top of page

445 resultaten gevonden

  • Praktische workshop Artificial Intelligence (AI) voor vmbo-docenten

    ea43f4a8-bb83-4ccc-b724-8be8a35b617e Praktische workshop Artificial Intelligence (AI) voor vmbo-docenten Artificial Intelligence (AI) rukt op. STO Twente verdiept zich in de toepassing van AI op het technisch vmbo. Baanbrekend leren (Sterk Techniekonderwijs Almelo e.o.) organiseerde op 19 oktober een workshop over AI, met de focus op ChatGPT 4.0. Deze werd gegeven door Casper de Jong van Hogeschool Saxion en TechYourFuture. Kirsten Lejeune is onderwijsassistent op het Alma College. Zij organiseerde de workshop, samen met haar collega Erik van Bunnik: “ChatGPT kan ons tijd besparen die we vervolgens kunnen investeren in het lesgeven zélf. Er is heel veel mee mogelijk in het onderwijs, maar het is ook onze taak hier verantwoord mee om te gaan.” Het betrof een praktische workshop voor de docentenprofessionalisering vanuit Baanbrekend Leren. Komend jaar gaan er meerdere workshops volgen. Hoge opkomst De workshop werd gegeven in een zaaltje van Hof88 in Almelo. Kirsten: “We hadden een super goede opkomst van circa 40 deelnemers. Het is een mix van docenten en onderwijsassistenten. Ik deed de inleiding en Casper de Jong gaf vervolgens de workshop. Hij is zeer geïnteresseerd in de onderwijstoepassingen van AI en onderzoekt deze vanuit Hogeschool Saxion op allerlei manieren.” Marieke Rinket deed als programma manager namens STO Twente mee: “Dit is een zeer actueel onderwerp en ook STO Twente verkent de mogelijkheden van AI en ChatGTP in het bijzonder.” Kirsten: “De workshop was bewust praktisch ingestoken en de deelnemers konden concreet aan de slag. We weten van andere trainingen dat de deelnemers door die praktische benadering het geleerde ook veel beter onthouden.” Doel workshop: onderzoeken mogelijkheden Kirsten: “Artificial Intelligence is tamelijk ongrijpbaar. Wat is het en wat kun je ermee? Toch willen we in dit stadium onderzoeken hoe AI is toe te passen in de lessen op het technisch vmbo. Hoe je het ook wendt of keert: AI is de toekomst, en ook nu is er al superveel mee mogelijk.” Wel veranderen de mogelijkheden met AI in sneltreinvaart, benadrukt Kirsten: “Eerder zou Casper de workshop in juni geven en door omstandigheden is deze verplaatst naar oktober. Ondanks dit korte tijdbestek tussen juni en oktober moest Casper zijn inleiding alweer inhoudelijk aanpassen door de razendsnelle ontwikkelingen. Daardoor was hij in staat om ons de allerlaatste stand van zaken op het terrein van AI uit te leggen.” Tijd besparen Casper: “Met ChatGPT kunnen docenten bijvoorbeeld volwaardige meerkeuzetoetsen genereren, over elk gewenst onderwerp. Ze worden dan gelijk voorzien van een antwoordmodel en zijn gelabeld met een moeilijkheidsgraad.” Kirsten vult aan: “Dit is een heel praktisch voorbeeld van een toepassing die we direct kunnen inzetten. Dat gaat ongelooflijk veel tijd schelen. De bespaarde tijd kunnen we dan aan lesgeven besteden.” Natuurlijk moet er wel gecheckt worden of de inhoud klopt. Inzetbaar om te variëren met lessen Ook geeft ChatGPT docenten wat meer ruimte om te variëren in hun lessen, stipt Kirsten aan: “Scholen werken veelal met een methode waarin de lessen vrij vastomlijnd omschreven staan. Maar om wat meer afwisseling in je lessen te krijgen, kun je een bepaalde les ook eens met ChatGPT maken. Daar zijn inmiddels complete lesvoorbereidingsformulieren voor in te vullen, of in te laten vullen. Vervolgens levert ChatGPT jou de bijpassende les aan. Dit werkt tijdbesparend, maar ook hier geldt vooralsnog: controleer als docent altijd het opgeleverde resultaat vanuit ChatGPT. Alle deelnemers gingen mega-enthousiast naar huis, ook de deelnemers die eerst misschien wat sceptisch waren. We hebben ons doel met deze training daarmee behaald.” Ook interesse? Mochten andere subregio’s van Twente ook een dergelijke trainingen AI willen organiseren met Casper de Jong? Neem dan contact op met Casper via c.h.w.dejong@saxion.nl . MENU

  • Belang van goed getimed exitgesprek

    3b640bfd-3327-44cd-8e36-9ac12a9f9591 Belang van goed getimed exitgesprek Leerlingen op het vmbo interesseren voor techniek is een topprioriteit van STO Twente. Met die eenmaal gewekte interesse is het vervolgens dé uitdaging om hen ook op het mbo voor een technische vervolgopleiding te laten kiezen. Verslag van een vruchtbare discussie tussen twee directieleden van een mbo-opleiding uit de praktijk die hier praktische ideeën voor hebben én Tom Blaauwgeers, projectleider Sterk Techniekonderwijs regio Hengelo: “Het uiteindelijke doel is: de beste keuze en de beste plek voor de vmbo-leerling.” Jan Willem Aardema van Bouwschool Twente: “We zien nagenoeg geen uitval van vmbo-leerlingen die hier hun mbo-opleiding voor een bouwberoep volgen. Dat geeft aan hoe potentieel belangrijk deze doelgroep is.” Twentse jongeren technisch passend opleiden Leo Benneker is in het Techniekhuis Twente verantwoordelijk voor de installatietechnische opleidingen vanuit Opleidingsbedrijf Installatiewerk (IW). Jan Willem Aardema is dit vanuit Bouwschool Twente voor de bouwberoepen timmerman, metselaar en tegelzetter. Ook ROC van Twente is gehuisvest in het Techniekhuis Twente, evenals de Schildersvakopleiding Hengelo. Hun centrale insteek? Mbo-onderwijs en technisch bedrijfsleven onder één technisch goed uitgerust dak samenbrengen. Bedoeld om Twentse jongeren goed opgeleid en met vakdiploma’s voor te bereiden op de regionale economie. Gemêleerde toestroom Jan Willem Aardema: “De toestroombevordering van techniekleerlingen vanuit het vmbo naar het mbo is een grote uitdaging. Neem Bouwschool Twente in het Techniekhuis Twente. Dit schooljaar noteren we zo’n 60 nieuwe leerlingen, 25 meer dan verleden schooljaar. Op zich is dit goed nieuws. Echter, van die 60 leerlingen komen er 17 vanuit BWI uit de vijf toeleverende vmbo-scholen in ons verzorgingsgebied. 14 leerlingen van die 60 hebben een andersoortige vmbo-vooropleiding zoals administratie of zorg. De rest is zij-instroom, zoals afstromers uit mbo 4, afgebroken havo, andere werkervaring en zelfs hbo’ers die na een jaar stoppen met hun opleiding en alsnog voor de praktische mbo-3 route kiezen om in het technisch bedrijfsleven te komen. Dus van die 60 komen er 31 leerlingen (17+14) vanuit het vmbo, de rest kent een diverse achtergrond. Dat baart ons enigszins zorgen. Vroeger was vmbo-mbo dé koninklijke route en vanuit ons perspectief zien we dit kantelen.” Samenwerking vanuit STO Twente belangrijker dan ooit Leo Benneker: “PIE geeft ongeveer een gelijk beeld. Dit schooljaar hebben we bijna 20 leerlingen uit het vmbo, meer dan bij BWI. En ten opzichte van verleden jaar betekent dit een stijging van 12 leerlingen. Daar zijn ook wij blij mee. Circa 75% van de toestroom naar IW komt vanuit het vmbo, de rest is zij-instromer. Ook die verhouding kan beter, denk ik.” Tom Blaauwgeers: “Die getallen bewijzen dat onze nieuwe samenwerking vanuit STO Twente heel belangrijk en actueel is om die toestroom vanuit het vmbo naar het technisch mbo te intensiveren.” Eén-op-één met leerlingen in gesprek Jan Willem: “Dé absolute kernvraag: waarop zijn de keuzes van vmbo-leerlingen voor de techniek gebaseerd? Op basis van die informatie kunnen we wellicht iets kunnen bedenken om meer invloed uit te oefenen op de keuzes van leerlingen aan het eind van hun vmbo-periode. Mijn aanbeveling om dit te bereiken is om eerder met leerlingen BWI en ook PIE een persoonlijk en diepgaand exitgesprek te voeren. Die thermometer moet er veel meer in. Met als kernvraag waarop leerlingen gedurende hun vmbo-opleiding de keuze baseren om wel of niet voor de bouw, installatietechniek of schildersector te kiezen. Ik denk dat we daarvan heel veel kunnen leren.” Nog veel onbenut techniektalent Leo: “Ik heb nu ook twee TL-leerlingen, één bijvoorbeeld vanuit het groen, dus je ziet dat leerlingen uit alle richtingen instromen. Ook daar zit nog veel onbenut techniektalent. Veel leerlingen doen PIE en als ze eenmaal voor de keuze staan om hun vervolgopleiding te kiezen, zie je dat circa de helft een niet-techniekrichting kiest. Dat tij moeten we zien te keren. Inderdaad, tijdig met deze leerlingen op het vmbo in gesprek gaan, één-op-één, juich ik toe.” Jan Willem: “Ook ben ik heel benieuwd naar de rol van de ouders in dit keuzetraject.” Ook blijven monitoren op mbo Tom: “Op het vmbo worden er al veel gesprekken met leerlingen gevoerd ten aanzien van hun keuze voor een vervolgopleiding. Maar ook zie ik een goede gelegenheid voor dit soort gesprekken als zij eenmaal op het mbo zitten. De kernvraag in mijn ogen is dan: wat maakt nou dat je hier bent? Met als doel: de beste keuze en de beste plek voor de vmbo-leerling.” Leo: “99% van de vmbo-leerlingen die bij opleidingsbedrijf Installatiewerk (IW) instroomt behaalt zijn of haar diploma.” Jan Willem: “We zien nagenoeg geen uitval van vmbo-leerlingen die in het Techniekhuis Twente hun vervolgopleiding techniek doen. Dat geeft aan hoe potentieel belangrijk deze doelgroep is voor de technische sector.” MENU

  • Keuzevak Koudetechniek actief ondersteund door NVKL

    43fddc02-c6f4-462e-8659-98cf6d3500c2 Keuzevak Koudetechniek actief ondersteund door NVKL Een aantal vmbo-scholen in Twente biedt, samen met NVKL, het keuzevak koudetechniek aan. zoals de STO subregio’s Almelo e.o. en Enschede. NVKL is de brancheorganisatie voor luchtbehandeling en koude- en klimaattechniek. Zij waren weliswaar bij de aftrap in 2019 geen officiële partner van STO Twente, maar hun positieve inzet voor het keuzevak Koudetechniek valt daar ondertussen wel onder. Brenda Witzier werkt bij de NVKL als projectmanager onderwijs en arbeidsmarkt: “De vmbo-leerlingen leren heel veel op school, maar het is waardevol als zij ook in de praktijk ervaren wat koudetechniek kan bieden. De onbekendheid met de mogelijkheden is nog groot. Daar helpen we ook graag de vmbo-scholen bij die onder de vlag van STO Twente samenwerken.” Warm laten lopen voor koudetechniek Voor het keuzevak Koudetechniek voor het vmbo heeft NVKL een complete lesmethode ontwikkeld. Deze lesstof kent een integratie in digitale lesmethoden zoals het veelgebruikte Elodigitaal. Mede daardoor heeft koude- en klimaattechniek een vaste plek gekregen of gaat die krijgen op inmiddels bijna 50 vmbo-scholen in Nederland waaronder in Twente. Brenda: “We hopen dat leerlingen die op het vmbo kennis hebben gemaakt met koudetechniek voor een vervolgopleiding op het mbo in de koudetechniek kiezen. De lesmethode laat vmbo-leerlingen kennismaken met ons mooie vak. Door hier actief mee bezig te zijn, verwachten we een grotere doelgroep te bereiken dan voorheen.” Waarom is deze inzet op meer instroom in de lijn vmbo-mbo voor NVKL belangrijk? Brenda: “In 2020 werkten er ongeveer 65.000 medewerkers in onze branche. We hebben berekend dat we in 2030 87.500 mensen nodig hebben. Bijvoorbeeld de groei van warmtepompen is hier debet aan, maar onder andere ook de toegenomen vraag naar koeling vanuit de industrie. Ook de vervangingsvraag in het monteursbestand groot door de vergrijzing. Opgeteld hebben we heel veel nieuwe (service)monteurs en engineers nodig.” Urgentie van meer instroom Brenda is bij NVKL werkzaam als projectmanager onderwijs en arbeidsmarkt: “Deze functie geeft de urgentie aan die wij voelen bij meer instroom. We zijn een relatief kleine branche en moeten zelf actief ons onderwijs genereren, daarom hebben we mede ons opleidings- en expertisecentrum GO° in Ede opgericht. Een aantal ROCs in Nederland geeft de opleiding koeltechniek en die helpen we met leermiddelen. Ook met hun docenten overleggen we regelmatig. Maar we besteden ook veel aandacht aan koudetechniek via vooral het keuzevak Koudetechniek.” Complete lesmethode De complete lesmethode die aan de scholen, zoals ook het vmbo, wordt aangeboden, bestaat uit lesmateriaal in boekvorm of e-learning, voorzien van animaties en filmpjes. De stof gaat in op de werking van een koudesysteem, met daarin vijf praktijkopdrachten voor de leerlingen. Daarnaast worden docenten ondersteund met bijvoorbeeld toetsvragen, een training en materialenlijst, Ook voor de schooldirectie, ouders en leerlingen is informatie beschikbaar. Bij het afsluiten van het keuzevak met een positief resultaat ontvangt de leerling een NVKL-certificaat. Brenda: “Vorig jaar zijn de vmbo-leermiddelen weer eens goed tegen het licht gehouden en aangepast. Afgelopen zomer is een nieuwe opdracht toegevoegd als alternatief voor de blikjeskoeler; het maken van een mini-ijsbaantje.” Een tip: scholen kunnen een subsidie aanvragen die samen met het O&O fonds wordt uitgegeven om een start te kunnen maken met het keuzevak. Brenda: “Daarmee halen de vmbo-scholen genoeg materialen en middelen in huis om de praktijkopdrachten voor een groep van ongeveer acht leerlingen twee jaar te kunnen uitvoeren.” Online meeting voor vmbo-docenten Brenda: “Er zijn nu bijna 50 vmbo-scholen in Nederland die iets doen met koeltechniek, ook in Twente. Een aantal vmbo-docenten gaf aan dat zij het leuk zou vinden om eens in een online meeting bij elkaar te komen. Met als doel informatie uit te wisselen over het keuzevak Koudetechniek, de veranderingen in koeltechnisch Nederland, ideeën over opdrachten of toetsen te delen en nieuwe ontwikkelingen te bespreken. Deze online meeting was gepland op maandag 13 november. Gewoon om eens uit te proberen of de docenten dat handig zouden vinden.” Meerdere docenten PIE namen hier aan deel, ook vanuit STO Twente. Ook Eric Raanhuis, docent PIE op het Noordik en kartrekker STO Almelo e.o., nam daaraan deel. Brenda: “De deelnemende docenten hadden goede suggesties om de leermiddelen voor het keuzevak Koudetechniek nog beter te laten aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. Vanaf 2024 gaan we met die suggesties concreet aan de slag.” Hulp bij vinden van passende bedrijven Vmbo-scholen die met het keuzevak Koudetechniek aan de slag willen, kunnen ook terugvallen op de NVKL om in hun schoolomgeving lidbedrijven te vinden om daar samen mee het keuzevak Koudetechniek uit te voeren. Brenda: “Daar is veel behoefte aan want ook vmbo-scholen vinden het vaak lastig om de bijpassende koeltechnische bedrijven te vinden.” Bijvoorbeeld de STO subregio Enschede werkt voor het keuzevak Koudetechniek samen met NVKL lidbedrijven Emondt Koeltechniek en Pool Koudetechniek. En de STO subregio Almelo e.o. bouwde inmiddels een goede band op met het bedrijf Airco-Joop. Het allerleukste voor de leerlingen is natuurlijk wanneer zij eens bij een koeltechnisch bedrijf in de werkplaats aan praktijkopdrachten kunnen werken.” Docententrainingen voorjaar 2024 De eerstvolgende NVKL vmbo-docententraining vindt plaats in het voorjaar van 2024, ook daar kunnen docenten van de deelnemende scholen vanuit STO Twente zich voor aanmelden. Deze vindt plaats in het opleidingscentrum GO° in Ede. Brenda: “Bij voldoende belangstelling willen we in 2024 eveneens weer een ééndaagse opfristraining voor docenten houden die de algemene training al hebben gevolgd. Heb je hier belangstelling voor? Meld je dan gerust aan.” MENU

  • Techniek Tastbaar 2023: meer bedrijven en nóg betere doe-opdrachten

    e2428b0e-e606-452d-a211-2725da24a749 Techniek Tastbaar 2023: meer bedrijven en nóg betere doe-opdrachten In 2022 organiseerde de STO subregio Enschede voor het eerst een drukbezochte en geslaagde Techniek Tastbaar. De tweede editie vond inmiddels plaats op 13 oktober 2023. Uiteraard liet de organisatie ook dit keer niets aan het toeval over en werd ook deze tweede editie een groot succes! Een positief leerpunt van de eerste editie werd dit keer goed opgepakt: de betere doorstroom van de vele bezoekers! Bij leerlingen, ouders/begeleiders en bedrijven is een evaluatie afgenomen door Paul Nederstigt en vier leerlingen. Met een gemiddeld cijfer van een 7,8 waar de STO subregio Enschede heel trots op mag zijn! Verbreding bedrijven over volle breedte techniek en technologie Namen in 2022 vooral bedrijven deel uit de ‘harde profielen’ van de techniek: de editie 2023 kende een bewuste verbreding. Ronald Rondeel, STO projectleider Enschede: “Voor deze tweede editie verwelkomden we techniek- en technologiebedrijven uit de volle breedte. Een gericht speerpunt, passend bij het beleid van de minister om ook aanpalende profielen bij STO te laten aanhaken zoals Zorg & Welzijn. De verdeling was nu gelijkwaardiger dan bij onze eerste editie van Techniek Tastbaar.” Overigens deden er verleden keer 33 bedrijven mee en nu met 43 bedrijven, dus substantieel meer. Ronald: “Niet omdat we uit zijn op schaalvergroting, maar omdat we over de volle breedte hebben geworven. We mochten ruim 1700 bezoekers verwelkomen, van leerlingen en hun begeleiders tot en met betrokken ouders.” Meer aandacht voor leerlingen Jos Doppen, docent BWI: “Ik zorgde bij de BWI afdeling dat alle daar deelnemende bedrijven zich goed konden installeren. Ook hielp ik mee om de leerlingenstromen langs BWI te geleiden. Mijn indruk van Techniek Tastbaar is heel positief. De editie van verleden jaar telde wel héél veel bezoekers, met de aanpassingen voor deze editie hebben we veel meer tijd om aandacht te schenken aan de leerlingen.” ROC van Twente ‘in the mix’! Uiteraard was ook ROC van Twente present, zij zijn een belangrijke samenwerkingspartner van STO Twente. In hun stand stonden twee studenten van de mbo-opleiding Podium- en evenemententechnicus paraat om vmbo-leerlingen alles te laten ontdekken over geluid en licht in onder andere de entertainment sector. Via een professioneel mengpaneel mochten zij hun eigen mix maken van een grote discohit van de Bee Gees! Hogeschool Saxion Ook Hogeschool Saxion was aanwezig met een robothond die door alle bezoekers heen liep. Een blikvanger van jewelste! Student Sander bediende de robothond: “Ik studeer mechatronica en de robothond is een samenwerking tussen de opleiding forensisch onderzoek van Saxion en de Politieacademie. De robothond heeft een hele gevoelige sensor die explosieven kan detecteren.” Zelf zat Sander ook ooit op het vmbo: “Daarna ging ik naar het mbo en nu het hbo. Techniek heb ik altijd heel leuk gevonden en ik vind het heel leuk ook jonge leerlingen op het vmbo daar enthousiast voor te maken.” Aan de gang met een inbraaksysteem! Henk van den Noort van Van der Molen Beveiligingstechniek was actief aanwezig tijdens Techniek Tastbaar: “Bij dit bedrijf ben ik service- en onderhoudstechnicus. Waarom we op Techniek Tastbaar staan? We zijn druk met ons eigenlijke werk, toch nemen we graag de moeite om hier de jeugd te inspireren voor techniek. Waarom? Techniek is inmiddels overal in onze maatschappij, maar we hebben te weinig mensen in de techniek. Die moeten we toch gaan vinden en binden. Hoe mooi is het dan dat we de jeugd hiervoor kunnen ontmoeten en inspireren tijdens Techniek Tastbaar! We hebben een hele leuke doe-opdracht meegenomen: een inbraaksysteem waarmee ze aan de gang moesten, heel spannend. Hiermee konden de leerlingen kaarten winnen voor FC Twente. Wanneer bij mij vroeger het kwartje viel voor techniek? Dat is mij meegegeven door mijn ouders. Tegenwoordig is dat steeds minder en is het belangrijk dat we leerlingen bereiken via een event als Techniek Tastbaar.” UT presenteert waterstofauto Ook waren er twee studenten van de UT: Niels, hij studeert civiele techniek, en Daan, hij studeert data science. Zij trokken heel veel aandacht met een zelfgebouwde raceauto die op waterstof loopt: “We willen de leerlingen hier laten zien dat er heel veel toekomst zit in waterstof. Een duurzame manier van energie opwekken en maken. Interessant is dat waterstof potentie heeft voor verschillende functies in de techniek. Van raceauto tot en met duurzame vrachtwagen. Ook voor mbo’ers kunnen er veel banen gaan komen in Twente binnen de waterstofsector en toeleverende bedrijven.” Geslaagde aanpassingen Ronald: “Dit keer duurde Techniek Tastbaar van 10.00 – 17.00 uur. Ook speelden we meer in op een betere verdeling van de groepen leerlingen die ons bezochten. Eveneens hebben we de bedrijven voor deze editie nog beter geholpen om zich voor te bereiden op hun stand-presentatie en vooral de doe-opdracht die zij de bezoekende leerlingen aanboden. Bedrijven hebben daar echt support bij nodig en die hebben we hen veelzijdig geboden. Dat zagen we op 13 oktober ook echt terug in het niveau van de doe-opdrachten.” Mooie aansluiting bij Bèta challenge programma Wendy Smit is docent op het Bonhoeffer College en bezocht Techniek Tastbaar met haar klas: “Zij zijn eerste klas kaderleerlingen voor de beroepsgerichte leerweg. Vanuit het Bèta challenge programma maken de leerlingen al heel vroeg kennis met opdrachten uit het bedrijfsleven. Daar hoort Techniek Tastbaar bij en dit event sluit heel mooi aan op de lesbrief voor het Bèta challenge programma. Hoe gaaf is het dat ze hier met al die technieken kennis kunnen maken!” Wendy trok tijdens Techniek Tastbaar samen op met de mentor van haar klas, Hidde van der Vlist, docent biologie op het Bonhoeffer College: “Ik geef van origine biologie, maar gaf hiervoor ook natuurkunde, scheikunde en techniek. Techniek en technologie vind ik hartstikke tof. Hoe meer we dat in scholen een plek kunnen geven, hoe beter dit is voor de kinderen.” Ook leuk voor thuis… Bouke Klieverik is mede-eigenaar ROBO Metaal: “We staan met plezier op Techniek Tastbaar. Het is heel belangrijk dat we ook de jeugd blijven interesseren om met hun handen te werken en daarmee producten te maken zoals door te lassen. Wij dragen daar graag ons steentje aan bij om de jeugd hierbij te betrekken en enthousiast te maken. Wij hebben veel mbo-functies beschikbaar. Onze doe-opdracht tijdens Techniek Tastbaar? Bij ons konden ze poppetjes in elkaar draaien en lassen met boutjes en moertjes, zowel als sleutelhanger en als staand poppetje. Leuk ook om thuis te laten zien!” Spannend…Defensie! Zelfs het Ministerie van Defensie was paraat tijdens Techniek Tastbaar! Sergeant Brouwer: “Ook Defensie kent personeelstekorten. De laatste jaren hebben we op basis van nieuw budget mooie, nieuwe functies en mogelijkheden kunnen creëren. Daarvoor zijn we op zoek naar medewerkers, ook op mbo 1,2,3 en 4 niveau. Wij bieden hele avontuurlijke banen aan mét techniek. Tijdens Techniek Tastbaar hebben we heel mooi aan de leerlingen kunnen laten zien welke technische werkuitdagingen Defensie biedt.” Conclusie: Techniek leeft in Enschede! Ronald: “We kijken als organisatie van Het Stedelijk Alpha, Bonhoeffer College en het Zone.college terug op een geslaagde editie 2023 Techniek Tastbaar. We danken speciaal alle deelnemende bedrijven en instellingen voor hun inbreng en professionele deskundigheid. We kunnen maar één conclusie trekken: Techniek leeft in Enschede! MENU

  • Instructeurs technisch onderwijs voor directe koppeling van leerlingen met technisch beroepenveld

    8f7fbb15-20fb-49fe-a0a9-7bff1b214803 Instructeurs technisch onderwijs voor directe koppeling van leerlingen met technisch beroepenveld De STO subregio Oldenzaal heeft op het Twents Carmel College (TCC) instructeurs binnen de technische profielen PIE, BWI en M&T én een instructeur in het Technolab. Een belangrijke pijler onder Sterk Techniekonderwijs Twente. Wat brengen zij mee? Wat voegen zij toe voor de leerlingen? Hoe verbetert hun inzet het technisch onderwijs? Enthousiast vertellen zij het zelf: “De kern is dat je de klik met de leerlingen maakt en hen toont hoe het technisch beroepenveld werkt.” Veelzijdige achtergrond en ervaring De essentie van instructeurs is dat zij hun eerdere technische ervaring in het bedrijfsleven rechtstreeks de school in brengen. Welke ervaring is dat precies? Opvallend is de veelzijdige bedrijfsachtergrond van de vier praktijkinstructeurs. Giacomo Morsink, instructeur PIE: “Ik heb 30 jaar gewerkt bij de voorloper van Croonwolter&dros en alle facetten van elektrotechniek ervaren, van krachtinstallaties tot inbraakinstallaties.” Bjorn Klein Gunnewiek komt oorspronkelijk uit het groen: “Inmiddels ben ik instructeur in het Technolab van TCC.” Benno Grintjes is inmiddels vier jaar instructeur BWI en heeft er nog geen dag spijt van: “Daarvoor was ik ruim 25 jaar meubelmaker/ interieurbouwer. Met leerlingen omgaan is práchtig. Ik vind het mooi om het vak met de laatste technieken over te mogen brengen op de jeugd.” Gerard Oude Tijdhof, praktijkinstructeur M&T: “Ik heb 24 jaar in een garage gewerkt als monteur en als invallend werkplaatschef.” Functie in ontwikkeling De functie van instructeur lag in het begin niet tot in detail vast. Giacomo: “Gaandeweg is dat door ons uitgevonden, uiteraard in samenwerking en overleg met TCC.” Bjorn: “Het Technolab is een beetje een vreemde eend in de bijt omdat ik als instructeur vooral met basisschoolleerlingen bezig ben. Dit betekent dat ik in mijn werk veel aan ontwikkeling doe, zoals voor nieuwe workshops en lessen, én nieuwe dingen bedenken en maken.” Benno: “Toen ik hier kwam was het druk met het leerlingenaantal op het Techniekplein. De taak waarvoor ik in eerste instantie was aangenomen, breidde zich dan ook al snel uit. Al vlot gaf ik ook lessen, voor mij een sprong in het diepe. Ik kreeg de kans om het Technieklokaal naar mijn eigen inzichten te kneden.” Gerard kwam uit de automotive: “Ik heb ook 20 jaar op het Bonhoeffer College in Enschede gewerkt. Met de collega daar heb ik de lessen ingevuld en heel veel geleerd. Die kennis en ervaring kon ik meenemen naar TCC.” Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC): pittig, maar te doen Een voorwaarde voor de aanstelling tot instructeur is het behalen van het Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC). Dit belangrijke certificaat hebben alle instructeurs inmiddels op zak. Hoe hebben de instructeurs dit studietraject ervaren? Giacomo: “Het is te doen en waardevol. Je leert je activiteiten te baseren op de juiste pedagogisch-didactische basis. Wel was het voor mij een hele tijd terug dat ik in de schoolbanken zat. Het was wennen om weer veel lesboeken te lezen met compleet nieuwe stof. Het is veel lezen en veel werk, maar deze studie heeft een positieve impact gehad op mij.” Benno: “Het is wel te doen, maar ik sluit me volledig aan bij de woorden van Giacomo.” Laatste kneepjes van het techniekvak De essentie van het instructeur zijn, is dat deze voormalige werknemers de laatste stand van zaken uit het werkveld de klas in brengen. Werkt dat ook zo? Giacomo: “Zeker! De handige kneepjes van het vak, maar ook de technische regels die gelden voor het vak van elektrotechniek, breng je één-op-één over op de leerlingen. Je ziet bij de leerlingen dat zij daar heel benieuwd naar zijn, en dat werkt ook motiverend.” Benno: “Veel elementen uit mijn eerdere werk in de houtbranche haal je nooit uit een theorieboek. Die moet je als leerling letterlijk voorgedaan krijgen van iemand met een langdurige bedrijfservaring.” Giacomo: “De docenten waarmee we binnen de profielen samenwerken zijn ontzettend goed, laat daar geen misverstand over bestaan, maar zij kennen de laatste kneepjes uit het vak niet altijd.” Techniek voortdurend koppelen aan beroepen Bjorn: “Vanuit mijn werkervaring kan ik de basisschoolleerlingen allerlei voorbeelden aanreiken van hoe je specifiek de technologie uit het Technolab kan inzetten, maar die praktijkvoorbeelden kan ik ook geven van metaal, lassen en autotechniek. Neem sensoren, hoe worden die in auto’s toegepast? Elke technologie die we in het Technolab presenteren weet ik wel te koppelen aan een beroep.” Bjorn geeft een voorbeeld: “We hebben een zelfrijdend robotje. We vragen aan de leerlingen hoe zij dit toegepast zouden zien in een beroep in de echte wereld. Dit soort vraagstelling over de koppeling tussen technologie en het beroepenveld slaat bij de leerlingen aan.” Volop waardering en werkplezier Voelen de instructeurs zich gewaardeerd door hun collega’s? Bjorn: “Ik heb altijd waardering gevoeld voor wat ik doe.” Giacomo: “Bij ons op het Techniekplein voel ik die waardering ook. De docenten zien in wat mijn praktische toevoegingen zijn aan de lessen, zoals de eerder genoemde fijne kneepjes van het vak. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn overstap. Als je doet wat je leuk vindt, werk je geen dag meer in je leven. Ik beleef veel plezier aan mijn werk als instructeur. Eigenlijk meer dan ik ervan had verwacht, een prachtige fase in mijn loopbaan.” Bjorn: “Ik ga fluitend naar mijn werk en fluitend weer naar huis.” Benno: “De omgang met de leerlingen, daar word ik vrolijk van. Dat ik deel mag uitmaken van één van hun belangrijkste momenten van hun leven is toch geweldig.” Zelf ook bijblijven is belangrijk De instructeurs nemen veel werkervaring uit de praktijk mee, maar hoe houden zij de ontwikkelingen in hun eigen vak bij? Benno: “Ik heb weleens geopperd dat het goed zou zijn als je als instructeur stage kunt lopen bij een technisch bedrijf. Bijvoorbeeld een week verdeeld over een heel jaar, waarbij je binnen meerdere bedrijven meekijkt en meedraait.” Gerard: “Ik zit in de automotive en blijf bij met de ontwikkelingen door bijvoorbeeld thuis met auto’s te klussen. Ook hebben we bij M&T een elektrische auto aangeschaft, een enorme aanwinst. Om de leerlingen hier goed bij te kunnen begeleiden verdiep ik mij daar natuurlijk grondig in. Verder biedt TCC cursussen aan die ik graag volg.” Perspectief van leerlingen Kijken de leerlingen anders naar de instructeur dan naar de docent? Gerard: “Ik betwijfel of ze onze bedrijfsachtergrond altijd kennen.” Benno: “Soms zeggen de leerlingen plagerig tegen mij dat ik toch geen docent ben en antwoord ik dat ik uiteindelijk hetzelfde mag als een docent. Dan beginnen ze te lachen en zie je toch de waardering voor de praktische vakkennis die ik overdraag.” Gerard: “Ik heb zelf nooit een verschil ervaren in hoe de leerlingen mij zien.” Bjorn: “Het is ook een bepaalde doelgroep. Het is niet de insteek dat we hier vakmensen van ze maken. Daarvoor zijn de profielen te breed. Wel kunnen we hen enthousiasmeren en veel van de technische beroepen laten zien. Echte vakmensen worden ze op het mbo en op stage.” Een duwtje in de goede techniekrichting Benno: “Als ouders op een open dag komen, zeg ik dat ik hoop hun kinderen in de twee jaar op het Techniekplein mee te geven welke techniekrichting ze ongeveer in willen. Daar help ik hen mee. Vervolgens hoop ik dat ze over 20 jaar denken: wat heb ik toch een donders leuke tijd gehad op het Techniekplein van TCC met leuke leraren, een mooi diploma en wat was mijn vervolgkeuze in de techniek goed. Dit bespreek ik uiteraard ook heel vaak met de leerlingen die nu op het plein zijn. Ik vind dit één van de belangrijkste dingen in hun keuze. Ik wil er geen druk op leggen, maar wel meegeven hoe het werkt. Echt, dit is voor mij dé nummer 1 reden.” Probeer het gewoon een keer… Giacomo: “Misschien overwegen andere technici ook de overstap naar instructeur in het technisch vmbo. Maar wellicht houden negatieve denkbeelden hen tegen, zoals de werkdruk in het onderwijs waar je veel over hoort. Maar mijn ervaring is alleen maar positief, het is een prachtig vak. Twijfel je nog? Ga het gewoon eens proberen.” Gerard: “Mijn ervaring is dat de werkdruk minder is dan in het bedrijfsleven.” Benno: “Wie niet waagt, die niet wint. Volg je hart en gevoel.” MENU

  • Siers Groep Oldenzaal vraagt om meer aandacht voor de ondergrondse infratechniek

    63250181-bc6f-40e6-8116-59e333ac8237 Siers Groep Oldenzaal vraagt om meer aandacht voor de ondergrondse infratechniek Ook de Siers Groep is een actieve deelnemer aan STO Twente. Recent dachten zij bijvoorbeeld actief mee in de partnerbijeenkomst voor de plannen voor 2025 t/m 2028. Hoe kijken zij terug op de afgelopen STO-jaren? En wat vinden zij belangrijk voor de toekomst van STO Twente? Een gesprek met Kelly Oude Nijhuis en Kim Schurink van Siers Groep Oldenzaal: “De ondergrondse Infratechniek mag binnen het totale technische palet van STO Twente best meer aandacht krijgen.” Compleet pakket voor ondergrondse infratechniek Sinds de oprichting in 1964 is het familiebedrijf Siers Groep Oldenzaal B.V. uitgegroeid tot een professionele en vooruitstrevende organisatie op het gebied van ondergrondse infratechniek. Het bedrijf met meerdere vestigingen in Nederland levert een compleet pakket op het gebied van gas, water, elektra, telecom en warmte. Beiden betrokken bij STO Twente Kelly werkt bij Siers Groep als recruiter voor nieuwe medewerkers: “De samenwerking met STO Twente valt ook onder mijn werkzaamheden.” Kim: “Ik werk als hr-adviseur bij Siers Groep en ben ook verantwoordelijk voor onze mbo-leerlingen. Dit zijn de leerling-monteurs die in het werkveld, dus buiten in de praktijk, het infratechniekvak leren. Ook ben ik betrokken bij diverse initiatieven buiten Siers Groep die de werving van technische medewerkers versterken. STO Twente kan hier zeker in bijdragen.” Geografische afstand opleiding is een uitdaging Ook Siers moet volop inzetten op het vinden en binden van jong technisch talent. Kelly: “De vraag naar technische medewerkers is heel groot. Wat voor ons een extra uitdaging is, is dat jong technisch talent infratechniek niet direct op het netvlies heeft staan.” Kim: “Wij zijn o.a. gevestigd in Oldenzaal. De dichtstbijzijnde infratechniek-opleiding is op het Deltion College in Zwolle voor monteur gas, water, warmte of monteur laagspanningsdistributie. Helaas geeft het dichterbij gelegen ROC van Twente deze opleidingen niet. Dus bij Twentse vmbo-leerlingen is infratechniektechniek vrij onbekend omdat zij er in hun opleiding of omgeving niet mee te maken krijgen. Daarom bieden we een leer-werktraject aan in ons bedrijf en betalen we de BBL-opleiding tot monteur/voorman. Dit leer-werktraject houdt in dat ze vier dagen per week bij ons werken en één dag naar school gaan. De leerling monteurs worden dan begeleid door onze eigen leermeesters. Onze operationeel directeur vindt het belangrijk dat we nieuwe leerlingen vinden en behouden. En het is daarom mooi dat we de samenwerking opzoeken met STO Twente." Het voordeel van een familiebedrijf Siers is een familiebedrijf. Kim: “De lijnen bij ons zijn ontzettend kort en de begeleiding is goed. We kennen lange dienstverbanden en houden daardoor technische kennis lang in huis. We zijn daardoor voor jong technisch talent een aantrekkelijk bedrijf, ook om te blijven leren en werken. We kennen onder eenmaal geworven jong technisch talent heel weinig verloop.” Technische mbo’ers krijgen binnen Siers kansen om zich te ontwikkelen. Kim: “We hebben bijvoorbeeld trajecten waarbij monteur/voormannen zich ontplooien richting de functie van uitvoerder of werkverantwoordelijke." Vrouwen zijn ook van harte welkom voor het infratechniekwerk. Kim: “We hebben momenteel een jonge vrouw als monteur aan het werk, zij is net klaar met haar opleiding. Wel blijft het moeilijk vrouwen te enthousiasmeren voor dit specifieke vak, maar het is zeker niet onmogelijk.” Kelly: “We deden onlangs ook enthousiast mee met Girls’ Day.” Samenwerking intensiveren Siers deed mee met allerlei STO-activiteiten zoals Techniek Tastbaar. Hoe kijken zij terug op de afgelopen STO-jaren? Kelly: “Die samenwerking verloopt heel goed. Techniek Tastbaar is bij scholen hier in de regio iedere keer prima geregeld. STO Oldenzaal wil graag met ons de samenwerking intensiveren en daardoor nam ik ook recent deel aan twee partnerbijeenkomsten, één bij TCC aan de Potskampstraat in Oldenzaal en één bij ROC van Twente." Bij de laatst genoemde bijeenkomst was Kim ook present. Kelly: “Bij de laatste bijeenkomst hebben we ervoor gepleit om binnen STO Twente meer aandacht te geven aan ondergrondse infratechniek.” Kim: “STO Twente zou de techniekfocus zeker mogen verbreden naar de ondergrondse infratechniek. En dat mag wat ons betreft door activiteiten in zowel het basisonderwijs als vmbo. Ook zouden we het toejuichen als de technolabs binnen STO Twente workshops ontwikkelen voor ondergrondse infratechniek.” Kelly: “Dé uitdaging is om de Twentse vmbo-leerlingen via STO Twente inzicht te geven in álle techniekmogelijkheden die er zijn zodat de keuze ook op infratechniek kan vallen. Als de leerlingen het niet zien, denken ze er later bij hun studiekeuze ook niet aan.” Kelly: “Wel is het een uitdaging om ons werk goed te tonen aan jong technisch talent. Ondergrondse Infratechniek vindt altijd buiten plaats én onder de grond.” Een advies voor STO Kim en Kelly hebben een voorstel voor STO: "In plaats van één dag Techniek Tastbaar, zou het geweldig zijn om jaarlijks een techniekweek te organiseren. Gedurende deze week staat techniek centraal en wordt elke dag een andere tak van techniek uitgelicht. Eerst krijgen de leerlingen uitleg over de verschillende soorten technieken, daarna gaan de leerlingen praktisch aan de slag. Bedrijven worden uitgenodigd om demonstraties en interactieve opdrachten te verzorgen. Dit zou de leerlingen een nog beter inzicht kunnen geven in de diverse technieken en de mogelijke toepassingen daarvan in hun toekomstige loopbaan. Reflectie na elke techniekdag is daarbij van groot belang, zodat leerlingen kunnen nadenken over wat ze hebben gezien, geleerd en wat ze daar eventueel in de toekomst mee kunnen doen. Verder is het essentieel dat leraren met enthousiasme over techniek spreken en niet alleen over hun eigen vakgebied. Hierdoor kunnen de leerlingen ook enthousiast worden en misschien wel de interesse in techniek vergroten. Deze punten zijn ook besproken tijdens de brainstormsessie van de recente partnerbijeenkomst." MENU

  • OOC biedt Twentse vmbo-scholen een menukaart aan instroom bevorderende activiteiten

    aaa2f309-8252-4094-a7d6-6fe5e2a5e094 OOC biedt Twentse vmbo-scholen een menukaart aan instroom bevorderende activiteiten Het opleidings- en ontwikkelingsfonds van de carrosseriebranche, OOC, verzorgde maandag 16 januari gastlessen voor de derde- en vierdejaars leerlingen PIE op het Noordik in Vroomshoop. Eén van de vele activiteiten van OOC om vmbo-leerlingen te interesseren voor een loopbaan in de carrosseriebranche, bijvoorbeeld in het schadeherstel en carrosseriebouw. Karel Markx is Regiocoördinator Bedrijfsleven – Onderwijs Noord en Oost-Nederland voor OOC: “Sinds 2020 richten we ons ook specifiek op instroombevordering voor onze branche vanuit het vmbo. Daarbij koersen we op directe en bestendige contacten tussen onze carrosseriebedrijven en vmbo-scholen, ook in Twente.” Carrosseriebedrijven en vmbo-scholen koppelen Op maandag 16 januari was het de beurt voor het Noordik om OOC te ontvangen voor gastlessen. Karel: “Vanuit OOC stelden wij voor deze gastlessen een gastdocent beschikbaar. Maar, en dit maakt het extra bijzonder, ook Alexander Plegt, directeur van de Plegt Carrosserie Groep, die met zijn bedrijven is aangesloten bij OOC, deed mee. Want dat is een belangrijk doel van ons: zorgen dat bedrijven in direct contact komen met vmbo-scholen. Zodat er hopelijk een langdurige relatie tussen het carrosserie of autoschade bedrijf en die vmbo-school gaat ontstaan en het regelmatige contact tussen dat bedrijf en die school eigenlijk organisch groeit vanuit die basis.” De gastdocent en de bedrijven hebben de leerlingen van het Noordik enthousiast verteld over wat de carrosseriebouw inhoudt en hoe breed het vakmanschap is wat daar gevraagd wordt. De leerlingen zijn uitgenodigd om vrijblijvend een kijkje te nemen of een stage te doen binnen deze branche. STO stimuleerde tot nieuw beleid Karel Markx: “Het Noordik nam, evenals veel andere vmbo-scholen, al een aantal jaren plaatwerk truckmodellen af voor hun leerlingen bij de werkgeversvereniging RAI CarrosserieNL, gelieerd aan OOC. In 2020 voerde OOC een nieuw beleid in om ook vmbo-scholen te interesseren voor een loopbaan in de carrosseriebranche. In het verleden waren ze eigenlijk alleen maar gericht op het mbo. De komst van Sterk Techniekonderwijs in 2020 was voor ons reden ons beleid te herzien. Bedoeld om te kijken of we onze carrosseriebranche op een andere manier onder de aandacht kunnen brengen dan alleen door het leveren van die plaatwerk modellen. De komst van STO betekende voor ons dat we niet meer elke vmbo-school apart hoeven te benaderen, maar efficiënt in één keer contact kunnen leggen met centrale techniekcoördinatoren die een groot aantal vmbo-scholen vertegenwoordigen zoals ook in Twente.” Compleet menu van activiteiten voor vmbo-scholen Daarnaast besloot OOC een compleet menu met instroom bevorderende activiteiten te introduceren. Hieruit kunnen vmbo-scholen naar believen kiezen om de carrosseriebranche bij hun techniekleerlingen onder de aandacht te brengen. Karel: “Dat menu varieert van gastlessen en bedrijfsbezoeken organiseren samen met bij OOC aangesloten carrosserie- en schadeherstelbedrijven tot en met complete doe-carrousels met activiteiten. Ook kan het OOC aangesloten bedrijven vragen om faciliteiten te bieden voor het vmbo-keuzevak schadeherstel of carrosseriebouw. Keuzevakken die overigens nog niet veel worden gegeven door vmbo-scholen. Kortom, een heel breed pakket aan activiteiten waarvoor wij vmbo-scholen van harte uitnodigen om uit te putten.” Tot slot ondersteunt OOC de campagne Voertuigtechniekdagen 2022/2023. Tijdens de Voertuigtechniekdagen openen werkplaatsen hun deuren voor jongeren om te laten zien hoe gaaf de voertuigtechniek is. De campagne ‘Voertuigtechniek, dat is een gave!’ liet jongeren vorig jaar kennismaken met alle voordelen van werken in de techniek. Met het thema ‘Welkom in de werkplaats’ is het nu tijd om hun toekomstige werkplek ook echt te laten zien. Leerlingen kunnen zich aanmelden voor een bezoek aan de werkplaats via de campagnewebsite en kunnen hiermee mooie prijzen winnen. Onbekend maakt onbemind Tot slot concludeert Karel dat de gastlessen voor herhaling vatbaar zijn: “We móeten dit wel doen. Op afstand jongeren op het vmbo interesseren voor de carrosseriebranche werkt niet, want onbekend maakt onbemind.” Ook houdt Karel graag een pleidooi voor meer meisjes in de carrosseriebranche en dan met name in het schadeherstel: “We hebben meerdere voorbeelden van meisjes in ons vak die juist door hun fingerspitzengefühl toppers zijn in bijvoorbeeld het spuiten van auto’s.” Ook interesse in OOC? De gevarieerde menukaart van activiteiten voor vmbo-scholen staat uiteraard ter beschikking van álle vmboscholen binnen STO Twente. Vragen? Bel of mail gerust met Karel Markx via k.markx@oocinfo.nl of 0348 – 437 341. Kerndoel OOC: versterken en ondersteunen OOC richt zich op het versterken van het vakmanschap in de carrosseriebranche en ondersteunt werknemers en werkgevers in hun eigen weg naar duurzame inzetbaarheid. OOC richt zich op samenwerking met stakeholders in de branche, waaronder werkgevers, en nodigt hen uit om mee te doen in verschillende projecten. Voor meer info zie: www.oocinfo.nl . MENU

  • Docentenworkshop Hololens geeft inkijkje in alle educatieve mogelijkheden

    5aea7c90-57a4-4101-a133-758a25e1a043 Docentenworkshop Hololens geeft inkijkje in alle educatieve mogelijkheden Een artikel in de nieuwsbrief van STO Twente over de workshop Hololens in het Technolab van Twents Carmel College Potskampstraat in Oldenzaal wekte de interesse van techniekdocenten uit andere subregio’s van STO Twente. De vraag of zij langs mochten komen voor een docentenworkshop Hololens werd door Bjorn Klein Gunnewiek en Christel Mollink van het Technolab met open armen ontvangen. Zij ontwikkelden, samen met hun collega Timo, de Workshop Hololens voor leerlingen. Op vrijdag 7 februari vertelden zij hun collega’s over de do’s en don’ts van de Hololens op het technisch vmbo en voor basisschoolleerlingen. Guide: het digitaal stappenplan Bjorn en Christel namen de deelnemers aan de workshop eerst mee door de basics. Wat ís een Hololens, hoe maak je die aantrekkelijk voor leerlingen en vooral: hoe bouw je daar een zogeheten Guide voor? Een Guide is een digitaal stappenplan, geprojecteerd in het blikveld van de leerlingen met de Hololens op dat hen door een praktische opdracht heen gidst. Hét pluspunt van een Hololens is dat leerlingen de digitale en visuele instructies in de Hololens geprojecteerd zien ín de werkelijke wereld en niet de virtuele wereld. Assembleren van elektrische Infento Quad Concreet legde Bjorn alles uit aan hand van de opdracht die voor leerlingen in het Oldenzaalse Technolab klaarligt: het afmonteren van een elektrische Infento Quad om daar vervolgens in en buiten het Technolab een puzzelroute mee af te leggen. Een tip van Bjorn voor het maken van zo’n Guide: “Verplaats je in hoe jonge leerlingen denken en doen en baseer daar de Guide met alle constructiehandelingen op. Vertrek niet vanuit je eigen logica als volwassene.” Het voordeel is dat je voor het maken van een Guide geen coderingskennis nodig hebt, benadrukte Bjorn. Zelf aan de slag! Na de heldere uitleg door Bjorn en Christel gingen de deelnemende docenten uiteraard zelf aan de slag met het assembleren van de Quad met de Hololens. Het was voor de docenten even wennen om de Hololens op te zetten en basaal te leren beheersen. Volwassenen doorlopen deze kennismaking met de Hololens het liefst op een logische manier. Bjorn en Christel gaven aan dat de leerlingen in het Technolab, van basisonderwijs tot en met vmbo, daar veel intuïtiever in staan. Deze jonge generatie begint gewoon en vindt al proberend zijn of haar weg door de toepassing van de Hololens. Uiteraard geeft de Hololens hen bij het opzetten ervan eerst een serie handige starttips. Zorg voor ontwikkeltijd Een andere conclusie van de deelnemers was dat je STO-ontwikkeltijd moet zien vast te leggen voor het als docent helemaal leren beheersen van de Hololens én het zelf leren ontwikkelen van guides. Ook kwamen de deelnemers zelf met ideeën voor de ontwikkeling van een eigen workshop of les met de Hololens. Neem verspaning, leerlingen weten niet altijd hoe je je werkstuk technisch correct moet inspannen. Met een Hololens is dit klusje heel eenvoudig te instrueren, met digitale instructies daadwerkelijk geprojecteerd in de Hololens op de verspaningsbank en het werkstuk dat de leerlingen op dat moment voor zich zien. Advies van Ewout Warringa, Extented Reality specialist Ook Ewout Warringa, docent aan het Vechtdal College in Hardenberg, deed, samen met twee collega’s, mee met de workshop. Ewout is Extented Reality specialist en tipte het Technolab van het TCC in een eerder stadium over het nut van de Hololens in een Technolab. Ewout gaf alle deelnemers aan de workshop nog een goede tip mee voor het werken met de Hololens: “Zorg dat je met je opdracht de verwondering bij de kinderen opzoekt. En ook: maak je opdracht voor je Hololens in je Technolab of een lessituatie niet te complex. Het voordeel van een Hololens in een lessituatie is dan ook dat je deze tool al heel laagdrempelig kunt inzetten.” Technolab TCC bedankt! STO Twente bedankt de enthousiaste en bereidwillige collega’s van het Technolab van het TCC voor de inspirerende workshop! MENU

  • Opleiding Praktisch Bouwmanagement ideaal voor praktisch ingestelde havisten

    22944547-0e0c-4655-a4ec-ece70aab91aa Opleiding Praktisch Bouwmanagement ideaal voor praktisch ingestelde havisten We zien het steeds vaker: havisten die na het behalen van hun diploma eigenlijk niet door willen naar het hbo. Ze zijn praktisch en minder puur theoretisch ingesteld. Zij werken liever met hun handen dan in de collegebanken te zitten. Ook hebben ze vaak een talent voor techniek en technologie. Bouwmensen Almelo springt hier sinds kort op in met de mbo niveau 4+ opleiding Praktisch Bouwmanagement. Decanen van aan Techkwadraat Twente deelnemende havo-scholen kunnen deze nieuwe mogelijkheid voortaan ook adviseren aan hun praktisch ingestelde havisten. Reactie van enthousiaste leerling Gijs Nijstad is één van de eerste studenten die zich hebben aangemeld voor de opleiding. Hij vertelt: “Ik wilde niet naar het hbo. Ik wilde liever timmeren, tekenen en elke dag iets anders doen. Dat past bij mij.” Zijn passie voor bouwen begon al op jonge leeftijd, geïnspireerd door zijn vader die werkzaam is in de bouwsector. Wat begon als vakantiewerk, groeide uit tot een serieuze ambitie. Inmiddels combineert Gijs school met werken bij Sluyer Bouwwerken in Daarleveen. “Op school hoor je weinig over dit soort opleidingen, terwijl het precies is wat ik zocht.” Praktisch alternatief voor het hbo Havisten met een diploma met wiskunde die liever praktisch aan de slag gaan, kunnen doorstromen naar Bouwmensen Almelo en starten met een niveau 4+ bouwmanagement. De leerlingen doen twee opleidingen tegelijk. Ze leren enerzijds het feitelijke timmervak zelf, evenals het uitzetten van een bouwplaats, het interpreteren van wapeningsschema's en het beheren van de planning. Tegelijkertijd worden ze opgeleid om snel door te stromen naar het middenmanagement op bouwplaatsen. De opleiding biedt een uitstekende combinatie van praktijkervaring en theoretische onderbouwing en is daarmee een aantrekkelijk alternatief voor het hbo. Geknipt voor havisten met technisch/technologische aanleg Deze nieuwe opleiding laat zien dat praktijk en ambitie perfect kunnen samengaan. Voor jongeren met een hart voor de bouw én de wil om te leren in de praktijk, is dit het ideale startpunt. De havist met diploma met wiskunde met een technisch/technologische aanleg is geknipt voor de opleiding Praktisch Bouwmanagement. Waarom? Ze hebben eerder al geleerd om te leren en hebben doorgaans de potentie om twee opleidingen tegelijk te doen. Op basis van BBL De niveau 4+ opleiding Praktisch Bouwmanagement is een BBL leer-werktraject. De leerlingen gaan één dag per week naar school en werken de rest van de week bij een bouwbedrijf waar zij een cao-loon verdienen. In 2024 is Bouwmensen Almelo gestart met deze driejarige opleiding en het liep direct storm met maar liefst 18 havisten die enthousiast aanhaakten. Ook voor het schooljaar 2025 – 2026 was de animo groot. Na drie jaar hebben de havisten zowel een diploma timmeren als bouwmanagement op zak. Hiermee komen ze in het middenkader van de bouwsector terecht, met de focus op projectcoördinatie: het managen van het bouwproces, van begin tot eind. MENU

  • PWS Almelo scoort met praktische begeleiding leerlingen PIE

    9e208d93-f52f-4322-959b-8d10d4b5e306 PWS Almelo scoort met praktische begeleiding leerlingen PIE De STO-subregio Almelo e.o. bewijst dat samenwerken met techniekbedrijven helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn. Neem Erik van Bunnik, docent PIE van Alma College. Hij overlegde twee keer met Peter Willems, directeur/eigenaar PWS Almelo in Almelo. De eigenaar zag het direct zitten om jonge vmbo-leerlingen Produceren, Installeren en Energie (PIE) over de vloer te krijgen. Erik: “Geen ingewikkelde plannen en hoge ambities, maar gewoon heldere afspraken en direct aan de slag. Want dat zijn onze leerlingen ook: praktische jongens en meiden die iets willen dóen. PWS Almelo snapt dat.” Al direct een stagiair Recent maakten meerdere PIE-leerlingen bij PWS Almelo kennis met het ruime vak van metaalbewerking. PWS Almelo is een constructiebedrijf voor staal, roestvast staal en aluminium. De jeugd interesseren voor techniek? Zó kan het dus, met een enthousiaste ondernemer en docent PIE die elkaar vonden in hun gezamenlijke doel én praktische aanpak. Erik en Peter benadrukken de doelgerichte samenwerking. Voor we het wisten stonden de leerlingen hier daadwerkelijk in de werkplaats!” Een van de leerlingen is inmiddels al stagiair. De 14-jarige Marcel loopt stage bij PWS Almelo: “Ik zit op het Alma College en mocht hier in een klein groepje komen kijken en iets maken. De medewerkers van PWS Almelo waren heel enthousiast over hun vak en werk. Mijn docenten kende PWS Almelo ook al goed. Dat gaf mij het vertrouwen om hier stage te lopen. De stage zelf is ongeveer hoe ik het had verwacht. Het meeste leer ik van mijn collega’s hier. Mijn droom later? Lasser worden van constructies en voor gebouwen.” Laagdrempelig, eenvoudig en gewoon: dóen Peter werkt al behoorlijk wat jaren samen met onder andere Erik van Bunnik, docent PIE op het Alma College: “Samen willen we de jeugd enthousiast maken voor het metaalvak. Een zoektocht waarbij ik met allerlei partijen praat, ook met het meer op groentechniek gerichte Zone.college. Kijk, die leerlingen zijn nog maar heel jong, hè. Hoe kunnen zij nou enig idee hebben van wat er bij een techniekbedrijf gebeurt? Met Erik heb ik daarom een praktijkles voor de leerlingen op ons bedrijf samengesteld. Gewoon, heel eenvoudig en laagdrempelig. Eerder is Alma College hier geweest met meer dan tien leerlingen per keer. Maar met die groepsgrootte kun je niet echt met de leerlingen iets dóen, want daar gaat het om. Dus besloten we de bezoeken vanuit het Alma College te organiseren met groepjes van maximaal vier tot vijf leerlingen. Daar kun je echt mee aan de slag.” PWS Almelo: super allrounders in het metaal Peter Willems zit zijn hele leven in de metaal: “Ik ben nu 53 en heb mijn bedrijf PWS Almelo nu 33 jaar, dus reken maar uit. Al op jonge leeftijd maakte, repareerde en laste ik al allerlei dingen voor boeren in de buurt. Alles met techniek vond ik gigantisch interessant.” PWS Almelo telt nu gemiddeld acht medewerkers: “We zijn super allrounders. Van trappen, bordessen en balustrades tot en met staalconstructies, zoals voor onze eigen bedrijfshal.” Goed contact met vmbo-scholen Ook Peter merkt dat het lastig is om allround technici te vinden die het werk bij PWS Almelo aankunnen: “De huidige arbeidsmarkt is heel moeilijk. We hebben geluk dat er bij ons veel jonge medewerkers rondlopen, ook afkomstig van het Alma College. We onderhouden graag goede contacten met vmbo-scholen voor jonge aanwas. We ontvangen techniekstudenten die vanuit het vmbo naar het mbo gaan en de BBL-opleiding volgen, met open armen.” Altijd behoefte aan slimme lassers Peter: “We hebben hier recent vijf keer zo’n klein groepje op bezoek gehad. We laten hen zien hoe een bedrijf in elkaar steekt en werkt, maar uiteraard gaan ze ook de werkplaats in waar het echte metaalwerk plaatsvindt. Neem onze fiber lasersnijder, daarmee kun je zowel een plaat als profielen laseren. We laten de leerlingen de toekomstmogelijkheden daarmee zien en hoe modern het metaalvak kan zijn.” Peter benadrukt dat er weliswaar nieuwe technologie toetreedt, maar dat er in het metaal-mkb, vooral bij de kleinere allround bedrijven zoals PWS Almelo, altijd ruimte zal blijven voor het ambachtelijke handwerk: “Daar zullen we altijd goede lassers voor nodig hebben die een tekening kunnen lezen, slimme vakmensen dus.” Peter benadrukt dat ook de meiden van harte welkom zijn voor een stage bij PWS Almelo: “Eerder hebben we hier een meisje op stage gehad en daarna is zij in het metaalvak doorgegaan.” Stage laat álle facetten zien, ook de mindere Erik: “We mochten hier dus met enkele groepjes op bezoek komen. Twee weken later viel het beslismoment voor de stage. Zes van de 18 leerlingen vroegen aan mij of ze niet bij PWS Almelo stage mochten lopen. Dan zie je dus hoeveel positieve indrukken deze praktische bedrijfsbezoeken opleveren.” Uit de deelnemers is de 14-jarige Marcel nu vanuit het Alma College twee weken stage te lopen bij PWS Almelo. Peter: “Hij mag gewoon meewerken, dus maakt hij alle facetten mee. Het ene moment is het leuker dan het andere, maar dat is óók de werkpraktijk waarmee we hen kennis willen laten maken. Voor jonge leerlingen is het nogal een eye opener dat ze voor hun werk de hele dag moeten staan, met ook geen tijd meer voor hun telefoon tussendoor!” Uiteraard koppelt Peter met Erik terug hoe de ervaringen zijn tijdens de stage. Samen met vakmensen aan de slag Na de inleiding en rondleiding laten Peter en zijn collega’s de leerlingen werkstukken maken van metaal, onder andere met lassen en bijvoorbeeld de inzet van de haakse slijper. Peter: “We maken daar met elkaar graag een paar uurtjes per bezoek voor vrij. Dan ervaren ze hoe het écht is als je bijvoorbeeld aan de slag gaat met TIG lassen. We laten hen, weliswaar in vogelvlucht, alle verschillende lasprocessen zien én ze mogen het zelf ook even doen. Dit keer niet met de docent ernaast, maar nu met de vakman uit de dagelijkse praktijk.” Uiteraard hanteert PWS Almelo alle vereiste veiligheidsmaatregelen als de jonge leerlingen over de vloer komen. Je kunt trots zijn op je metaalwerk Peter realiseert zich dat deze leerlingen nog in het derde jaar zitten: “Ze moeten nog een tijd door in het onderwijs. Maar we hopen bijvoorbeeld dat ze door de praktische kennismaking met PWS Almelo aan ons denken als ze eenmaal aan een stage toe zijn. Als ze hier een half uur zijn pik je er al de talenten met interesse uit, zó belangrijk is het dus om leerlingen in je bedrijf te ontvangen.” Peter realiseert zich dat nu nog veel leerlingen bij techniek denken aan computers: “Maar wij hopen ze de ogen te openen dat je in het metaalvak echt iets kunt máken wat ook nog zichtbaar is voor iedereen.” Het bewijs daarvan levert PWS Almelo zelf met een aantal mooie en in de publieke ruimte zichtbare projecten in Almelo. Zoals de brug voor gemeentehuis in Almelo en al het leuningwerk voor de tunnelwand van de Wierdensestraat, het Mans Kapbaarg Mozaïek. Peter: “Als je bij ons werkt, maak je dus werk dat je in je leefomgeving nog heel lang ziet en waar je trots op kunt zijn. Dat geven we de PIE-leerlingen ook mee bij hun overweging om voor het metaalvak te kiezen.” Het voordeel van snel schakelen Erik en Peter benadrukken tot slot de praktische samenwerking: “Kort en efficiënt overleggen en afspraken maken. Dit is wat echt werkt om concreet een samenwerking aan te gaan.” Peter: “Ik sta ervoor open deze samenwerking nog verder uit te breiden. Mijn nieuwe idee? Een skelter maken met de leerlingen waarbij ze voor de verschillende onderdelen langs meerderde techniekbedrijven moeten. Zoals bij PWS Almelo voor het samenstellen van het frame en het vervolgens bij een ander bedrijf maken van wielen aan dat frame. De leerlingen komen daarmee met meerdere techniekbedrijven in aanraking vanuit één project.” MENU

Zoek

bottom of page