top of page

410 resultaten gevonden

  • Bezoek studiereis STO Twente aan NS Treinmodernisering opent volstrekt nieuwe wereld

    f234d818-8db5-4eac-bc44-217c49bd3b65 Bezoek studiereis STO Twente aan NS Treinmodernisering opent volstrekt nieuwe wereld De tweede dag van de studiereis van STO Twente startte met een bezoek aan de NS Treinmodernisering, onderdeel van NedTrain B.V. De verschillende en zeer grote hallen worden gebruikt voor modernisering en vooral grootonderhoud van treinen en ligt pal bij het NS-station van Haarlem, cruciaal om de treinen vanaf het reguliere spoor naar de werkplaats te manoeuvreren. De werkplaats is immens groot met verschillende hallen en we mochten heel dichtbij komen om tegelijkertijd veilig de werkzaamheden te observeren. Zo zagen we bijvoorbeeld dat er in voor modernisering opengewerkte treinen voor vele duizenden kilometers aan kabels lopen. NS Treinmodernisering neemt getrokken rijtuigen, elektrische treinstellen en draaistellen in revisie voor specifiek grootonderhoud in een lagere frequentie. Erik Koning is Afdelingshoofd Modernisering & Revisie: “Ook vinden er verbouwingen en moderniseringen plaats van treinen die doorgaans zo’n 18 tot 20 jaar oud zijn.” Ook het herstel van opgelopen schade behoort tot het takenpakket van NSTM. Bijvoorbeeld tijdens ons bezoek stond er de zwaar beschadigde trein die eerder dit jaar op een spoorwegovergang tegen een vastgelopen vrachtwagen volgeladen met peren botste, de ‘perentrein’. Het feitelijke werk wordt ondersteund door onder andere interne disciplines zoals engineering en kwaliteit. Leuk om te melden: van al het afvalmateriaal worden nieuwe producten gemaakt die NS in haar eigen upcycle shops verkoopt op de grotere NS-stations. Erik: “Van sleutelhangers en lampen gemaakt van oude informatieborden tot tassen, laptophoezen, schoenen en etuis van voormalige treinstoffen.” Open voor onderwijs en bedrijven De ontvangst was allerhartelijkst en Erik Koning gaf een praktische presentatie van het werk van de NS Treinmodernisering. Ook opleiden en inspireren krijgt een ruimte in het werkpakket: “We laten bedrijven en opleidingen graag zien welke soorten uitdagende technische banen wij bieden, ook voor MBO’ers. Zo doen wij mee met het PET Haarlem event voor groep 7 en 8 uit het basisonderwijs uit de omgeving om hen kennis te laten met onze wereld.” Dit inspireren van de jongste generaties technisch talent is van belang, want de NS Treinmodernisering heeft forse groeiambities. Erik: “We hebben nu ongeveer 250 monteurs en willen doorgroeien naar ongeveer 300 monteurs.” Eigen bedrijfsschool: de TechniekFabriek NS heeft een eigen bedrijfsschool genaamd de TechniekFabriek, met locaties in Zwolle, Berkel-Enschot en Amsterdam. Zij verwelkomt zoveel mogelijk technisch talent. Leerlingen uit het vmbo kunnen in de TechniekFabriek instromen op hun 16e en zijn op hun 18e klaar met de opleiding. Erik: “De schaarste doet zich bij ons vooral voor op MBO niveau 3 en 4. Zo kun je in de TechniekFabriek beginnen als trainee of monteur in opleiding en doorgroeien tot hoofdmonteur, engineer of misschien wel afdelingshoofd.” Naast de TechniekFabriek heeft NSTM ook een project met statushouders. Zij beginnen in de Kabelstraat en gaan daarnaast naar school en volgen Nederlandse les. Zij stromen daarna door naar andere plekken binnen de MR.” Indrukwekkende rondleiding Na de inleiding kregen de deelnemers aan de STO Twente studiereis een rondleiding door de gigantisch grote hallen. Het was indrukwekkend om te zien hoe volgens een slim schema rijtuigen, ook wel ‘bakken’ genoemd, en elektrische treinstellen naar binnen worden gereden en een compleet proces van modernisering of onderhoud ondergaan. Is al dit werk eenmaal gedaan? Dan wordt mét stroom erop alles tot in detail getest. Erik: “Staat in de werkplaats het sein op rood? Dan weet iedereen dat die testfase mét stroom gaande is en extra voorzichtigheid is geboden. Nieuwe Treinstellenhal In de werkplaats wordt met een efficiënt schema gewerkt en allerlei handelingen zijn gestroomlijnd en gestandaardiseerd. In een nieuwe, grote werkhal die momenteel wordt gebouwd zal de werkvariatie door een andere manier van plannen voor de monteurs veel groter zijn. Aniek van Onzenoort is productieleider voor de belangrijkste productielijnen in de NS Treinmodernisering. Zij gaf samen met Erik Koning de rondleiding: “De nieuwe treinstellenhal is ontworpen als een multifunctioneel complex en de hal is voorzien van vier sporen waarvan één speciaal is bestemd voor snelle revisies aan treinstellen, uitgerust met doorlopende bordessen en hefbokken voor efficiënt onderhoud. De volledige oplevering staat gepland in het voorjaar van 2026 en zoals gezegd krijgen de monteurs door een andere manier van plannen een grotere werkmix en dus nog meer uitdaging aangeboden.” Meedenken over verbeteringen NS Treinmodernisering heeft een eigen ‘Lean Academy’. Erik: “Alle monteurs die bij ons binnenkomen leren hier hoe zij kunnen bijdragen aan een zo efficiënt mogelijk onderhouds- en vernieuwingsproces, dus met zo min mogelijk verspilling ( = lean). Elk idee van elke medewerker is welkom en wordt op waarde geschat. In de Lean Academy zelf gaan de monteurs op basis van gamification, aan de slag met het samen bouwen van een quad. In het klein bedenken zij zo met elkaar productie- en procesverbeteringen die vervolgens in het groot in ons proces van modernisering en onderhoud worden toegepast.” Aniek van Onzenoort: “Ik studeerde af in Natuurkunde, heb een Master Data Science gedaan met een minor in Computational Science afgerond. Graag vervul ik rollen tussen Bèta-materie en de daarbij betrokken mensen in. Binnen NS ben ik nu productieleider. Ik ben echt NS-fan, ook omdat dit een aantrekkelijke werkgever is met heel veel verschillende loopbaankansen. Mijn liefde voor de NS is begonnen toen ik als student treinde en mij afvroeg hoe zij toch al die treinen overal op de juiste plek op het juiste moment kregen? Die wereld daarachter interesseerde mij en nu mag ik daaraan bijdragen.” De rondleiders in Haarlem ontvingen tot slot als dank van STO Twente een mooi aandenken. NS Treinmodernisering NS bedankt! MENU

  • Alma College opent Technolab

    68cdad4c-f2bc-4eb5-b92b-99ec9f08e5df Alma College opent Technolab De drie Almelose vmbo-afdelingen van het Erasmus, het Noordik en Pius X zijn een jaar geleden samengevoegd tot een nieuwe school: het Alma College. Na een ingrijpende verbouwing kon het Alma College van start in het nieuwe schoolgebouw aan de Catharina van Renneslaan. Onderdeel daarvan is een gloednieuw Technolab. Emiel Dikkers: “De ervaringen die we hier opdoen zijn voor de STO subregio Almelo e.o. waardevolle input voor de nog te openen Technolabs op het Canisius in Tubbergen en op het Noordik in Vroomshoop.” Subregio Almelo nauw betrokken STO Twente ging in gesprek met Emiel Dikkers en Marc-Jan Hengstman, beheerders van het Technolab. Marc-Jan Hengstman is technisch onderwijsassistent op het Zone.college en Emiel Dikkers is docent Technologie & Toepassing bij het Alma College. Marc-Jan: “Vanuit een speciaal team zijn we vanaf scratch begonnen na te denken over de inrichting van het Technolab. De kernvragen? Waar zet je het Technolab voor in? Welke technologie willen we presenteren? En ook: hoe kijkt de STO subregio Almelo e.o. eigenlijk tegen een Technolab aan?” Emiel: “Bewust hebben we hier de hele subregio bij betrokken. Elke school had een afgevaardigde in het projectteam.” Marc-Jan: “Dat werkte heel goed, met collega’s van het Noordik, Zone.college, het Erasmus, Omnis College en uiteraard het Alma College zelf.” Wat daarbij hielp, geven Marc-Jan en Emiel aan, is dat er dankzij STO Twente in de laatste jaren tussen de techniekspecialisten van deze scholen al stevigere banden waren ontstaan. Veelheid aan beschikbare technologie Met gepaste trots vertellen Emiel en Marc-Jan over de technologieën waarmee leerlingen in gloednieuwe Technolab aan de slag kan, ook op basis van kant-en-klare workshops: “We zijn nog aan het inrichten. Maar om een idee te geven, we hebben bijvoorbeeld een Cricut Signmaker. Deze staat nog op het Zone.college en daardoor heeft Marc-Jan zich daarmee in het afgelopen jaar kunnen inleren. Maar de Cricut komt naar ons Technolab. Uiteraard bieden we hier ook de bekende Makeblock Laserbox, 3D printers, de Oculus VR brillen, HoloLenzen, drones, Codey Rockey, mBots en DoBots, een greenscreen, 3D pennen en een Stop Motion Studio. Eveneens bieden we hier de serie gekleurde koffers van Makeblock aan waar eigenlijk alles inzit, van Mecano tot en met elektronica.” De workshops die straks in het Technolab worden gegeven zijn voor leerlingen uit het primair en voortgezet onderwijs. Doorlopende leerlijn creëren Emiel en Marc-Jan realiseren zich dat een Technolab meer is dan een verzameling technologische gadgets. Emiel: “Onze filosofie is om met behulp van het Technolab een doorlopende leerlijn te creëren. Leerlingen komen hier vanaf groep 7 uit het basisonderwijs. Neem de Laserbox, die kan rode lijnen op papier herkennen die deze leerlingen hierop hebben getekend. Vervolgens leren ze in de onderbouw van het vmbo de software kennen en doorgronden. En in de bovenbouw gaan ze met deze toepassingen daadwerkelijk de programma’s voor projecten schrijven. Dat is ons doel. Dus, met elke technologie starten we heel basic, maar elk jaar dat een leerling hier komt voegen we daar instructief een verrijking aan toe. Het ultieme doel van die doorlopende leerlijn is dat de leerlingen uiteindelijk een goed overzicht krijgen van de technieken die zij kunnen inzetten in de vmbo-profielen. De gadgets die ze hier ontdekken kunnen ze later zelfstandig inzetten. Stel, voor Produceren, Installeren en Energie (PIE) of BWI Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) moeten zij iets uitzagen. Dan hebben ze de keuze uit ambachtelijk zagen of lasersnijden. Welke lasersnijder zij daarvoor nodig hebben? Dat maakt dan niet uit, ze kennen de mogelijkheden vanuit het Technolab.” Leerlingen doen belangrijke inzichten op Marc-Jan geeft graag nog een voorbeeld: “Neem een 3D printer. Die gebruik je primair voor prototyping, die zet je niet in voor productie. Dus als een leerling een sleutelhanger wil maken, dan leert die leerling dat je het prototype met de 3D printer maakt, maar de productie zelf kan je uitbesteden aan een productiebedrijf. Dat zijn belangrijke inzichten doordat ze inzien dat er meerdere stappen of partijen nodig zijn om technisch ergens te komen.” Blikvanger door prominente situering Door de verbouwing van het Alma College, en mede dankzij de medewerking van directeur Jan van der Meij, kwam er een mooie ruimte vrij voor het Technolab, direct naast de hoofdingang. Door de fraaie, grote glazen pui met opvallende belettering kan het de leerlingen, docenten en ouders niet ontgaan. Marc-Jan: “We hebben onder andere truss met professionele lampen. Dankzij een systeem kunnen we alle mogelijke belichtingen uitvoeren. Leerlingen kunnen zelf de lampen programmeren als onderdeel van het Technolab. Niet alleen is dit belangrijk voor de workshops zelf; ook geeft dit extra attentiewaarde aan het Technolab voor wie hier passeert.” Beschikbaar voor zowel po als vo Elke week is het Technolab op dinsdag- en donderdagochtend gereserveerd voor het basisonderwijs. Emiel: “Marc-Jan en ik staan dan altijd in het Technolab met z’n tweeën. Op de middagen zijn er ook inschrijfmogelijkheden voor het voortgezet onderwijs.” Zoals gezegd: Het voortgezet onderwijs kan op de middagen in het Technolab terecht. Om precies te zijn: een middag voor het Praktijkonderwijs van het Erasmus, een middag voor het Omnis College, een middag voor het Zone.college en een middag voor het Alma College. Elke school neemt een eigen docent mee die met zijn of haar leerlingen op die middag in het Technolab aan de slag kan gaan, uiteraard op voorhand voorzien door ons van het bijpassende lesmateriaal.” Omdat er in het afgelopen schooljaar nog geen fysiek Technolab was, is er in die periode alvast veel technologie uitgeleend aan de docenten van deze vo-scholen. Emiel: “Daardoor kunnen deze docenten hier straks al goed ingewerkt en voorbereid zelfstandig met hun leerlingen met deze technologieën aan het werk.” Best Practises Emiel benadrukt dat het Technolab op het Alma College een proeftuin is voor best practices: “De ervaringen die we hier gaan opdoen zijn waardevolle input voor de nog te openen Technolabs op het Canisius in Tubbergen en het Noordik in Vroomshoop. Wat hier werkt, kunnen zij ook toepassen, met uiteraard ook ruimte voor hun eigen invulling.” MENU

  • Subregio Rijssen – Holten PROactief met PRO@Work

    83111f90-1a0b-40f5-8539-3d52d683a52e Subregio Rijssen – Holten PROactief met PRO@Work Ook het Praktijkonderwijs is een bron van technisch talent én aanwas van nieuwe leerlingen voor Twentse vmbo-scholen. De STO subregio Rijssen – Holten maakt hier concreet werk van met het project PRO@Work. Potentiële PRO-leerlingen én Trajectklas-leerlingen uit (speciaal) basisonderwijs uit de regio werden uitgenodigd op CSG Reggesteyn voor een concrete kennismaking met techniek op het voortgezet onderwijs. Nico Akkerman is stagecoördinator Praktijkonderwijs bij CSG Reggesteyn: “Michiel Berentschot is bij ons docent Techniek en Timmeren. Hij had al enkele jaren geleden het plan om de groep 8 leerlingen binnen de school te halen om kennis te laten maken met techniek. Dit plan is nu verder opgepakt en breder getrokken, resulterend in de pilot PRO@Work.” Nico benadrukt dat PRO@Work het resultaat is van een stevige samenwerking tussen meerdere collega’s. De Trajectklas is een klas waarin leerlingen de kans krijgen om te laten zien of ze vmbo-basis aan kunnen. Deze klassen zijn kleiner dan de reguliere vmbo-basis klassen. Leerlingen krijgen de kans om vanuit dit tussenniveau na een jaar of twee door te stromen naar vmbo-basis of naar het praktijkonderwijs. Zowel aandacht voor harde als zachte kant van techniek Nico: “Binnen dit concept nodigden we basisschoolleerlingen met een PRO- of Trajectklas-beschikking uit voor vier middagen. Tijdens de eerste twee middagen gingen zij concreet aan de slag op onze school. Ze kozen tussen de techniekvakken (timmeren, metaal of groen), verzorging of consumptief. Dus niet alleen de harde kant van techniek was vertegenwoordigd, maar ook andere richtingen waarin techniek een rol speelt. Bedoeld om alvast de sfeer van het voortgezet onderwijs te proeven en om inzicht te krijgen in de praktijkvakken die worden aangeboden bij het Praktijkonderwijs en vmbo-basis.” Veel enthousiasme, ook bij ouders 18 leerlingen deden mee, een mooie mix van potentiële PRO-leerlingen en Trajectklas-leerlingen. Nico: “Het enthousiasme was heel groot, ook bij de ouders. Bij het timmeren bouwden ze in twee middagen speakers in een geluidsbox compleet met bekabeling voor een laptop en mobiele telefoon. De insteek was om de leerlingen al na twee middagen een concreet werkstuk mee naar huis te laten nemen, iets tastbaars wat ze eigenhandig hadden gemaakt en waar ze trots op kunnen zijn. Alles kwam aan de orde, van meten en tekenen tot en met zagen, boren, schroeven, schuren, lijmen en solderen. Ook gaven we hen een rondleiding door ons Technolab.” Vervolg met metaalwerkstuk De derde middag bood de leerlingen een nieuwe praktijkactiviteit bij naar keuze groen, metaal of verzorging. Nico: “Specifiek bij metaal stond de docent klaar met racekarretjes. De leerlingen kregen de uitdaging die te plaatsen op een zelf te maken schuin presentatieplateau zoals je die ook ziet bij nieuwe auto’s in een showroom. Hier kwamen voor de leerlingen handelingen om de hoek kijken zoals knippen, vijlen, aftekenen, metaal afbuigen en puntlassen. Tijdens de laatste van de vier middagen spoten ze hun werkstuk. Ook maakten ze kennis met MIG/MAG-lassen.” Inspirerend compliment De begeleidend docent gaf de basisschoolleerlingen in één zin een mentale les mee voor het leven: “Jullie hebben gouden handjes!” De boodschap? Nico: “Als je doet waar je hart ligt, kun je als PRO-leerling of Trajectklas-leerling uitgroeien tot een echte vakman of vakvrouw in de techniek. Een prima opsteker voor deze leerlingen.” MENU

  • STO Café Hengelo: maximaal duurzaam bij The Green Box

    8eecaefb-774c-451f-bdb0-d5aa265dec3c STO Café Hengelo: maximaal duurzaam bij The Green Box STO Café Hengelo op 3 februari koos voor het thema Duurzaam. Meer dan 40 STO-collega’s streken nieuwsgierig neer bij The Green Box in Hengelo, dé cleantech campus van Noord-West Europa, op een steenworp afstand van het C.T. Stork college. Een inspirerende mega-locatie waar startups, bedrijven, studenten en talenten samen werken aan de versnelling van de energietransitie. Ook hier is behoefte aan goed opgeleide technische mbo’ers. En die aanwas start uiteraard op het vmbo! Samen de omslag maken naar duurzaamheid Het complex van Eaton in Hengelo ondergaat een metamorfose van producent van elektrische componenten naar een campus waar de energietransitie in de volle breedte handen en voeten krijgt. De toepasselijke naam? Cleantech Campus The Green Box. Ynte de Vries, voormalig Chief Operating Officer bij Koolen Industries, is de kersverse directeur van The Green Box: “Hier is iedereen welkom met een goed, levensvatbaar idee op het vlak van de energietransitie. Van startups, studenten en innovators tot en met gevestigde bedrijven die de omslag naar duurzaamheid maken.” Het campus-concept is even doeltreffend als eenvoudig: bedrijven werken zelfstandig, en als zij synergie zien dan zoeken zij elkaar op. Integrale energieoplossingen Vanuit de campus leveren de intensief samenwerkende bedrijven integrale energieoplossingen aan bedrijven en particulieren, vaak volgens het one-stop-shop concept. Met andere woorden: op de campus vind je verzameld alle oplossingen die je nodig hebt. Ook met eigen Twentse maakbedrijven zoals NieuweWeme dat de laadpalen van Floading en We Drive Solar produceert, evenals de batterijcontainers van SmartGrid. Uiteraard is het eigen energiesysteem voor The Green Box tip top op orde, hoe kan het ook anders. Ynte de Vries: “Ons eigen integrale duurzame systeem draait inmiddels zo goed als.” Presentatie en quiz inéén De presentatie van Ynte voor alle STO-collega’s was meeslepend en inspirerend. In rap tempo schetste hij niet alleen de noodzaak tot energietransitie, maar ook de stappen die nog gezet moeten worden. Een behoorlijke wake-up call. Onweerstaanbaar was de quiz die Ynte met zijn presentatie wist te verweven: iedereen moest gaan staan en bij een fout antwoord op een energievraag van Ynte weer gaan zitten. De langst staande STO-collega en dus winnaar? Eric Raanhuis, docent PIE op het Noordik in Vroomshoop. De kennis van Ynte over duurzame energie was up-to-date. Reden voor enkele technische docenten om direct maar hun duurzame energie-oplossingen bij hen thuis aan Ynte voor te leggen. Tja, techneuten onder elkaar. Ook vmbo is welkom Uiteraard ligt er een link tussen The Green Box en de doelen van STO Twente. Ook op het terrein van verduurzaming en de energietransitie is er veel behoefte aan technisch talent. Niet alleen op hbo- en wo-niveau, maar juist ook ‘hands on’ op mbo-niveau. Op de vraag van de STO-collega’s hoe The Green Box vmbo-leerlingen kan inspireren kwam Ynte direct met een warme invitatie: “We staan open voor elke samenwerking, zeker ook met het vmbo. Wel hebben we nog geen ervaring met het vmbo, maar technische vakkrachten van het VMBO en MBO zijn onmisbaar voor de realisatie van de energietransitie en van harte welkom hier.” Vanuit de bezoekende STO-collega’s borrelden direct enkele praktische ideeën op en de eerste banden zijn gesmeed. Wordt duurzaam vervolgd! Rondleiding was eye opener De rondleiding was een eye opener voor de bezoekers. Helemaal verrassend was toen BWI-docent Philip Unverzagt één van zijn oud-leerlingen in een productiehal aan het werk zag. Na de rondleiding schetste Ynte nog even op overtuigende wijze zijn grotendeels zelfbedachte warmte-systeem bij hem thuis. Tijdens de afsluitende borrel was de conclusie eensgezind: The Green Box is een duurzaam pareltje dat misschien publicitair iets te veel onder de radar opereert, maar STO Twente heeft hen ontdekt én gaat met vmbo-leerlingen langskomen!” MENU

  • STO Café Enschede verstevigt verbinding

    ed451c43-5529-45d8-b2f7-fac7cdffe89d STO Café Enschede verstevigt verbinding Elke subregio van STO Twente organiseert bij toerbeurt een STO Café. Dé plek om met alle STO-collega’s uit heel Twente bij te praten en kennis uit te wisselen. Op vrijdag 25 maart was het de beurt aan de STO subregio Enschede. En hoe kon het ook anders: het gloednieuwe Technolab vormde het inspirerende hart van het drukbezochte STO Café. Trots op bereikte resultaat Paulien de Jong is regioleider Sterk Techniek Onderwijs Enschede. Als dagvoorzitter opende zij het STO Café en sprak haar trots uit over wat we binnen STO Twente inmiddels met elkaar hebben bereikt. Gevolgd door een flitsend filmpje dat alle mogelijkheden van het Technolab in een notendop presenteerde. Het Technolab werd op dezelfde dag als het STO Café officieel geopend en wordt gebruikt door het Bonhoeffer College, Het Stedelijk Lyceum en het Zone.college. Het Technolab is een initiatief van Sterk Techniek Onderwijs Enschede en biedt oneindig veel mogelijkheden voor jonge mensen om zelf aan de slag te gaan met de meest innovatieve technologie. Ook leerlingen uit het Enschedese basisonderwijs zijn van harte welkom om alvast met de nieuwste technologie kennis te maken. Immers, het Technolab vervult een groeiende rol in de aansluiting op het W&T-onderwijs (Wetenschap & Techniek) in het primair onderwijs. Laat leerlingen techniek vanuit hun hart ontdekken Na de officiële opening kreeg gastspreker Mirjam Spitholt het publiek op het puntje van hun stoel met een vlammend betoog over het thema “Techniek & Gelukskunde’. Haar insteek? Laat leerlingen vanuit hun hart techniek ontdekken en je creëert gelukkige jonge mensen. Zelf aan de slag Na de meeslepende inleiding door Mirjam Spitholt kregen alle bezoekers van het STO Café de kans om zelf in het Technolab aan de slag te gaan. Alles stond klaar: materiaal, begeleiders én een heldere instructie. Na deze inspirerende sessie volgde nog een belangrijk onderdeel van het STO Café; bijpraten, ideeën uitwisselen en netwerken met STO-collega’s uit Twente. Het volgende STO Café? Dat staat gepland op 13 mei op het CT Storkcollege in Hengelo. MENU

  • Twee Twentse PIE leerlingen scoren fantastisch in landelijke finale laswedstrijden vmbo en praktijkscholen

    Twee Twentse PIE leerlingen scoren fantastisch in landelijke finale laswedstrijden vmbo en praktijkscholen Maar liefst twee leerlingen van vmbo-scholen onder de vlag van STO Twente deden mee met de superspannende landelijke finale laswedstrijden vmbo en praktijkscholen. Knap hoe zij doordrongen tot de laatste negen kandidaten van dit spraakmakende nationale event, georganiseerd door het Nederlands Instituut voor Lastechniek (NIL) en STO-partner SMEOT op dinsdag 12 maart. We mogen trots zijn op deze lassers voor de Twentse techniektoekomst waarvan Ivo Lubbers van CSG Reggesteyn met MAG-lassen een 8,5 gemiddeld voor alle lassen haalde én daarmee winnaar werd op dit onderdeel! Rens Geerdink van Twents Carmel College scoorde fantastisch met een derde plaats TIG-lassen. Gefeliciteerd! Regionale voorrondes Op de eerdere regionale voorrondes werd een niveau 1 werkstuk gelast. Voor MAG bestond dit uit één werkstuk met meerdere lassen. Voor het TIG-lassen betrof het meerdere werkstukken. De deelnemers aan de landelijke finale kwamen uit alle regionale voorrondes als besten uit de bus. Meteen ook een ideaal moment voor de deelnemers om hun felbegeerde NIL niveau 1 diploma te behalen. Op de wedstrijddag voor de praktijk en op een later moment werd hiervoor de theorie getoetst van dit aanstormend talent. Landelijke ontknoping! Op dinsdag 12 maart volgde de zinderende ontknoping tijdens de landelijke finale laswedstrijden vmbo en praktijkscholen. De uitslag? Daar mogen STO Twente, de deelnemende vmbo-scholen, alle docenten PIE én vooral de deelnemende leerlingen trots op zijn! Ivo Lubbers van scholengemeenschap Reggesteyn werd zelfs de 1stebij het onderdeel MAG-lassen. Uitslagen landelijke finale: * 1ste MAG-lassen: Ivo Lubbers van scholengemeenschap Reggesteyn * 2de MAG-lassen: Laurens Meuleman van Jacobus Fruytier scholengemeenschap * 3de MAG-lassen: Ide Mieras van het Calvijn College * 1ste TIG-lassen: Iman Deurloo van het Calvijn College * 2de TIG-lassen: Bridget Prins van Ubbo Emmius Praktijkonderwijs * 3de TIG-lassen: Rens Geerdink van Twents Carmel College Ivo Lubbers: winnaar MAG-lassen Winnaar MAG-lassen was Ivo Lubbers, hij zit in leerjaar 4 van het profiel M&T. Zijn begeleider is Patrick de Kleijn, PIE docent op CSG Reggesteyn: “M&T telt onder andere het keuzedeel lassen en Ivo sprong eruit. We hebben hem gekoppeld aan het bedrijf Van den Brink Staalbouw. Zij hebben Ivo naar een nog hoger niveau begeleid, en helpen voorbereiden op deze landelijke finale tijdens de voorrondes. Uiteindelijk kwam hij in de regionale kwalificatieronde in Groningen als beste uit de bus.” Veelzijdige beoordeling door ervaringsdeskundige jury De tweekoppige jury bestond uit oud-winnaars van deze landelijke wedstrijd die zelf ook ooit op het vmbo zijn gestart met lassen. Jos van Helden is PIE docent aan het Twents Carmel College en begeleider van Rens Geerdink: “Zij beoordeelden de werkstukken op heel veel fronten, van tekening lezen tot en met maatvoering en lengte van de lassen, maar ook orde en netheid tijdens en na het lassen en het naleven van de regels rondom persoonlijke beschermingsmiddelen.” Rens Geerdink nam deel aan het TIG-lassen en behoort met zijn derde plaats nu ook tot de top van Nederland: “Vooral door mijn oom ben ik geïnspireerd om te gaan lassen, lassen vind ik leuk. Vanuit school heb ik mij bij SMEOT goed kunnen voorbereiden. De opdracht voor de landelijke finale was om een houtkachel te maken. In de morgen konden we het werkstuk op locatie bij SMEOT in elkaar hechten, ’s middags deden we het lassen zelf.” Ook veel geleerd tijdens stage Jos van Helden: “Rens stak er tijdens de laslessen op school met kop en schouders bovenuit. Uiteraard begeleiden we hem, maar we hebben vooral zijn talent zelf het werk laten doen.” Rens loopt ook stage bij Van den Barg carrosserie- en wagenbouw: “Daar las ik rvs en staal. Ook leer je meteen hoe het in het bedrijfsleven gaat.” Jos: “Al tijdens de regionale voorrondes die hij won voor TIG-lassen haalde Rens zijn diploma voor TIG-lassen, samen met twee klasgenoten van TCC.” Complimenten voor organisatie Complimenten namens STO Twente voor Eddy ter Beest, praktijkdocent constructie, plaatwerk en lastechniek bij SMEOT. Samen met zijn collega’s, en uiteraard NIL, organiseerde hij deze landelijke finale voor vmbo en praktijkonderwijs voor de eerste keer. Eddy: “Wat mij heel goed doet, is dat er veel familie meekwam om te supporten. Zo was er een opa van een kandidaat helemaal uit Zeeland meegekomen en die zei: “Ik ben een hele trotse opa.” Dat is toch goud waard? Ook daar doen we het voor.” Mooi om te melden is dat er ook een meisje meedeed vanuit het Praktijkonderwijs uit de collega-STO regio waar Stadskanaal onder valt. Doet ook jouw Twentse vmbo-school volgend jaar mee? Wat is Eddy’s advies voor vmbo-scholen in Twente die volgend jaar ook mee willen doen met de voorronden en misschien wel de landelijke finale? Eddy: “Heel eenvoudig: bel mij en we overleggen over de mogelijkheden om hierin samen op te trekken voor alle voorbereidingen met SMEOT.” Tot slot: heeft Eddy nog een tip voor PIE-docenten om jong lastalent op het vmbo te spotten? “Echt lastalent heeft doorzettingsvermogen. Leren lassen lukt nooit direct, je moet de mentaliteit hebben om altijd een stapje beter te willen worden. Op die manier kunnen PIE-docenten lastalent spotten.” MENU

  • Nieuwe middelen voor technische profielen TCC werken motiverend, praktijkgerichter en uitdagend voor leerling en docent

    Nieuwe middelen voor technische profielen TCC werken motiverend, praktijkgerichter en uitdagend voor leerling en docent De STO subregio Oldenzaal schafte dankzij STO Twente tal van middelen aan om het techniekonderwijs te verbeteren voor de profielen PIE, BWI en M&T. Wat is er precies op het Twents Carmel College (TCC) vernieuwd? Wat merken de leerlingen hiervan? En helpt dit de doelen van STO beter realiseren? Drie docenten PIE, BWI en M&T geven hun visie nu STO Twente enkele jaren op streek is en een nieuwe subsidieperiode voor de deur staat. Actief geïnvesteerd Nico Kuipers is vakgroep voorzitter van de afdeling Mobiliteit & Transport van TCC: “Ik ben verantwoordelijk voor het Techniekplein van M&T en geef ook les. Verder doe ik aan onderwijsontwikkeling en ben ik verantwoordelijk voor de goede onderlinge samenwerking met alle collega’s in het belang van de leerlingen.” Peter Löwik: “Ik ben ook vakgroep voorzitter, maar dan voor BWI en voor dit profiel tevens actief als docent. Op TCC draai ik nu mijn tweede jaar en werkte ik eerder 17 jaar bij CSG Reggesteyn in Rijssen. We hebben de laatste twee jaar veel geïnvesteerd in BWI om deze afdeling tot bloei te laten komen, bijvoorbeeld in nieuwe machines zoals een lasersnijder en meer. Dit werpt inmiddels zijn vruchten af, want het aantal leerlingen bij BWI neemt toe evenals het aantal meiden daarbinnen, ook een belangrijke doelgroep van STO Twente. We merken dat deze investeringen écht werken.” Maurits Westerik is vakgroep voorzitter PIE en vervult binnen PIE dezelfde taken als Peter en Nico binnen hun profiel. Aanstelling instructeur geeft vernieuwingsruimte Maurits: “Toen STO Twente startte is voor de afdeling PIE een CNC kantbank aangeschaft. Nu zijn we bezig met vernieuwingen zoals freesmachines, en het moderniseren van het Technieklokaal met nieuwe werkbanken. Ook laten we bepaalde machines frisser ogen door een verfbeurt evenals een vernieuwd en opgefrist entree tot het Technieklokaal waardoor je écht ziet dat je de afdeling PIE betreedt.” Ook noemt Maurits het aantrekken van een instructeur, mogelijk gemaakt door STO Twente. Maurits: “Deze brengt niet alleen actuele bedrijfskennis mee voor de leerlingen. Als de instructeur aan het werk is met de leerlingen is er ook tijd beschikbaar om te investeren in het lokaal. Het vrijmaken van iemand en daar tijd aan geven om het Technieklokaal te moderniseren zien we als een enorme aanwinst. Dan merk je écht de concrete resultaten van vernieuwing.” Eigen elektrische auto voor M&T De afdeling M&T van Nico kreeg dankzij STO Twente onder andere een elektrische auto: “Vanuit STO Twente hebben we veel nieuwe middelen voor op ons Mobiliteitsplein aan kunnen schaffen. Daardoor sluit ons onderwijs veel meer aan op wat het beroepenveld nú en in de naaste toekomst vraagt. Een mooi voorbeeld is een eigen elektrische auto voor onderwijs in een ontwikkeling die inmiddels in de automotive niet meer is weg te denken en waarin we de leerlingen nu mee kunnen nemen.” Ook Nico noemt de voordelen van de toevoeging van een instructeur aan het Mobiliteitsplein: “Die wordt gedeeltelijk gefinancierd vanuit STO Twente. Dit geeft ons ruimte en capaciteit om daadwerkelijk met de vernieuwingen in ons vak aan de slag te gaan. Materiaal aanschaffen is mooi, maar dit moet je ook instructief kunnen inzetten in het onderwijs. Dit betekent dat je het moet inbedden. Daarbij is de rol van de instructeur van belang omdat wij als docenten niet altijd de tijd en gelegenheid hebben om al het onderwijs concreet inzetbaar te maken.” Inhaalslag of sprong voorwaarts? Peter: “Met de nieuwe middelen maken we sowieso een sprong voorwaarts. Het helpt je concreet om je techniekonderwijs anders neer te zetten.” Maurits: “Ik zie het voor PIE eveneens als een inhaalslag. We hadden namelijk ook een wensenlijstje van apparatuur die aan vervanging toe was. Je hebt noodzaak en luxe en een aantal zaken moest echt vervangen worden vanuit noodzaak. Nu updaten we de uitstraling van het lokaal, het aanzien van het profiel. Want ook de visuele aantrekkelijkheid, zoals een modernere entree, speelt voor leerlingen en hun ouders een rol. Daar hebben we gelukkig ook budget voor dankzij STO Twente.” Verband tussen machines en toename leerlingen BWI Peter gaf eerder al aan een verband te zien tussen de aanschaf van technische middelen en de toename van het aantal gemotiveerde leerlingen bij BWI: “Kijk ik bijvoorbeeld naar profieldeel 4 voor Design en Decoratie, dan zijn de mogelijkheden dankzij de nieuwe apparatuur veel aantrekkelijker voor de leerlingen. Met onze nieuwe lasersnijder maak ik eerst een tekst. De leerlingen kunnen die vervolgens penselen. Dankzij de lasersnijder krijg ik dit voorbeeld voor de leerlingen direct strak en mooi. Hierdoor is voor de leerlingen een deel van het eindresultaat al sneller en beter zichtbaar. We zien gewoon dat dit motiverend werkt. Wel kost dit tijd, maar we hebben bij BWI een heel bevlogen team met vijf docenten en een instructeur. Wij vullen elkaar in dat team aan alle kanten aan, nu ook nog eens extra gestimuleerd door de nieuwe middelen van STO. Vooral sinds het afgelopen jaar varen we in dit team niet allemaal op onze eigen boot, maar zijn we veel meer één schip. Samen worden we steeds sterker. Het gebruik van de nieuwe machines helpt enorm bij die teamvorming.” Goede zet: kick off keuzevak PIE Het profiel PIE introduceerde eerder het fenomeen waarbij het technische bedrijfsleven letterlijk op bezoek komt om ook aanschouwend les te geven bij de officiële aftrap van een keuzevak. Maurits: “Dat werkt heel aanstekelijk voor zowel de leerlingen en het bedrijfsleven als het team van PIE. Dat is het mooie van STO Twente, daardoor hebben we de tijd om dit soort initiatieven op te pakken, naast het geven van lessen.” Oproep: benut de mogelijkheden van STO Nico is blij met de elektrische auto voor M&T. Is het een moeilijk traject om dat van wens naar werkelijkheid te tillen? Nico: “Nee, zeker niet. Mijn advies? Maak gebruik van de mogelijkheden van STO tot en met 2028. Zodat je niet achteraf denkt: hadden we als school maar dit of dat gedaan. Maar goed, zorg bij je aanvraag wel altijd voor een degelijke onderwijskundige onderbouwing.” Peter: “De laatste jaren hebben we bij BWI zoveel mogelijk ingezet op opdrachten die aansluiten bij de werkelijkheid, dus het levensecht leren. Maken de leerlingen een houtskeletwandje? Dan is dat direct op ware grootte. Ook daarbij helpen alle STO-investeringen in nieuwe bewerkingsapparatuur enorm. Hiermee bereiden we hen optimaal voor op mbo niveau 2, 3 en ook 4.” Technisch vmbo: mooie tijd om rustig de juiste keuzes te maken Nico: “De jonge leerling op het vmbo wil heel graag met de handen aan het werk en dat kan uitgebreid in onze praktijklokalen die dankzij STO Twente steeds beter ingericht worden. In die technisch rijke omgeving hebben de leerlingen twee jaar kunnen nadenken over wie ze zijn en wat ze willen. Haal je techniek op het vmbo weg, of versmal je dat? Dan is deze leerling twee jaar ouder en moet dan alsnog de juiste keuzes maken. Met onze profielen en goed ingerichte praktijklokalen kan dat prima op het vmbo. Zij ervaren wat wel en niet past bij hun interesse en vaardigheden. Op basis daarvan maken zij een gerichte keuze voor een technische vervolgopleiding op het ROC.” MENU

  • Constructieve samenwerking Stedelijk Alpha en ROC van Twente voor keuzevakken MVI

    Constructieve samenwerking Stedelijk Alpha en ROC van Twente voor keuzevakken MVI Het Stedelijk Alpha in Enschede en ROC van Twente hebben voor de keuzevakken MVI een uitdagende samenwerking onder de vlag van STO Twente. De initiatiefnemers hierin zijn Jeroen ten Asbroek, docent media, vormgeving en ICT en Jaap Neutkens, teamleider van de ICT-opleidingen op ROC van Twente: “Eén van de STO-doelstellingen is een goede aansluiting van het VO op het mbo. Door onze samenwerking werken we aan de doorlopende leerlijn ICT. Leerlingen komen al in het vmbo in aanraking met de lessen, locaties, docenten en sfeer op het mbo. Dit geeft hen een zachte landing als zij daadwerkelijk naar de ICT-opleiding op ROC van Twente doorstromen”, aldus Jaap en Jeroen. Behoefte aan verdieping Voor de keuzevakken van Media, Vormgeving & ICT heeft Het Stedelijk Alpha een arrangement met creatieve vakken als Sign, Fotografie en 3D vormgeving & realisatie. Jeroen: “De keuzevakken draaien wij in leerjaar vier, nadat de leerlingen in leerjaar drie het centraal examen hebben afgerond. In leerjaar drie proefde ik enkele jaren geleden de behoefte aan verdieping in ICT; sommige leerlingen sloegen aan op het hardware deel van ICT en een andere groep wilde meer weten over programmeren. Het idee? Samen met ROC van Twente zou Het Stedelijk Alpha kunnen zorgen voor het draaien van een keuzevak met ICT leerinhouden.” Samenwerken, samen leren, samen ontwikkelen In oktober 2021 zaten Jeroen en Jaap op initiatief van Jeroen hiervoor verkennend tegenover elkaar op Het Stedelijk Alpha. Jeroen: “We merkten beiden dat we elkaar veel te bieden hebben. Ik wil graag een kwalitatief goed en inhoudelijk keuzevak aanbieden aan mijn vierdejaars leerlingen.” Jaap: “En voor het ROC ligt er de mogelijkheid om vroegtijdig toekomstige studenten een gedegen beeld te tonen van de diverse ICT-opleidingen die wij op verschillende niveaus bieden.” De samenwerking begon in 2021 met een samengesteld keuzevak Game Design waarin ICT-componenten aan bod kwamen. Jeroen: “Vanaf de start van het schooljaar 2023-2024 is dat vanuit de bestaande samenwerking verbreed met de uitbreiding van een tweede samengesteld keuzevak; we kunnen Netwerkbeheer en Digitale beveiliging als een nieuw keuzevak aanbieden. Sinds dit jaar is de samenwerking naar een hoger plan getrokken waardoor we twee ICT gerelateerde keuzevakken aanbieden. Game design geven we samen, ROC van Twente neemt het programmeerdeel voor zijn rekening en ik geef de lessen over spelvormgeving en design. De investering die ROC van Twente hiervoor doet vind ik bijzonder! Bij Jaap ervaar ik een grote bereidwilligheid om samen te werken, samen te leren en samen te ontwikkelen. Dat vind ik geweldig!” ROC helpt ICT-uitdaging oppakken Jaap: “De toename van digitalisering in de maatschappij maakt dat er ook in de profielen van het vmbo meer aandacht komt voor mediavorming, ICT en gerelateerde oriënterende vakken, profielen en keuzes. Tegelijkertijd hebben deze vo-scholen een behoorlijke uitdaging om hiervoor docenten, ruimte en capaciteit te organiseren. Daar komen wij als ROC om de hoek kijken. Als wij de instroom vanuit het vo naar onze ICT-opleidingen kwalitatief willen verbeteren dan start dat met het goed neerzetten bij vo-leerlingen, hun docenten, decanen en ook ouders van het beeld van onze opleidingen. Dan moet je niet alleen kiezen voor voorlichting, maar ook daadwerkelijk iets doen en concreet laten zien. Ofwel: méédoen. Ik ben in de gelukkige omstandigheid geschoolde ICT-medewerkers te hebben, eveneens faciliteiten, praktijklokalen én uiteraard de juiste, passende en bewezen leergangen. Een plek waar ook vmbo-leerlingen veilig en vaardig laptops kunnen demonteren en assembleren. En waar je de laatste technologie leert kennen en allerlei apparaten leert verbinden.” Instroom op peil helpen houden Jaap: “Uiteraard hebben we al langlopende contacten met ook het vmbo in verband met voorlichting, open dagen en meeloopdagen. Maar deze inhoudelijke samenwerking met Het Stedelijk Alpha is vrij jong en eveneens bijzonder. Dit helpt de instroom in onze ICT-opleidingen vanuit het vmbo ondersteunen. Onze terugloop aan leerlingen is nog niet zo sterk als in opleidingen zoals voor Mechatronica en Installatietechniek, maar inmiddels merken ook wij deze gevolgen, onder andere door demografische factoren. De samenwerking met Het Stedelijk Alpha helpt hopelijk deze teruggang voor een deel opvangen. Hard nodig, want anders kunnen we in Twente niet voldoen aan de grote vraag naar gekwalificeerde ICT’ers.” Organisatorische uitdagingen Bij het gezamenlijk uitvoeren van de keuzevakken hebben Jaap en Jeroen flinke organisatorische uitdagingen moeten overwinnen. Jeroen: “Denk aan roosters, vervoer leerlingen en PTA/toetsing.” Die samenwerking vanuit ROC van Twente met Het Stedelijk Alpha gaat vaak over planning: wie, wat en wanneer? Jaap: “Samen met Het Stedelijk Alpha hebben we hiervoor heel concreet naar oplossingen gezocht. De kunst hierbij is elkaar tegemoet te komen waarbij de ene keer de ene partij en de andere keer de andere partij een beetje meebeweegt.” Een voorbeeld hiervan is dat een vo-leerling nog geen ov-kaart heeft. Jaap: “Maar hoe komen deze leerlingen van het Stedelijk Alpha vervolgens naar ons praktijklokaal in De Gieterij in Hengelo? We besloten een bus te regelen inclusief een verantwoordelijke begeleider. En hoe houd je de presentie van alle leerlingen tijdens het gehele project bij? Daar hebben we een digitaal systeem voor opgetuigd. Het gaat dus over praktische zaken als planning, vervoer en het digitaal communiceren met elkaar. Ook gaat het over budgetten; wie betaalt wat? Zoals de aanschaf van verbruiksmateriaal en andere zaken die je gewoon nodig hebt voor een leergang ICT. Al die issues hebben we samen goed opgepakt. Wat ik erg waardeer is dat het voortgezet onderwijs hier de meerwaarde van inziet en hierin van haar kant ook tijd, geld, capaciteit en energie steekt.” Vliegwieleffect Wekelijks zijn er vmbo-leerlingen in het ICT-praktijklokaal op ROC van Twente aan de slag. Een keuzevak moet 80 tot 120 lesuren gedraaid worden, stipt Jeroen aan: “Doordat ik als vmbo docent overleg over lessenseries en leerinhouden voor een keuzevak, gedoceerd door ROC docenten, weet ik welk fundament aan voorkennis ik de leerlingen mee moet geven voor de aansluiting op de lessen van mijn ROC collega. De ROC docent bouwt zijn programma op uit onderdelen en opdrachten uit het eerste leerjaar van de ICT-opleidingen.” Jaap: “We doen het nu een paar jaar en zien een soort vliegwieleffect. Mijn docenten zeggen: de vmbo-leerlingen, zoals ook die van Het Stedelijk Alpha, kunnen veel meer dan wij dachten. Zij zijn aangenaam verrast door hun vaardigheden. Daardoor hebben we in het eerste leerjaar op het mbo de programma’s aanzienlijk kunnen verkorten. Want bepaalde onderdelen blijken al heel goed aangeleerd te kunnen worden tijdens de oriënterende keuzevakken. Ook ontstaat er extra motivatie bij de vmbo-leerlingen omdat ze het veel leuker vinden om bij ons een middagje te knutselen aan laptops dan dat zij op een open dag een PowerPoint zien op hun eigen school. We spotten inmiddels allerlei talent, ook onder vmbo-Basis leerlingen! Zij krijgen hier de kans talenten te ontplooien die anders onder de radar blijven.” Jaap benadrukt dat de samenwerking in ontwikkeling blijft: “We blijven met elkaar voortdurend zoeken naar verbeterpunten.” Voordelen leerlingen Jeroen somt enthousiast de voordelen voor de leerlingen op: “Zij doen levensechte ervaring met het leren op binnen het mbo, gedurende een langere periode.” Maar er zijn ook voordelen voor Het Stedelijk Alpha als school. Jeroen: “Door het nauwe samenwerken met docenten van het mbo bouw ik een brug tussen het eindniveau van vakkennis bij de vmbo leerling en het startniveau van de lessen op het ROC van Twente. Leerlingen starten met een voorsprong, leerlingen die deze route bewandelen ervaren vervolgens een zachte landing op ROC van Twente. We werken actief samen aan een doorlopende leerlijn. Actuele ontwikkelingen uit het werkveld komen via het mbo ook het vmbo binnen.” Mes snijdt aan drie kanten Vanuit de leerlingen bekeken zijn de lessen op de ROC locatie altijd plezierig. Jeroen: “Vierdejaars leerlingen komen in aanraking met de studerende student van het ROC. Zij krijgen een realistisch kijkje in de keuken van hun mogelijke vervolgopleiding. Vanuit het oogpunt van loopbaanoriëntatie is deze samenwerking tussen het vmbo en het mbo ook wenselijk. De leerling ervaart gedurende 8 tot 16 weken het meedraaien op het mbo en de manier van lesgeven. Maar ook vakinhoudelijk krijgt de leerling door deze ervaring een goed beeld van waar hij of zij plezier in heeft.” Eveneens ervaart Jeroen een voordeel vanuit zijn eigen vakuitoefening als docent: “Het samenwerken met docenten van het mbo brengt mij als docent vmbo dat ik mijn lesinhouden ten dele beter kan afstemmen op de lessen van het mbo.” Jaap: “Ik waardeer Jeroen vanwege zijn enthousiasme, iemand waar iedereen graag mee wil samenwerken. Hij denkt in mogelijkheden en kansen. Die grondhouding is heel prettig in de samenwerking. Ook heeft hij oog voor de belangen en organisatiegraad van ROC van Twente. Hij neemt ook altijd zijn leidinggevende goed mee in het verhaal en ziet voor zijn leerlingen de winst. Door de samenwerking worden zijn leerlingen in hun beroepskeuze beter geïnformeerd.” MENU

  • TechAmbassadeurs Zorg en Welzijn in opleiding

    TechAmbassadeurs Zorg en Welzijn in opleiding Sterk Techniekonderwijs Twente werkt steeds nauwer samen met de Technologie & Zorg Academie Twente (TZA). Momenteel volgen Marijke van der Struik en Lisa van Dijk van C.T. Stork College de opleiding tot TechAmbassadeur van TZA. Wat is dat? En hoe profiteren vmbo-scholen daarvan? Keuzevak Zorgtechnologie Marijke van der Struik en Lisa van Dijk zijn docent Zorg & Welzijn. Hoe staat de toepassing van zorgtechnologie er op dit moment eigenlijk voor op C.T. Stork College? Marijke: “We geven nu al voor het tweede schooljaar lessen over zorgtechnologie, een apart en verdiepend keuzevak voor de vierdejaars leerlingen van Zorg & Welzijn. In dit profiel zelf zit ook voor de derdejaars leerlingen nog een heel klein stukje zorgtechnologie, specifiek in het profiel Mens & Zorg.” Nog volop in ontwikkeling Hoe reageren de leerlingen hierop? Marijke: “Wisselend, maar dat komt ook doordat we dit profielvak nog ontwikkelen. We zijn ermee gestart zonder een verdiepende voorbereiding en alleen op basis van een niet aansprekend leerboek.” Lisa: “Ook staan onze vmbo-leerlingen daar in de tijd gezien best wel een stukje vanaf; het duurt nog wel even voordat zij in de zorg werkzaam zijn. Ook gaat een deel niet de zorg in, dus bij hen is de interesse ook wat minder.” Meer focus op praktijk Marijke en Lisa ontwikkelen de lessen momenteel naar hun eigen inzichten en smaak: “We hopen dat de leerlingen het daardoor enthousiaster oppakken. Dit willen we bereiken door de lessen veel praktijkgerichter te maken. Daarbij heb je écht de technologische hulpmiddelen nodig zoals TZA Twente die ons aanreikt. We hadden weliswaar zelf een paar hulpmiddelen aangeschaft, maar nog niet zo heel veel. Daardoor bleven de lessen over zorgtechnologie twee jaar lang behoorlijk theoretisch. Met de technologie die we nu hebben geleend van TZA Twente proberen we de lessen levendiger te maken, maar ik benadruk dat dit allemaal nog sterk in ontwikkeling is. Volgend schooljaar hebben we zorgtechnologie een stuk beter op de kaart staan.” Opleiding TechAmbassadeur: inspiratie opdoen De deelname van Lisa en Marijke aan de opleiding voor TechAmbassadeur van TZA is geïnspireerd door de bovengenoemde ambities. Marijke: “We hopen tijdens de zes bijeenkomsten, onder leiding van ROC-docent Iris Davina-Hudepohl, inspiratie te krijgen om ons keuzevak voor zorgtechnologie te verdiepen en voor de leerlingen aantrekkelijker te maken.” Het mooie is dat de deelnemers aan deze opleiding verschillende achtergronden hebben. Lisa: “We zitten daar met zorgprofessionals, iemand van het ROC en wij vanuit het vmbo, dus een mooie mix. Voor ons is het bijvoorbeeld heel interessant om tijdens de opleiding te horen van de zorgprofessionals wat zij in hun praktijk tegenkomen op het gebied van zorgtechnologie. Dat geeft ons richting om onze leerlingen nú al zo goed mogelijk op deze praktijk voor te bereiden voor als zij straks vanuit het mbo stage gaan lopen in het zorgwerkveld.” Marijke: “We horen uit de eerste hand dat in de zorgpraktijk de ene professional er meer voor openstaat dan de andere. Ook hier geldt: onbekend maakt onbemind. In die zin lijkt dit op de situatie in het onderwijs op het vlak van zorgtechnologie.” Rol TechAmbassadeur Als TechAmbassadeur voor Zorg & Welzijn zijn Lisa en Marijke straks het gezicht en eerste aanspreekpunt binnen C.T. Stork College op het gebied van zorgtechnologie en het gebruik daarvan. De training richt zich enerzijds op inzet en kennis van slimme technologie op onder andere scholen. Anderzijds focust de training op collegiale ondersteuning bij de keuze en implementatie van technologie. De TechAmbassadeur kan als inhoudelijk deskundige de eigen collega’s en leerlingen adviseren en begeleiden. Zij kunnen het gesprek over technologie aangaan en advies of richting geven aan mogelijke keuzes. Lisa: “De insteek is dat wij door deze opleiding onze collega’s enthousiasmeren voor zorgtechnologie. Ook bij ons zien we dat collega’s hiermee nog niet zo bekend zijn. Doordat wij die lessen gaan geven, scholen we deze collega’s hierin bij en kunnen zij vervolgens die lessen ook geven.” Betere contacten zorgwerkveld Marijke: “Eveneens leert deze opleiding ons heel concreet wat er überhaupt allemaal mogelijk is met zorgtechnologie. Plus dat we nu nog betere contacten hebben met het zorgwerkveld. Hoe mooi is dat voor het organiseren van gastlessen en excursies!” Verder biedt de opleiding tot TechAmbassadeur ruimte voor een dagdeel stage. Marijke: “Dan kunnen we bij elkaar in de keuken gaan kijken. Wij, als school, bij de zorginstellingen en uiteraard omgekeerd. Dat biedt heel veel waarde. Feitelijk past dit ook onder de doelstelling van STO Twente.” Adviezen voor andere subregio’s STO Twente Wat adviseren Marijke en Lisa andere subregio’s van STO Twente die ook met zorgtechnologie willen starten, of al bezig zijn, maar nog richting zoeken? Marijke: “Ga ermee aan de slag, want het is niet meer weg te denken. Inmiddels is zorgtechnologie een integraal onderdeel van de zorg. Maar denk wél eerst heel goed na over wat je ermee wilt en hóe je het dan gaat inrichten. Een tip: haal bijvoorbeeld via TZA Twente al direct zorgtechnologie je school in, ga ermee aan de slag, organiseer excursies buiten je school en regel gastlessen. Daardoor loop je niet al vanaf het begin achter de feiten aan.” Een ander punt is dat zorgtechnologie ook iets met mensen doet. Lisa: “We gaan met de leerlingen wel het gesprek aan over wat patiënten of cliënten er zelf van vinden; wat zijn de voordelen en nadelen van zorgtechnologie? We proberen hen daarover aan het denken te zetten.” Marijke: “Leerlingen dragen daarbij regelmatig voorbeelden aan van zorgtechnologie die zij toegepast zien bij hun opa of oma. Dit is een goede aanleiding om hierover met de leerlingen het gesprek aan te gaan.” Toepassing vanuit startput van casuïstiek Marijke noemt dat zij en Lisa meer casuïstiek willen gaan schrijven: “Aan de hand daarvan willen we dus de zorgvraag centraal stellen en vervolgens bekijken welke zorgtechnologie daarbij zou kunnen ondersteunen. Dit in plaats van de volgorde waarbij je de zorgtechnologie centraal stelt en vervolgens gaat bepalen voor wie dat interessant zou kunnen zijn. Hopelijk hebben we dit volgend schooljaar voor elkaar.” Over de toekomst gesproken: momenteel vindt de planvorming plaats voor STO Twente 2025 t/m 2028. Wat zouden Marijke en Lisa hiervoor voor zorgtechnologie meegenomen willen zien? Marijke: “We worden goed in die gesprekken betrokken en we hebben ook bepaalde ideeën. We zouden vooral meer praktijk willen geven voor zorgtechnologie.” Wellicht deelvrijstelling Lisa: “Ook zou het mooi zijn als leerlingen die dit keuzevak met een voldoende hebben afgerond, voor een deel vrijstelling kunnen krijgen op het ROC van een vak waarin zorgtechnologie verweven zit. Want we kunnen ons voorstellen dat er overlappen bestaan. Die vrijstelling zou voor leerlingen een extra motivatie kunnen vormen.” MENU

  • Instructeurs technisch onderwijs voor directe koppeling van leerlingen met technisch beroepenveld

    Instructeurs technisch onderwijs voor directe koppeling van leerlingen met technisch beroepenveld De STO subregio Oldenzaal heeft op het Twents Carmel College (TCC) instructeurs binnen de technische profielen PIE, BWI en M&T én een instructeur in het Technolab. Een belangrijke pijler onder Sterk Techniekonderwijs Twente. Wat brengen zij mee? Wat voegen zij toe voor de leerlingen? Hoe verbetert hun inzet het technisch onderwijs? Enthousiast vertellen zij het zelf: “De kern is dat je de klik met de leerlingen maakt en hen toont hoe het technisch beroepenveld werkt.” Veelzijdige achtergrond en ervaring De essentie van instructeurs is dat zij hun eerdere technische ervaring in het bedrijfsleven rechtstreeks de school in brengen. Welke ervaring is dat precies? Opvallend is de veelzijdige bedrijfsachtergrond van de vier praktijkinstructeurs. Giacomo Morsink, instructeur PIE: “Ik heb 30 jaar gewerkt bij de voorloper van Croonwolter&dros en alle facetten van elektrotechniek ervaren, van krachtinstallaties tot inbraakinstallaties.” Bjorn Klein Gunnewiek komt oorspronkelijk uit het groen: “Inmiddels ben ik instructeur in het Technolab van TCC.” Benno Grintjes is inmiddels vier jaar instructeur BWI en heeft er nog geen dag spijt van: “Daarvoor was ik ruim 25 jaar meubelmaker/ interieurbouwer. Met leerlingen omgaan is práchtig. Ik vind het mooi om het vak met de laatste technieken over te mogen brengen op de jeugd.” Gerard Oude Tijdhof, praktijkinstructeur M&T: “Ik heb 24 jaar in een garage gewerkt als monteur en als invallend werkplaatschef.” Functie in ontwikkeling De functie van instructeur lag in het begin niet tot in detail vast. Giacomo: “Gaandeweg is dat door ons uitgevonden, uiteraard in samenwerking en overleg met TCC.” Bjorn: “Het Technolab is een beetje een vreemde eend in de bijt omdat ik als instructeur vooral met basisschoolleerlingen bezig ben. Dit betekent dat ik in mijn werk veel aan ontwikkeling doe, zoals voor nieuwe workshops en lessen, én nieuwe dingen bedenken en maken.” Benno: “Toen ik hier kwam was het druk met het leerlingenaantal op het Techniekplein. De taak waarvoor ik in eerste instantie was aangenomen, breidde zich dan ook al snel uit. Al vlot gaf ik ook lessen, voor mij een sprong in het diepe. Ik kreeg de kans om het Technieklokaal naar mijn eigen inzichten te kneden.” Gerard kwam uit de automotive: “Ik heb ook 20 jaar op het Bonhoeffer College in Enschede gewerkt. Met de collega daar heb ik de lessen ingevuld en heel veel geleerd. Die kennis en ervaring kon ik meenemen naar TCC.” Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC): pittig, maar te doen Een voorwaarde voor de aanstelling tot instructeur is het behalen van het Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC). Dit belangrijke certificaat hebben alle instructeurs inmiddels op zak. Hoe hebben de instructeurs dit studietraject ervaren? Giacomo: “Het is te doen en waardevol. Je leert je activiteiten te baseren op de juiste pedagogisch-didactische basis. Wel was het voor mij een hele tijd terug dat ik in de schoolbanken zat. Het was wennen om weer veel lesboeken te lezen met compleet nieuwe stof. Het is veel lezen en veel werk, maar deze studie heeft een positieve impact gehad op mij.” Benno: “Het is wel te doen, maar ik sluit me volledig aan bij de woorden van Giacomo.” Laatste kneepjes van het techniekvak De essentie van het instructeur zijn, is dat deze voormalige werknemers de laatste stand van zaken uit het werkveld de klas in brengen. Werkt dat ook zo? Giacomo: “Zeker! De handige kneepjes van het vak, maar ook de technische regels die gelden voor het vak van elektrotechniek, breng je één-op-één over op de leerlingen. Je ziet bij de leerlingen dat zij daar heel benieuwd naar zijn, en dat werkt ook motiverend.” Benno: “Veel elementen uit mijn eerdere werk in de houtbranche haal je nooit uit een theorieboek. Die moet je als leerling letterlijk voorgedaan krijgen van iemand met een langdurige bedrijfservaring.” Giacomo: “De docenten waarmee we binnen de profielen samenwerken zijn ontzettend goed, laat daar geen misverstand over bestaan, maar zij kennen de laatste kneepjes uit het vak niet altijd.” Techniek voortdurend koppelen aan beroepen Bjorn: “Vanuit mijn werkervaring kan ik de basisschoolleerlingen allerlei voorbeelden aanreiken van hoe je specifiek de technologie uit het Technolab kan inzetten, maar die praktijkvoorbeelden kan ik ook geven van metaal, lassen en autotechniek. Neem sensoren, hoe worden die in auto’s toegepast? Elke technologie die we in het Technolab presenteren weet ik wel te koppelen aan een beroep.” Bjorn geeft een voorbeeld: “We hebben een zelfrijdend robotje. We vragen aan de leerlingen hoe zij dit toegepast zouden zien in een beroep in de echte wereld. Dit soort vraagstelling over de koppeling tussen technologie en het beroepenveld slaat bij de leerlingen aan.” Volop waardering en werkplezier Voelen de instructeurs zich gewaardeerd door hun collega’s? Bjorn: “Ik heb altijd waardering gevoeld voor wat ik doe.” Giacomo: “Bij ons op het Techniekplein voel ik die waardering ook. De docenten zien in wat mijn praktische toevoegingen zijn aan de lessen, zoals de eerder genoemde fijne kneepjes van het vak. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn overstap. Als je doet wat je leuk vindt, werk je geen dag meer in je leven. Ik beleef veel plezier aan mijn werk als instructeur. Eigenlijk meer dan ik ervan had verwacht, een prachtige fase in mijn loopbaan.” Bjorn: “Ik ga fluitend naar mijn werk en fluitend weer naar huis.” Benno: “De omgang met de leerlingen, daar word ik vrolijk van. Dat ik deel mag uitmaken van één van hun belangrijkste momenten van hun leven is toch geweldig.” Zelf ook bijblijven is belangrijk De instructeurs nemen veel werkervaring uit de praktijk mee, maar hoe houden zij de ontwikkelingen in hun eigen vak bij? Benno: “Ik heb weleens geopperd dat het goed zou zijn als je als instructeur stage kunt lopen bij een technisch bedrijf. Bijvoorbeeld een week verdeeld over een heel jaar, waarbij je binnen meerdere bedrijven meekijkt en meedraait.” Gerard: “Ik zit in de automotive en blijf bij met de ontwikkelingen door bijvoorbeeld thuis met auto’s te klussen. Ook hebben we bij M&T een elektrische auto aangeschaft, een enorme aanwinst. Om de leerlingen hier goed bij te kunnen begeleiden verdiep ik mij daar natuurlijk grondig in. Verder biedt TCC cursussen aan die ik graag volg.” Perspectief van leerlingen Kijken de leerlingen anders naar de instructeur dan naar de docent? Gerard: “Ik betwijfel of ze onze bedrijfsachtergrond altijd kennen.” Benno: “Soms zeggen de leerlingen plagerig tegen mij dat ik toch geen docent ben en antwoord ik dat ik uiteindelijk hetzelfde mag als een docent. Dan beginnen ze te lachen en zie je toch de waardering voor de praktische vakkennis die ik overdraag.” Gerard: “Ik heb zelf nooit een verschil ervaren in hoe de leerlingen mij zien.” Bjorn: “Het is ook een bepaalde doelgroep. Het is niet de insteek dat we hier vakmensen van ze maken. Daarvoor zijn de profielen te breed. Wel kunnen we hen enthousiasmeren en veel van de technische beroepen laten zien. Echte vakmensen worden ze op het mbo en op stage.” Een duwtje in de goede techniekrichting Benno: “Als ouders op een open dag komen, zeg ik dat ik hoop hun kinderen in de twee jaar op het Techniekplein mee te geven welke techniekrichting ze ongeveer in willen. Daar help ik hen mee. Vervolgens hoop ik dat ze over 20 jaar denken: wat heb ik toch een donders leuke tijd gehad op het Techniekplein van TCC met leuke leraren, een mooi diploma en wat was mijn vervolgkeuze in de techniek goed. Dit bespreek ik uiteraard ook heel vaak met de leerlingen die nu op het plein zijn. Ik vind dit één van de belangrijkste dingen in hun keuze. Ik wil er geen druk op leggen, maar wel meegeven hoe het werkt. Echt, dit is voor mij dé nummer 1 reden.” Probeer het gewoon een keer… Giacomo: “Misschien overwegen andere technici ook de overstap naar instructeur in het technisch vmbo. Maar wellicht houden negatieve denkbeelden hen tegen, zoals de werkdruk in het onderwijs waar je veel over hoort. Maar mijn ervaring is alleen maar positief, het is een prachtig vak. Twijfel je nog? Ga het gewoon eens proberen.” Gerard: “Mijn ervaring is dat de werkdruk minder is dan in het bedrijfsleven.” Benno: “Wie niet waagt, die niet wint. Volg je hart en gevoel.” MENU

Zoek

bottom of page