
Techniekvrijwilligers Canisius Tubbergen maken verdiepende kennismaking met techniek mogelijk
Canisius Tubbergen slaagt erin om meerdere gepensioneerde techniekvrijwilligers te werven én te behouden voor de technieklessen met de leerlingen. Waarom lukt dat zo goed? En hoe kijken de leerlingen naar deze vrijwilligers? De techniekvrijwilligers vatten het nuchter samen: “Wij leren hen de kneepjes van het vak, die vind je niet in de boeken. Daar krijgen we heel veel respect voor terug. We ervaren geen ordeproblemen, ook omdat we het leuk en gezellig houden. Daardoor werkt het!” Ook belangrijk: de vrijwilligers horen er écht bij op school en doen ook mee met de sociale schoolactiviteiten.
Inbreng techniekvrijwilligers is onmisbaar
Maik van der Vegt is docent D&P op het Canisius Tubbergen: “Ook ben ik docent voor de Praktijkklassen. Onze school biedt geen technische profielen, alleen het profiel D&P, maar daarin verdiepen we bewust op de technisch-bouwkundige kant. Juist dankzij de hulp van al onze techniekvrijwilligers kunnen we onze leerlingen door middel van de Keuzevakken laten ervaren hoe het nu écht werkt en voelt als lasser, timmerman of metselaar. Met de inzet van de vrijwilligers geven we de leerlingen de kans om zelf te ervaren of ze voor een beroep in de bouw of techniek willen kiezen. De inbreng van de techniekvrijwilligers daarin is onmisbaar, want zelf komen we daar tijd en capaciteit voor tekort.” Walter Postel is instructeur: “Samen met collega Maik van der Vegt mag ik de praktijklessen op het Canisius Tubbergen verzorgen. 16 jaar geleden ben ik vanuit het hoveniersvak omgeschoold en het onderwijs ingerold. Evenals de vrijwilligers heb ik dus ook ervaring met hoe het eraan toegaat in het bedrijfsleven.”
Liefde voor het vak overbrengen
Neem de gepensioneerde Theo Paus, al 15 jaar techniekvrijwilliger op het Canisius Tubbergen: “Ik neem 50 jaar ervaring als meubelmaker naar de leerlingen mee. Dit vak beleef ik met hart en ziel en ik wil mijn ervaring overbrengen op de jeugd.” Theo is 4 tot 6 uur per week actief op het Canisius Tubbergen: “Mijn beide zonen kozen ook voor meubelmaken, ze zagen mij thuis als voorbeeld. Dat voorbeeld wil ik ook graag voor de leerlingen op Canisius Tubbergen zijn.” Hoe brengt Theo zijn vakkennis over? “In mijn werk gaf ik leiding, dat helpt ook in dit vrijwilligerswerk. We krijgen een goede begeleiding van docent Maik van der Vegt en instructeur Walter Postel. Zij geven ons praktisch-technisch de vrije hand.” Voelt Theo een leeftijdsgat tussen hem en de leerlingen? “Totaal niet. Ik sta tussen de leerlingen en doe dingen met mijn handen voor, zodat ze respect voor mij opbrengen en open blijven staan. We hebben als technici allemaal foefjes geleerd in de praktijk, die staan nergens beschreven, maar wij brengen die over op de leerlingen in een ontspannen sfeer.” Maik: “Op maandag geef ik lassen en dan is er geen techniekvrijwilliger. Dan zeg ik tegen de leerlingen: morgen laat je je werkstuk zien aan mijnheer Benerink, onze lasexpert, en hij kan als expert je werkstuk beoordelen. Op die manier krijgen de techniekvrijwilligers een nog hoger aanzien bij de leerlingen.”
Heldere sturing op pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid voor leerlingen
Maik: “Met de Keuzevakken hebben we uiteraard didactische doelen. Vooraf geven we duidelijk bij de techniekvrijwilligers aan wat er in de les in praktische zin gedaan moet worden. Al een tijdje volgen we hetzelfde lesprogramma, dus die routine is goed op orde. Hebben leerlingen een meer specialistische behandeling nodig of spelen er gedragsaspecten? Dan ligt die verantwoordelijkheid en onderwijskundige uitvoering uiteraard bij ons, als docent en instructeur, laat dat helder zijn.” Wim Benerink werkte altijd in de metaal: “Ik heb bij Stork en Akzo (nu Nobian) gewerkt en heb heel veel ervaring met lassen. Met leerlingen werken vind ik fantastisch, het aantal uur dat ik meehelp bij de Praktijklessen wisselt, bijvoorbeeld in examentijd is het wat minder. Mijn insteek? Tussen de leerlingen staan, ze helpen, vakkennis overbrengen, en het vooral ook gezellig maken en houden. Ze zijn nog zo jong en ik vind het heel belangrijk dat ze iets leren, maar net zo goed dat ze het fijn vinden in de technieklessen. Als ik thuiskom van dit vrijwilligerswerk heb ik daar meestal een goed, voldaan gevoel van. We kunnen hen praktijkkneepjes leren die ze niet leren uit een boek.”
Voldoening halen uit vorderingen
Gerard Braakhuis: “De ervaring die ik meeneem en overbreng ligt op het vlak van metselen, bouwkunde en stratenmaken. Ik heb zo’n 45 jaar in de bouw gewerkt, In mijn eerdere werk had ik altijd leerlingen onder mijn hoede. En toen ik zelf jong was en startte, was ik ook blij als ik iets kon leren van een oudere vakman. Die rol probeer ik nu te vervullen voor de huidige jeugd. Neem wildverband bij het metselen, lastige materie. Ik breng de leerlingen de praktische kneepjes bij. Mijn voldoening? Die haal ik eruit als het eerst lastig is voor de leerlingen, ik hen iets leer uit de praktijk, en vervolgens toch zie dat ze vorderingen maken.” Wel merkt Gerard niveauverschillen onder de leerlingen: “We bespreken dat met elkaar, ook met de docent en instructeur. Hoe ging het? Wat kan beter? We worden natuurlijk nooit boos op leerlingen, maar geven wel duidelijk aan als zij hun technische werk kunnen verbeteren. Dat doen we op basis van onze ervaring en ook met de nodige tact.” Gerard Braakhuis verzorgt samen met Fons Geerts het Keuzevak Bouwen vanaf de fundering/metselen. Zij delen met veel plezier hun kennis en ervaring met de leerlingen.”
Wederzijds respect
Ook heel belangrijk: het wederzijds respect tussen de docent en instructeur en de vrijwilligers. Walter Postel: “Misschien geeft een vrijwilliger een technisch advies aan een leerling wat wij als school anders zouden aanvliegen. Geen probleem! We laten de vrijwilligers en leerlingen lekker samenwerken. Ook daarmee geven we de vrijwilligers respect en waardering. En als we daar dan later technisch-inhoudelijk met elkaar over praten? Dan komen we daar altijd uit en ligt de waarheid bijna altijd in het midden!” Theo Paus: “We hebben over en weer heel veel respect voor elkaar.” Walter: “Door de goede relatie tussen de vrijwilligers en de leerlingen zie je de leerlingen alle tips en adviezen met open armen ontvangen.” Wim Benerink: “Het is eigenlijk heel eenvoudig. Als het lassen de leerlingen niet lukt, doe ik het voor in de lascabine. Ze zien dat het tóch wel kan en dat motiveert hen om alsnog te proberen ook zo’n lasje neer te leggen. Het motiveert mij enorm als ze daardoor geholpen hun diploma halen of meedoen aan de NIL-laswedstrijden, ook voor de school zelf is dat een mooi stukje reclame.”
Goed bedrijvennetwerk
Canisius Tubbergen heeft mede door de inzet van Marleen Peddemors en Frans Stevelink een stevig en stabiel netwerk van technische bedrijven die zich volop inzetten voor de leerlingen, zoals met stages, keuzevakken en bedrijfsbezoeken. Walter Postel: “Ook onze vrijwilligers hebben daar vanuit het werkveld goede contacten mee en houden hun oren en ogen open. Soms pikken ze op dat een bedrijf op zoek is naar bijvoorbeeld een stagiaire, omdat ze bijvoorbeeld op de voetbal de directeur of een medewerker tegenkomen. Zij koppelen zo’n signaal direct terug naar ons op school. Superkorte lijnen dus. Slaagt zo’n connectie? Dan is de kans groot dat zo’n leerling later bij dit bedrijf in kwestie blijft werken. Ook in die zin zijn de techniekvrijwilligers voor ons heel belangrijk.” De techniekvrijwilligers zijn ook blij met de meiden in de Praktijkklas. Wim Benerink: “Ze hebben veel talent en brengen meer rust in de groep.” Theo Paus: “Ook binnen de meubelmakerij zie ik het aandeel van de meiden groeien.”
Techniektalent scouten
Tot slot: scouten de techniekvrijwilligers op grond van hun jarenlange ervaring snel nog onontdekt techniektalent.? Wim Benerink: “Sommigen hebben er gewoon feeling voor en dat zien we snel. Neem Mohammed, een rustige jongen die doet wat je zegt. Dat vertaalt zich heel mooi in de werkstukken die hij maakt. Daarom vraag ik de leerlingen altijd wat zij later willen worden.” Theo Paus: “Dat doe ik ook altijd!” Gerard Braakhuis: “Al na een paar werkstukjes zie je de niveauverschillen. Maar daar kun je je in vergissen. Leerlingen die zich langzaam ontwikkelen, kunnen alsnog heel veel techniektalent hebben!” Belangrijk om te melden: er zijn ook vrijwilligers voor motorvoertuigentechniek.

