410 resultaten gevonden
- STO subregio Almelo e.o. op bezoek bij opleidingscentrum Kampus in Rijssen
5b9c4c38-931f-447d-9924-478c6b6c4cef STO subregio Almelo e.o. op bezoek bij opleidingscentrum Kampus in Rijssen De STO subregio Almelo e.o. oriënteert zich graag breed, dus ook buiten het werkgebied. Zoals op woensdag 21 juni met een bezoek aan het gastvrije opleidingscentrum Kampus in Rijssen. Een uitgelezen moment om aansluitend ook te vergaderen over alle lopende en voorgenomen STO-zaken, in een door Kampus beschikbaar gestelde overlegruimte. Opleidingscentrum voor veelzijdig vakmanschap Rond de 15 STO-collega’s uit Almelo e.o. werden hartelijk ontvangen door Anniek van Buren. Zij is verantwoordelijk voor de marketing van REMO West-Twente, één van de partners van Kampus. Anniek verzorgde een veelzijdige rondleiding langs alle opleidingsdeelnemers in Kampus. Anniek: “Kampus is een opleidingscentrum in Rijssen voor verschillende vakopleidingen uit sectoren waarin veel vraag is naar talentvolle vakmensen, van bouw, installatietechniek en zorg tot en met retail. De opleidingspartners in Kampus zijn ROC van Twente, REMO, Bouwmensen en Zorggilde.” Daarnaast hebben de netwerkpartners van Kampus, onder meer in de transport en logistiek, infra en interieurbouw, een belangrijk aandeel in het nieuwe concept. Het viel de STO-collega’s op dat bij alle vakopleidingen de allerlaatste hoogwaardige apparatuur voor de leerlingen stond opgesteld. Anniek: “Dit is het resultaat van onze nauwe samenwerking met het bedrijfsleven.” STO Twente partner CSG Reggesteyn actief betrokken Ook STO Twente partner CSG Reggesteyn is actief betrokken om leerlingen uit de bovenbouw bij Kampus les te kunnen geven. Anniek: “Het doel van Kampus, met daarbinnen het Experience Center, is dat het ook vmbo-leerlingen motiveert om een beroep in de techniek te kiezen.” Niet voor niets is CSG Reggesteyn al in Kampus actief met de afdelingen BWI en PIE bij respectievelijk Bouwmensen en Remo. Sterker nog: het souterrain van REMO wordt momenteel volledig ingericht als volwaardig PIE-lokaal voor het voortgezet onderwijs. Na de herfstvakantie zal het deels in gebruik zijn voor de PIE-leerlingen van CSG Reggesteyn. Experience Center: alle vmbo-leerlingen uit Twente zijn welkom Hart van Kampus is het Experience Center. Dit wordt de innovatieve etalage voor nieuwe trends en ontwikkelingen in de bouw, de zorg, retail en techniek. Anniek: “Hier zal het bruisen van de energie, waar bedrijven zich presenteren en hun nieuwste innovaties lanceren. Jongeren en volwassenen kunnen in het Experience Center nieuwe skills ontdekken, hun talenten ontwikkelen en daar vervolgens verder mee aan de slag. Het Experience Center wordt ook een plek voor verbinding, ontmoeting en branche overstijgende samenwerking en zal openstaan voor leerlingen van het vmbo uit heel Twente.” Koninklijk bezoek! Koning Willem-Alexander bezocht woensdag 28 juni opleidingscentrum Kampus in Rijssen, samen met minister Bruins Slot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Een enorme eer met ook een groot aantal positieve reacties. Aansluitende vergadering Na de inspirerende rondleiding en een kop koffie gingen de bezoekers uit Almelo e.o. rond de tafel om een aantal STO-gerelateerde onderwerpen door te nemen. Zoals de inhoud en de jaarplanning van het succesvolle concept van school overstijgende keuzevakken en ook de plannen hiervoor in het schooljaar 2023 – 2024. Ook de overlegstructuur binnen STO Almelo e.o. kwam aan bod met enkele aanpassingen om dit nog meer gestructureerd en efficiënter aan te vliegen. Tot slot kwam ook de voortgang over de nieuw te ontwikkelen hybride app naar voren, waarover in het najaar meer te lezen is in de nieuwsbrief van STO Twente. Namen de STO subregio Almelo: “Kampus, bedankt!” MENU
- Dankzij Sterk Techniekonderwijs nieuwe technologie gepresenteerd tijdens Transportdag Rijssen
0cfff402-2e7c-4073-a795-37bb0dfd5868 Dankzij Sterk Techniekonderwijs nieuwe technologie gepresenteerd tijdens Transportdag Rijssen OT&L Rijssen-Holten (Opleidingscentrum Transport & Logistiek) organiseerde op zaterdag 14 mei de Transportdag 2022. Tijdens deze Transportdag presenteerden transportbedrijven uit Rijssen en omgeving hun bedrijf aan belangstellenden, ook aan jongeren. Daniëlle Hofsté greep de kans aan om haar nieuwste technologische onderwijsinnovaties te promoten, mogelijk gemaakt door Sterk Techniekonderwijs Twente (STO): “Onze focus bij de presentatie lag op de leerlingengroep van 10 – 17 jaar. We hebben wel 100 jonge bezoekers mogen ontvangen! Ook meisjes, want ik benadruk graag dat ook zij in de transportsector hele mooie functies kunnen vervullen.” Profiel M&T van belang voor STO Twente Daniëlle is docent Transport & Logistiek binnen het profiel Mobiliteit & Transport (M&T) aan CSG Reggesteyn: “Dit profiel valt onder het aandachtsveld van STO Twente. Mijn praktijklokaal heb ik bij OT&L, de organisator van de Transportdag 2022. Het mooiste praktijklokaal van Nederland, zeg ik altijd. Bij OT&L geef ik onze vmbo-leerlingen les en daarmee heb je al direct het idee achter de doorlopende leerlijn te pakken.” Presentatie heftrucksimulator Het praktijklokaal bij OT&L is door Daniëlle en haar leerlingen van CSG Reggesteyn extra netjes op orde gebracht voor de Transportdag: “Ook hebben ze creatief meegedacht met wat we de bezoekers zouden kunnen aanbieden. Wat zo mooi is, is dat ik inmiddels meerdere STO-projecten heb opgestart. Voor twee van die projecten waren net op tijd de materialen gearriveerd en konden we die aan de bezoekers van de Transportdag presenteren. Eén van die twee projecten is de aanschaf van een heftrucksimulator. In mijn praktijklokaal staan veel prachtige dummy materialen en transportmiddelen, maar mijn leerlingen van 14 tot 17 jaar mogen niet met alles aan de slag. Ze zijn nog te jong en hebben geen certificaat. Met de heftrucksimulator kan dat wel en krijgen ze daadwerkelijk feeling met het order picken. Deze simulator hebben we tijdens de Transportdag trots gepresenteerd aan de bezoekers, begeleid door een technicus van het bedrijf dat de heftrucksimulator levert.” Aanschaf robots Een tweede project dat is gerealiseerd dankzij STO Twente, is de aanschaf van robots. Daniëlle: “Een van de examenonderdelen is rit- en routeplanning. Leerlingen hebben daar geografisch moeite mee, merk ik. Dankzij robots maken we dat voor de leerlingen visueel veel toegankelijker. Ik ben gestart met Ozobots van Heutink. Met gekleurde stiften kunnen de leerlingen coderen en hun rit- en routeplanning maken. Daarmee zien we bij de leerlingen een enorme ontwikkeling. Eerst vinden ze het moeilijk en al snel zeggen ze: ik snap het!” Inmiddels heeft Daniëlle dankzij STO Twente een vervolgstap ingezet met een betere soort robots: de Rockies. Daniëlle: “Deze staan in het Technolab van CSG Reggesteyn. De leerlingen kunnen daarmee kartons optillen, die met 3D printers gemaakt zijn. Hiervoor zijn opdrachten geschreven met en door leerlingen. Dit kan gekoppeld worden aan stellingen en drones. Dat is weer mogelijk dankzij de technologie in ons Technolab. Met de robots en stellingen kunnen de leerlingen ook leren orderpicken. Zo grijpt alles in elkaar. Tijdens de Transportdag konden we de eerste opdrachten met een Rockie laten zien. Door deze innovaties zijn er steeds meer mogelijkheden om de toekomstige werkplek te simuleren en zijn de leerlingen nog beter voorbereid op het MBO.” Professionalisering dankzij STO Twente Daniëlle is enthousiast over STO Twente: “Dankzij dit programma kan ik mijn mooie vakgebied transport veel realistischer aan de leerling aanbieden. Ook heeft STO mij geholpen om weer een volgende stap in mijn eigen ontwikkeling te zetten. Zonder STO Twente had ik de technische creativiteit zoals we die voor de Transportdag hebben ingezet, niet zo professioneel kunnen etaleren.” MENU
- Aantal STO-instructeurs in Twente groeit dankzij PDC-certificaat
43089908-e016-4416-9274-de82b2b50863 Aantal STO-instructeurs in Twente groeit dankzij PDC-certificaat Met de inzet van instructeurs versterkt Sterk Techniekonderwijs Twente de kwaliteit van het technisch vmbo-onderwijs. Deze instructeurs komen oorspronkelijk uit het technisch bedrijfsleven, stappen (gedeeltelijk) over naar het onderwijs en begeleiden vmbo-leerlingen in het onderwijsproces. Ook nemen ze specifieke en waardevolle praktijkkennis mee voor de leerlingen en docenten. Wel is het belangrijk dat zij, naast hun technische kennis, beschikken over pedagogisch-didactische vaardigheden. En daar zorgt onze STO-partner Hogeschool Windesheim voor! Tijdens een feestelijke dag op 15 juni ontving een aantal instructeurs van het Twents Carmel College (TCC) Oldenzaal, het Bonhoeffer College Enschede en van SMEOT Hengelo hun felbegeerde PDC-certificaat. Betere pedagogische en onderwijsvaardigheden Kees van Someren is geregistreerd lerarenopleider, trainer/consultant en coördinator PDC Instructeurs aan Hogeschool Windesheim: “Door deze opleiding krijgen de instructeurs betere pedagogische en onderwijsvaardigheden. Hiermee verbetert hun kwaliteit in de klas. Specifiek voor STO Twente zijn het vooral mensen die uit de techniek afkomstig zijn en de overstap hebben gemaakt naar het onderwijs. Er was bij de PDC-certificering op 15 juni ook één hybride instructeur bij: Jelmer Vos. Hij houdt zijn baan in de techniek, maar heeft de afgelopen tijd een halve dag in de week meegeholpen op het TCC. Hij wil dat graag uitbreiden naar één dag in de week.” Veel aandacht voor lesopbouw Instructeurs zijn belangrijk voor techniekonderwijs op het vmbo, benadrukt Kees: “Zij hebben voor vmbo-leerlingen waardevolle praktijkervaring. Maar als je deze collega’s ineens voor een groep zet, dan weten ze niet direct wat ze doen moeten. Ze vallen terug op hun eigen vroegere leerervaringen. Wij besteden bijvoorbeeld veel aandacht aan lesopbouw. Elke les moet een doel hebben, met ook een zekere volgorde om de leersituatie zo optimaal mogelijk in te vullen.” Begeleid bij groepsdynamiek Ook klassenmanagement is een onderdeel waar technici in begeleid worden als zij uit het bedrijfsleven ineens in een klas staan. Kees: “Groepsdynamiek met pubers is erg belangrijk. Hierin moet je een aantal zaken af- en bijleren. Zo gebeurt het dat instructeurs bij het stellen van een vraag, zelf het antwoord geven om te tonen dat zij de kennis beheersen. Maar wij kiezen voor het zelfbedieningsmodel voor leerlingen met de methode van de vier B’s: vraag het eerst maar eens zelf aan je brein, kijk dan in je boek, informeer bij je buurman/buurvrouw en tot slot: informeer bij de baas. Instructeurs moeten een transitie maken waardoor zij zich bewust worden van hun eigen rol. Dat is het belangrijkste voor je PDC-certificering. De kernvraag is: wat helpt mij nu als instructeur om goede instructies te geven? Door het hele traject te doorlopen voor je PDC worden instructeurs vaak zelfverzekerder.” Impact op persoonlijke groei Kees ziet dat het niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk iets doet met de instructeurs als ze na hard werken, en vooral ook leren sámenwerken, het PDC-certificaat halen: “We hadden op woensdag 15 juni bij de uitreiking op het TCC Oldenzaal een show & share. De instructeurs vertelden wat zij vakinhoudelijk hadden gedaan tijdens de opleiding. En dat lieten ze trots zien met foto’s, toelichtingen en verhalen.” Hard werken en uiteindelijk blij Bij de vraag wat de opleiding hen bracht, zei één van de instructeurs: “Het was wennen aan de opdrachten. Verslagen maken en vakliteratuur lezen, dat is allemaal best lastig. Maar uiteindelijk heeft het ons heel veel geholpen om een betere instructeur te worden. We zijn ons bewuster van wat we doen, beter in staat om keuzes te maken en zowel didactisch-pedagogisch als persoon enorm gegroeid. We zijn blij dat we dit traject doorlopen hebben.” MENU
- Kennisbank | STO Twente
KENNIS BANK STO TWENTE MENU Professionaliseren met padlets! Welkom bij de Kennisbank van STO Twente. Via handige links naar onze padlets haal je in één keer heel veel inspiratie op. Blijf hier komen, want we breiden de padlets regelmatig uit. Delen mag! STO KENNISBANK PRIMAIR ONDERWIJS Het Primair Onderwijs is een belangrijke partner voor Sterk Techniekonderwijs Twente. Want jong interesse kweken is cruciaal, ook voor de doorlopende leerlijn po-vo. Ontdek de inspirerende voorbeelden nu zelf. Naar de padlets... LOOPBAANORIËNTATIE EN BEELDVORMING Het beroepenbeeld van leerlingen over wat er in de techniek mogelijk is, kan altijd beter. Loopbaanoriëntatie en beeldvorming vormen hieronder de pijlers. STO Twente brengt je graag op ideeën. Naar de padlets... CURRICULUM EN KEUZEVAKKEN Inbedding van alle innovaties vanuit STO Twente is belangrijk. Zoals uiteraard binnen het curriculum, maar ook in de vorm van keuzevakken. Laat je inspireren door de mogelijkheden. Naar de padlets... PADLETS
- Profiel meets Profiel: Twentebreed brainstormen met je vakcollega’s
183a4b0b-1ea7-4755-bf4f-b738864ae509 Profiel meets Profiel: Twentebreed brainstormen met je vakcollega’s STO Twente telt vijf subregio’s. Tijdens ‘Profiel meets Profiel’ op 24 november gingen de docenten uit deze vijf subregio’s per profiel/vak brainstormend rond de tafel. Het mes sneed aan twee kanten: nader kennismaken met je profielcollega’s buiten je eigen regio is altijd nuttig. En tegelijkertijd bood deze bijeenkomst op het C.T. Stork College een prima kans om met elkaar te brainstormen over de plannen en wensen voor STO Twente in de periode 2025 t/m 2028. Stevige opkomst 50 deelnemers namen deel, een stevige opkomst. Van alle profielen deden meerdere collega’s mee vanuit verschillende scholen. Die breedheid vanuit PIE, BWI, M&T, E&O, Z&W, HBR, Technolab/Technologie Onderbouw en Groen was al direct een goed voorteken voor deze inhoudelijke bijeenkomst. De bijeenkomst tekende zich door een goeie sfeer, échte aandacht voor elkaar én de wil om ook de tweede periode van STO Twente tot een succes te maken. Terug- én vooruitblikken Marieke Rinket, programma manager STO Twente, bedacht ‘Profiel meets Profiel. Zij gaf een inspirerende aftrap met de uitleg dat deze bijeenkomst kans bood om zowel terug als vooruit te blikken. Zij nodigde de deelnemers in groepjes per profiel uit om meerdere vragen kernachtig te beantwoorden. Terugkijkend op de eerste periode van STO Twente: welke STO-activiteiten lopen goed en waar ben je trots op? Wat verdient extra aandacht, moet bijgesteld worden of stoppen? Vooruitkijkend: wat zijn de wensen van de docenten voor STO 2025 t/m 2028? En ook: heb je nog opmerkingen en wensen voor de regio? Overigens, deze een week eerder ook al in groepsverband besproken tijdens de Kick-Off bijeenkomst Planvorming STO Twente 2025 t/m 2028 door de regio- en -projectleiders van STO Twente. Tijdens deze bijeenkomst stond de vraag centraal: welke doelstellingen zien we voor STO 2025 t/m 2028? Twee belangrijke aandachtspunten Marieke gaf de deelnemers aan de discussie nog twee extra aandachtspunten mee: “Als je apparatuur of machines wilt aanschaffen voor je profiel of vak, koppel die dan aan een didactische inhoud. Puur een aanschaf is te smal, laat zien hoe je de aanschaf in een leerrijke context plaatst.” Een ander aandachtspunt van Marieke ging over de tweede periode van STO Twente, die loopt van 2025 t/m 2028: “De subsidiegelden voor die periode zijn nog geen gelopen race op grond van wat we hebben bereikt in de periode 2020-2023, inclusief straks het tussenjaar 2024. Het Ministerie verwacht voor 2025 t/m 2028 zinvolle en onderbouwde plannen en stelt op grond daarvan de nieuwe subsidie vast.” Een wake up call die de deelnemers extra motiveerde om met goed doortimmerde ideeën te komen. Verbreding profielen Het Ministerie van OCW ziet voor de periode 2025 t/m 2028 graag een verbreding van de profielen die deelnemen aan Sterk Techniekonderwijs. Die oproep was de Twentse collega’s niet ontgaan. Vandaar dat we voor Profiel meets Profiel veel nieuwe collega’s mochten verwelkomen vanuit HBR, E&O, Groen en Z&W. Weliswaar zijn er binnen hun profiel nog geen of nauwelijks STO-activiteiten, en daarom was juist hun inbreng voor de komende periode van groot belang. Volop ideeën, suggesties en wensen Per profiel/vak gingen de docenten met elkaar in gesprek. Al snel schreven zij de speciaal daarvoor bestemde vellen vol met ideeën, suggesties en wensen, gegroepeerd rondom de bovengenoemde vragen. Tijdens de discussies werden er regelmatig vragen gesteld door de deelnemers over goed lopende initiatieven in andere STO subregio’s dan die van henzelf. Hoe werken die dan precies? Hoe kunnen zij die ook in hun subregio realiseren? Bijvoorbeeld het geslaagde initiatief van de subregio Almelo e.o. om alle keuzevakken van de deelnemende vmbo-scholen op woensdagmiddag te concentreren, mét leerlingenuitwisseling tussen de scholen bleek een lichtend voorbeeld. Ook ontdekten sommige subregio’s al pratend waarom andere subregio’s zo succesvol zijn in het laten aanhaken van het bedrijfsleven. (Geheim: stel een speciale bedrijvencontactfunctionaris aan). Inspiratievolle eindpresentaties De groepsdiscussies leverden inspiratievolle eindpresentaties op. Elke profielgroep gaf een presentatie, zo ook een speciaal groepje met daarin de vertegenwoordigers van Technologie onderbouw/Technolabs in Twente en een groepje met de projectleiders. In totaal acht keer bruiste het van de ideeën en suggesties evenals verbeterpunten. Onder aanvoering van de programmaleiding van STO Twente gaat we nu met alle input serieus aan de slag met als deadline het indienen van de subsidieaanvraag voor 2025-2028. Deze deadline ligt op oktober 2024. In de periode daarvoor zullen er nog meerdere momenten volgen waarbij bijvoorbeeld ook het regionale bedrijfsleven en het PO en MBO om input gevraagd zullen worden. MENU
- “Dankzij STO Twente kunnen we cruciale doelen realiseren”
bd61cd7a-4a8d-45da-bcbc-daf69cfea239 “Dankzij STO Twente kunnen we cruciale doelen realiseren” De STO subregio Rijssen-Holten draagt actief bij aan het realiseren van de doelen van STO Twente. We spraken daarover met Aart van ’t Veld, bestuurder van en eindverantwoordelijk voor CSG Reggesteyn. Ook is Aart lid van de Stuurgroep STO Twente: “Mijn aanbeveling voor de toekomst van STO Twente zou zijn, dat we ons met meer middelen concentreren op een minder aantal doelen.” Urgente doelen realiseren dankzij STO Twente Al vanaf de start van het STO-programma was het belang ervan voor Aart en zijn onderwijscollega’s evident: “We zijn een brede scholengemeenschap, van pro tot gymnasium, met daarbinnen een relatief grote technische vmbo-afdeling. We zagen en zien de nodige uitdagingen voor onze leerlingen in deze technische afdelingen. Enerzijds het dalend aantal leerlingen en anderzijds de urgentie om hen al op jonge leeftijd proberen te interesseren voor techniek en technologie. Dit op basis van een inspirerend en kwalitatief lesaanbod. Zonder extra inspanningen zou dat niet gelukt zijn, en met STO Twente kwamen die mogelijkheden in huis. Daarom waren we al vanaf het begin enthousiast over de mogelijkheden die STO Twente onze regio biedt.” Tussenstand STO Twente is inmiddels enige tijd onderweg. Durft Aart een tussenstand op te maken vanuit zijn regio? “Die tussenstand is wat mij betreft positief, met enkele kanttekeningen. Positief is dat we zowel Twente breed als in mijn eigen regio Rijssen-Nijverdal echt werk hebben gemaakt van de doorgaande leerlijnen. We hebben gericht ingezet op het al in het primair onderwijs onder de aandacht brengen van techniek en technologie. Zo bezoekt ook het primair onderwijs op onze uitnodiging ons Technolab in de vestiging in Rijssen. Een inspirerende plek om zowel leerlingen van onze eigen school als van basisscholen te laten ontdekken wat er allemaal met techniek en technologie mogelijk is.” Stimulerende rol van Kampus Eveneens noemt Aart het nieuwe initiatief Kampus in Rijssen: “Kampus wordt dé plek voor innovatief vakmanschap in West-Twente. Waar jong en oud hun talenten leren ontdekken én waar je alvast beroepen kunt ervaren. Ook Reggesteyn werkt hierin volop mee in de samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid voor de doorgaande leerlijn vmbo-mbo. Een mooi voorbeeld? Onze BWI-leerlingen hebben inmiddels les op Kampus in plaats van in ons eigen schoolgebouw. En onze PIE-leerlingen gaan volgend jaar ook naar Kampus toe.” Pas op voor de wet van de remmende voorsprong De STO subregio Rijssen-Holten onderhoudt vanuit het onderwijs van oudsher stevige banden met het regionale technische bedrijfsleven. Aart: “Dat zit verweven met onze sociaal-maatschappelijke structuur. Het technisch onderwijs hier is bijvoorbeeld heel goed aangehaakt bij de opleidingscentra van de ondernemers. En vergeet niet: het helpt heel goed als je plaatselijke overheid daar een stimulerende rol in speelt. Maar, als bestuurder is dit positieve gegeven voor mij ook altijd een soort winstwaarschuwing. Pas namelijk op voor de Wet van de remmende voorsprong; je denkt dat je het redelijk op orde hebt, maar er blijft altijd ruimte voorhanden om nieuwe winst te behalen.” Aanbeveling voor dubbele verbreding Het is cruciaal dat we nu alle inspanningen en resultaten voor de komende jaren gaan verduurzamen, benadrukt Aart: “Dan is het goed als je probeert weg te komen bij het projectmatige karakter van STO Twente en structureel gaat leren denken en doen over deze materie. Vanuit mijn persoonlijke visie betekent verduurzamen ook inzetten op technologie en niet alleen op techniek. Daarbij aandacht houdend voor de technische doelen in het vmbo en tegelijkertijd kijkend naar andersoortige profielen. Ik pleit ervoor dat STO vanuit haar brede programma ook verder investeert, zoals de door ons gewenste investering in het Technasium. De subsidieverstrekker ziet dat anders, terwijl ik het juist toejuich om techniek en technologie breed onder de aandacht van jongeren te brengen. Kortom, ik pleit voor een dubbele verbreding van STO Twente: ruimer dan alleen de technische profielen en ook voor andere schoolrichtingen dan alleen vmbo.” Lokaal leerpunt Aart gaf al aan: de tussenstand van STO Twente ziet hij als positief-kritisch. Maar waar zit wat hem betreft dan het kritische element? “Dan noem ik een leerpunt voor de STO-subregio Rijssen-Holten zelf. In onze school, subregio en Twente breed zijn we allemaal heel enthousiast gestart met heel veel projecten. En dat is begrijpelijk. Maar minder is meer. Het gevaar is dat je door de brede verdeling van de uiteindelijk beperkte capaciteit versnippering in de hand werkt. Ik denk dat we de komende jaren het aantal doelen en projecten beter kunnen verminderen en daardoor aan nog meer kracht winnen.” MENU
- PIE- EN BWI-leerlingen TCC dag lang aan de slag in technisch mbo-onderwijs
1bed238f-557b-4412-8c1c-825c786e50df PIE- EN BWI-leerlingen TCC dag lang aan de slag in technisch mbo-onderwijs Sterk Techniekonderwijs focust op de samenwerking tussen vmbo en technische vervolgopleidingen. Concreet: vmbo-leerlingen volgen een gedeelte van hun keuzevak op een mbo-opleiding. Twents Carmel College (TCC) aan de Potskampstraat geeft hier veelzijdig invulling aan. Zoals op donderdag 11 januari met een onderwijsprogramma voor haar BWI- en PIE-leerlingen uit jaar vier bij zowel Techniekhuis Twente als SMEOT. De insteek? Niet alleen kijken en instructie krijgen, maar daadwerkelijk aan de slag gaan. Van leren behangen tot en met het leren programmeren van een CNC-machine. Bijzonder was dat mbo-leerlingen van zowel Techniekhuis als SMEOT de vmbo-leerlingen hielpen bij hun opdrachten. In Techniekhuis Twente werden de per bus gearriveerde leerlingen enthousiast ontvangen en toegesproken door Berthold Tijhuis, coördinator bij Schildersvakopleiding Hengelo. Vervolgens verdeelden alle BWI- en PIE-leerlingen zich in groepjes voor het onderwijsprogramma van hun keuze. Leonie Geels is sinds mei 2023 decaan bij TCC: “Techniekhuis Twente verwelkomde onze leerlingen die momenteel het BWI- of PIE-profiel volgen, zowel KBL- als BBL-leerlingen. Ik was hier als decaan concreet bij aanwezig omdat ik de meerwaarde hiervan zie. Ook wil ik onderzoeken of deze opzet ook inzetbaar is voor andere profielen. Onze andere profielen Economie & Ondernemen, Groen, Zorg & Welzijn, Horeca, Bakkerij en Recreatie en Mobiliteit & Transport krijgen namelijk ook steeds meer met techniek te maken.” Vervolgopleidingen laten ervaren Annelie Haarhuis is docent BWI aan TCC, zij was medeorganisator. Zij merkt dat leerlingen zich tegenwoordig niet meer zo snel oriënteren op een mbo-vervolgopleiding: “Dat tij willen we keren door de leerlingen zoveel mogelijk zelf te laten ervaren wat de vervolgopleidingen te bieden hebben. Dat lukt het beste door hen zowel bij SMEOT als in het Techniekhuis concreet aan de slag te laten gaan met opdrachten.” Uiteraard hebben Annelie en haar collega’s de leerlingen begeleid in hun inhoudelijke keuze voor de invulling van deze onderwijsdag: “We wogen de keuzedelen mee, keken naar hun stage én hun voornemen om al of niet naar een vervolgopleiding in de bouw, metaal of installatie- en elektrotechniek te gaan.” Verbreding, verdieping en specialisatie Op 11 januari kregen deze leerlingen per keuzedeel een stukje verbreding, verdieping of specialisatie aangeboden. Annelie: “Een groepje PIE-leerlingen ging voor hun keuzevak elektro- en installatietechniek in Techniekhuis Twente aan de slag bij Opleidingsbedrijf Installatiewerk (IW). De BWI-leerlingen werden in twee groepen ingedeeld. De leerlingen ruwbouw hebben bij Bouwschool Twente een dagdeel uitleg gehad bij het onderdeel tegelzetten, en een dagdeel uitleg gehad bij het maken van een dakkapel. De leerlingen afbouw leerden in de ochtend in het kader van afbouw behangen en in de middag meubel maken en interieuradvies.” Blij met stukje specialisatie Deze leerlingen BWI hebben bij Annelie in de les onderhoud schilderen gehad, van hout- en steenachtige ondergronden. Annelie: “De basis voor schilderen ligt er dus. Maar ik heb nog nooit een module behangen aangeboden. Dat stukje specialisatie binnen hun keuzedeel kon ik gelukkig voor hen bij de Schildersvakopleiding van Techniekhuis Twente invullen. Vooral voor het middagprogramma ben ik heel blij dat de delen meubel maken en interieuradvies meededen met deze dag, want we hebben veel leerlingen die in deze richting willen doorstromen.” Voortbouwen Annelie: “In het kader van ruwbouw gingen de leerlingen bij Bouwschool Twente aan de slag met een dakkapel timmeren en een vloer betegelen. Kortom, in groepjes hadden ze een ochtend- en middagprogramma en, na het lunchpakket in de kantine, een wisseling.” Voor afbouw had zich een mix van zeven jongens en zeven meisjes gemeld, bij ruwbouw gingen 16 leerlingen aan de slag.” Annelie: “Het timmeren van een hellend dak hebben we gedaan op school. Bij Techniekhuis kregen ze hier uitleg over hoe je een dakkapel maakt voor een hellend dak. Of neem metselen: dat kunnen ze al vanuit school, maar tegelzetten hebben we nog nooit gedaan. Kortom, we doen hier wat we op school niet kunnen aanbieden, maar wel vanuit een stukje herkenning en overlap, voortbouwend op wat we de leerlingen al vanuit het vmbo hebben geleerd.” Ook mbo-leerlingen betrokken bij begeleiding Berthold Tijhuis coördinator/instructeur bij Schildersvakopleiding Hengelo, gevestigd in Techniekhuis Twente: “We hebben een druk programma voor onze mbo-leerlingen, toch maken we met veel plezier tijd en capaciteit vrij voor deze vmbo-leerlingen. We kunnen deze jongens én meisjes niet vroeg genoeg kennis laten maken met techniek zoals met het onderdeel behangen van de schildersvakopleiding. Over meisjes gesproken: het is niet extra moeilijk om hen voor deze opleiding te interesseren. Op dit moment hebben we zelfs acht meisjes in de opleiding. Bijzonder is dat ik onze mbo-leerlingen liet meedraaien in het begeleiden van de leerlingen van TCC. Daarmee slaan we twee vliegen in één klap: onze leerlingen vervullen een opdracht specifiek voor leerlingbegeleiding én zij hebben alle gelegenheid om vmbo-leerlingen ook enthousiast te maken voor deze opleiding. In Twente kun je met de Schildersvakopleiding overal aan het werk, voor particulieren en nieuwbouw tot en met onderhoud. En voor de duur van de opleiding geven we een werkgarantie af. Sterker nog, tussen de 95% en 100% van de leerlingen krijgt een contract bij het bedrijf waar zij de mbo-opleiding op basis van BBL heeft gevolgd.” Bijzonder: op 11 januari kwam Annelie een oud-leerling tegen bij Techniekhuis Twente. Deze vertelt over zijn opleiding en motivatie: “Ik zat hiervoor op het vmbo op TCC en Annelie was één van mijn docenten bij BWI. Ik volgde het profiel BWI, ben inmiddels 18 jaar, en volg nu de timmermansopleiding bij Techniekhuis Twente. Momenteel zit ik in het tweede jaar van de BBL-opleiding; vier dagen werken en een dag naar school. Het is heel leuk om de huidige vmbo-leerlingen van TCC hier aan de slag te zien. Zelf wilde ik altijd iets met mijn handen doen en ik hoop dat zij daar ook voor kiezen voor hun vervolgopleiding. Als je slim nadenkt en goed bent met je handen is er altijd werk.” SMEOT: aan de gang met mechatronica en metaaltechniek Zoals gezegd gingen er op 11 januari ook leerlingen bij SMEOT aan de slag, begeleid door Jos van Helden, hun docent PIE: “Ik ken SMEOT inmiddels goed en kom hier graag met de leerlingen. Het is belangrijk dat zij SMEOT leren kennen voor hun vervolgopleiding. 12 leerlingen PIE kregen na de inleiding door Hans Fokke een rondleiding.” Na de pauze gingen zes leerlingen concreet aan de slag met mechatronica en de andere zes met CNC verspanen. Jos: “SMEOT biedt apparatuur en inzichten van de instructeurs die wij op school niet kunnen aanbieden. Deze instructeurs zijn voor het merendeel specialisten uit het bedrijfsleven. Deze lesdag valt onder hun keuzevak en telt hiervoor ook mee.” Goed nieuws: SMEOT heeft in januari uitgebreid met drie extra lasboxen in haar Skills Center. Hans Fokke, coördinator vmbo/mbo onderwijs SMEOT: “Die zetten we vooral in voor de vmbo-leerlingen die we vanuit STO op bezoek krijgen. We ontvangen steeds meer aanvragen voor grotere groepen om te lassen, zoals bijvoorbeeld van C.T. Stork College, en die kunnen we vanaf eind januari hier prima ontvangen.” MENU
- Technolab: aan de slag met VO én PO
26ece349-d06e-445b-bdf1-7b00253d4a13 Technolab: aan de slag met VO én PO CSG Reggesteyn Rijssen beschikt sinds kort over een Technolab. Deze inspirerende ruimte mag zich het tweede Makeblock Innovation Space in Nederland noemen. Het Technolab biedt wetenschappelijke en technische onderwijsleermiddelen waarmee VO- én PO-leerlingen aan de slag kunnen en is mogelijk gemaakt door subsidie van Sterk Techniek Onderwijs Twente. Maarten Scholten, projectleider Sterk Techniek Onderwijs is trots op de komst van het Technolab waar leerlingen in aanraking komen met nieuwe moderne technologieën. Op deze manier willen ze leerlingen een goed beeld van techniek en technologie geven. “Het doel van Sterk Techniek Onderwijs Twente is om techniek beter op de kaart te zetten. Het TechnoLab is een van de middelen die we hiervoor inzetten. Uiteindelijk hopen we dat dit bijdraagt aan meer leerlingen die kiezen voor een technische opleiding en beroep”, aldus Maarten.Ook PO profiteert Deze ruimte, met al haar innovaties, moderne leermiddelen en de kennis van de docenten, is niet alleen voor de leerlingen op CSG Reggesteyn beschikbaar. “Ook de basisscholen in de regio zijn welkom. Sterker nog: de eerste basisscholen staan al in de startblokken om aan het werk te gaan in ons TechnoLab”, vertelt Maarten Scholten. “Daarnaast lenen we bijna alle leermiddelen ook uit aan het basisonderwijs, zodat ze op die manier in alle groepen hier mee kunnen werken.”Onderzoekend & Ontwerpend Leren Het TechnoLab maakt gebruik van de werkvorm “Onderzoekend & Ontwerpend Leren” (OOL). Dit stimuleert leerlingen om creatief, analytisch en oplossingsgericht te denken. Daarnaast staan de “7 werelden van techniek” centraal. Die laten zien dat alles om ons heen verbonden is met techniek. Van zorg en voeding tot wereldhandel en duurzaamheid. Maarten: “Leerlingen krijgen hierdoor een beter beeld van waar techniek allemaal van invloed op is. Daardoor weten zij beter welke baan- en opleidingsmogelijkheden er zijn op technisch gebied, passend bij hun interesses.”Nieuwste technieken onder handbereik “Het TechnoLab beschikt over de ruimtes Inspire, Create en Make die zijn ingericht met de nieuwste technieken waar leerlingen aan de slag kunnen met uitdagende projecten en vraagstukken. Hierbij maken ze gebruik van mechatronica, drones, virtual reality, augmented reality, lasersnijders en de meest geavanceerde 3D-printers, die kunnen printen met koper en carbon.”Docenten delen kennis Daarnaast krijgen de docenten via deze samenwerking toegang tot het “Future Classroom Lab programma” van European Schoolnet. Via deze Future Classroom kunnen Rijssense docenten hun kennis met betrekking tot modern en technologisch onderwijs delen met collega’s binnen Europa. MENU
- Leerlingen PIE bij Witte van Moort gastvrij aan de slag met lascobot
5e9163e8-b0e9-4f26-9adf-fe4670ed73e9 Leerlingen PIE bij Witte van Moort gastvrij aan de slag met lascobot CSG Het Noordik Vroomshoop is voor haar technische vmbo-leerlingen actief met bedrijfsbezoeken, zoals ook op maandag 12 juni bij Witte van Moort (WvM). Dit familiebedrijf in Vriezenveen is wereldwijd bekend om haar geautomatiseerde plaatbewerking. Ruimhartig zette WvM haar poorten open voor 12 gemotiveerde studenten PIE uit leerjaar 3, onder leiding van Eric Raanhuis, hun docent PIE. Het hoogtepunt was het zelf mogen bedienen van een lascobot. Eric: “Cobot-techniek kunnen wij op school niet aanbieden, maar bij WvM gelukkig wel. Belangrijk, want nu ontdekken de leerlingen de nieuwste technologie die zij later in hun werk tegen zouden kunnen komen.” Complexe vormdelen en lassamenstellingen Voor toonaangevende internationale klanten ontwerpt en produceert Witte van Moort hoogwaardige persdelen en lassamenstellingen van plaatstaal. De processen die hierbij zijn betrokken, zijn o.a. dieptrekken, lasersnijden, lassen en oppervlaktebehandeling. Centraal staan het innovatieve machinepark en goed opgeleid personeel. De betrokkenheid bij de nieuwe generatie technici is groot, dus is ook CSG Het Noordik meer dan welkom. WvM nam in februari 2023 dan ook enthousiast deel aan Techniek Tastbaar op het Alma College in Almelo. Goed getimed: eerst een bedrijfspresentatie op school Om goed beslagen ten ijs te komen, heeft WVM de week voor het feitelijke bedrijfsbezoek op 12 juni, een bedrijfspresentatie gegeven voor de leerlingen van het Noordik Vroomshoop. Deze werd verzorgd door Daniel Brouwer, afdelingsleider Technische Dienst & Gereedschapmakerij en zijn collega Jacco Eshuis, afdelingsleider Plaatwerkerij. Deze bedrijfspresentatie vooraf op school, in plaats van tijdens het bedrijfsbezoek zelf, bleek een slimme en bewuste zet. Daardoor kwamen de leerlingen al goed geïnformeerd naar WvM én was er tijdens het bezoek aan WvM veel meer tijd voor een mooie rondleiding en het échte werk met de lascobot. Rondleiding De hartelijke ontvangst ging gepaard met een heldere veiligheidsinstructie. Daarna gingen de 12 leerlingen, verdeeld over twee groepen van zes, onder begeleiding van Daniel en Jacco de fabriek in voor een rondleiding. Jacco: “We maken hier graag tijd voor vrij, want wij vinden het belangrijk om ook de leerlingen van het vmbo zoveel mogelijk te interesseren voor techniek. In ons bedrijf zullen ze toch meer in werking zien dan op school en we hopen hen in de toekomst misschien te mogen verwelkomen als collega’s. Dat begint toch met dit soort praktische bedrijfsbezoeken. We bouwen steeds betere banden op met de scholen in de omgeving zoals nu met CSG Het Noordik Vroomshoop. Leerlingen van het Noordik Almelo en Noordik Vriezenveen hebben ons al eerder bezocht, evenals het Alma College.” Jeanine van Egten is HR functionaris bij WvM: “In ons bedrijf hebben we veel mbo-functies in de techniek en elke mbo’er in de techniek is ooit op het vmbo begonnen! Ook bieden we graag ruimte aan vrouwelijke medewerkers in de techniek. Op de afdeling Lakkerij werken nu drie dames. Vorig jaar heeft op de afdeling Plaatwerkerij een vrouwelijke student stage gelopen, dat beviel van beide kanten erg goed." Indrukwekkend Alle processen kwamen tijdens de rondleiding aan bod en wat opviel was de extreem hoge mate van automatisering van de processen voor plaatbewerking, vooral in de vorm van robots. De programmeurs die deze robots bedienen, worden daar intern voor opgeleid en hebben mbo-niveau. Er is heel veel kennis in huis en de serieproductie loopt 24/7 door. Om die productie maximaal gaande te houden, voert een eigen Technische Dienst alle reparaties uit. Dit voorkomt tijdverlies door uitbesteding. De rondleiding was indrukwekkend, vooral de meetrobot die in no-time ontelbaar veel foto’s maakt om de eindproducten te controleren. Ook tot de verbeelding spraken alle metaalbewerkingen die nodig zijn voor het produceren van onderdelen van heftrucks inclusief het op kleur poedercoaten. Op de Perserij werd er door de leerlingen zelf, deels met ouderwetse spierkracht, een metalen telefoonhouder geperst. Aan de slag met de lascobot Na de uitgebreide rondleiding gingen de leerlingen, nog steeds verdeeld over twee groepen, aan de slag met een echte lascobot. Uiteraard onder deskundige en veilige leiding! Een lascobot is in feite een compacte lasrobot en zeer geschikt voor eenvoudige repetitieve toepassingen. De leerlingen leerden hoe ze de lascobot zelf konden programmeren voor een geautomatiseerd stukje laswerk. Vervolgens voerden zij, ieder voor zich, het leggen van de las uit met de cobot. Een compleet nieuwe ervaring die strookt met de werkwerkelijkheid in de metaalsector waarin de lascobot steeds meer oprukt. Deze biedt interessant werk, want elke lascobot moet altijd nog geprogrammeerd worden door een operator, een mooie en uitdagende mbo-functie in de techniek. Witte van Moort…bedankt! Nadat het werk aan de lascobot erop zat, was er ruimte voor een praatje en een drankje. Vervolgens verzamelden alle leerlingen zich op het bedrijfsbordes voor een mooie groepsfoto. Wat ook niet onvermeld mag blijven is de royale goodiebag die alle leerlingen meekregen met daarin interessante technologische gadgets. Alle gastvrije medewerkers van WvM… Bedankt! www.wvm.nl MENU
- De STO-scholen aan de Wethouder Beversstraat vinden elkaar nu op de overeenkomsten en niet op de verschillen
9450e997-1731-4118-ac4a-1ffb154ef84b De STO-scholen aan de Wethouder Beversstraat vinden elkaar nu op de overeenkomsten en niet op de verschillen De STO subregio Enschede aan de Wethouder Beversstraat telt twee deelnemende vmbo-scholen: het Bonhoeffer College en Het Stedelijk Alpha. Steeds vaker werken beide scholen constructief samen op de centrale uitdaging: STO Twente. Bestuurders Greetje Sulimma en Manon Ketz: “Het gezamenlijk inzicht ontstond dat de maatschappelijke opgave vanuit STO Twente groter is dan onze individuele belangen. De boodschap om met elkaar praktisch aan de slag te gaan is heel goed geland en op activiteitenniveau komt dit nu toe bloei.” STO Twente: een behoorlijk statement Greetje Sulimma is voorzitter centrale directie van Bonhoeffer College in Enschede, opvolger van Genio Ruessen. Manon Ketz is voorzitter College van Bestuur van Het Stedelijk. Eveneens is Manon lid van de Stuurgroep van STO Twente. Manon: “STO Twente is inmiddels een brede beweging in de regio. De Twentse samenwerking betekende een behoorlijk statement van alle aangesloten besturen. Tegelijkertijd gaven we onszelf daarmee een grote opgave: samen optrekken in de brede regio Twente én tot concrete resultaten komen in de vijf subregio’s, in ons geval Enschede.” Ruimte voor specifieke lokale context Inmiddels is STO Twente in veel echelons goed op weg, stelt Manon vast: “En dat over de hele breedte; van de Stuurgroep tot en met de feitelijke subregio’s. Het mooie is dat de initiatieven in de vijf subregio’s allemaal dezelfde rode draad volgen, en tegelijkertijd in hun eigen specifieke lokale context passen. Specifiek voor het Bonhoeffer en Het Stedelijk hebben we in recente jaren geleerd welke stappen je samen moet zetten om daar verder in te komen. Dé kracht van STO Twente is dat we koersen op de richtinggevende aansturing vanuit STO landelijk en regionaal en dat er tegelijkertijd ruimte is om STO ín de scholen te ontwikkelen. Dit doen we letterlijk met de docenten en bedrijven die hier concreet handen en voeten aan geven. Ook kunnen we op lokaal niveau beoordelen wat bepaalde leerlingen en een specifieke lokale setting nodig hebben. Dit is bedoeld om zowel leerlingen met nieuwe technologieën te bereiken, alsook hun docenten daarin te inspireren. Daarin zijn we inmiddels veel verder dan vier jaar geleden.” Doel van STO Greetje Sulimma trad 2,5 jaar geleden aan bij het bestuur van Bonhoeffer College: “Ik kwam uit de regio Coevorden. Ook daar speelde STO al. Hoe ik naar STO kijk? Dé wezenlijke kernvraag voor STO in mijn ogen is niet ván wie het is, maar vóór wie het is en waarvoor we dit allemaal doen. Die praktische focus op vooral de leerlingen en de resultaten die we met hen willen bereiken, is voor mij essentieel.” Belangrijk kantelpunt Het Bonhoeffer en Het Stedelijk hebben elkaar wel moeten vinden in de samenwerking vanuit STO Twente, geven Greetje en Manon aan. Een beweging die overigens meer vmbo-scholen in Nederland onder de paraplu van STO herkennen. Manon: “De vertrekkende bestuurder Genio Ruessen was de voorganger van Greetje als voorzitter centrale directie van Bonhoeffer College. Genio en ik zijn rond de tafel gegaan met de directeuren van beide locaties. Ook hielden we sessies met teamleiders over hoe we STO in de subregio Enschede konden vormgeven. In deze overleggen ging het eerst vooral over de verschillen tussen beide scholen, zoals tussen curricula en cultuur, ook nog te midden van dalende leerlingenaantallen. Vanuit de STO-opgave die er lag, zagen we al snel in dat het niet hielp om elkaar te blijven zien vanuit de verschillen. Het gezamenlijke inzicht ontstond dat de maatschappelijke opgave vanuit STO Twente groter is dan onze individuele belangen. Om precies te zijn: de oriëntatie op techniek en het perspectief op werk. Dat kantelpunt kwam doordat we het hebben omgedraaid: van kijken naar verschillen naar het zoeken van overeenkomsten.” Dé basis: een elkaar versterkend pedagogisch klimaat In een aantal stappen zijn Genio en Manon vervolgens voor de troepen gaan staan. Manon: “Van schoolbestuurders, directeuren en teamleiders hebben we allemaal hetzelfde gevraagd. Feitelijk had die nieuwe manier van denken nog niets met STO te maken, maar was wel een essentiële voorwaarde om goed en constructief met STO aan de slag te gaan. De kern? We hebben baat bij een op elkaar aansluitend pedagogisch klimaat in beide scholen. Het helpt niet als regels per school verschillen en we leerlingen duiden als ‘van deze of de andere school’.” Meer samenwerken in de profielen Manon: “Toen die pedagogische basis er lag, hebben we gevraagd: okay, hoe kunnen we vervolgens meer gaan samenwerken in de profielen? Een spannende discussie voor de betrokkenen, en dat begrepen wij.” Greetje: “Opnieuw hebben we gezegd: het gaat niet om de organisatie, maar uiteindelijk om de leerlingen in Enschede. Zij hebben een brede oriëntatie op techniek nodig in de onderbouw. Vervolgens zijn we samen opgetrokken in hoe we dit gaan voortzetten in de bovenbouw. Daar zijn de directeuren en teamleiders heel positief op ingestoken en hebben daar echt werk van gemaakt.” Werken aan één STO team Vervolgens hebben beide scholen de stap gezet om voor STO één team samen te stellen. Manon: “Opnieuw was dit een spannende fase. De vragen die dit opriep hebben we beantwoord door te stellen dat er binnen STO niet alleen op bestuurlijk niveau, maar ook op docentenniveau moet worden samengewerkt. Ter ondersteuning vragen we de directeuren en teamleiders regelmatig hoe het gaat met STO. Op basis van hun feedback hebben wij als bestuurders de taak om dit aan de achterkant voor de werkvloer goed te regelen en te borgen. Hierin is in de afgelopen vier jaar veel bereikt.” Operationele verwachtingen zijn helder Manon en Greetje kijken positief terug op de resultaten van deze kanteling: “De laatste paar jaar zijn hierin stappen gezet om met elkaar tot veel meer samenwerking te komen. Ook tastbaar voor alle betrokkenen die niet aan de vergadertafel zaten voor deze beoogde omwenteling. De boodschap om met elkaar praktisch aan de slag te gaan, is goed geland. Op activiteitenniveau komt dit nu toe bloei. We hebben daarmee operationeel gemaakt wat er ten aanzien van de leerlingen verwacht wordt.” Wat ook enorm helpt, geven Manon en Greetje aan, is de aanstelling van de STO projectleider Ronald Rondeel. “Hij wordt door béide scholen volledig gesteund om alle bij STO betrokkenen inspiratie en richting te geven.” Mooie stappen richting basisonderwijs Manon: “De afgelopen STO-jaren hebben we vanuit de subregio Enschede al heel veel gedaan richting het basisonderwijs. We hebben nu zelfs al groepen 7 uit het po die zich met een STO-opdracht bezighouden. Essentieel, want als je pas in de brugklas begint, ben je eigenlijk drie jaar te laat voor de oriëntatie op techniek en technologie. De doorstroom naar opleidingen techniek mbo-hbo start eigenlijk al op de basisschool. Daarom is het zo mooi dat we in de subregio Enschede, juist door de samenwerking, de groepen 7 in het basisonderwijs STO-projecten laten doen. Dit mag echt op het conto geschreven worden van de samenwerking tussen Bonhoeffer en Het Stedelijk Alpha, en de samenwerkingspartners in het po.” Aandacht voor beweging ‘van buiten naar binnen’ Greetje: “Enschede is een grote stad met veel partijen. Deze omvang maakt dat je in Enschede op een grote schaal vanuit STO partijen moet zien te vinden en te binden zoals techniekbedrijven. De ervaring leert ons dat je de samenwerking met die techniekbedrijven, maar ook met mbo opleidingsbedrijven, niet aan beide kanten met allerlei losstaande opererende mensen moet gaan regelen. Met Ronald Rondeel als projectleider hebben we voor de buitenwacht nu één centraal aanspreekpunt om de juiste expertise en samenwerking van buiten naar binnen te halen. Daarmee krijg je voor de leerlingen de juiste synergie, zodat zij inzien dat zij in een omgeving wonen en leren waarin techniek in allerlei verschijningsvormen, zowel opleidingen als werk, biedt. Want van die verscheidenheid aan techniek is Enschede natuurlijk een prachtig voorbeeld. Hier kunnen onze leerlingen aan de slag, van vmbo tot en met andere niveaus. Onze werkomgeving kan dus, ook door STO én de centralisering van de contacten, makkelijker vanuit buiten naar binnen komen in de scholen.” Focus op verbreding profielen De transitieperiode voor STO zit erop, met 2024 als afsluitend jaar. Het goede nieuws is dat STO een verlenging krijgt tot 2029. Wel vraagt het ministerie de vmbo-scholen om met activiteiten breder in te zetten, dan alleen op de harde technieken. Hoe kijken Greetje en Manon hier tegenaan? Manon: “Wij juichen die verbreding absoluut toe en hebben hier zelf eerder al naar gekeken. Neem MVI, daar zijn de scholen aan de Wethouder Beversstraat best sterk in. We hebben onderzocht of we vanuit MVI een kruisbestuiving met STO konden maken, een voor leerlingen interessante stroom. Hier zien we nu wel kansen voor de STO-jaren die voor ons liggen. Of neem het profiel Zorg & Welzijn waarin we technologie zien oprukken. Maatschappelijke ontwikkelingen die ook echt nodig zijn, want inmiddels kom je technologie tegen in álle werkvelden. Het zou goed zijn om verbinding te maken vanuit STO met vmbo-t en de praktijkvakken in de havo. Daarmee maak je niet alleen het bereik groter; je betrekt ook in één moeite door meer professionals die kunnen meedenken over wat we gaan aanbieden vanuit dit perspectief.” Unieke Enschedese setting Manon: “De verbreding van de focus van STO op techniek en technologie gaat ons juist in Enschede helpen om door te bouwen op de eerste resultaten. We hebben hier in Enschede veel leerlingen die hiervoor belangstelling hebben, een absoluut speerpunt in de planvorming voor de komende jaren.” Greetje: “In Enschede hebben we po, vmbo, mbo, hbo én wo. Hoe mooi is dat? Allemaal in dezelfde omgeving en nabijheid. Een fantastische lokale setting voor als we daadwerkelijk iets willen bereiken in de hele keten.” Planvorming 2023 – 2029 De voortzetting van STO tot 2029 vereist nieuwe planvorming. Manon: “We zitten nog midden in deze planvorming. Wel gaat hierin de verbreding naar andere profielen en schoolsoorten zeker een rol spelen. Daar gaan we écht werk van maken, ook door het grotere bereik dat dit oplevert.” Dan noemt Manon het opleiden van hybride docenten voor technologie, een ambitieuze activiteit: “Dit doen we samen met het technisch bedrijfsleven, want daar komen deze mensen vandaan. Gezien de huidige krappe arbeidsmarkt, én met de kennis van nu, is dit best een uitdagende lijn. Want uiteindelijk trekken we allemaal aan dezelfde ervaren talenten voor in de rol van hybride docent. Ook in het technisch bedrijfsleven is schaarste, daarom denken wij dat we het echt moeten hebben van de professionalisering van veel meer mensen in onze scholen. Daarbij zou het niet zo veel moeten uitmaken welk vak zij geven. Beter is het te werken vanuit het perspectief hoe zij kunnen helpen om de integratie van technologie in hun specifieke vak vorm te geven. Aan de locatiedirecteuren en teamleiders gaan we vragen of zij die insteek ook zouden kunnen ondersteunen, of dat zij denken dat er een andere mogelijkheid is. Dat laatste is belangrijk, want wij kunnen wel iets willen en beredeneren, maar in de praktijk moet dit aansluiten op wat de scholen willen en kunnen. Graag benadrukken we dat die wisselwerking binnen STO Twente en ook binnen de subregio Enschede heel belangrijk is.” Visie op samenwerking met andere scholen In de praktijk zocht de subregio Enschede in de afgelopen jaren ook de samenwerking met andere scholen dan het Bonhoeffer College en Het Stedelijk Alpha. Greetje: “Als andere scholen inderdaad willen aanhaken, gaan wij bestuurlijk beoordelen wat daarvoor nodig is om dat voor elkaar te krijgen. Natuurlijk, wij worden hierin geleid door wet- en regelgeving en daartoe verhouden wij ons. Maar het vertrekpunt is niet dat we dit soort aanhaken niet zouden willen omdat dit verschillende scholen zouden zijn.” Aandacht voor inclusie Greetje en Manon vormen gezamenlijk de vrouwelijke top van Het Stedelijk Lyceum en het Bonhoeffer College. Betekent dit dat zij een extra lading voelen bij de STO-wens om meer meisje te laten instromen in de techniek? Manon: “We zijn hiermee zeker actief, maar aarzelen om de instroom van meisjes in de techniek als probleem te framen. In feite ben je dan bezig met exclusie van leerlingen die zich geen meisje voelen. Tegelijkertijd voelen we het belang om hier aandacht aan te besteden. Elke dag vragen wij ons oprecht af: zijn we ook met STO inclusief bezig? Graag geef ik een voorbeeld van onze aanpak: onder de vlag van STO hebben we relaties ontwikkeld met een bedrijf in de koeltechniek. In die sector is in Enschede en omstreken veel behoefte aan mbo’ers. In onze nieuwsartikelen in de krant over die samenwerking hebben we bewust de meisjes die daar vanuit onze vmbo-scholen stagelopen laten zien. Dus, we proberen iedereen te bereiken en in onze voorbeelden duidelijk te laten zien dat we daarmee ook letterlijk iederéén bedoelen, ongeacht je geaardheid of culturele achtergrond. We weten uit ervaring dat het meisjes helpt wanneer zij zien dat ze niet de enigen zijn die techniek studeren. Daar letten we op, ook in de samenstelling van leerlingengroepen voor technische activiteiten.” Vooral laten zíen Greetje: “Ook hier geldt: door te laten zien, neem je vooroordelen weg. Dat werkt veel beter dan door er heel veel over te praten. Techniek heeft vaak het imago van vieze handen. Graag laten we zien dat techniek overal om ons heen wordt toegepast. Zo maken alle leerlingen, ook meisjes, kennis met vaak onvermoede andere vormen van techniek en technologische toepassingen. Juist hierin maakt de beeldvorming heel veel uit en dat start met het laten zien van de verbreding van de mogelijkheden binnen techniek en technologie. Ons Technolab met schone technologie vind ik hiervan een heel mooi voorbeeld. Ook voor de toekomst van STO is schone technologie voor ons in Enschede een belangrijk gebied om in door te ontwikkelen, evenals in de doorstroom po, vo, mbo en hbo.” MENU










