top of page

410 resultaten gevonden

  • Landelijk ‘Aanvalsplan Techniek’ heeft concrete raakvlakken met Sterk Techniekonderwijs

    e53fcf05-b912-4903-8c56-bd5283fc040d Landelijk ‘Aanvalsplan Techniek’ heeft concrete raakvlakken met Sterk Techniekonderwijs Door het tekort aan technici dreigt de uitvoering van de energietransitie en onder meer de bouwopgave vast te lopen. Daarom lanceren vijf technische sectoren in samenwerking met VNO-NCW en MKB-Nederland het ‘Aanvalsplan Techniek’ met tal van onconventionele maatregelen. Wat betekent dit? En wat zijn de raakvlakken met STO Twente? Een interview met Margriet Bouma, Regiosecretaris Koninklijke Metaalunie Overijssel en Noordelijk Flevoland: “Nog meer aandacht voor technisch vmbo-onderwijs vormt een belangrijk facet van ons aanvalsplan.” Gouden Poort In samenwerking met betrokken partijen, zoals vakbonden en overheden, moet het Aanvalsplan in de komende tien jaar flinke extra investeringen losmaken met de structurele invulling van zo’n 60.000 vacatures. Het ‘Aanvalsplan Techniek’ komt met tal van onconventionele maatregelen in de vorm van speerpunten. Margriet: “We willen de arbeidsmarkt voor technici compleet anders inrichten met een nieuw systeem: de Gouden Poort. Dit moet uitgroeien tot dé centrale plek voor starters, zij-instromers, nieuwkomers en ervaren vakmensen die een switch naar een (andere) technische sector overwegen. Niet per sector, maar techniek brééd. Dat maakt dit plan uniek. Het maakt ons niet uit in welke sector zij terechtkomen, als het maar in de techniek is.” Aandacht voor maatwerk en skills De starters, zij-instromers, nieuwkomers en ervaren vakmensen krijgen een tienjarige ontwikkel- en baangarantie. Margriet: “Met deze deelnemers gaan we veel meer intersectoraal werken, vanuit de branches die het aanvalsplan samen hebben opgesteld. Aandacht voor maatwerk en vaardigheden staat hierin voorop. Gedurende je hele loopbaan kun je hier terecht. De ambitie van de samenwerkende branches is om meer statushouders aan de slag te helpen en meer talent van buiten (tijdelijk) aan te trekken. Een gerichte vakkrachtenregeling moet hierbij helpen. Met het aantrekken van dit talent kunnen naar schatting structureel zo’n 10.000 vacatures per jaar worden ingevuld.” Hybride onderwijs en techniekcentra Margriet: “Er zal meer ingezet worden op hybride leeromgevingen waar jongeren, maar ook werkenden en zij-instromers kunnen experimenteren met nieuwe technologie en waarin de maatschappelijke uitdagingen centraal zullen staan. In deze centra werken onderwijs en bedrijfsleven nauw samen om studenten en werkenden een kansrijke route te bieden. Dit wordt dus nauw verbonden aan de Gouden Poort. Uitgangspunt is dat er in iedere regio een aantrekkelijke plek aanwezig is met hybride beroepsonderwijs. Zo ontstaan gespecialiseerde centra waar opleidingen geconcentreerd worden met state-of-the-art onderwijsfaciliteiten vanuit het bedrijfsleven. Gezamenlijke inzet op techniek en technologie in het funderend onderwijs is daarbij van groot belang. Dat zien we al gebeuren, ook binnen STO Twente en andere initiatieven, maar dit willen we nog meer versterken en verbeteren.” Het aanvalsplan legt ook nadruk op een goede samenwerking en verbinding met het (vmbo-)onderwijs. Margriet: “We willen vooral iets gaan doen aan de mismatch die er vaak is tussen vraag en aanbod. We willen nog meer aandacht voor meer (hybride) techniekdocenten om de bestaande tekorten aan techniekdocenten te verminderen.” Cruciaal: een goede samenwerking en verbinding met het onderwijs Het aanvalsplan heeft een aantal herkenbare linken met de doelen en activiteiten van STO Twente. Margriet: “STO Twente is een belangrijke partner om in hun regio aan te haken bij de doelen van het Aanvalsplan Techniek en de genoemde doelen samen te realiseren. We zullen met elkaar dus nóg meer moeten samenwerken om vooral de in- en doorstroom te helpen vergroten. We zien gelukkig nu al dat de activiteiten vanuit STO Twente richting het techniekonderwijs op het vmbo echt goed gaan lopen, de Twentse inzet begint zijn vruchten af te werpen. En dat is ook hard nodig voor de instroom in het technisch vmbo, mbo en uiteindelijk in het technisch bedrijfsleven.” Meer nadruk op ontwikkelen skills, te beginnen in het vmbo Wat enorm helpt, benadrukt Margriet, is de nadruk die steeds meer komt te liggen op skills in technische bedrijven. Margriet: “We zullen toch veel meer naar de op vaardigheden gerichte arbeidsmarkt moeten bewegen. In het vmbo en ook het mbo ligt de focus steeds meer op het opleiden op vaardigheden. Het technisch vmbo is een hele mooie en geschikte voorloper om die vaardigheden aan te boren en te ontwikkelen bij hun leerlingen. Maar, en dit benadruk ik, er ligt ook een uitdaging voor het aantrekkelijk maken en houden van de technieksector om in te werken én te blijven werken. Daar ligt echt wel een opgave. Techniekpromotie is en blijft cruciaal en ik zie ook STO Twente hierin stappen zetten.” Stand van zaken Het aanvalsplan is gepresenteerd aan diverse ministeries en inmiddels geaccepteerd. Margriet: “Het wordt waarschijnlijk ook gekoppeld aan het Groene Banenplan. We zijn nu de uitvoering aan het inrichten en de eerste kwartiermaker is al aan de slag. Zomer 2023 moet het grotendeels staan.” MENU

  • Unieke ambassadeur doorlopende leerlijn: Christel Mollink

    91fec3f3-ca83-4419-91b3-a4c2ccc46e6f Unieke ambassadeur doorlopende leerlijn: Christel Mollink In het Technolab van het Twents Carmel College (TCC) werkt een bijzondere leerkracht: Christel Mollink. En ook nog eens met affiniteit met techniek. Een uniek voorbeeld van een letterlijk doorlopende leerlijn, iets waar we binnen STO Twente zo graag aan werken. Daar wilden we natuurlijk direct meer van weten… Wie ben je? “Mijn naam is Christel Mollink. Ik ben docent in het Technolab van het Twents Carmel College (TCC) in Oldenzaal. Aan de leerlingen die hier de workshops volgen geef ik instructie. Ik kom uit het primair onderwijs en ben op De Bongerd in Oldenzaal nog een dag per week werkzaam. Inmiddels werk ik twee dagen per week in het Technolab op detacheringsbasis. Hiermee geven we praktisch vorm aan een belangrijk doel van STO Twente: het creëren van een doorlopende leerlijn vanuit het primair onderwijs naar het vmbo.” Een vrouw vanuit het primair onderwijs die met techniek werkt. Daar willen we er graag meer van. Wat inspireerde jou? “Ik denk dat je ten eerste affiniteit moet hebben met techniek. Kijk, ik weet ook niet alles van techniek. En dat geldt voor veel van mijn collega’s, maar ik sta er wel voor open. In de workshops die ik geef in het Technolab op het TCC moest ik mij eerst ook verdiepen. Dan helpt het enorm als je je daar gewoon helemaal onbevangen voor openstelt.” Wat zou je collega’s in het primair onderwijs aanraden? “In het primair onderwijs zijn veel leerkrachten wellicht wat terughoudend om techniekonderwijs te omarmen. Ze denken misschien: ik ken het niet, dus ik kán het niet, dus doe ik er ook niets mee. Ik ben van mening dat als je een andere mindset aanneemt en je jezelf openstelt om samen met je leerlingen techniek te ontdekken, er een wereld voor je opengaat. De leerlingen kunnen van mij leren en ik van hen. Maar ook de leerlingen onderling leren van elkaar, merk ik al in het Technolab. Ook dat vind ik een heel mooi aspect. Kortom, je hoeft als leerkracht in het primair onderwijs niet meteen alles te weten van techniek. Het is ook voor mij als leerkracht een ontwikkeling, een spannende reis. Ik hoop dat dit anderen over de streep trekt om samen mee te werken aan een doorlopende leerlijn primair onderwijs - vmbo.” MENU

  • Tweede studiereis STO Twente verkent Rotterdam en omgeving

    621fec45-b5bf-42ba-809c-023e98fa6298 Tweede studiereis STO Twente verkent Rotterdam en omgeving De eerste STO Twente studiereis in 2022 naar Eindhoven e.o. was een groot succes en smaakte naar meer. Dus organiseerde Marieke Rinket, programma manager STO Twente, een jaar later een tweede studiereis. Een gemotiveerde groep deelnemers werd op 2 en 3 november ondergedompeld in een gevarieerd (én stormachtig!) programma in en om Rotterdam. Gevarieerd gezelschap Op de eerste dag van de studiereis togen circa 35 deelnemers per touringcar naar Alblasserdam. Eén blik in de bus toonde aan dat zich uit alle subregio’s van STO Twente deelnemers hadden aangemeld. Extra bijzonder was de deelname van Gerben Diersen en John Nijenhuis van ROC van Twente. Zij zijn de kersverse contactpersonen vanuit het ROC van Twente voor alle activiteiten met en voor STO Twente. Super dat deze twee gemotiveerde pleitbezorgers voor een nog betere verbinding tussen het vmbo en mbo meegingen. Ook de deelname van twee docenten uit het Praktijkonderwijs van CSG Reggesteyn was een verrijking. Marieke: “Al met al mochten we een nóg meer diverse groep deelnemers verwelkomen dan op de studiereis van 2022.” Eerste stop: Valk Welding De eerste stop van de studiereis op donderdag 2 november was bij het familiebedrijf Valk Welding in Alblasserdam. Daar werden we hartelijk ontvangen met koffie door Alex Hol en Peter Haspels. Valk Welding ontwikkelt en bouwt kant-en-klare lasrobotsystemen voor kleine tot middelgrote productie-eisen en is partner voor alle lasbenodigdheden. Peter hield een heldere presentatie over Valk Welding met de nadruk op Valk Automation: “Wij leveren all-in-one lasrobotsystemen, maar wij bieden vooral oplossingen! Onze oplossingen gaan vaak naar het buitenland en bestaan uit drie componenten: de robot, de constructie en een softwarepakket. Alles uit één hand en de ideale totaaloplossing voor opdracht gevende bedrijven.” Alex Hol: “Leuk om te melden is dat REMO West-Twente les geeft met onder andere onze oplossingen.” Werven jong technisch talent De presentatie spitste zich al snel toe op hoe Valk Welding erin slaagt om jong technisch personeel te vinden en te binden. Peter: “Zelf startte ik op de LTS, maar helaas is die opleiding er bijna niet meer. Gelukkig is er heel veel hernieuwde aandacht voor techniekinstroom met bijbehorende budgetten. Heel belangrijk, want het gaat niet alleen om technisch personeel voor onszelf, maar ook voor onze klanten. Als zij geen technische medewerkers kunnen vinden vervalt hun productie en dus ook onze klanten.” Valk Welding onderhoudt veelzijdig contact met scholen om de interesse van leerlingen voor techniek te helpen vergroten. Peter: “We starten daarmee zelfs al in het vmbo. Hoe? Door deze leerlingen laagdrempelig met onze lastechnieken kennis te laten maken. Hoe eerder hoe beter.” Peter gaf een concreet voorbeeld: “Op heel veel scholen hebben we vanuit Valk Welding een budgetvriendelijke lasrobot draaien. De laatste jaren zijn we ook actiever met cobots, ook richting het onderwijs. Voor het mbo bieden we modules om de leerlingen daarmee te leren programmeren.” Uiteraard biedt Valk Welding ook veel stageplekken voor verschillende technische richtingen. Peter: “Gemiddeld hebben we wel circa tien tot 15 leerlingen op stage. Eveneens proberen we stageplekken bij onze klanten te organiseren om elkaar maximaal te helpen.” Peter gaf een concreet voorbeeld van de urgentie: “Als je nu googelt op de functie van programmeur voor lasrobots dan krijg je meer dan 300 hits.” Rondleiding met onder andere cobots Na de presentatie was het tijd voor een rondleiding door Valk Welding. Het oog van de deelnemers viel vooral op de door Peter Haspels tijdens de presentatie genoemde cobots. Ook in de regio Twente rukt de zogeheten cobot op, dit staat voor collaboratieve robot. Dit is een handzame robot met één arm die bijvoorbeeld kan lassen nadat de operator deze heeft geprogrammeerd voor een specifieke lasopdracht. Ook Valk Welding werkt met cobots en de deelnemers vanuit STO Twente mochten de cobot onder professionele begeleiding programmeren en uitproberen. En als het aan sommige deelnemers ligt, komt er ook een cobot in hun Technolab. De ongekende technische wereld achter het Oceanium Na een heerlijke en gastvrije lunch bij Valk Welding reed de bus de deelnemers naar een winderige en natte Diergaarde Blijdorp. Na een voor iedereen vrije wandeling door de dierentuin splitste de groep zich op en gaven vrijwilligers een technische rondleiding achter de schermen van Oceanium. Dit is het grootste project van Blijdorp tot nu toe. In het Oceanium ga je op ontdekkingsreis door de oceanen. Daarnaast ga je ook een stuk weer terug aan land, waar een aantal landdieren uit Midden-Amerika en woestijndieren in de 'Zee van Cortez' te zien zijn. Het Oceanium heeft onder andere een haaientunnel, walvisexpositie, publiekslaboratorium, koraalrif, kelpwoud en een vogelrots vernoemd naar Bass Rock. De haaientunnel is spectaculair omdat je in een glazen tunnel ónder de zwemmende haaien wandelt. De rondleiding liet letterlijk achter de schermen zien hoeveel techniek er komt kijken om het Oceanium draaiende te houden. Zeewater Dé grootste technische uitdaging is om de vissen schoon zeewater te garanderen. Alle aquaria in het Oceanium bevatten schoon zeewater, in totaal is dat meer dan acht miljoen liter water. Maandelijks wordt er maar 2 tot 5% van het totaal ververst, dit is te danken aan de 10 filters die met 22 verschillende modules het water schoonhouden. Hierdoor kan al het water in de haaienbak (3375 m³) in 160 minuten volledig gefilterd en rondgepompt worden. Het waterfiltersysteem was dan ook adembenemend met een waar doolhof aan tanks en leidingen. Ook krijgt Blijdorp water uit een containerschip van Maersk dat zeewater inlaadt in haar ballasttanks op volle zee in de buurt van Canada. Sunport Op het dak van het Oceanium bevindt zich de grootste zonne-energiecentrale van Nederland binnen de bebouwde kom. De centrale heeft de naam 'Sunport' gekregen. Het 5000 vierkante meter dakoppervlak van het Oceanium bevat rond de 3400 zonnepanelen, met een gezamenlijk vermogen van 510 kilowattpiek. De zonnecentrale levert circa 325.000 kWh elektriciteit per jaar. Blijdorp gebruikt die opgewekte elektriciteit gelijk in het Oceanium zelf, vooral bij de koeling van het verblijf van de koningspinguïns. De zonne-energiecentrale heeft bijna 3,9 miljoen euro gekost, inclusief de bouw, het onderhoud en een educatief programma. Wat opviel tijdens de rondleiding is hoeveel technisch personeel er samen de schouders onder zet om Oceanium achter de schermen draaiende te houden. Met veel technische functies op mbo-niveau, en ook hbo-niveau. Waaierig besluit dag één Na de rondleiding stormde Ciara zó hard dat buiten rondlopen niet langer verantwoord was. Door de stromende regen en bulderende wind ging het gezelschap naar hotel Van der Valk voor een heerlijk diner. Helaas kon door de storm de geplande rondvaart met de Ostara door de Rotterdamse havens niet doorgaan! De avond werd dan ook benut voor onderling netwerken en een deel van de deelnemers zette dat nog voort in de binnenstad. Kortom, dag één van de studiereis was gezellig, veelzijdig maar vooral ook heel leerzaam! MENU

  • Leerlingen inspireren in Tech Zone door techniekuitwisseling tussen vmbo’s

    8b631250-5214-49fd-9308-886d017a6148 Leerlingen inspireren in Tech Zone door techniekuitwisseling tussen vmbo’s Op 4 februari ontving Het Stedelijk Vakcollege/Bonhoeffer College (Wethouder Beversstraat) in o.a. haar Technolab in Enschede circa 20 leerlingen uit het tweede jaar van het Zone.college. Zij maakten kennis met verschillende vormen van techniek. En daar zit een speciale gedachte achter die precies in de doelstellingen van STO Twente past: vmbo-scholen die elkaar op het vlak van techniek onderling versterken. Een mooie samenwerking tussen het Zone.college, het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College. En er zit nog meer samenwerking in de pen! De techniekdocenten Jos Doppen van het Stedelijk Vakcollege en Jan ten Hove van het Enschedese Zone.college werken hier nauw in samen, samen met nog twee collega’s. Ook zijn zij betrokken bij STO Twente. Jan: “Na wat sparren kwam er een mooi idee voor een uitwisseling naar boven.” Jos: “Op het Zone.college ligt het accent op groenonderwijs. Maar ook die vmbo-leerlingen kunnen talent en interesse hebben voor techniek. Omdat zij in hun tweede jaar nu voor het kiesmoment van hun profiel staan, sloegen we de handen ineen met het Zone.college. De insteek? 20 leerlingen uit het tweede jaar zijn een dag bij ons geweest voor een techniekoriëntatie.” Ruiken aan drie techniekprofielen Jan: “Het betrof leerlingen die eigenlijk wel in de techniek door willen gaan, maar daar in de profielen op het Zone.college niet mee uit de voeten kunnen.” Ze kozen op 4 februari in de Tech Zone uit drie techniekprofielen: MVI, PIE en BWI en hebben daarin een dag meegedraaid. Jan: “We kozen voor dit initiatief de naam: Tech Zone, omdat het woord Zone ook in onze schoolnaam zit.” De Tech Zone op het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College is de optelsom van het nieuwe Technolab en de al bestaande praktijkruimte daarnaast. Positieve reacties van leerlingen Bij PIE maakten de leerlingen een bedlampje van metaal en elektriciteit. Bij MVI gingen ze digitaal aan de slag met het ontwerpen van een poster van een bewerkte selfie. Bij BWI maakten de leerlingen een tafeltje van MDF. Hier kwamen verschillende bewerkingsmachines bij kijken en een stukje schilderwerk. Jos: “Het was een supergeslaagde dag, we kregen veel positieve reacties van de leerlingen.” Die kwamen ook van de meisjes, dus dit initiatief sluit mooi aan bij het project Meiden in de Techniek van STO Twente. Het draait om interesse wekken Jan: “Het gaat er puur om de leerlingen met techniekprofielen kennis te laten maken en hen te interesseren voor techniek. Daarmee bereiken we dat ze voor hun vervolgopleiding en/of beroepsopleiding een bewuste keuze maken. Het kan bijvoorbeeld ook zo zijn dat een leerling door dit concept nu weliswaar wordt geprikkeld voor techniek, maar gewoon op het Zone.college zijn of haar groenopleiding afmaakt. Maar die geïnteresseerde leerling kan dan al wel twee jaar naar open dagen op het mbo gaan en bijvoorbeeld op het ROC van Twente rustig kijken in welke techniekrichting hij of zij wil doorgaan. Met deze aanpak willen we de interesse wekken, het is aan de leerling om daar zelf iets mee te doen.” Wederkerige samenwerking De samenwerking is wederkerig. Jos: “Het zit in de pen dat onze leerlingen na de meivakantie op hun beurt een dag kunnen kennismaken met de profielen van het Zone.college. Daarmee krijgt de samenwerking een evenredige uitwisseling.” Jos Doppen en Jan ten Hove hebben samen de intentie uitgesproken om deze uitwisseling jaarlijks te organiseren en de MT’s van de betrokken scholen hebben hiermee inmiddels ingestemd. Jan: “De bedoeling is die dag voortaan al aan het begin van leerjaar 2 te plannen, dus vóór de open dagen. Leerlingen die interesse hebben gekregen voor een ander profiel kunnen daardoor gerichter een techniekprofiel bekijken en beoordelen.” Fysieke uitwisseling Technolab Maar er is nóg een mooie samenwerking, geeft Jan aan: “Na de Krokusvakantie komt een deel van de apparatuur het Technolab, tijdelijk naar de locatie van het Zone.college in Enschede. Daarmee mogen onze leerlingen uit leerjaar 1 en 2 vervolgens een hele week aan de slag. Ook is dit veiliger omdat onze leerlingen veel minder verkeersbewegingen hoeven te maken.” Daarnaast is het plan om na de meivakantie met 16 leerlingen uit leerjaar drie een aantal weken naar het Stedelijk Vakcollege en Bonhoeffer College te komen voor een kennismaking met booglassen, koeltechniek en installatietechniek in carrouselvorm. Aan de Wethouder Beversstraat hebben ze hiervoor de juiste technieken en wij aan het Zone.college niet, dus ook met die uitwisseling zijn we heel blij. De samenwerking komt dus heel goed van de grond.” De onderlinge samenwerking tussen Jan en Jos verloopt prima: “We zijn beiden aanpakkers met korte lijnen.” MENU

  • STO subregio Hengelo gestart met PDC scholingstraject

    b65885f4-acab-4e47-9dbb-98954479d8d8 STO subregio Hengelo gestart met PDC scholingstraject De STO subregio Hengelo is gestart met een nieuw PDC scholingstraject voor (hybride) docenten en instructeurs. Het mooie is dat hier meerdere subregio’s van STO Twente aan meedoen, met in totaal 14 deelnemers. Windesheim verzorgt deze opleiding en komt hiervoor om de twee weken speciaal naar C.T. Stork College toe. Doel van de cursus is meer instructeurs die ervaring hebben in de beroepspraktijk op te leiden voor het technisch onderwijs, zodat leerlingen les krijgen van mensen met praktijkervaring. Deze samenwerking voor specifiek deze groep is een mooi initiatief van de STO subregio Hengelo. Leren om technische kennis over te brengen Benno Hams, regioleider STO subregio Hengelo: “(Hybride) docenten en instructeurs brengen waardevolle technische kennis rechtstreeks uit de bedrijven het technisch vmbo binnen. De laatste machines en apparatuur, de laatste technieken: zij kennen die als geen ander. Geen wonder dat zij binnen STO Twente heel veel aandacht krijgen. Maar technische kennis hébben is nog wel wat anders dan deze goed kunnen overbrengen op vmbo-leerlingen. Daar heb je pedagogisch-didactische vaardigheden voor nodig. En die brengt STO Twente deze belangrijke doelgroep bij met een officiële opleiding voor het Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC). Windesheim geeft deze opleiding en komt hiervoor met plezier naar C.T. Stork College.” Het voordeel van wisselwerking De samenstelling van de deelnemers is opvallend gevarieerd. Van de Schildersvakopleiding in het Techniekhuis Twente tot en met SMEOT. En van onderwijsassistenten tot en met een verspaner van een bedrijf uit Lochem. Of denk aan deelnemers die vanuit een schakeltraject van het UWV voor lesgeven in de techniek kozen evenals twee conciërges van C.T. Stork Uiteraard doen er ook (hybride) docenten en instructeurs mee die onder de paraplu van STO Twente zijn geworven. Benno Hams: “Het mooie van deze gemengde groep is dat de deelnemers uit de eerste hand heel veel van elkaar kunnen leren. Ze volgen samen les en eten ook samen. Dat schept een band, een goede basis voor de uitwisseling van ervaringen. Ook na het behalen van het PDC profiteren de (hybride) docenten en instructeurs van dit netwerk, bijvoorbeeld voor het samen opzetten van initiatieven.” Hoeveelheid studie valt mee Marc-Jan Hengstman: “Ik ben technisch onderwijsassistent op het Zone.college en wilde graag verder als instructeur. Daarvoor heb ik het PDC nodig en STO Twente bood mij aan deze opleiding te volgen. Het is goed te combineren met mijn reguliere werk. De hoeveelheid studie vind ik tot nu toe erg meevallen. Wel heb ik het geluk dat ik eerder een opleiding voor onderwijsassistent heb mogen volgen op Aeres Hogeschool. Deze opleiding nu sluit daar goed op aan.” Ontwikkeling en afwisseling Ruud Wiggers is bij SMEOT in opleiding tot hybride instructeur: “In het dagelijks leven ben ik inmiddels vijf jaar bedrijfsleider in Lochem bij Naeff, fabrikant van technische kunststof onderdelen. Een leuke functie in een mooi bedrijf met een goede werkgever. Maar ik ben 42 jaar en wil mij voortdurend ontwikkelen, ook zoek ik afwisseling. Dat kan binnen ons veelzijdige bedrijf in alle richtingen. Echter, ik kreeg tips uit mijn omgeving dat hybride instructeur iets voor mij zou zijn, zoals van mijn moeder en vrienden. Die stap heb ik gezet omdat ik als hybride instructeur kan gaan doen wat mij heel erg leuk lijkt: mensen mijn metaalkennis overbrengen. Ook ligt het mij om collega’s op de werkvloer bij Naeff kennis bij te brengen.” Ruud ontmoet op de opleiding ook andere hybride instructeurs: “Zoals een man die eerst 30 jaar op een vrachtwagen reed voor een supermarkt. Ook hij wilde iets anders op 50-jarige leeftijd.” Voor zijn opleiding tot hybride instructeur gaat Ruud ook nog stagelopen: “Misschien volgend jaar, als de opleiding is afgerond, kan ik aan de slag. De invulling daarvan ligt nog open.” Zzp’er én hybride instructeur Hans de Roo is zzp’er in de bouw onder de naam Timmerij Hardenberg: “Drie dagen werk ik als zelfstandige en twee dagen werk ik op het Bonhoeffer College in Enschede als hybride instructeur. Een vriend die daar werkt tipte mij en ik liep een keer mee bij BWI. Ik vond het direct leuk. Ik hoop het tekort aan docenten te helpen oplossen. Ook speelt mee dat het werk in de bouw zwaarder wordt naarmate je leeftijd toeneemt. Het werk in het onderwijs hoop ik langer te kunnen doen en ook is het salaris goed. Wel is het omgaan met vmbo-leerlingen voor mij een nieuwe wereld. Ze zijn bijzonder mondig. De insteek is dat je ze niet zozeer het vak zelf leert, maar de motivatie daarvoor meegeeft, zij een vervolgopleiding doen en ergens komen. Ik kan hen meegegeven hoe het écht in de dagelijkse praktijk werkt. Ook merk je dat ze respect hebben omdat ik een eigen bedrijf heb. De PDC-opleiding is pittig, met name door mijn ict-achterstand.” Technisch instructeur is echt een vák Marius Splinter, docent PDG aan hogeschool Windesheim: “Deze groep is groot genoeg om op het C.T. Stork College les te geven. De deelnemers van deze groep hebben een technische achtergrond, uiteraard pas ik mijn lessen daarop aan. Ik geef didactiek en pedagogiek die daarmee voor wat betreft de inhoud aansluit op de specifieke kenmerken die je kunt verwachten bij een leerling in het technisch onderwijs. Dus het aanleren hoe je leuke en interessante lessen maakt (didactiek) en hoe je de lessen goed afstemt op wat de leerling nodig heeft (pedagogiek). Deze groep is gemend voor wat betreft samenstelling. Dit geeft een wisselwerking en een verruiming van inzichten. Technisch instructeur zijn is echt een vak, je doet het er niet even bij. Het kost tijd om een goede instructeur te worden en je moet bereid zijn om daarin te investeren. Aan de andere kant: het levert je ook heel veel nieuwe inzichten en ervaringen op.” En voor de scholen van STO Twente betekent het dat ze veel kennis en ervaring uit het bedrijfsleven binnen de school halen. Een win-win. MENU

  • Barbara Smith nieuwe relatiebeheerder onderwijs en bedrijven Holten en Goor voor De Waerdenborch

    d2c5acac-0c80-4472-bb5d-e7eda26fef50 Barbara Smith nieuwe relatiebeheerder onderwijs en bedrijven Holten en Goor voor De Waerdenborch Barbara Smith is onlangs voor 0,4 aangesteld bij De Waerdenborch in de nieuwe functie van relatiebeheerder onderwijs en bedrijven. Wat betekent dit werk, onder andere voor STO Twente? Barbara heeft veel ervaring en is super enthousiast: “Door vmbo-leerlingen op jonge leeftijd al te koppelen aan technische bedrijven ontstaan er nauwe contacten die zich hopelijk ontwikkelen tot een duurzame samenwerking.” Je bent als relatiebeheerder onderwijs en bedrijven aangesteld voor De Waerdenborch Holten en Goor. Wat houdt deze functie in? “Ik maak het STO netwerk bekend binnen de regio Holten en Goor en fungeer als eerste aanspreekpunt en gezicht, zowel intern als extern. Met de introductie van deze rol wordt een ontwikkeling in gang gezet voor de komende jaren waarbij de relatiebeheerder onderwijs en bedrijfsleven, samen met docenten, bedrijven, opleidingsscholen en bedrijfsverenigingen, een netwerk van contacten opzet en onderhoudt. Ook sta ik in contact met docenten, bedrijven, opleidingsscholen en bedrijfsverenigingen. Ik leg onderlinge verbindingen en maak koppelingen. Daarnaast geef ik collega’s suggesties voor leren en ervaren buiten de school, dus ‘buiten naar binnen’ brengen én andersom. Denk aan gastsprekers, stagemarkt, excursies en meer. Ik woon in Holten en die lokale kennis helpt uiteraard ook. Daarbij is het fijn dat ik kan voortborduren op de goede externe contacten die De Waerdenborch in de laatste jaren al heeft opgebouwd. Goor is mij minder bekend en ik bezoek daar de bedrijvennetwerkevents om mensen te spreken en te leren kennen. Naast relatiebeheerder blijf ik nog een dag in de week verbonden aan ons Technolab in Goor. Dat is fijn, want dan ben ik ook nog tussen de leerlingen en collega’s en kan ik uit de eerste hand meemaken wat er speelt.” Wat is je achtergrond? “Na divers werk in het bedrijfsleven ben ik in 2013 bij Carmel College Salland begonnen. Een secretariële functie, met ook de mediatheek en de info-balie. Daar kwam ik in aanraking met leerlingen en heb ik een groot project gedaan waarmee ik met 17 leerlingen van het vmbo naar Thailand ben geweest. Samen hebben we een project op een school uitgevoerd waar kinderen met een beperking worden opgevangen. Acht maanden lang heb ik op de maandagmiddag met deze leerlingen alles voorbereid. Dit project is begonnen doordat ik zelf in de zomer van 2017 met mijn gezin vrijwilligerswerk had gedaan op deze school in Thailand. De omgang met leerlingen vond ik zo leuk, dat ik besloten heb mij om te laten scholen. Inmiddels was ik in Raalte ook als onderwijsassistent begonnen en vervolgens als instructeur bij D&P. Ik heb mijn instructeursdiploma gehaald en mijn Pedagogisch Didactisch Diploma. Afgelopen jaar heb ik op Windesheim de Post HBO opleiding Coördinator Wetenschap & Techniek gedaan. In maart 2024 ben ik hiervoor geslaagd. Sinds november 2022 heb ik de overstap gemaakt naar De Waerdenborch. Hier ben ik instructeur en beheerder van het Technolab in Goor. Ik ontdek hier veel nieuwe technische en innovatieve dingen en heb veel geleerd, en ben nog steeds niet uitgeleerd. Nu ben ik onder andere drone piloot en VR-Expert. Mijn werk in het Technolab is heel veelzijdig zoals contacten met basisscholen, workshops aan groep 7 en 8 geven, en collega’s enthousiasmeren.” Waarom sprak de functie van relatiebeheerder onderwijs en bedrijven je aan? “Verbinden, contacten leggen, ideeën uitwerken; daar word ik enthousiast van! Ik zie altijd kansen, en heb een creatief brein. Ook tijdens vakanties bezoek ik graag scholen om te kijken of we iets voor elkaar kunnen betekenen of een project samen kunnen doen. Daar word ik heel blij van, een paar maanden geleden had ik de projectleider STO van de Nederlandse Antillen (Elton Johnson) in Holten en Goor op bezoek. Vorig jaar, toen ik daar op vakantie was, heb ik contact gelegd met hem en het Technolab bezocht op Bonaire. Daar heb ik ervaren dat we ons allemaal, waar dan ook ter wereld, inzetten voor de leerling, welke middelen je dan ook hebt.” Je gaat breder werken dan alleen voor Sterk Techniekonderwijs Twente. Maar hoe gaat STO Twente van je werk profiteren? “Door samen te werken, het stimuleren en faciliteren van samenwerkingen tussen technische bedrijven en om ervoor te zorgen dat het technisch onderwijs goed aansluit op de behoeften van de arbeidsmarkt. Hoor ik extern interessante zaken voor onze techniekdocenten? Dan licht ik hen daar uiteraard over in.” Barbara merkt dat het bedrijfsleven in haar regio positief staat tegenover vmbo-leerlingen: “Komen onze vmbo-leerlingen in een bedrijf voor een snuffelstage of ontmoeten ze een gastspreker? Dan helpt dat enorm positief bij hun beeldvorming. Maar het werkt ook de andere kant op; tijdens een stage of een zaterdagbaantje leren de bedrijven ook onze leerlingen kennen, ook al zijn de mogelijkheden door hun leeftijd beperkt in het kader van veiligheid.” Kun je al iets zeggen over je eerste ervaringen? “Vanaf de voorjaarsvakantie ben ik gestart in deze nieuwe rol. Ik ben direct naar bijeenkomsten van ondernemersverenigingen gegaan, om mijzelf voor te stellen. Inmiddels is mijn agenda al goed gevuld met afspraken! Op dit moment ben ik bezig om de Bedrijvendag voor De Waerdenborch te organiseren. Collega’s gaan deze dag twee bedrijven in de regio bezoeken in Goor en Holten, waaronder techniekbedrijven, want die zijn in onze regio ruim vertegenwoordigd. Aan mij nu de taak bedrijven te vinden die meedoen. Ik ga op dit moment veel “de boer op” en er hebben zich al mooie bedrijven aangemeld. Hartstikke leuk en erg afwisselend. Iedere dag hoor en leer ik weer nieuwe dingen, ook wat Sterk Techniekonderwijs inhoudt. Ik ga meer de diepte in, maar weet ook dat ik nog veel moet en kan leren!” Waarom is het zo belangrijk dat het (technisch) vmbo samenwerkt met het (technisch) bedrijfsleven? “Uiteraard door het grote tekort in de technische sector is het belangrijk om leerlingen al op jonge leeftijd enthousiast te maken voor techniek. Door leerlingen op jonge leeftijd al te koppelen aan technische bedrijven ontstaan er nauwe contacten die zich hopelijk ontwikkelen tot een duurzame samenwerking.” Wilt u met Barbara overleggen over samenwerking? Neemt u dan gerust contact met haar op via b.smith@waerdenborch.nl . Haar werkdagen zijn maandag, dinsdag en donderdag. MENU

  • “Zelf leren lassen maakt dat je de materie ook veel beter op je leerlingen overbrengt”

    f7691ad7-46f9-4a57-a411-fc6a73484a95 “Zelf leren lassen maakt dat je de materie ook veel beter op je leerlingen overbrengt” Belangrijk onderdeel van het programma van STO Twente is dat docenten zich blijven professionaliseren. Zo blijven zij in staat de laatste technieken uit het bedrijfsleven aan hun vmbo-leerlingen te onderwijzen. Vanuit die gedachte volgden de PIE-docenten van C.T. Stork College een NIL-lascursus bij SMEOT. Arnold Prinsen is docent PIE aan het C.T. Stork College in Hengelo: “C.T. Stork College introduceerde het nieuwe keuzedeel lassen binnen het PIE-profiel. Om ook hier goed les in te kunnen geven, zijn mijn PIE-collega’s en ik opnieuw op cursus gegaan, want we zijn geen van alle lassers. Als we onze leerlingen hierin les willen geven, moeten we het uiteraard zelf ook kunnen én beoordelen of de leerlingen dit goed doen.” Verrijking van docentschap techniek Opleidingspartner SMEOT bracht uitkomst met een NIL-lascursus voor een erkend diploma van het Kenniscentrum voor Lastechniek in Nederland: “Vier docenten van C.T. Stork College, waaronder ik, volgen nu de NIL-lascursus.” In maart 2022 staan de examens gepland. Arnold vindt het overdag lesgeven én ’s avonds de lascursus volgen goed te combineren: “Het is druk en je maakt lange dagen, maar het is fantastisch om als docent zelf ook bij te leren en bij te blijven. Dit is echt een verrijking van je docentschap techniek. Daarnaast ervaar je zelf weer hoe het is om iets nieuws te leren, zoals je eigen leerlingen dat elke dag meemaken. Verder vind ik het sparren met de collega-docenten techniek na een cursusavond leerzaam. Het onderlinge enthousiasme is groot én je leert je collega’s ook op een andere manier kennen.” Goed nieuws: lassen met de laatste apparatuur Gelukkig is C.T. Stork College in het bezit van zes lasapparaten. Arnold: “De bestelling is gedaan voor vervangende apparatuur volgens de laatste technische normen. We werken daardoor binnenkort met de nieuwste lasapparatuur zoals die ook in het bedrijfsleven als norm geldt. De verwachting is dat de leerlingen nog dit schooljaar leren lassen op deze nieuwe apparatuur.” Tom Blaauwgeers, projectleider Sterk Techniekonderwijs regio Hengelo: “Een van de onderdelen van STO Hengelo betreft het door ontwikkelen van een beroepsgericht keuzevak. Hiervoor is de nieuwste apparatuur te koppelen aan het beroepsgerichte keuzevak Booglasprocessen. Tevens zullen er nieuwe opdrachten worden ontwikkeld om met deze nieuwe apparatuur te werken.” Altijd bij blijven leren Overigens laat Arnold het hier niet bij: “Techniek staat nooit stil, er is altijd iets bij te leren. De volgende cursus staat voor mij en mijn collega’s alweer voor de deur. Bijblijven is een must. Als er nieuwe technieken zijn, sta ik met mijn neus vooraan. Als je er zelf interesse in hebt, snijdt het mes aan twee kanten: je leert het zelf veel makkelijker én brengt het beter en enthousiaster over op je leerlingen.” MENU

  • Reggesteyn klaar voor de toekomst van automotive

    00566325-b75a-4149-8972-b829bdfc77c9 Reggesteyn klaar voor de toekomst van automotive Het profiel M&T neemt gestaag een prominentere rol in onder de vlag van STO Twente. Neem Reggesteyn uit de subregio Rijssen-Holten. De leerlingenaantallen voor M&T zijn hier substantieel én groeien. Momenteel telt M&T 37 leerlingen in het derde jaar en 26 in het vierde jaar. Een stevige voedingsbodem om met een gerust hart te investeren in een volledig vernieuwde moderne theorie- en praktijkruimte voor M&T, deels gefinancierd door STO Twente. Het enthousiaste docententeam, bestaande uit Daniëlle Hofsté, Danny Rouwenhorst en Barry Reekers, is ervan overtuigd: “Deze vernieuwingen zorgen voor aanzienlijk beter onderwijs.” Meer ruimte, veiligheid en gedisciplineerd werken Aan motivatie geen gebrek. Met z’n drieën hebben ze in de zomervakantie doorgewerkt om alles klaar te hebben voor het nieuwe schooljaar 2024-2025 zonder lesuitval. De vernieuwde praktijkruimte is vanaf dag 1 in gebruik en functioneert op het niveau van een professioneel ingericht garagebedrijf. Barry: “We hebben het vrijgekomen PIE lokaal bij het lokaal gevoegd waardoor de ruimte voor M&T verdriedubbeld is.” Danny: “Het lokaal is ruim en licht door de verbouwing met voldoende bewegingsvrijheid rondom de auto’s. Voorheen was dit namelijk onze grootste belemmering voor een veilige werkomgeving. Door de overzichtelijke inrichting met lange zichtlijnen kunnen we alle leerlingen tijdens hun werk zien en observeren. Mogelijk onveilige situaties spotten we nu direct.” Barry: “Alles is spik-en-span en dat houden we graag zo. Naast dat de leerlingen hier hun technische kennis kunnen verrijken met de laatste stand der techniek, leren ze ook schoon en gedisciplineerd te werken en samen op te ruimen. Want van troep komt troep. Die houding gaat hen later in het beroepenveld heel erg helpen.” Koppeling aan wat arbeidsmarkt vraagt De praktijkruimte bestaat uit een kern met 9 bruggen waarin alle eindtermen van Onderhoud, Reparatie en Diagnose kunnen worden uitgevoerd. Er omheen is het lokaal verdeeld in een Energiezone, Fietszone en een Practicum gedeelte. Eveneens is een nieuwe lascabine geplaatst. Neem de Fietszone, met natuurlijk ook aandacht voor elektrische fietsen. Barry: “De belangstelling daarvoor van leerlingen zien we steeds meer toenemen en uitstromen. Dan kunnen wij niet achterblijven en investeren mee.” Danny: “Nieuw is ook de volledige e-Up! waarmee we de leerlingen alles kunnen bijbrengen over elektrische voertuigen. Gekoppeld aan de lesmethodiek van Electude en een state-of-the-art verlichtingsbord, kunnen wij alles gesimuleerd veilig aanleren. Met enig geluk hebben we via het netwerk daar ook nog een hybride auto, de Prius Plug-in Hybride, aan toe kunnen voegen, zodat we het volledige aanbod aan elektrisch rijden kunnen nabootsen. In het leslokaal geef ik onder andere het nieuwe keuzevak Elektrische Voertuigen. Leerlingen leren daarnaast met drie nieuwe schakelborden alle stappen te herkennen én te doorlopen voor het werken met een elektrische auto.” Heldere visie Daniëlle: “Om een nieuwe praktijkomgeving voor leerlingen te bouwen moet je allereerst weten wat onze leerlingen nodig hebben om goed tot leren te kunnen komen. Helder hebben hoe het beste de transfer van theorie naar praktijk werkt in het hoofd van een tienerbrein. Duidelijk was dat we meer vierkante meters en leermiddelen nodig hadden. We zijn van vier naar maar liefst negen bruggen gegaan én meer auto’s. Eerder hadden we vijf leerlingen aan één auto werken en nu twee. Dat werkt en leert veel beter. Ook hebben we nu veel meer materiaal om de leerlingen te kunnen laten ontdekken en leren. Al met al leveren ons al deze aanpassingen didactisch veel betere lessen op. Volledig uitgewerkt Plan van Aanpak Daniëlle: “Drie jaar geleden hebben we met zijn drieën de bouwstenen beschreven in een volledig uitgewerkt Plan van Aanpak. Om onze visie duidelijk weer te geven, maar nog veel meer om de benodigdheden van een goed functionerend M&T lokaal weer te geven in tekst, maar ook zeer zeker beeld. Duidelijk voor directie om goed te kunnen beslissen; duidelijk voor (toekomstige) leerlingen. Maak al die nieuwe automotive technologie gewoon zíchtbaar, want dan snapt iedereen het en zien jonge mensen hoe ontzettend gaaf de techniek is.” Barry: “ En die verwondering van kinderen zie je terug in onze open dagen en voorlichtingen. Kinderen spreekt het direct aan en voor wie nog twijfelt, helpt deze praktijkruimte je overstag. Daar ben ik van overtuigd.” Ontdek de toekomst in de Energiezone Speciale vermelding verdient de aparte en toch open ruimte waarin de leerlingen alles kunnen ontdekken over de nieuwste vormen van zo duurzaam mogelijke motoraandrijving. De naam van deze zone? Heel toepasselijk: Energiezone. Vol trots laten Daniëlle, Barry en Danny een compleet zelf bedachte waterstofwand zien die fungeert als dynamische praatplaat. Daniëlle: “Onder andere waterstof wordt de toekomst in de automotive, maar hoe laat je zo’n abstract proces aan leerlingen zien? Na heel lang creatief brainstormen hebben we nu een unieke set up. Een grote getekende muurpresentatie, de waterstofwand, toont de leerlingen het complete proces van de opwekking van waterstof tot en met het tanken ervan in een station. Die muurpresentatie ziet er visueel niet alleen aantrekkelijk en leerzaam uit, maar nodigt leerlingen ook op speelse wijze uit om ín de waterstofwand luikjes te openen. Geschikt voor elk niveau, van praktijkonderwijs tot aan Technasium. Iedereen kan energietransitie zo begrijpen.” Als klap op de vuurpijl staat er in de Energiezone ook een echte mini-opwekkingsinstallatie van waterstof. Deze begint met een lichtbron en eindigt met een ventilator die duurzaam draait op waterstof. Danny: “We nemen de leerlingen mee in deze opstelling en doen doe-dingen waardoor de leerlingen zelf gaan ontdekken hoe het opwekkingsproces van a tot z verloopt.” Impuls voor verdere professionalsering docentschap Daniëlle, Danny en Barry benadrukken dat alle vernieuwingen ook veel met de professionalisering van hun docentschap doen: “Het is een optelsom van de uitstraling van hypermoderne leermiddelen én ons enthousiasme als M&T team. Het één kan niet zonder het ander. Door alle nieuwe technologie zijn ook wij als docenten super gemotiveerd om het beste van onszelf te geven. Wij vullen elkaar hierbij aan in talenten en kennis. Begrijpen elkaar in één oogopslag. Maar ook wij hebben trainingen nodig om bij te blijven, nieuwe toepassingen te zien en wet- en regelgevingen voor het vmbo te weten om het goed uit te kunnen leggen. Niet alleen voor de leerlingen, ook voor onze directie. Reggesteyn staat voor breed onderwijs. Daar zijn we erg blij mee, maar kunnen ook niet alles. Goed voorwerk, een duidelijk verhaal met een gezonde kostenberaming heeft geleid tot een duidelijk Plan van Aanpak. Reggesteyn heef daarin geïnvesteerd. Grotendeels uit eigen middelen, alsook STO Twente. Zonder STO Twente waren gewoonweg veel leermiddelen niet mogelijk geweest.” Bedrijfsmatige achtergrond helpt enorm Wat uiteraard ook helpt, is dat Daniëlle, Danny en Barry alle drie vanuit het perspectief en werkethos van het bedrijfsleven kijken: “Die praktijkkennis van wat het werkveld vraagt kunnen we nu koppelen aan de bijpassende moderne technologie.” Bijvoorbeeld Danny weet heel veel van alle nieuwe technologieën. Danny werkt ook voor het Technolab van Reggesteyn: “De basisschoolleerlingen die het Technolab bezoeken gaan we straks ook in onze vernieuwde praktijkruimte voor M&T ontvangen om hen vooral kennis te laten maken met onze Energiezone met daarin onder andere de waterstofwand.” Sinds september 2024 ondersteunt Adriaan van Dijk uit het Technolab de M&T docenten in hun nieuwe praktijkruimte. Daniëlle: “De leerlingenaantallen groeien dus zijn functie in onze praktijkruimte is verantwoord en nodig om veilig les te kunnen geven.” Officiële opening Op donderdag 6 februari werd de compleet vernieuwde praktijkruimte officieel geopend, met vooral ook veel genodigden uit de omliggende automotive en transportbedrijven. Danny: “Deze nieuwe praktijkruimte weerspiegelt ons visie op de meest ideale manier om les te geven binnen M&T.” Daniëlle: “Voorheen gingen wij met de leerlingen naar autobedrijven toe, ook voor stages. Nu willen we deze bedrijven ook naar onze school halen en om input vragen voor wat we nog zouden kunnen veranderen of verbeteren!” MENU

  • Vertrouwensbox legt lijntje tussen De Haarschool en De Waerdenborch

    e3bbbcdd-ba74-4d66-ae56-1ee108fee5d8 Vertrouwensbox legt lijntje tussen De Haarschool en De Waerdenborch Ook De Waerdenborch in Holten werkt hard aan het realiseren van een doorlopende leerlijn PO-VO. Een mooi voorbeeld? Leerlingen BWI uit leerjaar 3 timmerden op verzoek van basisschool de Haarschool een prachtige houten brievenbus, of beter gezegd: een vertrouwensbox. Een ruim bemeten box mét gleuf en sleutel. Bedoeld voor het veilig ontvangen en bewaren van waardevolle zaken. Drie leerlingen van de Haarschool uit Holten kwamen vervolgens langs om ‘m mooi te beschilderen naar eigen fantasie. Hoe concreet wil je de doorlopende leerlijn po-vo hebben? Gerwin van Dam was eerder engineer bij Van Dam Bouwcoördinatie en is sinds kort docent BWI bij De Waerdenborch: “Twee van de vier BWI-leerlingen die de box timmerden gaven aan de drie po-leerlingen uitleg over het hoe en waarom van de vertrouwensbox, inclusief uitleg over het slot. Ook hielpen zij de leerlingen op gang met schilderen.” Alles lag netjes bij BWI voor hen klaar, van verf en kwasten tot en met witte jassen om de eigen kleren netjes te houden. Uiteraard mochten de drie po-leerlingen, twee meisjes en een jongen, hun fantasie de vrije loop laten gaan. Ook enthousiaste BWI-leerlingen De makers van het werkstuk kijken zelf ook terug op een leuk project en zeiden: “Het maken ervan viel best wel mee. We hadden het moeilijker verwacht. Het lastigste was de voorkant van de vertrouwensbox: alles recht krijgen was heel leerzaam, zoals de gleuf en het slot. Ik vind het heel leuk bij BWI en ga er later graag in door, ook al weet ik nog niet echt in welke baan precies. Het was voor mij de eerste keer dat ik leerlingen van de basisschool op deze manier mocht begeleiden.” Ook de po-leerlingen zelf waren enthousiast: “Gaaf om dit op het vmbo te mogen doen!” Verrijkende ervaring Gerwin: “Ik ben nog niet zolang docent BWI op De Waerdenborch en dit soort samenwerkingen met een basisschool is nieuw voor mij. Uiteraard werkt De Waerdenborch, ook vanuit STO Twente, al langer samen met het basisonderwijs. Dit ervaar ik als een verrijking. De leerlingen vanuit het po maken kennis met het vo en ontdekken zelf wat hier allemaal mogelijk is door gewoon lekker aan de slag te gaan, samen met onze BWI-leerlingen. Deze samenwerking kwam heel concreet op gang toen de Haarschool aan De Waerdenborch vroeg of de BWI-leerlingen de door hen gewenste vertrouwensbox zouden kunnen maken. Onze leerlingen hebben zelf het ontwerp gemaakt, in 3D gezet, en vervolgens daadwerkelijk uitgevoerd met speciale verbindingen. Ook begeleiden zij de po-leerlingen, dat is voor hen een verrijkende ervaring. Als je iets zelf hebt gemaakt en aan een ander wilt uitleggen, zoals de vertrouwensbox, dan moet je het zelf goed kunnen snappen. Dat proces van denken en doen is heel leerzaam voor deze vier BWI-leerlingen!” De mooi beschilderde vertrouwensbox komt binnen in de Haarschool te staan, een fantastische co-productie tussen po en vo! MENU

  • Met Technoscope samen meten en weten

    a020d377-d8a9-4fa9-924e-e2e4a11c1857 Met Technoscope samen meten en weten Vanuit Techkwadraat Twente gaan veel scholen aan de slag met uiteenlopende activiteiten. Maar wat doen die activiteiten met de affiniteit van leerlingen voor technologie? Brengt het bij hen iets teweeg? Meten = weten, dus ontwikkelde Tim Post het instrument Technoscope: “Elke klas, school en schoolstichting ziet straks meteen wat haar inzet voor Techkwadraat Twente doet met de affiniteit van leerlingen voor technologie én waar hierin nog ruimte voor groei ligt.” Toetsen wat inzet oplevert Het hoofddoel van Techkwadraat is om technologieonderwijs voor álle kinderen in het funderend onderwijs toegankelijk te maken, door regionale samenwerkingen tussen scholen, bedrijven en andere organisaties te stimuleren om zo een nieuwe generatie technische talenten op te leiden. Tim Post is onderwijswetenschapper, lang werkzaam geweest aan de UT, geestelijk vader en projectleider van Kids4Twente en lid van de landelijke kennisgroep van Techkwadraat: “Een mooi doel van Techkwadraat en daar gaat terecht veel geld naartoe. Maar wat brengt al die inzet uiteindelijk teweeg bij leerlingen? Het is vreemd, maar betrouwbare toetsen om die vraag te beantwoorden, misten nog. Hoe weten we dan waartoe onze inspanningen moeten leiden, in hoeverre we daarin slagen en waar nog ruimte ligt voor verbetering?” Concreet leren van elkaar Dit gebrek aan wetenschappelijk gereedschap voor scholen liet Tim niet los: “Daarom ontwikkelde ik Technoscope: een praktische, digitale vragenlijst waarmee klassen de affiniteit van hun leerlingen (vanaf 9 jaar oud t/m VO) kunnen meten als het gaat om nieuwsgierig onderzoekend en ontwerpend leren.” Technoscope gaat antwoord geven op een fundamentele vraag. Tim: “Komen we bij leerlingen ‘binnen’ met onze activiteiten? Zien we hun hart sneller kloppen voor hun eigen rol in het technische Twente van morgen? En welke activiteiten en achtergrondkenmerken van scholen maken hierin het verschil bij leerlingen? Met Technoscope meten we voor scholen op korte en lange termijn wat hun inzet doet. Het gaat niet om wijzen naar elkaar, maar om leren van elkaar.” Tim is een groot voorstander van onderwijs dat met elkaar zelflerend wordt: “Met Technoscope kunnen we dat eindelijk helpen bereiken.” Voortschrijdend inzicht door jaarlijkse metingen Concreet is Technoscope een website waar klassen op inloggen en waar zij hun leerlingen een korte en eenvoudige vragenlijst laten invullen. Tim: “Vervolgens kunnen wij deze scores nagenoeg meteen teruggeven op het niveau van de klas, school, stichting, Twente en zelfs landelijk. Via een helder dashboard zijn de scores van de leerlingen in één oogopslag zichtbaar.” Technoscope gaat jaarlijks op de scholen meten gedurende de looptijd van Techkwadraat Twente. Dat is nu nog van 2025 t/m 2028, met een mogelijke verlening met vijf jaar. Tim: “Technoscope vertaalt de resultaten in praktijkgerichte rapportages. Niet alleen zien scholen wat hun inzet doet met hun leerlingen; ook kunnen zij de eventuele verschillen daarin elk jaar monitoren en daar actie op ondernemen, want de meetgegevens zijn historisch inzichtelijk.” Acties enten op metingen Technoscope levert profielen van je klas op waarmee je inzicht krijgt in hoe leerlingen denken over technologie. Tim: “Maar dat is nog maar het begin. Hoe doe je er vervolgens goed aan om met je klas, school of schoolstichting binnen Techkwadraat Twente juist die activiteiten te kiezen die op termijn het verschil gaan maken? Technoscope fungeert dus niet alleen als spiegel, maar ook als doelschijf. Je kunt met Technoscope samen resultaatgerichter bekijken welke inzet zinnig is. Een voortdurende afwisseling van meten én weten. Je hebt het dan over een systemische schoolontwikkeling, zelfs op regio breed niveau. Hopelijk fungeert Technoscope zodoende als een krachtige motor voor onderwijsvernieuwing in Twente.” Van en met elkaar leren Tim: “Zijn we met Technoscope een tijdje onderweg voor Techkwadraat Twente? Dan kan de desbetreffende leerkracht of docent, W&T-coördinator, schooldirectie en schoolstichting terugkijken naar eerdere scores en beoordelen of de gepleegde inspanningen leidden tot een positieve groei bij leerlingen als het gaat om hun waardering voor en interesse in technologie.” Ook zijn er analyses te maken tussen de klassen binnen een school om potentiële ontwikkelkracht binnen je school helder te krijgen, of zelfs tussen scholen, het laatste uiteraard geanonimiseerd. Tim: “We kunnen allerlei vergelijkingen maken en daaruit leren. Niet als competitieve wedstrijd, maar om ván en mét elkaar te leren om zo Twente breed sterker te worden! Ik nodig de scholen onder de vlag van Techkwadraat Twente uit Technoscope te omarmen als een stuk gereedschap om het goede te doen, en die data kan elke klas, school en stichting uiteraard op haar eigen manier inzetten.” Begin morgen al Het brede scala aan activiteiten van Techkwadraat Twente zou misschien de schijn kunnen wekken dat het stimuleren van leerlingen van externe activiteiten afhankelijk is. Tim: “Al dit aanbod heeft weinig zin zonder een inspirerende leraar of docent, zo blijkt uit onderzoek. Het stimuleren van leerlingen hoeft dus niet te wachten. Je kunt er morgen al mee beginnen, gewoon in je eigen lesgeven. De sleutel ligt in de manier waarop je een inspirerende klascultuur schept en leerlingen laat ontdekken dat technologie overal al in het curriculum verscholen zit. Of het nu gaat om een rekensom, een biologieles of een spreekbeurt – overal ligt de kans om leerlingen te laten zien dat dingen onderzoeken en maken leuk en waardevol is. Zoek het dus niet buiten je, maar vooral binnen je. Nieuwsgierige leraren maken nieuwsgierige leerlingen.” Meer weten? https://www.youtube.com/watch?v=lGNVJjN26Hc MENU

Zoek

bottom of page