top of page

401 resultaten gevonden

  • Instructeurs technisch onderwijs voor directe koppeling van leerlingen met technisch beroepenveld

    Instructeurs technisch onderwijs voor directe koppeling van leerlingen met technisch beroepenveld De STO subregio Oldenzaal heeft op het Twents Carmel College (TCC) instructeurs binnen de technische profielen PIE, BWI en M&T én een instructeur in het Technolab. Een belangrijke pijler onder Sterk Techniekonderwijs Twente. Wat brengen zij mee? Wat voegen zij toe voor de leerlingen? Hoe verbetert hun inzet het technisch onderwijs? Enthousiast vertellen zij het zelf: “De kern is dat je de klik met de leerlingen maakt en hen toont hoe het technisch beroepenveld werkt.” Veelzijdige achtergrond en ervaring De essentie van instructeurs is dat zij hun eerdere technische ervaring in het bedrijfsleven rechtstreeks de school in brengen. Welke ervaring is dat precies? Opvallend is de veelzijdige bedrijfsachtergrond van de vier praktijkinstructeurs. Giacomo Morsink, instructeur PIE: “Ik heb 30 jaar gewerkt bij de voorloper van Croonwolter&dros en alle facetten van elektrotechniek ervaren, van krachtinstallaties tot inbraakinstallaties.” Bjorn Klein Gunnewiek komt oorspronkelijk uit het groen: “Inmiddels ben ik instructeur in het Technolab van TCC.” Benno Grintjes is inmiddels vier jaar instructeur BWI en heeft er nog geen dag spijt van: “Daarvoor was ik ruim 25 jaar meubelmaker/ interieurbouwer. Met leerlingen omgaan is práchtig. Ik vind het mooi om het vak met de laatste technieken over te mogen brengen op de jeugd.” Gerard Oude Tijdhof, praktijkinstructeur M&T: “Ik heb 24 jaar in een garage gewerkt als monteur en als invallend werkplaatschef.” Functie in ontwikkeling De functie van instructeur lag in het begin niet tot in detail vast. Giacomo: “Gaandeweg is dat door ons uitgevonden, uiteraard in samenwerking en overleg met TCC.” Bjorn: “Het Technolab is een beetje een vreemde eend in de bijt omdat ik als instructeur vooral met basisschoolleerlingen bezig ben. Dit betekent dat ik in mijn werk veel aan ontwikkeling doe, zoals voor nieuwe workshops en lessen, én nieuwe dingen bedenken en maken.” Benno: “Toen ik hier kwam was het druk met het leerlingenaantal op het Techniekplein. De taak waarvoor ik in eerste instantie was aangenomen, breidde zich dan ook al snel uit. Al vlot gaf ik ook lessen, voor mij een sprong in het diepe. Ik kreeg de kans om het Technieklokaal naar mijn eigen inzichten te kneden.” Gerard kwam uit de automotive: “Ik heb ook 20 jaar op het Bonhoeffer College in Enschede gewerkt. Met de collega daar heb ik de lessen ingevuld en heel veel geleerd. Die kennis en ervaring kon ik meenemen naar TCC.” Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC): pittig, maar te doen Een voorwaarde voor de aanstelling tot instructeur is het behalen van het Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC). Dit belangrijke certificaat hebben alle instructeurs inmiddels op zak. Hoe hebben de instructeurs dit studietraject ervaren? Giacomo: “Het is te doen en waardevol. Je leert je activiteiten te baseren op de juiste pedagogisch-didactische basis. Wel was het voor mij een hele tijd terug dat ik in de schoolbanken zat. Het was wennen om weer veel lesboeken te lezen met compleet nieuwe stof. Het is veel lezen en veel werk, maar deze studie heeft een positieve impact gehad op mij.” Benno: “Het is wel te doen, maar ik sluit me volledig aan bij de woorden van Giacomo.” Laatste kneepjes van het techniekvak De essentie van het instructeur zijn, is dat deze voormalige werknemers de laatste stand van zaken uit het werkveld de klas in brengen. Werkt dat ook zo? Giacomo: “Zeker! De handige kneepjes van het vak, maar ook de technische regels die gelden voor het vak van elektrotechniek, breng je één-op-één over op de leerlingen. Je ziet bij de leerlingen dat zij daar heel benieuwd naar zijn, en dat werkt ook motiverend.” Benno: “Veel elementen uit mijn eerdere werk in de houtbranche haal je nooit uit een theorieboek. Die moet je als leerling letterlijk voorgedaan krijgen van iemand met een langdurige bedrijfservaring.” Giacomo: “De docenten waarmee we binnen de profielen samenwerken zijn ontzettend goed, laat daar geen misverstand over bestaan, maar zij kennen de laatste kneepjes uit het vak niet altijd.” Techniek voortdurend koppelen aan beroepen Bjorn: “Vanuit mijn werkervaring kan ik de basisschoolleerlingen allerlei voorbeelden aanreiken van hoe je specifiek de technologie uit het Technolab kan inzetten, maar die praktijkvoorbeelden kan ik ook geven van metaal, lassen en autotechniek. Neem sensoren, hoe worden die in auto’s toegepast? Elke technologie die we in het Technolab presenteren weet ik wel te koppelen aan een beroep.” Bjorn geeft een voorbeeld: “We hebben een zelfrijdend robotje. We vragen aan de leerlingen hoe zij dit toegepast zouden zien in een beroep in de echte wereld. Dit soort vraagstelling over de koppeling tussen technologie en het beroepenveld slaat bij de leerlingen aan.” Volop waardering en werkplezier Voelen de instructeurs zich gewaardeerd door hun collega’s? Bjorn: “Ik heb altijd waardering gevoeld voor wat ik doe.” Giacomo: “Bij ons op het Techniekplein voel ik die waardering ook. De docenten zien in wat mijn praktische toevoegingen zijn aan de lessen, zoals de eerder genoemde fijne kneepjes van het vak. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn overstap. Als je doet wat je leuk vindt, werk je geen dag meer in je leven. Ik beleef veel plezier aan mijn werk als instructeur. Eigenlijk meer dan ik ervan had verwacht, een prachtige fase in mijn loopbaan.” Bjorn: “Ik ga fluitend naar mijn werk en fluitend weer naar huis.” Benno: “De omgang met de leerlingen, daar word ik vrolijk van. Dat ik deel mag uitmaken van één van hun belangrijkste momenten van hun leven is toch geweldig.” Zelf ook bijblijven is belangrijk De instructeurs nemen veel werkervaring uit de praktijk mee, maar hoe houden zij de ontwikkelingen in hun eigen vak bij? Benno: “Ik heb weleens geopperd dat het goed zou zijn als je als instructeur stage kunt lopen bij een technisch bedrijf. Bijvoorbeeld een week verdeeld over een heel jaar, waarbij je binnen meerdere bedrijven meekijkt en meedraait.” Gerard: “Ik zit in de automotive en blijf bij met de ontwikkelingen door bijvoorbeeld thuis met auto’s te klussen. Ook hebben we bij M&T een elektrische auto aangeschaft, een enorme aanwinst. Om de leerlingen hier goed bij te kunnen begeleiden verdiep ik mij daar natuurlijk grondig in. Verder biedt TCC cursussen aan die ik graag volg.” Perspectief van leerlingen Kijken de leerlingen anders naar de instructeur dan naar de docent? Gerard: “Ik betwijfel of ze onze bedrijfsachtergrond altijd kennen.” Benno: “Soms zeggen de leerlingen plagerig tegen mij dat ik toch geen docent ben en antwoord ik dat ik uiteindelijk hetzelfde mag als een docent. Dan beginnen ze te lachen en zie je toch de waardering voor de praktische vakkennis die ik overdraag.” Gerard: “Ik heb zelf nooit een verschil ervaren in hoe de leerlingen mij zien.” Bjorn: “Het is ook een bepaalde doelgroep. Het is niet de insteek dat we hier vakmensen van ze maken. Daarvoor zijn de profielen te breed. Wel kunnen we hen enthousiasmeren en veel van de technische beroepen laten zien. Echte vakmensen worden ze op het mbo en op stage.” Een duwtje in de goede techniekrichting Benno: “Als ouders op een open dag komen, zeg ik dat ik hoop hun kinderen in de twee jaar op het Techniekplein mee te geven welke techniekrichting ze ongeveer in willen. Daar help ik hen mee. Vervolgens hoop ik dat ze over 20 jaar denken: wat heb ik toch een donders leuke tijd gehad op het Techniekplein van TCC met leuke leraren, een mooi diploma en wat was mijn vervolgkeuze in de techniek goed. Dit bespreek ik uiteraard ook heel vaak met de leerlingen die nu op het plein zijn. Ik vind dit één van de belangrijkste dingen in hun keuze. Ik wil er geen druk op leggen, maar wel meegeven hoe het werkt. Echt, dit is voor mij dé nummer 1 reden.” Probeer het gewoon een keer… Giacomo: “Misschien overwegen andere technici ook de overstap naar instructeur in het technisch vmbo. Maar wellicht houden negatieve denkbeelden hen tegen, zoals de werkdruk in het onderwijs waar je veel over hoort. Maar mijn ervaring is alleen maar positief, het is een prachtig vak. Twijfel je nog? Ga het gewoon eens proberen.” Gerard: “Mijn ervaring is dat de werkdruk minder is dan in het bedrijfsleven.” Benno: “Wie niet waagt, die niet wint. Volg je hart en gevoel.” MENU

  • Tweede Profiel meets Profiel concretiseert nieuwe suggesties voor activiteiten

    Tweede Profiel meets Profiel concretiseert nieuwe suggesties voor activiteiten Na een succesvolle eerste bijeenkomst in november vorig jaar vond in maart een tweede Profiel meets Profiel bijeenkomst plaats. Doel? De ideeën uit de eerste bijeenkomst verder concretiseren voor de definitieve planvorming voor de tweede STO-periode. Opnieuw hoge opkomst De conclusie na een uur brainstormen op 8 maart? De eerste STO-periode heeft veel opgeleverd en er zijn ook lessen geleerd. Voor de tweede STO-periode 2025 t/m 2028 buitelen de concrete ideeën zelfs nog talrijker over elkaar heen. De opkomst voor deze tweede bijeenkomst was opnieuw hoog: meer dan 40 docenten en instructeurs schoven discussiërend aan. Samenvatting resultaten vorige bijeenkomst Marieke gaf eerst een inspirerende samenvatting van de resultaten van de eerste ‘Profiel meets Profiel’ bijeenkomst in november 2023. Enkele kernpunten: de deelnemers zijn trots op gerealiseerde samenwerkingen met onder andere bedrijven en het basisonderwijs, zowel binnen de subregio’s als subregionaal overstijgend. Maar ook enkele mooie successen met hybride docenten worden gewaardeerd. Bij de in de vorige sessie genoemde wensen noemt men vooral een nóg betere samenwerking, verdere professionalisering en de aanschaf van meer materialen en apparatuur. Ook zoeken de deelnemers voortdurend naar ontwikkeltijd voor activiteiten voor STO Twente. Eveneens een wens was meer bezetting en ondersteuning in de klas. Opvallend was het noemen van mobiele Technolabs om de technologie zelf naar de scholen te brengen. Plus de wens tot meer profiel overstijgend onderwijs. Tot slot bleek er behoefte aan meer regionale bijeenkomsten zoals voor trainingen, onderlinge intervisiebijeenkomsten en ook: het meer delen van aanschafte (les)materialen. Dit laatste is vooral bedoeld om niet per subregio voortdurend het wiel opnieuw uit te vinden. En uiteraard: de verduurzaming van alle huidige en toekomstige inzet voor ná 2028! Nieuwe ideeën verder concretiseren De opdracht voor de tweede meeting was uitnodigend: welke bestaande/nieuwe en vooral concrete activiteiten verdienen volgens de docenten en instructeurs een plek in het nieuwe STO-plan 2025 t/m 2028? En hoe kunnen we samen de ideeën daarvoor uit de eerste bijeenkomst nog verder concretiseren? Per activiteit bedachten de deelnemers een korte beschrijving van de activiteit, welke partijen zij daarvoor nodig hebben en vooral ook: wat zij willen bereiken voor de leerlingen met deze activiteit? Extra aandachtspunt: verbreding profielen Een belangrijk aandachtspunt voor die nieuwe periode is verbreding van STO over ook andere profielen zoals Zorg & Welzijn, Economie & Ondernemen en Horeca, Bakkerij en Recreatie. Echter, dan is het wel een expliciete eis van het Ministerie dat de ingediende aanvraag met de toepassing van technologie in deze profielen te maken moet hebben. De lopende inzet op zorg & technologie en de samenwerking daarvoor met TZA Twente is hiervan een mooi voorbeeld. Ook benadrukte Marieke dat de aanvraag vmbo-breed zal zijn: dus ook activiteiten voor de praktijkgerichte vakken zijn welkom! Uiteraard werd de deelnemers gevraagd de ideeën voor activiteiten te scharen onder één van de vier STO-doelstellingen voor de komende jaren. Korte presentaties ideeën Na een uur stevig brainstormen gaf elke groepje een korte presentatie. Enkele highlights? Meer ontwikkeltijd om samen met collega’s uit de regio nieuw onderwijs te maken en samen te leren, ontwikkeling van regiobrede keuzevakken, aanschaffen van nieuw technologisch materiaal en materieel, aanschaf en inzet van ‘STO-bussen’ voor vervoer leerlingen, meer samenwerking met het mbo en bedrijfsleven, en nog veel meer. Hoe gaat het nu verder? Tussen maart en de zomervakantie is er volop planvorming gaande in de vijf subregio’s van STO Twente voor de periode 2025 t/m 2028. Op 1 mei moeten alle subregio’s hun conceptplannen klaar hebben. Vervolgens worden in mei/juni deze vijf conceptplannen vertaald naar één STO-Twente breed plan ter beoordeling van de minister. Uiteindelijk wordt na de zomer de officiële aanvraag ingediend, op tijd voor de deadline van eind september. MENU

  • Barbara Smith nieuwe relatiebeheerder onderwijs en bedrijven Holten en Goor voor De Waerdenborch

    Barbara Smith nieuwe relatiebeheerder onderwijs en bedrijven Holten en Goor voor De Waerdenborch Barbara Smith is onlangs voor 0,4 aangesteld bij De Waerdenborch in de nieuwe functie van relatiebeheerder onderwijs en bedrijven. Wat betekent dit werk, onder andere voor STO Twente? Barbara heeft veel ervaring en is super enthousiast: “Door vmbo-leerlingen op jonge leeftijd al te koppelen aan technische bedrijven ontstaan er nauwe contacten die zich hopelijk ontwikkelen tot een duurzame samenwerking.” Je bent als relatiebeheerder onderwijs en bedrijven aangesteld voor De Waerdenborch Holten en Goor. Wat houdt deze functie in? “Ik maak het STO netwerk bekend binnen de regio Holten en Goor en fungeer als eerste aanspreekpunt en gezicht, zowel intern als extern. Met de introductie van deze rol wordt een ontwikkeling in gang gezet voor de komende jaren waarbij de relatiebeheerder onderwijs en bedrijfsleven, samen met docenten, bedrijven, opleidingsscholen en bedrijfsverenigingen, een netwerk van contacten opzet en onderhoudt. Ook sta ik in contact met docenten, bedrijven, opleidingsscholen en bedrijfsverenigingen. Ik leg onderlinge verbindingen en maak koppelingen. Daarnaast geef ik collega’s suggesties voor leren en ervaren buiten de school, dus ‘buiten naar binnen’ brengen én andersom. Denk aan gastsprekers, stagemarkt, excursies en meer. Ik woon in Holten en die lokale kennis helpt uiteraard ook. Daarbij is het fijn dat ik kan voortborduren op de goede externe contacten die De Waerdenborch in de laatste jaren al heeft opgebouwd. Goor is mij minder bekend en ik bezoek daar de bedrijvennetwerkevents om mensen te spreken en te leren kennen. Naast relatiebeheerder blijf ik nog een dag in de week verbonden aan ons Technolab in Goor. Dat is fijn, want dan ben ik ook nog tussen de leerlingen en collega’s en kan ik uit de eerste hand meemaken wat er speelt.” Wat is je achtergrond? “Na divers werk in het bedrijfsleven ben ik in 2013 bij Carmel College Salland begonnen. Een secretariële functie, met ook de mediatheek en de info-balie. Daar kwam ik in aanraking met leerlingen en heb ik een groot project gedaan waarmee ik met 17 leerlingen van het vmbo naar Thailand ben geweest. Samen hebben we een project op een school uitgevoerd waar kinderen met een beperking worden opgevangen. Acht maanden lang heb ik op de maandagmiddag met deze leerlingen alles voorbereid. Dit project is begonnen doordat ik zelf in de zomer van 2017 met mijn gezin vrijwilligerswerk had gedaan op deze school in Thailand. De omgang met leerlingen vond ik zo leuk, dat ik besloten heb mij om te laten scholen. Inmiddels was ik in Raalte ook als onderwijsassistent begonnen en vervolgens als instructeur bij D&P. Ik heb mijn instructeursdiploma gehaald en mijn Pedagogisch Didactisch Diploma. Afgelopen jaar heb ik op Windesheim de Post HBO opleiding Coördinator Wetenschap & Techniek gedaan. In maart 2024 ben ik hiervoor geslaagd. Sinds november 2022 heb ik de overstap gemaakt naar De Waerdenborch. Hier ben ik instructeur en beheerder van het Technolab in Goor. Ik ontdek hier veel nieuwe technische en innovatieve dingen en heb veel geleerd, en ben nog steeds niet uitgeleerd. Nu ben ik onder andere drone piloot en VR-Expert. Mijn werk in het Technolab is heel veelzijdig zoals contacten met basisscholen, workshops aan groep 7 en 8 geven, en collega’s enthousiasmeren.” Waarom sprak de functie van relatiebeheerder onderwijs en bedrijven je aan? “Verbinden, contacten leggen, ideeën uitwerken; daar word ik enthousiast van! Ik zie altijd kansen, en heb een creatief brein. Ook tijdens vakanties bezoek ik graag scholen om te kijken of we iets voor elkaar kunnen betekenen of een project samen kunnen doen. Daar word ik heel blij van, een paar maanden geleden had ik de projectleider STO van de Nederlandse Antillen (Elton Johnson) in Holten en Goor op bezoek. Vorig jaar, toen ik daar op vakantie was, heb ik contact gelegd met hem en het Technolab bezocht op Bonaire. Daar heb ik ervaren dat we ons allemaal, waar dan ook ter wereld, inzetten voor de leerling, welke middelen je dan ook hebt.” Je gaat breder werken dan alleen voor Sterk Techniekonderwijs Twente. Maar hoe gaat STO Twente van je werk profiteren? “Door samen te werken, het stimuleren en faciliteren van samenwerkingen tussen technische bedrijven en om ervoor te zorgen dat het technisch onderwijs goed aansluit op de behoeften van de arbeidsmarkt. Hoor ik extern interessante zaken voor onze techniekdocenten? Dan licht ik hen daar uiteraard over in.” Barbara merkt dat het bedrijfsleven in haar regio positief staat tegenover vmbo-leerlingen: “Komen onze vmbo-leerlingen in een bedrijf voor een snuffelstage of ontmoeten ze een gastspreker? Dan helpt dat enorm positief bij hun beeldvorming. Maar het werkt ook de andere kant op; tijdens een stage of een zaterdagbaantje leren de bedrijven ook onze leerlingen kennen, ook al zijn de mogelijkheden door hun leeftijd beperkt in het kader van veiligheid.” Kun je al iets zeggen over je eerste ervaringen? “Vanaf de voorjaarsvakantie ben ik gestart in deze nieuwe rol. Ik ben direct naar bijeenkomsten van ondernemersverenigingen gegaan, om mijzelf voor te stellen. Inmiddels is mijn agenda al goed gevuld met afspraken! Op dit moment ben ik bezig om de Bedrijvendag voor De Waerdenborch te organiseren. Collega’s gaan deze dag twee bedrijven in de regio bezoeken in Goor en Holten, waaronder techniekbedrijven, want die zijn in onze regio ruim vertegenwoordigd. Aan mij nu de taak bedrijven te vinden die meedoen. Ik ga op dit moment veel “de boer op” en er hebben zich al mooie bedrijven aangemeld. Hartstikke leuk en erg afwisselend. Iedere dag hoor en leer ik weer nieuwe dingen, ook wat Sterk Techniekonderwijs inhoudt. Ik ga meer de diepte in, maar weet ook dat ik nog veel moet en kan leren!” Waarom is het zo belangrijk dat het (technisch) vmbo samenwerkt met het (technisch) bedrijfsleven? “Uiteraard door het grote tekort in de technische sector is het belangrijk om leerlingen al op jonge leeftijd enthousiast te maken voor techniek. Door leerlingen op jonge leeftijd al te koppelen aan technische bedrijven ontstaan er nauwe contacten die zich hopelijk ontwikkelen tot een duurzame samenwerking.” Wilt u met Barbara overleggen over samenwerking? Neemt u dan gerust contact met haar op via b.smith@waerdenborch.nl . Haar werkdagen zijn maandag, dinsdag en donderdag. MENU

  • Techniek Tastbaar Almelo 2024 nog drukker dan vorig jaar

    Techniek Tastbaar Almelo 2024 nog drukker dan vorig jaar Op 8 maart 2024 organiseerde STO Almelo e.o. voor de tweede keer Techniek Tastbaar. Organisator Henk Bos is projectleider bij STO Almelo e.o. en docent bij het Alma College. Hij blikt enthousiast terug: “De nieuwe vestiging van het Alma College aan de Catharina van Renneslaan bood ons alle ruimte.” Henk: “Na de eerste editie in 2023 waren we ervan overtuigd om dit waardevolle event jaarlijks te laten terugkeren. Nu, in 2024, vond Techniek Tastbaar voor het eerst plaats op onze mooie en nieuwe locatie. Met als voordeel dat we door deze veel grotere school de deelnemende bedrijven ook veel meer de ruimte konden bieden. We hebben de leerlingen van de bezoekende basisscholen, onze eerstejaars vmbo-leerlingen én onze gasten een prachtige en gevarieerde route kunnen bieden. We ontvingen in totaal 1300 leerlingen, ouders en gasten, ruim meer dan we met de editie 2023 in huis hadden.” Henk benadrukt dat de leerlingen uit het voortgezet onderwijs de route langs de bedrijven liepen vanuit een LOB-opdracht. Dit staat voor Loopbaanoriëntatie en Begeleiding. Opvallend veel belangstelling van ouders Henk: “Wat ik heel mooi vond was dat na 15.00 uur de bezoekers bestonden uit leerlingen, ouders en belangstellenden uit andere leerjaren. Super leuk ook: een aantal leerlingen dat eerst met hun basisschool langskwam, keerde ’s middags weer terug met hun ouders. En als de basisschool van hun kinderen niet op bezoek was geweest, kwamen ouders dankzij onze flyer alsnog. Deze flyer hadden we aan de leerlingen meegegeven. Dan heb je ze dus wel geraakt, heel mooi.” Veel aandacht voor bedrijven in de voorbereiding Henk noemt als één van de succesfactoren het stevige draaiboek dat hij en zijn team hanteren: “Ook het fundament dat John van Mierlo, landelijk projectmanager van Techniek Tastbaar, zelf al beproefd heeft neergelegd, is enorm bruikbaar. Verder helpt het dat we de deelnemende bedrijven vooraf, in een speciale bijeenkomst, uitleggen wat Techniek Tastbaar is en met hen alvast de locatie bezichtigen waar de bedrijven met hun stand gaan staan. Ook helpen we hen bij het inspireren om tijdens Techniek Tastbaar de bezoekende leerlingen te verrassen met uitdagende doe-opdrachten.” Inzet op verbreding profielen STO Twente zal in de nieuwe periode 2025 t/m 2028 gaan verbreden naar technologie in de niet-technische profielen. Henk en zijn team konden die beweging nú al enigszins terug laten komen in de samenstelling van de bezoekende bedrijven: “Zoals het bedrijf Kersten Hulpmiddelen, zij leveren onder andere scootmobielen. Daar zit technologie in waarmee mensen die hun scootmobiel niet met hun handen kunnen bedienen, dit met bewegingen van het hoofd wel kunnen. Mooie zorgtechnologie. Dit zal alleen maar meer zichtbaar worden op toekomstige edities van Techniek Tastbaar als ook STO Twente zich gaat verbreden.” Evaluatie Evalueren Henk en zijn team Techniek Tastbaar? Henk: “We hebben Alma College leerlingen van Dienstverlening en Producten de hele dag met tablets rond laten lopen om informatie te verzamelen voor een analyse, gecoördineerd door Thaisa Rougoor van de projectgroep van STO Twente. Eveneens hebben we alle bedrijven achteraf benaderd als het tijdens Techniek Tastbaar niet lukte om met hen de vragenlijst in te vullen. In ieder geval willen we voor komende edities nog meer techniekbedrijven uit Almelo zelf uitnodigen, dit voor de herkenning door de leerlingen waarvan de meesten ook uit Almelo komen.” Catering genoemd als pluspunt Henk benoemt tot slot een succesfactor die wellicht voor de hand liggend is, maar waarmee je toch een verschil maakt: “De deelnemende bedrijven zijn door onze Alma College leerlingen van Horeca, Bakkerij en Recreatie voorzien van lekkere en goed verzorgde catering. Tijdens de eerste editie 2023 werd dat door de deelnemende bedrijven ook genoemd als pluspunt. Het is toch de gastvrijheid die hen daarmee opvalt én warm houdt voor deelname aan toekomstige edities van Techniek Tastbaar!” Ook de deelnemende bedrijven waren tevreden en gaven Techniek Tastbaar een mooi cijfer: 8,24. Of, zoals één bedrijf het verwoordde: “Het is wederom goed geregeld. We krijgen altijd tijdig e-mails en alle vragen worden beantwoord. Met een goede ontvangst en goede zorgen tijdens de dag.” MENU

  • Kennislab van Kids4Twente en STO subregio Hengelo geeft push aan Wetenschap en Techniek

    Kennislab van Kids4Twente en STO subregio Hengelo geeft push aan Wetenschap en Techniek Op 12 maart organiseerden C.T. Stork College en Kids4Twente samen een opleidingsmiddag voor W&T-coördinatoren van Hengelose basisscholen. Een week later, op 19 maart, was het de beurt aan een grote groep W&T-coördinatoren en leerkrachten van dezelfde basisscholen voor een verdere verdieping onder de noemer Kennislab. De leerkrachten namen deel aan een Basisworkshop Onderzoekend & Ontwerpend leren. De W&T-coördinatoren gingen aan de slag in een Focusworkshop ‘W&T, de rol van de leerkracht.” Opnieuw stelde het C.T. Stork College haar deuren hier gastvrij voor open. De conclusie van de deelnemers na afloop? “Alle tips en adviezen maken het mogelijk om W&T goed in te passen in ons basisonderwijs’. Van groot belang, ook vanuit het perspectief van Sterk Techniekonderwijs Twente, voor het creëren van doorlopende leerlijnen. Kids4Twente helpt Twentse basisscholen om W&T-onderwijs te ontwikkelen en te integreren in de eigen schoolpraktijk. C.T. Stork College en Kids4Twente werken nauw samen om specifiek basisscholen uit Hengelo en omgeving alle toegang te geven tot techniek en technologie zoals via dit soort bijeenkomsten. Niet geheel toevallig, want C.T. Stork College profileert zich veelzijdig als technisch vmbo. Benno Hams is Teamleider TGL - BWI - PIE bij C.T. Stork College én regioleider STO van de subregio Hengelo. Hij opende het Kennislab op 19 maart met de uitnodiging om van elkaars kennis, materialen en ideeën gebruik te maken om W&T op de basisscholen goed te gronden. Benno: “Des te beter werken het basisonderwijs en het vmbo samen om een goede doorlopende leerlijn te creëren, een belangrijk doel van Sterk Techniekonderwijs Twente.” Praktische drietrapsraket Tim Post is bij Kids4Twente verantwoordelijk voor de (wetenschappelijke) ontwikkeling en evaluatie van het programma. Met zijn inleiding zette hij nog even de praktische en beproefde drietrapsraket van Kids4Twente voor de implementatie van W&T op een rij: “De beste borging van W&T op basisscholen verloopt in drie fases: 1. In een Netwerkcafé maken de scholen kennis met een lokaal bedrijf en verkennen samen de inhoudelijke samenwerking, 2. In het Kennislab leren ze wat Onderzoekend & Ontwerpend Leren en W&T-onderwijs precies zijn en 3. In Ontwerpstudio’s leren zij tot slot alle eerder opgedane kennis concreet toe te passen door concrete lesactiviteiten voor te bereiden voor hun eigen klas met daarin voor W&T een fundamentele rol.” Toelichting 7 cruciale fases De kern van Tim’s Basisworkshop O&O leren was een heldere uitleg over de 7 cruciale fases die leerkrachten kunnen doorlopen om in lessen zowel het Onderzoekend als Ontwerpend Leren maximaal vorm te geven. Die fases zijn: je leerlingen confronteren met een maatschappelijke uitdaging waarvoor zij én het aan de school gekoppelde bedrijf een oplossing gaan bedenken. Gevolgd door de fases Verkennen, Schetsen/Opzetten, Realiseren/Uitvoeren, Bijstellen/Concluderen, Presenteren en Verbreden. Op een inspirerende manier gaf Tim per fase een direct bruikbare toelichting op vier standaard aandachtspunten binnen elke fase: Leerling, Leerkracht, Thema en Inspiratie. Ook liet Tim helder zien hoe je per fase kant-en-klare werkbladen voor zowel Onderzoekend als Ontwerpend Leren toepast. Focusworkshop ‘W&T, de rol van de leerkracht’ Speciaal voor de W&T-coördinatoren organiseerde Kids4Twente de Focusworkshop ‘W&T, de rol van de leerkracht’. In een vlot tempo namen W&T-experts Esther Heuker of Hoek en Marit Benes de deelnemers hierin mee in zowel interactieve uitleg als praktische opdrachten. Na een korte uitleg over wat Onderzoekend en Ontwerpend Leren ook alweer is, gingen de deelnemers aan de slag met een LEGO-opdracht om te oefenen met het bewust kiezen van een goede W&T-opdracht. Ook werd de vernieuwde taxonomie van BLOOM behandeld en eveneens welke technieken en technologieën in relatie tot W&T momenteel actueel zijn. Kortom, een optelsom van praktische handvatten die de W&T-coördinatoren helpt om op hun basisschool hun collega-leerkrachten maximaal te ondersteunen bij de toepassing en langdurige inbedding van W&T. Praktische vragen Tot slot liet het vragenrondje zien dat de leerkrachten vooral antwoord zoeken op hoe zij W&T in de tijd gezien gebalanceerd kunnen implementeren in relatie tot hun overige curriculum. De kern van het antwoord van Tim? “Zie W&T niet als een aparte methode, maar integreer het zoveel mogelijk met je reguliere lessen. Dan komt het er niet bij, maar is het een organisch onderdeel van wat je al doet! Dan komt W&T namelijk het beste tot haar recht, en breng je leerlingen tegelijkertijd meer inhoudelijke diepgang.” MENU

  • STO subregio Hengelo, Kids4Twente en regionaal basisonderwijs pakken samenwerking concreet op

    STO subregio Hengelo, Kids4Twente en regionaal basisonderwijs pakken samenwerking concreet op Het Twentse basisonderwijs heeft de uitdagende taak op haar bord met het implementeren van W&T, hierin stevig ondersteund door Kids4Twente. Tegelijkertijd hebben de vmbo-scholen onder de vlag van STO Twente onder andere als doel het smeden van structurele banden met diezelfde basisscholen. Een doorlopende leerlijn voor wetenschap en technologie is hier het streven. De STO subregio Hengelo koppelt beide doelen effectief aan elkaar en nodigt de basisscholen waarmee zij in Hengelo en omgeving samenwerkt uit constructief samen te werken. Het C.T. Stork College doet dit in nauwe samenwerking met Kids4Twente. Concreet leidt dit tot allerlei mooie activiteiten, zoals een speciale opleidingsmiddag voor de W&T-coördinatoren van Hengelose basisscholen op 12 maart op C.T. Stork College. Vmbo-leerlingen wacht 100% baangarantie Benno Hams is Teamleider TGL - BWI - PIE bij C.T. Stork College én regioleider STO van de subregio Hengelo. In een uitnodigend ingericht lokaal voor Techniek & Technologie gaf Benno een inspirerende inleiding voor de W&T-coördinatoren. De kern van zijn pleidooi? Vmbo-leerlingen die kiezen voor techniek wacht 100% baangarantie in het ondernemende Twente. Dus waarom zou de maatschappij, en ook vaak ouders, een keuze voor het vmbo als ‘second best’ zien? Tegelijkertijd gaf Benno aan dat uiteraard niet alle po-leerlingen doorstromen naar het technisch vmbo en dat álle basisschoolleerlingen welkom zijn om bij C.T. Stork College te ruiken aan techniek en technologie. Eveneens nodigde Benno de basisscholen uit maximaal samen te werken met C.T. Stork College voor hun W&T-doelen. Immers, dit technisch goed uitgeruste vmbo biedt niet alleen de laatste technologie en techniek, maar ook bereidwillige docenten met veel ervaring en creatieve ideeën. Plus uiteraard de knowhow van Kids4Twente! Rondleiding langs profielen Na de inleiding ontvingen de W&T-coördinatoren een rondleiding langs de technische afdelingen van het C.T. Stork College zoals PIE en BWI. Eveneens kregen ze mee dat ook in andere profielen zoals Zorg & Welzijn en Economie & Ondernemen de technologie oprukt. Een ontwikkeling die overigens heel mooi aansluit bij de verbreding die STO Twente voor de tweede subsidieperiode 2025 t/m 2028 nastreeft. Benno benadrukte dat tegenwoordig voor vmbo-leerlingen, naast het aanleren van (praktische) vaardigheden, ook het leren programmeren in alle (technische) profielen steeds meer aandacht krijgt. Sterke samenwerking met Kids4Twente Zoals gezegd: Kids4Twente is een sterke partner van C.T. Stork College en andere STO-scholen binnen Twente. Kids4Twente helpt basisscholen om W&T-onderwijs te ontwikkelen en te integreren in de eigen schoolpraktijk. C.T. Stork College en Kids4Twente werken samen om basisscholen alle toegang te geven tot techniek en technologie zoals via dit soort bijeenkomsten. Een ontwikkeling die hieraan zeker zal bijdragen is de recente koppeling door Kids4Twente van de basisscholen uit Hengelo en omgeving aan bedrijven in dezelfde regio. Samen gaan zij werken aan voor de po-leerlingen realistische uitdagingen waarmee deze bedrijven bezig zijn, zoals de energietransitie. Wie weet met welke creatieve oplossingen de basisschoolleerlingen samenkomen! Tijd voor actie! Praten over technologie is leuk, maar er zelf mee aan de slag gaan is nóg leuker! De W&T-coördinatoren kregen van Pascal ter Braak, docent Techniek en Technologie op het C.T. Stork College, een inspirerende inleiding over nut en noodzaak van drones. Een ontwikkeling die vmbo-leerlingen steeds gretiger omarmen. Niet als gadget, maar verbonden aan (nieuwe) beroepsmogelijkheden die drones met zich meebrengen. Zoals het voor dakdekkers veilig inspecteren van daken met een drone met camera tot en met het vanuit de lucht met drones zaaien van nieuwe aanplant in moeilijk te bereiken natuurgebieden. De W&T-coördinatoren gingen én aan de slag met het leren vliegen met verschillende drones (best nog een uitdaging) én het brainstormen over de relevante en onderwijskundig verantwoorde lestoepassingen ervan. Oproep tot blijven samenwerken Benno rondde af met een invitatie, gesteund door medeorganisator Kids4Twente, om elkaar te blijven opzoeken in brainstorms, samenwerking en projecten. Geen loze oproep, want de vólgende bijeenkomst op C.T. Stork College, precies een week later, stond al op de agenda met als thema Kennislab. Maar liefst 40 tot 50 leerkrachten & W&T-coördinatoren vanuit het basisonderwijs volgen hier een interactieve workshop waarin Tim Post van Kids4Twente hen meeneemt in de wereld van W&T. Hierover later meer! C.T. Stork College beloont W&T-coördinatoren met eigen drone! Groot was het enthousiasme toen alle W&T-coördinatoren na afloop van deze bijeenkomst een drone als geschenk kregen uitgereikt, inclusief de oproep om hier mee te experimenteren en na te denken over de invulling voor de eigen klas. C.T. Stork College en Kids4Twente namens STO Twente bedankt voor de leerzame middag. MENU

  • Creatieve brainstorm tijdens Bedrijvenoverleg planvorming Oldenzaal

    Creatieve brainstorm tijdens Bedrijvenoverleg planvorming Oldenzaal Samenwerking met techniekbedrijven is een belangrijk doel van STO Twente. De STO subregio Oldenzaal pakt dit praktisch op met tal van activiteiten. Op 26 februari organiseerde de subregio Oldenzaal een bijeenkomst op het Twents Carmel College aan de Potskampstraat voor de deelnemende bedrijven. Het doel was tweeledig: informeren over de activiteiten in de periode 2020 t/m 2024 en het genereren van ideeën voor nieuwe planvorming voor 2025 t/m 2028. Wout Ensink, projectleider STO Oldenzaal: “De discussie was uiterst constructief.” Terugblik op eerste jaren van STO Twente Wout: “Eerst hebben we de bedrijven laten zien welke activiteiten we de afgelopen jaren met STO hebben ontwikkeld en uitgevoerd. Neem een activiteit als Techniek Tastbaar waarbij circa 40 bedrijven zich op het Twents Carmel College presenteren. Ongeveer 50% van de deelnemende leerlingen aan Techniek Tastbaar in de subregio Enschede geeft aan dat zij hierdoor beter weten wat ze later met techniek kunnen.” Interessant was eveneens de presentatie van de concrete cijfers die al deze inspanningen hebben opgeleverd. Wout: “We zien een stijging in zowel het absolute als percentuele aantal leerlingen dat voor een technisch profiel kiest. Bij de start van STO was dit 204 en in het schooljaar 23-24 steeg dit naar 327.” Ook het basisonderwijs was uitgenodigd voor de bijeenkomst. Wout: “Een directeur van een grote basisschool in Oldenzaal sprak haar verwondering uit over hoeveel er in de periode 2020 - 2023 al samen is ontwikkeld en uitgevoerd.” Ideeën genereren planvorming Het tweede deel van het programma was het genereren van ideeën voor nieuwe planvorming voor 2025 t/m 2028. En dan specifiek voor de doelstelling 1 en 2: het verhogen van de instroom in het technisch vmbo en het versterken van de kwaliteit van het technisch vmbo. Wout: “We hebben de vraagstelling bewust breed gehouden. De bedrijven gingen hiermee in groepjes van circa vier personen aan de slag onder het genot van een hapje en drankje. Zij noteerden per doelstelling op hoofdlijnen allerlei ideeën en suggesties.” Rode draad in opbrengsten Welke rode draad ziet Wout in de opbrengsten van deze sessie? “De bedrijven focussen bijvoorbeeld op de invulling van stages. Hoe doen we dat nu? En hoe kunnen we die eventueel zo aanpassen dat deze nog beter bij de doelen van de bedrijven passen? Ook een suggestie van de bedrijven was om de ouders er veel meer bij te betrekken en de onderwijscollega’s nog meer buiten de school te brengen om nieuwe kennis en ervaringen op te doen. Een voorbeeld? De gastlessen vinden nu nog veel plaats binnen de school, maar die zou je ook binnen de bedrijven kunnen verzorgen. Dan bezorg je niet alleen de leerlingen een externe ervaring, maar ook de docenten.” Koersen op vernieuwing Ook werd er constructief gediscussieerd over het aangereikte thema ‘aanhaken bij technische vernieuwingen in de markt’. Wout: “Het examenprogramma vernieuwt niet zo vaak. De bedrijven willen dat het vmbo-onderwijs ook vernieuwingen in haar lessen en dus curriculum verwerkt. Met als doel het technisch vmbo-onderwijs actueler en daarmee misschien voor de jeugd ook meer aansprekend te maken. Daardoor geven we de leerlingen onderwijs dat beter aansluit bij wat er in de markt gaande is.” Eveneens stimuleren de bedrijven het vmbo om de interesse voor instroom in de techniek zo breed mogelijk aan te vliegen. Wout: “Dit betekent dat we ook eens een uitstapje buiten ons curriculum moeten wagen.” Ook basisscholen uitgenodigd Zoals gezegd: Wout en zijn collega’s hadden de uitnodiging voor deze bijeenkomst ook naar de bij STO betrokken basisscholen gestuurd: “Vanuit die groep kwam het idee om specifiek iets op te pakken voor scholing van leerkrachten en speciaal voor hen STO-bijeenkomsten te organiseren. Bedoeld om elkaar te informeren en te inspireren. Ook noemden zij, evenals de bedrijven, meer ouderparticipatie. Binnen LOB zou dit een stevigere plek moeten krijgen.” Originele invalshoek hybride instructeur Ook het concept van de hybride instructeur werd in de discussies meegenomen. Wout: “Een bedrijf gaf aan best een werknemer naar onze school te willen sturen, maar gaf meteen de suggestie mee ook een techniekdocent van de school naar zijn bedrijf te zenden om mee te helpen in de werkplaats. Enerzijds pure mankracht die het werk van het bedrijf verlicht, maar ook als een soort docentstage om kennis op te doen. Kortom, het idee van een wederzijdse kennisuitwisseling tussen school en bedrijf.” Wout en zijn collega’s nemen dit in ieder geval in overweging: “Sowieso nemen we in de planvorming voor 2025-2028 meer aandacht mee voor docentstages, bijvoorbeeld elk jaar een dag of twee bij een bedrijf aan de slag gaan om nieuwe indrukken op te doen.” Vervolg Wat gaan Wout en zijn collega’s doen met de opbrengsten uit de brainstorm? Wout: “In de regio Oldenzaal hebben we een groep van twaalf collega’s van de vier verschillende vestigingen: de vmbo-locaties en de onderbouwlocaties. Een gevarieerd gezelschap dat nadenkt over de nieuwe planvorming 2025-2028. De input van de bedrijven nemen we mee naar twee bijeenkomsten van deze groep in maart. Die gebruiken we om de ideeën te beoordelen en te concretiseren.” Wout benadrukt dat de ideeënvorming begin mei klaar moet zijn: “Die deadline geldt ook voor alle andere subregio’s van STO Twente.” MENU

  • Zelf doen en je mening vormen tijdens Technische Beroependag TCC

    Zelf doen en je mening vormen tijdens Technische Beroependag TCC Opnieuw organiseerde Twents Carmel College (TCC) Potskampstraat een geslaagde dag voor de technische beroepsoriëntatie voor alle derdejaars leerlingen BBL/KBL en TGL. Op dinsdag 30 januari bezocht in de morgen elke leerling op de fiets twee technische bedrijven. De groepjes werden begeleid door een docent. Sterk Techniekonderwijs Twente ging mee en licht er graag twee bedrijfsbezoeken én een bezoek aan Medisch Spectrum Twente uit. Want ook deze laatste locatie zou haar belangrijke werk niet kunnen doen zonder techniek. Voor alle deelnemende bedrijven gold dat zij hun deuren gastvrij openden waarvoor dank! Een aantal daarvan zette de leerlingen aan het werk waardoor zij zelf konden ervaren of techniek iets voor hen zou zijn. Goed beroepsbeeld geven Ongeveer 45 bedrijven in en rond Oldenzaal werkten mee aan deze beroepsoriëntatie. Prachtig die samenwerking! De leerlingen maakten zelf de keuze welke twee bedrijven zij graag wilden bezoeken. Doel van deze kennismaking is om de leerlingen een goed beroepsbeeld mee te geven. En het is natuurlijk een mooie kans om het veelzijdige toekomstperspectief van werken in techniek aan hen te presenteren. Kuiphuis Kraanverhuur B.V.: hóógstaand werk Kuiphuis Kraanverhuur B.V. zetelt met het hoofdkantoor in Oldenzaal en telt zeven vestigingen in Nederland. Zij leveren mobiele hijskranen, loopkatkranen en roterende verreikers in Noord-, Oost- en Midden-Nederland, uiteraard mét ervaren machinisten. Een kraanmachinist werkt met kapitale machines en materialen en de bediening daarvan vergt verantwoordelijkheidsgevoel en een ongelofelijk fijngevoelige motoriek. Dat konden de leerlingen eigenhandig ontdekken door in de cabine van een kraan plaats te nemen en een zwaar blok door een traject met pionnen te manoeuvreren. Eén van de gastvrije begeleiders bij Kuiphuis Kraanverhuur was Clenn Veltmann: “Het is leuk deze leerlingen van de Potskampstraat te zien want daar heb ik zelf ook op gezeten! Ik kwam via een snuffelstage bij Kuiphuis, begon als kraanwasser, deed de opleiding voor machinist en ben nu commercieel technisch buitendienstmedewerker.” Veiligheid voorop Ook Wim Kloosterboer verzorgde de begeleiding van leerlingen. Hij is VGM&K coördinator bij Kuiphuis Kraanverhuur en benadrukte de hoge waarde van de machines en alle veiligheidsaspecten die in dit werk een grote rol spelen. Wim zorgde er dan ook voor dat alle leerlingen hun veiligheidshelm op hielden. Ook benadrukte Wim de vooruitstrevende rol die Kuiphuis speelt op het vlak van verduurzaming: “We zijn actief bezig met het elektrificeren van ons kraanmachinepark.” Verder stipte Wim een belangrijke karaktereigenschap aan die je moet hebben als je als vmbo-leerling later voor dit vak kiest: “Op tijd komen en discipline. Te laat arriveren op een klus kost goud geld want iedereen staat dan stil.” Zoals gezegd, spectaculair was het onderdeel waarbij de leerlingen zelf een kraan mochten besturen. Dat wil zeggen: vanuit een stilstaande kraan een zwaar blok verticaal zo precies mogelijk manoeuvreren. Dat viel niet mee. Tijmen, één van de leerlingen, probeerde het ook. Zijn eerlijke reactie? “Mooi, maar moeilijk!” Na afloop ontvingen de leerlingen een sleutelhanger en liniaal voor tekeningen op schaal. NieuweWeme: vmbo-leerlingen ontdekken een betere wereld Ook konden de leerlingen een bezoek brengen aan NieuweWeme. Al meer dan 30 jaar ontwerpt, produceert en monteert NieuweWeme in Oldenzaal hightech oplossingen voor opdrachtgevers over de hele wereld. Zij zijn experts in het ontwikkelen en produceren van duurzame projecten en producten in verschillende sectoren. InOldenzaal worden onder meer laadpalen voor elektrische auto's geproduceerd en zogenoemde energiecontainers. Wat begon met Ben Nieuwe Weme in zijn garage, is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie met meer dan 180 experts verspreid over verschillende business units binnen de groep. NieuweWeme is onderdeel van de Koolen Industries Groep. Een combinatie van 27 bedrijven met een missie om de energietransitie te versnellen. Volop investeren in de jeugd De leerlingen werden gastvrij ontvangen door Jeanet van Arragon, verantwoordelijk voor personeelszaken van NieuweWeme. Eén groepje kwam bij binnenkomst toevallig Ben Nieuwe Weme tegen, de oprichter van het bedrijf. Enthousiast gaf hij de leerlingen direct een positief advies mee: “Kies altijd werk dat je écht leuk vindt, voor niet leuk werk is het leven veel te kort.” Bijzonder was ook dat Jeanet van Arragon bij de introductie de leerlingen vroeg zich voor te stellen en te zeggen wat hun idee voor hun toekomst was. Jeanet: “NieuweWeme investeert graag in de jeugd. We bieden hier veel stages aan. En als je hier eenmaal werkt? Dan zijn er heel veel mogelijkheden om te switchen van werk en door te groeien. Ook telt bij NieuweWeme elk idee van elke medewerker om zaken te verbeteren.” NieuweWeme is vooral actief met verduurzaming en de energietransitie, iets waar de leerlingen op aansloegen. Inspirerende rondleiding Na een leuk gesprek in de groep en een korte bedrijfspresentatie volgde de rondleiding langs de vier business units. Speciaal aandacht kreeg bijvoorbeeld de zogeheten Battolyser, een slim en duurzaam systeem dat zowel energie opslaat als die niet direct nodig is én waterstof produceert. Goed om te melden is dat NieuweWeme ook steeds meer vrouwelijke technici mag verwelkomen. Eveneens viel het de leerlingen op hoe schoon het werk is bij NieuweWeme. Twee teamleiders gaven uitleg over hun specifieke werk en ook zij benadrukten de fijne sfeer bij NieuweWeme, de doorgroeikansen voor jong mbo-talent én de deur die wagenwijd openstaat voor vrouwen. Medisch Spectrum Twente (MST): compleet nieuwe inzichten Ook het bezoek aan Medisch Spectrum Twente (MST) bracht veel leerlingen op totaal nieuwe inzichten. Begeleidend docent was Ian te Lintelo, geschiedenisleraar op het TCC en mentor van een 3-GT groep: “We werden gastvrij ontvangen bij de receptie en verdeeld in twee groepen van tien leerlingen. De eerste groep leerlingen kreeg eerst de technische ‘achterkant’ van het MST gepresenteerd. Heel bijzonder, want in een ziekenhuis zien ook de leerlingen eigenlijk alleen alles rondom het bed. Maar daar zit een complete techniekwereld achter. We kregen uitleg vanuit de Technische Dienst over de enorme hoeveelheid machines en installaties die zij in beheer en onderhoud hebben. Alleen al de zuurstofvoorziening maakte veel indruk op de leerlingen evenals het noodaggregaat. Of denk aan luchtfilterinstallaties met een lengte van vele tientallen meters.” Ian zag dat de leerlingen zich er niet van bewust waren dat er achter het ziekenhuis nog zo’n enorme techniek zat: “Al die techniek en technologie aan de achterkant is eigenlijk net zo groot als het ziekenhuis aan de voorkant.” MENU

  • Snuffelen aan lassen bij Hofman Staalbouw

    Snuffelen aan lassen bij Hofman Staalbouw Niets is Hofman Staalbouw uit Vroomshoop te veel om vmbo-leerlingen te motiveren voor een keuze voor techniek. Vooral voor het machtig mooie vak van lassen. Jan Tijhuis, de ervaren praktijkopleider bij Hofman Staalbouw is al lang en breed met pensioen, maar vol enthousiasme begeleidt hij samen met Dennis Bakker derdejaarsleerlingen van Het Noordik bij een eerste kennismaking met lassen. Dennis stuurt één van de twee werkplaatsen aan bij Hofman Staalbouw en is praktijkopleider. Tegelijkertijd leidt Jan Tijhuis twee toppers van Het Noordik op voor de NIL-Laswedstrijd 2024 voor vmbo- en praktijkscholen. Zowel jongens als meisjes Op 5 februari startte het kennismaken met lassen bij Hofman Staalbouw voor een gemotiveerd groepje vanen aantal derdejaars vmbo-leerlingen. Jan: “Dit zijn jongens én meisjes. Op een viertal ochtenden op maandag komen zij hier van halfelf tot halfeen.” Er zit een mooie cadans in. Jan: “Want na dit groepje krijgen we meteen twee nieuwe leerlingen voor een aantal ochtenden lassen.” Dennis Bakker, voorman in de werkplaats, is praktijkopleider. Jan Tijhuis: “Ik zet de lijntjes uit naar de vmbo-scholen en Dennis verzorgt de concrete begeleiding van de leerlingen. Samen tekenen we voor deze aanpak voor onze bedrijfsleerlingen die van ROC van Twente/SMEOT komen.” Dennis: “Het is goed geregeld door mijn werkgever. Ik mag ook echt tijd besteden aan jong lastalent uit het vmbo.” Focus op de basis Dennis: “We focussen op de basis. De leerlingen maken een concreet laswerkstuk met als insteek dat zij bepaalde lasposities leren: de zogeheten lasnaden PA en PB. PA staat voor lassen onder de hand en PB voor een staande hoeklas. Twee belangrijke lashandelingen die we hen bijbrengen. Ook leren we het lasapparaat zelf bijstellen. De ene leerling laat al snel een bepaalde structuur en strakheid zien. De andere leerling moet zich nog compleet ontwikkelen. We leren leerlingen ook om zelfstandig te werken, dus zelf na te denken over de aangereikte instructie. Dat helpt beter dan dat we deze leerlingen overladen door alles voor te doen. Uiteraard lopen we regelmatig langs voor ondersteuning”. Jan Tijhuis: “We belasten deze leerlingen niet met theorie, het gaat zuiver om het snuffelen aan lassen.” Oog voor lastalent Hofman Staalbouw is een gecertificeerd lasbedrijf en Het Noordik geeft hen alle vrijheid bij de inhoudelijke opbouw van de lessen. Het gaat niet alleen om het lassen zelf. Jan: “Ze maken ook kennis met hoe het eraan toegaat in een professionele organisatie die op niveau last. Het is geen schoolse omgeving en tien meter verderop zien de leerlingen onze lasprofessionals hun werk doen. Ook die collega’s kijken regelmatig vanuit de praktijk mee met de leerlingen.” De leerlingen Produceren, Installeren en Energie (PIE) van Het Noordik zijn geselecteerd op hun motivatie. Jan: “De sfeer is heel goed, ze komen hier maar al te graag en zijn leergierig. Als je 13, 14 jaar bent, is je talent voor lassen niet meteen zichtbaar. Daarom geven we leerlingen hier de kans dit heel proefondervindelijk te ervaren.” Concreet werkstuk Een goede lasser moet niet alleen gevoel voor techniek hebben: “Ook rust in je hoofd is belangrijk. Je moet het talent hebben om je te kunnen concentreren op dat ene stukje laswerk”, aldus Jan Tijhuis. “Ook daar letten we op bij deze jonge vmbo-leerlingen.” Wel zou Jan wat meer betrokkenheid van ouders willen zien: “Voor hun kinderen ligt er goedbetaald werk voorhanden als lasser. Als zij dat willen, leiden we ouders op een zaterdag graag rond.” Jan Tijhuis benadrukt dat ook ervaren lassers door kunnen groeien naar een leidinggevende of kwaliteit controlerende functie: “Dit vak biedt oneindig veel mogelijkheden.” Twee lastalenten doen mee met laswedstrijden NIL! Maar er is meer goed nieuws! Op 15 februari deden twee vierdejaars leerlingen van Het Noordik mee aan de voorronde voor de laswedstrijden van de NIL-Laswedstrijd 2024 voor vmbo- en praktijkscholen. Het gaat hier om Gijs Kleinjan en Valentino Ferraro. Jan: “Het Nederlands Instituut voor Lastechniek (NIL) is een onafhankelijke stichting die al meer dan 80 jaar de collectieve belangen behartigt van bedrijven, instellingen en personen die werkzaam zijn op het gebied van lassen, lijmen en andere permanente verbindingstechnieken. Het was voor 2024 de eerste selectiewedstrijd voor het Nederlands Kampioenschap vmbo- en praktijkscholen voor de regio Noord & Noord-Oost bij het Noorderpoort in Groningen. Ik ben al een aantal maanden de opleider van deze Vroomshoopse deelnemers. Het leuke is dat deze talenten boven zijn komen drijven uit het groepje derdejaars die we hier verléden jaar aan lassen lieten snuffelen. Zo werkt het dus. Dennis en ik zagen dat ze talent hadden. Samen werken we naar het niveau 1 NIL toe.” Het gaat om de persoonlijke groei Jan: “Tijdens de wedstrijd moesten ze hun skills laten zien met bijvoorbeeld lasstanden en lasnaadvoorbewerking. Het wedstrijdresultaat met deze kanjers? Allebei zijn ze voor het examen geslaagd en hebben met succes het poppetje gelast. Het theorie examen gaan ze in april doen samen met de leerlingen van Hofman Staalbouw.” Eric Raanhuis, docent PIE op Het Noordik en kartrekker techniekonderwijs: “Uiteindelijk gaat het ons om de persoonlijke groei van onze leerling en ongeacht het resultaat hebben we dat zeker bereikt.” Jan: “De bedoeling is dat deze leerlingen tevens hun NIL diploma lassen gaan halen en vanaf april sluiten zij aan bij onze eigen personeelstraining voor de theorie. In maart vindt bij SMEOT de landelijke finale plaats van de NIL-Laswedstrijd 2024 voor vmbo- en praktijkscholen.” Ook les voor praktijkinstructeur Ander goed nieuws is dat de praktijkinstructeur PIE van Het Noordik is gestart met de NIL-opleiding lassen. Jan Tijhuis: “Nico van Harten sluit in één moeite door aan bij de personeelstraining van Hofman Staalbouw, elke dinsdagmiddag en -avond. Aan het einde van dit schooljaar kan hij dan ook examen doen voor niveau 1NIL. Die kennis draagt hij vervolgens op Het Noordik weer over aan zijn leerlingen.” Want voor alle duidelijkheid: de gepensioneerde lasinstructeur Jan Tijhuis geeft ook nog les aan de leerlingen van de personeelstraining van Hofman zelf: “Hen proberen we niveau 1, 2 en 3 te laten bereiken.” In de wereld van het lassen zal altijd werk blijven, benadrukt Jan Tijhuis: “Natuurlijk, een stukje robotisering passen wij ook toe, maar altijd in combinatie met handmatig lassen. Die menselijke kwaliteit is niet geautomatiseerd na te bootsen.” Een tip: Praktijkonderwijs Tot slot heeft Jan Tijhuis een tip vanuit zijn hart: “Ik kom oorspronkelijk uit het Praktijkonderwijs. Daar zitten juweeltjes van talent tussen voor lassen. Wel hebben ze iets meer tijd en maatwerk nodig, maar dan komen zij er ook. Elke lasser die we voor Twente winnen is er één.” MENU

  • STO subregio Hengelo gestart met PDC scholingstraject

    STO subregio Hengelo gestart met PDC scholingstraject De STO subregio Hengelo is gestart met een nieuw PDC scholingstraject voor (hybride) docenten en instructeurs. Het mooie is dat hier meerdere subregio’s van STO Twente aan meedoen, met in totaal 14 deelnemers. Windesheim verzorgt deze opleiding en komt hiervoor om de twee weken speciaal naar C.T. Stork College toe. Doel van de cursus is meer instructeurs die ervaring hebben in de beroepspraktijk op te leiden voor het technisch onderwijs, zodat leerlingen les krijgen van mensen met praktijkervaring. Deze samenwerking voor specifiek deze groep is een mooi initiatief van de STO subregio Hengelo. Leren om technische kennis over te brengen Benno Hams, regioleider STO subregio Hengelo: “(Hybride) docenten en instructeurs brengen waardevolle technische kennis rechtstreeks uit de bedrijven het technisch vmbo binnen. De laatste machines en apparatuur, de laatste technieken: zij kennen die als geen ander. Geen wonder dat zij binnen STO Twente heel veel aandacht krijgen. Maar technische kennis hébben is nog wel wat anders dan deze goed kunnen overbrengen op vmbo-leerlingen. Daar heb je pedagogisch-didactische vaardigheden voor nodig. En die brengt STO Twente deze belangrijke doelgroep bij met een officiële opleiding voor het Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC). Windesheim geeft deze opleiding en komt hiervoor met plezier naar C.T. Stork College.” Het voordeel van wisselwerking De samenstelling van de deelnemers is opvallend gevarieerd. Van de Schildersvakopleiding in het Techniekhuis Twente tot en met SMEOT. En van onderwijsassistenten tot en met een verspaner van een bedrijf uit Lochem. Of denk aan deelnemers die vanuit een schakeltraject van het UWV voor lesgeven in de techniek kozen evenals twee conciërges van C.T. Stork Uiteraard doen er ook (hybride) docenten en instructeurs mee die onder de paraplu van STO Twente zijn geworven. Benno Hams: “Het mooie van deze gemengde groep is dat de deelnemers uit de eerste hand heel veel van elkaar kunnen leren. Ze volgen samen les en eten ook samen. Dat schept een band, een goede basis voor de uitwisseling van ervaringen. Ook na het behalen van het PDC profiteren de (hybride) docenten en instructeurs van dit netwerk, bijvoorbeeld voor het samen opzetten van initiatieven.” Hoeveelheid studie valt mee Marc-Jan Hengstman: “Ik ben technisch onderwijsassistent op het Zone.college en wilde graag verder als instructeur. Daarvoor heb ik het PDC nodig en STO Twente bood mij aan deze opleiding te volgen. Het is goed te combineren met mijn reguliere werk. De hoeveelheid studie vind ik tot nu toe erg meevallen. Wel heb ik het geluk dat ik eerder een opleiding voor onderwijsassistent heb mogen volgen op Aeres Hogeschool. Deze opleiding nu sluit daar goed op aan.” Ontwikkeling en afwisseling Ruud Wiggers is bij SMEOT in opleiding tot hybride instructeur: “In het dagelijks leven ben ik inmiddels vijf jaar bedrijfsleider in Lochem bij Naeff, fabrikant van technische kunststof onderdelen. Een leuke functie in een mooi bedrijf met een goede werkgever. Maar ik ben 42 jaar en wil mij voortdurend ontwikkelen, ook zoek ik afwisseling. Dat kan binnen ons veelzijdige bedrijf in alle richtingen. Echter, ik kreeg tips uit mijn omgeving dat hybride instructeur iets voor mij zou zijn, zoals van mijn moeder en vrienden. Die stap heb ik gezet omdat ik als hybride instructeur kan gaan doen wat mij heel erg leuk lijkt: mensen mijn metaalkennis overbrengen. Ook ligt het mij om collega’s op de werkvloer bij Naeff kennis bij te brengen.” Ruud ontmoet op de opleiding ook andere hybride instructeurs: “Zoals een man die eerst 30 jaar op een vrachtwagen reed voor een supermarkt. Ook hij wilde iets anders op 50-jarige leeftijd.” Voor zijn opleiding tot hybride instructeur gaat Ruud ook nog stagelopen: “Misschien volgend jaar, als de opleiding is afgerond, kan ik aan de slag. De invulling daarvan ligt nog open.” Zzp’er én hybride instructeur Hans de Roo is zzp’er in de bouw onder de naam Timmerij Hardenberg: “Drie dagen werk ik als zelfstandige en twee dagen werk ik op het Bonhoeffer College in Enschede als hybride instructeur. Een vriend die daar werkt tipte mij en ik liep een keer mee bij BWI. Ik vond het direct leuk. Ik hoop het tekort aan docenten te helpen oplossen. Ook speelt mee dat het werk in de bouw zwaarder wordt naarmate je leeftijd toeneemt. Het werk in het onderwijs hoop ik langer te kunnen doen en ook is het salaris goed. Wel is het omgaan met vmbo-leerlingen voor mij een nieuwe wereld. Ze zijn bijzonder mondig. De insteek is dat je ze niet zozeer het vak zelf leert, maar de motivatie daarvoor meegeeft, zij een vervolgopleiding doen en ergens komen. Ik kan hen meegegeven hoe het écht in de dagelijkse praktijk werkt. Ook merk je dat ze respect hebben omdat ik een eigen bedrijf heb. De PDC-opleiding is pittig, met name door mijn ict-achterstand.” Technisch instructeur is echt een vák Marius Splinter, docent PDG aan hogeschool Windesheim: “Deze groep is groot genoeg om op het C.T. Stork College les te geven. De deelnemers van deze groep hebben een technische achtergrond, uiteraard pas ik mijn lessen daarop aan. Ik geef didactiek en pedagogiek die daarmee voor wat betreft de inhoud aansluit op de specifieke kenmerken die je kunt verwachten bij een leerling in het technisch onderwijs. Dus het aanleren hoe je leuke en interessante lessen maakt (didactiek) en hoe je de lessen goed afstemt op wat de leerling nodig heeft (pedagogiek). Deze groep is gemend voor wat betreft samenstelling. Dit geeft een wisselwerking en een verruiming van inzichten. Technisch instructeur zijn is echt een vak, je doet het er niet even bij. Het kost tijd om een goede instructeur te worden en je moet bereid zijn om daarin te investeren. Aan de andere kant: het levert je ook heel veel nieuwe inzichten en ervaringen op.” En voor de scholen van STO Twente betekent het dat ze veel kennis en ervaring uit het bedrijfsleven binnen de school halen. Een win-win. MENU

Zoek

bottom of page