top of page

410 resultaten gevonden

  • Keuzevak Slimme Technologie: uitdagend voor elk niveau

    ba0a6222-9656-4005-85d8-a681f25960ab Keuzevak Slimme Technologie: uitdagend voor elk niveau STO Twente telt steeds meer techniek gerelateerde keuzevakken. Neem het al wat langer bestaande keuzevak Slimme Technologie. Samen met hun docent PIE Erwin Geerdink van CSG Het Noordik maken leerlingen inderdaad…de slimste oplossingen! De plannen zijn om dit keuzevak regiobreed in te zetten. Wat is slimme technologie in jullie lessituatie? Erwin: “Dat is het toepassen van programmeerbare logica in de praktijk. De leerlingen uit vmbo-basis en -kader en onze mavo gaan hiermee aan de slag. Feitelijk is programmeerbare logica een printplaatje dat je aansluit op een computer. Wij gebruiken hiervoor Arduino. Dit is een open-source platform voor elektronische prototyping. Vervolgens kun je op dit printplaatje een programma uploaden dat de leerlingen op de computer geschreven hebben. Op dit printplaatje worden allerlei sensoren en actuatoren aangesloten. De sensoren zijn de ogen en oren. Vangen die iets op? Dan kan het programma daar iets mee doen richting de actuatoren, zoals lampjes, servo’s, elektromotoren, displays, et cetera.” Waarom is dit keuzevak zo belangrijk? “In de maatschappij en het bedrijfsleven zien we nu al overal slimme technologie. Hoe eerder we daar onze leerlingen op voorbereiden, hoe beter.” Wat doen de leerlingen hiermee zodra ze dit beheersen? “Met die kennis gaan ze aan de slag in een project. Op internet vinden ze allerlei opdrachten waarmee je direct aan het werk kunt. Vaak al met kant-en-klare programma’s en 3D print bestanden. Aan de andere kant is het zeer zeker de bedoeling dat ze zelf ook iets bedenken als ze eenmaal de technische basis doorgronden. Naast de technische kant prikkelen we zo ook de creatieve ontwikkeling van leerlingen.” Heb je voorbeelden van wat de leerlingen met deze know how maken? “Een leerling maakte bijvoorbeeld een dashboard voor een elektrische skelter die we een aantal jaren eerder in elkaar hebben gezet. Dit autodashboard heeft een digitale kilometerteller. Dit bestaat uit een sensor, een display en een programmaatje dat de km/u uitrekent aan de hand van de wielomtrek. Dus ook wiskunde speelt een rol! Of neem een radiootje inclusief luidsprekers dat zij via Bluetooth hebben aangesloten met behulp van Arduino. Een ander groepje stortte zich op beweegbare oogbollen die alle kanten op kunnen kijken. Via een 3D printer hebben zij hiervoor alle onderdelen gemaakt, plus onder andere de toepassing van servo’s, schroefjes en meer. Het gaat straks werken via een programmaatje en een joy stick als sensor. Een uitdagend project met zowel elektronica als mechanica.” Is dit geschikt voor alle leerlingen? “Al met al trekken we hiermee de leerlingen aan die van zichzelf toch al een meer dan gemiddelde interesse hebben in elektronica, computers en mechatronica. Leerlingen die verder willen kijken dan naar eenvoudige schakelingen en iets meer aandurven. Aan de andere kant proberen we álle leerlingen hiermee te bereiken. Dit betekent dat we ook projecten doen die iets minder complex zijn. Zoals met drone-poorten: leerlingen gaan aan de slag met een eenvoudige sensor waar een drone overheen of langs vliegt. Dit leidt tot een elektronische registratie per drone-poort waar de drone passeert. We hebben meer van dit soort laagdrempelige instapprojecten, soms ook met een wedstrijdelement. Die projecten zijn ook geschikt gebleken om basisschoolleerlingen tijdens een open dag met techniek kennis te laten maken.” Wat is jouw rol? “Ik heb ervaring op dit vlak zoals met elektronica en programmeren en kan snel inzien waar leerlingen tegenaan lopen. Daardoor kan ik hen vlot door problemen heen loodsen. Dat draagt bij aan hun enthousiasme.” Regio-breed inzetten Binnen Sterk Techniekonderwijs Almelo e.o. is het een speerpunt om keuzevakken regiobreed aan te bieden. Op de woensdagmiddag kunnen leerlingen van alle aan STO Twente deelnemende vmbo’s uit Almelo e.o. al een keuzevak naar wens volgen. Erwin: “Het is de bedoeling dat wij het keuzevak Slimme Technologie daar regio-breed aan toevoegen.” De 15-jarige Tim is één van de leerlingen die het Keuzevak Slimme Technologie volgt: “Ik zit in het vierde jaar en koos bewust voor Slimme Technologie. Automatiseren en werken met robots spreekt mij aan. Thuis ben ik hier ook al een tijdje mee bezig. Later wil ik de ICT in. Ik heb nu een kilometerteller gemaakt met onder andere een parkeersensor en radio voor op een skelter. Voor dit keuzevak werk ik met een andere leerling samen, daar leer je ook van.” MENU

  • Aftrapmoment Keuzedeel Tegelzetten zet schijnwerper op onderbelicht vakmanschap

    e2c24c3c-387b-40f2-8ba8-ade7613fb633 Aftrapmoment Keuzedeel Tegelzetten zet schijnwerper op onderbelicht vakmanschap Ook aan tegelzetters is in Twente veel behoefte. Het TCC aan de Potskampstraat gaf hier eerder les in, maar de laatste jaren raakte tegelzetten binnen BWI op de achtergrond. BWI docent Guus Teders zag de vraag in de arbeidsmarkt en blies, samen met zijn collega’s, het tegelzetten nieuw leven in met het Keuzedeel Tegelzetten. 30 Januari was het aftrapmoment van een nieuwe serie lessen voor dit keuzedeel met 14 vierdejaars leerlingen BWI, een mix van meiden en jongens. Een mooie groei, want de eerdere serie van dit keuzedeel startte met vier leerlingen. Inleiding Bouwmensen Almelo Bouwmensen Almelo is STO-partner van het TCC aan de Potskampstraat. Robert Herman van Bouwmensen Almelo gaf de 14 leerlingen bij het aftrapmoment een inleiding in de wereld van tegelzetten. Waar breng je eigenlijk tegels aan? Wat is het verschil tussen een tegelvloer en een tegelwand? Ook lichtte Robert de soorten tegels toe, hoe tegels eigenlijk gemaakt worden en uiteraard vertelde hij over het veelzijdige vak van tegelzetter. Ter afsluiting van zijn inleiding legde Robert uit hoe de mbo niveau 2-3 BBL opleiding in elkaar steekt, collegiaal verzorgd door Bouwmensen Almelo en ROC van Twente. Van theorie, ontwerp tot en met realisatie Guus Teders werkt momenteel in zijn tweede schooljaar als docent BWI en was daarvoor 23 jaar timmerman: “ Het Keuzedeel Tegelzetten betekent acht uur les per week. Met twee uur les van mijn collega meneer Pariente en zes uur les van mij en dat acht weken achter elkaar. We nemen hierin alles mee, ook de voorbereiding op tegelzetten met 3D-tekeningen in SketchUp. De leerlingen krijgen een stukje theorie, maken een eigen ontwerp en realiseren dat in onze praktijkafdeling.” Aan de slag met drie opdrachten! Het praktische aftrapmoment bestond uit het leggen met kleine tegeltjes van een kleurrijk mozaïek met het logo van de Bouwmensen Almelo. Alle handelingen kwamen voorbij: het voorbewerken van de achtergrond, het netjes aanbrengen van lijm en het vervolgens zo recht mogelijk leggen van de tegeltjes, met inzet van allerlei gereedschappen. Met als uiteindelijk doel het nabootsen van het tegelvoorbeeld met het logo van Bouwmensen Almelo. Guus: “Na deze eerste opdracht met het mozaïek volgen er in de acht weken van dit keuzedeel nog drie andere opdrachten. De leerlingen kiezen op internet een legpuzzel van Tangram. Een Tangram is een kleurrijke puzzel die altijd uit zeven stukken bestaat, maar heel veel varianten kent. Elke leerling kiest zijn of haar favoriete kleuren en vormen binnen het stramien van Tangram, maakt een ontwerp in SketchUp, en realiseert dit vervolgens in het echt met tegelwerk. De volgende opdracht is het met tegeltjes leggen van een wandafbeelding van een kleurrijke hamer in een achtergrond, met als deelwerkzaamheid het op maat snijden van de tegeltjes. Tot slot maken de leerlingen een vrije eindopdracht.” Ook het zo belangrijke voegen van tegels komt uiteraard aan de orde in dit keuzedeel. Hulp van ervaren tegelzetter Uiteraard krijgen de leerlingen hulp, naast de begeleiding van hun docenten BWI. Roy Exel is zzp’er en tegelzetter. Namens Bouwmensen Almelo toonde hij de leerlingen de kneepjes van het vak van tegelzetter: “Dit doe ik heel graag. Ik vind het belangrijk om de jeugd te inspireren voor het vak van tegelzetter, of om sowieso de bouw in te gaan.” De betrokken BWI-docenten zijn voordat dit keuzedeel van start ging zelf eerst twee dagen bijgeschoold door Bouwmensen Almelo. Een activiteit die mooi past onder het doel van docentprofessionalisering van STO Twente. Ook leuk om te melden is dat BWI docent Guus Teders ooit zijn opleiding tot timmerman volgde bij Bouwmensen Almelo. Veel enthousiasme De leerlingen zijn heel enthousiast merkt Guus: “Met tegelzetten maak je iets moois dat voor je ogen, en dankzij je handen, ontstaat. Bij het tekenen van hun ontwerp zijn ze nog niet echt gegrepen, maar als ze daadwerkelijk aan de slag gaan zie je een glimlach op hun gezicht komen! Misschien gaan deze leerlingen niet door in het vak van tegelzetter, maar dat is niet erg. Dit keuzedeel kan hen helpen een stukje talent bij zichzelf te ontdekken waarvan ze niet wisten dat ze het hadden. Alleen dat zou al mooi zijn!” MENU

  • Docentenworkshop Hololens geeft inkijkje in alle educatieve mogelijkheden

    5aea7c90-57a4-4101-a133-758a25e1a043 Docentenworkshop Hololens geeft inkijkje in alle educatieve mogelijkheden Een artikel in de nieuwsbrief van STO Twente over de workshop Hololens in het Technolab van Twents Carmel College Potskampstraat in Oldenzaal wekte de interesse van techniekdocenten uit andere subregio’s van STO Twente. De vraag of zij langs mochten komen voor een docentenworkshop Hololens werd door Bjorn Klein Gunnewiek en Christel Mollink van het Technolab met open armen ontvangen. Zij ontwikkelden, samen met hun collega Timo, de Workshop Hololens voor leerlingen. Op vrijdag 7 februari vertelden zij hun collega’s over de do’s en don’ts van de Hololens op het technisch vmbo en voor basisschoolleerlingen. Guide: het digitaal stappenplan Bjorn en Christel namen de deelnemers aan de workshop eerst mee door de basics. Wat ís een Hololens, hoe maak je die aantrekkelijk voor leerlingen en vooral: hoe bouw je daar een zogeheten Guide voor? Een Guide is een digitaal stappenplan, geprojecteerd in het blikveld van de leerlingen met de Hololens op dat hen door een praktische opdracht heen gidst. Hét pluspunt van een Hololens is dat leerlingen de digitale en visuele instructies in de Hololens geprojecteerd zien ín de werkelijke wereld en niet de virtuele wereld. Assembleren van elektrische Infento Quad Concreet legde Bjorn alles uit aan hand van de opdracht die voor leerlingen in het Oldenzaalse Technolab klaarligt: het afmonteren van een elektrische Infento Quad om daar vervolgens in en buiten het Technolab een puzzelroute mee af te leggen. Een tip van Bjorn voor het maken van zo’n Guide: “Verplaats je in hoe jonge leerlingen denken en doen en baseer daar de Guide met alle constructiehandelingen op. Vertrek niet vanuit je eigen logica als volwassene.” Het voordeel is dat je voor het maken van een Guide geen coderingskennis nodig hebt, benadrukte Bjorn. Zelf aan de slag! Na de heldere uitleg door Bjorn en Christel gingen de deelnemende docenten uiteraard zelf aan de slag met het assembleren van de Quad met de Hololens. Het was voor de docenten even wennen om de Hololens op te zetten en basaal te leren beheersen. Volwassenen doorlopen deze kennismaking met de Hololens het liefst op een logische manier. Bjorn en Christel gaven aan dat de leerlingen in het Technolab, van basisonderwijs tot en met vmbo, daar veel intuïtiever in staan. Deze jonge generatie begint gewoon en vindt al proberend zijn of haar weg door de toepassing van de Hololens. Uiteraard geeft de Hololens hen bij het opzetten ervan eerst een serie handige starttips. Zorg voor ontwikkeltijd Een andere conclusie van de deelnemers was dat je STO-ontwikkeltijd moet zien vast te leggen voor het als docent helemaal leren beheersen van de Hololens én het zelf leren ontwikkelen van guides. Ook kwamen de deelnemers zelf met ideeën voor de ontwikkeling van een eigen workshop of les met de Hololens. Neem verspaning, leerlingen weten niet altijd hoe je je werkstuk technisch correct moet inspannen. Met een Hololens is dit klusje heel eenvoudig te instrueren, met digitale instructies daadwerkelijk geprojecteerd in de Hololens op de verspaningsbank en het werkstuk dat de leerlingen op dat moment voor zich zien. Advies van Ewout Warringa, Extented Reality specialist Ook Ewout Warringa, docent aan het Vechtdal College in Hardenberg, deed, samen met twee collega’s, mee met de workshop. Ewout is Extented Reality specialist en tipte het Technolab van het TCC in een eerder stadium over het nut van de Hololens in een Technolab. Ewout gaf alle deelnemers aan de workshop nog een goede tip mee voor het werken met de Hololens: “Zorg dat je met je opdracht de verwondering bij de kinderen opzoekt. En ook: maak je opdracht voor je Hololens in je Technolab of een lessituatie niet te complex. Het voordeel van een Hololens in een lessituatie is dan ook dat je deze tool al heel laagdrempelig kunt inzetten.” Technolab TCC bedankt! STO Twente bedankt de enthousiaste en bereidwillige collega’s van het Technolab van het TCC voor de inspirerende workshop! MENU

  • Brabantse studiereis STO Twente levert inspiratie, ideeën én contacten op

    18333688-b203-4a08-8fff-bfa7bb585108 Brabantse studiereis STO Twente levert inspiratie, ideeën én contacten op Sterk Techniekonderwijs Twente ging begin november twee dagen op studiereis naar Brabant. Gevarieerd samengesteld door Marieke Rinket, programmamanager STO Twente. Waarom Brabant? De overeenkomsten tussen Brabant en Twente zijn frappant: een grote STO-regio, de spannende combinatie van hightech en maakindustrie, en dus ook: een dringende noodzaak tot instroom vanuit het vmbo naar het technisch mbo. Leren van elkaars verschillen Met 34 deelnemers, vooral techniekdocenten, zogen we de éne na de andere indruk op. Want de overeenkomsten tussen Twente en Brabant mogen dan groot zijn; we leerden vooral van elkaars verschillende manieren om de technische in- en doorstroom te stimuleren. En wat zo mooi was: STO Twente leerde volop van de Brabantse collega’s, maar op hun beurt vroegen zij STO Twente ook het hemd van het lijf. Kortom, leuk, leerzaam en verrijkend. Onze STO Twente nieuwsbrief geeft je de details…. Terugkerend thema: Brainport Eindhoven Tijdens elk werkbezoek van deze studiereis was er één terugkerend thema: Brainport Eindhoven. Geen technologiebedrijf, school of zelfs sportclub zoals PSV of ze zijn ermee verbonden. Brainport Eindhoven is een innovatief ecosysteem in Zuidoost-Brabant. Met een sterke hightech maakindustrie, een bijzondere designsector en een uniek samenwerkingsmodel. De kennisintensieve maakindustrie van Brainport kenmerkt zich door productie in kleine volumes van technisch complexe producten. Daarnaast is er een levendige creatieve industrie met volop ruimte voor innovatieve startups. Wat Brainport Eindhoven uniek maakt, is de combinatie van hoogwaardige innovatie, gerealiseerd samen met de maakindustrie. De inspiratie hieruit voor STO Twente? Beschouw Twente ook als een inspirerende regio voor deze combinatie en zorg dat hoogwaardige technologiebedrijven en technisch onderwijs, vanaf vmbo, elkaar nog beter opzoeken. Vliegende kick-off bij Vanderlande: zelf investeren in technisch talent De vliegende kick-off van de Brabantse studiereis op donderdag 4 november vond plaats bij Vanderlande in Veghel. Het programma was veelzijdig: een presentatie over Vanderlande, uitleg over hun actieve Academy en een inspirerende presentatie van ‘Bedrijf in de Klas’. Vervolgens was er een rondleiding door Vanderlande zelf, afgesloten met een gastvrije lunch. Vanderlande: alles ademt techniek en technologie Vanderlande is bedenker, maker en installateur van systemen voor de afhandeling van goederen in magazijnen en distributiecentra, sorteersystemen voor pakketten en de bagageafhandeling op luchthavens. Met bagageafhandeling is het bedrijf wereldwijd marktleider met een aandeel van ruim 30%. Meer dan 600 vliegvelden over de hele wereld zijn voorzien van Vanderlande bagage-afhandelingssystemen. Ook op het gebied van sorteersystemen voor pakketten en automatische magazijnen is Vanderlande een belangrijke producent. Alles binnen Vanderlande ademt techniek en technologie. Eigen afdeling voor Technology Promotion Harry Sliepen is verantwoordelijk voor de Technology Promotion van Vanderlande, met onder andere veel inzet vanuit de eigen Vanderlande Academy: “Net als alle andere techniekbedrijven springen we om jonge instroom. Daarvoor is speciaal onze Technology Promotion in het leven geroepen, we nemen dat serieus en pakken daarbij door. Met onze Vanderlande Academy verzorgen we maar liefst 6.000 opleidingen per jaar. In 2022 inmiddels al 1143 opleidingen met ruim 8500 deelnemers. We hebben techneuten nodig, in hart en nieren. En vooral meisjes! 17% van mijn collega’s is vrouwelijk waarvan slechts 15% in de techniek werkzaam is. We hebben daarin nog enorme stappen te maken.” Regionaal breder werven van techniektalent Vanderlande werkt inmiddels wereldwijd, maar de vestiging in Veghel kon lange tijd terugvallen op technische instroom vanuit Veghel en omstreken. Harry: “Maar voor de werving van nieuw techniektalent moeten we inmiddels veel breder kijken. Ons geluk is dat we dicht tegen de Brainport van Eindhoven aan zitten, een enorme magneet voor technisch talent.” “Op elke vraag vanuit het onderwijs hebben we maar één antwoord: ja!” Contact met reguliere techniekonderwijs in regio Ondanks de eigen inzet op de werving van technisch talent, onderhoudt Vanderlande ook bewust contacten met het reguliere techniekonderwijs in de regio. Harry: “Mijn focus? De jeugd enthousiasmeren voor de techniek en bètavakken. Hen laten zien wat je allemaal kunt maken én wat er allemaal speelt in die drukke, dynamische techniekwereld. En ook: het helpen maken van de juiste opleidingskeuzes. Vanuit onze Technology Promotion en de Vanderlande Academy focus ik in de Brainport regio vooral op het uitzetten van praktijkgerichte vraagstukken op zowel vmbo- als mbo-niveau. De kick-off vindt bij ons op het bedrijf plaats, de leerlingen gaan op school aan de slag, geven een tussenpresentatie en uiteindelijk een eindpresentatie met productoplevering. Ook presenteer ik onze Academy en het bedrijf op onderwijsevents, daarvan hebben we er heel veel in de regio. Eveneens laten we ons zien op open dagen van scholen en geven we gastlessen op scholen. Uiteraard zijn onze promotieactiviteiten inmiddels ook heel sterk verweven met de activiteiten van STO in deze regio van Brabant. Hiermee bereiken we de complete onderwijskolom, van basisonderwijs tot en met universitair onderwijs. Leerlingen en docenten uit elke geleding zijn altijd welkom. Op elke vraag vanuit het onderwijs hebben we altijd maar één antwoord: ja! Wij laten dan ook vmbo’ers graag ontdekken wat zij allemaal kunnen!” Tip van Harry Sliepen: “ Ga vanuit het vmbo-onderwijs met bedrijven in gesprek en luister heel goed naar waar zij behoefte aan hebben. Het is begrijpelijk dat het technisch vmbo-onderwijs misschien iets achterloopt op het bedrijfsleven, maar met elkaar kunnen we die lijntjes zo kort mogelijk maken.” Bedrijf in de Klas: handvatten voor samenwerking bedrijven met bedrijfsleven Deel twee van de presentatie bij Vanderlande was uitleg door Martha Hoebens over de succesvolle onderneming ‘Bedrijf in de Klas’. De kern daarvan? Leg leerlingen een concrete hoe-vraag uit het bedrijfsleven voor, maak die vraag heel klein en overzichtelijk en werk samen naar een concrete oplossing toe. Martha: “Ook vmbo basis- en kaderleerlingen komen zo tot hele mooie oplossingen, blijkt uit de praktijk.” Thema of vraagstuk van bedrijf centraal Martha is eigenaar en onderwijsmaker bij Bedrijf in de Klas: “We helpen docenten en bedrijven in hun samenwerking. Hiervoor maken we lesmateriaal, geven we cursussen, helpen we bij gastlessen en denken we graag mee! ‘Bedrijf in de Klas’ is er voor alle docenten die meer handvatten willen bij samenwerking met het bedrijfsleven in de regio. Hoe het werkt? Bedrijven lopen met vragen rond. We koppelen op scholen die vraagstukken aan het proces van ‘denken + doen’ om vanuit de leerlingen tot antwoorden te komen. Het lesmateriaal van Bedrijf in de Klas gaat altijd uit van een vraagstuk van een bedrijf. We maken dit klein genoeg, koppelen daar aantrekkelijke werkvormen aan en een passende presentatiemethode. De winst? Al doende ontdekken de leerlingen wat bij hen past! Het is dus van belang dat je leerlingen niet laat zien wat er al in een techniekbedrijf is, maar wat nog niet! En dat vanuit een behapbare vraagstelling.” Tip van Martha Hoebens: “Leg leerlingen een concrete ‘hoe-vraag’ uit het bedrijfsleven voor, maak die vraag klein door deze te trechteren en werk samen naar een concrete oplossing toe. Het is heel belangrijk dat een leerling snapt waar die mee bezig is. Hoe je die vraag helder krijgt? Maak samen met het bedrijf de opdrachtvraag eerst heel klein. Doe je dit? Dan kun je ook met vmbo-basis- en kaderleerlingen heel erg de diepte in.” Alle mogelijke ondersteuning Bedrijf in de Klas biedt alle mogelijke ondersteuning. Martha: “We hebben lesbrieven over bedrijven waarvan je de meeste opdrachten in één lesuur kunt doen. Bijvoorbeeld te gebruiken voor praktische opdrachten, een deel van een groter (vakoverstijgend) project of start van een profielwerkstuk.” Alles draait bij Bedrijf in de Klas om inspiratie, benadrukt Martha: “We reiken vraagstukken en ideeën ter inspiratie aan docenten aan om zelf mee aan de slag te gaan. De winst van die aanpak? Je brengt context in de les, zet leerlingen tot denken aan en geeft betekenis aan je vak. Door een vraagstuk van verschillende kanten te belichten kun je altijd vanuit meerdere vakken hieraan werken.” Tot slit noemde Martha nog dit: “Programmeren zit heel weinig in het huidige vmbo-onderwijs. Maar kijk je om je heen in de maatschappij, dan draait innovatie vooral om digitalisering en automatisering. Er komen nog steeds leerlingen van school die nog nooit hebben geprogrammeerd. Daar moeten we écht een slag in maken en dit vanuit het onderwijs aanpakken.” Martha komt naar STO Twente! Goed nieuws: Martha komt naar Twente om ook hier docenten te helpen met praktische handvatten in de samenwerking met bedrijven. Meer weten? Kijk op www.bedrijfindeklas.nl MENU

  • STO Drones ‘landen’ opvallend goed in speciaal onderwijs

    19cc6dee-bd4b-4f60-a913-36bfda73e3ea STO Drones ‘landen’ opvallend goed in speciaal onderwijs Ook het speciaal onderwijs is partner binnen STO Twente. VSO Het Mozaïek in Almelo is actief met de doelen van Sterk Techniekonderwijs. Hoog tijd dus om het speciaal onderwijs ruim aandacht te geven. Peter Weideman: “Ik ben docent op VSO Het Mozaïek in Almelo en ook decaan. Eveneens ben ik stevig betrokken bij Sterk Techniekonderwijs Twente. Zoals voor drones, de doorlopende leerlijn hierin en het waarborgen van de activiteiten rondom LOB. Een heel interessante combibaan met verschillende functies.” MENU

  • Met Techkwadraat Twente geven we het vak Onderzoek en Ontwerpen een stevig fundament mee vanuit ons nieuwe Technasium

    bbac0377-957a-42da-803b-48f107c2f312 Met Techkwadraat Twente geven we het vak Onderzoek en Ontwerpen een stevig fundament mee vanuit ons nieuwe Technasium Het Bataafs Lyceum in Hengelo doet mee met Techkwadraat Twente. Al bij de start heeft deze vo-school haar zaken goed op de rit, zoals het samen met het bedrijfsleven aanvliegen van het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O). Graag deelt deze school haar ideeën en initiatieven, bijvoorbeeld BL-Business voor de inhoudelijke connectie tussen bedrijven en leerlingen. Gerdi Haverkamp is biologiedocente, mentor, coördinator BL-Business en Havo-P en Technator voor het Technasium: “Technologische bedrijven zien doorgaans het belang om mee te werken, samen met scholen, aan de nieuwe generatie medewerkers. Ook vergroten zij hun naamsbekendheid door met een vo-school als de onze samen te werken. Het belang ligt dus niet alleen bij de school.” Bewuste focus op Bèta Joanne Duijvestijn is locatieleider en teamleider bovenbouw: “Wij zijn een school voor havo en vwo, met ook vwo plus onderwijs. Van oudsher is ons bèta onderwijs sterk ontwikkeld. Vanaf januari 2026 worden wij formeel Technasium. De lat voor dit officiële predicaat ligt behoorlijk hoog en op de weg naar deze erkenning hebben we onder andere een aantal docenten opgeleid voor het vak O&O.” Joanne’s collega Gerdi Haverkamp is er daar één van. Joanne: “Voor ons Technasium is zij onze coördinator, ofwel Technator. Ons Technasium past geografisch ook goed in Hengelo als van oudsher een technische stad.” Gerdi: “We zijn hiernaartoe gegroeid door een jarenlange focus op Bèta en technologie. Met onze leerlingen zijn we eerste partnerschool van de UT en veel van onze leerlingen stromen door naar de UT. In de bovenbouw bieden we Havo-P aan, daarin draaiden we eerder mee als ontwikkelschool.” Techkwadraat voorziet Technasium van stevig fundament Het Bataafs Lyceum sluit aan op Techkwadraat Twente met haar havo, Havo-P, vwo en vwo Plus. Hoe zien zij dit nieuwe programma? Joanne: “Voor ons is Techkwadraat Twente een mooie mogelijkheid om een deel van alles wat we gaan doen voor Technasium makkelijker te laten verlopen. Techkwadraat komt daarmee voor ons op een mooi moment en gebruiken we ter versterking van wat we al doen met technologie, ook vanuit het perspectief van de daarmee gemoeid gaande kosten en tijd. Techkwadraat Twente is voor ons een mooie stimulans om daar ook daadwerkelijk tijd in te kúnnen steken. Hiermee blijven we weg van een vluchtige benadering en kunnen we het stevig neerzetten.” Gerdi: “Dankzij Techkwadraat Twente kunnen we ons nu ook oriënteren op de concrete inrichting, vormgeving en benodigde hardware en technologie voor ons Technasium lokaal. Denk aan 3D printers en een laser cutter.” Voldoende alternatieven voor Technasium Welk advies hebben Joanne en Gerdi voor vo-scholen die geen Technasium zijn, maar wel het vak O&O willen inrichten rondom dit gedachtegoed? Gerdi: “Zij kunnen ook O&O aanbieden in de onderbouw en in de bovenbouw is er Havo-P. Dit zijn vakken met een praktijkgericht programma, waarbij je leerlingen kennis laat maken met mogelijke werkvelden, beroepen en bedrijven. Een hele waardevolle route.” Joanne: “Of neem scholen die deel uitmaken van het Wetenschapsoriëntatie Nederland (WON)-netwerk, gericht op wetenschappelijke voorbereiding van vwo-leerlingen. Ook mag je Natuur, Leven en Technologie (NLT) als vak aanbieden in de bovenbouw, met een mooie vakintegratie en veel praktijk.” Contacten leggen via ouders en bedrijvenmarkt Veel scholen vinden het best wel een uitdaging om contacten te leggen met het omliggende technologische bedrijfsleven voor vooral het vak O&O. Hoe pakt het Bataafs Lyceum dit op? Gerdi: “Daar heb je niet één oplossing voor, maar dit verloopt via meerdere kanalen, zoals via ouders met een eigen bedrijf en onze jaarlijkse bedrijvenmarkt. Die bedrijvenmarkt biedt alle leerlingen vanaf klas 3 de mogelijkheid via een speeddate aan tafel te gaan met mensen die in verschillende functies werken bij verschillende bedrijven in de regio Hengelo. De bedrijven vertellen wat hun bedrijf doet, wat zij daar doen, welke andere functies er zijn en welke opleiding nodig/handig is voor die functie.” Om mogelijke koudwatervrees bij collega-vo-scholen weg te nemen benadrukt Gerdi dat bedrijven over het algemeen graag meewerken: “Zij zien het belang in om mee te werken aan de nieuwe generatie medewerkers in technologische bedrijven. Ook vergroten zij hun naamsbekendheid door met een VO-school als de onze samen te werken.” Aan de slag met echte bedrijfsmatige onderzoeksvragen Joanne stipt een cruciaal element aan: “Vanuit Technasium schrijf je projecten samen met bedrijven. Dat uitgangpunt sluit naadloos aan bij waartoe ook Techkwadraat opdracht voor geeft vanuit het vak O&O. Die projecten zijn niet bedacht of nagebootst, maar komen reëel uit de dagelijkse praktijk van deze bedrijven. Technasium hanteert daar een toepasselijke term voor: stinkende casussen.” Ofwel: de leerlingen halen bij de deelnemende bedrijven uit Hengelo en omgeving realistische onderzoeksvragen op. Gerdi: “Dit doen we vanuit het vak O&O. De leerlingen krijgen een kick off bij het bedrijf in kwestie, leren contact leggen en dóór te vragen in gesprekken met de bedrijven. Ook ervaren ze hoe het is om een diepgaande samenwerking aan te gaan met externe specialisten die zij hierbij betrekken in de rol van expert.” Wat is de rol van die expert? Gerdi: “De leerlingen kruipen in de huid van een externe expert. Zij lossen het gestelde probleem op, op de manier waarop de expert dit zou doen. Zij volgen als het ware het stappenplan van de expert. Deze aanpak weerspiegelt de realistische uitdagingen en manier van samenwerken in het werkveld waar zij later ook mee te maken krijgen.” Joanne: “De spelregel is dan ook dat het deelnemende bedrijf de door de leerlingen aangereikte oplossing serieus meenemen en daadwerkelijk in hun bedrijf proberen toe te passen. Misschien in aangepaste vorm, maar de oplossing wordt wel degelijk meegenomen in hun proces.” Een goed idee: BL-Business Om deze manier van samenwerken vanuit het vak O&O praktisch te ondersteunen bedacht en introduceerde het Bataafs Lyceum het concept Bataafs Lyceum (BL) Business. Gerdi: “Met BL-Business brengen we bedrijven in contact met leerlingen die wel een portie extra uitdaging kunnen gebruiken. Het mes snijdt aan twee kanten; bedrijven kunnen laten zien wat zij doen en de leerlingen krijgen een kijkje in de keuken van dat bedrijf en kunnen hun honger naar extra kennis en ervaringen stillen. Deze aanpak valt daarmee binnen het spectrum van het vak O&O.” Maar daar blijft het met BL-Business niet bij, benadrukt Gerdi: “De leerlingen graven diep door in het bedrijf, overleggen met management en medewerkers en leggen samen een reële uitdaging op tafel. De leerlingen lossen die op en communiceren hiervoor intensief met het bedrijf in kwestie. Nogmaals: het zijn zogeheten ‘stinkende casussen’ in de terminologie van Technasium: reële uitdagingen die om een realistisch toepasbare oplossing vragen.” Overigens, het Bataafs Lyceum werkt niet alleen met bedrijven, maar ook met andere scholen samen. Joanne: “Zoals met het CT Stork College in een kunstproject genaamd Veelvlakken. Hun vmbo-leerlingen en onze leerlingen brachten samen een fantastisch kunstwerk technisch tot stand, meteen een leerzaam kijkje voor de leerlingen in elkaars belevingswereld.” Nauwgezet volgen van leerdoelen en curriculum Hoe brengt het Bataafs Lyceum al haar initiatieven vanuit het vak O&O in lijn met de gestelde leerdoelen en het voorgeschreven curriculum. Gerdi: “We volgen de doelen en het curriculum van het Technasium. Een voorbeeld? De leerlingen in de onderbouw maken kennis met minimaal zes van de zeven werelden van techniek. We borgen dat we daarvoor projecten schrijven die deze doelen zoveel mogelijk afdekken. Dan heb je het ook over belangrijke vaardigheden als verslaglegging en presenteren. Voor mij is dit een behoorlijke stok achter de deur om bijvoorbeeld ook projecten te koppelen aan bedrijven in een sector waarin ik misschien minder bedrijfscontacten heb.” Techkwadraat beoogt inderdaad ook docentenontwikkeling op het vlak van technologie. Hoe ervaart Gerdi dit aspect? “Positief, ook door de komst van Technasium voelt dit voor mij als een paraplu. Alles komt nu samen waarbij we onderwijs aanbieden waarbij leerlingen met een Bèta-technische referentie aan de slag gaan, en ook hun vaardigheden ontwikkelen. Met als belangrijk doel om te ontdekken welke richting zij later in willen slaan; al deze zaken zijn waardevol en dragen ook bij aan mijn docentenontwikkeling.” Leerlingen zijn scherpe graadmeter voor realistisch technologisch onderwijs Joanne: “We hebben ook drie andere docenten opgeleid voor het vak O&O. Ook zij ondervinden hiervan een enorme impuls waardoor je samen technologisch onderwijs vorm gaat geven. Het curriculum is weliswaar leidend, maar is niet in beton gegoten. We kijken heel scherp naar nieuwe technologische ontwikkelingen die we na een goede interne weging aan dit curriculum kunnen toevoegen. Je kunt vooral op technologisch gebied niet 10 jaar hetzelfde blijven doen, want het zijn je leerlingen die als eerste inzien dat het daaraan gekoppelde onderwijs niet langer de realiteit weerspiegelt, zoals de aansluiting op het beroepenveld. Als het niet echt of realistisch is, ruiken je leerlingen dat direct als eersten!” Aandacht voor Havo-P Gerdi noemt bewust Havo-P: “Onze school was daarin ontwikkelschool en opgeteld maken al deze werkzaamheden dat ik mij beduidend breder kan ontwikkelen dan met alleen lesgeven.” Joanne gaat graag even in op Havo-P: “Ook bij onze havoleerlingen zien we jong talent dat toch liever praktisch met de handen bezig is. Leerlingen van onze havo, maar ook van het vwo, waarderen het enorm dat zij in het vak O&O praktisch bezig zijn, en dit maakt het voor hen gevoelsmatig ook logischer dat dit gepaard gaat met theoretische vakken. Neem Natuurkunde, dit wordt ook voor hen leuker als zij doorgronden waar je die kennis in kunt toepassen.” Gerdi noemt een concreet project: “Onze Havo-P-leerlingen ontwerpen een foodtruck en de leerlingen van Praktijkonderwijs ’t Genseler bouwen eraan mee. Je hoeft dus niet alleen met bedrijven samen te werken, maar kan dat ook doen met andersoortige scholen. Heel leerzaam voor onze leerlingen, want als zij later in een technologische functie komen te werken, hebben ze al geproefd aan de soft skills die nodig zijn om met iedereen te kunnen samenwerken!” MENU

  • Nuttige tips uit STO Webinar docententekort

    344091ac-4329-4b24-bd07-9855ad13b55d Nuttige tips uit STO Webinar docententekort Het tekort aan techniekdocenten speelt ook in Twente. STO Twente acteert hier met allerlei acties op zoals het werven van hybride docenten en instructeurs. Maar hoe doen andere STO-regio’s in Nederland dit? STO Twente keek mee met het STO webinar over het docententekort en deelt graag een aantal nuttige tips met de vijf subregio’s van STO Twente. Ervaringen West-Brabant Midden In dit STO webinar stond de aanpak van de STO-regio West-Brabant Midden centraal rond het docententekort in de sector techniek. Tijdens het webinar werden praktijkervaringen gedeeld door Patrick Jongenelis (zij-instromer bij DaVinci Roosendaal), Kiki Nieuwkerk (schoolleider van DaVinci vmbo/praktijkonderwijs van Scholengemeenschap Tongerlo) en Lieke van Genderen (projectleider STO West-Brabant Midden bij Scholengemeenschap Tongerlo). Dit zijn enkele bruikbare tips en suggesties: · Werven via de reguliere kanalen voor werving en selectie is niet voldoende. Doe veel meer aan netwerken met bedrijven en bouw daarmee vanuit STO eerst een goede samenwerking op via bijvoorbeeld gastlessen en keuzevakken. Ligt die lijn er en is er vertrouwen? En heb je elkaars werelden verkend? Dan kun je met het bedrijf in gesprek gaan over het concept van hybride docenten. · West-Brabant Midden was in 2020 ambitieus gestart met een hybride docentenpoule voor uitwisseling tussen de deelnemende vmbo-scholen. Maar die werkte niet: hybride docenten die vanuit het bedrijfsleven op een vmbo-school komen, gaan daar doorgaans niet meer weg. Er is dus weinig tot geen mobiliteit van hybride docenten tussen de vmbo-scholen. · Werk voor de werving samen met al bestaande regionale instroomactiviteiten voor hybride docenten. Zoals brancheorganisaties uit de techniek die ook al activiteiten ontplooien of het UWV die zicht heeft op mensen met een ambitie als hybride docent. Zoek ook samenwerking met de gemeente waarin je vmbo-school staat. Die hebben veel kennis van de lokale arbeidsmarkt. Kortom, collectieve werving werkt beter, ontdekten ze in West-Brabant Midden. · Denk ook alvast na hoe je hybride docenten werft én bindt als na 2028 de gelden voor STO stoppen of sterk verminderen. · Potentiële hybride docenten uit het bedrijfsleven kijken vaak op tegen het onderwijs en ervaren een hoge drempel om daar eens vrijblijvend aan te kloppen. Neem als vmbo-school die drempel dus zoveel mogelijk weg. · Misschien vinden de huidige docenten de komst van een hybride collega lastig. Bedenk dan dat beide groepen hun eigen kracht hebben en heel veel van elkaar kunnen leren. Je vult elkaar aan en je bent voor elkaar geen bedreiging. · Zet de deur wagenwijd open voor hybride docenten. Laat ze eerst in de praktijk proeven, het opleiden tot volwaardig docent kan altijd later nog. Werp dat niet meteen bij de start als drempel op. · Tot slot: let goed op de benamingen. Zoals het verschil tussen hybride docent en hybride instructeur. Dit voorkomt verwarring en frustratie. Binnen STO Twente gebruiken we de overkoepelende term Hybride Professional. Zelf terugkijken? https://www.youtube.com/watch?v=rHKJMK1rVjU MENU

  • STO Enschede verwelkomt Opel Rocks-e als veilig en realistisch lesmateriaal

    4ed72fb3-7191-4a6b-95f6-4efebad4452d STO Enschede verwelkomt Opel Rocks-e als veilig en realistisch lesmateriaal Het profiel M&T van het Bonhoeffer College in Enschede schafte met hulp van STO Twente een spiksplinternieuwe Opel Rocks-e aan, onlangs officieel geïnstalleerd in het praktijklokaal van M&T. Michel Nolsen, docent in opleiding M&T en Techniek is er razend enthousiast over: “Nu kunnen we de leerlingen op een veilige en aanschouwelijke manier kennis laten maken met alles wat er ín een auto komt kijken bij elektrisch rijden. Van groot belang, want dit komen ze gegarandeerd later tegen in hun stage of werk in de automotive.” Volledig montageveilig Waarom koos M&T van het Bonhoeffer College voor de Opel Rocks-e? Michel: “Zij bieden met de Rocks-e een speciaal geprepareerd lesmodel voor het onderwijs. Voor zover ik weet is dit op dit moment ook het enige lesmodel beschikbaar voor het voortgezet onderwijs. Het model is volledig meet-veilig voor leerlingen, anders dan reguliere EV’s waarvan het voltage doorgaans te hoog is voor docenten zonder VOP, laat staan voor leerlingen, om daar veilig aan te meten. De Opel Rocks-e is gebaseerd op 48 Volt, andere EV’s hebben 400 of meer Volt. Natuurlijk is die 48 Volt ook niet niks, maar biedt wel de mogelijkheid om daar veilig aan te meten.” Inmiddels veelzijdig in gebruik Inmiddels is de Opel Rocks-e in gebruik. Michel: “We zijn gestart bij componentenherkenning en hoe het EV-systeem überhaupt werkt. Ook kunnen we samen met de leerlingen een zogeheten V4-meting doen. Dat is een ook in garages toegepaste methode om storingen te zoeken.” Eveneens leren de leerlingen bij M&T om een verlichting aan te sluiten. Uiteindelijk is EV een keuzevak. Michel: “Maar leermomenten zoals aansluiten en de V4-meting zitten ook in het profiel M&T zelf, dus alle leerlingen doorlopen dit nu voortaan bij de Opel Rocks-e.” Speciale docentenhandleiding Michel en zijn collega’s hanteren in de lessen met de Opel Rocks-e een speciale docentenhandleiding van Seldenthuis Educatie. Voor de Opel Rocks-e zijn 5 kennis e-learning opdrachten en 6 begeleide storingen ontwikkeld. Het Opel Rocks-e lespakket word geleverd met onder andere de volgende meetgereedschappen en beschermingsmiddelen: stroomtang Voltcraft, spanningstester Voltcraft VC-55 LCD, isolerende handschoenen en gelaatscherm. De Opel Rocks-e heeft in het praktijklokaal een toepasselijk plekje gekregen voor het elektrobord. Michel: “Als je binnenkomt gelijk rechts, afgezet door een goed zichtbare veiligheidsketting. Meerdere collega’s zijn al geïnteresseerd komen kijken. Hun eerste reactie is vaak: wat kún je er eigenlijk mee? Maar al snel zien ze in hoeveel lesmomenten er wel niet mee mogelijk zijn!” Zelf lesarrangement gemaakt Michel volgt de opleiding tot docent en in het kader van die studie maakte hij zelf een lesarrangement voor de Opel Rocks-e: “Uiteraard staan hierin de reguliere doelen uit het keuzevak centraal. Dit lesarrangement ontwikkel ik gaandeweg verder op basis van try outs en het samen met de leerlingen ontdekken wat er allemaal mee mogelijk is.” Michel is blij met de Opel Rocks-e: “Hij is echt en tastbaar, dat vind ik erg belangrijk in een lessituatie.” Naast het gebruik van het model in het reguliere profiel, zal het model ook ingezet gaan worden als leermodel voor andere leerwegen, zoals Gl/Tl, Mavo en vakHavo. Het model is geschikt voor een verdere verdieping, eventueel aangevuld met hybride aandrijfsystemen, waar Michel ook een arrangement voor aan het ontwikkelen is. In het lokaal bevindt zich ook een draaiend model hiervan. MENU

  • Technolab Oldenzaal introduceert Workshop Green Screen

    ca3d52a7-1bb8-4f9b-b6c7-8c82366d5e68 Technolab Oldenzaal introduceert Workshop Green Screen Opnieuw voegde het Technolab van het Twents Carmel College locatie Potskampstraat een workshop aan haar menu toe. Dit keer gaat het om de Workshop Green Screen. Ontwikkeld door Daan Bootsma, samen met zijn collega’s Christel Mollink, Bjorn Klein Gunnewiek en Timo Buunk. Daan: “Alle collega’s in ons team van het Technolab zijn technisch creatief en kunnen out-of-the box denken. Dat maakt dit werk extra leuk.” Techniek achter Green Screen Green Screen is een veelgebruikte studiotechniek in de film- en televisiewereld. Daan: “Met deze techniek film of fotografeer je een onderwerp tegen een meestal groene of blauwe achtergrond. Deze achtergrond is vervolgens gemakkelijk weg te halen in de digitale nabewerking en te vervangen door een andere achtergrond. Daarmee zet je je onderwerp ineens in een hele andere omgeving.” Speciale lesbrief De leerlingen van basisscholen groep 8 die deze nieuwe workshop gaan doen, krijgen eerst een vooraf ingevulde lesbrief met een specifiek doel in relatie tot de Workshop Green Screen, legt Daan uit: “Wij hebben in het Technolab alle machines, apparaten en technologie die we daar gebruiken alvast gefilmd. Bijvoorbeeld onze 3D printer die iets aan het printen is. De leerlingen filmen zichzelf voor het Green Screen en kunnen de groene achtergrond in een speciaal softwareprogramma vervangen door de kant-en-klare filmpjes en zichzelf er als het ware in kopiëren. Ze doorlopen alle technische fases die daar nodig voor zijn.” DJI camera en Clipchamp Het doel hiervan is de leerlingen om te leren gaan met alle technieken die bij de toepassing van een Green Screen om de hoek komen kijken. Zoals het filmen van zichzelf en ook maken zij gebruik van, of leren zij gebruik te maken van videobewerkingssoftware voor het editen. Daan: “Onze DJI camera is een heel mooi stukje technologie en werkt voor de leerlingen eenvoudig om zichzelf mee te filmen, staand voor het Green Screen. Wel hebben de leerlingen soms wat hulp nodig bij het vinden van de bestanden op de laptop. In hun enthousiasme slaan ze specifiek dat leergedeelte weleens over de in lesbrief, maar daar helpen we hen ter plekke bij. We gebruiken voor de digitale bewerking het programma Clipchamp van Microsoft. Dit is een ook voor basisschoolleerlingen uit groep 8 heel toegankelijk programma. Sommigen leerlingen hebben op hun basisschool al iets gedaan met een miniatuur Green Screen en bij ons in het Technolab kunnen ze het nu in het groot toepassen. Deze leerlingen snappen dus al hoe deze techniek in de basis werkt.” Positieve reacties Het Technolab in Oldenzaal heeft de nieuwe Workshop Green Screen al een aantal keer gedraaid. Daan: “Het loopt best wel goed. Niet alleen de leerlingen, maar ook hun leerkrachten reageren enthousiast. Ook merken we dat leerlingen het al gewend zijn om zichzelf te filmen, dat helpt. Voor de Workshop Green Screen werken de leerlingen in groepjes van twee. Ze filmen elkaar om de beurt en vervolgens bewerken ze de opgenomen video met z’n tweetjes.” Een collega van Daan heeft speciale usb-sticks ontwikkeld. Daan: “Je kunt dit stickje uitklappen met daarop het logo van zowel het Technolab als van STO Twente, meteen ook een mooi visitekaartje. Daar plaatsen wij voor de leerlingen de uiteindelijke video op en die krijgen ze mee om thuis en op school te laten zien.” Ook deze Workshop Green Screen is door basisscholen te boeken via het speciale boekingssysteem voor het Technolab van Twents Carmel College locatie Potskampstraat. Mooi werk Daan ontwikkelt, samen met de eerder genoemde collega’s, alle workshops voor het Technolab in Oldenzaal: “Ook help ik als begeleider bij de workshops die we geven. Daarnaast ben ik twee dagen in de week docent BWI, een hele andere wereld. Ik heb altijd veel affiniteit gehad met nieuwe technieken. Momenteel ben ik met mijn collega’s bezig met een regionale VR-ontwikkeling, ook van toepassing in ons Technolab. De combinatie van mijn werk in het Technolab en mijn werk als docent BWI is voor mij ideaal.” MENU

  • Advies: maak Techniek Tastbaar vast onderdeel van je instroombevordering

    31c03df3-1468-496a-8b8a-f34789dcf41b Advies: maak Techniek Tastbaar vast onderdeel van je instroombevordering Het event Techniek Tastbaar heeft als doel vmbo-leerlingen te informeren over en enthousiasmeren voor techniek en technologie. Bijna alle subregio’s van STO Twente organiseerden inmiddels het event Techniek Tastbaar. De drijvende krachten achter Techniek Tastbaar zijn Petra Lambert en John van Mierlo. Hoog tijd om dit succesconcept eens nader toe te lichten: “Techniek Tastbaar is een succesvolle formule, maar we blijven altijd kritisch kijken naar verbeterpunten.” Oorsprong Techniek Tastbaar Petra: “Techniek Tastbaar is voor het eerst georganiseerd in 2015 en komt voort uit Jet-Net & TechNet. Dit is een groot landelijk netwerk waarbinnen bedrijven en scholen samenwerken om jongeren in het onderwijs zelf de wereld van techniek te laten ervaren. Echter, er werd heel veel gepraat en wij wilden van praten naar actie. Van die daadkracht is Techniek Tastbaar het concrete resultaat. Techniek Tastbaar slaat ook voor docenten de brug naar bedrijven om duurzame contacten te leggen voor veel meer contextrijker onderwijs.” De dynamiek van de dag zelf De kracht van Techniek Tastbaar is de eenvoud, benadrukt John: “Er zit geen hogere wiskunde achter. De dynamiek van de dag is de kracht, alles draait om de ontmoeting tussen de leerlingen en de bedrijven. Plus een dag lang netwerken tussen leerkrachten, docenten en bedrijven, ook onderling. Je ziet ze elkaar opzoeken en overleggen. Ondertussen hebben de leerlingen een fantastische dag.” Petra: “Ook merken we dat de bedrijven het écht fantastisch vinden om hun eigen techniek uit te leggen aan jonge leerlingen. Daar komt bij: de deelnemende bedrijven zitten vaak op fietsafstand van de school. Die regionale/lokale component is ook een belangrijke succesfactor van Techniek Tastbaar.” Relatie met Sterk Techniekonderwijs Twente John: “STO Twente werkt met precies dezelfde drie pijlers als waarop Techniek Tastbaar is gestoeld: instroombevordering, verbetering techniekonderwijs en ook heel belangrijk: de connectie met het bedrijfsleven.” De subregio’s van STO Twente zien hierin hun doelstellingen terug: “STO Twente heeft een sterke projectorganisatie met ervaren mensen. Door STO in het algemeen is er geld en mankracht beschikbaar en dat maakt dat er mooie interventies van de grond kunnen komen. De professionele projectorganisatie van STO Twente gaf van meet af aan een stevige impuls aan de 19 deelnemende vmbo-scholen.” Belang van evaluatie Techniek Tastbaar is een succesvol concept. John: “Tegelijkertijd moeten we alert zijn op wat er om ons heen gebeurt, bedoeld om naar de toekomst toe mee te bewegen en te verbeteren. Dus na elk event Techniek Tastbaar evalueren we met de betrokken scholen en bedrijven. Wat zijn de verbeterpunten? En hoe kunnen we die doorvoeren? Vooral de communicatie rondom Techniek Tastbaar is essentieel: voor, tijdens en na het event, zowel richting bedrijven als scholen.” Petra: “Techniek Tastbaar draait niet om kwantiteit, zoals records breken met het aantal bezoekers. We koersen liever op kwaliteit, dus wellicht minder bezoekers waarbij de leerlingen wel allemaal aan hun trekken komen met doe-activiteiten in de stands.” Herhaling is de kracht Techniek Tastbaar wil leerlingen helpen om een goede keuze te maken voor hun toekomst. John: “Maar dat bereik je niet met een eenmalig evenement. Leerlingen vanaf groep 6 en de jaren daarna, ook in het vo, moeten gewoon meerdere keren geconfronteerd worden met techniek. Van Techniek Tastbaar tot en met bedrijfsbezoeken, stages, praktijkopdrachten en gastlessen. Als je dat een aantal jaren herhaalt, krijgen leerlingen een veel completer en reëler beeld van de mogelijkheden van techniek en technologie. Staan ze eenmaal voor hun keuze? Dan heeft die herhaling bereikt dat ze techniek in ieder geval meewegen in hun beslissing.” Petra: “De kracht zit ‘m in de herhaling. Ook hopen we hiermee dat er tussen scholen en bedrijfsleven een soort community gaat ontstaan. Ontstaat die relatie? Dan is de kans veel groter dat er mooie samenwerkingen opbloeien dan wanneer ze elkaar helemaal niet kennen. Een voorbeeld? Voorafgaand aan elke Techniek Tastbaar event nodigen we bedrijven uit om op de organiserende school te komen kijken. Ook nemen we de dag zelf grondig door. Daar hebben we graag de techniekdocenten bij, voor hen een uitgelezen kans; de techniekbedrijven uit hun sector staan letterlijk voor hun neus. Makkelijker kunnen we het hen niet maken. Het event is het eindresultaat, maar alle activiteiten ervoor en erna zijn allemaal bedoeld om het onderwijs beter te maken en de relatie bedrijfsleven – onderwijs te versterken.” Techniek maar ook technologie Petra en John zijn zich ervan bewust dat, naast de harde techniek, er ook allerlei technologie doordringt in andere sectoren. De opkomst van zorgtechnologie is daarvan een actueel voorbeeld. John: “Dit betekent dat we Techniek Tastbaar bewust baseren op de 7 werelden van techniek. Hiermee voorkomen we dat we ook Techniek Tastbaar voor de leerlingen te veel koppelen aan specifieke beroepen. We willen hen juist enthousiast maken voor alle techniek en technologie die erachter de 7 werelden van techniek zitten. Daarom leent dit concept zich daar zo goed voor. Met leerlingen praat je dan niet over beroepen, die overigens door nieuwe technologie steeds veranderen, maar juist over denk- en doe-werelden die hen aanspreken zoals de wereld van de zorg. Daarom hanteren we dit concept graag als fundament voor Techniek Tastbaar.” Serie techniekmomenten organiseren Petra: “Wij realiseren ons dat Techniek Tastbaar niet het enige techniekevent is, er zijn er vele en ieder met hun eigen goede opzet en doelen. Onze insteek is dat we met al die collega-events een serie techniekmomenten organiseren voor zowel docenten en leerlingen alsook hun ouders. Waarbij er bij ieder event een stukje van de techniekwereld voor hen opengaat. Deze serie techniekmomenten zou steeds meer in het onderwijs ingebouwd kunnen worden. Daarmee acht ik de kans groter dat kinderen voor techniek kiezen dan wanneer dit niet gebeurt.” Vast onderdeel van de jaaragenda van je school Petra en John lichten tot slot graag nog iets toe: “De kosten om Techniek Tastbaar te organiseren zijn vele malen lager dan andere events. Terwijl de bezoekersaantallen hoog liggen. Tegelijkertijd vergt het heel veel inzet vanuit onze organisatie. We hebben geen enkel winstoogmerk en vragen van scholen en bedrijven alleen hun medewerking en tijd. We hebben tot nu toe 42 keer Techniek Tastbaar georganiseerd in Nederland en elke versie was voor wat betreft enthousiasme een succes. Zowel gezien vanuit de bezoekers als bedrijven en deelnemende scholen. Dat enthousiasme benut je maximaal door het als school nog een keer te organiseren zoals we eerder in dit interview opperden. Wat dan enorm helpt, is dat de blauwdruk en alle organisatorische en communicatieve afspraken er nog liggen van de eerste keer. Dus hoe vaker je het organiseert, hoe eenvoudiger het voor de school in kwestie wordt. In feite zou je het tot een vast onderdeel van de jaaragenda van je school kunnen maken.” MENU

Zoek

bottom of page