Doorzoek deze website
464 resultaten gevonden
- Keuzevak Bouw en Woonrijp Maken slaagt door goede samenwerking
63e370f2-67e3-40e2-a3a1-6db0acd72d43 Keuzevak Bouw en Woonrijp Maken slaagt door goede samenwerking Bouw- en Woonrijp Maken is een gloednieuw keuzevak van het Canisius in Tubbergen. Centraal staat de samenwerking met het opleidingsbedrijf InfraVak in Holten en de bedrijven Kruse Groep uit Geesteren, Aannemersbedrijf Gerwers uit Tilligte en Gebr. Poppink uit Reutum. Maar liefst drie bedrijven werken voor dit keuzevak collegiaal samen. InfraVak is dé vakopleider, samen met het ROC van Twentein de grond-, weg en waterbouwsector (GWW). Marleen Peddemors is vanuit het Canisius de drijvende kracht achter dit keuzevak: “De drie bedrijven, InfraVak, ROC van Twente en het Canisius hebben er heel bewust voor gekozen om het mooie infravak sámen uit te dragen.” Verbreden vanuit D&P Marleen Peddemors legt het systeem achter dit keuzevak enthousiast uit: “We zijn een pilot begonnen met zeven leerlingen in de derde klas, en dat aantal is ook echt de limiet. Onze school biedt alleen het profiel D&P aan. Maar daarbinnen laten we de leerlingen allerlei uitstapjes maken naar de profielen BWI, Groen, PIE en meer. Daar past onze inzet op dit keuzevak ook goed bij. De leerlingen die voor het keuzevak Bouw- en Woonrijp kiezen werken graag met de handen en willen richting loonwerk, het hoveniersvak, werken als kraanmachinist of grond-, weg- en waterbouw. Dit keuzevak geeft hen nét het juiste opstapje om zich inhoudelijk goed te kunnen oriënteren. Bij hun daadwerkelijke vervolgstudie in welke richting van infra dan ook, geeft dit deze leerlingen alvast een zachtere landing.” Introductie én verdieping De leerlingen krijgen in totaal zeven lessen. Marleen: “De introductie vond plaats bij de InfraVak in Holten door Henk Roessink van het ROC van Twente. Daar kregen ze les over veiligheid en konden ze proeven en ruiken aan alle facetten van de infra. Vooral bedoeld om al enthousiasme te kweken.” Na deze introductie gingen de leerlingen twee keer aan de slag bij elk van de drie deelnemende bedrijven, dus zes bedrijfsbezoeken in totaal. ‘Grondige’ aanpak Bij Kruse Groep lag de focus op boren en grondonderzoek. Bij hun tweede bezoek aam Kruse Groep hebben de leerlingen bepaalde opdrachten uitgezet en uitgelezen met een laser. Ook leerden ze rechte hoeken en piketten uitzetten. Eveneens leerzaam: onze Nederlandse bodem ligt vol met leidingen, je kunt niet overal zomaar de spade in de grond zetten. Marleen: “De leerlingen leerden met een zogeheten CLIC-systeem vast te stellen waar er bijvoorbeeld water- en gasleidingen liggen onder de grond.” Veelzijdig aan de slag Bij Gerwers mochten de leerlingen mee naar een bouwproject in Hengelo, netjes gebracht in een taxibusje. Marleen: “Hier gingen de leerlingen concreet aan de slag met rioolaanleg en ontdekten zij hoeveel nauwkeurigheid daar bij komt kijken. Ook leerden ze welke soorten grond je allemaal tegen kunt komen, van leem en zand tot en met klei. En vooral ook: hoe gedraagt die grond zich als je daar in en op gaat bouwen?” Bij het tweede bezoek aan Gerwers lag het accent op het werk rondom duikers, zoals het plaatsen van platen en het nauwkeurig voorbewerken met een graafmachine.” Tot slot brachten de leerlingen twee bezoeken aan Gebr. Poppink in Reutum: “Naast grondwerk leerden de leerlingen hier ook van alles over straatwerk.” Afsluiting bij InfraVak Marleen: “Tot slot organiseren we in juli een afsluiting van het keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken bij InfraVak. Uiteraard nodigen we hier de ouders ook voor uit. De leerlingen presenteren dan wat zij hebben geleerd bij de verschillende bedrijven. Elk groep leerlingen geeft een presentatie over één van de drie deelnemende bedrijven. Van belang ook als reflectie naar de bedrijven toe: is er bij de leerlingen overgekomen wat zij voor ogen hebben gehad?” Ook belangrijk: InfraVak vertelt de leerlingen en hun ouders ook welke vervolgopleidingen er mogelijk zijn. Goede samenwerking met alle partners Bij de meeste keuzevakken werkt een school samen met één bedrijf, maar voor dit keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken slaagde het Canisius erin om maar liefst drie bedrijven te betrekken. Marleen: “Tijdens ons Talent Event in oktober 2023 werkten we ook al samen met deze bedrijven, dus die basis lag er al. Alle drie de bedrijven heb ik ons plan uitgelegd voor dit keuzevak. Wat dan helpt, is dat bij deze bedrijven ook al leerlingen van het Canisius stage lopen. De bedrijven, InfraVak, ROC van Twente en het Canisius hebben er heel bewust voor gekozen om het mooie en toekomstrijke infravak sámen uit te dragen. De bedoeling was om leerlingen én kennis te laten maken én warm te maken voor ons vak. We hebben het hele programma dan ook samen in elkaar gezet en de eindtermen gewaarborgd.” Pedagogisch-didactische ondersteuning Marleen: “Ook hebben we de bedrijven ondersteuning aangeboden bij het pedagogisch-didactisch goed onderbouwen van de bedrijfsbezoeken. Maar de bedrijven deden het fantastisch door de theorie heel goed uit te leggen vanuit de praktische invalshoek. Bijvoorbeeld Peter Gerwers legde heel goed uit dat je op de bouwplaats áltijd oogcontact moet maken en houden met de mensen op de machines. Vervolgens brachten ze dat op de bouwplaats bij de leerlingen heel praktisch in de praktijk door te vragen aan de leerlingen: “Wat moet je altijd doen op de bouwplaats?” Dat soort tips uit de praktijk zijn al fantastisch voor de leerlingen.” En het mooie is: alle bedrijven en ROC van Twente en InfraVak hebben inmiddels toegezegd om vólgend jaar opnieuw vol mee te doen met dit keuzevak. Er is zelfs al belangstelling vanuit andere InfraVak scholen in den lande. Reactie InfraVak Kim Wever-Brinkman is bij InfraVak verantwoordelijk voor marketing en communicatie: “Het is voor InfraVak de eerste keer dat we met een school zó intensief samenwerken met drie bedrijven voor een keuzevak. Wel willen we dit soort initiatieven heel graag uitbreiden naar meerdere scholen, want de samenwerking met het Canisius en de bedrijven bevalt ons heel goed. We hebben hiervoor drie bedrijven bij elkaar gebracht en zelf vinden zij het ook heel leuk en belangrijk om hier tijd en aandacht aan te besteden. Het kost hen uiteraard tijd en energie, maar we proeven nu al dat de bedrijven volgend jaar zó weer mee zouden doen met dit keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken. Voor ons heel belangrijk, want ook infratechniek heeft te maken met een geringere instroom van jong talent. We moeten steeds meer doen om dezelfde instroom op peil te houden. Onze lid-bedrijven zoeken allemaal BBL-leerlingen, maar we kunnen niet aan de vraag voldoen. Daarom steken we graag ook energie in STO Twente. We wáren al actief in het vmbo en nu ook meer met STO Twente. Infratechniek is toch nog een onbekende sector voor de jeugd. We gaan al naar scholen, geven voorlichting en workshops en organiseren excursies. Maar met dit nieuwe keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken krijg je ze veel directer en gerichter binnen.” MENU
- VR Expertteam CSG Reggesteyn brengt technologie naar vak muziek
4ccd4d2f-688e-4143-8a33-d0cb185af991 VR Expertteam CSG Reggesteyn brengt technologie naar vak muziek Virtual Reality (VR) krijgt op twentse vmboscholen veel aandacht, ondersteund door Sterk Techniekonderwijs Twente. Ook scholengemeenschap Reggesteyn uit de subregio Rijssen – Holten is hiermee volop bezig. Deze actieve STO-school kent zelfs een eigen VR-Expertteam bestaande uit Marloes Spijkerman, Tamara Berentschot en Emiel Velnaar. Geheel in lijn met de gedachte van STO Twente dat technologie breder ingezet kan worden in het vmbo dan alleen voor de harde techniekprofielen gingen zij met VR aan de slag bij…muziek!” Technisch en technologisch onderwijs verrijken Marloes, Tamara en Emiel: “Wij zoeken voortdurend naar innovatieve manieren om ons technologisch onderwijs te verrijken. Een mooi voorbeeld hiervan is de recente samenwerking tussen het VR-Expertteam en het vak muziek!” Hoe dit werkt? Leerlingen die de keuzemodule 'dirigeren' hebben gevolgd, kregen een unieke kans om hun opgedane kennis op een bijzondere manier in de praktijk te brengen. Marloes, Tamara en Emiel leggen de insteek enthousiast uit: “Tijdens de module 'dirigeren' hebben de leerlingen zich eerst verdiept in de theorie achter het dirigeren. Ze voerden verschillende oefenspellen uit waarbij ze oefenden met hard/zacht en met de inzet bij een muziekstuk. En ook: wanneer krijg je een groep tegelijk aan het spelen/zingen/klappen?” Interactieve en innovatieve afsluiting Na deze theorielessen was het tijd voor een interactieve en innovatieve afsluiting: een sessie met de VR-bril. Marloes, Tamara en Emiel: “Met behulp van de app ‘Maestro’ konden de leerlingen in een virtuele omgeving een orkest dirigeren. Dit bood hen de kans om hun geleerde technieken direct toe te passen en te ervaren hoe het is om voor een groot ensemble te staan. De VR-technologie maakte het mogelijk om realistische feedback te krijgen op hun bewegingen, waardoor ze hun vaardigheden ter plekke verder konden aanscherpen.” Enthousiast over innovatieve leermethode Docenten en leerlingen waren enthousiast over deze innovatieve leermethode. “Het is geweldig om te zien hoe technologie en muziek elkaar kunnen versterken. De VR-bril geeft een extra dimensie aan de beleving en maakt het dirigeren levensecht”, besluit het VR-Expertteam. En ook heel belangrijk natuurlijk: “Ook de leerlingen waren onder de indruk!” Deze samenwerking tussen het VR-Expertteam en het vak muziek laat zien hoe virtual reality kan bijdragen aan een dynamische en interactieve leerervaring. Het VR-Expertteam kijkt ook naar de toekomst: “Onze school blijft zich inzetten voor innovatieve onderwijsontwikkelingen en kijkt uit naar verdere samenwerkingen tussen technologie en andere vakken!” MENU
- Leerlingen werken voor kratracer succesvol samen met techniekbedrijf
f97abacf-f8c8-4e0d-93eb-1e42d7d14e92 Leerlingen werken voor kratracer succesvol samen met techniekbedrijf De afdeling PIE van C.T. Stork College en BST Servicegroep, beide uit Hengelo, zijn begin dit jaar voor het eerst een samenwerking gestart. De leerlingen uit klas 3 bouwen op donderdagmiddag onder begeleiding van zowel PIE docent Arnold Prinsen als Tim Weijenborg, stagiair bij BST Servicegroep, aan een stoere kratracer. Eerder berichtte deze nieuwsbrief over de start van dit bijzondere project. Hoe verloopt het bouwen en het samenwerken? STO Twente ging polshoogte nemen in het PIE-lokaal van C.T. Stork College. Hoe staat het project ervoor? Arnold: “De leerlingen bouwen de kratracer nu op. Alle laswerkzaamheden en het constructiewerk zijn afgerond. De halffabrikaten zijn in principe af. Nu assembleren ze alles in elkaar tot een eindproduct, tot en met de banden en lagers.” Lopen de leerlingen ergens tegenaan? Arnold: “Zeker! Daar leren ze van. Zoals tekening lezen. Dat gaat weleens mis. Dan hebben ze met elkaar iets in elkaar gemonteerd en moet het weer uit elkaar. Daar balen ze van én tegelijkertijd leren ze hier heel veel van. Dit triggert hun vermogen om voor elke handeling eerst goed na te denken.” Wat is de rol van Tim Weijenborg van BST Servicegroep? Arnold: “Hij is vanuit BST Servicegroep de projectleider, zorgt dat de materialen besteld en aanwezig zijn, levert tekeningen en ondersteunt de leerlingen bij de uitvoering.” Het idee is dat de leerlingen projectmatig leren werken. Komt dat uit de verf? Arnold: “Jazeker, ze maken alle facetten mee zoals planning. Wel merk je dat ze gezien hun leeftijd heel erg bezig zijn met de praktische uitvoering. Van nature vinden ze dat interessanter.” Wat valt jou als docent op in dit project? Arnold: “De leerlingen zijn veel gemotiveerder dan bij de reguliere lesstof. Waarom? Ze zijn met een spannend project bezig, het bouwen van een kratracer. Ook vinden ze het fijn om langduriger met een groot project zoals dit bezig te zijn. Wel ben ik er heel druk mee, maar krijg er ook heel veel voor terug van de leerlingen. De motivatie is hoog en de sfeer goed.” Welke ervaringen heeft jullie bedrijf tot nu toe met dit project en C.T. Stork College? Tim Weijenborg: “We vinden samen alles ‘from scratch’ uit. Er is eigenlijk geen literatuur te vinden over de projectmatige samenwerking tussen het technisch bedrijfsleven en het vmbo. Daarmee is deze eerste keer heel leerzaam. Uiteraard neem ik mee dat dit leerlingen zijn en geen medewerkers in ons bedrijf of klanten. Soms loopt het project iets anders dan gedacht en met elkaar bekijken we hoe we dit zo praktisch mogelijk kunnen oplossen. Doorgaans willen ze te graag en te snel. Neem het frame van de kratracer. Dit is in verhouding een complex onderdeel. Daar moet je vooraf eerst goed naar kijken. Als je ‘m te snel in elkaar last, kun je veel andere bewerkingen niet meer doen zoals gaten persen. De leerlingen leren eerst de tekening goed te bekijken, een belangrijke les. Systematisch leren denken, daar gaat het om.” Wat willen we met dit project bereiken voor de leerlingen? Tim: “De kunst is er met de leerlingen niet te scherp en met te veel nadruk op targets en deadlines in te gaan. Het mooie van de kratracer is, dat alle bewerkingen erin zitten die een monteur moet beheersen. Zoals lassen, draaien, frezen en montage. Kijk, een leerling hoeft niet per se een draaier of lasser te worden, maar ze hebben er wel aan geroken. Komen ze later in hun werk een lasser of draaier tegen? Dan kunnen zij zich beter verplaatsen in die collega.” Arnold: “Dit project is een pilot. De insteek is dat vanaf volgend jaar meerdere leerlingen PIE in groepjes een kratracer gaan maken.” MENU
- Hybride professionals | STO Twente
Ben jij een bevlogen technisch specialist in het Twentse bedrijfsleven en wil jij graag jouw knowhow delen met jongeren die nog aan het begin staan van hun techniekcarrière? Waag dan de sprong en wordt hybride professional. HYBRIDE PROFESSIONALS STO TWENTE MENU Hybride professional: breng je vakkennis over op de jeugd Ben jij een bevlogen technisch specialist in het Twentse bedrijfsleven en wil jij graag jouw knowhow delen met jongeren die nog aan het begin staan van hun techniekcarrière? Waag dan de sprong en wordt hybride professional. Als hybride professional sta je met één been in het bedrijfsleven en met het andere in het onderwijs. Je werk combineer je dus met een baan in het onderwijs. Afwisseling, een nieuwe omgeving, leergierige leerlingen In jouw vak sta je bij je werkgever vooraan bij proces- en productinnovaties. De laatste technische ontwikkelingen ontdek jij als eerste. Door die kennis als hybride professional over te brengen in het technisch vmbo in Twente verrijk je de leerstof op een ongekende manier. En wat het jou brengt? Afwisseling, een nieuwe omgeving, leergierige leerlingen en het gevoel een extra maatschappelijke bijdrage te leveren. Jij bepaalt de invulling Aan jou de keuze hoe je aan de slag gaat als hybride professional: voor enkele uren of structureel één of meerdere dagen per week. Uiteraard in goed overleg met jouw werkgever. En aan jou de keuze waar, want in Twente werken 19 vmbo’s samen in Sterk Techniekonderwijs Twente. Door die overkoepelende aansturing is er voor hybride professionals altijd wel een uitdaging in hun eigen omgeving. Wat vraagt STO Twente van jou? Heb je geen lesbevoegdheid voor het vmbo? Ook dan ben je welkom als hybride professional. Jouw praktijkervaring is al waardevol genoeg voor al die jonge leerlingen in het vmbo die staan te trappelen om het vak van jou te mogen leren. VOLG ONS Op LinkedIn vind je ‘ Sterk Techniekonderwijs Twente ’. Volg dit actieve kanaal en je leest regelmatig interviews met hybride professionals die vertellen over hun ervaringen. INTERESSE? BEL OF MAIL! Marieke Rinket Programma manager Sterk Techniekonderwijs Twente marieke.rinket@stotwente.nl 06 15422163 KOM IN ACTIE
- Snuffelen aan lassen bij Hofman Staalbouw
2f469529-8730-4f34-a61e-41eda91bd7f8 Snuffelen aan lassen bij Hofman Staalbouw Niets is Hofman Staalbouw uit Vroomshoop te veel om vmbo-leerlingen te motiveren voor een keuze voor techniek. Vooral voor het machtig mooie vak van lassen. Jan Tijhuis, de ervaren praktijkopleider bij Hofman Staalbouw is al lang en breed met pensioen, maar vol enthousiasme begeleidt hij samen met Dennis Bakker derdejaarsleerlingen van Het Noordik bij een eerste kennismaking met lassen. Dennis stuurt één van de twee werkplaatsen aan bij Hofman Staalbouw en is praktijkopleider. Tegelijkertijd leidt Jan Tijhuis twee toppers van Het Noordik op voor de NIL-Laswedstrijd 2024 voor vmbo- en praktijkscholen. Zowel jongens als meisjes Op 5 februari startte het kennismaken met lassen bij Hofman Staalbouw voor een gemotiveerd groepje vanen aantal derdejaars vmbo-leerlingen. Jan: “Dit zijn jongens én meisjes. Op een viertal ochtenden op maandag komen zij hier van halfelf tot halfeen.” Er zit een mooie cadans in. Jan: “Want na dit groepje krijgen we meteen twee nieuwe leerlingen voor een aantal ochtenden lassen.” Dennis Bakker, voorman in de werkplaats, is praktijkopleider. Jan Tijhuis: “Ik zet de lijntjes uit naar de vmbo-scholen en Dennis verzorgt de concrete begeleiding van de leerlingen. Samen tekenen we voor deze aanpak voor onze bedrijfsleerlingen die van ROC van Twente/SMEOT komen.” Dennis: “Het is goed geregeld door mijn werkgever. Ik mag ook echt tijd besteden aan jong lastalent uit het vmbo.” Focus op de basis Dennis: “We focussen op de basis. De leerlingen maken een concreet laswerkstuk met als insteek dat zij bepaalde lasposities leren: de zogeheten lasnaden PA en PB. PA staat voor lassen onder de hand en PB voor een staande hoeklas. Twee belangrijke lashandelingen die we hen bijbrengen. Ook leren we het lasapparaat zelf bijstellen. De ene leerling laat al snel een bepaalde structuur en strakheid zien. De andere leerling moet zich nog compleet ontwikkelen. We leren leerlingen ook om zelfstandig te werken, dus zelf na te denken over de aangereikte instructie. Dat helpt beter dan dat we deze leerlingen overladen door alles voor te doen. Uiteraard lopen we regelmatig langs voor ondersteuning”. Jan Tijhuis: “We belasten deze leerlingen niet met theorie, het gaat zuiver om het snuffelen aan lassen.” Oog voor lastalent Hofman Staalbouw is een gecertificeerd lasbedrijf en Het Noordik geeft hen alle vrijheid bij de inhoudelijke opbouw van de lessen. Het gaat niet alleen om het lassen zelf. Jan: “Ze maken ook kennis met hoe het eraan toegaat in een professionele organisatie die op niveau last. Het is geen schoolse omgeving en tien meter verderop zien de leerlingen onze lasprofessionals hun werk doen. Ook die collega’s kijken regelmatig vanuit de praktijk mee met de leerlingen.” De leerlingen Produceren, Installeren en Energie (PIE) van Het Noordik zijn geselecteerd op hun motivatie. Jan: “De sfeer is heel goed, ze komen hier maar al te graag en zijn leergierig. Als je 13, 14 jaar bent, is je talent voor lassen niet meteen zichtbaar. Daarom geven we leerlingen hier de kans dit heel proefondervindelijk te ervaren.” Concreet werkstuk Een goede lasser moet niet alleen gevoel voor techniek hebben: “Ook rust in je hoofd is belangrijk. Je moet het talent hebben om je te kunnen concentreren op dat ene stukje laswerk”, aldus Jan Tijhuis. “Ook daar letten we op bij deze jonge vmbo-leerlingen.” Wel zou Jan wat meer betrokkenheid van ouders willen zien: “Voor hun kinderen ligt er goedbetaald werk voorhanden als lasser. Als zij dat willen, leiden we ouders op een zaterdag graag rond.” Jan Tijhuis benadrukt dat ook ervaren lassers door kunnen groeien naar een leidinggevende of kwaliteit controlerende functie: “Dit vak biedt oneindig veel mogelijkheden.” Twee lastalenten doen mee met laswedstrijden NIL! Maar er is meer goed nieuws! Op 15 februari deden twee vierdejaars leerlingen van Het Noordik mee aan de voorronde voor de laswedstrijden van de NIL-Laswedstrijd 2024 voor vmbo- en praktijkscholen. Het gaat hier om Gijs Kleinjan en Valentino Ferraro. Jan: “Het Nederlands Instituut voor Lastechniek (NIL) is een onafhankelijke stichting die al meer dan 80 jaar de collectieve belangen behartigt van bedrijven, instellingen en personen die werkzaam zijn op het gebied van lassen, lijmen en andere permanente verbindingstechnieken. Het was voor 2024 de eerste selectiewedstrijd voor het Nederlands Kampioenschap vmbo- en praktijkscholen voor de regio Noord & Noord-Oost bij het Noorderpoort in Groningen. Ik ben al een aantal maanden de opleider van deze Vroomshoopse deelnemers. Het leuke is dat deze talenten boven zijn komen drijven uit het groepje derdejaars die we hier verléden jaar aan lassen lieten snuffelen. Zo werkt het dus. Dennis en ik zagen dat ze talent hadden. Samen werken we naar het niveau 1 NIL toe.” Het gaat om de persoonlijke groei Jan: “Tijdens de wedstrijd moesten ze hun skills laten zien met bijvoorbeeld lasstanden en lasnaadvoorbewerking. Het wedstrijdresultaat met deze kanjers? Allebei zijn ze voor het examen geslaagd en hebben met succes het poppetje gelast. Het theorie examen gaan ze in april doen samen met de leerlingen van Hofman Staalbouw.” Eric Raanhuis, docent PIE op Het Noordik en kartrekker techniekonderwijs: “Uiteindelijk gaat het ons om de persoonlijke groei van onze leerling en ongeacht het resultaat hebben we dat zeker bereikt.” Jan: “De bedoeling is dat deze leerlingen tevens hun NIL diploma lassen gaan halen en vanaf april sluiten zij aan bij onze eigen personeelstraining voor de theorie. In maart vindt bij SMEOT de landelijke finale plaats van de NIL-Laswedstrijd 2024 voor vmbo- en praktijkscholen.” Ook les voor praktijkinstructeur Ander goed nieuws is dat de praktijkinstructeur PIE van Het Noordik is gestart met de NIL-opleiding lassen. Jan Tijhuis: “Nico van Harten sluit in één moeite door aan bij de personeelstraining van Hofman Staalbouw, elke dinsdagmiddag en -avond. Aan het einde van dit schooljaar kan hij dan ook examen doen voor niveau 1NIL. Die kennis draagt hij vervolgens op Het Noordik weer over aan zijn leerlingen.” Want voor alle duidelijkheid: de gepensioneerde lasinstructeur Jan Tijhuis geeft ook nog les aan de leerlingen van de personeelstraining van Hofman zelf: “Hen proberen we niveau 1, 2 en 3 te laten bereiken.” In de wereld van het lassen zal altijd werk blijven, benadrukt Jan Tijhuis: “Natuurlijk, een stukje robotisering passen wij ook toe, maar altijd in combinatie met handmatig lassen. Die menselijke kwaliteit is niet geautomatiseerd na te bootsen.” Een tip: Praktijkonderwijs Tot slot heeft Jan Tijhuis een tip vanuit zijn hart: “Ik kom oorspronkelijk uit het Praktijkonderwijs. Daar zitten juweeltjes van talent tussen voor lassen. Wel hebben ze iets meer tijd en maatwerk nodig, maar dan komen zij er ook. Elke lasser die we voor Twente winnen is er één.” MENU
- Masterclass circulair bouwen raakt kinderen én docent
2ee4dd82-b0be-403b-8fd2-dceb84265ac4 Masterclass circulair bouwen raakt kinderen én docent Op de Praktijklocatie van het Erasmus in Almelo vond op 24 mei de masterclass circulair bouwen plaats. Leerlingen van basisscholen uit Almelo e.o. leerden er door hergebruik van materialen een duurzame lamp van karton te maken. Thea Bennink is docent schilderen Praktijkonderwijs OSG Erasmus: “We hopen hen hierdoor te interesseren voor de combinatie van duurzaamheid en techniek. En ook dat ze wat genuanceerder tegen techniek aankijken.” Onderdeel maken van de circulaire economie Deze masterclass heeft als doel kinderen al op jonge leeftijd onderdeel te maken van de circulaire economie. Thea: “De bijna 30 kinderen van groep 7 of 8 maakten van afvalmateriaal een lamp. Zo leren ze wat je allemaal met techniek kunt doen en hoe leuk dit is.” Het enige nieuwe materiaal was een kaarslampje met een batterijtje. Vervolgens mochten zij de lamp mee naar huis te nemen. Thea: “Voor hun ouders is dit ook interessant. Ze zien waartoe hun kind technisch in staat is en dit kan het gesprek openen om later gericht te kiezen voor techniek.” Goede voorbereiding De leerkrachten van de basisscholen van de deelnemende leerlingen gaven voorafgaand aan de masterclass een voorbereidende les over afvalverwerking, de circulaire economie en het hergebruiken van materialen. Dit lesmateriaal was kant-en-klaar te downloaden van www.baanbrekendleren.nl . Thea: “De leerlingen gingen in een vervolgles op de basisschool zelf aan de slag door zelf her te gebruiken materialen te verzamelen. Denk aan karton en draad om ribben te maken van de lamp. En een vetertje. Door deze twee lessen kwamen zij al goed voorbereid naar ons toe.” Inzet van innovatieve technieken Op het Praktijkonderwijs in de klas van Thea vond het praktische vervolg van de masterclass plaats. Thea: “De PO-leerlingen krijgen van een VO-leerling een demonstratie over figuurzagen met een figuurzaagmachine. Daarna volgde een demo over het lasersnijden van de twee houten onderdelen van de te maken lamp. Bij deze demo’s keken ze mee, want het waren te veel kinderen om dit allemaal zelf te doen. De PO-leerlingen zetten vervolgens hun eigen lamp in elkaar met de meegenomen ribben die ze eerder op de basisschool hadden gemaakt. Hierbij leerden ze hoe je karton kunt bewerken en hoe je hier een vorm op overbrengt. Ook leerden ze de lampenkap te versieren met oude tijdschriften. Als het goed is, valt dan het kwartje waarbij de leerlingen inzien waarvoor je de geleerde technieken kunt gebruiken. Dat draagt positief bij aan hun beeld van techniek, dat vaak nog wat beperkt of bevooroordeeld is. Ook krijgen ze een beter beeld van duurzaamheid en circulariteit omdat dit project 100% draait om de upcycling van de materialen die zij zelf meenemen.” Magisch moment Thea ziet wat het met de leerlingen doet: “Ze beginnen ergens mee, hebben nog niet echt een idee en ineens hebben ze een lamp! Een magisch moment waarbij we hopen dat ze inzien hoe gaaf techniek is. We leren ze ook dat als zij volwassen zijn en een huis gaan bouwen, dat dit met circulaire materialen kan. Je ziet dat deze leerlingen dit nu al inzien.” Een ander voordeel: in de masterclass wordt direct voldaan aan vier tot vijf kerndoelen van het basisschoolvak Wetenschap & Terchnologie, verankerd in het lesmateriaal. Dit ter ondersteuning van de docenten. Tot slot: de leerlingen krijgen een kijkje in het Praktijkonderwijs. Thea: “Tegen de basisschoolleerlingen heb ik gezegd dat hier de leerlingen zitten die later hun huizen gaan bouwen, zonnepanelen installeren en meer. Dan zie je ze kijken en het besef daalt in.” Docentontwikkeling Deze masterclass betekent ook een verrijking voor Thea zelf, een belangrijk doel van STO Twente: “Mijn vak is schilderen. Daar red ik het niet meer mee. Leerlingen willen meer, ze willen anders. Dankzij STO Twente maak ik ook mijzelf allerlei nieuwe technieken eigen. Neem de lasermachine; ik weet nu hoe die werkt. We haalden hier een VR bril binnen, prachtig! En vanuit mijn schildersvak wil ik strak meer naar de Sign-kant zodat de leerlingen met een plotmachine leren werken. Door STO Twente gaan mij de ogen open dat leerlingen straks ook in dit soort beroepen uitstromen. Dingen maken met de computer? Dat kunnen deze kinderen prima. Sterker nog: ze kunnen mij nog heel wat leren!” MENU
- Technisch kijkje achter de schermen van de Stopera
1acef4d1-3325-46d8-a9b2-770507a5785b Technisch kijkje achter de schermen van de Stopera Het tweede bezoek op donderdag 6 november van de studiereis van STO was aan de Stopera in Amsterdam. Deelnemers arriveerden te voet of met de metro, na hun bezoek aan MBO College Airport en de tour door de Amsterdamse haven, want de bus mocht de stad niet in vanwege gewicht en milieu. De Stopera is de fameuze thuisbasis van het Nationale Opera & Ballet. Voor de Stopera geldt ook dat wat je niét ziet, adembenemend is. We bedoelen hiermee speciaal de megacomplexe theatertechniek die nagenoeg 24/7 en vaak letterlijk ‘in touw’ is om de vele topproducties gladjes te laten verlopen. Unieke combi van historie en digitale innovaties Jeroen ten Asbroek, docent media, vormgeving & ict en één van de enthousiaste deelnemers aan de studiereis: “We mochten achter de schermen meekijken in een wereld van hardwerkende sjouwers, onder andere MBO-opgeleide theatertechnici en héél veel kabels, touwen en digitale techniek. De conclusie na dit werkbezoek? De Stopera biedt als werkgever een unieke combi van traditionele voorstellingen en technieken én digitale innovaties voor een klassiek product als opera en ballet!” Direct in het hart van de actie De deelnemers aan de studiereis kwamen via de artiesteningang binnen en stonden direct in het kloppend hart van het distributiecentrum van alle materialen, kisten en opleggers die voor de voorstellingen vereist zijn. Die allereerste indruk was meteen al van een massale omvang en een voorbode van de rest van de rondleiding. Elk onderdeel van een voorstelling, ook al is die voor nu even uitgespeeld, wordt in een grote opslag bewaard in de Flevopolder, een complexe logistieke operatie waarbij een systeem van QR-codes het digitale overzicht bewaakt. Joost Verlinden, hoofd toneeltechniek en Jop van den Berg, 1e toneelmeester, ontvingen ons hartelijk. Na een heldere inleiding namen zij alle deelnemers aan de studiereis in twee groepen mee op een tour achter de techniekschermen van de Stopera. Een impressie… Eén podium, twee varianten vloeren De Stopera beschikt fysiek over één plek voor een podium, maar kan daarbij terugvallen op twee vloersoorten. Voor opera is nu eenmaal een andere vloer vereist dan voor ballet. Voor dans is het nodig dat de vloer ietsje meeveert en de voor opera iets stuggere vloer functioneert als basisvloer. Met slechts twee vlakke delen kan hier tijdelijk een balletvloer mechatronisch overheen worden getakeld. Is er geen balletvoorstelling? Dan hangen deze twee vloerdelen getakeld én uit het zicht naast het podium. Je weet dat allemaal niet als je rustig in de zaal zit en bijvoorbeeld kijkt naar Romeo en Julia. Strakke decorwisselingen Een gemiddelde dag op de afdeling Toneeltechniek begint om 8.00 uur met de opbouw van een decor op het toneel voor de repetities van die dag. Dit decor staat al klaar op het zij- of achtertoneel op grote karren of zweefvloeren. De afdeling Toneeltechniek zorgt ervoor dat alle decors worden op- en afgebouwd, vaak twee keer per dag. ’s Middags zijn er repetities in het decor voor de komende voorstelling, en ’s avonds moet het decor van de huidige voorstelling weer klaarstaan. Kortom, dit vereist een super strakke planning! De medewerkers kunnen onmogelijk zonder allerlei theater-technische snufjes, niet alleen tijdens het op- en afbreken, maar ook tijdens de voorstelling zelf. Bij de repetities zorgen de medewerkers voor het wisselen van het decor en bedienen zij alle theater-technische installaties. Zo wordt er bijvoorbeeld veel gebruikgemaakt van de computergestuurde hijsinstallatie. Boven het toneel hangen ruim 100 zogeheten ‘trekken’ en tientallen mobiele takels en lieren, waaraan doeken, decor, licht en geluid opgehangen kunnen worden. Met de computer kan men deze op de gewenste tijd tot op de millimeter nauwkeurig laten bewegen. Veel ruimte om te manoeuvreren Voor een gemiddelde operaproductie wordt het decor in maar liefst zes á zeven trailers aan- en afgevoerd! Om deze dagelijkse verhuizing te kunnen uitvoeren, hebben de medewerkers de beschikking over een groot zij- en achtertoneel met dezelfde afmetingen als die van het echte toneel. Hier worden de verschillende decors opgeslagen. Daarnaast is er nog een montagehal waar een team de losse decorstukken die uit de vrachtwagen komen, opbouwt tot grotere delen. Hardwerkend team Met circa 600 medewerkers, waaronder toneelmeesters, operators, toneeltechnici en vakmensen, werkt men dagelijks ook nog hard aan de voorbereiding en ontwikkeling van nieuwe producties en herhalingen van producties, aan het roosteren van de werkzaamheden, het tekenen van decors op het toneel en het plannen van de logistieke bewegingen. En is alles technisch voorbereid? Op de afdeling Productie- en voorstellingsleiding zorgen de medewerkers er vervolgens voor dat het produceren en uitvoeren van de opera- en balletvoorstellingen vlekkeloos verloopt. De droom wordt nu werkelijkheid. Dat is de essentie van het werk van al deze (technische) medewerkers van de Stopera. Naast alle toneeltechniek zijn er ook heel veel technici in de weer met andere cruciale werkzaamheden. Van rekwisieten, audio, video en media en belichting tot en met het technisch-creatieve decoratelier. Om nog maar te zwijgen over het team technici dat al die complete theatertechniek onderhoudt en veilig en professioneel op peil houdt. ROC van Amsterdam leidt op De werknemers van de Stopera komen uit alle (internationale) windstreken en specialisaties. Een wereldje op zich waarin bijna iedereen elkaar kent. Ook technische MBO’ers krijgen alle kansen bij de Stopera. Er is een mbo-opleiding podiumtechniek in Amsterdam, die voorbereidt op een baan als theatertechnicus. Deze opleiding wordt aangeboden door het Mediacollege Amsterdam (MA), waarvoor je minimaal een vmbo kaderberoepsdiploma (kb) of mbo niveau 2 nodig hebt, of een overgangsbewijs van havo 3. Na deze opleiding ben je een echte duizendpoot. Je hebt veel technische kennis over geluid, licht, beeld, stages en veilige constructies. Deze gespecialiseerde MBO’ers nemen de leiding en sturen een crew vlot en flexibel aan. Samen toveren zij een lege ruimte om tot een mooi evenement. Haal het doek maar op! Mooi besluit van eerste dag studiereis De collega’s van de Stopera die ons zo gastvrij begeleidden ontvingen tot slot als dank van STO Twente een mooi aandenken, door Bjorn Klein Gunnewiek persoonlijk vervaardigd in het Technolab in Oldenzaal. “Het doek viel” vervolgens en vol met positieve indrukken gingen de deelnemers met de metro op weg naar het hotel voor het buffet, een mooie rondvaart door de Amsterdamse grachten en voor een aantal van hen nog een verkenning van het Mokumse nachtleven! MENU
- Privacy verklaring | STO Twente
PRIVACY- VERKLARING STO TWENTE MENU PRIVACYVERKLARING Sterk Techniekonderwijs Twente (STO Twente) kan persoonsgegevens over u verwerken, doordat u gebruik maakt van contactformulieren op deze website. STO Twente kan de volgende persoonsgegevens verwerken: Uw voor- en achternaam Uw adresgegevens Uw telefoonnummer Uw e-mailadres Waarom STO Twente gegevens nodig heeft STO Twente verwerkt uw persoonsgegevens om telefonisch contact met u op te kunnen nemen als u daar om verzoekt, en/of om u schriftelijk (per e-mail en/of per post) te kunnen benaderen indien u telefonisch onverhoopt niet bereikt kunt worden. Hoe lang STO Twente gegevens bewaart STO Twente bewaart uw persoonsgegevens niet langer dan strikt nodig is om de doelen te realiseren, waarvoor uw gegevens worden verzameld. Uw gegevens worden niet langer dan een jaar bewaard indien er geen overeenkomst met u tot stand komt. Delen met anderen STO Twente verstrekt uw persoonsgegevens alléén aan derden indien dit nodig is voor de uitvoering van een overeenkomst met u, of om te voldoen aan een wettelijke verplichting. In kaart brengen websitebezoek Op de website van STO Twente worden algemene bezoekgegevens bijgehouden, waaronder het IP-adres van uw computer en het tijdstip van opvraging en gegevens die uw browser meestuurt. Deze gegevens worden gebruikt voor analyses van bezoek- en klikgedrag op de website. STO Twente gebruikt deze informatie om de werking van de website te verbeteren. Deze gegevens worden zo veel mogelijk geanonimiseerd en worden niet aan derden verstrekt. Google analytics STO Twente maakt gebruik van Google Analytics om bij te houden hoe gebruikers de website gebruiken. Deze data worden overgebracht naar en door Google opgeslagen op servers in de Verenigde Staten. Lees het privacy beleid van Google voor meer informatie. U treft hier ook het privacy beleid van Google Analytics aan. Google kan deze informatie aan derden verschaffen indien Google hiertoe wettelijk wordt verplicht, of voor zover deze derden de informatie namens Google verwerken. STO Twente heeft hier geen invloed op. STO Twente heeft Google geen toestemming gegeven om via STO Twente verkregen Analytics-informatie te gebruiken voor andere Google-diensten. Gegevens inzien, aanpassen of verwijderen U heeft het recht om uw persoonsgegevens in te zien, te corrigeren of te verwijderen. U kunt een verzoek tot inzage, correctie of verwijdering sturen naar communicatie@stotwente.nl . STO Twente zal zo snel mogelijk, maar binnen vier weken, op uw verzoek reageren. Beveiligen STO Twente neemt de bescherming van uw gegevens serieus en neemt passende maatregelen om misbruik, verlies, onbevoegde toegang, ongewenste openbaarmaking en ongeoorloofde wijziging tegen te gaan. De website van STO Twente maakt gebruik van een betrouwbaar SSL-Certificaat om te borgen dat uw persoonsgegevens niet in verkeerde handen vallen. Als u de indruk heeft dat uw gegevens niet goed beveiligd zijn of er aanwijzingen zijn van misbruik, of indien u meer informatie wenst over de beveiliging van door STO Twente verzamelde persoonsgegevens, neem dan contact met STO Twente op via communicatie@stotwente.nl . www.stotwente.nl is een website van Sterk Techniekonderwijs Twente en is als volgt te bereiken: Vestigingsadres: Potskampstraat 2, 7573 CC Oldenzaal Telefoon: 055 - 356 07 30 E-mailadres: communicatie@stotwente.nl
- Regio initiatieven | STO Twente
Sterk Techniekonderwijs Twente is opgebouwd uit 5 subregio’s: Hengelo, Oldenzaal, Enschede, Rijssen/Holten en Almelo (HOERA). Twentebreed pakken wij twaalf thema’s/activiteiten samen op die voor alle subregio’s van belang zijn. REGIO INITIATIEVEN STO TWENTE MENU STO TWENTE bundeling van vijf actieve subregio’s Sterk Techniekonderwijs Twente is opgebouwd uit 5 subregio’s: Hengelo, Oldenzaal, Enschede, Rijssen/Holten en Almelo (HOERA). Twentebreed pakken wij twaalf thema’s/activiteiten samen op die voor alle subregio’s van belang zijn. Terwijl tegelijkertijd de 5 subregio’s hun eigen accenten kunnen blijven zetten. Mooie mix tussen regionaal & lokaal Door deze gemende aanpak benutten we zowel Twente-breed als subregionaal al onze kennis en kracht maximaal, met mooie lokale accenten. Ontdek de activiteiten in de vijf subregio’s... REGIO HENGELO De subregio Hengelo heeft uiteraard een duidelijke verbintenis met techniek, Hengelo wordt niet voor niks één van de technieksteden van Twente genoemd. In Hengelo is de techniek goed vertegenwoordigd in het bedrijfsleven en wij als C.T. Stork College zijn één van de leveranciers van vakmensen. Lees meer REGIO OLDENZAAL De subregio Oldenzaal is een enthousiast en actief deelnemer aan Sterk Techniekonderwijs Twente. Uiteraard participeert Oldenzaal in alle activiteiten die Twentebreed worden uitgerold, maar daarbinnen legt de subregio Oldenzaal een sterk accent op het werven, opleiden en begeleiden van zogeheten hybride professionals. Dit zijn ervaren technici uit het bedrijfsleven die hun kennis en ervaring rechtstreeks op het vmbo aan de leerlingen komen overbrengen. Lees meer REGIO ENSCHEDE De subregio Enschede is met twee deelnemende vmbo-scholen in Enschede een compact en geografisch gunstig gecentreerde subregio van STO Twente. Inmiddels is deze actieve subregio volop actief onder meer met de introductie in het najaar van 2021 van een eigen technolab. Lees meer REGIO RIJSSEN-HOLTEN De subregio Rijssen-Holten ís al langere tijd zeer actief met de ontwikkeling van techniekactiviteiten. De samenwerking met de diverse bedrijfsscholen in deze subregio is hecht en stevig verankerd. Het programma Sterk Techniekonderwijs Twente geeft daar de komende jaren nog eens een stevige boost aan, van basisschool tot in het bedrijfsleven. Lees meer REGIO ALMELO Als STO Almelo e.o. zien we volop mogelijkheden om het onderwijslandschap opnieuw in te richten en adaptief te maken. Het is daarom nu tijd om met elkaar aan de slag te gaan en leerlingen en bedrijven in onze regio gereed te maken voor de toekomst. Samen kunnen we leerlingen opleiden voor de beroepen die er straks zijn met de kennis en vaardigheden die ze daarbij nodig hebben. Lees meer De vijf SuBREGIO's









