top of page

401 resultaten gevonden

  • Eerste FarmBot op CSG Reggesteyn in werking

    99bb11c1-c35d-409b-bd0d-dcee65a09685 Eerste FarmBot op CSG Reggesteyn in werking Docenten van PIE en HBR op CSG Reggesteyn in Rijssen sloegen de handen ineen en bouwden recent de eerste FarmBot. Ook het Groen Praktijkonderwijs sloot aan. Een FarmBot is een uniek concept voor de vmbo-leerlingen om aan de slag te gaan met moderne technologie in de landbouw. Ofwel: smartfarming! Linda van Gelder is Docent Technolab op CSG Reggesteyn: “We leven in een wereld van constante vernieuwingen, niet alleen op het gebied van techniek en technologie, maar ook hoe wij ons eten zien en ervaren. Op Reggesteyn willen wij onze leerlingen hiermee voorbij de basis laten kijken en hen stimuleren om grenzen te verleggen, ook na hun opleiding. Banen worden steeds meer geautomatiseerd, ook de agrarische banen die onze vmbo-leerlingen mogelijk later krijgen. Met die technologie willen we onze leerlingen nu al in aanraking brengen, waaronder smartfarming. Dit fenomeen rukt op, ook in onze regio. Bij smartfarming zijn nagenoeg alle facetten van zaadjes planten tot en met oogsten geautomatiseerd. Om de leerlingen hiermee daadwerkelijk in aanraking te brengen, hebben we dankzij STO Twente een FarmBot kunnen aanschaffen en is inmiddels in werking.” FarmBot: een geautomatiseerde landbouwmachine Een FarmBot is een geautomatiseerde landbouwmachine: “De basis is een houten bak met aarde. Daarin planten de leerlingen bijvoorbeeld kruiden. De FarmBot maakt gebruik van hardware die zich over de bak kan verplaatsen om zo op de millimeter precies zaadjes te planten, deze zaadjes water te geven, het vochtigheidsniveau van de aarde te detecteren en onkruid te verwijderen. Daarnaast maakt de FarmBot gebruik van een camera om het onkruid te detecteren en om de gezondheid van de plantjes bij te houden.” Smart moestuin De leerlingen creëren hiermee, onder begeleiding, in feite een ‘smart’ moestuin en kunnen deze bewerken met de bijgeleverde app. Een unieke manier om vmbo-leerlingen te betrekken bij landbouw en technologie. Linda: “Veel leerlingen hebben geen idee hoe hun voedsel groeit. Door er nu zelf mee aan de slag te gaan, krijgen ze ook die kennis als vanzelf mee.” De leerlingen bedienen de FarmBot zelf. Linda: “Wij programmeren voor en leggen het uit. Als de FarmBot eenmaal draait, kunnen zij deze helemaal zelf ontdekken en onderhouden. Daar leren ze heel veel van.” Samenwerking tussen profielen Het mooie is dat er meerdere profielen samenwerken op dit technologieproject, vooral Machiel Dijkslag, docent Horeca, Bakkerij en Recreatie (HBR), Patrick Kleijn, docent Produceren, Installeren en Energie (PIE) en Hans Mulder van het Groen Praktijkonderwijs. Machiel: “Momenteel testen we, samen met leerlingen, uit wat het beste geschikt is voor de FarmBot, zoals paprikaplantjes, dille, rucola en basilicum.” Patrick Klein, docent PIE: “Er zit heel veel techniek in een FarmBot. Vanuit PIE zijn we vooral betrokken als technisch ondersteuner bij het opzetten van de FarmBot inclusief alle benodigde wateraansluitingen, slangetjes, leidingen en meer. Het is een proef, we lopen tegen kinderziekten op, dus verbeteren wij onszelf hierin stap voor stap omdat we gaandeweg dit traject ook nieuwe inzichten opdoen. Met als doel uiteindelijk het afleveren van een goed werkende FarmBot. Neem circulariteit, ook belangrijk voor onze leerlingen. We denken erover het benodigde water op te vangen met een regenton. Hier ligt weer een link met het vak Aardrijkskunde. Ook overwegen we de installatie van een zonnepaneel om de FarmBot van energie te voorzien.” Ook aantrekkelijk voor meiden Linda: “De FarmBot staat nu nog op ons schooldak, maar we gaan deze verhuizen naar de groenkas op ons binnenplein. Sterker nog, er komen twee FarmBots in te staan, plus een Hydrophonics systeem waarmee de PIE-leerlingen een compleet watersysteem bouwen.” Patrick: “Nu staat de farmbot nog op het dakterras en we hopen volgend jaar, samen met Hans Mulder van Groen Praktijkonderwijs in samenwerking met HBR en PIE, een mooie groene groenkas neer te zetten. Want een plek ín de groenkas beschermt de ingezaaide producten tegen bevriezen. Opnieuw een verbreding omdat we in dit project daarmee dus ook het Praktijkonderwijs meenemen. Kortom, we combineren meerdere profielen en de kennis van de docenten met als doel samen een lesprogramma voor de FarmBot te draaien.” Linda: “We hopen met dit soort schone technologie meer meiden te interesseren om in een kas te willen werken of bij een tuiniersbedrijf via de afdeling Groen op onze Pro school.” Iedereen betrekken Hoe is deze samenwerking tussen de profielen eigenlijk ontstaan? Machiel: “Linda voedt ons met goede ideeën op het vlak van techniek en technologie zoals met de FarmBot. Daarmee inspireer je de collega’s in je eigen profiel. Vervolgens zoek je in je school collega’s binnen de andere profielen die ook willen samenwerken. STO draait erom dat je iedereen op je school betrekt, informeert, elkaar stimuleert en elkaar zo verder brengt.” Linda: “Mijn doel is de betrokken docenten en afdelingen te koppelen en vervolgens kan ik het loslaten.” Patrick: “Klopt, Linda is hierin onze verbinder.” Aan de slag! Na de zomer gaan de leerlingen bij het profiel HBR aan de slag met de FarmBot. Linda: “We hopen dan een mooie, veelzijdige groene kas te hebben, met onder andere de FarmBot. De leerlingen komen hierin op de lange termijn met zowel fysieke als digitale ervaringen in aanraking. Met als doel om problemen op te lossen, samen te werken en te communiceren. Competenties die hen maximaal voorbereiden op het latere werkveld in de steeds meer geautomatiseerde agrarische sector.” Patrick: “Ook voorzie ik een blijvende inbreng van onze PIE-leerlingen om de HBR-leerlingen met de FarmBot te ondersteunen.” Link met Technolab Eveneens ligt er een mooie link vanuit dit project met het Technolab van CSG Reggesteyn: “Ons Technolab is gebaseerd op de ‘7 werelden van techniek’ en één daarvan is Voeding & Natuur. Leerlingen uit het basisonderwijs willen we onder andere aanbieden dat zij bij ons in het Technolab aan de slag gaan met de Neuron e-modules van Makeblock. Hiermee kunnen deze jonge leerlingen, onder begeleiding, een watersysteem programmeren en aanleggen. De leerlingen krijgen een uitleg over de FarmBot en gaan vervolgens zelf aan de slag: hoe maak je dit en welke onderdelen heb je daarvoor nodig? Met dit soort activiteiten betrekken we niet alleen meer profielen bij het Technolab, maar ook de leerlingen vanuit het basisonderwijs.” Patrick: “Dit soort projecten draagt bij aan de doorlopende leerlijnen waar STO Twente ook op inzet.” Oogst in eigen huis bereid en geserveerd Uiteindelijk levert de FarmBot een oogst op. Machiel: “Die verwerken de leerlingen van HBR in gerechten én serveren we in ons schoolrestaurant. Een aansprekend voorbeeld voor de leerlingen van circulariteit! Vanaf het komende schooljaar kunnen geïnteresseerden hiervoor op de maandag- en woensdagmiddag reserveren.” Ook benadrukt Machiel de samenwerking met het Technolab: “Eerst dacht ik: wat moet HBR met het Technolab? Want onze leerlingen werken vooral ambachtelijk met de handen. Nieuwe technologie zie je niet zo in ons profiel, maar met de FarmBot is dat inzicht wel aan het landen, en dat is ook belangrijk voor het beroepsbeeld van onze HBR-leerlingen. We leven in 2023 en ook vanuit HBR omarm ik graag voor mijn leerlingen alle technologische vernieuwingen, want die gaan ze uiteindelijk later in hun werk tegenkomen.” MENU

  • “Vmbo-basis leerlingen inspireer je voor techniek door gewoon te dóen”

    8464b609-1c45-41ef-871d-362866864e3c “Vmbo-basis leerlingen inspireer je voor techniek door gewoon te dóen” Ynske van der Meulen is een bevlogen docent natuur en techniek op de Waerdenborch in Holten. Zij is supertrots op haar vmbo basis klas 2. Samen met hen maakte Ynske een TWIK (Tegen de Wind In Karretje). Het filmpje daarvan ging viraal op LinkedIn en is meer dan 76.000 keer bekeken. En aan de hand daarvan is zij uitgenodigd om in Den Helder met de klas te komen kijken naar een echt kampioenschap voor ‘tegen-de-wind-in-karretjes’. Ynske haalt graag het uiterste uit haar leerlingen: “Ik wilde laten zien dat ook basis-leerlingen tot heel veel in staat zijn.” Vmbo-leerlingen hebben speciale kwaliteiten In haar vrije tijd deed Ynske vrijwilligerswerk op een vmbo-school. Van het één kwam het ander en nu staat ze alweer twintig jaar voor de klas: “Basis leerlingen leren anders, en dat is niet verkeerd, want hoe je leert mag nooit een issue zijn over het niveau. De ene doet er wat langer over dan de andere. Ik zie het als mijn missie om uit deze kinderen het uiterste te halen en het stempel dat zij meekregen weg te halen. Ze hebben andere kwaliteiten, en ik vind het een uitdaging die maximaal te benutten.” Leren door te voelen, te kijken en te doen Ynske merkt dat het Technolab op de Waerdenborch in Holten veel losmaakt bij deze leerlingen: “Zij zijn van aard doeners en de werkplaats werkt als een magneet op hen. Vmbo-leerlingen willen voelen, kijken en doen en vervolgens leren, en dat kan hier prima. Dat betekent dat ik bij de basis-leerlingen minder nadruk leg op het behalen van theoretische leerdoelen. Ik merk dat basis-leerlingen veel liever van een werkstuk leren wat zij en anderen eraan hebben in het dagelijkse leven.” Ynske werkt als ‘flexibele schil’ docent en doet daardoor op meerdere scholen indrukken op: “Dat bevalt mij prima. Ik mag bij meerdere scholen in de keuken kijken en bouw daardoor ook veel techniekkennis op. Uiteindelijk profiteren ook de leerlingen hiervan.” Techniek? Denken in mogelijkheden Op LinkedIn kreeg Ynske veel reacties op het filmpje. De leukste? ‘Vmbo is top’. De docente natuur en techniek is beduusd door alle aandacht van het filmpje dat ze nietsvermoedend online zette: “Ik wilde laten zien dat de leerlingen tot veel in staat zijn. Er moeten niet alleen negatieve verhalen zijn over het vmbo”. Ook schreef iemand: “Een TWIK is een mooie metafoor voor hoe om te gaan met tegenslagen”. Dat hoort volgens Ynske bij haar vak: “Techniek is in oplossingen denken. Niet in problemen. Dat zeg ik ook altijd tegen de leerlingen. Die insteek is ook buiten de techniek handig in het verdere leven. Het gaat om denken in mogelijkheden.” Uitnodiging als groot compliment Naar aanleiding van het filmpje is de klas nu uitgenodigd om te kijken bij de Racing Aeolus, een evenement in Den Helder waarin grote voertuigen het tegen de wind opnemen: “Dat is een groot compliment voor de leerlingen. Zij voelen hiermee: we hebben het goed gedaan en staan in de picture. Ook kreeg ik veel berichten van andere leerkrachten die ook graag met het tegenwindproject in de weer willen.” Fan van STO Twente Ynske draagt Sterk Techniekonderwijs Twente een warm hart toe: “Als techniekdocenten zijn wij het visitekaartje voor STO. Het is goed als onze beroepsgroep meegaat met de nieuwe technieken die onze leerlingen later in het bedrijfsleven gaan tegenkomen. Dat past heel goed bij de nieuwsgierige aard van techneuten.” MENU

  • Geslaagde Techniek Carrousel STO-regio Rijssen – Holten

    e4855fcf-c195-4ac1-b936-596273d9c209 Geslaagde Techniek Carrousel STO-regio Rijssen – Holten De Techniek Carrousel van de Sterk Techniekonderwijs regio Rijssen – Holten stond al voor 2021 gepland, maar werd helaas verhinderd door corona. Op vrijdag 22 april was het dan eindelijk zover! Circa 375 vmbo-leerlingen uit de regio bezochten ieder één van de zes deelnemende bedrijfsscholen. Een belangrijk STO-activiteit, want dit soort bezoeken helpt een stevig fundament te leggen onder de zo felbegeerde doorlopende leerlijn. De organisatie lag in vertrouwde handen van Marcel Vaneker, Projectcoördinator Sterk Techniekonderwijs Holten, Maarten Scholten, in dezelfde functie voor Rijssen en Mirjam ten Brinke, decaan CSG Reggesteyn: “Elke leerling uit de derde klas TLG bezocht op 22 april één bedrijfsschool. De leerlingen kwamen van CSG Reggesteyn Rijssen en Nijverdal, Pius X, SG Jacobus Fruytier en De Waerdenborch Holten - Goor. Elke bedrijfsschool ontving in maximaal drie ronden de leerlingen. De deelnemende bedrijfsscholen waren REMO West-Twente, OT&L, Bouwmensen, ROC van Twente afdeling Handel en Commercie en afdeling Zorg en Welzijn en de InfraVak Holten.” Zowel harde als ondersteunende techniek en technologie Bewust is gekozen voor een brede oriëntatie op de deelnemende bedrijfsscholen: niet alleen de scholen waar de harde techniek centraal staat, maar ook die waar techniek en technologie een toenemend ondersteunende rol spelen, zoals in de zorg. In die zin had deze Techniek Carrousel meer het karakter van een carrière carrousel.” Marcel en Maarten benadrukken dat deze carrousel daadwerkelijk als onderwijstijd werd gekwalificeerd: “Het is niet een uitje.” Goed voorbereid op pad Van elke bedrijfsschool was een introductiefilm voorhanden. Deze hebben de leerlingen in december vorig jaar ter voorbereiding op de Techniek Carrousel alvast bekeken. “Aan deze filmpjes was een prijsvraag gekoppeld waarbij de leerlingen kans maakten op een JBL Box”, aldus Maarten en Marcel. Die prijs is op de dag van de Techniek Carrousel uitgereikt en elke deelnemende school telde een winnaar. Maarten: “De leerlingen van CSG Reggesteyn en Pius X moesten een motivatiebrief schrijven, op die manier werd ook het vak Nederlands erbij betrokken. Insteek van deze motivatiebrief? Waarom viel de keuze van een leerling op een specifieke bedrijfsschool?” Leerlingen bewust verrassen Marcel: “Wel moesten alle leerlingen een eerste en tweede keuze aangeven. Dit gaf ons techniekbreed een sturingsinstrument. Immers, de leerlingen kiezen van nature een bedrijfsschool met een insteek die ze al kennen. Dat is vertrouwd. Met een tweede keuze kregen we de mogelijkheid om zowel de leerlingen beter over de bedrijfsscholen te verdelen. Tegelijkertijd konden we een match maken met een bedrijfsschool die de leerlingen met iets nieuws zou laten kennismaken, mocht dat nodig zijn. Veel leerlingen hebben daardoor een bedrijfsschool bezocht die ze zelf nooit als eerste zouden kiezen. Dat heeft hun blik op techniek alleen maar helpen verruimen.” Enthousiaste deelname bedrijfsscholen De bedrijfsscholen hadden zich goed voorbereid met een leuke doe-activiteit. Marcel: “Bij één bedrijfsschool paste dat niet in hun werkschema. Zij boden een leuke rondleiding. De activiteiten lieten zien hoe het echt in de sectoren werkt en wat er allemaal aan techniek, technologie en ook veiligheid komt kijken.” Maarten: “Ook spanden talloze vrijwilligers in de deelnemende bedrijfsscholen zich in, waarvoor hulde.” Belangrijke input voor moment van profielkeuze Qompas vmbo/mavo is een complete Loopbaanoriëntatie- en Begeleiding (LOB) omgeving voor het vmbo (alle niveaus) vanaf leerjaar 1 t/m 4. Marcel: “Hierin hebben we een terugkoppelingsvraag opgenomen voor de deelnemende leerlingen: wat heb je vandaag opgestoken? Wat vond je er mooi aan? En vooral: zou je de richting willen kiezen van de bedrijfsschool die je bezocht? Die informatie van de leerlingen nemen we mee in een driehoeksgesprek of mentorgesprek.” Maarten: “Door corona zaten we met dit event laat in het jaar en hadden alle leerlingen al een profielkeuze gemaakt. We willen de Techniek Carrousel in 2023 ruimschoots vóór het moment van de profielkeuze organiseren. Daarmee kunnen we dit bezoek van de leerlingen aan de bedrijfsopleidingen op tijd meenemen in het gesprek met de leerlingen voor de profielkeuze. Hopelijk kunnen we er dan vanuit ROC van Twente ook Horeca, Bakkerij en Facilitair erbij betrekken. Daarmee heb je het hele techniekpalet compleet.” Gewenst: verdieping bij techniekbedrijven Marcel en Maarten: “Het zou mooi om de leerlingen die nu daadwerkelijk in een bepaalde techniekrichting geïnteresseerd zijn geraakt ook mee te kunnen nemen naar een bedrijfsbezoek bij een bedrijf dat is gelieerd aan één van de bedrijfsscholen. Dan kunnen ze de verdieping in en hun profielkeuze nog beter funderen.” Advies voor andere subregio’s STO Twente Voor andere subregio’s van STO Twente die geïnspireerd raken om ook een Techniek Carrousel te organiseren hebben Maarten en Marcel een gericht advies: “Het is logistiek heel complex met veel leerlingen en meerdere bedrijfsscholen. Ons advies is om hiermee al heel vroeg te beginnen. Dat start met het vastleggen van een dag waarop iedereen kan, vooral ook de bedrijfsscholen. Verder is het handig om heel goed en gericht met alle betrokkenen te communiceren, vooral ook de docenten. Zodat ze op tijd weten dat ze extra tijd moeten besteden aan dit carrousel in hun lessen zoals met de voorbereidende filmpjes in mentorlessen en het schrijven van de motivatiebrief en meer. Kortom, neem ook je collega-docenten concreet en vroegtijdig mee in dit voorbereidingsproces.” MENU

  • Dag 2 Studiereis STO Twente biedt nieuwe en praktisch toepasbare inzichten

    439c9a89-fa7c-434d-8d93-02131b0be5ab Dag 2 Studiereis STO Twente biedt nieuwe en praktisch toepasbare inzichten Dag 2 van de studiereis van STO Twente telde op 3 november meerdere interessante stops: Techniek College Rotterdam RDM Campus, ICDuBo en tot slot de Tech Xpress en het Grafisch Lyceum. Elk bezoek leverde de deelnemers vanuit STO Twente een nieuw, specifiek inzicht op. Techniek College Rotterdam Techniek College Rotterdam (TCR) locatie RDM Campus is een prachtige locatie en dé hotspot voor mbo-opleidingen in onder andere de metaal, proces & maintenance en mobiliteit. Bij dit bezoek stond specifiek de doorlopende leerroute (DLR) op het TCR centraal. Deze DLR van het huidige cohort vindt nu plaats met 60 leerlingen PIE basis en kader afkomstig van de drie deelnemende vmbo-scholen. Deze route loopt nu voor het 3e jaar, maar is nog zeker niet “af”! Tannet Remmelts en Ben Weenink verzorgden de hartelijke ontvangst en presentatie. Zij zijn de kartrekkers van deze route. De achtergrond? TCR is verbonden aan in totaal zeven STO-regio’s en met drie vmbo-scholen binnen twee STO-regio’s daarvan voert TCR deze DLR uit. Leerlingen maken in het 2e leerjaar van het vmbo een keuze voor een profiel, zoals PIE. In hun derde jaar maken ze door middel van opdrachten en werkstukken kennis met de uitstroomrichtingen van de DLR. Aan het eind van dat leerjaar kiezen ze echt voor een van de richtingen. Eenmaal in het vierde jaar gaan ze één dag per week naar het TCR om daar praktijkvakken te volgen. Juist door de goede en gedetailleerde afstemming van het inhoud van programma van zowel het vmbo als het mbo zijn dubbelingen snel te voorkomen. Dit betekent dat deze leerlingen hun vmbo-basis en mbo-2 samen in vijf jaar afronden, één jaar korter dan normaal (vmbo-kader en mbo 3 of 4 in 6 of 7 jaar). Maar die versnelling is niet het doel. Wel is het doel minder uitval van leerlingen én hen helpen naar een startkwalificatie. Door het wegnemen van dubbelingen en de betere aansluiting van begeleiding en van de vakken van vmbo en mbo op elkaar blijven die vijf jaar maximaal interessant voor de leerlingen. Essentieel: 100% gezamenlijke bereidheid De docenten van STO Twente stelden veel vragen over deze pilot en uit de antwoorden van Tannet en Ben kwam naar voren dat deze aanpak heel veel afstemming, inzet en bereidheid van alle deelnemers vergt. In feite moet je een nieuw en gezamenlijk Programma voor Toetsing en Afsluiting (PTA)/Onderwijs- en examenregeling (OER) opstellen. Wil je dit als vmbo en mbo écht oppakken? Dan is de basisvoorwaarde dat je met z’n allen bereid bent om echt stappen te nemen en soms uit je comfort zone te stappen. Ook enthousiaste en ruim gefaciliteerde kartrekkers voor zo’n stap zijn essentieel. Wel speelt bij de docenten uit STO Twente de overweging mee bij dit experiment dat leerlingen nóg eerder hun profielkeuze moeten maken, want bij het experiment in Rotterdam kiezen deze leerlingen hun richting al vóór het vierde jaar in het vmbo. Maar, de keuze is wel bewuster en op basis van echte ervaring. En, iedere leerling kan altijd uit de route stappen en heeft dan geen tijd verloren. ICDuBo: duurzaam bouwen en wonen Vervolgens koersten de deelnemers van de studiereis in de bus naar Innovatiecentrum Duurzaam Bouwen (ICDuBo), eveneens gevestigd op de RDM Campus. Dit is een actieve Business-to-Business community die alle professionals verbindt die betrokken zijn bij duurzaam (her)ontwikkelen en beheren van vastgoed. Dit bezoek was vooral interessant voor de docenten BWI en gaf inzicht in alles rondom zowel duurzaam bouwen als duurzaam wonen. Een rondleiding door twee zeer goed geïnformeerde experts bood helder uitleg over allerlei actuele en duurzame bouwoplossingen zoals isoleren, verwarmen, zonnepanelen, energie en meer. Ook interessant: wat is het voordeel van de toepassing van natuurlijke materialen zoals leem of verf op lijnoliebasis? Niet alleen was dit vakmatig interessant voor het nieuwe keuzevak Duurzaam Bouwen; ook docenten die hun eigen huis aan het verduurzamen zijn stelden de ene na de andere vraag. Grafisch Lyceum Sluitstuk van de tweedaagse rondreis was het bezoek aan het Rotterdamse Grafisch Lyceum. Op weg hierheen zijn tien docenten afgezet voor een bezoek aan de Tech Xpress. Dit concept is gefinancierd uit STO gelden met als doel basisschoolleerlingen te interesseren voor uiteraard grafische techniek, maar uiteindelijk ook techniekbreed. Dit groepje van tien docenten maakte bij Tech Xpress daadwerkelijk een media-uitzending. Zij ondergingen wat po-leerlingen ook ervaren als zij in de Tech Xpress aan de slag gaan. De rest van de groep bezocht ondertussen het hoofdgebouw van het Grafisch Lyceum en werd hartelijk ontvangen door STO Projectleider en bedenker van de Tech Xpress David de Goede. Hij leidde de deelnemers langs alle afdelingen van het Grafisch Lyceum en op elke afdeling gaven experts toelichting Een prachtig gebouw dat ook nog eens heel mooi is ingericht. De deelnemers waren onder de indruk van alle beschikbare faciliteiten en technieken, van klassieke druktechnieken en grote studio’s voor opnames tot en met zelfs een e-sportruimte. Voor alle deelnemers, ongeacht hun profiel of achtergrond, was dit een goed geplande afsluiting van de tweedaagse studiereis. Met z’n allen gingen ze vervolgens op zoek naar de bus die vaststond in een Rotterdamse file… Positieve evaluatie Al met al resulteerde deze tweede studiereis in een positieve evaluatie van alle deelnemers. Het cijfer? Een mooie 8,2! De deelnemers waardeerden vooral de breedte van het programma, waardoor de meereizende docenten van álle profielen aan hun trekken kwamen: van PIE, BWI, M&T en MVI tot en met collega’s van technologie onderbouw en ook het Technolab. Marieke Rinket: “De kern van deze studiereis? Bezoeken waarbij de deelnemers helder meekrijgen wat zíj ermee in hun eigen onderwijs voor hun leerlingen in Twente kunnen doen. Bij de samenstellen van het programma voor deze studiereis was dat het praktische uitgangspunt. De bedrijven en (onderwijs)instellingen die we bezochten pakten dat heel goed op en lieten ontwikkelingen zien die zij echt anders doen dan bij STO Twente. De docenten zijn inhoudelijk concreet geïnspireerd voor hun lessen door bijvoorbeeld nieuwe technieken, faciliteiten en onderwijsconcepten. Maar ook gaf deze studiereis docenten die elkaar niet of nauwelijks spreken de gelegenheid elkaar veel beter te leren kennen. Ook dit leidde tot allerlei onderlinge kennisuitwisseling, ook tijdens het gezamenlijk eten op de eerste avond en de gezellige nazit daarna.” MENU

  • Leerlingen én docenten krijgen kijkje in de dagelijkse realiteit van techniekbedrijven door gastlessen PIE en M&T

    eb50162a-c0dd-4764-aac4-823db4439eed Leerlingen én docenten krijgen kijkje in de dagelijkse realiteit van techniekbedrijven door gastlessen PIE en M&T Keuzevakken zijn een instrument om op het Twents Carmel College (TCC) vmbo-leerlingen uit jaar vier voor techniek te interesseren. Het TCC koppelt daar gastlessen aan, gegeven door technische bedrijven uit de omgeving. Die gastlessen zijn bedoeld voor leerlingen als inspirerende praktijkondersteuning voor hun gekozen keuzevak of leerlijn. Ze ontdekken nieuwe technieken die de school wellicht niet kan bieden, een ontwikkeling die ook past bij het STO-concept van de hybride docent. Maar vooral ervaren ze tijdens deze gastlessen van de bedrijven zelf hoe waardevol die technieken zijn voor de maatschappij en ook hun latere loopbaan. Eveneens voor de techniekdocenten is die actuele informatie uit het werkveld een verrijking. Voortaan drie aftrapmomenten gastlessen voor keuzevakken Eerder vonden deze gastlessen in het schooljaar op één moment plaats voor alle keuzevakken. Maar dit gaf een overload aan informatie voor de leerlingen. Vanaf het schooljaar 2022-2023 biedt TCC deze gastlessen op drie momenten aan: in september, november en januari. De gastlessen in november werden onlangs verzorgd door drie bedrijven: twee bij PIE en één bij M&T. De bedrijven die meedoen aan de gastlessen zijn vanuit hun netwerk geworven door de beroepsgerichte docenten. Motiveren én doen De deelnemende bedrijven hebben graag een heldere, afgebakende opdracht tijdens een gastles. Maurits Westerik, docent PIE: “Een belangrijk doel is bijvoorbeeld het in gesprek gaan met de leerlingen en laten zien wat de bedrijven in huis hebben. Op haar beurt leert TCC veel van de aftrapmomenten voor de gastlessen. Door dit vaker te doen, worden we hier ook steeds beter in. Door feedback te vragen van de bedrijven en van de leerlingen, krijgen de aftrapmomenten steeds beter vorm. De komende tijd wordt er een handleiding gemaakt waarmee bedrijven aan de slag kunnen. Bedrijven krijgen hierdoor handvatten, maar het is ook belangrijk dat bedrijven hun eigen draai kunnen geven aan het aftrapmoment. Op 16 januari vindt wederom een aftrapmoment plaats. Alle input van de bedrijven, leerlingen en docenten wordt daarin meegenomen om de deelnemende bedrijven zich nog beter te laten voorbereiden.” Wout Ensink, Projectleider Sterk Techniekonderwijs: “Een belangrijk doel van deze gastlessen is eveneens dat de bezoekende bedrijven uit hun eigen werkpraktijk aangeven waaróm een specifiek keuzevak zo waardevol is voor de leerlingen. Maar ze gaan ook aan de slag! De bedrijven die de gastlessen verzorgen, zetten de leerlingen in de techniekruimten van het TCC concreet aan het werk. Leerzaam voor zowel de leerlingen alsook hun techniekdocenten.” Keizers Installatietechniek Paul Eidhof is bedrijfsleider van Keizers Installatietechniek uit Oldenzaal. Hij gaf op 7 november voor de PIE-leerlingen op het Twents Carmel College een gastles over zijn bedrijf en vooral de toepassing van duurzame installatietechnieken: “We zijn razend druk toch maak ik hier graag tijd voor vrij. Deze jonge mensen zijn onze toekomst! Als bedrijf kunnen wij vooral de vmbo-leerlingen tijdens een gastles inzicht geven in wat het betekent om in een technisch bedrijf te werken, welke technieken er spelen en vooral ook: wat is je houding? Want het wordt ook in ons vak steeds belangrijker hoe jij je als technicus presenteert bij een opdrachtgever. Zo’n gastles zie ik als een stuk toekomstgerichte overdracht van mijn kennis en techniek naar de vmbo-leerlingen toe. Ik hoop een voorbeeld te zijn voor deze vmbo-leerlingen omdat ik mijn studie destijds ben gestart op de toenmalige LTS, uiteindelijk HTS haalde en nu bedrijfsleider ben.” Paul vloog zijn gastles over installatietechniek inspirerend aan. Met allerlei foto’s uit de praktijk van bouwprojecten stelde hij de leerlingen concrete vragen: wat zie je hier? Klopt dit? Hoe zou jij het doen? Een schot in de roos want de groep leerlingen kwam al snel los met antwoorden en discussie. Steggink Metaal Maiko Rademaker is bedrijfsleider bij Steggink Metaal, het tweede bedrijf dat op 7 november een gastles gaf voor de studenten PIE. Maiko benadrukte hoeveel kansen er liggen op de arbeidsmarkt voor goed opgeleide en ervaren lassers: “We moeten af van het imago dat werken in de techniek smerig zou zijn en slecht wordt betaald. Het tegendeel is waar! Wel leg ik de nadruk op het feit dat je in dit vak altijd moet blijven doorleren, want techniek staat nooit stil. Leun je achterover? Dan word je ingehaald. Kom je bij ons binnen via vmbo-mbo? Top! Maar je moet de wil hebben om altijd door te willen leren.” Maiko maakte korte metten met het idee dat mensen soms hebben dat je in de techniek zó gewild bent, dat je ook zonder diploma aan de slag kunt: “Dan loop je zomaar honderden euro nettosalaris in de maand mis! Mijn advies: maak altijd je technische opleiding af.” Succesvolle voorbeeld-leerling Maiko gaf het woord vervolgens aan Robin. Hij is pas 22 jaar en besloot een aantal jaren geleden na het vmbo door te leren in onder andere constructiebankwerken en lassen: “Inmiddels heb ik niveau 3 gehaald, deed een BBL-opleiding en werk ik nu fulltime met heel veel plezier bij Steggink. Daarnaast heb ik met mijn broer een eigen bedrijf opgezet. Ik kan alle vmbo-leerlingen aanraden door te leren in de techniek!” Ook stimulans voor techniekdocenten Maurits Westerik is docent PIE en is blij met de gastlessen en de kennis die de leerlingen daarin van de bedrijven opsteken: “Op onze beurt kunnen wij als docenten in onze theorielessen daaraan refereren. Een mooi ankerpunt om in je lessen een keer iets aan te halen wat ze tijdens de gastles hebben gezien of gehoord. Neem warmtepompen, een actueel onderwerp. Daar kan ik theorie over geven en vervolgens de leerlingen aan de gastlessen van Paul Eidhof herinneren. Maak je die koppeling tussen theorie en praktijk? Dan leg je een nieuwe verbinding voor de leerlingen die hun hopelijk motiveert en inspireert.” Autobedrijf Hein Franke Op 7 november stond ook een gastles voor M&T gepland, gegeven door Hanneke Oude Wolbers, directeur-eigenaar van Autobedrijf Hein Franke uit Oldenzaal. Vooral ook bijzonder omdat Hanneke een vrouwelijk rolmodel kan zijn voor de meisjes die M&T volgen. Hanneke gaf een mooi en eerlijk beeld van het werk in een autobedrijf. Zo legde zij uit welk werk er elke dag op het bordje ligt van een automonteur. Tijdens de gastles waren de leerlingen vooral erg geïnteresseerd in de ontwikkelingen van elektrische auto’s. Hanneke presenteerde een leuke quiz over de automotive waarbij de leerlingen opvallend veel techniekvragen goed beantwoordden. Hanneke: “Ik vind het heel belangrijk om hier tijd voor vrij te maken, een stukje maatschappelijke bijdrage. Maar ook hoop ik dat de jongens en meisjes gemotiveerd blijven om voor M&T te kiezen, want we zien nu al de personeelstekorten oplopen. Hoe gaaf is het dan om jongens en meisjes via een gastles enthousiast te maken voor dit mooie autovak! Ik hoop dat zij dezelfde passie als ik krijgen om elke dag lekker de werkplaats in te gaan.” Nico Kuipers, docent M&T: “Als school proberen wij zoveel mogelijk aan te sluiten op het bedrijfsleven. Neem de elektrische auto, dat onderdeel hebben we nog niet volledig in ons lesprogramma zitten, maar daar werken we wel naartoe. De gastles van Hanneke over haar dagelijkse werk met elektrische auto’s is alleen maar een stimulans om daar nog meer op te gaan sturen.” Aan de slag! Na de gastlessen gingen de PIE-leerlingen aan de slag, samen met Keizers Installatietechniek en Steggink Metaal. Een volgende keer is er waarschijnlijk ook gelegenheid voor de leerlingen M&T om met het bezoekende bedrijf praktische opdrachten uit te voeren. Jelmer Vos is hybride professional op het TCC: “Steggink Metaal heeft voor deze gastles twee lasmachines meegenomen die wij niet in de school hebben. Ten eerste een TIG-machine waarmee ze zowel staal als aluminium gaan lassen. Dus lassen ze met gelijkstroom en wisselstroom. Onze leerlingen hebben nog niet zoveel ervaring met TIG, dus het is prachtig dat zij dankzij Steggink daarmee kennis kunnen maken. De tweede lasmachine is een hele luxe variant van een MIG/MAG machine. Die kun je tot in het fijnste detail afstellen, zonder spatten. Voor onze leerlingen een bijzondere toegevoegde waarde. Ook konden de leerlingen samen met Steggink Metaal een stukje solderen door een messing t-stukje aan een koperen leiding te solderen.”” Leren persen en solderen Jan Oosterbroek is een collega van Paul Eidhof bij Keizers Installatietechniek. In het dagelijks leven begeleidt hij de kleinere bedrijfsprojecten van A tot Z. Nu kwam hij vol enthousiasme helpen op het TCC bij de praktijkopdracht van de gastles: “Ik heb dit vaker gedaan met jongeren en is iets wat goed bij mij past. Ik gaf ze twee opdrachten: leren hoe het persen in zijn werk gaat en solderen. Het laatste komt bijvoorbeeld nog voor in renovatie. We hebben ze zelf laten ontdekken hoe het voelt om dit soort werk te doen, welke voorbereidende handelingen nodig zijn en de snelheid ervan.” Kortom, de gastlessen waren een succes voor álle betrokkenen, van leerlingen en docenten tot de bedrijven zelf. MENU

  • Inspiratie opdoen voor een baanbrekende hybride leeromgeving

    16801d8d-0db9-430d-acf9-ecf95546d8b1 Inspiratie opdoen voor een baanbrekende hybride leeromgeving De STO Subregio Almelo e.o. verbindt aan haar inzet voor Sterk Techniekonderwijs Twente een visie op de lange termijn. Het thema? Baanbrekend Leren. Met als visie: ‘samen bouwen aan het Twente van morgen’ door techniekonderwijs naar een hoger plan te tillen, met de focus op het vmbo. Vooral de hybride leeromgeving krijgt hierin aandacht. Waarbij onderwijs en bedrijfsleven veel meer samen optrekken bij het opleiden van jong technisch talent. Elders in de keuken kijken De subregio Almelo e.o. kijkt graag bij andere regio’s in Nederland in de keuken om inspiratie op te doen. Zoals op 1 oktober in Eindhoven op de Brainport Industries Campus. Rik Pape van de subregio Almelo e.o.: “Regio-overstijgende samenwerking is cruciaal voor inspirerend en toekomstbestendig onderwijs. Want alleen vanuit verbinding kun je vernieuwen.” Leren van hybride leeromgeving STO Subregio Almelo e.o. heeft al diverse netwerkevents achter de rug, ook met de techniekbedrijven in hun regio. Rik Pape, projectleiding STO Almelo e.o.: “Daar ontstond het idee om inspiratie op te doen in andere STO-regio’s. Wim Sturris van de Groot Vroomshoop bleek bouwend te hebben meegewerkt aan een mooi techniekproject: de Brainport Industries Campus in Eindhoven. We besloten om met de Almelose STO-organisatie en een aantal bij STO Almelo e.o. aangesloten ondernemers er op bezoek te gaan. Bedoeld om elkaar regio-overstijgend te leren kennen, van elkaar te leren en inspiratie op te doen voor onze eigen subregio. Eindhoven staat bekend om z’n hybride leren. We hebben dit bezoek aangevlogen vanuit Twente en de opgehaalde inzichten weer laten landen in Twente.” Gebalanceerde vergelijking Uiteraard is de ene STO-regio de andere niet. Door het bezoek is Rik in staat een gebalanceerde vergelijking te maken: “Eindhoven is heel bedrijfsmatig en stabiel georganiseerd met een sterke kracht en impuls vanuit het bedrijfsleven. Denk aan Philips, ASML, VDL, KMWE en meer. Het onderwijs mag hierbij aansluiten. Echter, Twente is gelijkwaardiger en hier trekken de 3 O’s écht samen op. De rol van het onderwijs in Twente is die van de verbindende vernieuwer en daarmee blijft het onderwijs in de lead voor het vormgeven van educatieve trajecten. Daarmee onderscheiden we ons van Eindhoven. We staan aan het begin van de lange en uitdagende reis van de samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs. Op termijn gaat dit zeker voor Twente goede antwoorden opleveren.” Ideeën uitwisselen Het was goed om met elkaar een dag op te trekken, benadrukt Rik: “De subregio STO Almelo e.o. kent een behoorlijk complexe organisatie met acht aangesloten scholen en een heel breed werkgebied. Door corona waren we zelden bij elkaar geweest. Het was nuttig om met elkaar de horloges gelijk te zetten voor wat betreft STO Twente.” Op Brainport Industries Campus komen de meest innovatieve en succesvolle bedrijven en instituten uit de Brainport regio bij elkaar als één geheel. Rik: “Deze campus is dé plek waar innovatie- en concurrentiekracht van de hightech maakindustrie vleugels krijgt. We kregen een rondleiding, hielden werksessies en wisselden ideeën uit. Je stimuleert zo heel goed de ‘toevallige ontmoeting’.” Centrale schakelfunctie van vmbo Over het algemeen zijn het primair onderwijs, vmbo en mbo nu nog vaak eilandjes, benadrukt Rik: “Wij koersen op een intensieve samenwerking tussen hen én de uitwisseling op die drie niveaus met het bedrijfsleven.” Het primair onderwijs heeft de taak meer aan techniekonderwijs te doen. Er zijn inmiddels genoeg basisscholen die al gebruikmaken van de kennis en expertise in het vmbo, een mooie kans van STO. Want STO Twente heeft alles in handen om deze uitdaging samen met het primair onderwijs op te pakken. Rik: “Zo krijgt het vmbo een centrale schakelfunctie in het ontwikkelen van dit soort verbanden. Dat is het mooie van STO Twente.” Tot slot wil de subregio Almelo nog meer techniekbedrijven aan tafel krijgen dan nu al het geval is. Rik: “Willen we een goed leefbare en werkbare regio? Dan hoort daar een nog intensievere samenwerking met het technisch bedrijfsleven bij.” https://www.baanbrekendleren.nl/ MENU

  • Masterclass Virtual Reality: praktische adviezen voor geslaagde inzet VR

    a0e82916-c6ec-4886-bcee-2d787dd73a49 Masterclass Virtual Reality: praktische adviezen voor geslaagde inzet VR Virtual Reality (VR) werkt als een onweerstaanbare magneet op zowel leerlingen als docenten binnen het technisch vmbo in Twente. Bij bezoekjes aan Technolabs is deze technologie zo’n beetje het eerste waar leerlingen naartoe hollen. Maar wat kun je er precies mee? En welke educatieve doelen bereik je met VR? En ook: hoe maak je zelf betaalbare content? Tijdens een Masterclass VR op het C.T. Stork College gaf het bedrijf VRInSCHOOL op vrijdag 16 december tekst, uitleg én een aantal praktische adviezen voor alle scholen van STO Twente die met VR (gaan) werken. Advies 1: VR vereist visie Tom Aerts van VRInSCHOOL gaf de Masterclass: “De succesvolle toepassing van VR op je vmbo-school vereist om te beginnen een gedeelde visie: welke doelen wil je ermee bereiken? Belangrijk is het onderscheid hierin: ziet je school VR als een leermiddel of als leerdoel? Dus gebruik je VR om op creatieve wijze leerstof te presenteren? Of vind je het sowieso belangrijk dat je leerlingen VR zélf leren programmeren en daar content voor maken?” Advies 2: begin vanuit de leerling Tom: “Gebruik je VR als leermiddel? Dan is het dé uitdaging om content te vinden of zelf te maken die naadloos aansluit op de leerdoelen van je les. Cruciaal is dat je hierbij begint bij de leerlingen en niet bij de docenten. Het zijn de leerlingen die met VR aan de slag moeten gaan. Denk dus bij het inkopen of zelf maken van content na of leerlingen hiermee al ontdekkend zelf uit de voeten kunnen. Houd het eenvoudig. Te moeilijke opdrachten met VR, vooral als je de complexe koppeling maakt met PC’s, hebben een groot afbreukrisico in zich. Kies daarom voor een VR-bril die stand alone kan werken, dus met de computer ín de bril.” Advies 3: zorg dat de randvoorwaarden op orde zijn Zoals voor elke nieuwe technologie geldt: het moet probleemloos werken. Anders haken de leerlingen snel af. Tom: “Instabiele wifi, onvoldoende vaardigheid bij de docenten met de basismogelijkheden: het haalt de vaart uit de lessen met VR. Zorg dus dat je dit op orde hebt. Is de wifi van je school niet stabiel? Kies dan bijvoorbeeld voor de aanschaf van een eigen wifi-point voor je lessen met VR.” Advies 4: maak de juiste keuze tussen 360 graden content of Animatie In de Masterclass kwamen twee varianten van VR aan de orde: 360 graden content of Animatie. Bij 360 graden heb je twee opties: een vast contentaanbod van een partij dat past bij de leerdoelen of het zelf maken van content, door leerlingen en/of docenten. Het eerste levert vaak een teleurstelling op door de inflexibiliteit van de vaste content. Kies je voor animaties? Dan maak je vooral lesstof gericht op simulaties waarbij leerlingen virtueel bijvoorbeeld iets kunnen beetpakken, zoals een virtueel lasapparaat. Animaties slaagt alleen als je op je school hiervoor écht een diepgaand commitment hebt. Echter, de content voor deze variant is prijzig en complex om te maken.” Samenvattende adviezen Tot slot vatte Tom een aantal adviezen samen voor vmbo-scholen binnen STO Twente die aan de gang willen met (content maken voor) VR: “Vermijd vrijblijvendheid en regel commitment, stel het doel dat je met VR wilt bereiken samen superscherp vast. Zorg ook dat je in je school voor VR een kartrekker hebt en vooral: maak de toepassing van VR niet complexer dan nodig is; houd altijd de eenvoud op het (digitale) netvlies.” Content maken? Begin gewoon samen en bouw daarop voort… De circa 30 deelnemers aan de Masterclass waren voornamelijk geïnteresseerde techniekdocenten. Na afloop werd er volop gediscussieerd. De consensus? VR is prachtig, maar valt of staat met relevante, educatieve content. Hoe we die gaan maken binnen STO Twente? Marieke Rinket, programmamanager STO Twente: “Het devies is praktisch beginnen met elkaar vanuit de diverse profielen en vertrekkend vanuit de basisvaardigheden die we met VR al hebben. Al lerend kunnen we vervolgens voortbouwen op de eerste resultaten. Het komt er nu op aan dat we samen de eerste stap zetten om zelf content te maken op basis van de 360 graden variant. Dat kan praktisch starten door vanuit de profielen ontwikkelteams in te richten en hiermee vanuit het profiel inhoudelijk aan de slag te gaan. Op de vorming van deze ontwikkelteams komen we snel terug.” MENU

  • Drones & Docenten? Ready for take-off!

    80896d19-3a1e-4d17-8073-9908e5c1fb54 Drones & Docenten? Ready for take-off! Eindelijk was het zover! Na uitstel door corona deed op 28 mei een grote groep docenten van Twentse vmbo’s praktijkervaring op met vliegen met drones. Want ook voor de eigentijdse dronetechniek geldt: alleen als je deze innovatie als docent zelf beheerst, kun je je leerlingen meenemen op deze spannende techniekreis! De toepasselijke locatie van deze Droneclass? Space053 op het voormalige Vliegveld Twente. Bijzonder was ook de deelname vanuit het primair onderwijs. Alvast een mooie eerste bouwsteen voor een doorlopende leerlijn drones! “Vlieguren” maken De middag was speels ingestoken met een stukje inleidende theorie, maar vooral heel veel zelf uitproberen. Bedoeld om de docenten zelf “vlieguren” te laten maken. De essentie van het besturen van een drone draait om een fijngevoelige coördinatie tussen je ogen en handen. Wat uiteraard hielp, is dat het gros van de deelnemers inmiddels in het bezit is van het officiële EU Dronebewijs. Met dit certificaat op zak geven zij hun leerlingen officieel bevoegd onderwijs in vliegen met drones.Meer zelfvertrouwen Sem van Geffen trad op als drone-trainer en is mede-eigenaar van organisator Droneclass: “Voor docenten geeft deze training meer zelfvertrouwen. Door het zelf te ervaren komen ze boven de stof te staan. Ze leren hier vliegen met exact dezelfde drones als waar hun leerlingen straks ook mee komen te vliegen.” Ludiek onderdeel van de training was de uitdaging om met je drone de snelste tijd te halen binnen een lastig vliegtraject. En wat bleek? Niet alleen leerlingen zijn competitief, maar volwassen docenten uiteraard ook! “De positieve ervaring met techniek via drones is voor jonge leerlingen heel waardevol” Positief effect op techniekbeleving Pascal ter Braak, docent techniek CT Stork College: “Het is inderdaad een kwestie van ervaren door vlieguren te maken. Die ervaring breng ik over op de leerlingen en in mum van tijd vliegen ze zelf met de drone rondjes in het lokaal. Dat doet ook wat met het zelfvertrouwen van het kind. Die positieve ervaring met techniek via drones is voor jonge leerlingen heel waardevol. Plus de maatschappelijke toepassingen van drones bijvoorbeeld in de landbouw, de bouw en zorg spreken leerlingen ook aan. We geven drone-les in de eerste en tweede klas. Als ze er maar zin in krijgen en het leuk vinden. Daar gaat het ons om. We merken al dat sommige kinderen er ook in hun vrije tijd mee bezig gaan. Ook in de bovenbouw maken we docenten enthousiast en die willen heel graag meedoen. Drones zijn bij ons nu al een onderdeel van het curriculum, puur bedoeld voor leerlingen om met drones kennis te maken. We hebben inmiddels ook al een Talon drone, een programmeerdrone. Die vliegt veel stabieler. Die kun je voeden met instructies die je bijvoorbeeld in je telefoon hebt geprogrammeerd. Leerlingen krijgen daarmee ook het facet programmeren mee, als ze willen. We laten drones op school zo breed mogelijk terugkomen zodat leerlingen een zo goed mogelijk beeld krijgen van wat je ermee kunt. Ook zien we dat meisjes hierin geïnteresseerd zijn. Het is niet alleen een ding voor jongens.” Verbinding met Primair Onderwijs Ook Corine Noordink nam deel aan de Droneclass: “Ik werk onder andere twee dagen per week in het doe- en ontdeklab Diskoever. Vanuit hier brengen we nieuwe technologieën het basisonderwijs in zoals programmeren, 3-D printen en virtual reality. We leren leerkrachten hoe die technieken werken en hoe zij die in de klas kunnen inzetten. Voor drones heb ik inmiddels beide brevetten gehaald. Vanuit Diskoever ben ik nu dus ook voor drones een ambassadeur richting het primair onderwijs. Samen met techniekdocent Wendy Pereira-Smit van het Bonhoeffer College Geessinkweg en Tim Post van Kids4Twente gaan we in het komend schooljaar in ieder geval in de subregio Enschede een project draaien waarbij klassen in het basisonderwijs een project doen rondom drones.” Kids4Twente biedt basisscholen en middelbare scholen in Enschede doorlopende hulp bij het onderwijzen van wetenschap en technologie. Wendy Pereira-Smit: “We gaan met de docenten die hier de dronetraining volgen vlieglessen geven aan onze leerlingen. Ook leren ze filmen met de drones en de opnamen monteren. Daarnaast gaan we met drones een project draaien in het kader van het W&T-menu. Supertof!” Samen professionaliseren in leergemeenschap Ook de STO subregio Almelo is actief met drones. Eric van Bunnik: “Dit drones-project gaat over meerdere STO-activiteiten heen en daaruit is nu een leergemeenschap ontstaan. We gaan samen lesmateriaal ontwikkelen en zetten een gezamenlijk keuzevak drones op: één voor alle profielen en één verdiepend voor techniek. Door het samen ontwikkelen van lesmateriaal en het delen daarvan leren we van en met elkaar. In deze leergemeenschap borgen we dat we kennis ontwikkelen. En die kennis ook behouden binnen het overkoepelende drones-team, in plaats van per vmbo-school. Eveneens ontwikkelen we een speciaal drones-project voor de onderbouw met kleine zelfbouw drones en vliegen zonder brevet. Ook beginnende docenten nemen we zo mee in het traject.” MENU

  • Stuurgroep STO Twente positief over tussenstand

    e1fa83ca-f5a1-48fe-b23d-6c479ca57d51 Stuurgroep STO Twente positief over tussenstand STO Twente is bijna twee jaar onderweg. Corona bleek een fikse beperking, maar de inzet, samenwerking en inmiddels ook resultaten zijn tastbaar. Hoog tijd om de tussenbalans op te maken met Marjan Weekhout, voorzitter van de Stuurgroep STO Twente: “Ik zie veel nieuwe activiteiten en ontwikkelingen waarvan ik de goede hoop heb dat we die structureel verduurzamen in ons reguliere techniekonderwijs. Ik ben heel trots op wat we inmiddels met elkaar bereiken.” Wat is de functie van de Stuurgroep? Marjan: “De Stuurgroep heeft als primaire taak om de gezamenlijkheid en effectiviteit van het programma van Sterk Techniekonderwijs Twente te ondersteunen en te stimuleren. We zijn een grote regio met vijf subregio’s en het gaat om een substantiële subsidie. Samen vormen we STO Twente, maar we tellen vijf eigenstandige subregio’s met ieder hun eigen dynamiek en ook keuzes in activiteiten. De Stuurgroep speelt een rol in het daadwerkelijk en verantwoord bereiken van wat we ons hebben voorgenomen. Ook zet de Stuurgroep in op het optimaliseren van de samenwerking tussen de vijf subregio’s zodat we intensief van elkaars ervaringen leren. Inhoudelijke uitwisseling tussen de vijf subregio’s staat hoog op de agenda.” Waarom is de aanvraag voor de subsidie Twente breed ingediend? “We zijn één arbeidsmarktregio. Per subregio subsidie aanvragen had gekund, maar in de Twentse arbeidsmarkt beogen we uiteindelijk allemaal dezelfde doelen. Vanuit dat vertrekpunt en perspectief is het goed elkaar daarin vast te houden en te bekijken hoe je samen meer van betekenis bent dan ieder apart. Neem de hybride docenten en de gesprekken met de bedrijven waar zij vandaan komen, de betrokken opleiders en de scholen waar zij ingezet kunnen worden: daarin slaag je beter als je dat vanuit je gehele arbeidsregio aanvliegt. Daar komt bij: Twente kent van oudsher veel sterke netwerken. Die benut je maximaal vanuit één overkoepelend gremium zoals STO Twente dat is. Daarmee voorkom je dat deze netwerken bij vijf subregio’s langs moeten. Ik ben er trots op dat we dit met elkaar doen en niet elke subregio alleen gaat voor de eigen resultaten. Door ons besluit om STO Twente breed aan te pakken, kozen we bewust voor iets wat in de aard groot en complex is. Maar aan de andere kant hebben we veel meer kansen om samen meer te bereiken dan ieder voor zich in zijn eigen kring.” Is er ook ruimte voor verschillen tussen de vijf subregio’s? “Zeker! En die ruimte bieden we ook voor wat betreft de subregionale plannen en activiteiten. Er zijn veel overeenkomsten tussen de Twentse vmbo-scholen, maar elke subregio heeft ook zijn eigen bijzondere samenstelling en kenmerken. De vraag en structuur zijn niet overal gelijk. Neem de subregio Rijssen-Holten. De manier waarop zij daar met het bedrijfsleven samenwerken, kent zijn eigenheid. Dat is sterk en daar gebeuren mooie dingen. In Oldenzaal bestaat die stevige samenwerking met het bedrijfsleven ook. Deze regionale eigenheid is een prima vertrekpunt om verder uit te bouwen. De essentie van de Stuurgroep is dan ook niet om voor te schrijven door te zeggen: zo moet het. Veel meer is onze insteek om partners uit te nodigen om aan te sluiten bij wat men al heeft en daarop voort te bouwen. Door die benadering herkennen mensen waar zij al goed in zijn. Vervolgens ervaren zij de stimulans om die positie met vereende krachten verder uit te bouwen. In Almelo bijvoorbeeld is het mooi dat de deelnemende scholen op woensdagmiddag technische keuzevakken aanbieden die ook door leerlingen van de andere Almelose STO-scholen gevolgd kunnen worden. De subregio’s Enschede en Almelo doen mee aan een pilot waarin het bestaande toptraject voor GTL-leerlingen geschikt gemaakt wordt voor Kaderleerlingen. De subregio Hengelo neemt, samen met Enschede en Rijssen-Holten, deel aan het landelijke project Droneclass. Binnen de scholen is een leerlijn drones ontwikkeld. Zowel docenten als leerlingen scholen zich in het bouwen en de toepassingen van drones.” De midterm review voor STO Twente is opgeleverd. Welke conclusie trekt de Stuurgroep daaruit? “De voorgenomen plannen zijn goed op pad. Uiteraard is corona vooral een spelbreker voor activiteiten die we samen met bedrijven willen doen. Na de zomervakantie begonnen we positief aan een inhaalfase, maar de recente ontwikkelingen dwingen ons opnieuw op de pauzeknop te drukken. Ik vind het bijzonder dat, ondanks corona, de urgentie van STO bij iedereen op de agenda en het netvlies is blijven staan. Mensen zetten de schouders eronder en realiseren daadwerkelijk zaken zoals Technolabs, doorlopende leerlijnen en meer. Kortom, ondanks corona is er ook heel veel wel gebeurd, dankzij de inzet van alle betrokkenen. Ik vind dat knap.” De Stuurgroep kent een veelzijdig samengestelde groep van professionals uit zowel het onderwijs als bedrijfsleven. Zie je hier dezelfde discussies en verbindingen als in het uitvoerende werkveld? “Jazeker! Ook in de Stuurgroep zien we verschillende dynamieken. De leden uit het onderwijs verstaan elkaar bijna als vanzelf. Maar het tempo tussen onderwijs en bedrijfsleven verschilt van nature. Soms schuurt dat en dit benoemen we ook met elkaar. We hebben dezelfde discussies als in het uitvoerende werkveld.” Welke rol speelt de Twentse mentaliteit in STO Twente? “De rol van met elkaar aan de slag gaan. Niet door elkaar te slim af te willen zijn, maar te gaan voor samenwerking. Nogmaals: de netwerken hier zijn groot en stevig. De bereidheid om de samenwerking aan te gaan, is groot. Dat is vanuit de geschiedenis zo gegroeid. Mensen hier zijn geneigd elkaar op te zoeken en men kent elkaar onderling opvallend goed. Twente telt weliswaar niet veel grote spelers als je kijkt naar het bedrijfsleven. Maar daarentegen wel veel vooral familiebedrijven met een lange historie. Zij moeten het van oudsher hebben van de goede contacten en de gunningsfactor. Dat belang van goed kunnen netwerken, is een actief fundament onder het werk dat we nu doen onder de vlag van STO Twente.” De subsidie van STO Twente is eindig. Hoe verduurzamen we alle activiteiten die we nu met elkaar opstarten? “De grote gelden voor STO houden op enig moment op. Wel geeft het ministerie inmiddels het signaal af structureel te willen ondersteunen. De omvang daarvan en de vorm waarin is nog onbekend. De kunst in mijn ogen is de gelden die we nu ontvangen zó in te zetten dat we deze maximaal invlechten in de activiteiten die we regulier doen. Denk aan de structurele versterking van de deskundigheid van docenten. Samenwerking met elkaar, bijvoorbeeld gezamenlijk trainingen inkopen, is hiervoor de weg. Daardoor ontwikkel je activiteiten die heel dicht bij het reguliere karakter van ons onderwijsveld liggen. Of neem de Technolabs, geweldige faciliteiten. Collega’s waarderen deze, gebruiken die voor hun eigen vmbo-leerlingen, maar ook voor het primair onderwijs staat de deur open. Onder docenten zie ik veel motivatie om de nieuwe faciliteiten die we verwerven dankzij STO ook structureel in te bedden en levendig te houden. Docenten hebben zelf de Technolabs helpen inrichten voor wat betreft vorm en inhoud. Het is hen niet opgelegd, maar ze hebben het daadwerkelijk geadopteerd om de Technolabs aan te laten sluiten bij het soort onderwijs dat zij willen bereiken. Dat kan per school verschillen. In die zin heb ik er vertrouwen in dat faciliteiten zoals de nieuwe Technolabs op termijn blijven bestaan. Ook is er dankzij de inzet van alle regio’s nog meer kennis over elkaar ontstaan. Alle betrokkenen hebben elkaar nog beter leren vinden en kennen. Daardoor hoef je niet meer zo heel veel te doen om de samenwerkingen en kennisuitwisseling die we nu zien ontstaan naar de toekomst toe in stand te houden. Vooral daarom is het zo van belang dat subregio’s hun STO-projectleiding niet te veel uitbesteden, maar zich deze processen ook zelf eigen maken. Dat draagt alleen maar bij aan de verduurzaming ervan.” Zie je een verbeterpunt voor STO Twente? “Het bij elkaar op bezoek gaan, en ook mét elkaar buiten je regio indrukken opdoen en kennis uitwisselen, kan nog beter, denk ik. Het is een wens dat we nog meer van elkaar leren. Uiteraard realiseer ik mij dat ook hier corona niet echt helpt. De STO Cafés juich ik toe, we zien dat daar over de subregio’s heen veel kennis wordt uitgewisseld. We merken dat er door die uitwisseling eigenlijk terloops wordt geleerd van elkaar. Een ander punt waarvan ik hoop dat we dat nog beter gaan doen, is het vizier vanuit STO Twente meer op de toekomst te richten. In het vmbo werken van nature veel doeners met een praktische inslag. Dat helpt ons heel goed om daadwerkelijk activiteiten te realiseren. Tegelijkertijd probeert de Stuurgroep de collega’s in het veld te stimuleren om soms iets langer op hun handen te blijven zitten en eerst de denkfase volledig te verkennen. We hebben nu alle middelen om jezelf de luxe te gunnen om je ideeën voor STO Twente breder op te halen. Mijn advies? Neem de tijd om meer rond te kijken en je te laten inspireren door goede manieren van samenwerking die je om je heen ziet. Daarmee leggen we een nog steviger fundament voor de bestendiging van al het goede werk van STO Twente.” STO Twente telt 12 activiteiten. Welke daarvan wens jij vanuit je onderwijshart persoonlijk veel succes toe? “Dan denk ik niet zozeer aan een bepaalde activiteit, maar meer aan een bepaalde doelgroep. We kunnen meer meisjes uitnodigen om een technische carrière te overwegen. Te vaak kijken meisjes nog naar de rolmodellen in hun eigen familie. Dus: wat doet mijn moeder of tante voor werk? Komen ze uit een kleine familie met niet veel verschillende beroepen, dan hebben ze een beperkter referentiekader. Daardoor missen zij de kans om zich überhaupt af te vragen of techniek wel of niet bij hen past. De keuze voor techniek sluiten ze daardoor te gemakkelijk uit omdat het eenvoudigweg niet op hun netvlies staat. Ik pleit ervoor om meisjes (en ook jongens) veel meer vanuit LOB naar plekken te laten gaan waar ze vanuit hun achtergrond niet zo snel zouden komen. ’t Liefst ook eerder in hun leven. Dé manier om hen te laten ontdekken: hé, dit is misschien ook wel iets voor mij. Kortom, maak én houd hun referentiekader zo lang mogelijk breed en levendig. En spreek met leerlingen niet zozeer over welk beroep ze zouden willen uitoefenen, maar vraag naar hun interesses. Die benadering maakt een wereld van verschil.” MENU

  • Oldenzaalse bedrijven zetten deuren wagenwijd open voor leerlingen Twents Carmel College

    44d6b54c-f761-4092-8371-3ce0dfc3d62f Oldenzaalse bedrijven zetten deuren wagenwijd open voor leerlingen Twents Carmel College Oldenzaal en omgeving telt veel bedrijven waarin techniek en technologie een grote rol spelen. Maar wat gebeurt er precies achter al die deuren? STO Twente werkt nauw samen met veel bedrijven, zo ook in Oldenzaal en omgeving. De insteek? Als vmbo-leerlingen met eigen ogen zien wat er in deze bedrijven in hun omgeving gebeurt met techniek, dan helpt hen dat bij het maken van hun vervolgkeuzes. Daarom organiseerde Twents Carmel College op 8 november een Technische Bedrijvendag met de nadruk op beroepsoriëntatie. Dit valt onder STO-activiteit 3 van de STO-subregio Oldenzaal: het verbeteren van de beroepsoriëntatie. De Technische Bedrijvendag was georganiseerd door coördinator Natalie Alferink en docenten Maurits Westerik en Nico Kuipers. Ruime keuze uit bedrijven Ruim 400 derdejaars vmbo-leerlingen bezochten op 8 november ieder twee bedrijven naar keuze, met een nadruk op technische beroepen. De keuze was groot, zoals een bezoek aan twee compleet uiteenlopende bedrijven die allebei op hun eigen manier techniek en technologie inzetten: Platvoet Beveiligingssystemen en Power-Packer. Platvoet Beveiligingssystemen: veiligheid voorop! Platvoet Beveiligingssystemen aan de Lübeckstraat ontving de leerlingen gastvrij met een flesje water en een handig doosje met pleisters. Boudewijn Platvoet, een van de twee eigenaren van het van oorsprong familiebedrijf, gaf een heldere uitleg over hun werk: “Wij zijn heel breed actief, variërend van inbraakbeveiliging, brandbeveiliging, camerabeveiliging en toegangscontrole tot en met blusmiddelen en onderhoud en service.” In al die activiteiten staan technologie en techniek centraal. Boudewijn: “Onze oplossingen adviseren wij, passen we toe én onderhouden we.” Elke medewerker leert altijd door Platvoet heeft opleidingen hoog in het vaandel staan: “Als je bij Platvoet werkt, ben je nooit uitgeleerd! Sterker nog; we hebben ook ons eigen opleidingscentrum”, benadrukte Boudewijn. Na de presentatie en bedrijfsfilm volgde een rondleiding door het bedrijf. Platvoet biedt ook graag ruimte aan vrouwen in de techniek. Boudewijn: “Neem Sonja, onze collega. Zij begon hier als stagiaire en heeft zo’n 10 jaar in de installatietechniek en het onderhoud gewerkt. Nu is zij doorgegroeid naar de werkvoorbereiding. Maar vrouwelijke collega’s in de techniek hebben we nog steeds te weinig!” Ruimte voor stages Platvoet Beveiligingssystemen geeft ook ruimte aan stages. Boudewijn: “We gaan hier om met vertrouwelijke gegevens van klanten, dus je moet wel een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen als je hier stage komt lopen.” Anouk Platvoet-Veldman is bij het bedrijf verantwoordelijk voor de personeelszaken, financiën & communicatie: “We hebben meerdere studenten van ROC van Twente uit Almelo die hier hun studie elektrotechniek afronden. Ook bieden we ruimte voor leerlingen die hier werken en leren combineren. Onze mededirecteur Robert-Jan Nijhuis is ook ooit begonnen op het Twents Carmel College en is hier doorgegroeid. We bieden talenten met de goede motivatie graag alle kansen!” Spectaculair tot slot was de demo brand blussen. Na een instructie door de eigen veiligheidsspecialisten van Platvoet Beveiligingssystemen, mochten de leerlingen laten zien hoe goed zij zelf een brandje kunnen blussen! Power-Packer geeft power aan jong, technisch talent Ook het bedrijf Power-Packer aan de Edisonstraat ontving gastvrij een aantal leerlingen van Twents Carmel College. Patty van Engelen is HR-adviseur bij Power-Packer Nederland: “Wij vinden het belangrijk hier tijd voor vrij te maken. Deze leerlingen zijn toch onze toekomst!” Na ontvangst met pepernoten én een goede veiligheidsuitrusting gaf Jos Rikhof, Environmental, Health, and Safety (EHS) Manager Power-Packer Oldenzaal, een presentatie aan de leerlingen: “Power-Packer Oldenzaal bouwt al bijna 50 jaar hydraulische aandrijfsystemen en is nu onderdeel van Centromotion. Onze technische kennis en tot in detail geperfectioneerde productieprocessen hebben ons ver gebracht. Zelfs tot wereldwijd marktleider op het gebied van aandrijfsystemen voor cabriodaken van personenauto’s en cabinekantelsystemen voor vrachtwagens. Maar we doen méér. Onze motion control systems functioneren feilloos. Daarom ontwerpen en produceren we deze ook voor andere processen waarbij veiligheid en betrouwbaarheid cruciaal zijn, zoals landbouw en gezondheidszorg.” Jong technisch talent is meer dan welkom! Ook Power-Packer staat te springen om technisch talent. Patty: “We houden de deuren wijd open, ook voor het technisch vmbo en mbo. Dit soort nieuwe medewerkers is goud waard en wij nodigen hen van harte uit voor stages. Zo hebben we bijvoorbeeld nu een leerling vanuit het mbo die stageloopt bij onze technische dienst.” En wat mooi is: Power-Packer merkt dat er steeds meer vrouwen vanuit hun eindproject bij het bedrijf de techniek in stromen. Rondleiding John Wiggemans is Principal Engineer bij Power-Packer. Hij nam de jonge leerlingen mee voor een rondleiding door het bedrijf. Leerzaam waren de veiligheidsmaatregelen: veiligheidsschoenen, een veiligheidsbril, een badge en een geel veiligheidshesje. John leidde de leerlingen langs alle onderdelen van de productie die nodig zijn om hoogwaardige hydraulische aandrijfsystemen te maken. En wat opviel? Power-Packer past heel veel hoogwaardige technologie toe in de productie, maar het menselijk oog en technisch talent zijn hierin nog steeds onmisbaar! John: “We hebben voor technisch talent op álle niveaus een plek.” Enkele reacties van leerlingen: “Ik weet nog niet of ik voor techniek kies, maar het is cool om binnen te mogen kijken bij bedrijven.” “Samen met mijn vader heb ik mij voorbereid op dit bezoek. Ik heb heel veel met techniek en stelde ook veel vragen.” “Je hoort heel veel tijdens een bedrijfsbezoek. Bij Power-Packer maken ze ook gave dingen voor super de luxe auto’s!” “Bij Platvoet Beveiligingssystemen mochten we een brandje blussen, altijd mooi toch?” “Ik wist niet dat je zoveel techniek hebt in Oldenzaal!” MENU

Zoek

bottom of page