top of page

401 resultaten gevonden

  • Techzone: snuffelen bij de buren voor de twééde keer een groot succes

    9986d727-33f9-4307-ba58-e5154746ce29 Techzone: snuffelen bij de buren voor de twééde keer een groot succes Jos Doppen is techniekdocent aan het Stedelijk Alpha aan de Wethouder Beversstraat in Enschede. Zijn collega Jan ten Hove is dat op het eveneens Enschedese Zone.college. Deze twee onderwijsdoeners gelóven niet alleen in instroombevordering techniek, maar pakken dit het liefst zo praktisch mogelijk op. Dus organiseerden zij als kartrekkers in 2022 voor het eerst Techzone. Precies een jaar later, in februari 2023, vond deze succesvolle uitwisseling van leerlingen opnieuw plaats. Jan en Jos: “Het praktische gehalte van Techzone is voor een groot deel bepalend voor het succes. Op open dagen zien de leerlingen van alles, maar tijdens Techzone zijn ze de hele dag zelf met techniek aan de slag op alle vakgebieden. Zij zien resultaat en nemen iets concreets mee naar huis. Een belangrijke succeservaring waardoor ze bewuster kunnen kiezen voor techniek.” Laagdrempelig project Techzone is een vanuit de werkvloer georganiseerd, laagdrempelig project. Leerlingen uit het tweede jaar Groenonderwijs van het Zone.college komen op het Stedelijk Alpha/Bonhoeffer College aan de Wethouder Beversstraat een dag lang snuffelen aan techniek. En op hun beurt bezoeken de tweedejaars leerlingen van het Stedelijk Alpha en Bonhoeffer College het Zone.college. Jos: “Nieuw bij deze tweede editie van Techzone was dat ook het Greijdanus uit Enschede aansloot bij de bezoeken met haar tl-leerlingen.” Eveneens een primeur was dat de beide data voor de wederzijdse bezoeken dit keer dichter op elkaar waren gepland (11 en 17 februari). Jos: “Dat is goed bevallen en hopen we ook voor de editie van Techzone in 2024 op die manier te organiseren. We krijgen intern hiervoor rooster-technisch een goede medewerking.” Uitdagende doe-opdrachten Jan: “Het idee achter Techzone was ook dit jaar hetzelfde. In het groene profiel op het Zone.college behandelen we niet alle facetten binnen de techniek. Dus geven we onze leerlingen graag de kans op de Wethouder Beversstraat om daar op 17 februari een dag lang aan te snuffelen. Jos had voor hen uitdagende doe-opdrachten in workshops georganiseerd vanuit de profielen MVI, PIE en BWI. Deze waren grotendeels gebaseerd op de opdrachten van verleden jaar, met voor 2023 enkele aanpassingen.” Jos: “Opnieuw viel op hoe leuk de leerlingen het vinden om met het echte handwerk aan de slag te gaan, zoals het timmeren, metselen en zagen. Vooral in dit computertijdperk is dat toch wel opmerkelijk.” Sterk LOB-karakter Voorafgaand aan de activiteit gingen Jos Doppen en collega-docent Thomas Struik van het Bonhoeffer College de klassen langs om in het kader van LOB de leerlingen te informeren. Ook de ouders werden vooraf geïnformeerd. Jan en Jos: “In deze uitwisseling brengen de leerlingen over en weer laagdrempelig een bezoek. Het heeft een sterk LOB karakter.” Voorafgaand aan het bezoek van 17 februari aan de Wethouder Beversstraat brachten de leerlingen van het Stedelijk Alpha, Bonhoeffer College en Greijdanus op 10 februari een bezoek aan het Zone.college. Jan: “Hier stonden doe-activiteiten op het programma met dieren, zoals dieren-EHBO.” Jan en Jos noemden het al: Techzone heeft een sterk LOB-karakter. Jan: “We hebben een LOB-programma in ons leerlingvolgsysteem Kompas. Tijdens de volgende editie van Techzone in 2024 maakt de leerling een foto van zijn of haar werkstuk en komt er zo vanuit Techzone een stukje ervaring in het loopbaandossier. Die verdiepingsslag gaan we volgend jaar maken.” Techniek over de hele breedte Ook voor leerlingen die niet voor de ‘harde techniek’ kiezen is Techzone relevant. Jan benadrukt dat techniek tijdens Techzone centraal staat, maar dat het er uiteindelijk om gaat de leerlingen een zo breed mogelijke oriëntatie mee te geven Jan: “Neem bijvoorbeeld de toepassing van borgrobots binnen Zorg& Welzijn. ook in de groenprofielen op het Zone.college neemt techniek doe, zoals in het beheer van een plantenkas of een voerrobot in de stallen bij de boer. Techzone geeft over de hele breedte aan de leerlingen een positief beeld van techniek mee.” Jos: “En mocht een leerling door de ervaring in Techzone inderdaad van school en profiel willen switchen? Dan is dat helemaal okay, want dan gaat deze leerling doen wat hij of zij écht wil.” Mond-op-mond reclame wérkt Jan: “We zien dat de mond-op-mond reclame voor Techzone zijn werk doet. Steeds meer leerlingen horen van Techzone en willen deze activiteit meemaken. We merken dat zij uit zichzelf heel gemotiveerd zijn en zelf een bewuste keuze maken voor een bepaald profiel. Deden er verleden jaar zo’n 20 leerlingen mee; nu liep de teller op naar in totaal circa 30 leerlingen van het Zone.college en 15 leerlingen van het Greijdanus, dus zo’n 45 in totaal. Nieuw dit jaar was inderdaad dat ook de vmbo-school Greijdanus uit Enschede aansloot bij de bezoeken. Jan: “Zij hebben weliswaar geen profiel aan te bieden voor een tegenbezoek, maar hun leerlingen waren meer dan welkom. Deze leerlingen moeten na leerjaar twee sowieso een andere keuze maken, dus voor hen was Techzone heel goed getimed.” Jos: “Stel, ze willen een technisch profieldeel binnen de tl volgen? Dan zou het mooi zijn als dat op termijn ook op de Wethouder Beversstraat mogelijk zou zijn.” Groot draagvlak Jan kijkt ook op de tweede editie van Techzone tevreden terug: “Projecten waarvoor het initiatief op de werkvloer bij de docenten ligt, krijgen als van nature heel veel draagvlak mee, zo ook voor Techzone. Iedereen zet zijn schouders eronder en samen maken we er iets moois van.” Jos: “Door events als Techzone en ook 7Tech begint STO bij ons echt te groeien. We hebben de luxe dat dit soort activiteiten vol zit, zoals alle drie de workshops voor Techzone. STO begint nu écht voor ons te leven. We hopen dat STO gecontinueerd wordt en dat de onderdelen zoals 7Tech en Techzone vaste onderdelen van de jaarkalender van onze scholen worden en we zo een nog sterker LOB-verhaal met elkaar creëren.” MENU

  • Robotica heeft de toekomst, ook in Twente

    24bf062f-f428-42ae-9f11-e1aa28d21a0e Robotica heeft de toekomst, ook in Twente Een groepje examenkandidaten vmbo van het Stedelijk Vakcollege uit Enschede koos niet alleen bewust voor PIE, maar ook voor een unieke specialisatie daarbinnen: het keuzedeel robotica. Of nog specifieker: het onderzoeken van de mogelijkheden van zogeheten cobots in het technisch bedrijfsleven. Het merendeel van deze examenkandidaten weet nú al dat ze meer willen leren over cobots na het behalen van hun vmbo-diploma. Plaats van onderzoek? SMEOT. Goed nieuws: robotica wordt met ingang van het schooljaar 2022-2023 een volwaardig keuzevak. Op het Stedelijk Vakcollege doen de leerlingen PIE al in het derde jaar examen voor de verplichte vakken binnen PIE. Het voordeel? Ze hebben het hele vierde jaar de tijd om keuzevakken te volgen. Het Stedelijk Vakcollege heeft hier een voorselectie voor gemaakt waaronder met het keuzevak robotica, met als focus daarbinnen zogeheten cobots. Cobots: de derde hand van de mens Cobots: ze zijn niet zo groot en sterk als de robotarmen die al langer in de industrie gebruikt worden, maar op de werkvloer kunnen ze wel werk uit handen nemen. Ook zijn ze in staat om direct samen te werken met medewerkers. Dat levert niet alleen interessante prestatievoordelen op voor de organisatie, maar ook voor de kwaliteit van het productiewerk. Deze hightech robotarm is niet zomaar een leuk speeltje. Hans Fokke, docent/coördinator SMEOT: “Wij gebruiken hem speciaal voor vmbo-studenten die bij ons het keuzevak Robotica volgen. Hiermee krijgen studenten een realistisch beeld van de toekomst in techniek en zien zij alvast wat er allemaal mogelijk is binnen het vak Robotica.” Deze robot gaat geen mensen vervangen, maar juist met mensen samenwerken! Hij kan worden ingezet in veel verschillende sectoren om werkzaamheden lichter, efficiënter en zelfs veiliger te maken. Ze worden nu al ingezet in productieprocessen, logistiek, onderhoud en zelfs medische toepassingen. Bijdragen aan doorlopende leerlijn Albert Meeuwissen, algemeen directeur SMEOT: “Ook het technisch vmbo verdient het om kennis te kunnen maken met cobots. Ze moeten ermee willen leren werken omdat ze er later in hun loopbaan ongetwijfeld mee te maken krijgen.” Hans Fokke: “Ook het mbo en hbo zijn druk bezig met robotica waaronder leren werken met cobots. Dus ook hier liggen kansen om STO Twente te helpen bij het creëren van een doorlopende leerlijn.” Eveneens is er een directe link met het keuzevak industriële domotica. Hans Fokke: “Doorgrond je dat? Dan kun je ook een cobot leren programmeren.” MENU

  • Pilot Keuzevak Duurzame Energie geeft nieuwe energie!

    11cb81f4-1c4f-497a-9d69-ca7d259687f3 Pilot Keuzevak Duurzame Energie geeft nieuwe energie! De STO-subregio Almelo e.o. is volop actief met een pilot voor het Keuzevak Duurzame Energie. Hierin werken Erwin Geerdink, docent PIE aan Het Noordik, en zijn onderwijscollega’s nauw samen met het installatiebedrijf Hoppenbrouwers Techniek uit Almelo: “Wellicht kunnen we volgend schooljaar ook leerlingen voor dit keuzevak laten kiezen die niet per se een technisch profiel volgen.” Hoe zijn jullie tot het Keuzevak Duurzame Energie gekomen? Erwin: “Ons STO-activiteitenplan biedt diverse mogelijkheden voor keuzevakken, ook binnen PIE. Er is een landelijke lijst met 17 bestaande keuzevakken techniek waaruit je kunt kiezen. Eerder deden we dat al met het Keuzevak Koudetechniek. Dit hebben we samen met het bedrijf Airco Joop in Almelo gerealiseerd. Voor het Keuzevak Duurzame Energie klopten we succesvol aan bij installatiebedrijf Hoppenbrouwers Techniek uit Almelo. Hun werkveld ís duurzame energie. Zij doen bijvoorbeeld veel met warmtepompen en installaties voor warmteterugwinning.” Hoe heb je inhoud gegeven aan het nieuwe Keuzevak Duurzame Energie? Erwin: “Voor elk keuzevak zijn vastliggende eindtermen geformuleerd. De docenten PIE helpen met hun kennis en bronnen Hoppenbrouwers een inspirerende lessenreeks te laten maken. Dit voorwerk resulteerde in door hen zelf samengestelde theorielesstof en praktijkopdrachten. Die hebben onze leerlingen in het bedrijf uitgevoerd. Zoals werken en meten aan een warmtepomp en het ophangen en aansluiten en inbedrijfstellen van radiatoren.” Zijn de leerlingen nog ergens anders op bezoek geweest? Erwin: “Er waren in totaal vier lessen voor de leerlingen. Voor de laatste les zijn de leerlingen naar een woongebouw geweest van TMZ, een wooncomplex voor bejaarden in Almelo. Daar loopt een langdurig project om dit pand volledig te verduurzamen. Daar konden ze alle systemen die de duurzame energievoorzieningen regelen bekijken, in lijn met de eerdere lessen.” Hebben de leerlingen een gevoel bij Duurzame Energie? Erwin: “Toch wel ja. Ze weten dat we van het gas af moeten en doorgronden de functie van zonnepanelen en ook elektrische auto’s. Je merkt dat het leeft en dat er thuis over wordt gesproken. Wel vinden we het belangrijk dat leerlingen die kiezen voor dit keuzevak ook daadwerkelijk gemotiveerd zijn en interesse hebben in dit onderwerp.” Wat is jouw rol? Erwin: “Ik ben coördinerend en organiserend actief voor dit keuzevak in de STO-regio Almelo e.o.. Ook heb ik collega-docenten geënthousiasmeerd om hun leerlingen hiervoor warm te laten lopen. Wel zien we dat we ons met het Keuzevak Duurzame Energie vooral richten op jongens en meisjes die het techniekprofiel kozen. Wellicht kunnen we volgend schooljaar ook leerlingen voor dit keuzevak laten kiezen die niet per se een technisch profiel volgen. Dat maakt de vijver waar we in kunnen vissen alleen maar groter. Het keuzevak staat open voor alle vmbo-scholieren in de regio Twente, we denken hierbij met name aan de D&P leerlingen." Welke conclusies trekken jullie uit deze pilot? Erwin: “Techniekbedrijven zijn tegenwoordig heel druk, door het vele werk en de krappe arbeidsmarkt. Daarom vinden het heel bijzonder dat Hoppenbrouwers Techniek, ondanks al hun drukke werk, toch hiervoor de tijd probeerde te vinden. Ook zijn vmbo-leerlingen Basis en Kader nieuw voor hen. De motivatie moet bij deze leerlingen soms nog groeien. Knap om te zien was hoe de medewerkers van Hoppenbrouwers Techniek hier flexibel mee omgingen. Het onderwijs is uiteindelijk niet hun kerntaak. Deze pilot, en misschien nog een tweede pilot, geeft ons richting om het Keuzevak Duurzame Energie in het schooljaar 2022 – 2023 in z’n volledigheid neer te leggen bij Hoppenbrouwers Techniek. Hierover zijn we met elkaar nog in overleg.” MENU

  • Holtense kick-off doorstroom primair – voortgezet onderwijs

    c9ceeeba-47a6-4d67-bfb8-b3335e728c8d Holtense kick-off doorstroom primair – voortgezet onderwijs Op woensdag 14 april organiseerde De Waerdenborch een kennismakingsmiddag met de Holtense basisscholen over de STO-activiteit doorstroom primair – voortgezet onderwijs voor technologie. De opkomst met vijf directies van Holtense basisscholen was hoog, en de bereidwilligheid om hier samen de schouders onder te zetten voelbaar. Een energieke kick-off van een mooie samenwerking om samen leerlingen enthousiast te maken voor techniek, te beginnen in het PO en doorlopend naar het VO. Marcel Vaneker, Projectcoördinator Techniek bij De Waerdenborch, trapte af met onder andere een presentatie over de doelen van Sterk Techniek Onderwijs, vooral in relatie tot het PO. De doorstroom PO-VO technologie krijgt hierin alle verdiende prioriteit. Uiteraard passeerden ook de PO-activiteiten rondom Zwaluwstaarten en Wetenschap & Techniek de revue. Het doel? Op basis hiervan een doorlopende technieklijn PO-VO realiseren. Direct overtuigend was een kort filmpje waarin de deelnemers zagen hoe onze maatschappij zonder techniek zou verkruimelen onder onze ogen. Enthousiast over W&T Opvallend was de rode draad in de antwoorden na een rondvraag onder de scholen over hoe men nu omgaat met Wetenschap & Technologie. PO-scholen zijn er positief over, benoemen intern kartrekkers en hebben ook veel baat bij het W&T Kompas van TechYourFuture. Dit helpt hen in te zien waar zij nú staan met de invoering van W&T en vooral ook welke stappen zij kunnen zetten om W&T duurzaam te implementeren. De gezamenlijke conclusie was helder: duurzaam W&T implementeren is een kwestie van maatwerk en dat lukt vooral samen met het VO! Dit past heel mooi in een belangrijk uitgangspunt van STO Twente: het samen creëren van doorlopende leerlijnen. Zelf aan de slag Na een inspirerende presentatie van Anneloes Muller – van der Molenocent/ onderzoeker W&T Team Transfer Saxion, over de kracht van het PO-concept Zwaluwstaarten, voerden de deelnemers zelf een techniekopdracht Moderne Media uit. Opnieuw het bewijs dat iets dóen met techniek altijd enthousiast maakt, niet alleen jong, maar ook ouder. Ook toonde een rondleiding aan hoe goed de Waerdenborch al ingericht is voor techniekonderwijs, met ook concrete plannen voor een Technolab op deze Holtense locatie. Agenda voor lessen PO-VO direct volgepland Op de invitatie aan de PO-leerkrachten om met hun leerlingen techniekopdrachten op de Waerdenborch te gaan uitvoeren werd direct positief gereageerd. Vanaf eind mei is dan ook de beschikbare ruimte volledig volgeboekt door de basisscholen om hun leerlingen op de Waerdenborch te laten werken aan de Zwaluwstaartprojecten. Aanvullende behoeftepeiling Op basis van een aanvullende behoeftepeiling onder de leerkrachten beoordeelt de Waerdenborch waar nog wensen bestaan vanuit het PO voor aanvullende, nieuwe activiteiten. Kortom, een energieke kick-off van een mooie samenwerking om samen leerlingen enthousiast te maken voor techniek. MENU

  • Voor heel STO Twente geldt de kracht van samen

    61e03aff-5c74-4103-a624-d2a97b540fbe Voor heel STO Twente geldt de kracht van samen Marye Teunis – Top is sinds september de nieuwe directeur onderwijs op de Waerdenborch. Tevens is zij als opvolger van Arjan Hakkert de nieuwe STO regioleider voor de subregio Rijssen-Holten. Graag stellen wij Marye voor in de nieuwsbrief van STO Twente: “Ik ken de regio al langer, ook CSG Reggesteyn, en vind het vakgebied techniek heel aantrekkelijk. In goed en collegiaal overleg met Henk Nijenkamp, de relatief nieuwe directeur vmbo op CSG Reggesteyn, is afgesproken dat ik de nieuwe regioleider zou worden. Uiteraard doen we dit sámen vanuit de kracht van de hele subregio Rijssen-Holten.” Veel ervaring in het technisch vmbo Al vanaf 2009 is Marye actief als leidinggevende in het vmbo, vooral voor de techniekprofielen: “Daardoor heb ik lange tijd alle ontwikkelingen in het vmbo in mijn dagelijkse werk meegemaakt, zoals de beweging naar de huidige techniekprofielen toe. Evenals de uitdaging rondom de financiering van deze veranderingen.” Voor haar aanstelling op de Waerdenborch werkte Marye bijna zes jaar op De Marke in Deventer: “Dit is een onderbouwschool voor havo en een vmbo examenschool (basis, kader, mavo), behorend tot het Etty Hillesum Lyceum. Hier mocht ik aan de wieg staan van STO in die regio.” Vanaf de start bekend met STO Toen STO zich in 2019 aandiende, vond Marye dit een mooie uitdaging om daarmee aan de gang te gaan. Marye: “Daardoor ben ik vanaf de start bekend met de subsidiemogelijkheden, de regelingen en uiteraard het belang voor de technieksector. Een bewuste keuze in de STO-regio Deventer was om de docenten heel erg in de lead te zetten met ook het realiseren van de verbinding met de externe partijen. Om vervolgens gezamenlijk te bekijken wat we daarmee zouden kunnen doen en bereiken. Dat heeft in de regio Deventer hele mooie activiteiten opgeleverd en ik hoop die ervaringen mee te nemen naar de subregio Rijssen-Holten.” Voordelen van schaalgrootte STO Twente STO Twente is een samenspel van vijf subregio’s, behoorlijk groot dus. Hoe kijkt Marye daar tegenaan? “STO Deventer is een relatief kleine regio en bij de start van STO moesten we alles zelf bedenken. Het voordeel van een grote regio als STO Twente is dat je, nu we vier jaar verder zijn, kunt kijken wat alle deelnemende vmbo’s hebben gedaan. Welke verschillen bestaan daartussen? Hoe kunnen de scholen daarvan leren en vooral ook; wat kunnen scholen sámen oppakken? In feite een evaluatie binnen een evaluatie.” Zorgtechnologie en STO Cafés Daarnaast, omdat STO Twente zo groot is, ervaart Marye mogelijkheden die je als kleine regio eigenlijk minder hebt: “Ik constateer dat nu bijvoorbeeld bij de ontwikkelingen binnen STO Twente op het vlak van zorgtechnologie en het profiel Zorg & Welzijn. De scholen gaan samen op deze uitdaging samenwerken en nieuwe ontwikkelingen aanbieden. Een mooie verbreding die ook past bij de toekomstige doelen van STO. Als vmbo-school krijg je dat in je eentje gewoon niet voor elkaar. Ik vind die samenwerkingskansen en schaalvoordelen in een grote STO regio als Twente supermooi. Graag wil helpen eraan bij te dragen dat nog meer te benutten. Ook vind ik de STO cafés een mooi initiatief waarin vooral docenten elkaar ontmoeten en gefaciliteerd worden om kennis uit te wisselen. Unieke zaken die STO Twente toch maar voor elkaar krijgt. Er is ruimte binnen zowel de deelnemende scholen als in en tussen de subregio’s zelf.” Verbinding met opleidingsscholen Marye werkte eerder lange tijd op CSG Reggesteyn: “In Rijssen zie je al heel lang dat als het gaat om technische onderwijsvernieuwing lokale bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen. Een goed voorbeeld zijn de bedrijfsvakscholen waar het technisch mbo en het bedrijfsleven elkaar ontmoeten en waar het technisch vmbo zich vanuit STO inmiddels aan verbindt. REMO West-Twente is daar een geslaagd voorbeeld van, met nu ook een eigen PIE-lokaal. Een mooi samenwerkingsvoorbeeld voor de andere STO subregio’s. Laat leerlingen ontdekken dat techniek leuk en nuttig is Marye houdt de ontwikkelingen in het technisch vmbo goed bij. Welke trends ziet zij? Marye: “We zien ongelofelijk mooie technologische ontwikkelingen. Zowel het onderwijs als bedrijfsleven constateert dat techniek en technologie hun weg vinden in élke sector. Het concept van de 7 werelden van techniek haakt daar mooi op aan. Kijk je naar de toekomst van Twente dan gaat het niet langer alleen om de bouw- en metaalsector, maar ook over de profielen Zorg & Welzijn, Economie & Ondernemen en Horeca Bakkerij en Recreatie. Ook daar zit enorm veel techniek en technologie. Het Ministerie voorziet voor STO ook de verbreding naar deze profielen. Dé uitdaging vanuit specifiek het vmbo is dat je uiteindelijk techniek en technologie overal in kunt zetten, maar de leerlingen moeten het ook echt léuk en aantrekkelijk vinden. Dát zie ik als de grootste uitdaging. Het is onze centrale taak om vmbo-leerlingen techniek te laten beleven zodat zij ervaren dat het zowel leuk als heel nuttig is om met techniek en technologie écht iets te maken. Ik zeg bewust maken, want ook in de toekomst blijft de maakindustrie voor Twente heel belangrijk.” Koersen op de lange termijn Daarnaast hoopt Marye dat de subsidie voor de lange termijn doorgaat: “Want STO maakt iets mogelijk wat mij erg na aan het hart ligt, namelijk leren breder dan de school zelf laten zijn. Het buiten de school leren om vmbo-leerlingen samen te enthousiasmeren is iets wat ik enorm zou willen toejuichen voor de echt langere termijn. Wat daarbij ook helpt, is dat de gelden voor STO niet vallen binnen de lump sum, maar specifiek zijn toegewezen omdat het een andere aanpak vergt.” Spilfunctie voor techniekdocenten Marye zag in de STO-regio Deventer dat het goed werkt als techniekdocenten de ruimte krijgen. Marye: “Daar begint het. Techniekdocenten begrijpen als eersten hoe belangrijk techniek en technologie zijn voor alle facetten van onze maatschappij. Techniekdocenten zijn cruciaal om hun leerlingen hierin te stimuleren en mee te nemen in die wereld. Als ware leermeesters kunnen zijn naast hun leerlingen gaan staan en hen van alles laten ontdekken. Elke techniekdocent heeft hiervoor zijn of haar eigen manieren. Ik geloof erin dat techniekdocenten eigenaren worden van dit mooie inspiratie- en begeleidingsproces, maar uiteraard niet alleen, maar in een team- en samenwerkingsverband. Hun passie voor techniek en verantwoordelijkheidsgevoel is een prima fundament om met hun onderwijs- en bedrijfsomgeving aan de slag te gaan en hun leerlingen daarin mee te nemen. Die omgeving zie ik heel breed: van hun directe collega’s en collega’s van andere profielen tot en met het mbo, bedrijfsscholen, bedrijven en uiteraard ook de ouders van hun leerlingen. Het mooie is dat STO Twente die brede samenwerking steunt en faciliteert. We zien inmiddels wat het oplevert en dat komt echt door de ‘kracht van samen’.” MENU

  • Siers Groep Oldenzaal vraagt om meer aandacht voor de ondergrondse infratechniek

    63250181-bc6f-40e6-8116-59e333ac8237 Siers Groep Oldenzaal vraagt om meer aandacht voor de ondergrondse infratechniek Ook de Siers Groep is een actieve deelnemer aan STO Twente. Recent dachten zij bijvoorbeeld actief mee in de partnerbijeenkomst voor de plannen voor 2025 t/m 2028. Hoe kijken zij terug op de afgelopen STO-jaren? En wat vinden zij belangrijk voor de toekomst van STO Twente? Een gesprek met Kelly Oude Nijhuis en Kim Schurink van Siers Groep Oldenzaal: “De ondergrondse Infratechniek mag binnen het totale technische palet van STO Twente best meer aandacht krijgen.” Compleet pakket voor ondergrondse infratechniek Sinds de oprichting in 1964 is het familiebedrijf Siers Groep Oldenzaal B.V. uitgegroeid tot een professionele en vooruitstrevende organisatie op het gebied van ondergrondse infratechniek. Het bedrijf met meerdere vestigingen in Nederland levert een compleet pakket op het gebied van gas, water, elektra, telecom en warmte. Beiden betrokken bij STO Twente Kelly werkt bij Siers Groep als recruiter voor nieuwe medewerkers: “De samenwerking met STO Twente valt ook onder mijn werkzaamheden.” Kim: “Ik werk als hr-adviseur bij Siers Groep en ben ook verantwoordelijk voor onze mbo-leerlingen. Dit zijn de leerling-monteurs die in het werkveld, dus buiten in de praktijk, het infratechniekvak leren. Ook ben ik betrokken bij diverse initiatieven buiten Siers Groep die de werving van technische medewerkers versterken. STO Twente kan hier zeker in bijdragen.” Geografische afstand opleiding is een uitdaging Ook Siers moet volop inzetten op het vinden en binden van jong technisch talent. Kelly: “De vraag naar technische medewerkers is heel groot. Wat voor ons een extra uitdaging is, is dat jong technisch talent infratechniek niet direct op het netvlies heeft staan.” Kim: “Wij zijn o.a. gevestigd in Oldenzaal. De dichtstbijzijnde infratechniek-opleiding is op het Deltion College in Zwolle voor monteur gas, water, warmte of monteur laagspanningsdistributie. Helaas geeft het dichterbij gelegen ROC van Twente deze opleidingen niet. Dus bij Twentse vmbo-leerlingen is infratechniektechniek vrij onbekend omdat zij er in hun opleiding of omgeving niet mee te maken krijgen. Daarom bieden we een leer-werktraject aan in ons bedrijf en betalen we de BBL-opleiding tot monteur/voorman. Dit leer-werktraject houdt in dat ze vier dagen per week bij ons werken en één dag naar school gaan. De leerling monteurs worden dan begeleid door onze eigen leermeesters. Onze operationeel directeur vindt het belangrijk dat we nieuwe leerlingen vinden en behouden. En het is daarom mooi dat we de samenwerking opzoeken met STO Twente." Het voordeel van een familiebedrijf Siers is een familiebedrijf. Kim: “De lijnen bij ons zijn ontzettend kort en de begeleiding is goed. We kennen lange dienstverbanden en houden daardoor technische kennis lang in huis. We zijn daardoor voor jong technisch talent een aantrekkelijk bedrijf, ook om te blijven leren en werken. We kennen onder eenmaal geworven jong technisch talent heel weinig verloop.” Technische mbo’ers krijgen binnen Siers kansen om zich te ontwikkelen. Kim: “We hebben bijvoorbeeld trajecten waarbij monteur/voormannen zich ontplooien richting de functie van uitvoerder of werkverantwoordelijke." Vrouwen zijn ook van harte welkom voor het infratechniekwerk. Kim: “We hebben momenteel een jonge vrouw als monteur aan het werk, zij is net klaar met haar opleiding. Wel blijft het moeilijk vrouwen te enthousiasmeren voor dit specifieke vak, maar het is zeker niet onmogelijk.” Kelly: “We deden onlangs ook enthousiast mee met Girls’ Day.” Samenwerking intensiveren Siers deed mee met allerlei STO-activiteiten zoals Techniek Tastbaar. Hoe kijken zij terug op de afgelopen STO-jaren? Kelly: “Die samenwerking verloopt heel goed. Techniek Tastbaar is bij scholen hier in de regio iedere keer prima geregeld. STO Oldenzaal wil graag met ons de samenwerking intensiveren en daardoor nam ik ook recent deel aan twee partnerbijeenkomsten, één bij TCC aan de Potskampstraat in Oldenzaal en één bij ROC van Twente." Bij de laatst genoemde bijeenkomst was Kim ook present. Kelly: “Bij de laatste bijeenkomst hebben we ervoor gepleit om binnen STO Twente meer aandacht te geven aan ondergrondse infratechniek.” Kim: “STO Twente zou de techniekfocus zeker mogen verbreden naar de ondergrondse infratechniek. En dat mag wat ons betreft door activiteiten in zowel het basisonderwijs als vmbo. Ook zouden we het toejuichen als de technolabs binnen STO Twente workshops ontwikkelen voor ondergrondse infratechniek.” Kelly: “Dé uitdaging is om de Twentse vmbo-leerlingen via STO Twente inzicht te geven in álle techniekmogelijkheden die er zijn zodat de keuze ook op infratechniek kan vallen. Als de leerlingen het niet zien, denken ze er later bij hun studiekeuze ook niet aan.” Kelly: “Wel is het een uitdaging om ons werk goed te tonen aan jong technisch talent. Ondergrondse Infratechniek vindt altijd buiten plaats én onder de grond.” Een advies voor STO Kim en Kelly hebben een voorstel voor STO: "In plaats van één dag Techniek Tastbaar, zou het geweldig zijn om jaarlijks een techniekweek te organiseren. Gedurende deze week staat techniek centraal en wordt elke dag een andere tak van techniek uitgelicht. Eerst krijgen de leerlingen uitleg over de verschillende soorten technieken, daarna gaan de leerlingen praktisch aan de slag. Bedrijven worden uitgenodigd om demonstraties en interactieve opdrachten te verzorgen. Dit zou de leerlingen een nog beter inzicht kunnen geven in de diverse technieken en de mogelijke toepassingen daarvan in hun toekomstige loopbaan. Reflectie na elke techniekdag is daarbij van groot belang, zodat leerlingen kunnen nadenken over wat ze hebben gezien, geleerd en wat ze daar eventueel in de toekomst mee kunnen doen. Verder is het essentieel dat leraren met enthousiasme over techniek spreken en niet alleen over hun eigen vakgebied. Hierdoor kunnen de leerlingen ook enthousiast worden en misschien wel de interesse in techniek vergroten. Deze punten zijn ook besproken tijdens de brainstormsessie van de recente partnerbijeenkomst." MENU

  • PWS Almelo scoort met praktische begeleiding leerlingen PIE

    9e208d93-f52f-4322-959b-8d10d4b5e306 PWS Almelo scoort met praktische begeleiding leerlingen PIE De STO-subregio Almelo e.o. bewijst dat samenwerken met techniekbedrijven helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn. Neem Erik van Bunnik, docent PIE van Alma College. Hij overlegde twee keer met Peter Willems, directeur/eigenaar PWS Almelo in Almelo. De eigenaar zag het direct zitten om jonge vmbo-leerlingen Produceren, Installeren en Energie (PIE) over de vloer te krijgen. Erik: “Geen ingewikkelde plannen en hoge ambities, maar gewoon heldere afspraken en direct aan de slag. Want dat zijn onze leerlingen ook: praktische jongens en meiden die iets willen dóen. PWS Almelo snapt dat.” Al direct een stagiair Recent maakten meerdere PIE-leerlingen bij PWS Almelo kennis met het ruime vak van metaalbewerking. PWS Almelo is een constructiebedrijf voor staal, roestvast staal en aluminium. De jeugd interesseren voor techniek? Zó kan het dus, met een enthousiaste ondernemer en docent PIE die elkaar vonden in hun gezamenlijke doel én praktische aanpak. Erik en Peter benadrukken de doelgerichte samenwerking. Voor we het wisten stonden de leerlingen hier daadwerkelijk in de werkplaats!” Een van de leerlingen is inmiddels al stagiair. De 14-jarige Marcel loopt stage bij PWS Almelo: “Ik zit op het Alma College en mocht hier in een klein groepje komen kijken en iets maken. De medewerkers van PWS Almelo waren heel enthousiast over hun vak en werk. Mijn docenten kende PWS Almelo ook al goed. Dat gaf mij het vertrouwen om hier stage te lopen. De stage zelf is ongeveer hoe ik het had verwacht. Het meeste leer ik van mijn collega’s hier. Mijn droom later? Lasser worden van constructies en voor gebouwen.” Laagdrempelig, eenvoudig en gewoon: dóen Peter werkt al behoorlijk wat jaren samen met onder andere Erik van Bunnik, docent PIE op het Alma College: “Samen willen we de jeugd enthousiast maken voor het metaalvak. Een zoektocht waarbij ik met allerlei partijen praat, ook met het meer op groentechniek gerichte Zone.college. Kijk, die leerlingen zijn nog maar heel jong, hè. Hoe kunnen zij nou enig idee hebben van wat er bij een techniekbedrijf gebeurt? Met Erik heb ik daarom een praktijkles voor de leerlingen op ons bedrijf samengesteld. Gewoon, heel eenvoudig en laagdrempelig. Eerder is Alma College hier geweest met meer dan tien leerlingen per keer. Maar met die groepsgrootte kun je niet echt met de leerlingen iets dóen, want daar gaat het om. Dus besloten we de bezoeken vanuit het Alma College te organiseren met groepjes van maximaal vier tot vijf leerlingen. Daar kun je echt mee aan de slag.” PWS Almelo: super allrounders in het metaal Peter Willems zit zijn hele leven in de metaal: “Ik ben nu 53 en heb mijn bedrijf PWS Almelo nu 33 jaar, dus reken maar uit. Al op jonge leeftijd maakte, repareerde en laste ik al allerlei dingen voor boeren in de buurt. Alles met techniek vond ik gigantisch interessant.” PWS Almelo telt nu gemiddeld acht medewerkers: “We zijn super allrounders. Van trappen, bordessen en balustrades tot en met staalconstructies, zoals voor onze eigen bedrijfshal.” Goed contact met vmbo-scholen Ook Peter merkt dat het lastig is om allround technici te vinden die het werk bij PWS Almelo aankunnen: “De huidige arbeidsmarkt is heel moeilijk. We hebben geluk dat er bij ons veel jonge medewerkers rondlopen, ook afkomstig van het Alma College. We onderhouden graag goede contacten met vmbo-scholen voor jonge aanwas. We ontvangen techniekstudenten die vanuit het vmbo naar het mbo gaan en de BBL-opleiding volgen, met open armen.” Altijd behoefte aan slimme lassers Peter: “We hebben hier recent vijf keer zo’n klein groepje op bezoek gehad. We laten hen zien hoe een bedrijf in elkaar steekt en werkt, maar uiteraard gaan ze ook de werkplaats in waar het echte metaalwerk plaatsvindt. Neem onze fiber lasersnijder, daarmee kun je zowel een plaat als profielen laseren. We laten de leerlingen de toekomstmogelijkheden daarmee zien en hoe modern het metaalvak kan zijn.” Peter benadrukt dat er weliswaar nieuwe technologie toetreedt, maar dat er in het metaal-mkb, vooral bij de kleinere allround bedrijven zoals PWS Almelo, altijd ruimte zal blijven voor het ambachtelijke handwerk: “Daar zullen we altijd goede lassers voor nodig hebben die een tekening kunnen lezen, slimme vakmensen dus.” Peter benadrukt dat ook de meiden van harte welkom zijn voor een stage bij PWS Almelo: “Eerder hebben we hier een meisje op stage gehad en daarna is zij in het metaalvak doorgegaan.” Stage laat álle facetten zien, ook de mindere Erik: “We mochten hier dus met enkele groepjes op bezoek komen. Twee weken later viel het beslismoment voor de stage. Zes van de 18 leerlingen vroegen aan mij of ze niet bij PWS Almelo stage mochten lopen. Dan zie je dus hoeveel positieve indrukken deze praktische bedrijfsbezoeken opleveren.” Uit de deelnemers is de 14-jarige Marcel nu vanuit het Alma College twee weken stage te lopen bij PWS Almelo. Peter: “Hij mag gewoon meewerken, dus maakt hij alle facetten mee. Het ene moment is het leuker dan het andere, maar dat is óók de werkpraktijk waarmee we hen kennis willen laten maken. Voor jonge leerlingen is het nogal een eye opener dat ze voor hun werk de hele dag moeten staan, met ook geen tijd meer voor hun telefoon tussendoor!” Uiteraard koppelt Peter met Erik terug hoe de ervaringen zijn tijdens de stage. Samen met vakmensen aan de slag Na de inleiding en rondleiding laten Peter en zijn collega’s de leerlingen werkstukken maken van metaal, onder andere met lassen en bijvoorbeeld de inzet van de haakse slijper. Peter: “We maken daar met elkaar graag een paar uurtjes per bezoek voor vrij. Dan ervaren ze hoe het écht is als je bijvoorbeeld aan de slag gaat met TIG lassen. We laten hen, weliswaar in vogelvlucht, alle verschillende lasprocessen zien én ze mogen het zelf ook even doen. Dit keer niet met de docent ernaast, maar nu met de vakman uit de dagelijkse praktijk.” Uiteraard hanteert PWS Almelo alle vereiste veiligheidsmaatregelen als de jonge leerlingen over de vloer komen. Je kunt trots zijn op je metaalwerk Peter realiseert zich dat deze leerlingen nog in het derde jaar zitten: “Ze moeten nog een tijd door in het onderwijs. Maar we hopen bijvoorbeeld dat ze door de praktische kennismaking met PWS Almelo aan ons denken als ze eenmaal aan een stage toe zijn. Als ze hier een half uur zijn pik je er al de talenten met interesse uit, zó belangrijk is het dus om leerlingen in je bedrijf te ontvangen.” Peter realiseert zich dat nu nog veel leerlingen bij techniek denken aan computers: “Maar wij hopen ze de ogen te openen dat je in het metaalvak echt iets kunt máken wat ook nog zichtbaar is voor iedereen.” Het bewijs daarvan levert PWS Almelo zelf met een aantal mooie en in de publieke ruimte zichtbare projecten in Almelo. Zoals de brug voor gemeentehuis in Almelo en al het leuningwerk voor de tunnelwand van de Wierdensestraat, het Mans Kapbaarg Mozaïek. Peter: “Als je bij ons werkt, maak je dus werk dat je in je leefomgeving nog heel lang ziet en waar je trots op kunt zijn. Dat geven we de PIE-leerlingen ook mee bij hun overweging om voor het metaalvak te kiezen.” Het voordeel van snel schakelen Erik en Peter benadrukken tot slot de praktische samenwerking: “Kort en efficiënt overleggen en afspraken maken. Dit is wat echt werkt om concreet een samenwerking aan te gaan.” Peter: “Ik sta ervoor open deze samenwerking nog verder uit te breiden. Mijn nieuwe idee? Een skelter maken met de leerlingen waarbij ze voor de verschillende onderdelen langs meerderde techniekbedrijven moeten. Zoals bij PWS Almelo voor het samenstellen van het frame en het vervolgens bij een ander bedrijf maken van wielen aan dat frame. De leerlingen komen daarmee met meerdere techniekbedrijven in aanraking vanuit één project.” MENU

  • Regio initiatieven | STO Twente

    Sterk Techniekonderwijs Twente is opgebouwd uit 5 subregio’s: Hengelo, Oldenzaal, Enschede, Rijssen/Holten en Almelo (HOERA). Twentebreed pakken wij twaalf thema’s/activiteiten samen op die voor alle subregio’s van belang zijn. REGIO INITIATIEVEN STO TWENTE MENU STO TWENTE bundeling van vijf actieve subregio’s Sterk Techniekonderwijs Twente is opgebouwd uit 5 subregio’s: Hengelo, Oldenzaal, Enschede, Rijssen/Holten en Almelo (HOERA). Twentebreed pakken wij twaalf thema’s/activiteiten samen op die voor alle subregio’s van belang zijn. Terwijl tegelijkertijd de 5 subregio’s hun eigen accenten kunnen blijven zetten. Mooie mix tussen regionaal & lokaal Door deze gemende aanpak benutten we zowel Twente-breed als subregionaal al onze kennis en kracht maximaal, met mooie lokale accenten. Ontdek de activiteiten in de vijf subregio’s... REGIO HENGELO De subregio Hengelo heeft uiteraard een duidelijke verbintenis met techniek, Hengelo wordt niet voor niks één van de technieksteden van Twente genoemd. In Hengelo is de techniek goed vertegenwoordigd in het bedrijfsleven en wij als C.T. Stork College zijn één van de leveranciers van vakmensen. Lees meer REGIO OLDENZAAL De subregio Oldenzaal is een enthousiast en actief deelnemer aan Sterk Techniekonderwijs Twente. Uiteraard participeert Oldenzaal in alle activiteiten die Twentebreed worden uitgerold, maar daarbinnen legt de subregio Oldenzaal een sterk accent op het werven, opleiden en begeleiden van zogeheten hybride professionals. Dit zijn ervaren technici uit het bedrijfsleven die hun kennis en ervaring rechtstreeks op het vmbo aan de leerlingen komen overbrengen. Lees meer REGIO ENSCHEDE De subregio Enschede is met twee deelnemende vmbo-scholen in Enschede een compact en geografisch gunstig gecentreerde subregio van STO Twente. Inmiddels is deze actieve subregio volop actief onder meer met de introductie in het najaar van 2021 van een eigen technolab. Lees meer REGIO RIJSSEN-HOLTEN De subregio Rijssen-Holten ís al langere tijd zeer actief met de ontwikkeling van techniekactiviteiten. De samenwerking met de diverse bedrijfsscholen in deze subregio is hecht en stevig verankerd. Het programma Sterk Techniekonderwijs Twente geeft daar de komende jaren nog eens een stevige boost aan, van basisschool tot in het bedrijfsleven. Lees meer REGIO ALMELO Als STO Almelo e.o. zien we volop mogelijkheden om het onderwijslandschap opnieuw in te richten en adaptief te maken. Het is daarom nu tijd om met elkaar aan de slag te gaan en leerlingen en bedrijven in onze regio gereed te maken voor de toekomst. Samen kunnen we leerlingen opleiden voor de beroepen die er straks zijn met de kennis en vaardigheden die ze daarbij nodig hebben. Lees meer De vijf SuBREGIO's

  • 24 Twentse techniekdocenten VCA gecertificeerd

    15973252-e775-45b3-a51f-70607fb40db6 24 Twentse techniekdocenten VCA gecertificeerd Verleden jaar peilde de STO subregio Almelo e.o. welke behoeften er speelden onder de techniekdocenten die betrokken zijn bij STO Twente. Eén van de wensen was om een VCA VOL opleiding te mogen volgen plus het behalen van het bijbehorende certificaat. Marleen Peddemors – Greftenhuis van het Canisius en Erik van Bunnik van het Pius X College namen hierin het organisatorische voortouw: “De geslaagde techniekdocenten en hun leerlingen kunnen zich nu veilig bewegen binnen de bedrijven waarmee we voor STO Twente samenwerken.” Veilig gedrag voorop Erik: “Techniekdocenten komen steeds vaker over de vloer in het technisch bedrijfsleven. Dat past prima bij één van de doelen van STO: meer samenwerking tussen het technisch onderwijs en het technisch bedrijfsleven. Bijvoorbeeld om over stages voor hun leerlingen en bedrijfsbezoeken te overleggen. Met het officiële VCA-certificaat tonen ze aan over alle kennis van veilig gedrag in een technische omgeving te beschikken.” Heel veel animo Marleen: “Er was heel veel animo voor de opleiding. Van de acht aan STO Almelo e.o. deelnemende vmbo-scholen gaven zich in totaal 24 deelnemers op, hoofdzakelijk docenten techniek. Het leefde enorm! Dus er is enorm gebuffeld. De theorie bleek pittig en er gingen heel wat uurtjes studie in de eigen tijd in zitten. Goed nieuws is dat alle 24 deelnemers zijn geslaagd!” Ook getraind in het óverbrengen van veiligheidskennis De docenten gingen op voor het diploma Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden VCA (VOL-VCA). Waar staat VOL voor? Erik: “Daarmee laten zij zien dat zij basiskennis hebben over veiligheid, gezondheid en milieu. Maar ook dat zij deze kennis kunnen toepassen in het belang van henzelf en de leerlingen die zij begeleiden. Want dat is een tweede doel van dit VCA VOL Certificaat. Uiteindelijk gaan de techniekdocenten met hun leerlingen naar de bedrijven toe voor bedrijfsbezoeken, keuzevakken en ook stages. En ook die leerlingen leren we graag veilig gedrag aan in deze bedrijfsomgevingen. De geslaagde docenten kunnen hun VCA kennis nu professioneel overbrengen op hun leerlingen.” Andere subregio’s STO Twente ook welkom De VCA VOL opleiding werd gegeven door Construction Media en het feitelijke examen werd afgenomen door een extern, onafhankelijk bureau. Erik: “We hebben hiermee veel ervaring opgedaan.” MENU

  • Ontmoet Rick Ardesch: Bedrijfsmakelaar STO-subregio Enschede

    8d2832c1-7b50-43d9-8d69-6bda24056991 Ontmoet Rick Ardesch: Bedrijfsmakelaar STO-subregio Enschede Op 1 november treedt Rick Ardesch in dienst bij de STO-subregio Enschede als Bedrijfsmakelaar, een gloednieuwe functie binnen deze subregio: “Mijn voornaamste prioriteit is het leggen van duurzame verbindingen tussen scholen en bedrijven. Een prachtige functie, waar ik enorm blij mee en dankbaar voor ben, om deze te mogen vervullen.” Waarom krijgt dit werk extra aandacht in jouw persoon? “Het is belangrijk dat we de leerlingen techniek realistisch aanleren. De samenwerking met het technisch bedrijfsleven is daarvoor essentieel. Samen met alle STO-collega’s gaan we ervoor om techniek en technologie duurzaam op de kaart te zetten in onze regio. Enschede heeft veel moois te bieden en dat dragen we steeds meer en beter uit. Zien we met z’n allen het gezamenlijke belang voor de toekomst? Dan zal er veel mogelijk worden in onze regio om talent te behouden voor de stad en de regio. En ook om aantrekkelijk te worden voor mensen buiten onze regio. Daar ga ik me hard voor maken.” Wat zullen je activiteiten worden? “Ik ga mij vooral bezighouden met het verbinden tussen de scholen en de bedrijven. Bij de scholen gaat het dan om het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College. Maar in het kader van de doorlopende leerlijn besteden we uiteraard ook graag aandacht aan de basisscholen in onze regio. Er zijn al door de STO-collega’s in Enschede allerlei verbindingen gelegd met het bedrijfsleven en ik hoop daar met mijn eigen input op door te kunnen werken. Er zijn zoveel mooie mogelijkheden en kansen in onze regio. Aan mij mede de taak om dit zichtbaar te gaan maken. Ook benadruk ik dat we eveneens graag verbindingen aangaan vanuit de subregio Enschede met de meer kleinere bedrijven in de regio. De grotere bedrijven weten we steeds beter te bereiken, maar ook de kleinere bedrijven zijn voor ons heel interessant. Ook bij hen kom ik graag langs. Ik ben heel benieuwd naar de visie en instromingswensen van deze groep. Waar een (gezamenlijke) wil is, is altijd een weg te vinden.” Wat is je achtergrond? Welke connectie heb je met techniek(onderwijs)? ”Ik ben sinds 1999 docent in het speciaal onderwijs voor SOTOG en ben van 2010 tot en met 2016 werkzaam geweest voor de gemeente Enschede voor de projecten: Oog voor Talent, Beroepsvizier en Twente goes Techno. Via Twente goes Techno heb ik kennisgemaakt met parels van technische bedrijven in onze stad en regio. Daar mogen we trots op zijn.” Wat vind je de kracht van STO Twente? “ Ik mocht bij meerdere projecten voor instroombevordering betrokken zijn. De kracht van STO is de lange termijnvisie en de overheid die dit eveneens op de langere termijn ondersteunt met subsidie. Een tweede kracht vind ik de samenwerking tussen de scholen zelf. Vroeger waren dat vooral elkaars concurrenten, nu werken ze binnen de subregio Enschede samen. Binnen de techniek hebben ze elkaar inmiddels gevonden. Al met al zie ik dus heel veel mogelijkheden. Dat geeft perspectief.” MENU

Zoek

bottom of page