuurgroep STO Twente André Jansen is namens de Verenigde Maakindustrie Oost (VMO) actief in de Stuurgroep van STO Twente. In het dagelijks leven is hij directeur-eigenaar van het Hengelose High Tech Maintenance Nederland B.V.: “Je moet ruimte maken voor en tijd investeren in jong technisch talent.” André Jansen is namens de Verenigde Maakindustrie Oost (VMO) actief in de Stuurgroep van STO Twente. In het dagelijks leven is hij directeur-eigenaar van het Hengelose High Tech Maintenance Nederland B.V.: “Je moet ruimte maken voor en tijd investeren in jong technisch talent.” Invloed corona Ook de Twentse maakindustrie heeft last van corona. André: “Onze sector weet niet wat er op haar afkomt. Wel zie ik dat de Twentse maakbedrijven nog redelijk druk zijn. Er ís een krimp, maar minder dan gedacht en we zien zelfs wat herstel. We hopen dat een verdere teruggang uitblijft en dat we richting 2021 kunnen gaan opbouwen.” Doorpakken in plaats van praten André maakt graag deel uit van de Stuurgroep van STO Twente: “Ik loop al wat jaren mee en weet uit eigen ervaring en de geluiden bij collega’s dat de aanwas van jong technisch talent beter kan. Dit maken we inmiddels al tientallen jaren mee en het wordt steeds actueler. Nu kun je twee dingen doen: daar jaren over praten óf proberen daar een concrete bijdrage aan te leveren. Ik koos bewust voor het tweede vanuit mijn functie als bestuurder bij de VMO.” Grote gedrevenheid André is ondernemer pur sang en werkt nu binnen STO Twente ook samen met onderwijs en overheid. Hoe ervaart hij dit? “De samenwerking is nog pril, door corona vertraagd. We hebben geprobeerd digitaal te blijven samenwerken, maar je creëert dan minder stootkracht. Maar dat zal elke STO-regio in Nederland waarschijnlijk zo ervaren. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit gaat komen, ik heb een zeer goede indruk van het team. De collega’s uit zowel Overheid als Onderwijs zijn heel gedreven dit tot een succes te maken. Dat doet mij als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven goed.” Investeren in stagiaires André: “Bij High Tech Maintenance Nederland B.V. hebben we eigenlijk altijd stagiaires lopen, in de regel studenten van het niveau MBO 4. STO Twente richt zich heel nadrukkelijk op het VMBO, toch zie ik voordelen om de jeugd al zo vroeg mogelijk in hun opleiding te interesseren voor techniek. Hoe eerder en beter je dit doet, hoe groter de kans dat deze studenten eenmaal op het MBO daadwerkelijk kiezen voor techniek. Daar komt bij: ik heb eigenlijk over het algemeen hele goede ervaringen met jeugdige studenten die bij ons stage lopen, hoewel je in de publieke opinie andere geluiden kunt horen. We moeten daarbij de hand in eigen boezem steken, want vaak verwacht het technisch bedrijfsleven dat een stagiair alles ook maar meteen beheerst. Hoe reëel is dat? Je zult als technisch bedrijf ruimte en tijd moeten investeren in het begeleiden van je stagiaires. Uiteindelijk rendeert dat, maar je hebt daar een visie voor nodig op de iets langere termijn.” Kijk over lokale grenzen heen Sterk Techniek Onderwijs Twente is een grote regio met vijf sub regio’s. Wat kan daarin een verbindende succesfactor zijn? André: “Ik zie dat alle sub regio’s van STO Twente er goed van zijn doordrongen dat het economische bestaansrecht van Twente voor een heel groot gedeelte is geworteld in de maakindustrie, met uiteraard subtiele verschillen per sub regio. Rijssen-Holten heeft bijvoorbeeld de focus op bouwnijverheid terwijl in Hengelo de maakindustrie vanuit de metaal sterk is vertegenwoordigd. Maar samen staan zij sterk en zien zij elkaars belangen. De kunst is dat de aan STO Twente deelnemende scholen en lokale overheden ook óver die lokale grenzen kijken en vanuit één sterk Twente samenwerken. Ik heb daar alle vertrouwen in.” Cruciaal: leren samenwerken Het programmaplan van STO Twente telt 12 activiteiten. Waar gaat het technische hart van André als eerste naar uit? “Tijdens mijn eigen opleiding luisterde je naar je leraar en werd de stof daarna getoetst. Waar ik nu heel enthousiast van word, is dat de huidige jeugd heel sterk multidisciplinair leert samenwerken in projecten. Ze leren direct als team functioneren. De jeugd is daarin veel verder dan wij dat vroeger waren. Ze worden aangesproken op een breed scala van specifieke kennis en kunde, een manier van studeren waar ze later in het bedrijfsleven direct veel profijt van hebben. Ook dé uitdaging is om jonge VMBO’ers onder de arm mee te nemen in de wereld van techniek zodat later hun overgang naar het ROC van Twente veel voorspoediger verloopt. De mogelijkheden om te investeren in goede technische leermiddelen zoals draai- en freesbanken en ook bijvoorbeeld HoloLenzen, maakt dit mogelijk. Allemaal dankzij de inzet en steun van Sterk Techniek Onderwijs Twente!” MENU

  • Subregio Hengelo actieve deelnemer aan Twente goes Techno

    9cc42df9-6e10-421f-9f96-52aa81f63525 Subregio Hengelo actieve deelnemer aan Twente goes Techno Twente goes Techno is een jaarlijks terugkerend project in de derde week van november. Leerlingen van het voortgezet onderwijs in Hengelo, Enschede en Borne bezoeken twee technische bedrijven. Ook C.T. Stork College uit de STO-subregio Hengelo deed mee met de leerlingen van het tweede jaar. Cindy te Raa, projectleider STO voor de subregio Hengelo: “Met dit bezoek krijgen de leerlingen een beter idee van de werkzaamheden in een techniekbedrijf, de sfeer en ook de verschillende beroepen die binnen het bedrijf mogelijk zijn.” Aanhaken bij nieuwe ontwikkelingen in technologie Cindy: “Twente goes Techno is echt een traditie, ik denk dat C.T. Stork College al vanaf het prille begin meedoet, toen het nog Hengelo goes Techno heette.” Door de jaren heen is de verzameling bedrijven die de leerlingen kunnen bezoeken constant gebleven. Ook melden zich nieuwe techniekbedrijven aan. “Inmiddels doet ook een bedrijf mee dat actief is in zorgtechnologie. In die zin blijft Twente goes Techno aanhaken bij nieuwe ontwikkelingen”, benadrukt Cindy. Evenwichtige keuze De leerlingen mogen eerst zelf een bedrijf kiezen en de school koppelt daar vervolgens een tweede bedrijf aan. Cindy: “Een leerling kiest bijvoorbeeld zelf voor een elektrotechnisch bedrijf. Vervolgens koppelt de school daar een bezoek aan, bijvoorbeeld bij een bouwbedrijf. Het gaat ons erom dat leerlingen een zo breed mogelijk beeld van techniek krijgen.” In groepjes van zo’n tien leerlingen gingen deelnemers op de fiets naar de bedrijven toe, begeleid door een docent. Stevige voorbereiding De leerlingen gaan niet ‘zomaar’ op pad. Cindy: “Vooraf bereiden we op school met hen het bedrijfsbezoek voor met een opdracht vanuit de Loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB). Zo ontdekken ze wat voor een bedrijf het is en wat ze daar maken. En vooral ook: in welke functies werken de mensen daar? Ook bereiden ze samen vragen voor die ze tijdens de bedrijfsbezoeken kunnen stellen. Allemaal bedoeld om vooraf al een bepaalde interesse te wekken. En na het bedrijfsbezoek? Docenten evalueren de bedrijfsbezoeken met de leerlingen door te bespreken welke antwoorden ze op de vragen kregen en wat ze zelf vonden van het bedrijf. Door die afronding willen we onze deelname aan Twente goes Techno meerwaarde geven.” Ook ándere banen binnen techniek mogelijk Cindy benadrukt dat er ook leerlingen deelnemen die nog geen interesse in techniek hebben en misschien ook nooit zullen krijgen: “Maar dat maakt niet uit. We laten ook hen graag kennismaken met bedrijven in hun directe omgeving. Want een doel van Twente goes Techno is deze groep laten zien dat er binnen technische bedrijven ook heel veel andere dan puur technische beroepen mogelijk zijn. Door de bedrijfsbezoeken komen deze leerlingen erachter dat de technieksector ook andere leuke functies biedt. Niet alleen de echte techniekbanen, maar ook inkoop, financieel en bijvoorbeeld personeelszaken.” Mooi voorbeeld: Twence Cindy noemt graag nog even het bedrijfsbezoek aan Twence, de Hengelose afvalverwerker: “Vooraf is het beeld van de leerlingen daarover vaak negatief. Ze denken: het is er vies en je moet een helm op en een pak aan. Maar achteraf blijkt dat ze het toch heel interessant vinden om te zien welke goede dingen er eigenlijk met hun eigen afval gebeuren. Hun vaak sceptische houding zie je tijdens het bezoek in een positieve houding veranderen.” Uitgegroeid tot fenomeen Twente goes Techno is 12 jaar geleden ontstaan door de vraag van werkgevers uit Hengelo, toentertijd nog onder de naam Hengelo goes Techno. Vooral de metaal technische bedrijven maakten zich zorgen over de instroom van jonge vakkrachten in hun bedrijf. Het initiatief is verder uitgewerkt door een projectgroep bestaande uit het kennis- en adviescentrum Kenteq, de Koninklijke Metaalunie, Werk en Vakmanschap, de gemeente Hengelo, Opleidingsbedrijf Metaal, Vmbo Carrousel Twente en uiteraard de decanen van de deelnemende scholen. Sinds 2014 is het breder uitgezet. Vanzelfsprekend veranderde de naam van Hengelo goes Techno in Twente goes Techno. Inmiddels is het aantal deelnemende leerlingen en bedrijven enorm gegroeid. In 2022 zijn er 1700 leerlingen en circa 40 bedrijven actief betrokken bij Twente goes Techno. MENU

  • Pilot derdejaars leerlingen VCA Basis

    88179fb5-7008-4712-8c4e-b1d1ef0a12fb Pilot derdejaars leerlingen VCA Basis Het vierde jaar van het technisch vmbo is een echt stagejaar. De leerlingen doen concrete ervaring op in techniekbedrijven in Twente. Eén aspect staat hierbij voorop: veiligheid. Steeds meer Twentse stagebedrijven stellen dan ook als eis dat de vmbo-leerlingen die bij hen over de vloer komen beschikken over VCA Basis. Onder andere het Canisius in Tubbergen ging hiermee eerder al aan de slag. Afgelopen week stuurden C.T. Stork College en Twents Carmel College Potskampstraat samen vier derdejaars vmbo-leerlingen naar de training VCA Basis bij SMEOT. Een pilot die in september wordt geëvalueerd. Tom Blaauwgeers van C.T. Stork College is mede-initiatiefnemer tot deze tweedaagse training. Hij schetst de aanleiding: “We hadden VCA-B eerder als keuzedeel, maar de leerlingen volgden de lessen hiervoor over een langere periode. Niet echt behapbaar voor de leerlingen; de kennis zakte door die langere periode snel weg. Met deze pilot beklijft de kennis door de tweedaagse training beter. Een tweede voordeel is dat als zij na het vmbo doorleren bij SMEOT zij voor VCA-B al de vrijstelling op zak hebben. Maar vooral hebben zij de vereiste veiligheidskennis nu ook paraat voor hun verdiepende stage in leerjaar 4. Het Twents Carmel College sloot bij dit initiatief van C.T. Stork College aan en als deze pilot slaagt gaan we deze ook in andere subregio’s van STO Twente doorvoeren.” Achtergrond VCA Basis is bedoeld voor iedereen die risicovol werk doet of in een risicovolle omgeving werkt en is verplicht voor iedereen die bij een VCA-gecertificeerd bedrijf aan de slag gaat. Het gaat hierbij om vaste én tijdelijke medewerkers, inclusief zzp’ers en stagiairs. Met een diploma VCA Basis laten ook stagiaires zien dat zij beschikken over basiskennis van veiligheid, gezondheid en milieu. Deze basiskennis vergroot zowel hun eigen veiligheid als die van de mensen met wie zij werken. Zij kennen de wet- en regelgeving, kunnen gevaarlijke situaties en handelingen herkennen én weten hoe zij deze voorkomen. Kortom: met VCA Basis laten ook vmbo stagiaires zien dat zij weten wat er van hen verwacht wordt in het stagebedrijf (én later!). Nieuw: derdejaars vmbo-leerlingen Docent Dinant Saaltink geeft in opdracht van SMEOT de tweedaagse training VCA Basis al standaard aan geslaagden van het vmbo die op het punt staan om door te stromen naar het technisch mbo. De pilot in juli betekende dat nu ook voor het eerst derdejaars vmbo-leerlingen deelnamen, ter voorbereiding op hun stages volgend studiejaar. Deze pilot training duurde twee dagen, met op de laatste dag ook twee oefenexamens die werden afgesloten met een daadwerkelijk examen. De training is toegankelijk opgebouwd. Dinant legt een stukje theorie uit het centrale lesboek uit, koppelt dit direct aan een herkenbaar praktijkvoorbeeld én oefent aan het eind van elk behandelde hoofdstuk enkele vragen. Alle mogelijke veiligheidsonderwerpen komen voorbij, van veilig gedrag en persoonlijke beschermingsmiddelen tot en met de concrete aanpak van onveilige situaties. Dinant: “Dé vraag in deze pilot is uiteraard of derdejaars vmbo-leerlingen op het niveau van VCA Basis kunnen meekomen. We gaan deze pilot dan ook zeker evalueren.” Van de vier deelnemende vmbo-leerlingen slaagden er drie. De leerling die zakte kwam slechts enkele procenten tekort. MENU

  • Masterclass Voeding & Techniek: zelf zien, doen, ervaren én op reis

    c9bffc98-cf63-45d0-96cd-9066443b344e Masterclass Voeding & Techniek: zelf zien, doen, ervaren én op reis Het ministerie ziet de komende jaren voor STO graag een verbreding naar meer profielen. Het Zone.college voor groenonderwijs in Almelo sorteert daar al op eigen initiatief op voor met de Masterclass Voeding & Techniek voor leerlingen van het basisonderwijs. Twee keer 25 leerlingen van twee basisscholen doorliepen de driedelige cyclus voor deze Masterclass, inclusief een bedrijfsbezoek aan het Duitse Emsflower. Docenten Jeroen Kleinsmann en Marc- Jan Hengstman zijn hierbij nauw betrokken: “Op kleine schaal leren de kinderen zelf wat er komt kijken bij duurzame voedselproductie op grote schaal. We hopen bij hen hiermee luikjes te openen.” Jeroen is betrokken bij STO Twente: “Ik heb 20 jaar ervaring in het basisonderwijs. Daardoor passen de Masterclasses die het Zone.college ontwikkelt en geeft voor het basisonderwijs goed bij mij. Vanuit die ervaring kan ik deze helpen ontwikkelen. We richten deze Masterclasses op groep 7 en 8, een enkele keer op groep 6.” Eén van de Masterclasses is die voor Voeding & Techniek: “We willen daarmee jonge leerlingen zelf laten ervaren dat techniek en voedselproductie nauw verbonden zijn.” Opgebouwd uit drie delen Deze Masterclass bestaat uit drie delen die goed op elkaar aansluiten, legt Jeroen uit: “We starten met een kant-en-klaar lespakket waarmee de leerlingen eerst op hun eigen basisschool aan de slag gaan. Dit bestaat uit een bakje zand, zaden en een doseerspuitje voor water. Na het zaaien in verschillende potjes moeten de leerlingen de potjes gevarieerd water geven: zes potjes één keer in de week 20 milliliter water, zes potjes twee keer in de week dezelfde hoeveelheid water en tot slot zes potjes die elke dag 20 milliliter water door de leerlingen krijgen ingespoten.” Deel twee: aan de slag op het Zone.college Vervolgens komen de leerlingen naar het Zone.college voor deel twee van de Masterclass. Jeroen: “We bekijken samen welke manier van water geven de beste groei laat zien. Daarbij leren wij de kinderen allerlei variabelen te betrekken zoals het weer, de temperatuur en de neerslag.” Vervolgens maakt Jeroen met de leerlingen de sprong naar bijvoorbeeld de grootschalige tomatenkweek in kassen: “Ze ontdekken hoeveel water er komt kijken bij deze professionele kweek, maar vooral ook hoeveel op grote schaal die genuanceerde waterverschillen helpen uitmaken om een oogst te laten slagen. En als je één zo’n plant exact de juiste hoeveelheid water wilt geven, dan leg ik hen uit hoe complex dit is als je die maatwerk-aanpak wilt uitvoeren voor kassen met duizenden tomatenplanten.” Leren werken met Neuron Makeblock Ook bekijkt Jeroen met de po-leerlingen een filmpje over de moderne techniek in de voedselproductie. Denk aan drones die over landbouwgrond vliegen om de stand van zaken te monitoren. Deze meten bijvoorbeeld de hoeveelheid organische stoffen en stikstof in de bodem. Zo laten we de leerlingen zelf zien dat landbouw met heel veel techniek gepaard gaat. Na dit filmpje maken de leerlingen zelf een mini-beregeningsinstallatie. Deze stellen ze digitaal in met een Neuron Makeblock. Die simuleert een dergelijke opstelling voor grote groenkassen. De leerlingen programmeren zelf hoeveel water er naar ingezaaide bakjes wordt toegevoerd en meten het vochtgehalte.” Deze activiteit wordt uitgevoerd in de GMEC van het Zone.college, een mobiele bus vól met innovatieve techniek waarmee de leerlingen kennis kunnen maken. Jeroen: “De leerlingen ontdekken spelenderwijs hoe je met zo min mogelijk water een zo hoog mogelijke voedselproductie realiseert. Ze zien dus de economische kant hiervan, maar ook de duurzame aspecten. Mochten ze later in het groen gaan werken, dan spelen beide factoren een belangrijke rol.” Ook leerzaam: met een laserprinter produceren de leerlingen plantenstekers. Op deze manier maken ze door dit zelf te doen ook kennis met deze nieuwe technologie. Indrukwekkend bedrijfsbezoek Het derde deel van de Masterclass Voeding & Techniek bestaat uit een bedrijfsbezoek: “We zijn met de leerlingen op reis gegaan naar het Duitse bedrijf Emsflower in Emsbüren. Een bijzonder innovatief en ook duurzaam groenbedrijf voor de teelt van groenten, perk- en potplanten, met maar liefst 88 hectare aan kassen. Tijdens een rondleiding zagen de leerlingen hier op grote schaal én geautomatiseerd in werking wat zij zelf in deel 1 en 2 van deze Masterclass geleerd hadden. Indrukwekkend bijvoorbeeld was een zelf door Emsflower ontwikkelde stekrobot. Deze zet een stekje ongekneusd in een potje, 2200 per uur, en dat met zo’n zes van die stekrobots op een rij.” Ook zagen de leerlingen hoe elke Gerbera zijn eigen vochtmeter heeft voor de juiste hoeveelheid vocht. Emsflower wekt haar eigen energie duurzaam op, ook heel interessant voor de leerlingen. Jeroen: “Dit bedrijfsbezoek was een mooie afsluiting van de driedelige cyclus waarop de Masterclass Voeding & Techniek is gebaseerd.” Plannen voor toekomst De driedelige cyclus van de Masterclass Voeding & Techniek zal in het schooljaar 2023-2024 een aantal keer aangeboden worden aan basisscholen uit de STO subregio Almelo. MENU

  • Leerlingen M&T subregio Oldenzaal aan de slag op ROC van Twente

    ded6eead-a18a-4a50-87fa-67b168e875c1 Leerlingen M&T subregio Oldenzaal aan de slag op ROC van Twente Een belangrijk doel van STO Twente is het opzetten en bestendigen van de samenwerking vanuit het technisch vmbo met ROC van Twente. De subregio Oldenzaal geeft daar inmiddels concreet handen en voeten aan. Derdejaars leerlingen M&T van Twents Carmel College gingen op maandag 10 juli aan de slag met een serie uitdagende opdrachten op ROC van Twente. Nico Kuipers is docent M&T op TCC en blikt tevreden terug: “Dit is een hele welkome aanvulling waardoor onze leerlingen M&T nog gerichter doorstromen naar ROC van Twente.” Verdieping en verbinding naar ROC van Twente Nico Kuipers: “De STO-activiteit voor een lijn tussen Twents Carmel College (TCC) en ROC van Twente is belangrijk. Wij hebben we al vanaf de start van STO Twente in gang gezet. We hebben ROC van Twente actief benaderd voor overleg over de samenwerking. De vragen die centraal stonden in ons overleg? Welke doelstellingen hebben we met deze activiteit en ook: hoe zouden we deze samen kunnen realiseren?” ROC van Twente ging positief mee in de vraag van TCC. Nico: “Dé gezamenlijke insteek was om onze derdejaars leerlingen M&T een verdiepende opdracht mee te geven. Dit geeft onze leerlingen een beter beeld van de vervolgopleidingen op mbo-niveau, met al zijn kenmerken. Ook ontdekken de leerlingen dat wat zij aan de Potskampstraat leren in onze praktijklokalen direct aansluitend wordt opgepakt als zij doorleren op ROC van Twente. Kortom, alles draait om de doorlopende verdieping en verbinding naar ROC van Twente.” Zes concrete opdrachten Samen met ROC van Twente keken Nico en zijn collega-docent Gerwald Leusman naar het M&T-onderwijs op het TCC en op ROC van Twente. Nico: “Uit die vergelijking kwam een zestal zinvolle opdrachten naar boven. In groepjes hebben onze leerlingen die daadwerkelijk op 10 juli op ROC van Twente uitgevoerd.” Nico vat de opdrachten kort samen: “Denk aan remblokken vervangen, werken met de Basis Elektro Trainer van Electude en werken met de schuifmaat. Maar ook een opdracht waarmee de leerlingen een koelsysteem van een verbrandingsmotor visueel controleren. Evenals een verdiepende opdracht waarbij zij het koelsysteem controleren met speciaal testgereedschap. Allemaal opdrachten waarmee wij proberen hun enthousiasme aan te wakkeren en hen laten inzien dat er binnen hun profiel M&T nog hele mooie doorgroeimogelijkheden liggen op mbo-niveau.” Extra uitdaging Nico, Gerwald en praktijkinstructeur Gerard Oude Tijdhof arriveerden op ROC van Twente met 25 leerlingen: “Deze hebben we verdeeld in vijf roulerende groepen. Elk groepje voerde de opdrachten uit in een tijdspanne van 20 minuten.” Nico benoemt nog graag specifiek de leerlingen: “Dit zijn nog jonge mensen die bij ons een eerste start hebben gemaakt in het vmbo-onderwijs. We hebben de opdrachten eerst op TCC doorgenomen. Ze wisten wat er van hen gevraagd ging worden. Uiteraard waren deze opdrachten niet helemaal nieuw; deze hadden we bewust gekozen. Immers, in het vierde jaar worden zij hierop landelijk geëxamineerd. Met de voorbereidende kennis en kunde vanuit TCC hebben ze de opdrachten op ROC van Twente uitgevoerd. Maar wel met de uitdagende insteek dat deze opdrachten nét iets verder gingen dan zij bij ons aan de Potskampstraat al gedaan hadden. Natuurlijk is dit spannend voor hen, het zijn allemaal nieuwe en leerzame ervaringen. We mogen concluderen dat alle leerlingen het netjes hebben opgepakt; de opdrachten en alle indrukken en ervaringen eromheen.” Ook belangrijk: nadere kennismaking met ROC van Twente zelf Naast de verdiepende opdrachten, zien Nico en zijn collega’s dit bezoek eveneens als een uitgelezen kans voor de leerlingen om kennis te maken met ROC van Twente. Welke sfeer heerst er op het mbo? Welke houding wordt er van je verwacht? Wat was eigenlijk de reisafstand en reisroute naar ROC van Twente? Hoe stellen de docenten zich op? In kleine groepjes vond ook een rondleiding plaats. Nico: “Die ervaringen tijdens de doe-opdrachten geeft de leerling die zijn of haar antennes heeft uitgestoken richting ROC van Twente hopelijk een vertrouwd gevoel. Die indrukken hebben we kunnen versterken met een rondleiding, al roulerend met de praktijkopdrachten.” Nico noemt graag de collegiale ondersteuning van de docenten van ROC van Twente: “Bij iedere groep zijn de collega’s van ROC van Twente ingezet om de activiteiten te begeleiden. Ook de schoolleiding kwam langs om ons de hand te schudden en de groep te ontvangen.” Actuele koppeling school en werkpraktijk Nico en zijn collega’s van M&T zijn blij met STO: “De schoolleiding van TCC heeft ons al bij de start van STO meegenomen in dit programma. Dus konden we ook al snel beginnen met de ontwikkeling van activiteiten en in het kielzog daarvan de aanschaf van materialen. We hebben dankzij STO Twente bijvoorbeeld uitlijnapparatuur aan kunnen schaffen. Dit zit maar gedeeltelijk in het programma, maar kunnen we voor de leerlingen wel als verdieping meenemen. Hierdoor krijgen zij nu al mee hoe bijvoorbeeld werkplaatsen dit soort apparatuur inzetten bij vervangingen en de bijbehorende nieuwe instellingen. Ook kozen we er bewust voor een oscilloscoop aan te schaffen, een wezenlijk onderdeel in de werkplaatsen om ons heen om ingewikkelde storingen op te kunnen lossen. Leerlingen die op stage gaan, komen dit soort diagnoseapparatuur gegarandeerd tegen.” Het is de bedoeling om de bezoeken aan ROC van Twente vanuit het profiel M&T ook in de toekomst te organiseren, besluit Nico. MENU

  • Technolab verrijkt met expertise bedrijfsleven

    b9c88923-13de-4fab-86ed-8b358d635acd Technolab verrijkt met expertise bedrijfsleven Het Technolab van het Bonhoeffer College en het Stedelijk Vakcollege in de subregio Enschede begint meters te maken. Twee gloednieuwe collega’s leiden de activiteiten in innovatieve banen: Samantha Peperkamp als docent Technolab en Paul Nederstigt als coördinator Technolab. Bijzonder: beiden komen niet uit het onderwijs. De hybride gedachte krijgt veelzijdig voet aan de grond in Twente! Samantha: “Ik studeerde game design. Vervolgens kwam ik te werken bij een aannemer. Na drie jaar wilde ik iets anders. Iets doen in het onderwijs had ik al lang in mijn achterhoofd. Die stap heb ik nu gezet. Ik kreeg de baan van docent Technolab en ga starten met mijn opleiding tot tweedegraads techniekdocent. Die opleiding verwacht ik te volgen bij Hogeschool Utrecht. De insteek is twee dagen werken in het Technolab, twee dagen aan de slag als ondersteunende docent en een dag studeren.” Samantha heeft altijd iets met techniek gehad: “Toen ik vijf jaar was, zat ik thuis al met computers te frutselen. Techniek, knutselen en gaming spraken mij enorm aan. Niet voor niets heb ik game design gestudeerd!” Eerst alles inregelen Samantha is nog maar kersvers in het Technolab in Enschede aan de slag: “Er moet nog heel veel gebeuren. Ik onderzoek momenteel alle apparatuur die er staat en wat je ermee kunt. Alleen als je eerst alles zelf goed beheerst, kun je het op jonge leerlingen overbrengen. Ook inventariseer ik welk lesmateriaal er al is en heel belangrijk: welke doelgroep er precies langskomt. We zetten nu echt alles vanaf de basis op. Inmiddels is bijvoorbeeld al wel een basisschool langs geweest en komen er nog meer. Die hebben we een introductie gegeven met één van de technieken uit het Technolab: de populaire VR-bril. Ik zag heel veel enthousiasme bij deze jonge leerlingen. En vanuit mijn studie game design is dat ook niet geheel toevallig mijn favoriete techniek in het Technolab! Ik heb als jong meisje de start van VR meegemaakt, met nog heel weinig mogelijkheden, en ontdek nu in ons eigen Technolab wat er inmiddels allemaal met VR mogelijk is. Ik word superblij als ik dat zie. Al met al bespeur ik goede kansen met het Technolab om veel meer mensen bewust te maken van wat er allemaal met techniek mogelijk is, vooral de jeugd. Samen met hen ben ik heel benieuwd welke kant al deze innovaties opgaan. Het is machtig mooi om daarin samen met jonge mensen op te mogen trekken.” Rolmodel voor meisjes Samantha hoopt dat haar inzet als rolmodel meer meisjes stimuleert om voor techniek te kiezen: “Ik weet uit eigen ervaring hoe het is om als vrouw in de wereld van de techniek te werken. Bij de aannemer waar ik werkte, had ik alleen maar mannelijke collega’s. Hoe je daar als vrouw toch je weg in kunt vinden, hoop ik over te brengen op alle in techniek geïnteresseerde meisjes.” In feite een zij-instromer Paul Nederstigt is recent aangesteld als coördinator Technolab: “Ik heb een eigen techniekbedrijf gehad. Na wat omzwervingen kwam ik terecht bij een orthodontisch lab en maakte ik kennis met 3D-printers. Mijn nieuwe baan als coördinator Technolab in Enschede is mijn eerste functie in het onderwijs. Ik vind het mooi dat ik op deze manier een opening heb gevonden om in het onderwijs te belanden. Mijn eerste indruk? Geweldig! Kinderen enthousiast maken voor techniek vind ik een enorme uitdaging. Het up & running krijgen van ons Technolab doe ik gelukkig samen met Samantha. Want het is veel werk om uit de startblokken te komen met alle mogelijkheden die we nu tot onze beschikking hebben.” Voorbereiden op toekomst Wat ook uitdagend is, geeft Paul aan, is dat Samantha en hij leerlingen ontvangen uit zowel het primair onderwijs als klas 1 en 2 van het vmbo: “Dat maakt ons werk heel gevarieerd. Uiteraard koppelen we ook intern het Technolab aan ons eigen onderwijs. Neem het leren programmeren zoals voor drones. Daar gaan onze leerlingen later in praktisch elk technisch beroep mee te maken krijgen. Hoe mooi is het dat we hen nu in die wereld kunnen meenemen in ons eigen Technolab in Enschede?” Ook vervult het Technolab een groeiende voor de aansluiting op het W&T-onderwijs (Wetenschap & Techniek) in het primair onderwijs. MENU

  • STO Twente Regio Rijssen Holten

    De STO Twente regio Rijssen-Holten is zeer actief met de ontwikkeling van techniekactiviteiten. De samenwerking met de diverse bedrijfsscholen in deze subregio is hecht en stevig verankerd. Van basisschool tot in het bedrijfsleven. STO SUBREGIO RIJSSEN HOLTEN MENU STO SUBREGIO RIJSSEN HOLTEN De subregio Rijssen-Holten ís al langere tijd zeer actief met de ontwikkeling van techniekactiviteiten. De samenwerking met de diverse bedrijfsscholen in deze subregio is hecht en stevig verankerd. Het programma Sterk Techniekonderwijs Twente geeft daar de komende jaren nog eens een stevige boost aan, van basisschool tot in het bedrijfsleven. De subsidie voor de hele regio Twente is bedoeld om drie doelen te realiseren: verhoging van in- en stroom van leerlingen techn(olog)isch vmbo, het versterken van de kwaliteit van het techn(olog)isch vmbo én het verbeteren van de kwantiteit en kwaliteit van instructeurs en docenten in het technisch onderwijs. Daarbinnen streeft de subregio Rijssen-Holten ook naar de realisatie van vier ‘eigen’ doelen: een LOB-techniekcarrousel, een doorgaande technologie-leerling PO-VO, de ontwikkeling van een regionaal keuzevak techniek en het ontwikkelen van een digitaal LOB-platform. Denkt u iets te kunnen betekenen voor het techniekonderwijs in Rijssen - Holten? Neemt u dan contact met ons op! Onderstaand vindt u onze gegevens. Nieuwsberichten Feestelijke kick-off Sterk techniek onderwijs subregio Rijssen - Holten Rijssen holten komt met leerlijn om gang naar techniekonderwijs te bevorderen Doorlopende leerlijn po vo de eerste stap is gezet in Rijssen - Holten Technolab moet het techniekonderwijs in de regio een impuls geven Leerlingen in Goor leren vliegen met deels zelfgemaakte drones Vliegles in Holten met uitleg van Jeremy-Clarkson kan niet wachten dronepiloot te worden De Waerdenborch werkt hard aan gloednieuw technolab Eigen media subregio Rijssen - Holten Reggesteyn fotoalbum technolab Sterk Techniek Onderwijs: Techniek Carrousel uitgebreid - Waerdenborch Hoe Scholengemeenschap De Waerdenborch met hun Masterplan leerlingen in contact brengt met wetenschap en techniek DEELNEMENDE SCHOLEN CSG Reggesteyn De Waerdenborch Jacobus Fruytier Scholengemeenschap Pius X College PARTNERS SMEOT REMO Bouwgilde Vakademy REMO OT&L CONTACTGEGEVENS Regioleider Gerard Rutterkamp g.rutterkamp@reggesteyn.nl Projectleiders Maarten Scholten m.scholten@reggesteyn.nl Marcel Vaneker m.j.vaneker@waerdenborch.nl SUBREGIO RIJSSEN - HOLTEN

  • Unieke rondleiding deelnemers STO Café bij Grolsch Bierbrouwerij

    4e7d9b3e-8db3-4162-b65f-0a785043682d Unieke rondleiding deelnemers STO Café bij Grolsch Bierbrouwerij Op vrijdagmiddag 21 april organiseerde onze subregio STO Enschede, onder leiding van Ronald Rondeel, het terugkerende STO Café. De inspirerende locatie dit keer? De Grolsch Bierbrouwerij in Enschede, één van de meest milieuvriendelijke bierbrouwerijen ter wereld. Innovatie, duurzaamheid en technologie staan bij deze Twentse werkgever hoog in het vaandel. Ronald: “Het aantal van ruim 30 deelnemers vanuit STO Twente aan dit STO Café stemde mij tevreden, gezien de examens en de vakantie die voor de deur stond.” De deelnemers kregen geen standaard rondleiding, maar speciaal voor STO een blik op het totale productieproces van het brouwen tot en met de expeditie. De Grolschflesjes zijn door hun vorm iconisch, vooral ook in het buitenland. Niet voor niets luidde het thema van dit STO Café: “Het lijkt zo eenvoudig om een beugel op een bierfles te zetten...” Ronald: “We mochten bij Grolsch een geweldige dynamiek ervaren.” Grolsch goed voor 1 miljard flesjes per jaar Na de inloop en ontvangst met koffie en thee gaf Daniek Huisman een vlotte presentatie. Zij werkt bij Grolsch Bierbrouwerij als Talent Acquisition Specialist. Overigens bracht Daniek haar middelbare schooltijd door op het Twents Carmel College, één van de scholen aangesloten bij STO Twente. Daniek: “Grolsch bestaat meer dan 400 jaar en is één van de oudste brouwerijen in Nederland, sinds 2004 gevestigd in Enschede. Als derde grootste biermerk in Nederland produceert Grolsch maar liefst 1 miljard flesjes per jaar. Grolsch is één van de weinige brouwers die twee soorten hop gebruiken in pils.” Ronald: “Enerzijds zie je een sterk geautomatiseerd productieproces, tegelijkertijd ervaar je nog steeds een enorm trots zijn op Grolsch.” Technische innovatie staat in hoog aanzien bij Grolsch. Ronald: “In het verleden is de porseleinen dop vervangen door een kunststof dop. Maar tijdens testen bleek de kunststof dop het zo karakteristieke plopgeluid van de eerdere porseleinen dop niet te kunnen reproduceren. Uiteindelijk bleek men - met behulp van de Universiteit Twente - in staat te zijn de kunststof dop zó aan te passen dat deze het befaamde plopgeluid wél kon maken!” Volop aandacht voor duurzaamheid en circulariteit Duurzaamheid en circulariteit zijn bij Grolsch belangrijke aandachtspunten, onder andere bij het ontwerpen en ontwikkelen van de verpakkingen, zo ook bij de nieuwe kratten. Grolsch heeft het krat niet alleen een nieuw, fris design gegeven, maar ook ingericht op de toekomst. Zo heeft men ribbels en reliëf toegevoegd, zodat stickers makkelijk te verwijderen zijn en de kratten langer mooi blijven. En het bijzondere is: de nieuwe kratten zijn voor 98% gemaakt van oude kratten. Daniek: “Het doel is dat Grolsch in 2030 een volledig CO2-neutrale brouwerij zal zijn, en inmiddels vond al 70% CO2-reductie plaats. Bijvoorbeeld door de samenwerking met afval- en energiebedrijf Twence gebruikt Grolsch hun restwarmte voor de verwarming van de gebouwen. Deze restwarmte komt vrij door de verbranding van biomassa.” De brouwerij van Koninklijke Grolsch in Enschede levert naast het bekende bier nu ook groen gas. Zelf 'gebrouwen' uit het eigen afvalwater! Veel behoefte aan nieuw techniektalent Daniek is actief met de werving van talent voor Grolsch: “We hebben veel techniekfuncties bij onze brouwerij. Intern hebben we meer proces operators nodig door de toenemende industriële automatisering en robotisering. Eveneens hebben we monteurs nodig om het onderhoud uit te voeren bij onze circa 4.000 horecaklanten.” Grolsch gaat met haar techniekpromotie bewust niet naar basis- en middelbare scholen, dus ook niet naar vmbo-scholen. Dat vindt het bedrijf maatschappelijk gezien niet passen bij het product bier waarvoor uiteraard een minimum leeftijdsgrens van 18 jaar geldt. Eigen opleiding Om meer technici te werven heeft Grolsch een eigen opleiding om bijvoorbeeld ook zij-instromers op te leiden tot procesoperator. Daniek: “Ook werken we onder andere samen met ROC van Twente, SMEOT en uiteraard het Praktijkcentrum voor Procestechnologie Oost-Nederland.” Ronald: “Mijn inschatting is dat Grolsch zich binnen Enschede nog meer als aantrekkelijke techniekwerkgever zou mogen promoten.” Smaakvolle ‘Productconfrontatie’ Na de presentatie volgde de rondleiding door de brouwerij met onder andere zicht op hoe uitdagend het nog is om productietechnisch de bekende beugel op het eveneens bekende Grolsch bierflesje te plaatsen. En uiteindelijk het langverwachte programmaonderdeel? Een ‘Productconfrontatie’ ofwel het proeven van de heerlijke Grolschbieren! Tot slot vond de gezellige afsluiting plaats en haalden de deelnemende STO-collega’s uit alle windstreken van Twente de banden nog eens extra stevig aan. Daarom: Grolsch…bedankt! MENU

Zoek

bottom of page