445 resultaten gevonden
- Leerlingen inspireren in Tech Zone door techniekuitwisseling tussen vmbo’s
8b631250-5214-49fd-9308-886d017a6148 Leerlingen inspireren in Tech Zone door techniekuitwisseling tussen vmbo’s Op 4 februari ontving Het Stedelijk Vakcollege/Bonhoeffer College (Wethouder Beversstraat) in o.a. haar Technolab in Enschede circa 20 leerlingen uit het tweede jaar van het Zone.college. Zij maakten kennis met verschillende vormen van techniek. En daar zit een speciale gedachte achter die precies in de doelstellingen van STO Twente past: vmbo-scholen die elkaar op het vlak van techniek onderling versterken. Een mooie samenwerking tussen het Zone.college, het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College. En er zit nog meer samenwerking in de pen! De techniekdocenten Jos Doppen van het Stedelijk Vakcollege en Jan ten Hove van het Enschedese Zone.college werken hier nauw in samen, samen met nog twee collega’s. Ook zijn zij betrokken bij STO Twente. Jan: “Na wat sparren kwam er een mooi idee voor een uitwisseling naar boven.” Jos: “Op het Zone.college ligt het accent op groenonderwijs. Maar ook die vmbo-leerlingen kunnen talent en interesse hebben voor techniek. Omdat zij in hun tweede jaar nu voor het kiesmoment van hun profiel staan, sloegen we de handen ineen met het Zone.college. De insteek? 20 leerlingen uit het tweede jaar zijn een dag bij ons geweest voor een techniekoriëntatie.” Ruiken aan drie techniekprofielen Jan: “Het betrof leerlingen die eigenlijk wel in de techniek door willen gaan, maar daar in de profielen op het Zone.college niet mee uit de voeten kunnen.” Ze kozen op 4 februari in de Tech Zone uit drie techniekprofielen: MVI, PIE en BWI en hebben daarin een dag meegedraaid. Jan: “We kozen voor dit initiatief de naam: Tech Zone, omdat het woord Zone ook in onze schoolnaam zit.” De Tech Zone op het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College is de optelsom van het nieuwe Technolab en de al bestaande praktijkruimte daarnaast. Positieve reacties van leerlingen Bij PIE maakten de leerlingen een bedlampje van metaal en elektriciteit. Bij MVI gingen ze digitaal aan de slag met het ontwerpen van een poster van een bewerkte selfie. Bij BWI maakten de leerlingen een tafeltje van MDF. Hier kwamen verschillende bewerkingsmachines bij kijken en een stukje schilderwerk. Jos: “Het was een supergeslaagde dag, we kregen veel positieve reacties van de leerlingen.” Die kwamen ook van de meisjes, dus dit initiatief sluit mooi aan bij het project Meiden in de Techniek van STO Twente. Het draait om interesse wekken Jan: “Het gaat er puur om de leerlingen met techniekprofielen kennis te laten maken en hen te interesseren voor techniek. Daarmee bereiken we dat ze voor hun vervolgopleiding en/of beroepsopleiding een bewuste keuze maken. Het kan bijvoorbeeld ook zo zijn dat een leerling door dit concept nu weliswaar wordt geprikkeld voor techniek, maar gewoon op het Zone.college zijn of haar groenopleiding afmaakt. Maar die geïnteresseerde leerling kan dan al wel twee jaar naar open dagen op het mbo gaan en bijvoorbeeld op het ROC van Twente rustig kijken in welke techniekrichting hij of zij wil doorgaan. Met deze aanpak willen we de interesse wekken, het is aan de leerling om daar zelf iets mee te doen.” Wederkerige samenwerking De samenwerking is wederkerig. Jos: “Het zit in de pen dat onze leerlingen na de meivakantie op hun beurt een dag kunnen kennismaken met de profielen van het Zone.college. Daarmee krijgt de samenwerking een evenredige uitwisseling.” Jos Doppen en Jan ten Hove hebben samen de intentie uitgesproken om deze uitwisseling jaarlijks te organiseren en de MT’s van de betrokken scholen hebben hiermee inmiddels ingestemd. Jan: “De bedoeling is die dag voortaan al aan het begin van leerjaar 2 te plannen, dus vóór de open dagen. Leerlingen die interesse hebben gekregen voor een ander profiel kunnen daardoor gerichter een techniekprofiel bekijken en beoordelen.” Fysieke uitwisseling Technolab Maar er is nóg een mooie samenwerking, geeft Jan aan: “Na de Krokusvakantie komt een deel van de apparatuur het Technolab, tijdelijk naar de locatie van het Zone.college in Enschede. Daarmee mogen onze leerlingen uit leerjaar 1 en 2 vervolgens een hele week aan de slag. Ook is dit veiliger omdat onze leerlingen veel minder verkeersbewegingen hoeven te maken.” Daarnaast is het plan om na de meivakantie met 16 leerlingen uit leerjaar drie een aantal weken naar het Stedelijk Vakcollege en Bonhoeffer College te komen voor een kennismaking met booglassen, koeltechniek en installatietechniek in carrouselvorm. Aan de Wethouder Beversstraat hebben ze hiervoor de juiste technieken en wij aan het Zone.college niet, dus ook met die uitwisseling zijn we heel blij. De samenwerking komt dus heel goed van de grond.” De onderlinge samenwerking tussen Jan en Jos verloopt prima: “We zijn beiden aanpakkers met korte lijnen.” MENU
- STO Café Hengelo: maximaal duurzaam bij The Green Box
8eecaefb-774c-451f-bdb0-d5aa265dec3c STO Café Hengelo: maximaal duurzaam bij The Green Box STO Café Hengelo op 3 februari koos voor het thema Duurzaam. Meer dan 40 STO-collega’s streken nieuwsgierig neer bij The Green Box in Hengelo, dé cleantech campus van Noord-West Europa, op een steenworp afstand van het C.T. Stork college. Een inspirerende mega-locatie waar startups, bedrijven, studenten en talenten samen werken aan de versnelling van de energietransitie. Ook hier is behoefte aan goed opgeleide technische mbo’ers. En die aanwas start uiteraard op het vmbo! Samen de omslag maken naar duurzaamheid Het complex van Eaton in Hengelo ondergaat een metamorfose van producent van elektrische componenten naar een campus waar de energietransitie in de volle breedte handen en voeten krijgt. De toepasselijke naam? Cleantech Campus The Green Box. Ynte de Vries, voormalig Chief Operating Officer bij Koolen Industries, is de kersverse directeur van The Green Box: “Hier is iedereen welkom met een goed, levensvatbaar idee op het vlak van de energietransitie. Van startups, studenten en innovators tot en met gevestigde bedrijven die de omslag naar duurzaamheid maken.” Het campus-concept is even doeltreffend als eenvoudig: bedrijven werken zelfstandig, en als zij synergie zien dan zoeken zij elkaar op. Integrale energieoplossingen Vanuit de campus leveren de intensief samenwerkende bedrijven integrale energieoplossingen aan bedrijven en particulieren, vaak volgens het one-stop-shop concept. Met andere woorden: op de campus vind je verzameld alle oplossingen die je nodig hebt. Ook met eigen Twentse maakbedrijven zoals NieuweWeme dat de laadpalen van Floading en We Drive Solar produceert, evenals de batterijcontainers van SmartGrid. Uiteraard is het eigen energiesysteem voor The Green Box tip top op orde, hoe kan het ook anders. Ynte de Vries: “Ons eigen integrale duurzame systeem draait inmiddels zo goed als.” Presentatie en quiz inéén De presentatie van Ynte voor alle STO-collega’s was meeslepend en inspirerend. In rap tempo schetste hij niet alleen de noodzaak tot energietransitie, maar ook de stappen die nog gezet moeten worden. Een behoorlijke wake-up call. Onweerstaanbaar was de quiz die Ynte met zijn presentatie wist te verweven: iedereen moest gaan staan en bij een fout antwoord op een energievraag van Ynte weer gaan zitten. De langst staande STO-collega en dus winnaar? Eric Raanhuis, docent PIE op het Noordik in Vroomshoop. De kennis van Ynte over duurzame energie was up-to-date. Reden voor enkele technische docenten om direct maar hun duurzame energie-oplossingen bij hen thuis aan Ynte voor te leggen. Tja, techneuten onder elkaar. Ook vmbo is welkom Uiteraard ligt er een link tussen The Green Box en de doelen van STO Twente. Ook op het terrein van verduurzaming en de energietransitie is er veel behoefte aan technisch talent. Niet alleen op hbo- en wo-niveau, maar juist ook ‘hands on’ op mbo-niveau. Op de vraag van de STO-collega’s hoe The Green Box vmbo-leerlingen kan inspireren kwam Ynte direct met een warme invitatie: “We staan open voor elke samenwerking, zeker ook met het vmbo. Wel hebben we nog geen ervaring met het vmbo, maar technische vakkrachten van het VMBO en MBO zijn onmisbaar voor de realisatie van de energietransitie en van harte welkom hier.” Vanuit de bezoekende STO-collega’s borrelden direct enkele praktische ideeën op en de eerste banden zijn gesmeed. Wordt duurzaam vervolgd! Rondleiding was eye opener De rondleiding was een eye opener voor de bezoekers. Helemaal verrassend was toen BWI-docent Philip Unverzagt één van zijn oud-leerlingen in een productiehal aan het werk zag. Na de rondleiding schetste Ynte nog even op overtuigende wijze zijn grotendeels zelfbedachte warmte-systeem bij hem thuis. Tijdens de afsluitende borrel was de conclusie eensgezind: The Green Box is een duurzaam pareltje dat misschien publicitair iets te veel onder de radar opereert, maar STO Twente heeft hen ontdekt én gaat met vmbo-leerlingen langskomen!” MENU
- Aanpak Keuzevak Dronetechniek met Almeloos stempel
7e799d50-6e7e-4b8f-b386-a5c0464db05c Aanpak Keuzevak Dronetechniek met Almeloos stempel In februari hield de STO-subregio Almelo e.o. haar driedaagse incompany cursus dronetechniek. Erik van Bunnik is techniekdocent op het toekomstig Alma College en heeft binnen de STO-regio Almelo e.o. als taak het professionaliseren van docenten: “Collega Eric Raanhuis en ik zijn de kartrekkers voor deze incompany dronetraining.” Erik is blij met STO Twente: “We zijn hier met de collega’s veel mee bezig en daardoor is er ook ruimte om te netwerken en te overleggen hoe we zaken samen kunnen aanpakken. Daar kwam ook dit drones-idee vandaan.” Eigen insteek Andere Twentse sub-regio’s volgden hun dronestrainingen via het Project Drones. Almelo e.o. koos er bewust voor hun training te laten lopen via bijscholingvmbo.nl. Erik: “De training via bijscholingsvmbo.nl is financieel gunstig door de 80% subsidie. Vooral aantrekkelijk omdat de subregio Almelo e.o. veel deelnemende vmbo-scholen en dus techniekdocenten kent. Deze keuze gaf onze regio eveneens de gelegenheid om de incompany cursus dronetechniek naar eigen inzicht in te richten.” De organisatie bijscholingvmbo.nl vormt sowieso een mooie bron van techniekopleidingen in relatie tot STO. Een aanrader om eens op te kijken. Erik: “Wij werken vaker met deze organisatie. Na de krokusvakantie gaan we bijvoorbeeld met drie collega’s op bijscholing voor domotica.” Veel belangstelling De drie lesdagen hadden ieder hun eigen insteek. Erik: “Met eerst twee dagen theorie voor het behalen van het dronebrevet. Op de tweede dag deden alle deelnemers succesvol het examen voor dit brevet.” De derde en laatste dag was echt een praktijkdag, met de bedoeling om daadwerkelijk te gaan vliegen. Erik: “Helaas gooide het weer op het laatste moment roet in het eten, met veel regen en wind. Die praktijkdag hopen we in te halen na de krokusvakantie. We kunnen hiervoor terecht bij een boer in Vroomshoop.” Er was ruimte voor tien docenten voor deze cursus in februari. Erik: “Maar ook zonder gerichte werving zaten we al snel vol. De hoop is dat we deze cursus nog een keer kunnen aanbieden. Daarvoor hebben we inmiddels vier tot vijf techniekdocenten op de wachtlijst staan.” Keuzevakken Dronetechniek 1 (1335) + Dronetechniek 2 (1336) voor de bovenbouw De subregio Almelo gaat de Keuzevakken Dronetechniek 1 (1335) + Dronetechniek 2 (1336) aanbieden voor de bovenbouw. Erik: “We gaan nu goed voorbereiden hoe we een groep leerlingen in de bovenbouw hierin les gaan geven. Dronetechniek is leuk, spreekt veel leerlingen aan en lijkt spannend. Tegelijkertijd realiseren wij ons terdege dat er achter dronetechniek een enorm theoretisch gedeelte hangt. Denk aan veiligheid, regelgeving en meer. Het praktijkgedeelte is dus maar één facet. Ook de theorie moeten we de leerlingen in de bovenbouw goed presenteren, daar werken we nu aan.” Binnen STO subregio Almelo is Peter Weideman de ontwikkelaar van lesstof dronetechniek in de onderbouw en hij is bezig met de koppeling, doorlopende leerlijn naar de bovenbouw dronetechniek. Keuzes maken voor keuzevakken De subregio Almelo e.o. kent een bijzonder concept waarbij de leerlingen van alle deelnemende vmbo’s een keuzevak naar eigen wens kunnen volgen op één van deze vmbo-scholen. Een onderlinge uitwisseling op de vaste woensdagmiddag die heel goed werkt. Erik: “We gaan in het voorjaar ook vaststellen welke vmbo-school de Dronetechniek 1 (1335) + Dronetechniek 2 (1336) school- overstijgend aanbiedt binnen ons concept van de woensdagmiddag. En ook hoe we hier inhoud aan geven. We hebben nu de opgeleide docenten en op dit moment is de vraag: hoe kunnen we deze materie inhoudelijk goed presenteren als een volwaardig keuzevak voor de leerlingen? Kijk, je kunt in een introductieles de leerlingen laten kennismaken met de kleine drones. Maar, nu gaan we ook vérder stappen zetten. Zoals inspecties uitvoeren met drones en ontdekken wat het allemaal inhoudt.” MENU
- TechAmbassadeurs Zorg en Welzijn in opleiding
27b8c0f5-3277-4f64-a3b1-752e7985c843 TechAmbassadeurs Zorg en Welzijn in opleiding Sterk Techniekonderwijs Twente werkt steeds nauwer samen met de Technologie & Zorg Academie Twente (TZA). Momenteel volgen Marijke van der Struik en Lisa van Dijk van C.T. Stork College de opleiding tot TechAmbassadeur van TZA. Wat is dat? En hoe profiteren vmbo-scholen daarvan? Keuzevak Zorgtechnologie Marijke van der Struik en Lisa van Dijk zijn docent Zorg & Welzijn. Hoe staat de toepassing van zorgtechnologie er op dit moment eigenlijk voor op C.T. Stork College? Marijke: “We geven nu al voor het tweede schooljaar lessen over zorgtechnologie, een apart en verdiepend keuzevak voor de vierdejaars leerlingen van Zorg & Welzijn. In dit profiel zelf zit ook voor de derdejaars leerlingen nog een heel klein stukje zorgtechnologie, specifiek in het profiel Mens & Zorg.” Nog volop in ontwikkeling Hoe reageren de leerlingen hierop? Marijke: “Wisselend, maar dat komt ook doordat we dit profielvak nog ontwikkelen. We zijn ermee gestart zonder een verdiepende voorbereiding en alleen op basis van een niet aansprekend leerboek.” Lisa: “Ook staan onze vmbo-leerlingen daar in de tijd gezien best wel een stukje vanaf; het duurt nog wel even voordat zij in de zorg werkzaam zijn. Ook gaat een deel niet de zorg in, dus bij hen is de interesse ook wat minder.” Meer focus op praktijk Marijke en Lisa ontwikkelen de lessen momenteel naar hun eigen inzichten en smaak: “We hopen dat de leerlingen het daardoor enthousiaster oppakken. Dit willen we bereiken door de lessen veel praktijkgerichter te maken. Daarbij heb je écht de technologische hulpmiddelen nodig zoals TZA Twente die ons aanreikt. We hadden weliswaar zelf een paar hulpmiddelen aangeschaft, maar nog niet zo heel veel. Daardoor bleven de lessen over zorgtechnologie twee jaar lang behoorlijk theoretisch. Met de technologie die we nu hebben geleend van TZA Twente proberen we de lessen levendiger te maken, maar ik benadruk dat dit allemaal nog sterk in ontwikkeling is. Volgend schooljaar hebben we zorgtechnologie een stuk beter op de kaart staan.” Opleiding TechAmbassadeur: inspiratie opdoen De deelname van Lisa en Marijke aan de opleiding voor TechAmbassadeur van TZA is geïnspireerd door de bovengenoemde ambities. Marijke: “We hopen tijdens de zes bijeenkomsten, onder leiding van ROC-docent Iris Davina-Hudepohl, inspiratie te krijgen om ons keuzevak voor zorgtechnologie te verdiepen en voor de leerlingen aantrekkelijker te maken.” Het mooie is dat de deelnemers aan deze opleiding verschillende achtergronden hebben. Lisa: “We zitten daar met zorgprofessionals, iemand van het ROC en wij vanuit het vmbo, dus een mooie mix. Voor ons is het bijvoorbeeld heel interessant om tijdens de opleiding te horen van de zorgprofessionals wat zij in hun praktijk tegenkomen op het gebied van zorgtechnologie. Dat geeft ons richting om onze leerlingen nú al zo goed mogelijk op deze praktijk voor te bereiden voor als zij straks vanuit het mbo stage gaan lopen in het zorgwerkveld.” Marijke: “We horen uit de eerste hand dat in de zorgpraktijk de ene professional er meer voor openstaat dan de andere. Ook hier geldt: onbekend maakt onbemind. In die zin lijkt dit op de situatie in het onderwijs op het vlak van zorgtechnologie.” Rol TechAmbassadeur Als TechAmbassadeur voor Zorg & Welzijn zijn Lisa en Marijke straks het gezicht en eerste aanspreekpunt binnen C.T. Stork College op het gebied van zorgtechnologie en het gebruik daarvan. De training richt zich enerzijds op inzet en kennis van slimme technologie op onder andere scholen. Anderzijds focust de training op collegiale ondersteuning bij de keuze en implementatie van technologie. De TechAmbassadeur kan als inhoudelijk deskundige de eigen collega’s en leerlingen adviseren en begeleiden. Zij kunnen het gesprek over technologie aangaan en advies of richting geven aan mogelijke keuzes. Lisa: “De insteek is dat wij door deze opleiding onze collega’s enthousiasmeren voor zorgtechnologie. Ook bij ons zien we dat collega’s hiermee nog niet zo bekend zijn. Doordat wij die lessen gaan geven, scholen we deze collega’s hierin bij en kunnen zij vervolgens die lessen ook geven.” Betere contacten zorgwerkveld Marijke: “Eveneens leert deze opleiding ons heel concreet wat er überhaupt allemaal mogelijk is met zorgtechnologie. Plus dat we nu nog betere contacten hebben met het zorgwerkveld. Hoe mooi is dat voor het organiseren van gastlessen en excursies!” Verder biedt de opleiding tot TechAmbassadeur ruimte voor een dagdeel stage. Marijke: “Dan kunnen we bij elkaar in de keuken gaan kijken. Wij, als school, bij de zorginstellingen en uiteraard omgekeerd. Dat biedt heel veel waarde. Feitelijk past dit ook onder de doelstelling van STO Twente.” Adviezen voor andere subregio’s STO Twente Wat adviseren Marijke en Lisa andere subregio’s van STO Twente die ook met zorgtechnologie willen starten, of al bezig zijn, maar nog richting zoeken? Marijke: “Ga ermee aan de slag, want het is niet meer weg te denken. Inmiddels is zorgtechnologie een integraal onderdeel van de zorg. Maar denk wél eerst heel goed na over wat je ermee wilt en hóe je het dan gaat inrichten. Een tip: haal bijvoorbeeld via TZA Twente al direct zorgtechnologie je school in, ga ermee aan de slag, organiseer excursies buiten je school en regel gastlessen. Daardoor loop je niet al vanaf het begin achter de feiten aan.” Een ander punt is dat zorgtechnologie ook iets met mensen doet. Lisa: “We gaan met de leerlingen wel het gesprek aan over wat patiënten of cliënten er zelf van vinden; wat zijn de voordelen en nadelen van zorgtechnologie? We proberen hen daarover aan het denken te zetten.” Marijke: “Leerlingen dragen daarbij regelmatig voorbeelden aan van zorgtechnologie die zij toegepast zien bij hun opa of oma. Dit is een goede aanleiding om hierover met de leerlingen het gesprek aan te gaan.” Toepassing vanuit startput van casuïstiek Marijke noemt dat zij en Lisa meer casuïstiek willen gaan schrijven: “Aan de hand daarvan willen we dus de zorgvraag centraal stellen en vervolgens bekijken welke zorgtechnologie daarbij zou kunnen ondersteunen. Dit in plaats van de volgorde waarbij je de zorgtechnologie centraal stelt en vervolgens gaat bepalen voor wie dat interessant zou kunnen zijn. Hopelijk hebben we dit volgend schooljaar voor elkaar.” Over de toekomst gesproken: momenteel vindt de planvorming plaats voor STO Twente 2025 t/m 2028. Wat zouden Marijke en Lisa hiervoor voor zorgtechnologie meegenomen willen zien? Marijke: “We worden goed in die gesprekken betrokken en we hebben ook bepaalde ideeën. We zouden vooral meer praktijk willen geven voor zorgtechnologie.” Wellicht deelvrijstelling Lisa: “Ook zou het mooi zijn als leerlingen die dit keuzevak met een voldoende hebben afgerond, voor een deel vrijstelling kunnen krijgen op het ROC van een vak waarin zorgtechnologie verweven zit. Want we kunnen ons voorstellen dat er overlappen bestaan. Die vrijstelling zou voor leerlingen een extra motivatie kunnen vormen.” MENU
- Keuzedeel Robotica ter beschikking van Twentse vmbo-scholen
18d58acb-96f0-4eaa-a214-afca8469f4a5 Keuzedeel Robotica ter beschikking van Twentse vmbo-scholen Het woord cobot is een samentrekking van de term ‘Collaboratieve Robot’. Deze eenarmige robot kan naast en met mensen werken, bijvoorbeeld voor repeterende taken. Het technisch bedrijfsleven omarmt deze cobot steeds meer. Dus krijgen ook technische vmbo-leerlingen hier later in hun werk mee te maken. Alle reden voor SMEOT om ook het Twentse vmbo een keuzedeel Robotica aan te bieden. Leerlingen van het Bonhoeffer College gingen op 24 januari zelf aan de slag met het programmeren en bedienen van een cobot. Hans Fokke van SMEOT: “We leiden al mbo’ers op voor werken met cobots, maar ook vmbo-leerlingen kunnen deze nieuwe materie prima aan.” Eric Harbers, docent SMEOT: “Vmbo-leerlingen maken bij ons alvast kennis met meerdere technische vakgebieden zoals verspanen en CNC. Robotica, en daarbinnen kennismaken met de cobot, is nieuw binnen ons aanbod voor het vmbo.” Het Bonhoeffer College kwam op bezoek met een aantal leerlingen uit de vierde klas. Hans Fokke, coördinator vmbo/mbo onderwijs SMEOT: “We hebben het programma voor deze leerlingen voor de cobot eenvoudig kunnen afleiden door het bestaande lesprogramma voor de cobot op niveau 2 iets af te schalen. De leerlingen krijgen voor de cobot alvast de eerste stappen van niveau 2 mee.” In totaal komen 14 leerlingen van het Bonhoeffer College naar SMEOT voor dit keuzedeel Robotica, verdeeld over meerdere sessies. Presentatie, uitleg én zelf aan de slag! Eric Harbers verwelkomde de leerlingen met een heldere presentatie, met ook filmpjes, die de cobot in het grotere plaatje positioneerde van wat we met elkaar Smart Industry noemen. Ook heb ik de leerlingen de toepassingen van cobot laten zien en de voordelen ervan uitgelegd. Plus uitleg over het verschil tussen een cobot en robot. Een cobot is mensgerichter en werkt eigenlijk collegiaal samen met een operator. Zoals een onderdeel aanreiken aan een monteur in een assemblageproces. Een robot werkt helemaal op zichzelf.” Hans Fokke: “Ook belangrijk: een cobot vervangt geen medewerkers, maar werkt daarmee samen. Een cobot zorgt dus niet voor banenverlies.” Zelf doen, zelf ontdekken Na de presentatie was het tijd voor de leerlingen om zelf een aantal eenvoudige basisbewegingen te leren programmeren voor de cobots waar SMEOT mee werkt. Eric: “Zelf doen, zelf ontdekken, daar grijp je deze vmbo-leerlingen mee.” De insteek voor deze eerste stappen op het terrein van programmeren voor cobots is gebaseerd op het werken met zogeheten way-points. Een waypoint of routepunt is een plaats op aarde, opgeslagen met de coördinaten. Dit concept wordt ook gebruikt voor het navigeren voor auto’s en fietsen. Hans: “Ook andere Twentse vmbo-scholen onder de vlag van STO Twente zijn hier welkom voor dit keuzedeel Robotica. Bijvoorbeeld het Canisius uit Tubbergen komt hier met een aantal leerlingen op bezoek. We hebben hier bij SMEOT drie cobots en aan een cobot mogen twee leerlingen werken. Daarmee is dit keuzedeel Robotica geschikt voor groepjes van zes vmbo-leerlingen.” De cobots hadden een grote aantrekkingskracht op de leerlingen van het Bonhoeffer College en al snel kregen zij het programmeren van de basisbewegingen onder de knie.. Hans Fokke: “We leiden hier leerlingen op om met cobots om te gaan, maar altijd in relatie tot onze vakgebieden Metaal, Mechatronica en Verspaning.” Maar cobots kunnen techniek-breed worden ingezet. Ook als praktische aanvulling op besturen en automatiseren PIE De leerlingen van het Bonhoeffer College werden op 24 januari begeleid door hun docent Thomas Struik: “We komen vaker bij SMEOT en nu dus voor het eerst voor het keuzedeel Robotica. In ons bestaande PIE-lokaal hebben we geen faciliteiten voor cobots, dus hier met onze leerlingen komen is echt een verrijking van ons lesprogramma. Wij hebben dit bezoek gepland als een verlengstuk van het onderdeel Besturen en Automatiseren binnen PIE. Dus de leerlingen zijn hier bij SMEOT deels voor de keuzevakken, maar dus ook voor Besturen en Automatiseren. Dit zou ik in de toekomst graag willen uitbouwen naar het door ons nu nog niet aangeboden keuzevak Robotica.” Ook voegt dit keuzedeel iets toe aan de docentenprofessionalisering van Thomas: “Meer begrip en inzicht in deze nieuwe materie en ook nog meer enthousiasme. Als docent zou ik hier nog meer in geschoold willen worden, want onze leerlingen en ook wij als docenten krijgen steeds meer met cobots te maken.” MENU
- Aftrapmoment Keuzedeel Tegelzetten zet schijnwerper op onderbelicht vakmanschap
e2c24c3c-387b-40f2-8ba8-ade7613fb633 Aftrapmoment Keuzedeel Tegelzetten zet schijnwerper op onderbelicht vakmanschap Ook aan tegelzetters is in Twente veel behoefte. Het TCC aan de Potskampstraat gaf hier eerder les in, maar de laatste jaren raakte tegelzetten binnen BWI op de achtergrond. BWI docent Guus Teders zag de vraag in de arbeidsmarkt en blies, samen met zijn collega’s, het tegelzetten nieuw leven in met het Keuzedeel Tegelzetten. 30 Januari was het aftrapmoment van een nieuwe serie lessen voor dit keuzedeel met 14 vierdejaars leerlingen BWI, een mix van meiden en jongens. Een mooie groei, want de eerdere serie van dit keuzedeel startte met vier leerlingen. Inleiding Bouwmensen Almelo Bouwmensen Almelo is STO-partner van het TCC aan de Potskampstraat. Robert Herman van Bouwmensen Almelo gaf de 14 leerlingen bij het aftrapmoment een inleiding in de wereld van tegelzetten. Waar breng je eigenlijk tegels aan? Wat is het verschil tussen een tegelvloer en een tegelwand? Ook lichtte Robert de soorten tegels toe, hoe tegels eigenlijk gemaakt worden en uiteraard vertelde hij over het veelzijdige vak van tegelzetter. Ter afsluiting van zijn inleiding legde Robert uit hoe de mbo niveau 2-3 BBL opleiding in elkaar steekt, collegiaal verzorgd door Bouwmensen Almelo en ROC van Twente. Van theorie, ontwerp tot en met realisatie Guus Teders werkt momenteel in zijn tweede schooljaar als docent BWI en was daarvoor 23 jaar timmerman: “ Het Keuzedeel Tegelzetten betekent acht uur les per week. Met twee uur les van mijn collega meneer Pariente en zes uur les van mij en dat acht weken achter elkaar. We nemen hierin alles mee, ook de voorbereiding op tegelzetten met 3D-tekeningen in SketchUp. De leerlingen krijgen een stukje theorie, maken een eigen ontwerp en realiseren dat in onze praktijkafdeling.” Aan de slag met drie opdrachten! Het praktische aftrapmoment bestond uit het leggen met kleine tegeltjes van een kleurrijk mozaïek met het logo van de Bouwmensen Almelo. Alle handelingen kwamen voorbij: het voorbewerken van de achtergrond, het netjes aanbrengen van lijm en het vervolgens zo recht mogelijk leggen van de tegeltjes, met inzet van allerlei gereedschappen. Met als uiteindelijk doel het nabootsen van het tegelvoorbeeld met het logo van Bouwmensen Almelo. Guus: “Na deze eerste opdracht met het mozaïek volgen er in de acht weken van dit keuzedeel nog drie andere opdrachten. De leerlingen kiezen op internet een legpuzzel van Tangram. Een Tangram is een kleurrijke puzzel die altijd uit zeven stukken bestaat, maar heel veel varianten kent. Elke leerling kiest zijn of haar favoriete kleuren en vormen binnen het stramien van Tangram, maakt een ontwerp in SketchUp, en realiseert dit vervolgens in het echt met tegelwerk. De volgende opdracht is het met tegeltjes leggen van een wandafbeelding van een kleurrijke hamer in een achtergrond, met als deelwerkzaamheid het op maat snijden van de tegeltjes. Tot slot maken de leerlingen een vrije eindopdracht.” Ook het zo belangrijke voegen van tegels komt uiteraard aan de orde in dit keuzedeel. Hulp van ervaren tegelzetter Uiteraard krijgen de leerlingen hulp, naast de begeleiding van hun docenten BWI. Roy Exel is zzp’er en tegelzetter. Namens Bouwmensen Almelo toonde hij de leerlingen de kneepjes van het vak van tegelzetter: “Dit doe ik heel graag. Ik vind het belangrijk om de jeugd te inspireren voor het vak van tegelzetter, of om sowieso de bouw in te gaan.” De betrokken BWI-docenten zijn voordat dit keuzedeel van start ging zelf eerst twee dagen bijgeschoold door Bouwmensen Almelo. Een activiteit die mooi past onder het doel van docentprofessionalisering van STO Twente. Ook leuk om te melden is dat BWI docent Guus Teders ooit zijn opleiding tot timmerman volgde bij Bouwmensen Almelo. Veel enthousiasme De leerlingen zijn heel enthousiast merkt Guus: “Met tegelzetten maak je iets moois dat voor je ogen, en dankzij je handen, ontstaat. Bij het tekenen van hun ontwerp zijn ze nog niet echt gegrepen, maar als ze daadwerkelijk aan de slag gaan zie je een glimlach op hun gezicht komen! Misschien gaan deze leerlingen niet door in het vak van tegelzetter, maar dat is niet erg. Dit keuzedeel kan hen helpen een stukje talent bij zichzelf te ontdekken waarvan ze niet wisten dat ze het hadden. Alleen dat zou al mooi zijn!” MENU
- De Sumpel bemiddelt graag tussen technisch vmbo en bedrijven in de mobiliteit
7504d219-eab9-40ef-ae71-fb844c031195 De Sumpel bemiddelt graag tussen technisch vmbo en bedrijven in de mobiliteit Sinds vorig schooljaar is het keuzevak Autoschade en Spuiten als pilot succesvol ingevoerd, bijvoorbeeld Canisius Tubbergen is hier actief mee. Een geslaagd initiatief waarin twee schadeherstelbedrijven plus De Sumpel van ROC van Twente en brancheorganisatie OOC samenwerken. Aletta Bijsterveld is Manager Onderwijs Team Mobiliteit, College voor Bouw & Vervoer van De Sumpel in Almelo: “Graag wil ik de vmbo-scholen van STO Twente uitnodigen om een dergelijk keuzevak, samen met ons, ook op te zetten voor bedrijfswagentechniek en fietstechniek. ”Bedrijven willen hieraan graag meewerken.” Geslaagd keuzevak Autoschade en Spuiten Aletta blikt graag nog even terug op het nieuwe keuzevak Autoschade en Spuiten: “Ook De Sumpel sloot enthousiast aan, want wij bieden op mbo-niveau de vervolgopleiding voor autoschadehersteller en autospuiter. In goed overleg is alles doorgesproken en vastgelegd. Zoals: wat zijn de eindtermen? Waar moeten we met dit keuzevak allemaal aan voldoen? Maar ook noem ik graag het enthousiaste bedrijfsleven, want de deelnemende schadeherstelbedrijven zetten zich hier voor de volle 100% voor in. Zij willen hier veel voor doen.” Groei in aantal leerlingen Op 25 juni 2024 vond voor de eerste keer de afsluitende theorietoets plaats bij ROC van Twente, met ook een presentatie van alles wat de leerlingen hebben gedaan en geleerd. Hun werkstuk presenteerden zij aan hun ouders, met een officieel certificaat ter afronding. Aletta: “De meerwaarde hiervan is dat de leerlingen en hun ouders fysiek naar De Sumpel komen en alvast de mbo-sfeer in de praktijk proeven en daadwerkelijk zien welke opleidingen wij bieden in de mobiliteit. Dat werkt drempelverlagend voor vervolgkeuzes.” Aletta vermoedt dat het recent toenemend aantal studenten op De Sumpel voor Autoschade en Spuiten juist door het nieuwe keuzevak op het vmbo is gegroeid. Verbreden keuzevakken mobiliteit Aletta zou het toejuichen als dergelijke keuzevakken ook in het leven geroepen worden voor fietstechniek en bedrijfswagentechniek: “Die wens krijg ik van bedrijven uit de bedrijfswagentechniek, maar zal zeker ook binnen de branche voor fietstechniek spelen. Neem bedrijfswagentechniek: wij werken samen binnen het samenwerkingsverband genaamd de Truck Academy. Ook zij zijn heel gedreven en bijvoorbeeld inzetbaar voor gastlessen in het vmbo. Zij zien in dat hoe eerder je leerlingen in het vmbo warm laat lopen voor bedrijfswagentechniek, hoe groter de kans dat zij voor deze richting kiezen.” Goede contacten met techniekbedrijven Aletta geeft aan dat het team Mobiliteit een goed netwerk heeft van bedrijven in de fietstechniek en bedrijfswagentechniek: “Daarbinnen kunnen wij bedrijven en onderwijs op zowel persoonsniveau als inhoudelijk met elkaar koppelen. Vanuit deze goede en intensieve connecties met dealers van bedrijfswagens is door hen gevraagd of ik binnen STO Twente kan navragen of hier belangstelling voor is. Mochten scholen belangstelling hebben dan vervult De Sumpel hierin van harte de scharnierfunctie tussen deze bedrijven en de vmbo-scholen. Denk niet alleen aan het inhoudelijk helpen optuigen van een keuzevak, maar ook aan gastlessen en bedrijfsbezoeken.” Direct in contact met relevante beslissers Aletta: “We kunnen de persoonlijke contacten helpen leggen en de samenwerking voor ook deze nieuwe keuzevakken op gang helpen brengen. Daarmee komen de scholen direct in contact met de relevante beslissers in het bedrijfsleven. Dit bespaart hen veel uitzoekwerk en blijft hun vraag niet steken bij bijvoorbeeld een klantenservicebalie.” Wel benadrukt Aletta dat er onder het concreet uitvoeren van een deel van een keuzevak binnen De Sumpel een gedegen inhoudelijke en financiële onderbouwing van zowel STO als ROC van Twente moet liggen. Veelzijdige samenwerking met STO Twente Naast keuzevakken werkt De Sumpel ook op andere manieren samen met STO Twente. Aletta: “Dit jaar stelden we voor het eerst onze deuren open tijdens de STEL-dag georganiseerd vanuit de STO subregio Almelo eo. We mochten toen honderden vmbo-leerlingen ontvangen.” Ook noemt Aletta de al langer succesvol lopende samenwerking met CSG Reggesteyn in Rijssen: “Wij ontvangen hun vmbo-leerlingen Mobiliteit & T Transport op De Sumpel. Onze mbo-studenten leren deze leerlingen een aantal mobiliteitstechnieken. Tegelijkertijd past dit in de leerdoelen voor onze studenten waarbij ze leren presenteren en iets uitleggen aan een ander. Dat moeten ze later in hun werk ook kunnen toepassen. Dit jaar is er ook belangstelling om deze samenwerking en aanpak uit te breiden naar de opleiding Bedrijfswagentechniek en Schadeherstel en spuiten.” Ook TCC Potskampstraat Oldenzaal voerde inmiddels een keer een gezamenlijke onderwijsactiviteit uit met De Sumpel. Heeft jouw vmbo-school belangstelling voor samenwerking met De Sumpel? Neem dan gerust contact op met Aletta Bijsterveld, De Sumpel 4-6, 7606 JJ Almelo, a.bijsterveld@rocvantwente.nl . MENU
- Iedereen zou moeten kunnen beschikken over basale technische vaardigheden
a2c28ef2-84fc-4d2b-be5c-337bf0d9f5f2 Iedereen zou moeten kunnen beschikken over basale technische vaardigheden Selma Zwarteveen is locatiedirecteur van het Stedelijk Alpha Wethouder Beversstraat en daarnaast locatiedirecteur van het Stedelijk Zwering. STO Twente maakt onderdeel uit van haar portefeuille, en daar heeft Selma zowel professioneel als persoonlijk feeling mee: “Techniek en technologie zijn geschikte leerlijnen waarlangs we vmbo-leerlingen extra kunnen helpen om hun plekje in de vooral door technologie razendsnel veranderende maatschappij te vinden.” Eerder ervaring met STO Twente Selma deed al ervaring met STO Twente op toen zij voor het Almelose Erasmus werkte: “Uiteraard via Basis/Kader, maar we haakten ook bewust aan bij het Praktijkonderwijs. Ook daar zit veel talent voor techniek. Het Erasmus heeft inmiddels een Technolab voor het Praktijkonderwijs.” Het Bonhoeffer College en Het Stedelijk Alpha aan de Wethouder Beversstraat trekken eensgezind op onder de vlag van STO Enschede. Selma: “Deze sterke samenwerking ervaar ik zelf heel dichtbij in het constructieve STO-overleg met het Bonhoeffer College én uiteraard Ronald Rondeel, de projectleider van STO Enschede. We hebben samen dezelfde lijn te pakken en streven dezelfde doelen na.” Enorm veel techniekkansen in Enschede De vijf subregio’s binnen STO Twente kennen ieder hun eigen sociaal-demografische uitdagingen en dynamiek. STO Enschede is vooral een stedelijke regio. Wat betekent dit als je meer jongeren voor techniek wilt interesseren? Selma: “Enschede biedt om te beginnen enorm veel werkmogelijkheden in de techniek. Het perspectief op de arbeidsmarkt is groot en positief. Een mooie omgeving om je bij uiteenlopende bedrijven heel veel techniekkennis eigen te maken. Wel is het een uitdaging om ditzelfde bedrijfsleven bij STO te betrekken. Ook is het beeld dat je met techniek per definitie je handen vies maakt hardnekkig. Techniek op het vmbo staat lager in de orde dan de andere profielen. Jammer, want bijvoorbeeld een goede timmerman heeft een prima toekomst. Dé uitdaging is om jongeren enthousiast te krijgen voor beroepen waarin je áán technologie of mét technologie werkt.” Verbreding in tweede tranche STO Twente Selma is zeer blij met de verbreding naar ook andere profielen in de periode 2025 t/m 2028 van STO Twente: “Daarmee verruimen we de mogelijkheden enorm, kijk alleen al naar de toepassing van technologie in de zorg. Maar dat geldt net zo goed voor het profiel Economie en Ondernemen. Ik juich het toe dat STO Twente zich verbreedt, naast de focus op de harde techniekprofielen. Niet alle leerlingen hoeven te kiezen voor het feitelijk werken met technologie. Wel willen we in ieder geval dat zij de gedachtegang erachter leren kennen. Daarmee voorkomen we op z’n minst dat technologie hen afschrikt.” In aanraking met techniek op álle niveaus Selma noemt nog een ander argument: “Techniek en technologie zijn bij uitstek mooie en geschikte leerlijnen waarlangs we vmbo-leerlingen extra kunnen helpen om hun plekje in de vooral door technologie razendsnel veranderende maatschappij te vinden. Doen we dat niet? Dan wordt het gat tussen hen en de maatschappij nog groter.” Aanvullend noemt Selma zowel de Regiodeal alsook Techkwadraat: “Daarmee betrekken we straks niet alleen de leerlingen van Basis en Kader, maar ook de leerlingen van vmbo-tl, havo en vwo bij het interesseren voor techniek en technologie. Het maakt niet uit op welk niveau je geschoold wordt; met de komst van de laatste twee initiatieven brengen we álle leerlingen in contact met techniek en technologie.” Inmiddels brug gebouwd naar bassischolen De basisscholen in Enschede zijn een belangrijke partij voor STO Enschede. Selma: “Projectleider Ronald Rondeel heeft daar enorm veel energie in gestopt. Met initiatieven zoals het succesvolle 7Tech zien we inmiddels dat ook de basisschoolleerlingen wel degelijk onze scholen vanonder de paraplu van Sterk Techniekonderwijs weten te vinden. Die brug is gebouwd en we krijgen concreet leerlingen uit groep 7 en 8 binnen.” Meer meiden Selma realiseert zich dat we ook meer meiden voor techniek willen inspireren. Maar lukt dat als we deze doelgroep voortdurend met aparte campagnes benaderen? Selma: “Meisjes zijn in de techniek met andere dingen bezig dan jongens. Onderzoek wijst uit dat jongens en meisjes op een verschillende manier leren. Meisjes, in het algemeen, hebben meer behoefte aan een stuk context en uitleg voordat ze met techniek aan de slag gaan. Je hoeft niet specifiek een apart programma voor meisjes op te zetten, maar kijk kritisch naar wat je jongeren aanbiedt vanuit de vraag of je daarin kunt differentiëren. Bijvoorbeeld: kun je een bepaald soort techniek in een andere vorm gieten voor meisjes dan voor jongens? Dat kan ik mijn ogen prima in dezelfde klas- en schoolsetting. We moeten dan wel in gesprek gaan met meisjes om te achterhalen waar hun specifieke interesses liggen, maar ook met jongens. Ik zie ook jongens in de techniek die een ander soort opdracht veel interessanter zouden vinden dan ze nu soms krijgen. Het gaat er dus om hoe je veel meer kijkt naar hoe je binnen je lessen voor zowel jongens als meisjes gedifferentieerd aandacht aan techniek kunt besteden. Uiteraard moet je hen dan als basis wel alle technieken leren, want daarmee komen ze ook in aanraking als ze met techniek verder gaan. Daarbij hoort ook dat we jongens en meisjes een eerlijk beeld schetsen van wat ze tegen gaan komen als ze kiezen voor techniek. Want ook in die sector kun je niet altijd alleen maar doen wat je leuk vindt.” Technische zelfredzaamheid voor iedereen Tot slot houdt Selma een pleidooi voor het iedereen aanleren van basale technische vaardigheden: “Die technische zelfredzaamheid vind ik heel belangrijk, voor meiden én jongens. Van het zelf een gat in een muur kunnen boren tot en met het plakken van een band en meubels in elkaar zetten. Kun je dat allemaal zelf? Dan ben je meer zelfredzaam en minder afhankelijk van anderen, ook al heb je niet voor een technisch beroep gekozen.” Selma beschikt zelf ook over die vaardigheden: “Ik heb audiovisuele technieken gestudeerd en les gegeven in grafimedia en ict. In mijn studie handvaardigheid heb ik veel met hout en metaal gewerkt. Ook zat ik voor mijn werk in de technische secties. Onlangs heb ik voor mijn zoon nog een bed ontworpen en gemaakt met de toepassing van steigerpijpen. Ik ervaar dus zelf hoe fijn het is om over die technische vaardigheden te beschikken.” MENU
- Leerlingen BWI oriënteren zich bij Schildersvakopleiding Techniekhuis
a2c565ef-1814-41bc-8ce6-8a62c016fb33 Leerlingen BWI oriënteren zich bij Schildersvakopleiding Techniekhuis Het Alma College pakt de beroepenoriëntatie voor Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) super praktisch op met keuzevakken en bezocht met negen leerlingen BWI recent de Schildersvakopleiding in het Hengelose Techniekhuis. BWI docenten Simon Damink en Hans de Groot: “Het zijn derdejaars leerlingen. Met dit soort bezoeken geven we hen een zo breed mogelijk beeld mee en maken zij hun vervolgkeuze voor het mbo weloverwogen.” Ook technologie in schildersvak In het derde leerjaar volgen de leerlingen vier modules voor BWI. Simon: “Bij elke module willen we hen kennis laten maken met de bijhorende vervolgopleiding. De Schildersvakopleiding is er daar één van. De leerlingen klas 3 komen in de BWI-module design en decoratie bij de Schildersvakopleiding zodat zij zich oriënteren of zij dit in de keuzevakken een vervolg willen geven. Ze kunnen bij ons dan twee keuzevakken in het schilderen kiezen.” Techniek en technologie lijken misschien niet zo heel prominent aanwezig in het schildersvak, maar spelen daarin wel degelijk een rol. Voorbeelden zijn de opmars van hoogwerkers om veilig te schilderen en elektronische meetapparatuur om bijvoorbeeld het vochtigheidsgehalte van hout te meten. Of denk aan steeds meer geavanceerde voorbewerkings- en afwerkingsapparatuur. Aan de slag! De negen leerlingen BWI kregen een rondleiding en volop uitleg over hoe de mbo-opleiding voor de Schildersvakopleiding in elkaar steekt. Simon: “Uiteraard gingen ze ook aan de slag! In dit geval met decoratieve technieken zoals sponstechnieken. Dit maakt onderdeel uit van de BWI profielmodule Design & Decoratie.” Simon en Hans zagen ter plekke dat de leerlingen een nieuwe en interessante ervaring opdeden met het schildersvak: “Eenmaal terug op school hebben we daarop voortgeborduurd. Wat scheelt is dat we dankzij Sterk Techniekonderwijs Twente op het Alma College beschikken over onder andere moderne plotters. Daardoor kunnen wij een soort doorlopende ervaring creëren tussen wat de leerlingen buiten zien en wat er in onze school mogelijk is.” Meer uitstroomrichtingen Ook voor de andere uitstroomrichtingen zijn er voor de BWI-leerlingen bezoeken mogelijk. Hans de Groot: “Voor de oriëntatie op de uitstroomrichting meubel maken gaan we met de BWI-leerlingen naar Van Keulen Interieuwbouw in Nijverdal. En voor het echte restauratietimmerwerk nemen we de leerlingen mee naar stichting RIBO in Hengelo. Voor het bouwtimmeren en daken- en kapconstructies zijn we welkom bij de Bouwmensen Almelo. We proberen elk keuzevak te koppelen aan een bezoek aan een bedrijf of bedrijfsvakschool in de regio.” Belangrijk voor netwerk Simons en Hans hadden dit keer het vervoer zelf geregeld: “Normaal hebben we hiervoor een busje en hebben we logistiek zelf in de hand. Dat maakt het organiseren van dit soort externe leermomenten een stuk gemakkelijker. Ook dit is mogelijk door Sterk Techniekonderwijs Twente. Overigens, Sterk Techniekonderwijs Twente gaat ook over docentenprofessionalisering. Heeft Simon in het licht van dat doel iets aan dit soort bezoeken? “Zeker! Je komt over-en-weer bij elkaar. Heel nuttig om als techniekdocent je externe netwerk in stand te houden.” En Hans? “Je raakt in gesprek met de mensen uit het werkveld bij een bedrijf of een bedrijfsvakschool. Je loopt een middag mee en ervaart hoe de instructeurs van de bedrijfsvakscholen lesgeven. Daar doe ik altijd nieuwe inzichten op die ik vervolgens weer mee kan nemen naar mijn eigen lessen.” MENU
- Vmbo-leerlingen PIE bezoeken voor het eerst stagemarkt
5727abb7-dad9-4d95-acb8-a67760b21283 Vmbo-leerlingen PIE bezoeken voor het eerst stagemarkt Elk jaar organiseren ROC van Twente en SMEOT samen een stagemarkt. Techniekstudenten uit het mbo maken rechtstreeks kennis met stagebedrijven. Dit jaar kende deze stagemarkt in september een noviteit: voor het eerst bezochten ook derdejaarsleerlingen PIE van het C.T. Stork College in Hengelo de stagemarkt. Tom Blaauwgeers van C.T. Stork College: “Nuttig, want aan het eind van dit schooljaar gaan ze stage lopen.” Hans Fokke: “C.T. Stork College en SMEOT werken al langer goed samen voor de profielmodules en keuzevakken onder de vlag van STO Twente. Maar ook derdejaarsleerlingen PIE gaan op stage. Zo is het idee ontstaan ook hen uit te nodigen voor deze stagemarkt. Van groot belang, want de derdejaarsleerlingen PIE van C.T. Stork College moeten aan het eind van hun derde schooljaar stage lopen bij een techniekbedrijf.” Oriënteren op beroepsbeelden Op deze stagemarkt kunnen de PIE-leerlingen zich oriënteren op welke beroepsbeelden er zijn in de constructie, mechatronica en verspanende industrie Hans benadrukt dat het hier niet bij blijft: “Dit schooljaar komen deze PIE-leerlingen ook naar SMEOT voor het volgen van hun profielmodules. Om precies te zijn: Bewerken & Verbinden en Besturen & Automatiseren.” Tom: “Die profielmodules baseren we op een doorlopend programma voor specifiek de woensdagmiddag. En nu maken zij tijdens de stagemarkt ook nog eens kennis met bedrijven in de sectoren Metaal, Mechatronica en Verspaning. Een soort voororiëntatie richting hun stage die zij moeten kiezen.” Gerichte loopbaanoriëntatie-opdracht De leerlingen lopen niet zomaar rond, maar bezoeken de stagemarkt op grond van een gerichte loopbaanoriëntatie-opdracht. Tom: “Er staan bedrijven klaar met stands en de leerlingen hebben een mapje met vragen bij zich die ze gezamenlijk hebben voorbereid met hun mentor. Zo kunnen ze kennismaken, vragen stellen en zich een beeld vormen. Ze bezoeken in totaal negen bedrijven, drie per genoemde sector. De winst? Ze krijgen in korte tijd een indruk van wat deze techniekbedrijven doen en wat dit de leerlingen met een stage kan bieden. Een extra winstpunt is dat de leerlingen in de praktijk kunnen brengen wat zij tijdens de loopbaanoriëntering leren: gespreksvoering met de stagebedrijven.” Reactie standhouder De Spiraal en Tribelt uit Haaksbergen waren twee bedrijven die deelnamen aan de stagemarkt: “We vinden dit heel nuttig. Vooral ook om wij bij deze editie van de stagemarkt rechtstreeks in contact komen met PIE-leerlingen uit het vmbo. Dat kunnen toch onze toekomstige collega’s zijn! In onze beide bedrijven zijn we ook bezig om snuffelstages voor vmbo-leerlingen in het leven te roepen.” Enkele reacties van leerlingen Na het kennismaken met de bedrijven stond er gastvrij drinken klaar voor de leerlingen. Eenmaal weer onder elkaar kwamen de tongen al snel los: “Ik wist niet dat er zo veel techniekbedrijven zijn!” “Best spannend om een bedrijf iets te vragen, maar we deden het samen, dus dat viel mee.” “Het duizelt mij nu wel. Maar ik ga rustig met mijn ouders en techniekdocent overleggen waar ik het beste stage kan lopen. De bedrijven hebben mij wel op ideeën gebracht.” “Gaaf dat er ook hele moderne technieken te zien waren!” “Mijn vader werkt ook bij dat bedrijf!” MENU










