top of page

401 resultaten gevonden

  • Vruchtbare brainstorm STO subregio Rijssen Holten voor toekomst STO

    c56478ba-4716-4b11-9be1-e3dff93f2c38 Vruchtbare brainstorm STO subregio Rijssen Holten voor toekomst STO Ook de STO subregio Rijssen-Holten is volop actief met plannen maken voor STO 2025 t/m 2028. Eerder werd het aan STO deelnemende basisonderwijs, samen met het bedrijfsleven, uitgenodigd voor een brainstorm. Op 23 april verzamelden alle deelnemende scholen voor voortgezet onderwijs zich in Kampus in Rijssen. Dennis Boshoeve is de projectleider voor de subregio Rijssen-Holten. Hij organiseerde mede deze brainstorm, inspirerend ingeleid door Marye Teunis-Top, directeur onderwijs op De Waerdenborch en de STO regioleider voor de subregio Rijssen-Holten. Vier deelnemende scholen De vier deelnemende scholen voor voortgezet onderwijs in de subregio Rijssen-Holten zijn De Waerdenborch in Goor en Holten en CSG Reggesteyn, Pius X College en de Jacobus Fruytier Scholengemeenschap in Rijssen. Goed nieuws is dat in de nieuwe STO-periode 2025 t/m 2028 de beide laatste scholen intensiever zullen aanhaken, na een eerdere periode meer in de luwte. Dit zal de samenwerking in de STO subregio Rijssen-Holten alleen maar versterken. Route van het proces Marye Teunis-Top verzorgde de inleiding met uitleg over het proces. De ideeën uit de brainstorm van 23 april gaan mee in de eerste planvorming voor geheel STO Twente. Op een later tijdstip zal de subregio Rijssen-Holten de geopperde suggesties concreet uitwerken langs de parameters planning, inhoud en budgetten. Aan de slag! Vervolgens riep Dennis de deelnemers op groepjes te vormen, met als insteek per groepje zoveel mogelijk een mix te maken van meerdere scholen. De groepjes kregen de uitnodiging om volledig vrij te brainstormen aan de hand van drie vooraf geformuleerde vragen. Elke vraag stond op een groot vel papier met de gelegenheid de antwoorden per vraag te noteren. De vragen zelf? Op welke wijze ga jij een bijdrage leveren aan ‘techniek van de toekomst’?, op welke wijze zou je techniek (meer) kunnen implementeren in het curriculum van je vak? En tot slot: op welke manier zou het netwerk rondom techniekonderwijs versterkt kunnen worden? Inspirerende opbrengst Na afloop van de brainstorm kregen de groepjes de gelegenheid hun ideeën plenair te presenteren. Te veel om hier op te noemen, maar enkele suggesties sprongen eruit: meer uitwisseling tussen de scholen vanuit een database van bewezen methoden en materialen om techniek te promoten bij leerlingen. Ook zou het mooi zijn als er meer ruimte en tijd komt voor docenten om goed te kunnen focussen op STO-activiteiten, naast het al drukke curriculum. Ook een suggestie: meer inzichtelijk krijgen hoe je financiële ondersteuning kunt organiseren voor je ideeën en activiteiten onder de paraplu van STO Twente. En over financiën gesproken: het zou een goed idee zijn om allerlei abonnementen zoals op digitale lesmaterialen te bundelen en zo korting te krijgen. Al met al een brainstorm met twéé opbrengsten: nieuwe ideeën en een nadere kennismaking tussen de collega’s van de vier deelnemende vo-scholen. MENU

  • De combinatie Technolab en Maakboek biedt alle ruimte voor de interesse van elke leerling

    0a7f6c31-8340-4383-926c-4afe3c8c6078 De combinatie Technolab en Maakboek biedt alle ruimte voor de interesse van elke leerling Sinds het najaar van 2023 gebruiken CSG Reggesteyn en De Waerdenborch het Maakboek, door Steamlabs ontwikkeld in opdracht van deze twee scholen voor voortgezet onderwijs. Maakboek is ontworpen om leerlingen van groep 7 en 8 van de basisscholen te enthousiasmeren voor techniek en technologie. De Waerdenborch deelde exemplaren uit aan alle leerlingen van groep 7 en 8 van de Holtense basisscholen die op bezoek komen in het Technolab van De Waerdenborch. Nu, een behoorlijk aantal maanden later, halen we het net op: hoe werkt het Maakboek in de praktijk? Koen Vehof is de beheerder van het Technolab in Holten: “De combinatie Technolab en Maakboek biedt alle ruimte voor de interesse van elke leerling.” Hoe werkt het Maakboek? Koen: “Maakboek telt drie thema’s, met per thema praktische doe-opdrachten met uitleg. De drie thema’s zijn: Digitale vaardigheden, Natuurkundige verschijnselen en Techniek & Technologie. Ook heeft het Maakboek een stickervel. Is een opdracht door een leerling uitgevoerd? Dan kan de leerkracht dit voor de leerling markeren met een sticker op de voortgangskaart. Hiermee bouwt de leerling dus een portfolio op en zie je in één oogopslag wat de leerling allemaal heeft gedaan op het vlak van wetenschap en techniek. Ieder Maakboek is dus persoonlijk. En heel veel proefjes kun je ook prima thuis doen.” Ook een voordeel: moeten de leerlingen voor een proefje ergens inloggen? Dan wijst het Maakboek direct de weg naar gratis accounts voor allerlei ondersteunende programma’s. Kunnen de leerlingen het Maakboek houden? “Zeker! Dat is het hele idee. Het leuke is: het boek wordt steeds dikker en dikker. Stel, ze maken zelf bioplastic? Dan plakken ze het resultaat daadwerkelijk in het boek. Dit persoonlijke portfolio kunnen ze altijd bij zich houden en meenemen als ze naar het voortgezet onderwijs gaan.” Tot slot zit er bij het Maakboek ook een programmeerliniaal. Hoe verhouden de opdrachten in Maakboek zich tot het Technolab? Koen: “De basisscholen kunnen de opdrachten doen waar en wanneer ze maar willen. Voor de meeste opdrachten zijn huis-tuin-en-keuken spulletjes voldoende. Tegelijkertijd biedt ons Technolab materialen om in een soort workshop-vorm met het Maakboek aan de slag te gaan. Als een basisschool hiervoor langskomt, leg ik daarvoor de materialen klaar en kunnen de leerlingen en hun leerkracht zelf besluiten welke opdrachten ze daarmee willen doen.” Hebben de basisscholen veel ondersteuning nodig bij het gebruik van het Maakboek? Koen: “Je moet de basisscholen hierin wel een beetje op weg helpen. Het idee van het Maakboek is dat de leerlingen er zelfstandig mee leren werken. Als we voor hen materialen klaarleggen in het Technolab in relatie tot het Maakboek, dan zien we dat dit stimulerend werkt. De leerlingen zoeken hierin zelf hun weg op basis van hun interesse. Ook helpt het als de leerlingen, als ze met het Maakboek aan de slag gaan, al vaker in het Technolab zijn geweest. Ze hebben dan geleerd vrij te mogen kiezen waarmee ze aan de slag willen gaan.” Wat heeft jullie Technolab geleerd van het Maakboek? Koen: “Weten leerlingen eenmaal hoe het werkt? Dan vinden ze het enorm leuk om er zelf mee aan de slag te gaan. Wel hebben we geleerd dat je steeds nieuwe en korte opdrachten uit het Maakboek moet voorbereiden en daarvoor de materialen en technologie klaar hebt liggen. Het is heel leuk om te zien dat ze vervolgens hun eigen interesses volgen. De ene leerling is liever actief met de handen bezig en de ander vergroot graag zijn of haar digitale vaardigheden. De combinatie Technolab en Maakboek biedt daarvoor alle ruimte.” Heb je een tip voor andere basisscholen van STO Twente die ook met Maakboek willen starten? Koen: “Het is voor het succes van Maakboek heel belangrijk dát je al goede contacten onderhoudt met de basisscholen in je verzorgingsgebied. Wat ons in Holten hielp, is dat er al goede afspraken lagen om W&T-onderwijs vorm te geven via Zwaluwstaarten, nu genaamd Wereldverwondering, voor groep 7 en 8 in het Technolab. Alle aangesloten basisscholen zijn allemaal op hetzelfde moment bezig met dezelfde thema’s, het hele jaar door. Synchroon daaraan bieden wij in het Technolab passende workshops aan. Als je niet samen die start hebt met het basisonderwijs, met alle neuzen in dezelfde richting, dan moet je meer moeite doen om de basisscholen binnen te krijgen in je Technolab.” MENU

  • “We hebben met elkaar mooie activiteiten neergezet “

    26834b6f-7a9a-4149-97d6-c466a3edc022 “We hebben met elkaar mooie activiteiten neergezet “ John van der Vegt is Voorzitter College van Bestuur ROC van Twente. Daarnaast is hij lid van de Stuurgroep van STO Twente. Graag neemt hij de tijd voor zijn visie op STO Twente, inmiddels enige tijd onderweg: “Ik vind dat STO Twente de ambitie zou moeten hebben om de eerste regio te zijn waarin het techniekonderwijs écht ingebed is in de doorlopende leerlijn van po en vo naar mbo en verder.” STO Twente is nu enige tijd in actie. Wat is uw indruk tot nu toe? “We zijn mooi onderweg, zeker als je kijkt naar alle beperkingen door corona bij de start en de tijd daarna. De plannen worden gerealiseerd in het gewenste tempo. Met als doel zoveel mogelijk leerlingen met techniek kennis te laten maken. We hebben met elkaar mooie activiteiten neergezet, speciaal noem ik hierin de realisatie van de Technolabs.” Welk accent ziet u binnen STO Twente graag sterker aangezet? “We zijn nu ruim twee jaar onderweg. STO Twente is vooral geënt op leerlingen vmbo Basis en Kader. Ik ben een voorstander van de verbreding naar vmbo TL en havo. Ook naar po, hoewel die beweging al is ingezet. Anders blijven we in een hele kleine vijver vissen voor wat betreft het aantal leerlingen. Neem de Technolabs, die ik noemde. Daar kunnen we nog veel breder gebruik van maken zoals voor TL’ers en havisten. Daarnaast ben ik er een voorstander van dat het Techniekpact Twente en STO Twente nauwer gaan samenwerken. Ik pleit voor een verdere integratie, want beide dienen hetzelfde doel: hoe maak je techniek aantrekkelijk voor leerlingen en hoe begeleid je hen bij een goede keuze daarin? Dit soort nieuwe stappen bespreken we ook in de Stuurgroep voor STO Twente. Er zijn positieve signalen over de verlenging van het STO-programma na juli 2024. Juist dan zou die verbinding op de lange termijn nuttig en wenselijk zijn. Ik vind dat STO Twente de ambitie zou moeten hebben om de eerste regio te zijn waarin het techniekonderwijs écht ingebed is in de doorlopende leerlijn van po en vo naar mbo en verder. We kúnnen dat in mijn beleving. Ook profiteren we van het feit dat we één van de grootste STO-regio’s in het land zijn vanuit een coherente regio.” Hoe kijkt u tegen de gewenste doorlopende leerlijnen aan in de techniek? “Deze zie ik ontstaan. Wel vind ik dat ook ROC van Twente zaken moet veranderen om daar een onderdeel van te zijn. In het mbo op ROC van Twente stroom je altijd vrij smal in. Je doet Elektrotechniek, Installatietechniek of Mechatronica. Voor de doorsnee vmbo’er is dat een heel erg specialistische keuze. Waar ROC van Twente naartoe wil, is dat je breder kunt instromen, meer in de werelden van techniek. En dat je vervolgens vrij snel je keuze kunt maken in welk techniekprofiel je wilt uitstromen. Daar ligt voor ROC van Twente een opgave, specifiek in de afstemming hiervan.” ROC van Twente heeft belang bij instroom vanuit vmbo-techniek. Ziet u hierin goede tendensen ontstaan? “Dat zien we nog onvoldoende terug in de instroomcijfers. Binnen ROC van Twente kennen we het College Technologie. Dat bleef een aantal jaren groeien, met verleden jaar een terugval. Inmiddels is het aantal studenten hierin nu stabiel. Maar wellicht zitten we nog wat vroeg in het STO-programma om die cijfers in groei terug te kunnen zien. Wel ben ik ervan overtuigd dat het kennismaken door vmbo-leerlingen met technologie in de diverse Technolabs enthousiasme op zal wekken. Vroeg of laat zullen we dit terugzien in de instroom, is mijn verwachting.” U heeft het thema ‘meisjes in de techniek’ ingebracht bij STO Twente. Wordt dit genoeg opgepakt? “We zien stapsgewijs dat het aantal meisjes in de techniek stijgt. Weliswaar heel langzaam, maar toch betekenisvol. Krijg je nu vier of vijf meisjes in een techniekklas in plaats van één? Dan bereik je op een gegeven moment een omslagpunt en een vliegwieleffect. Dus daar ben ik positief over. Om meer meisjes te trekken moeten de open dagen een andere sfeer bieden en breder focussen dan alleen op de techniek. Zoals het beeld schetsen van de energietransitie en duurzaamheid. We merken dat die maatschappelijke context van techniek meisjes aantrekt. Maar ook wil ik meer jongeren met een multiculturele achtergrond in de techniek zien instromen. Vaak hebben zij het verouderde beeld van techniek via hun ouders en de generatie daarvoor. Dat beeld is dat werken in de techniek vies is en schadelijk voor je gezondheid. Dát was het ooit voor de eerdere generaties werknemers uit het buitenland, maar is het niet meer. Er ligt een taak jongeren met een multiculturele achtergrond hiervan te overtuigen.” Docentprofessionalisering in het vmbo is ook een belangrijke doelgroep van STO Twente. Helpt het als zij vaker in de keuken komen kijken op ROC van Twente? “De bedrijfsvakscholen krijgen steeds meer vmbo techniekdocenten langs om kennis op te doen, zoals bij SMEOT. Wat veel mensen niet weten, is dat ROC van Twente een partner is in SMEOT, samen met techniekbedrijven. Dus onze mbo-docenten kómen al veel in aanraking met vmbo-docenten voor kennisuitwisseling. Dit geldt ook voor REMO. Gelukkig zie ik dat nu de eerste goede stappen gezet worden binnen andere techniekopleidingen binnen ROC van Twente zelf. Maar dit kan altijd nog meer, uiteraard. Essentieel in deze uitwisseling is dat je elkaar fysiek kan ontmoeten en dat kan door corona eigenlijk pas weer sinds maart van dit jaar. Zeker techniekdocenten uit mbo en vmbo moet je bij elkaar zetten, het liefst aan een machine. Dat is voor deze groep de beste omgeving voor kennisuitwisseling.” Kijk ook naar onbenut arbeidspotentieel in Twente Tot slot heeft John een aanbeveling: “We moeten, ook voor techniek, veel meer kijken naar het nu nog onbenutte arbeidspotentieel, hier zit veel talent tussen. Voor de regio Twente is de analyse dat we ongeveer 30.000 mensen hebben die meer willen werken of nog helemaal geen baan hebben. Ik vind het heel interessant om ook met het vo te kijken, hoe je via korte opleidingen en modules die mensen naar een baan in de techniek kan leiden. Misschien overstijgt dit enigszins de doelstelling van STO, maar we zouden voor deze groep wel de faciliteiten van STO Twente kunnen benutten.” MENU

  • Vmbo-leerlingen krijgen levensechte simulatie van toekomstig werkveld

    54ca0a8f-1dd8-4009-8cd1-d3494a930a51 Vmbo-leerlingen krijgen levensechte simulatie van toekomstig werkveld STO Twente wil voor vmbo-leerlingen hun keuze voor een technische opleiding stimuleren. De STO-subregio Hengelo sloeg hiervoor de handen ineen met onder andere het Techniekhuis in Hengelo. Bijzonder om te melden is, dat de leerlingen tijdens hun stage op de Schildersvakopleiding stof behandelen uit het vmbo-curriculum voor BWI. Stof die op het C.T. Stork College niet mogelijk was om te behandelden omdat de vereiste instructiemogelijkheden ontbreken. Tom Blaauwgeers, projectleider Sterk Techniekonderwijs regio Hengelo: “Bewust hebben we inmiddels de keuze gemaakt om de leerlingen in de eerste week van hun twee weken stage een soort oriënterende stage te laten lopen, niet bij een bedrijf maar bij een bedrijfsvakschool. Voor de BWI-leerlingen is dit het Techniekhuis in Hengelo geworden. Hier leren ze in die week elke discipline kennen waarin het Techniekhuis lesgeeft: één dag bij de Schildersvakopleiding en twee dagen bij de Bouwschool Twente, beide participanten in het Techniekhuis. Ook gaan de leerlingen in die specifieke week nog een dag op excursie naar het opleidingscentrum InfraVak in Holten. De insteek? BWI-leerlingen zelf laten beleven wat het Techniekhuis hen kan bieden voor een eventuele vervolgopleiding op het gebied van de bouw.” Ook PIE-leerlingen alvast in het mbo aan de slag Uiteraard zijn ook de vierdejaars PIE-leerlingen belangrijk voor de techniek in Twente, benadrukt Tom: “Zij volgen volgens hetzelfde principe als voor de BWI-leerlingen een oriënterende stage op het gebied van installatietechniek bij opleidingsbedrijf IW (InstallatieWerk). Dit is de derde partner van het Techniekhuis. Aangevuld met een stage voor metaal, constructie en mechatronica op het SMEOT. Opgeteld krijgen ook zij hiermee praktisch inzicht in de techniekmodules die worden gegeven op het mbo.” Aansluiting op curriculum Bijzonder om te melden is, dat de leerlingen tijdens hun stage op de Schildersvakopleiding stof behandelen uit het vmbo-curriculum voor BWI. Stof die op het C.T. Stork College niet mogelijk was om te behandelden omdat de vereiste instructiemogelijkheden ontbreken. Tom: “Als resultaat van hun inzet op dit vlak tijdens hun stage krijgen ze hiervoor een concreet en officieel cijfer op basis van een beoordeling.” Levensechte simulatie van toekomstige werkveld Bert Hooijsma, directeur van de Schildersvakopleiding Hengelo: “De vmbo-leerlingen maken bij ons kennis met het soort opdrachten dat wordt gegeven in een techniek-vervolgopleiding op mbo-niveau. Niet alleen techniekinhoudelijk, maar ook voor wat betreft de vak- en leerhouding die gangbaar is op het mbo en uiteraard ook in het bedrijfsleven. Want wij zijn als praktijkopleiders de vertegenwoordigers van techniekbedrijven. Ze kunnen hier ruiken en voelen wat ze straks concreet in het bedrijfsleven gaan tegenkomen. Hier bieden onze vak-instructeurs een levensechte simulatie van hun toekomstige werkveld. Nieuwe aanwas voor techniek de juiste handen en voeten te mogen geven, is enorm inspirerend en mooi om te doen.” Ook inspirerend voor docenten Philip Unverzagt, docent BWI bij het C.T. Stork College: “Ik begeleid hier onze leerlingen. We zijn hier te gast en ik kijk of alles goed verloopt.” Tom: “Voor onze techniekdocenten snijdt het mes aan twee kanten. Uiteraard gaan zij mee om de leerlingen te begeleiden bij het kennismaken met alle disciplines van het Techniekhuis. Ook willen we een jobrotation opzetten, dit betekent dat de docenten van onze school én de vak-instructeurs van het Techniekhuis lessen van elkaar gaan bezoeken. Zowel vakinhoudelijk als didactisch-pedagogisch is er over en weer van alles van elkaar op te steken.” Ook ouders spelen een rol in de keuze voor techniek van hun kinderen. Bert: “We hebben het plan opgevat om de ouders van de bezoekende vmbo-leerlingen zelf te laten ervaren wat hun kinderen hier doen. Ook willen we de leraren van het C.T. Stork College meenemen in wat hun leerlingen gaan tegenkomen. Die know-how kunnen zij weer mee naar school nemen in hun lessen. Bedoeld om hun leerlingen nog beter voor te bereiden op wat er gaat komen in het technische werkveld." MENU

  • Tussentijdse evaluatie leerlingenaantallen STO Twente

    2034dc5b-303f-4933-8f6b-aee16bb048e3 Tussentijdse evaluatie leerlingenaantallen STO Twente Met elkaar zetten we er vanuit STO Twente stevig de schouders onder. Het programma STO Twente loopt inmiddels 3,5 jaar, geteld vanaf de start in het schooljaar 2019-2020. Thaisa Rougoor is Onderwijskundige en lid van het regionale programmateam STO Twente. Zij onderzocht welke effecten er nu al te zien zijn in de leerlingaantallen technisch vmbo en de doorstroom naar het mbo. De belangrijkste conclusie? Thaisa: “Meer Twentse vmbo-leerlingen kiezen een technisch profiel. De instroom in technische profielen vertoont een lichte stijging in vergelijking met de andere profielen. Ons doel met STO Twente was stabiliteit krijgen in de aantallen ten opzichte van 2019. En nu zien we dus een lichte stijging, een positieve verrassing.” Monitoren en evalueren Thaisa: “Graag willen we bepalen of de doelstellingen van Sterk Techniekonderwijs regio Twente daadwerkelijk gehaald zijn of worden. Dit betekent dat we de STO-activiteiten in Twente zowel monitoren als evalueren. Denk aan voortgangsrapportages, zelfevaluaties, panelgesprekken en dus ook kwantitatieve gegevens verzamelen. Deze kwantitatieve data geven inzicht in de effecten van de STO-activiteiten op langere termijn.” Het gaat hier om de data van vmbo-scholen met een technisch profiel in BBL, KBL en GL die aangesloten zijn bij het programma van STO Twente. Procentuele stijging met 2,6% Sinds de start van Sterk Techniekonderwijs Twente kiest een groter deel van de vmbo-leerlingen voor een technisch profiel ten opzichte van andere profielen. Thaisa: “Het aandeel technische vmbo-leerlingen vergeleken met het totale aantal vmbo-leerlingen is procentueel gestegen met 2,6%. Hier zien we dus een opmerkelijke verschuiving.” Wel is er sprake van een daling van absolute aantallen leerlingen in het technisch vmbo. Ook opmerkelijk: het aantal BWI-leerlingen in Twente is aan het groeien terwijl de profielen MVI en M&T in absolute aantallen leerlingen gelijk blijven. Thaisa: “Aan het demografische gegeven kunnen we niets doen. Bij het opstellen van ons activiteitenplan in 2019 hebben we deze verwachtingsprognose ook als reële situatie meegenomen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de reeds verwachte krimp van leerlingaantallen in het vmbo in Twente.” Stabiele instroom technische mbo-opleiding Een belangrijk doel van STO Twente is om leerlingen die voor een technisch profiel kiezen daadwerkelijk te laten doorstromen naar een technisch mbo-profiel. Thaisa: “Het aantal technische vmbo-leerlingen in Twente dat kiest voor een technische mbo-opleiding blijft stabiel gedurende de afgelopen vier schooljaren. Een heel groot deel van onze vmbo-leerlingen met een technisch profiel stroomt door naar een technische mbo-opleiding. Leerlingen met een PIE-profiel stromen het vaakst door naar een technische mbo-opleiding. Om precies te zijn: 86 tot 92% van de leerlingen.” Thaisa stipt hierbij aan dat onderzoek zou uitwijzen dat PIE-leerlingen eigenlijk altijd al vroeg en heel bewust voor techniek kiezen: “Zij zijn steady in hun keuze en dat zien we terug in de doorstroom naar het technisch mbo.” Meer meiden in het technisch vmbo Eén van de doelstellingen van STO is om de instroom in het technisch vmbo te bevorderen. Meiden zijn één van de doelgroepen waar de STO-activiteiten op gericht zijn. Vanaf de start van STO Twente in schooljaar 2019-2020 is er onderzocht welke effecten er optreden in het aantal en aandeel meiden in het technisch vmbo in Twente. Thaisa: “In het schooljaar 2022-2023 koos in Twente i21,5% meer meiden voor een technische vmbo-opleiding dan het schooljaar daarvoor. Ook het aandeel meiden in het technisch vmbo ten opzichte van jongens stijgt de afgelopen jaren van 9,3% naar 12,7%. Dit sluit aan bij de landelijke trend waarbij meiden steeds meer kiezen voor een technische opleiding. In Twente is deze trend dus ook zichtbaar. In de komende STO-jaren zullen we nog meer activiteiten kunnen ontplooien om onder andere deze doelgroep nog meer aan te boren.” Onderlinge verschillen subregio’s STO Twente STO Twente is één van de grootste STO-regio’s van Nederland opgebouwd uit vijf subregio’s: Hengelo, Oldenzaal, Enschede, Rijssen - Holten en Almelo e.o.. Laten de kwalitatieve cijfers daarin eigenlijk subregionale verschillen of nuances zien? Thaisa: “In onze rapportages focussen we uiteraard ook op de analyses per subregio. Daar zien we verschillen in, en dat is begrijpelijk. De ene subregio vertoont een daling in het aantal leerlingen dat een technisch profiel kiest, de andere subregio blijft stabiel en weer een volgende subregio laat een sterke stijging zien. We informeren de subregio’s hierover en gaan met hen over de data in gesprek. Natuurlijk realiseren wij ons ook dat je niet altijd direct een verband kunt leggen tussen de activiteiten van STO Twente en de data want scholen hebben ook hun specifieke beleids- en strategische keuzes die hier al of niet invloed op hebben. De activiteiten van STO Twente zou je dus moeten meewegen in een groter kader.” Toelichting op verantwoording richting ministerie STO Twente schreef een monitoring- en evaluatieplan. Hierin nemen we kwantitatieve gegevens op en analyseren deze. Dit doen we op eigen initiatief en vormt een onderdeel van onze verantwoording richting de overheid. Met dit monitoring- en evaluatieplan kunnen we aangeven dat we de goede dingen aan het doen zijn, dat we kwaliteit leveren en dat de optelsom hiervan ook daadwerkelijk iets óplevert. Naast de kwantitatieve gegevens verzamelen we ook inzichten op basis van panelgesprekken in alle subregio’s. Uiteraard voeren de subregio’s intern ook zelfevaluaties uit. En vanuit de projectgroep STO Twente leveren we voortgangsrapportages op. Al deze opbrengsten opgeteld gebruiken we als verantwoording richting het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), maar uiteraard ook om onszelf te verbeteren. Meer weten? https://www.sterktechniekonderwijs.nl/regio/twente/nieuws/sto-twente-introduceert-praktisch-monitoring-en-evaluatieplan MENU

  • Docenten BWI professionaliseren met cursus dakdekken

    b2a9cc61-32f9-4967-bd48-9ecf95bf9335 Docenten BWI professionaliseren met cursus dakdekken Docentenprofessionalisering is een belangrijke activiteit van STO Twente. Bijvoorbeeld de docenten BWI van C.T. Stork College in Hengelo maken hier stevig werk van. Zo namen Dennis Winters, Jasper Lucas en Philipp Unverzagt begin juni deel aan de landelijke BWI-dag in Apeldoorn. Overigens samen met veel andere BWI-collega’s uit de andere subregio’s van STO Twente. Philipp: “Tijdens deze dag kwam STO regelmatig aan de orde.” Ook volgde dit bevlogen onderwijstrio inmiddels een cursus dakdekken voor het nieuwe keuzedeel ‘Daken en kapconstructies’: “Onvoorstelbaar hoe snel ook hier de ontwikkelingen gaan”, aldus het drietal docenten. Philipp, Jasper en Dennis schetsen de achtergrond: “In schooljaar 2023 – 2024 starten wij op het C.T. Stork College in het vierde jaar met een nieuw keuzedeel Daken en kapconstructies. Alle BWI-leerlingen gaan dit verplicht doorlopen. Alles wat we al doen rondom dakconstructies nemen we hierin mee. Nieuw is dat we het onderdeel Dakdekken onder dit keuzedeel scharen. We zijn alle drie als BWI-docenten erg geïnteresseerd in deze materie en zagen in dat de innovaties binnen dakdekken inmiddels een vlucht hebben genomen.” Versteld van alle technische innovaties Philipp, Dennis en Jasper volgden de cursus dakdekken vanuit Tectum, de stichting voor dakvakmanschap en dé opleider voor de platte dakenbranche: “Hun instructeurs namen de moeite om naar C.T. Stork College te komen om ons hier op te leiden. Dat scheelde ons ook nog eens heel veel tijd.” Tijdens de training stonden Philipp, Jasper en Dennis versteld van alle technische innovaties: “Het gaat nu heel anders dan vroeger. Wij wisten dat als wij het onderdeel dakdekken binnen het nieuwe keuzedeel “Daken en kapconstructies” goed wilden kunnen geven, wij eerst moesten worden bijgeschoold. Immers, onze professionalisering dient ertoe dat wij deze nieuwe stof vlekkeloos op de leerlingen kunnen overbrengen.” Leerlingen voorbereiden op werkveld Werd dakbedekking vroeger aan elkaar gebrand, nu zijn er andere technieken voorhanden vanwege het brandgevaar. Zoals het veel veiliger aan elkaar föhnen met warme lucht van elkaar overlappende en uiteindelijk waterdichte delen dakbedekking.” Jasper: “Dat speelt vooral als je op een plat dak de dakbedekking aanbrengt onder een kapconstructie. Bij uitstek plekken met brandgevaar als je daar een traditionele brander gebruikt. Met de techniek waarbij je een föhn met hete lucht gebruikt komt er helemaal geen vuur meer aan te pas. Deze techniek hebben we tijdens de cursus geleerd en leerlingen komen dit later ook in het werkveld tegen als zij hiervoor kiezen.” Omdat de drie BWI-docenten bij Tectum de cursus dakdekken hebben gevolgd, ontvingen zij ook een starterspakket met instructiematerialen. Beroepsoriëntatie Dakdekker platte daken Vmbo-leerlingen, ook uit Twente, uit het tweede t/m het vierde leerjaar, kunnen bij Tectum een drie uur durende beroepsoriëntatie volgen. Op die manier ontdekken ze of dakdekken, vallend onder het nieuwe keuzedeel Daken en kapconstructies, iets voor hen is. Hierbij maken de leerlingen kennis met de kenmerken van het beroep, de gereedschappen en verschillende dakbedekkingsmaterialen. Ook demonstreert een vaktechnisch docent verschillende technieken. Daarna gaan de leerlingen onder begeleiding zelf aan de slag. Zij branden bitumen en föhnen pvc. Philipp: “Vanuit C.T. Stork College zouden we met de leerlingen BWI graag aan deze beroepsoriëntatie deelnemen vanaf het schooljaar 2023-2024.” En raken de leerlingen in de ban van dakdekken? Dan kunnen deze leerlingen na het afronden van het vmbo een officiële mbo opleiding volgen bij Tectum. Sponsoring door BMN Bouwmaterialen Hengelo Jasper heeft tot slot nog een belangrijke aanvulling: “Binnen het keuzedeel “Daken en kapconstructies” komt er uiteraard ook aandacht voor hellende daken. Leerlingen gaan hiervoor samen werken aan een kapconstructie. Daar hebben we materialen voor nodig zoals geïsoleerde dakplaten met dakpannen erop. BMN Bouwmaterialen Hengelo gaat ons met deze materialen sponsoren door deze aan te leveren. Daar zijn we hen heel dankbaar voor.” MENU

  • Masterclasses techniek SG Canisius: bewust kennismaken met ambachtelijke én nieuwe technieken

    2d5d5466-b8af-4bd5-85b4-dd1e19e4cf05 Masterclasses techniek SG Canisius: bewust kennismaken met ambachtelijke én nieuwe technieken Scholengemeenschap Canisius in Tubbergen is een actieve STO-partner. Neem de masterclasses techniek voor de basisscholen uit Tubbergen en omgeving. Inmiddels haakten ruim tien scholen enthousiast aan, een groot succes. Tussen 17 april en 16 juni vindt de serie masterclasses op maandag en vrijdag plaats. Kennismaken met alle techniekmogelijkheden Martine Westerhof is docent Techniek en D&P op het Canisius en organisator van de masterclasses techniek: “Alle deelnemende basisscholen vallen onder de scholenkoepel TOF Onderwijs. De Talentlessen zijn drie periodes van elk 6-8 weken. Leerlingen kiezen dus drie verschillende talentlessen waaraan ze deelnemen. Ik verzorg alleen de Talentles ‘Werken met hout”. Het gaat om leerlingen uit groep 8. Ook combinatiegroepen van 7 en 8 komen voor. In één middag maken ze kennis met de veelzijdigheid van techniek door te werken met hout, zowel met de ambachtelijke variant als met moderne technologie. De leerlingen ontwerpen en maken een sleutelhanger in de vorm van hun initiaal. Dit betekent dat ze ambachtelijk figuurzagen, schuren, een gaatje boren voor de hanger en hun initiaal aanbrengen. Maar ook maken ze een tweede variant sleutelhanger door deze eerst digitaal op de laptop te ontwerpen. Vervolgens kunnen ze dit ontwerp onder begeleiding met de Makeblock Laserbox laten uitsnijden en laseren. De leerlingen gaan dus bewust met traditionele en moderne technieken aan de slag. We willen hen kennis laten maken met alle mogelijkheden.” Mes snijdt aan twee kanten Het mes van de masterclasses techniek snijdt aan twee kanten, licht Martine toe: “Het is sowieso fijn voor de leerlingen van de basisschool dat ze op het Canisius al een keer een lesje hebben meegedraaid. Ze proeven de sfeer, zien de school van binnen en krijgen de manier van werken op de middelbare school al een beetje mee. Maar daarnaast vinden we het ook heel belangrijk om leerlingen zo vroeg mogelijk in hun schoolloopbaan te enthousiasmeren voor techniek. Naast de bekende handelingen zoals timmeren, willen we hen via de masterclasses meegeven dat er heel veel (moderne) beroepen binnen de techniek mogelijk zijn. We merken dat de kinderen hier heel nieuwsgierig naar zijn en precies willen weten hoe techniek en technologie werkt. De meeste leerlingen komen enthousiast binnen en staan open voor allerlei nieuwe leerervaringen.” Begeleiding door onderwijsassistent SG Canisius geeft de masterclasses techniek nu nog in haar technieklokaal. Martine: “Het zit in de planning dat we ook ons eigen Technolab gaan krijgen.” De leerlingen worden tijdens de masterclasses techniek vergezeld door hun leerkracht. Martine: “De masterclasses voer ik samen met mijn collega Hans Wassink uit. Hij is onderwijsassistent, technisch aangelegd, en heeft veel interesse in moderne technologie zoals robotica.” Hans: “Ik ondersteun onder andere het techniekonderwijs. Ik ben redelijk technisch en autodidact. Bijvoorbeeld ICT kent voor mij geen geheimen, dus kan ik de leerlingen ook begeleiden bij de inzet van de Makeblock Laserbox in deze masterclasses. De jeugd denkt vaak dat ze digitaal goed onderlegd is, maar het hier leren programmeren voor Makeblock is toch echt een ander verhaal. Ik vind het heel leuk hen daarin te begeleiden.” Van CKV naar techniekles Hoe kwam Martine eigenlijk terecht in het vak van techniekdocent? Martine: “Ik heb altijd hoofdzakelijk beeldende vorming gegeven en ook ckv. Toen kwam er vanwege pensionering een plek vrij om techniekles te geven. Dat trok mij om meerdere redenen. De nauwkeurigheid van werken vind ik interessant, maar vooral dat je technieklessen heel duidelijk kunt richten op wat de leerlingen later in hun beroepen kunnen gaan tegenkomen. Kortom, in het geven van techniekles zag ik veel meer mogelijkheden, ook omdat het altijd in ontwikkeling is. Ook de samenwerking met bedrijven trok mij.” Martine onderschrijft de doelen van STO: “We zoeken de samenwerking met techniekbedrijven op en ook ben ik mee geweest op de studiereis van STO Twente naar Brabant in november verleden jaar. Verder hebben we bijvoorbeeld met de basisschool in Geesteren meer de samenwerking opgezocht. En zij hebben de eerst ronde masterclasses bij mij gedaan vorig jaar.” Basisschool Kadoes uit Albergen Basisschool Kadoes uit Albergen bezocht op 15 mei de masterclass techniek met 14 kinderen uit groep 8, samen met hun leerkracht Ilona: “We ruimen hier graag tijd voor in. Techniekonderwijs is een ondergeschoven kindje. Onze school vindt dat alle kinderen van alle niveaus in aanraking moeten komen met alle technieken die er zijn. Op onze eigen basisschool hebben we ook techniekmiddagen, zo’n zes tot acht keer per jaar. Dit is een vast element in ons curriculum. Deze masterclass techniek op het Canisius sluit daar mooi op aan. De kinderen zijn super enthousiast. Om leerlingen in techniek te begeleiden hoef je zelf, als leerkracht, niet enorm technisch te zijn. Ik beheers bepaalde technieken en collega’s weer andere. Zo pakt elke collega een stukje techniekles op, van figuurzagen tot bandenplakken. Ik denk dat elke basisschoolleerkracht aandacht aan techniek zou moeten besteden, ongeacht of je er nou goed in bent of niet.” MENU

  • Keuzevak Bouw en Woonrijp Maken slaagt door goede samenwerking

    63e370f2-67e3-40e2-a3a1-6db0acd72d43 Keuzevak Bouw en Woonrijp Maken slaagt door goede samenwerking Bouw- en Woonrijp Maken is een gloednieuw keuzevak van het Canisius in Tubbergen. Centraal staat de samenwerking met het opleidingsbedrijf InfraVak in Holten en de bedrijven Kruse Groep uit Geesteren, Aannemersbedrijf Gerwers uit Tilligte en Gebr. Poppink uit Reutum. Maar liefst drie bedrijven werken voor dit keuzevak collegiaal samen. InfraVak is dé vakopleider, samen met het ROC van Twentein de grond-, weg en waterbouwsector (GWW). Marleen Peddemors is vanuit het Canisius de drijvende kracht achter dit keuzevak: “De drie bedrijven, InfraVak, ROC van Twente en het Canisius hebben er heel bewust voor gekozen om het mooie infravak sámen uit te dragen.” Verbreden vanuit D&P Marleen Peddemors legt het systeem achter dit keuzevak enthousiast uit: “We zijn een pilot begonnen met zeven leerlingen in de derde klas, en dat aantal is ook echt de limiet. Onze school biedt alleen het profiel D&P aan. Maar daarbinnen laten we de leerlingen allerlei uitstapjes maken naar de profielen BWI, Groen, PIE en meer. Daar past onze inzet op dit keuzevak ook goed bij. De leerlingen die voor het keuzevak Bouw- en Woonrijp kiezen werken graag met de handen en willen richting loonwerk, het hoveniersvak, werken als kraanmachinist of grond-, weg- en waterbouw. Dit keuzevak geeft hen nét het juiste opstapje om zich inhoudelijk goed te kunnen oriënteren. Bij hun daadwerkelijke vervolgstudie in welke richting van infra dan ook, geeft dit deze leerlingen alvast een zachtere landing.” Introductie én verdieping De leerlingen krijgen in totaal zeven lessen. Marleen: “De introductie vond plaats bij de InfraVak in Holten door Henk Roessink van het ROC van Twente. Daar kregen ze les over veiligheid en konden ze proeven en ruiken aan alle facetten van de infra. Vooral bedoeld om al enthousiasme te kweken.” Na deze introductie gingen de leerlingen twee keer aan de slag bij elk van de drie deelnemende bedrijven, dus zes bedrijfsbezoeken in totaal. ‘Grondige’ aanpak Bij Kruse Groep lag de focus op boren en grondonderzoek. Bij hun tweede bezoek aam Kruse Groep hebben de leerlingen bepaalde opdrachten uitgezet en uitgelezen met een laser. Ook leerden ze rechte hoeken en piketten uitzetten. Eveneens leerzaam: onze Nederlandse bodem ligt vol met leidingen, je kunt niet overal zomaar de spade in de grond zetten. Marleen: “De leerlingen leerden met een zogeheten CLIC-systeem vast te stellen waar er bijvoorbeeld water- en gasleidingen liggen onder de grond.” Veelzijdig aan de slag Bij Gerwers mochten de leerlingen mee naar een bouwproject in Hengelo, netjes gebracht in een taxibusje. Marleen: “Hier gingen de leerlingen concreet aan de slag met rioolaanleg en ontdekten zij hoeveel nauwkeurigheid daar bij komt kijken. Ook leerden ze welke soorten grond je allemaal tegen kunt komen, van leem en zand tot en met klei. En vooral ook: hoe gedraagt die grond zich als je daar in en op gaat bouwen?” Bij het tweede bezoek aan Gerwers lag het accent op het werk rondom duikers, zoals het plaatsen van platen en het nauwkeurig voorbewerken met een graafmachine.” Tot slot brachten de leerlingen twee bezoeken aan Gebr. Poppink in Reutum: “Naast grondwerk leerden de leerlingen hier ook van alles over straatwerk.” Afsluiting bij InfraVak Marleen: “Tot slot organiseren we in juli een afsluiting van het keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken bij InfraVak. Uiteraard nodigen we hier de ouders ook voor uit. De leerlingen presenteren dan wat zij hebben geleerd bij de verschillende bedrijven. Elk groep leerlingen geeft een presentatie over één van de drie deelnemende bedrijven. Van belang ook als reflectie naar de bedrijven toe: is er bij de leerlingen overgekomen wat zij voor ogen hebben gehad?” Ook belangrijk: InfraVak vertelt de leerlingen en hun ouders ook welke vervolgopleidingen er mogelijk zijn. Goede samenwerking met alle partners Bij de meeste keuzevakken werkt een school samen met één bedrijf, maar voor dit keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken slaagde het Canisius erin om maar liefst drie bedrijven te betrekken. Marleen: “Tijdens ons Talent Event in oktober 2023 werkten we ook al samen met deze bedrijven, dus die basis lag er al. Alle drie de bedrijven heb ik ons plan uitgelegd voor dit keuzevak. Wat dan helpt, is dat bij deze bedrijven ook al leerlingen van het Canisius stage lopen. De bedrijven, InfraVak, ROC van Twente en het Canisius hebben er heel bewust voor gekozen om het mooie en toekomstrijke infravak sámen uit te dragen. De bedoeling was om leerlingen én kennis te laten maken én warm te maken voor ons vak. We hebben het hele programma dan ook samen in elkaar gezet en de eindtermen gewaarborgd.” Pedagogisch-didactische ondersteuning Marleen: “Ook hebben we de bedrijven ondersteuning aangeboden bij het pedagogisch-didactisch goed onderbouwen van de bedrijfsbezoeken. Maar de bedrijven deden het fantastisch door de theorie heel goed uit te leggen vanuit de praktische invalshoek. Bijvoorbeeld Peter Gerwers legde heel goed uit dat je op de bouwplaats áltijd oogcontact moet maken en houden met de mensen op de machines. Vervolgens brachten ze dat op de bouwplaats bij de leerlingen heel praktisch in de praktijk door te vragen aan de leerlingen: “Wat moet je altijd doen op de bouwplaats?” Dat soort tips uit de praktijk zijn al fantastisch voor de leerlingen.” En het mooie is: alle bedrijven en ROC van Twente en InfraVak hebben inmiddels toegezegd om vólgend jaar opnieuw vol mee te doen met dit keuzevak. Er is zelfs al belangstelling vanuit andere InfraVak scholen in den lande. Reactie InfraVak Kim Wever-Brinkman is bij InfraVak verantwoordelijk voor marketing en communicatie: “Het is voor InfraVak de eerste keer dat we met een school zó intensief samenwerken met drie bedrijven voor een keuzevak. Wel willen we dit soort initiatieven heel graag uitbreiden naar meerdere scholen, want de samenwerking met het Canisius en de bedrijven bevalt ons heel goed. We hebben hiervoor drie bedrijven bij elkaar gebracht en zelf vinden zij het ook heel leuk en belangrijk om hier tijd en aandacht aan te besteden. Het kost hen uiteraard tijd en energie, maar we proeven nu al dat de bedrijven volgend jaar zó weer mee zouden doen met dit keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken. Voor ons heel belangrijk, want ook infratechniek heeft te maken met een geringere instroom van jong talent. We moeten steeds meer doen om dezelfde instroom op peil te houden. Onze lid-bedrijven zoeken allemaal BBL-leerlingen, maar we kunnen niet aan de vraag voldoen. Daarom steken we graag ook energie in STO Twente. We wáren al actief in het vmbo en nu ook meer met STO Twente. Infratechniek is toch nog een onbekende sector voor de jeugd. We gaan al naar scholen, geven voorlichting en workshops en organiseren excursies. Maar met dit nieuwe keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken krijg je ze veel directer en gerichter binnen.” MENU

  • Keuzevak BWI bij De Groot Vroomshoop direct een succes

    8347341d-6580-4593-b292-b445e4066ee8 Keuzevak BWI bij De Groot Vroomshoop direct een succes Bij de Groot Vroomshoop Groep in de STO subregio Almelo e.o. draait een bijzonder BWI-project, met verschillende deelnemende scholen. Harry Rodijk is docent BWI bij CSG Het Noordik, één van de bij het project betrokken scholen: “De leerlingen komen altijd anders terug van een keuzevak in het technisch bedrijfsleven. Ze hebben écht kunnen ruiken aan de grote-mensen-wereld. Die bezoeken bepalen mede hun keuze voor techniek.” Eén de leerlingen gaat na het keuzevak bij de Groot Vroomshoop hier ook zijn vervolgopleiding (BBL) volgen. Harry is betrokken bij STO Twente vanuit de activiteit die zich erop richt keuzedelen uit het curriculum onder te brengen bij het technisch bedrijfsleven: “In november heb ik timmerfabriek De Groot benaderd voor samenwerking op een keuzevak. Het bedrijf zit vlak bij het Noordik en in het verleden mochten we daar al eens komen kijken met leerlingen. Er lag dus een connectie. Zelf kom ik oorspronkelijk uit de bouw en het klikte meteen met de directie, Gerard Beltman en Wim Sturris. Je spreekt toch dezelfde taal en kunt snel tot zaken en afspraken komen. Ons gezamenlijke doel? Techniekleerlingen zich breed laten oriënteren in het bedrijfsleven. Neem een timmerfabriek: ze kennen het misschien van een plaatje, maar verder hebben ze geen idee, Tegelijkertijd zijn deze leerlingen voor de bedrijven een toekomstige poule voor talent en nieuwe medewerkers. Er ligt een wederzijds belang.” Gastvrije oriëntatie tijdens acht weken Het plan werd snel met Twentse doortastendheid gesmeed. Harry: “Een groep leerlingen van Pius X en CGS Het Noordik mocht meelopen om zelf te ervaren hoe het is en voelt in een timmerfabriek. Simon Damink was de begeleidende docent van Pius X. Gerard en Wim stelden hun deuren acht weken open voor onze leerlingen. Op vier afdelingen oriënteerden de leerlingen zich twee middagen, dus in totaal acht middagen verspreid over acht weken.” De keuze voor de afdelingen gaf de leerlingen een breed beeld, van daken en gevels tot en met de afdeling die zich richt op gelijmde houten constructies. Op 12 januari begon de cyclus van bezoeken en het laatste bezoek vond plaats op 16 maart. Indrukwekkende ontvangst leerlingen Harry kijkt positief terug op de 8-weekse cyclus van bezoeken op de woensdagmiddag: “De Groot is ook heel positief. Zo gaf adjunct-directeur Michiel Vincent op de eerste middag op 12 januari een uitnodigende introductie van het bedrijf aan de leerlingen, met ook uitleg over veiligheid. Inclusief gebak en ontvangst in de directiekamer. Vervolgens kwamen de bedrijfsleiders van de deelnemende afdelingen de leerlingen persoonlijk ophalen. De Groot heeft er écht werk van gemaakt en haalde een aantal mensen hiervoor zelfs uit het productieproces. Eenmaal op de afdelingen zelf kregen ze alles te zien en overal uitleg over, perfect geregeld.” Eén leerling al direct overtuigd Eén van de leerlingen weet nu al dat hij na het vmbo graag naar een mbo 4 opleiding gaat: “De Groot vond het prima dat speciaal deze leerling zou meekijken op de tekenkamer. Daar maak je toch weer een heel ander facet van het bedrijf mee dan puur op de werkvloer. De medewerking vanuit De Groot was ook hier enorm. Wel jammer dat corona dit geplande bezoek uiteindelijk verhinderde, maar toch: de flexibiliteit bij De Groot is prettig en professioneel. Deze jongen gaat tijdens zijn vervolgopleiding zeker proberen hier een stageplek te vinden want de interesse in dit mooie bedrijf is bij hem in die acht weken gewekt.” Koersen op herhaling De insteek is dat deze eerste cyclus van acht weken zich volgend jaar herhaalt. Harry: “Ook De Groot heeft de hoop uitgesproken dat dit initiatief het begin is van een langdurige samenwerking tussen bedrijfsleven en technisch onderwijs. We merken inmiddels dat het werkt: mede door de keuzevakken in samenwerking met technische bedrijven maken vmbo-leerlingen gerichte keuzes voor techniek. We zagen dat ook terug bij het keuzevak metselen bij opleidingsbedrijf Bovo. Drie leerlingen die daaraan meededen kiezen nu overtuigd voor het metselvak. De inzet van STO Twente op keuzevakken draagt hier concreet aan bij. De leerlingen komen er altijd anders van terug, ze hebben écht kunnen ruiken aan de grote-mensen-wereld.” Grote slagvaardigheid STO Twente Voor Harry Rodijk zelf was het project ook leerzaam: “Binnen STO Twente kom je praktische mensen tegen met onderwijs- en bedrijfservaring. We kunnen langs korte lijnen snel met elkaar schakelen en een goed plan neerleggen. We weten hoe de leerlingen van nu het ervaren omdat we die weg zelf min of meer ook zo hebben afgelegd.” MENU

  • Gepensioneerde en bevlogen techniekveteraan Jan Tijhuis helpt STO Twente bij Keuzevak Booglassen

    bc5b5df9-f6a8-4517-aec3-67b4cb3519bf Gepensioneerde en bevlogen techniekveteraan Jan Tijhuis helpt STO Twente bij Keuzevak Booglassen STO Twente focust op meer vmbo-leerlingen in de techniek. Maar waar zouden we zijn zonder de unieke inzet van techniekveteranen zoals Jan Tijhuis uit Vroomshoop? Inmiddels 70 jaar is deze techniekdocent, en met pensioen, maar met hart en ziel begeleidt hij als praktijkopleider bij Hofman Staalbouw de leerlingen van CSG Het Noordik bij het Keuzevak Booglassen, samen met zijn collega Dennis Bakker: “Elk nieuw techniektalent voor Twente is er één.” Van bedrijfsleven naar onderwijs Op z’n 15e startte Jan in het metaalvak bij Stork en werkte hij lange tijd bij verschillende bedrijven. Al snel ontwikkelde hij zich als praktijkopleider metaalbewerking bij meerdere metaalwerkgevers waaronder Hofman Staalbouw in Vroomshoop. In 2002 volgde hij zijn pedagogische hart en startte hij als zij-instromende techniekdocent in het Praktijkonderwijs in Hardenberg tot aan zijn pensionering in 2017: “Ook in 2002 was er al een tekort aan techniekdocenten. Ik ben altijd een groot pleitbezorger geweest van Praktijkonderwijs; daar zit veel talent tussen voor de metaaltechniek.” Brug slaan tussen werkvloer en schoolklas In zijn baan als techniekdocent in het Praktijkonderwijs hielp het uiteraard enorm dat Jan jarenlang zelf ervaring met metaalbewerking had opgedaan op de werkvloer: “Je weet tot in detail wat er speelt in een metaalbedrijf en kunt die ervaringen rechtstreeks op de leerlingen overbrengen. Ik spreek de taal, weet uit de praktijk hoe lang ze over een werkstuk mogen doen en wat daarvoor nodig is. Met die kennis uit de praktijk help ik het techniekonderwijs in één keer een stuk vooruit. Op grond van die ervaring heb ik voor het Praktijkonderwijs in Hardenberg de opleiding Basisvaardigheid Metaal ontwikkeld en op school ingevoerd. Dat trok de belangstelling van andere Praktijkscholen in Twente. Die kennis heb ik van harte gedeeld.” Ook na pensionering beschikbaar voor Hofman Staalbouw Naast zijn werk als techniekdocent in het Praktijkonderwijs bleef Jan in al zijn werkzame jaren ook nog actief als praktijkopleider voor onder andere Hofman Staalbouw in Vroomshoop: “Ik ben inmiddels vijf jaar met pensioen en Hofman Staalbouw is het enige bedrijf waarvoor ik mij op het onderwijsvlak nog inzet. Zij kunnen nog steeds een beroep doen op mijn ervaring, bijvoorbeeld voor onze BBL-leerlingen die naar het ROC gaan. Lesgeven in de techniek vind ik nog steeds machtig mooi, vandaar.” Hofman Staalbouw is officieel gecertificeerd leerbedrijf in de metaal en techniek evenals gecertificeerd lasopleider. STO Twente mag Jan Tijhuis dankbaar zijn Van die tomeloze inzet van Jan profiteert nu ook STO Twente. Jan: “We hebben altijd een warme band onderhouden met CSG Het Noordik, de vmbo-school uit Vroomshoop. Er zijn goede contacten met Eric Raanhuis, docent PIE op CSG Het Noordik. Zij hebben ons vorig jaar benaderd of we vmbo-leerlingen wilden ontvangen voor het aanbieden van het Keuzevak Booglassen in de eigen opleidingsschool van Hofman Staalbouw. We hebben hier alle faciliteiten om booglassen aan deze leerlingen te kunnen onderwijzen inclusief een stukje theorie. Uiteraard zijn we officieel gecertificeerd om op alle niveaus lasonderwijs te geven. Op dit verzoek van CSG Het Noordik hebben we direct positief gereageerd. We zien hier het maatschappelijk belang van in en het zou helemaal fantastisch zijn als er onder deze jonge vmbo’ers een toekomstige collega blijkt te zitten.” Techniektalenten spotten Inmiddels gingen op woensdagmiddag enkele vierdejaars leerlingen voor het Keuzevak Booglassen naar Hofman. Op dit moment is er nog één derdejaarsleerling die op maandagmiddag het Keuzevak Booglassen volgt. Jan: “Daar zit de potentie in om BBL’er te worden. Uiteraard hopen we dat er vanuit CSG Het Noordik opnieuw een aanwas van nieuwe leerlingen komt, ook vanuit andere delen van onze regio.” De samenwerking voor het Keuzevak Booglassen tussen Hofman Staalbouw en CSG Het Noordik bevalt goed, benadrukt Jan Tijhuis: “We overleggen geregeld en we zien ook echte techniektalenten tussen de jonge vmbo’ers voor het metaalvak. Daar doen we het uiteindelijk allemaal voor.” Geen last van uitstroom door vergrijzing Hofman Metaalbouw kent zelf gelukkig een gemiddeld wat lagere gemiddelde leeftijd onder technische medewerkers. Jan: “Van de uitstroom door vergrijzing zoals je bij collega-bedrijven wel ziet, hebben wij niet echt last. Wat hierin zeker helpt, is dat Hofman altijd heeft geïnvesteerd in het opleiden van de jeugd. We staan open voor alle niveaus, van praktijkonderwijs en vmbo tot en met BBL’ers. 80% van onze leerlingen blijft hier werken! Uiteraard leiden we niet alleen op voor onszelf, maar ook voor de toekomst van heel technisch Twente.” Collegiale samenwerking met Dennis Bakker Zoals gezegd, is de bevlogen Jan Tijhuis met welverdiend pensioen, maar nog enkele dagen per week is hij bij Hofman te vinden: “De praktische opleidingszaken bespreek ik met mijn collega Dennis Bakker. Hij stuurt één van de twee werkplaatsen aan en is opleider. Dennis komt zelf van CSG Het Noordik!” MENU

Zoek

bottom of page