top of page

445 resultaten gevonden

  • Aftrap nieuwe STO schooljaar subregio Rijssen Holten verdiept eerder vastgestelde actiepunten

    0f98c6bd-ad05-4272-859d-4f1d875af45d Aftrap nieuwe STO schooljaar subregio Rijssen Holten verdiept eerder vastgestelde actiepunten Op 26 juni organiseerde de STO Twente subregio Rijssen-Holten een goed bezochte bijeenkomst in het Experience Center bij gastbedrijf Voortman Steel Machinery in Rijssen. De deelnemers bedachten hier samen veel nieuwe ideeën voor de komende STO-periode. Tijdens de aftrap voor het STO-schooljaar 2025 – 2026 op 2 oktober werd hierin met elkaar de inhoudelijke en praktisch uitvoerbare verdieping gezocht. Introductie Rob te Riele De aftrap op de Waerdenborch in Holten werd geopend door Rob te Riele, de nieuwe regioleider voor de subregio Rijssen-Holten. Rob benadrukte nog even dat STO momenteel in Nederland de grootste subsidiegeldstroom voor het technisch onderwijs is: “Het is aan ons dit geld doelgericht te besteden. Daarin zijn al goede stappen gezet en in deze aftrap voor het schooljaar 2025 - 2026 gaan we de jaren die nog voor ons liggen inhoudelijk concreet vormgeven. Zeer belangrijk, want het is onze verantwoordelijkheid om de nieuwe generatie voor te bereiden op werken met techniek en technologie.” Rob benadrukte het belang van een duurzame inbedding van alle activiteiten nadat uiteindelijk de subsidiestroom wegvalt. Rob: “Ook aan deze borging gaan we nu werken.” Verdieping op vier concrete doelen Dennis Boshoeve is projectleider voor de STO subregio Rijssen-Holten. Hij luidde het werkgedeelte van de startbijeenkomst in: “Vanuit de bijeenkomst bij Voortman in juni besloten we te focussen op vier doelen: de structuur van de werkgroepen helderder maken, het ritme van de werkgroep-bijeenkomsten beter afstellen, tijd en ruimte afkaderen om voor STO te kunnen ontwikkelen en tot slot: het effectiever uitwisselen van ideeën, acties en resultaten. Deze doelen pakken we nu en de komende tijd gericht op.” Vervolgens gaf Dennis een helder antwoord op de prangende vraag die bij veel STO-collega’s leeft: welke financiële STO-route moet je volgen om je idee uiteindelijk te concretiseren, ondersteund door de juiste financiële middelen? Aan de slag! Na deze inleiding nodigde Dennis de deelnemers uit om zich vanuit de werkgroepen aan de tafeltjes en voor de flipovers te verzamelen voor een verdiepende brainstorm, met uiteraard de focus op de bekende STO-activiteiten. Onder leiding van de werkgroepleiders zetten de werkgroepen de puntjes op de i voor wat betreft een aantal onderwerpen: wat is nú de stand van zaken per werkgroep? Welke afspraken maken we voor het schooljaar 2025 – 2026? Welke doelen willen we samen bereiken, hoe doen we dat en ook: wat en wie heb je daarvoor nodig? En ook belangrijk: hoe krijgen we een beter ritme in alle bijeenkomsten van de werkgroepen en alles wat daaruit voortvloeit?” Belangrijke aandachtspunten Dennis licht dit laatste aspect graag nader toe: “Uit de bijeenkomst in juni kwam naar voren dat veel deelnemers aan STO voldoende tijd en ruimte missen om aan ontwikkeling van activiteiten voor STO te doen. De STO-subregio Rijssen-Holten telt vier verschillende scholen. Die maken allemaal hun eigen ontwikkeling door. Hoe mooi zou het zijn als wij als totale subregio nog meer van en met elkaar kunnen leren en daardoor tijd besparen?” Ook zijn inmiddels enkele werkgroepen samengevoegd voor een meer effectieve werkwijze. Dennis: “Hiermee voorkomen we dat bepaalde activiteiten wellicht dubbel worden opgepakt, ook dit scheelt tijd en inzet.” Samenwerking bedrijven Tot slot reikte Dennis voor de brainstorm nog een ander belangrijk aandachtspunt aan vanuit de bijeenkomst in juni: “We werken samen met bedrijven op basis van cofinanciering. Het is ook belangrijk dat de werkgroepen aandacht besteden vanuit hun eigen activiteiten aan hoe zij deze bedrijven nog meer betrekken bij STO en hun inbreng benutten.” MENU

  • Slimme bundeling technische keuzevakken

    fb70e042-98d6-4dfd-a7f7-a8b8d21bb026 Slimme bundeling technische keuzevakken Binnen de STO subregio Almelo en Omstreken gaat een vindingrijk initiatief van start: alle 9 deelnemende vmbo-scholen roosteren gezamenlijk de woensdagmiddag in als praktijkmiddag voor keuzevakken. Zowel voor basis als kader. Met eerst voorrang voor de technische keuzevakken. De voordelen zijn groot voor zowel leerlingen als docenten. Simon Damink is docent BWI bij PiusX, één van de 9 vmbo-scholen: “Mijn collega-docent Herman Scholten van het Zone.college en ik werken vanuit STO nauw samen voor de keuzevakken. Zo ontstond dit idee.” De roostering op woensdagmiddag van alle technische keuzevakken vanuit de 9 vmbo’s biedt veel voordelen. Simon: “De leerlingen kunnen samen en gecoördineerd op bedrijfsbezoek. Ook kunnen we voor hen gezamenlijk bedrijfsbezoeken inplannen en onderdelen van keuzevakken groepsgewijs samenvoegen. Daarnaast gaan de leerlingen bij andere vmbo’s uit de subregio Almelo op bezoek. Het is uitdagend en inspirerend voor een leerling om ook op één van de andere deelnemende vmbo’s een technisch keuzevak te volgen en nieuwe inzichten op te doen. Zo kun je leerlingen op maat bedienen. De leerlingen kunnen zich hierdoor alvast meer oriënteren op mogelijke vervolgopleidingen en het beroepenveld ervaren.” Meer kritische massa Simon: “Door dit systeem kunnen we geïnteresseerde leerlingen van alle vmbo’s per keuzevak bundelen. Dus bezoeken we een bedrijf niet met, bijvoorbeeld, één leerling maar met een groepje. Daarmee krijgen die bezoeken meer kritische massa en kun je er als ontvangend bedrijf programma-technisch ook meer mee. Daarnaast is deze uitwisseling van kennis tussen de 9 vmbo’s uiteraard ook voor de docenten interessant.” In de maak: een aantrekkelijke keuzevakkengids De planning is dit nieuwe systeem in te zetten vanaf de derde week na de zomervakantie: “Dan kunnen de leerlingen eerst op hun eigen vmbo wennen en op gang komen. Om vervolgens verder te kijken bij bedrijven en andere vmbo’s op basis van de keuzevakken.” De leerlingen worden door de loopbaanoriëntatie, teamleider en/of mentor geïnformeerd over alle nieuwe mogelijkheden op de woensdagmiddag. Simon: “Voor het nieuwe schooljaar willen we daar een soort boekje of magazine aan koppelen. Een aantrekkelijke keuzegids waar de leerlingen zelf hun keuze uit maken.” Advies aan geïnteresseerde vmbo’s Tot slot heeft Simon een advies voor andere vmbo’s die deze gezamenlijke aanpak voor technische keuzevakken ook willen doorvoeren: “Laat de praktijkdocenten van dezelfde technische profielen vanuit alle vmbo’s in je subregio met elkaar rond de tafel gaan voor een brainstorm. Zet op een rij welke kennis je als technisch vmbo zelf in huis hebt en waarin je elkaar kunt versterken. Die ervaringen vergelijken en delen biedt voor de leerlingen ook weer toegang tot meer keuzemogelijkheden.” Patric Wigman, vestigingsdirecteur CSG Het Noordik en regioleider STO subregio Almelo eo: “Met het concept ‘Vanuit verbinding vernieuwen!’ geven we richting aan meerdere activiteiten van STO Twente. Het idee is dat als je samen met een bedrijf een keuzedeel uitvoert ook alle leerlingen daar naartoe kunnen. Die uitwisseling in de praktijk op een vast moment in de week wordt nu werkelijkheid. Mijn complimenten voor alle 9 vmbo-directeuren die zich hiervoor hard hebben gemaakt. Samen zien we het belang in dat dit slaagt en elke school levert hiervoor haar roostertechnische bijdrage. Dit tekent de solide samenwerking voor STO binnen de subregio Almelo eo.” MENU

  • Drones & Docenten? Ready for take-off!

    80896d19-3a1e-4d17-8073-9908e5c1fb54 Drones & Docenten? Ready for take-off! Eindelijk was het zover! Na uitstel door corona deed op 28 mei een grote groep docenten van Twentse vmbo’s praktijkervaring op met vliegen met drones. Want ook voor de eigentijdse dronetechniek geldt: alleen als je deze innovatie als docent zelf beheerst, kun je je leerlingen meenemen op deze spannende techniekreis! De toepasselijke locatie van deze Droneclass? Space053 op het voormalige Vliegveld Twente. Bijzonder was ook de deelname vanuit het primair onderwijs. Alvast een mooie eerste bouwsteen voor een doorlopende leerlijn drones! “Vlieguren” maken De middag was speels ingestoken met een stukje inleidende theorie, maar vooral heel veel zelf uitproberen. Bedoeld om de docenten zelf “vlieguren” te laten maken. De essentie van het besturen van een drone draait om een fijngevoelige coördinatie tussen je ogen en handen. Wat uiteraard hielp, is dat het gros van de deelnemers inmiddels in het bezit is van het officiële EU Dronebewijs. Met dit certificaat op zak geven zij hun leerlingen officieel bevoegd onderwijs in vliegen met drones.Meer zelfvertrouwen Sem van Geffen trad op als drone-trainer en is mede-eigenaar van organisator Droneclass: “Voor docenten geeft deze training meer zelfvertrouwen. Door het zelf te ervaren komen ze boven de stof te staan. Ze leren hier vliegen met exact dezelfde drones als waar hun leerlingen straks ook mee komen te vliegen.” Ludiek onderdeel van de training was de uitdaging om met je drone de snelste tijd te halen binnen een lastig vliegtraject. En wat bleek? Niet alleen leerlingen zijn competitief, maar volwassen docenten uiteraard ook! “De positieve ervaring met techniek via drones is voor jonge leerlingen heel waardevol” Positief effect op techniekbeleving Pascal ter Braak, docent techniek CT Stork College: “Het is inderdaad een kwestie van ervaren door vlieguren te maken. Die ervaring breng ik over op de leerlingen en in mum van tijd vliegen ze zelf met de drone rondjes in het lokaal. Dat doet ook wat met het zelfvertrouwen van het kind. Die positieve ervaring met techniek via drones is voor jonge leerlingen heel waardevol. Plus de maatschappelijke toepassingen van drones bijvoorbeeld in de landbouw, de bouw en zorg spreken leerlingen ook aan. We geven drone-les in de eerste en tweede klas. Als ze er maar zin in krijgen en het leuk vinden. Daar gaat het ons om. We merken al dat sommige kinderen er ook in hun vrije tijd mee bezig gaan. Ook in de bovenbouw maken we docenten enthousiast en die willen heel graag meedoen. Drones zijn bij ons nu al een onderdeel van het curriculum, puur bedoeld voor leerlingen om met drones kennis te maken. We hebben inmiddels ook al een Talon drone, een programmeerdrone. Die vliegt veel stabieler. Die kun je voeden met instructies die je bijvoorbeeld in je telefoon hebt geprogrammeerd. Leerlingen krijgen daarmee ook het facet programmeren mee, als ze willen. We laten drones op school zo breed mogelijk terugkomen zodat leerlingen een zo goed mogelijk beeld krijgen van wat je ermee kunt. Ook zien we dat meisjes hierin geïnteresseerd zijn. Het is niet alleen een ding voor jongens.” Verbinding met Primair Onderwijs Ook Corine Noordink nam deel aan de Droneclass: “Ik werk onder andere twee dagen per week in het doe- en ontdeklab Diskoever. Vanuit hier brengen we nieuwe technologieën het basisonderwijs in zoals programmeren, 3-D printen en virtual reality. We leren leerkrachten hoe die technieken werken en hoe zij die in de klas kunnen inzetten. Voor drones heb ik inmiddels beide brevetten gehaald. Vanuit Diskoever ben ik nu dus ook voor drones een ambassadeur richting het primair onderwijs. Samen met techniekdocent Wendy Pereira-Smit van het Bonhoeffer College Geessinkweg en Tim Post van Kids4Twente gaan we in het komend schooljaar in ieder geval in de subregio Enschede een project draaien waarbij klassen in het basisonderwijs een project doen rondom drones.” Kids4Twente biedt basisscholen en middelbare scholen in Enschede doorlopende hulp bij het onderwijzen van wetenschap en technologie. Wendy Pereira-Smit: “We gaan met de docenten die hier de dronetraining volgen vlieglessen geven aan onze leerlingen. Ook leren ze filmen met de drones en de opnamen monteren. Daarnaast gaan we met drones een project draaien in het kader van het W&T-menu. Supertof!” Samen professionaliseren in leergemeenschap Ook de STO subregio Almelo is actief met drones. Eric van Bunnik: “Dit drones-project gaat over meerdere STO-activiteiten heen en daaruit is nu een leergemeenschap ontstaan. We gaan samen lesmateriaal ontwikkelen en zetten een gezamenlijk keuzevak drones op: één voor alle profielen en één verdiepend voor techniek. Door het samen ontwikkelen van lesmateriaal en het delen daarvan leren we van en met elkaar. In deze leergemeenschap borgen we dat we kennis ontwikkelen. En die kennis ook behouden binnen het overkoepelende drones-team, in plaats van per vmbo-school. Eveneens ontwikkelen we een speciaal drones-project voor de onderbouw met kleine zelfbouw drones en vliegen zonder brevet. Ook beginnende docenten nemen we zo mee in het traject.” MENU

  • Keuzevak BWI bij De Groot Vroomshoop direct een succes

    8347341d-6580-4593-b292-b445e4066ee8 Keuzevak BWI bij De Groot Vroomshoop direct een succes Bij de Groot Vroomshoop Groep in de STO subregio Almelo e.o. draait een bijzonder BWI-project, met verschillende deelnemende scholen. Harry Rodijk is docent BWI bij CSG Het Noordik, één van de bij het project betrokken scholen: “De leerlingen komen altijd anders terug van een keuzevak in het technisch bedrijfsleven. Ze hebben écht kunnen ruiken aan de grote-mensen-wereld. Die bezoeken bepalen mede hun keuze voor techniek.” Eén de leerlingen gaat na het keuzevak bij de Groot Vroomshoop hier ook zijn vervolgopleiding (BBL) volgen. Harry is betrokken bij STO Twente vanuit de activiteit die zich erop richt keuzedelen uit het curriculum onder te brengen bij het technisch bedrijfsleven: “In november heb ik timmerfabriek De Groot benaderd voor samenwerking op een keuzevak. Het bedrijf zit vlak bij het Noordik en in het verleden mochten we daar al eens komen kijken met leerlingen. Er lag dus een connectie. Zelf kom ik oorspronkelijk uit de bouw en het klikte meteen met de directie, Gerard Beltman en Wim Sturris. Je spreekt toch dezelfde taal en kunt snel tot zaken en afspraken komen. Ons gezamenlijke doel? Techniekleerlingen zich breed laten oriënteren in het bedrijfsleven. Neem een timmerfabriek: ze kennen het misschien van een plaatje, maar verder hebben ze geen idee, Tegelijkertijd zijn deze leerlingen voor de bedrijven een toekomstige poule voor talent en nieuwe medewerkers. Er ligt een wederzijds belang.” Gastvrije oriëntatie tijdens acht weken Het plan werd snel met Twentse doortastendheid gesmeed. Harry: “Een groep leerlingen van Pius X en CGS Het Noordik mocht meelopen om zelf te ervaren hoe het is en voelt in een timmerfabriek. Simon Damink was de begeleidende docent van Pius X. Gerard en Wim stelden hun deuren acht weken open voor onze leerlingen. Op vier afdelingen oriënteerden de leerlingen zich twee middagen, dus in totaal acht middagen verspreid over acht weken.” De keuze voor de afdelingen gaf de leerlingen een breed beeld, van daken en gevels tot en met de afdeling die zich richt op gelijmde houten constructies. Op 12 januari begon de cyclus van bezoeken en het laatste bezoek vond plaats op 16 maart. Indrukwekkende ontvangst leerlingen Harry kijkt positief terug op de 8-weekse cyclus van bezoeken op de woensdagmiddag: “De Groot is ook heel positief. Zo gaf adjunct-directeur Michiel Vincent op de eerste middag op 12 januari een uitnodigende introductie van het bedrijf aan de leerlingen, met ook uitleg over veiligheid. Inclusief gebak en ontvangst in de directiekamer. Vervolgens kwamen de bedrijfsleiders van de deelnemende afdelingen de leerlingen persoonlijk ophalen. De Groot heeft er écht werk van gemaakt en haalde een aantal mensen hiervoor zelfs uit het productieproces. Eenmaal op de afdelingen zelf kregen ze alles te zien en overal uitleg over, perfect geregeld.” Eén leerling al direct overtuigd Eén van de leerlingen weet nu al dat hij na het vmbo graag naar een mbo 4 opleiding gaat: “De Groot vond het prima dat speciaal deze leerling zou meekijken op de tekenkamer. Daar maak je toch weer een heel ander facet van het bedrijf mee dan puur op de werkvloer. De medewerking vanuit De Groot was ook hier enorm. Wel jammer dat corona dit geplande bezoek uiteindelijk verhinderde, maar toch: de flexibiliteit bij De Groot is prettig en professioneel. Deze jongen gaat tijdens zijn vervolgopleiding zeker proberen hier een stageplek te vinden want de interesse in dit mooie bedrijf is bij hem in die acht weken gewekt.” Koersen op herhaling De insteek is dat deze eerste cyclus van acht weken zich volgend jaar herhaalt. Harry: “Ook De Groot heeft de hoop uitgesproken dat dit initiatief het begin is van een langdurige samenwerking tussen bedrijfsleven en technisch onderwijs. We merken inmiddels dat het werkt: mede door de keuzevakken in samenwerking met technische bedrijven maken vmbo-leerlingen gerichte keuzes voor techniek. We zagen dat ook terug bij het keuzevak metselen bij opleidingsbedrijf Bovo. Drie leerlingen die daaraan meededen kiezen nu overtuigd voor het metselvak. De inzet van STO Twente op keuzevakken draagt hier concreet aan bij. De leerlingen komen er altijd anders van terug, ze hebben écht kunnen ruiken aan de grote-mensen-wereld.” Grote slagvaardigheid STO Twente Voor Harry Rodijk zelf was het project ook leerzaam: “Binnen STO Twente kom je praktische mensen tegen met onderwijs- en bedrijfservaring. We kunnen langs korte lijnen snel met elkaar schakelen en een goed plan neerleggen. We weten hoe de leerlingen van nu het ervaren omdat we die weg zelf min of meer ook zo hebben afgelegd.” MENU

  • Voor heel STO Twente geldt de kracht van samen

    61e03aff-5c74-4103-a624-d2a97b540fbe Voor heel STO Twente geldt de kracht van samen Marye Teunis – Top is sinds september de nieuwe directeur onderwijs op de Waerdenborch. Tevens is zij als opvolger van Arjan Hakkert de nieuwe STO regioleider voor de subregio Rijssen-Holten. Graag stellen wij Marye voor in de nieuwsbrief van STO Twente: “Ik ken de regio al langer, ook CSG Reggesteyn, en vind het vakgebied techniek heel aantrekkelijk. In goed en collegiaal overleg met Henk Nijenkamp, de relatief nieuwe directeur vmbo op CSG Reggesteyn, is afgesproken dat ik de nieuwe regioleider zou worden. Uiteraard doen we dit sámen vanuit de kracht van de hele subregio Rijssen-Holten.” Veel ervaring in het technisch vmbo Al vanaf 2009 is Marye actief als leidinggevende in het vmbo, vooral voor de techniekprofielen: “Daardoor heb ik lange tijd alle ontwikkelingen in het vmbo in mijn dagelijkse werk meegemaakt, zoals de beweging naar de huidige techniekprofielen toe. Evenals de uitdaging rondom de financiering van deze veranderingen.” Voor haar aanstelling op de Waerdenborch werkte Marye bijna zes jaar op De Marke in Deventer: “Dit is een onderbouwschool voor havo en een vmbo examenschool (basis, kader, mavo), behorend tot het Etty Hillesum Lyceum. Hier mocht ik aan de wieg staan van STO in die regio.” Vanaf de start bekend met STO Toen STO zich in 2019 aandiende, vond Marye dit een mooie uitdaging om daarmee aan de gang te gaan. Marye: “Daardoor ben ik vanaf de start bekend met de subsidiemogelijkheden, de regelingen en uiteraard het belang voor de technieksector. Een bewuste keuze in de STO-regio Deventer was om de docenten heel erg in de lead te zetten met ook het realiseren van de verbinding met de externe partijen. Om vervolgens gezamenlijk te bekijken wat we daarmee zouden kunnen doen en bereiken. Dat heeft in de regio Deventer hele mooie activiteiten opgeleverd en ik hoop die ervaringen mee te nemen naar de subregio Rijssen-Holten.” Voordelen van schaalgrootte STO Twente STO Twente is een samenspel van vijf subregio’s, behoorlijk groot dus. Hoe kijkt Marye daar tegenaan? “STO Deventer is een relatief kleine regio en bij de start van STO moesten we alles zelf bedenken. Het voordeel van een grote regio als STO Twente is dat je, nu we vier jaar verder zijn, kunt kijken wat alle deelnemende vmbo’s hebben gedaan. Welke verschillen bestaan daartussen? Hoe kunnen de scholen daarvan leren en vooral ook; wat kunnen scholen sámen oppakken? In feite een evaluatie binnen een evaluatie.” Zorgtechnologie en STO Cafés Daarnaast, omdat STO Twente zo groot is, ervaart Marye mogelijkheden die je als kleine regio eigenlijk minder hebt: “Ik constateer dat nu bijvoorbeeld bij de ontwikkelingen binnen STO Twente op het vlak van zorgtechnologie en het profiel Zorg & Welzijn. De scholen gaan samen op deze uitdaging samenwerken en nieuwe ontwikkelingen aanbieden. Een mooie verbreding die ook past bij de toekomstige doelen van STO. Als vmbo-school krijg je dat in je eentje gewoon niet voor elkaar. Ik vind die samenwerkingskansen en schaalvoordelen in een grote STO regio als Twente supermooi. Graag wil helpen eraan bij te dragen dat nog meer te benutten. Ook vind ik de STO cafés een mooi initiatief waarin vooral docenten elkaar ontmoeten en gefaciliteerd worden om kennis uit te wisselen. Unieke zaken die STO Twente toch maar voor elkaar krijgt. Er is ruimte binnen zowel de deelnemende scholen als in en tussen de subregio’s zelf.” Verbinding met opleidingsscholen Marye werkte eerder lange tijd op CSG Reggesteyn: “In Rijssen zie je al heel lang dat als het gaat om technische onderwijsvernieuwing lokale bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen. Een goed voorbeeld zijn de bedrijfsvakscholen waar het technisch mbo en het bedrijfsleven elkaar ontmoeten en waar het technisch vmbo zich vanuit STO inmiddels aan verbindt. REMO West-Twente is daar een geslaagd voorbeeld van, met nu ook een eigen PIE-lokaal. Een mooi samenwerkingsvoorbeeld voor de andere STO subregio’s. Laat leerlingen ontdekken dat techniek leuk en nuttig is Marye houdt de ontwikkelingen in het technisch vmbo goed bij. Welke trends ziet zij? Marye: “We zien ongelofelijk mooie technologische ontwikkelingen. Zowel het onderwijs als bedrijfsleven constateert dat techniek en technologie hun weg vinden in élke sector. Het concept van de 7 werelden van techniek haakt daar mooi op aan. Kijk je naar de toekomst van Twente dan gaat het niet langer alleen om de bouw- en metaalsector, maar ook over de profielen Zorg & Welzijn, Economie & Ondernemen en Horeca Bakkerij en Recreatie. Ook daar zit enorm veel techniek en technologie. Het Ministerie voorziet voor STO ook de verbreding naar deze profielen. Dé uitdaging vanuit specifiek het vmbo is dat je uiteindelijk techniek en technologie overal in kunt zetten, maar de leerlingen moeten het ook echt léuk en aantrekkelijk vinden. Dát zie ik als de grootste uitdaging. Het is onze centrale taak om vmbo-leerlingen techniek te laten beleven zodat zij ervaren dat het zowel leuk als heel nuttig is om met techniek en technologie écht iets te maken. Ik zeg bewust maken, want ook in de toekomst blijft de maakindustrie voor Twente heel belangrijk.” Koersen op de lange termijn Daarnaast hoopt Marye dat de subsidie voor de lange termijn doorgaat: “Want STO maakt iets mogelijk wat mij erg na aan het hart ligt, namelijk leren breder dan de school zelf laten zijn. Het buiten de school leren om vmbo-leerlingen samen te enthousiasmeren is iets wat ik enorm zou willen toejuichen voor de echt langere termijn. Wat daarbij ook helpt, is dat de gelden voor STO niet vallen binnen de lump sum, maar specifiek zijn toegewezen omdat het een andere aanpak vergt.” Spilfunctie voor techniekdocenten Marye zag in de STO-regio Deventer dat het goed werkt als techniekdocenten de ruimte krijgen. Marye: “Daar begint het. Techniekdocenten begrijpen als eersten hoe belangrijk techniek en technologie zijn voor alle facetten van onze maatschappij. Techniekdocenten zijn cruciaal om hun leerlingen hierin te stimuleren en mee te nemen in die wereld. Als ware leermeesters kunnen zijn naast hun leerlingen gaan staan en hen van alles laten ontdekken. Elke techniekdocent heeft hiervoor zijn of haar eigen manieren. Ik geloof erin dat techniekdocenten eigenaren worden van dit mooie inspiratie- en begeleidingsproces, maar uiteraard niet alleen, maar in een team- en samenwerkingsverband. Hun passie voor techniek en verantwoordelijkheidsgevoel is een prima fundament om met hun onderwijs- en bedrijfsomgeving aan de slag te gaan en hun leerlingen daarin mee te nemen. Die omgeving zie ik heel breed: van hun directe collega’s en collega’s van andere profielen tot en met het mbo, bedrijfsscholen, bedrijven en uiteraard ook de ouders van hun leerlingen. Het mooie is dat STO Twente die brede samenwerking steunt en faciliteert. We zien inmiddels wat het oplevert en dat komt echt door de ‘kracht van samen’.” MENU

  • STO Enschede verwelkomt Opel Rocks-e als veilig en realistisch lesmateriaal

    4ed72fb3-7191-4a6b-95f6-4efebad4452d STO Enschede verwelkomt Opel Rocks-e als veilig en realistisch lesmateriaal Het profiel M&T van het Bonhoeffer College in Enschede schafte met hulp van STO Twente een spiksplinternieuwe Opel Rocks-e aan, onlangs officieel geïnstalleerd in het praktijklokaal van M&T. Michel Nolsen, docent in opleiding M&T en Techniek is er razend enthousiast over: “Nu kunnen we de leerlingen op een veilige en aanschouwelijke manier kennis laten maken met alles wat er ín een auto komt kijken bij elektrisch rijden. Van groot belang, want dit komen ze gegarandeerd later tegen in hun stage of werk in de automotive.” Volledig montageveilig Waarom koos M&T van het Bonhoeffer College voor de Opel Rocks-e? Michel: “Zij bieden met de Rocks-e een speciaal geprepareerd lesmodel voor het onderwijs. Voor zover ik weet is dit op dit moment ook het enige lesmodel beschikbaar voor het voortgezet onderwijs. Het model is volledig meet-veilig voor leerlingen, anders dan reguliere EV’s waarvan het voltage doorgaans te hoog is voor docenten zonder VOP, laat staan voor leerlingen, om daar veilig aan te meten. De Opel Rocks-e is gebaseerd op 48 Volt, andere EV’s hebben 400 of meer Volt. Natuurlijk is die 48 Volt ook niet niks, maar biedt wel de mogelijkheid om daar veilig aan te meten.” Inmiddels veelzijdig in gebruik Inmiddels is de Opel Rocks-e in gebruik. Michel: “We zijn gestart bij componentenherkenning en hoe het EV-systeem überhaupt werkt. Ook kunnen we samen met de leerlingen een zogeheten V4-meting doen. Dat is een ook in garages toegepaste methode om storingen te zoeken.” Eveneens leren de leerlingen bij M&T om een verlichting aan te sluiten. Uiteindelijk is EV een keuzevak. Michel: “Maar leermomenten zoals aansluiten en de V4-meting zitten ook in het profiel M&T zelf, dus alle leerlingen doorlopen dit nu voortaan bij de Opel Rocks-e.” Speciale docentenhandleiding Michel en zijn collega’s hanteren in de lessen met de Opel Rocks-e een speciale docentenhandleiding van Seldenthuis Educatie. Voor de Opel Rocks-e zijn 5 kennis e-learning opdrachten en 6 begeleide storingen ontwikkeld. Het Opel Rocks-e lespakket word geleverd met onder andere de volgende meetgereedschappen en beschermingsmiddelen: stroomtang Voltcraft, spanningstester Voltcraft VC-55 LCD, isolerende handschoenen en gelaatscherm. De Opel Rocks-e heeft in het praktijklokaal een toepasselijk plekje gekregen voor het elektrobord. Michel: “Als je binnenkomt gelijk rechts, afgezet door een goed zichtbare veiligheidsketting. Meerdere collega’s zijn al geïnteresseerd komen kijken. Hun eerste reactie is vaak: wat kún je er eigenlijk mee? Maar al snel zien ze in hoeveel lesmomenten er wel niet mee mogelijk zijn!” Zelf lesarrangement gemaakt Michel volgt de opleiding tot docent en in het kader van die studie maakte hij zelf een lesarrangement voor de Opel Rocks-e: “Uiteraard staan hierin de reguliere doelen uit het keuzevak centraal. Dit lesarrangement ontwikkel ik gaandeweg verder op basis van try outs en het samen met de leerlingen ontdekken wat er allemaal mee mogelijk is.” Michel is blij met de Opel Rocks-e: “Hij is echt en tastbaar, dat vind ik erg belangrijk in een lessituatie.” Naast het gebruik van het model in het reguliere profiel, zal het model ook ingezet gaan worden als leermodel voor andere leerwegen, zoals Gl/Tl, Mavo en vakHavo. Het model is geschikt voor een verdere verdieping, eventueel aangevuld met hybride aandrijfsystemen, waar Michel ook een arrangement voor aan het ontwikkelen is. In het lokaal bevindt zich ook een draaiend model hiervan. MENU

  • DomotiFactory geeft geslaagde gastlessen voor Keuzemodule Slimme Technologie

    62197fd1-521e-4262-b658-02e621e5e52c DomotiFactory geeft geslaagde gastlessen voor Keuzemodule Slimme Technologie CSG Reggesteyn uit de STO subregio Rijssen - Holten werkt nauw samen met het technisch bedrijfsleven. Zo ook met het innovatieve bedrijf DomotiFactory uit Enter. Het profiel PIE sloeg de handen ineen met DomotiFactory voor hun bedrijfsbijdrage aan de bestaande Keuzemodule Slimme Technologie. Inmiddels heeft de eerste groep van 12 vierdejaars vmbo-leerlingen met collectief succes de bijbehorende toets afgelegd. Oscar Otten is Domotica & IoT Specialist en oprichter-eigenaar van DomotiFactory: “We ontvingen hele leuke reacties van de leerlingen. We hebben geprobeerd hen te inspireren tot een stukje omdenken in de techniek en dat kan deze leerlingen op meerdere fronten gaan helpen.” Visie van Ton Schelfhorst, docent PIE CSG Reggesteyn Ton Schelfhorst is docent PIE aan CSG Reggesteyn: “DomotiFactory benaderde ons zelf met de vraag of zij iets voor ons PIE-onderwijs konden betekenen. Domotica als keuzedeel bestaat al een paar jaar, een verzamelbegrip van huisautomatisering. Echter, diverse schakelfabrikanten hanteren voor domotica hun eigen protocollen en landelijk wordt veelvuldig gewerkt met het systeem van Niko. Op school, in onze lessituatie, leverde Niko’s overigens prima digitale lessenpakket wel connectiviteitsproblemen op, zoals door onze firewall. Toen we het uiteindelijk wel in de lucht kregen, verraste DomotiFactory ons met een totaal andere oplossing en kijk op huisautomatisering. Het maakt daarbij niet uit welk apparaat je koppelt in je netwerk voor huisautomatisering: je kunt alles met elkaar digitaal laten praten en schakelen. Daarvanuit is de samenwerking begonnen resulterend in de drie gastlessen gegeven in drie weken die wij inpassen in ons keuzedeel Slimme Technologie dat in totaal 16 weken duurt.” Gastlessen naar eigen inzicht ingevuld Ton: “Voor DomotiFactory hebben we in februari/maart drie ochtenden van vier uur ingeroosterd die zij naar eigen inzicht konden invullen. En dat hebben ze heel verrassend gedaan vanuit hun unieke visie op domotica. Ze namen materiaal mee en onze 12 leerlingen gingen hiermee op basis van een uitdagende praktijkopdracht aan de slag. De leerlingen bleken heel enthousiast en op de laatste ochtend hebben ze allen de theorietoets met een nieuwe praktijktopdracht met succes afgerond. We gaan nog evalueren in april, maar het is zeker de intentie dat dit initiatief een vervolg krijgt voor volgend schooljaar.” Ook betekende de inzet van DomotiFactory voor Ton een stimulans van zijn eigen docentenontwikkeling: “Zoals ik al zei: hun visie op domotica is totaal anders dan die van de reguliere schakelfabrikanten, dat is ook leerzaam voor mij als docent.” DomotiFactory: actief in smart home technologie DomotiFactory integreert het domein van de installatietechniek en elektrotechniek met de nieuwste technische ontwikkelingen. Dit innovatieve bedrijf biedt hiermee concreet ondersteuning bij een keuzevak onder de vlag van STO. Oscar Otten: “Wij zijn actief in de smart home-/installatietechnologie. Bedoeld om alle typen totaalinstallaties te verzorgen en de techniek zo levensloop bestendig en flexibel mogelijk af te leveren door middel van domotica, omdat het tegenwoordig niet duurder meer is en alleen maar voordelen kent. Bijkomend voordeel is dat installaties veel compacter/overzichtelijker worden én tevens volledig te bedienen zijn naar wens (denk aan schakelaars, sensoren, automatiseringen of bediening via één centrale app), als aanvulling op het traditionele gebruik dat we allemaal gewend zijn. Bediening van de installatie kan lokaal, maar ook op afstand.” DomotiFactory staat aan de top van haar sector en heeft een voorbeeldfunctie voor de rest van de regio. Oscar: “De vmbo-leerlingen die aan de Keuzemodule Slimme Technologie meedoen ervaren hierdoor direct vanuit het beroepsleven welke vaardigheden en kennis er nodig zijn in een slimme leefomgeving en hoe domotica hun werkzaamheden kan vereenvoudigen.” Kennis laten maken met een veelbelovend vakgebied Het vakgebied domotica van Oscar is groeiend: “De kennis die wij op dit terrein hebben als domotica trainer/-adviseur en totaalinstallateur bieden wij de vmbo-leerlingen aan in een drietal gastlessen. Daarmee helpen we de vmbo-leerlingen op weg in een veelbelovend vakgebied met in de toekomst steeds meer werk. De leerlingen maken met heel veel technologieën kennis omdat wij daarmee met ons bedrijf veel ervaring hebben opgedaan, van eigen ontwikkelde oplossingen tot aan het uitvoeren van de installaties zelf.” Gastlessen op basis van totaalvisie De eerste groep van 12 vmbo-leerlingen heeft in februari/maart de drie gastlessen gevolgd, op de afdeling PIE op CSG Reggesteyn. Dit als onderdeel van de bestaande Keuzemodule Slimme Technologie. Oscar en zijn collega Joeri Wolters namen dit op zich: “Wij zitten al tien jaar in de ontwikkeling en installatie van slimme technologie. Daardoor zijn we uitgegroeid tot totaalinstallateur. Wat we daarmee bedoelen? De expertise die je nodig hebt om slimme technologie toe te passen is nog niet wijdverbreid. Dat leidt geregeld tot fouten bij het advies, de installatie en toepassing ervan. Wij, als totaalinstallateur, hebben wel die kennis in huis en verbinden alle installatiedisciplines vanuit één project aan elkaar. Met als resultaat slimme technologie die zijn beloofde werk doet. Met die brede en diepgaande kennis hebben we genoeg mogelijkheden in huis om de gastlessen voor de leerlingen van CSG Reggesteyn interessant te maken.” Stukje theorie, merendeel praktijk Oscar en zijn collega Joeri maakten bewust de keuze om de drie gastlessen op te bouwen vanuit een kort stukje theorie, maar vooral de praktijk stond centraal. Joeri: “Want dit type leerlingen wil graag met de handen werken. De theorie is vooral bedoeld om de leerlingen de juiste afslagen te laten maken als zij overwegen door te studeren op het terrein van domotica. Het praktijkgedeelte van de gastlessen bestond eruit dat wij de leerlingen diverse elektrotechnische componenten op elkaar aan hebben laten sluiten. Ze hebben een bord gemaakt met realistische leidingen en bedradingen. Met als doel om bijvoorbeeld verlichting op diverse manieren aan te sturen en een servomotor te besturen. Via deze twee facetten van de praktijkopdracht maakten de leerlingen op een hele praktische manier kennis met zowel domotica in elektrotechniek als installatietechniek.” Positieve reacties Oscar en zijn collega kijken positief terug op de eerste serie van drie gastlessen met de 12 vmbo-leerlingen: “We kregen hele leuke reacties terug. De leerlingen hebben we geïnspireerd tot een stukje omdenken. Dit gaat hen ook op een breder vlak helpen bij het bedenken van oplossingen en het oplossen van problemen. En daar komt bij: door alle innovaties wordt slimme technologie steeds eenvoudiger én voordeliger om toe te passen. Dus is de kans groot dat deze vmbo-leerlingen hier in hun latere studie en werkveld mee te maken gaan krijgen.” De toets werd door alle 12 leerlingen uit de eerste groep met succes afgelegd. Oscar: “De theorie voor deze toets was nieuw en die hebben we in overleg met CSG Reggesteyn zelf samengesteld. We kozen voor een meerkeuzetoets, ook om het leuk te houden voor de leerlingen. Het praktijkdeel van het examen bestond uit het daadwerkelijk maken van een installatie voor slimme technologie.” Alle medewerkers DomotiFactory steunen samenwerking met vmbo Oscar is binnen DomotiFactory een groot pleitbezorger van de samenwerking met het vmbo. Maar hoe ervaren zijn collega’s deze inzet? Oscar: “Iedereen in ons bedrijf staat hier heel positief in. Wij trekken vakmensen aan als medewerkers die graag het verschil willen maken in de installatiebranche in een vaak ouderwets denkende sector. Dit betekent als vanzelf dat zij ook het belang inzien van het zo vroeg mogelijk inspireren van vmbo-leerlingen voor techniek en technologie, waarbij domotica binnen de installatie centraal staat.” MENU

  • Keuzevak Bouw en Woonrijp Maken slaagt door goede samenwerking

    63e370f2-67e3-40e2-a3a1-6db0acd72d43 Keuzevak Bouw en Woonrijp Maken slaagt door goede samenwerking Bouw- en Woonrijp Maken is een gloednieuw keuzevak van het Canisius in Tubbergen. Centraal staat de samenwerking met het opleidingsbedrijf InfraVak in Holten en de bedrijven Kruse Groep uit Geesteren, Aannemersbedrijf Gerwers uit Tilligte en Gebr. Poppink uit Reutum. Maar liefst drie bedrijven werken voor dit keuzevak collegiaal samen. InfraVak is dé vakopleider, samen met het ROC van Twentein de grond-, weg en waterbouwsector (GWW). Marleen Peddemors is vanuit het Canisius de drijvende kracht achter dit keuzevak: “De drie bedrijven, InfraVak, ROC van Twente en het Canisius hebben er heel bewust voor gekozen om het mooie infravak sámen uit te dragen.” Verbreden vanuit D&P Marleen Peddemors legt het systeem achter dit keuzevak enthousiast uit: “We zijn een pilot begonnen met zeven leerlingen in de derde klas, en dat aantal is ook echt de limiet. Onze school biedt alleen het profiel D&P aan. Maar daarbinnen laten we de leerlingen allerlei uitstapjes maken naar de profielen BWI, Groen, PIE en meer. Daar past onze inzet op dit keuzevak ook goed bij. De leerlingen die voor het keuzevak Bouw- en Woonrijp kiezen werken graag met de handen en willen richting loonwerk, het hoveniersvak, werken als kraanmachinist of grond-, weg- en waterbouw. Dit keuzevak geeft hen nét het juiste opstapje om zich inhoudelijk goed te kunnen oriënteren. Bij hun daadwerkelijke vervolgstudie in welke richting van infra dan ook, geeft dit deze leerlingen alvast een zachtere landing.” Introductie én verdieping De leerlingen krijgen in totaal zeven lessen. Marleen: “De introductie vond plaats bij de InfraVak in Holten door Henk Roessink van het ROC van Twente. Daar kregen ze les over veiligheid en konden ze proeven en ruiken aan alle facetten van de infra. Vooral bedoeld om al enthousiasme te kweken.” Na deze introductie gingen de leerlingen twee keer aan de slag bij elk van de drie deelnemende bedrijven, dus zes bedrijfsbezoeken in totaal. ‘Grondige’ aanpak Bij Kruse Groep lag de focus op boren en grondonderzoek. Bij hun tweede bezoek aam Kruse Groep hebben de leerlingen bepaalde opdrachten uitgezet en uitgelezen met een laser. Ook leerden ze rechte hoeken en piketten uitzetten. Eveneens leerzaam: onze Nederlandse bodem ligt vol met leidingen, je kunt niet overal zomaar de spade in de grond zetten. Marleen: “De leerlingen leerden met een zogeheten CLIC-systeem vast te stellen waar er bijvoorbeeld water- en gasleidingen liggen onder de grond.” Veelzijdig aan de slag Bij Gerwers mochten de leerlingen mee naar een bouwproject in Hengelo, netjes gebracht in een taxibusje. Marleen: “Hier gingen de leerlingen concreet aan de slag met rioolaanleg en ontdekten zij hoeveel nauwkeurigheid daar bij komt kijken. Ook leerden ze welke soorten grond je allemaal tegen kunt komen, van leem en zand tot en met klei. En vooral ook: hoe gedraagt die grond zich als je daar in en op gaat bouwen?” Bij het tweede bezoek aan Gerwers lag het accent op het werk rondom duikers, zoals het plaatsen van platen en het nauwkeurig voorbewerken met een graafmachine.” Tot slot brachten de leerlingen twee bezoeken aan Gebr. Poppink in Reutum: “Naast grondwerk leerden de leerlingen hier ook van alles over straatwerk.” Afsluiting bij InfraVak Marleen: “Tot slot organiseren we in juli een afsluiting van het keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken bij InfraVak. Uiteraard nodigen we hier de ouders ook voor uit. De leerlingen presenteren dan wat zij hebben geleerd bij de verschillende bedrijven. Elk groep leerlingen geeft een presentatie over één van de drie deelnemende bedrijven. Van belang ook als reflectie naar de bedrijven toe: is er bij de leerlingen overgekomen wat zij voor ogen hebben gehad?” Ook belangrijk: InfraVak vertelt de leerlingen en hun ouders ook welke vervolgopleidingen er mogelijk zijn. Goede samenwerking met alle partners Bij de meeste keuzevakken werkt een school samen met één bedrijf, maar voor dit keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken slaagde het Canisius erin om maar liefst drie bedrijven te betrekken. Marleen: “Tijdens ons Talent Event in oktober 2023 werkten we ook al samen met deze bedrijven, dus die basis lag er al. Alle drie de bedrijven heb ik ons plan uitgelegd voor dit keuzevak. Wat dan helpt, is dat bij deze bedrijven ook al leerlingen van het Canisius stage lopen. De bedrijven, InfraVak, ROC van Twente en het Canisius hebben er heel bewust voor gekozen om het mooie en toekomstrijke infravak sámen uit te dragen. De bedoeling was om leerlingen én kennis te laten maken én warm te maken voor ons vak. We hebben het hele programma dan ook samen in elkaar gezet en de eindtermen gewaarborgd.” Pedagogisch-didactische ondersteuning Marleen: “Ook hebben we de bedrijven ondersteuning aangeboden bij het pedagogisch-didactisch goed onderbouwen van de bedrijfsbezoeken. Maar de bedrijven deden het fantastisch door de theorie heel goed uit te leggen vanuit de praktische invalshoek. Bijvoorbeeld Peter Gerwers legde heel goed uit dat je op de bouwplaats áltijd oogcontact moet maken en houden met de mensen op de machines. Vervolgens brachten ze dat op de bouwplaats bij de leerlingen heel praktisch in de praktijk door te vragen aan de leerlingen: “Wat moet je altijd doen op de bouwplaats?” Dat soort tips uit de praktijk zijn al fantastisch voor de leerlingen.” En het mooie is: alle bedrijven en ROC van Twente en InfraVak hebben inmiddels toegezegd om vólgend jaar opnieuw vol mee te doen met dit keuzevak. Er is zelfs al belangstelling vanuit andere InfraVak scholen in den lande. Reactie InfraVak Kim Wever-Brinkman is bij InfraVak verantwoordelijk voor marketing en communicatie: “Het is voor InfraVak de eerste keer dat we met een school zó intensief samenwerken met drie bedrijven voor een keuzevak. Wel willen we dit soort initiatieven heel graag uitbreiden naar meerdere scholen, want de samenwerking met het Canisius en de bedrijven bevalt ons heel goed. We hebben hiervoor drie bedrijven bij elkaar gebracht en zelf vinden zij het ook heel leuk en belangrijk om hier tijd en aandacht aan te besteden. Het kost hen uiteraard tijd en energie, maar we proeven nu al dat de bedrijven volgend jaar zó weer mee zouden doen met dit keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken. Voor ons heel belangrijk, want ook infratechniek heeft te maken met een geringere instroom van jong talent. We moeten steeds meer doen om dezelfde instroom op peil te houden. Onze lid-bedrijven zoeken allemaal BBL-leerlingen, maar we kunnen niet aan de vraag voldoen. Daarom steken we graag ook energie in STO Twente. We wáren al actief in het vmbo en nu ook meer met STO Twente. Infratechniek is toch nog een onbekende sector voor de jeugd. We gaan al naar scholen, geven voorlichting en workshops en organiseren excursies. Maar met dit nieuwe keuzevak Bouw- en Woonrijp Maken krijg je ze veel directer en gerichter binnen.” MENU

  • VR Expertteam CSG Reggesteyn brengt technologie naar vak muziek

    4ccd4d2f-688e-4143-8a33-d0cb185af991 VR Expertteam CSG Reggesteyn brengt technologie naar vak muziek Virtual Reality (VR) krijgt op twentse vmboscholen veel aandacht, ondersteund door Sterk Techniekonderwijs Twente. Ook scholengemeenschap Reggesteyn uit de subregio Rijssen – Holten is hiermee volop bezig. Deze actieve STO-school kent zelfs een eigen VR-Expertteam bestaande uit Marloes Spijkerman, Tamara Berentschot en Emiel Velnaar. Geheel in lijn met de gedachte van STO Twente dat technologie breder ingezet kan worden in het vmbo dan alleen voor de harde techniekprofielen gingen zij met VR aan de slag bij…muziek!” Technisch en technologisch onderwijs verrijken Marloes, Tamara en Emiel: “Wij zoeken voortdurend naar innovatieve manieren om ons technologisch onderwijs te verrijken. Een mooi voorbeeld hiervan is de recente samenwerking tussen het VR-Expertteam en het vak muziek!” Hoe dit werkt? Leerlingen die de keuzemodule 'dirigeren' hebben gevolgd, kregen een unieke kans om hun opgedane kennis op een bijzondere manier in de praktijk te brengen. Marloes, Tamara en Emiel leggen de insteek enthousiast uit: “Tijdens de module 'dirigeren' hebben de leerlingen zich eerst verdiept in de theorie achter het dirigeren. Ze voerden verschillende oefenspellen uit waarbij ze oefenden met hard/zacht en met de inzet bij een muziekstuk. En ook: wanneer krijg je een groep tegelijk aan het spelen/zingen/klappen?” Interactieve en innovatieve afsluiting Na deze theorielessen was het tijd voor een interactieve en innovatieve afsluiting: een sessie met de VR-bril. Marloes, Tamara en Emiel: “Met behulp van de app ‘Maestro’ konden de leerlingen in een virtuele omgeving een orkest dirigeren. Dit bood hen de kans om hun geleerde technieken direct toe te passen en te ervaren hoe het is om voor een groot ensemble te staan. De VR-technologie maakte het mogelijk om realistische feedback te krijgen op hun bewegingen, waardoor ze hun vaardigheden ter plekke verder konden aanscherpen.” Enthousiast over innovatieve leermethode Docenten en leerlingen waren enthousiast over deze innovatieve leermethode. “Het is geweldig om te zien hoe technologie en muziek elkaar kunnen versterken. De VR-bril geeft een extra dimensie aan de beleving en maakt het dirigeren levensecht”, besluit het VR-Expertteam. En ook heel belangrijk natuurlijk: “Ook de leerlingen waren onder de indruk!” Deze samenwerking tussen het VR-Expertteam en het vak muziek laat zien hoe virtual reality kan bijdragen aan een dynamische en interactieve leerervaring. Het VR-Expertteam kijkt ook naar de toekomst: “Onze school blijft zich inzetten voor innovatieve onderwijsontwikkelingen en kijkt uit naar verdere samenwerkingen tussen technologie en andere vakken!” MENU

  • Leerlingen werken voor kratracer succesvol samen met techniekbedrijf

    f97abacf-f8c8-4e0d-93eb-1e42d7d14e92 Leerlingen werken voor kratracer succesvol samen met techniekbedrijf De afdeling PIE van C.T. Stork College en BST Servicegroep, beide uit Hengelo, zijn begin dit jaar voor het eerst een samenwerking gestart. De leerlingen uit klas 3 bouwen op donderdagmiddag onder begeleiding van zowel PIE docent Arnold Prinsen als Tim Weijenborg, stagiair bij BST Servicegroep, aan een stoere kratracer. Eerder berichtte deze nieuwsbrief over de start van dit bijzondere project. Hoe verloopt het bouwen en het samenwerken? STO Twente ging polshoogte nemen in het PIE-lokaal van C.T. Stork College. Hoe staat het project ervoor? Arnold: “De leerlingen bouwen de kratracer nu op. Alle laswerkzaamheden en het constructiewerk zijn afgerond. De halffabrikaten zijn in principe af. Nu assembleren ze alles in elkaar tot een eindproduct, tot en met de banden en lagers.” Lopen de leerlingen ergens tegenaan? Arnold: “Zeker! Daar leren ze van. Zoals tekening lezen. Dat gaat weleens mis. Dan hebben ze met elkaar iets in elkaar gemonteerd en moet het weer uit elkaar. Daar balen ze van én tegelijkertijd leren ze hier heel veel van. Dit triggert hun vermogen om voor elke handeling eerst goed na te denken.” Wat is de rol van Tim Weijenborg van BST Servicegroep? Arnold: “Hij is vanuit BST Servicegroep de projectleider, zorgt dat de materialen besteld en aanwezig zijn, levert tekeningen en ondersteunt de leerlingen bij de uitvoering.” Het idee is dat de leerlingen projectmatig leren werken. Komt dat uit de verf? Arnold: “Jazeker, ze maken alle facetten mee zoals planning. Wel merk je dat ze gezien hun leeftijd heel erg bezig zijn met de praktische uitvoering. Van nature vinden ze dat interessanter.” Wat valt jou als docent op in dit project? Arnold: “De leerlingen zijn veel gemotiveerder dan bij de reguliere lesstof. Waarom? Ze zijn met een spannend project bezig, het bouwen van een kratracer. Ook vinden ze het fijn om langduriger met een groot project zoals dit bezig te zijn. Wel ben ik er heel druk mee, maar krijg er ook heel veel voor terug van de leerlingen. De motivatie is hoog en de sfeer goed.” Welke ervaringen heeft jullie bedrijf tot nu toe met dit project en C.T. Stork College? Tim Weijenborg: “We vinden samen alles ‘from scratch’ uit. Er is eigenlijk geen literatuur te vinden over de projectmatige samenwerking tussen het technisch bedrijfsleven en het vmbo. Daarmee is deze eerste keer heel leerzaam. Uiteraard neem ik mee dat dit leerlingen zijn en geen medewerkers in ons bedrijf of klanten. Soms loopt het project iets anders dan gedacht en met elkaar bekijken we hoe we dit zo praktisch mogelijk kunnen oplossen. Doorgaans willen ze te graag en te snel. Neem het frame van de kratracer. Dit is in verhouding een complex onderdeel. Daar moet je vooraf eerst goed naar kijken. Als je ‘m te snel in elkaar last, kun je veel andere bewerkingen niet meer doen zoals gaten persen. De leerlingen leren eerst de tekening goed te bekijken, een belangrijke les. Systematisch leren denken, daar gaat het om.” Wat willen we met dit project bereiken voor de leerlingen? Tim: “De kunst is er met de leerlingen niet te scherp en met te veel nadruk op targets en deadlines in te gaan. Het mooie van de kratracer is, dat alle bewerkingen erin zitten die een monteur moet beheersen. Zoals lassen, draaien, frezen en montage. Kijk, een leerling hoeft niet per se een draaier of lasser te worden, maar ze hebben er wel aan geroken. Komen ze later in hun werk een lasser of draaier tegen? Dan kunnen zij zich beter verplaatsen in die collega.” Arnold: “Dit project is een pilot. De insteek is dat vanaf volgend jaar meerdere leerlingen PIE in groepjes een kratracer gaan maken.” MENU

Zoek

bottom of page