Doorzoek deze website
464 resultaten gevonden
- Twente goes Techno 2025 trekt ruim 100 leerlingen van CT Stork College
ef3ba6c5-3a0a-4e09-ac2c-a37179aa1147 Twente goes Techno 2025 trekt ruim 100 leerlingen van CT Stork College In de derde week van november was het weer tijd voor Twente goes Techno. Ruim 800 2e en 3e jaars leerlingen van het voortgezet onderwijs (vmbo, havo, vwo, praktijkonderwijs) bezochten twee bedrijven waar techniek en technologie een belangrijke rol spelen. Ook CT Stork College uit Hengelo doet hier graag aan mee. Alle klassen 2 met in totaal ruim 100 leerlingen hebben verspreid over twee ochtenden bedrijven bezocht en kregen een bijzonder inkijkje in de toegepaste technologie. In totaal werken er 40 bedrijven mee aan Twente goes Techno 2025 om de scholieren te laten zien hoe belangrijk techniek en technologie zijn en vooral hoe leuk het is om hiermee te werken! Inhoudelijk helpen voorbereiden Aylin Emral-Ceben is projectmedewerker Sterk Techniekonderwijs bij CT Stork College en speelt elk jaar een grote rol bij de organisatie: “Twente goes Techno organiseer ik samen met Hans Jansink, accountmanager bij de gemeente Hengelo. Hij is hier zelf al langer bij betrokken dan ik. We nodigen meerdere vo-scholen in Hengelo en omgeving uit om met hun leerlingen op bezoek te gaan bij de deelnemende bedrijven. Eén van deze scholen is de school waar ik werk, CT Stork College, maar we nodigen ook de leerlingen uit van het Avila College, Bataafs lyceum, Twickel Hengelo, Twickel Borne en ’t Genseler vanuit het praktijkonderwijs.” Eveneens is Aylin druk met het onderhouden van de banden met de deelnemende bedrijven: “Ik help hen om zich inhoudelijk goed voor te voorbereiden op de komst van de leerlingen om deze zo goed mogelijk kennis te laten maken met hun techniek en technologie.” Interne voorbereiding Cindy te Raa, projectleider STO van CT Stork College, nam de interne voorbereiding op Twente goes Techno voor haar rekening: “Vooral het maken van de schema’s waarin ik de leerlingen indeel in groepen. Vervolgens deelt de gemeente Hengelo hen in bij de deelnemende bedrijven. Hierbij kijk ik heel goed naar welke leerlingen passen bij welke bedrijven. bijvoorbeeld onze BBL-leerlingen deel ik bijvoorbeeld niet in bij bedrijven die hun werk vooral theoretisch insteken. Daarna is het een kwestie van de docenten eraan koppelen en het aanreiken van een interne LOB-opdracht waarmee de leerlingen zich goed kunnen voorbereiden op Twente goes Techno. Zoals: welk bedrijf gaan ze bezoeken, wat doet dat bedrijf, wat kunnen ze verwachten? Maar ook: hoe gedraag je je bij een bedrijf? Ook aan dat aspect besteden we in de voorbereiding veel aandacht.” Na afloop van Twente goes Techno wordt er ook met de deelnemende leerlingen van CT Stork tijdens de LOB-uren teruggekeken op de bedrijfsbezoeken en de ervaringen gedeeld. Belevingsboerderij Landgoed Kaamps: technologie voor…kaas! Belevingsboerderij Landgoed Kaamps deed voor het eerst mee met Twente goes Techno. Cindy: “Je zag aan de leerlingen dat ze ook bij dit bedrijf kennismaakten met een voor hen totaal andere wereld, vooral met alle techniek die komt kijken bij kaasmaken. Lisanne Smits, office manager Belevingsboerderij Landgoed Kaamps: “We hebben op twee dagen meerdere groepen mogen ontvangen. De beschikbare tijd was voldoende en sloot goed aan op onze rondleiding. We vonden het prettig om de leerlingen te mogen rondleiden en hopen dat zij een beter beeld hebben gekregen van de procestechniek rondom kaas maken. Wij kijken uit naar de volgende editie van Twente goes Techno!” Powerspex goes techno Ook Powerspex was natuurlijk weer van de partij en ook zij zorgden voor een gastvrije ontvangst van de leerlingen van CT Stork College. “We hebben er een leuke en informatieve ochtend van gemaakt,” vertelt Nienke van Rijn-van Miert namens Powerspex. “Het is de kunst om leerlingen enthousiast te maken over iets wat vrij abstract is. Powerspex werkt immers in een specifiek vakgebied. Als je een leerling vraagt: wat is techniek?, dan is het antwoord zelden: procesautomatisering. Twente goes Techno is voor ons een mooi moment om te laten zien dat procesautomatisering juist een mooie techniekrichting is.” Erwin Scheggetman, Lars Weiden en Jan Jansen verzorgden de ‘lessen’ tijdens Twente goed Techno. “Ze legden graag uit dat de techniek waarin Powerspex werkt ‘schoon’ is. Leerlingen hebben bij techniek vaak het beeld van vieze handen, maar dat is hier heel anders natuurlijk. We laten de leerlingen tijdens Twente goes Techno vooral veel zelf doen om ze dat te laten ontdekken. En Erwin, Lars en Jan vertelden natuurlijk waarom ze zelf voor de techniek hebben gekozen.” Dit keer gingen de leerlingen bij Powerspex onder meer aan de slag met de 3D-grijper die onlangs is ontwikkeld door het bedrijf. Een voor de jeugd inspirerend voorbeeld van de simulatietechniek waar Powerspex zich mee bezighoudt. Verder maakten de leerlingen kennis met programmeren en montage. Uitbreiding deelnemende bedrijven Aylin: “Tijdens Twente goes Techno zijn Hans Jansink en ik alle deelnemende bedrijven langs geweest met een presentje, en mochten we over het algemeen heel veel positieve reacties ontvangen. Voor volgend jaar hebben we het plan om nog meer bedrijven uit te nodigen, ook om opnieuw een grotere variatie in het techniek- en technologieaanbod voor de leerlingen te krijgen.” MENU
- STO Café eindigde met Brand Meester
02cb8d4f-a471-4276-be39-df0d0bce0975 STO Café eindigde met Brand Meester Dit keer streek het STO Café van STO Twente neer in de subregio Rijssen – Holten. Het bedrijf Aqua+ opende gastvrij haar deuren voor de bijna 30 deelnemers aan het STO Café op vrijdag 12 april. Het spectaculaire slot van de rondleiding mocht er zijn: een brand die ervoor zorgde dat de superieure sprinklerinstallatie van Aqua+ deed wat het moet doen: blussen! Enthousiaste partner STO Twente Familiebedrijf Aqua+ is Nederlands marktleider in het ontwerpen, installeren en onderhouden van sprinklersystemen en andere brandbeveiligingsinstallaties. Het bedrijf telt vijf vestigingen door heel Nederland met in Goor de hoofdvestiging. Al enige tijd doet Aqua+ als techniekbedrijf enthousiast mee met STO Twente. Zoals eerder met Girls Day en Careerday-on-Tour. En met De Waerdenborch in Holten en Goor bestaat inmiddels een hechte band. Volop kansen voor ook mbo’ers De ontvangst was hartelijk door Kristel Konst, manager HR, samen met een stagiair HRM, inclusief een drankje en een versnapering. Bij de inleidende presentatie kregen de deelnemers uitleg over het bedrijf Aqua+ met uiteraard een toekomstgericht accent op de vele mooie mbo- en hbo-functies in de techniek en meer die Aqua+ biedt. Dit innovatieve bedrijf investeert graag in het aantrekken van jong technisch talent, zoals met stage lopen of afstuderen bij Aqua+. Jong talent gaat mee de bouw op en leert tussendoor veel over de theorie, wetgevingen en natuurlijk over Aqua+ zelf. En zoals gezegd: via STO Twente werkt Aqua+ inmiddels met vmbo-scholen samen. Jong beginnen en de kracht van de lange adem Aqua+ begint met het interesse kweken voor techniek al bij groep 8 in het basisonderwijs! Deze leerlingen krijgen een rondleiding en Aqua+ laat hen een aansprekend proefje doen. Als het een beetje meezit, komen zij in hun middelbareschooltijd nog een keer langs. Vervolgens hoopt Aqua+ dat ze tijdens hun mbo- of hbo-studie aan Aqua+ denken wanneer zij in de fase komen van stagelopen. René Sikkelbein is binnen Aqua+ actief als opleidingscoördinator: “Wij vinden het heel belangrijk om niet alleen ons bedrijf te vertegenwoordigen, maar ook om leerlingen alle mogelijkheden mee te geven die een technisch bedrijf kan bieden en welke opleiding een leerling daarvoor nodig heeft. Kortom, een breed beeld dus.” Ook aantrekkelijk is dat Aqua+ intern opleidingen verzorgt voor haar collega’s onder de vlag van AquaSkills opleiding. Rondleiding Vervolgens kregen de deelnemers een inspirerende rondleiding door het bedrijf met werkplaats en prefab voormontage. Ook de mooie ruimte voor de AquaSkills opleiding kon de goedkeuring wegdragen van de vele techniekdocenten bij dit STO Café. De bulk van het werk, het monteren en servicen van de sprinklerinstallaties, gebeurt bij klanten ter plaatse. Aqua+ heeft hiervoor een groot wagenpark. Veel medewerkers zijn dan ook buiten de deur werkzaam. Brand!!!! Afsluitend hoogtepunt van het bezoek was het onder veilige en gecontroleerde omstandigheden zien ontstaan van een vuur in een testruimte. Met uiteraard de climax van de sprinklerinstallatie die precies deed waar het voor bedoeld is: het vuur bestrijden. De deelnemers filmden deze demo gretig met hun mobieltjes en waarschijnlijk staan de filmpjes inmiddels op heel wat social media-kanalen. De napraat onder het genot van een drankje was gezellig en bleek opnieuw een uitgelezen moment voor veel STO-collega’s om onderling even wat dingen aan te kaarten of te regelen. Aqua+, bedankt! MENU
- Rijssense tips voor werving en behoud hybride docenten
9956cce8-2908-4b72-a314-528d97364db3 Rijssense tips voor werving en behoud hybride docenten Hybride docenten zijn een belangrijk speerpunt van STO Twente. Toch blijkt de praktijk weerbarstig. Waar vind je hen? En hoe bind je deze toppers uit het bedrijfsleven aan je school? In Rijssen scoren ze goed met hybride docenten. Ze hebben er inmiddels maar liefst zes aan de slag. Wat zijn de succesfactoren hierin? Joke Lankamp van CSG Reggesteyn licht het toe: “Het draait allemaal om persoonlijke aandacht.” Veel aandacht vereist Hybride docenten komen niet vanzelf aanvliegen, benadrukt Joke: “Je moet eruit af, je gezicht laten zien bij de bedrijven en connecties opbouwen en onderhouden. Daar gaat het om, je regelt het niet met een mailtje. Ook laat ik binnen onze school in allerlei vergaderingen regelmatig weten dat we hybride docenten zoeken. Je moet het continu op de agenda houden.” En zijn de hybride docenten eenmaal binnen? Dan ondervindt Joke dat regelmatig overleg met de hybride docenten goed is: “We polsen hoe het gaat, en spreken en mailen elkaar.” Behoefte aan permanente ontwikkeling De hybride docenten zijn nu voor het tweede jaar aan de slag en geven bij Joke aan dat zij zich graag verder willen ontwikkelen. Joke: “Ze hebben ambitie en bijvoorbeeld door het aanbieden van studiemogelijkheden blijf je ze prikkelen, zoals met de opleiding voor het Pedagogisch-Didactisch Certificaat.” Ook belangrijk is, geeft Joke aan, om het arbeidsrechtelijk en administratief goed af te kaarten. Joke: “De werkgever detacheert de werknemer en wij betalen de hybride docenten. Dat moet je helder hebben. Mijn advies? Pak dit soort zaken in nauwe samenwerking met P&O van je school op.” Goede planning van belang Twee van de zes hybride docenten werken bij BWI. Joke: “Beide komen van hetzelfde bouwbedrijf en de eigenaren gunnen deze twee medewerkers de kans om zich ook elders te ontwikkelen zoals in het onderwijs.” Het eerste jaar kwamen ze binnen om te snuffelen, te helpen en te ondersteunen. De onderwijscollega’s hadden al snel door dat ze aanleg hadden: ze blijven rustig, leggen de leerlingen de lesstof goed uit en passen in het team. Joke: “Eén van deze twee hybride docenten volgt momenteel ook nog een dag in de week de studie Praktijkondersteuner. Daarna start hij zelfs met een volledige tweedegraads opleiding.” Wel benadrukt Joke dat je er met je planning rekening mee moet houden dat er altijd minimaal een tweedegraads bevoegd docent in de klas is als de hybride docent aan het werk is. Een aantal van de zes huidige hybride docenten groeit naar verwachting door studie door naar hogere onderwijsfuncties. Joke: “Dus moet je continu blijven werven voor nieuwe hybride docenten.” Ook bewuste inzet op Technolab Joke: “Verder zit er één hybride docent op PIE, één op M&T en twee in het Technolab. De hybride docenten van PIE en BWI werken vanuit de Kampus in Rijssen.” De plaatsing van twee hybride docenten in het Technolab licht Joke graag nader toe: “Op het Technolab hebben we de bezetting graag breed op orde. Vanuit die stevige bezetting willen we intern en extern zoveel mogelijk leerlingen, leerkrachten én onze eigen docenten met het Technolab kennis te laten maken. Zodat ons Technolab ook op de lange termijn, dus ná 2028, kan blijven draaien.” Ook benadrukt Joke dat de hybride docenten van belang zijn voor de PRO-leerlingen. Joke: “Ik heb leerlingen PRO die naar een tweede niveau gaan. Dit betekent dat zij op maandag lassen. Ik kan geen docent enkele uren per week alleen maar op drie PRO-leerlingen zetten. Dus deze leerlingen krijgen op maandag ondersteuning bij het lassen van onze hybride docent in ons PIE-lokaal op de Kampus.” Hybride docent ondersteunt laskampioen! Hét idee achter de hybride docenten is dat zij actuele technische kennis uit het bedrijfsleven de school in brengen. Werkt dat inderdaad zo? Joke: “Zeker! Neem de twee hybride docenten uit het bouwbedrijf. We hebben altijd moeite gehad om de juiste vakmensen in het onderwijs te vinden voor schoon metselwerk en alle vernieuwingen daarin. Eén van de twee hybride docenten uit het bouwbedrijf kan dat supergoed en brengt deze kennis zó het praktijklokaal in. En de hybride docent bij PIE tilt de leerlingen een niveau hoger met TIG lassen. We hebben een M&T leerling die in leerjaar vier een keuzedeel volgde bij PIE. Hij werd onlangs Nederlands kampioen lassen vanuit de wedstrijden die NIL organiseert voor het vmbo! Onze hybride docent heeft hem extra ondersteund.” Maar ook brengen de hybride docenten de praktische sfeer uit het bedrijfsleven mee de school in voor de leerlingen. Joke: “Onze eigen docenten zijn blij met hybride docenten die hen komen ondersteunen, ze profiteren van elkaar.” MENU
- Toptraject krijgt impuls met hulp van STO Twente
7faba3a2-861a-4196-a285-ce6279d16df2 Toptraject krijgt impuls met hulp van STO Twente Ook het Toptraject is een speerpunt van STO Twente. Verschillende subregio’s zijn hiermee zeer actief, zoals de subregio Hengelo. Ook het Twents Carmel College locatie Potskampstraat in Oldenzaal maakt hier al jarenlang concreet werk van. Dankzij de komst van het Technolab in Oldenzaal kreeg het Toptraject een extra technologische stimulans. Natalie Alferink, docent VO: “Met de huidige groep Toptraject-leerlingen werken we nu toe naar twee feestelijke events in april waarin al hun technische skills in één keer samenkomen.” Wat is het Toptraject? Natalie: “Het Toptraject staat voor een doorgaand leerlijn vmbo-mbo-hbo voor ambitieuze en praktisch ingestelde vmbo’ers die via het mbo een hbo-diploma willen halen. Zelf zit ik al ruim 10 jaar bij het Toptraject. Mijn rol? Vooral kijken wat we de leerlingen aanbieden binnen dit concept en ook: wat kan er beter of anders? Ik neem deel aan de werkgroep en verzorg concreet de lessen.” Wat is jullie aanpak op het Twents Carmel College? “Wij noemen het de hbo-route. Onze school werkt samen met het ROC van Twente (mbo) en Hogeschool Saxion (hbo) om gemotiveerde vierdejaars vmbo-leerlingen een route naar het hbo aan te bieden. Deze vaak praktisch ingestelde leerlingen krijgen voor een aantal vakken een verdiepend programma aangeboden. Kunnen zij dit aan en scoren zij goed op de vaardigheden die je daarvoor nodig hebt? Dan slagen zij met een getuigschrift Toptraject. Op het ROC van Twente kunnen zij vervolgens verder met dit Toptraject. Daar word je met verschillende topclasses voorbereid op de doorstroom naar Saxion (hbo). Is een leerling theoretisch ingesteld? Dan is de route van vmbo naar havo misschien wel de meest geschikte weg om het hbo te bereiken. Ook in ons havo-Toptraject krijg je voor een aantal vakken een verdieping aangeboden, zodat de aansluiting na het vmbo eenvoudig verloopt. Sinds dit jaar voegen we beide groepen samen.” Hoe komen deze leerlingen hiervoor in aanmerking? “In leerjaar 3 zien we álle leerlingen als mogelijke deelnemer aan de hbo-route. Dus gelijke kansen voor iedereen. Om de juiste leerlingen te selecteren voor deelname aan de hbo-route in leerjaar 4 nemen we ze mee door een heel traject. Zoals met een informatieavond en een gesprek met de ouders. Een leerling die interesse heeft moet een motivatiebrief schrijven, gevolgd door een huiswerkopdracht en een verdiepend gesprek. Ook betrekken we hun praktijkdocent en de docenten van de kernvakken in de beoordeling en telt het cijfergemiddelde mee. Kortom, een pittig selectietraject, we willen de écht gemotiveerde leerlingen bereiken.” Wat doen de leerlingen van de hbo-route in de praktijk? “We hebben momenteel twee klassen met in totaal 48 leerlingen. Ze komen elke week voor praktijkuren samen in ons nieuwe Technolab. In groepjes volgen zij workshops. Ook krijgen ze theorielessen, waaronder Nederlands, waarbij de focus ligt op hoe je een onderzoeksverslag schrijft. We hebben zelfs hbo-studenten over de vloer gehad die de leerlingen helpen met hun onderzoek en bijbehorend verslag. Vaardigheden die je straks ook op het mbo en hbo nodig hebt. We monitoren de leerlingen zorgvuldig: kunnen ze de vrijheid aan? Werken ze samen? En zien we verbeterpunten? Dan bespreken we die direct. Heel veel gaat dus om werkhouding en gedrag dat je nodig hebt om straks uiteindelijk het hbo aan te kunnen. Elk jaar in december hebben we een ijkpunt om te beoordelen of de leerlingen Toptraject-waardig zijn. Als dit niet het geval is, blijven ze in de hbo-route, maar kan de focus ergens anders komen te liggen en krijgen ze uiteindelijk hun certificaat helaas niet.” Welke rol speelt jullie nieuwe Technoloab? “Met de technologie daarin kunnen we het hbo-traject enorm verdiepen. Zoals 3D-printen/lasersnijden, drones, VR, app’s ontwikkelen en podiumtechnieken. Voorheen hadden we die mogelijkheid niet en werkten de leerlingen meer met projecten. Maar met het Technolab is het veel concreter voor hen en met meer dynamiek. Ook krijgen ze mee hoe breed techniek eigenlijk kan zijn. Opvallend is dat we momenteel meer meisjes dan jongens in deze lichting van het Toptraject hebben. Zelf volgde ik een cursus VR en werd enorm enthousiast van alle mogelijkheden. Als het in het voorjaar wat rustiger wordt, wil ik mij gaan verdiepen in Co-Spaces Edu. Het Toptraject is dus ook verrijkend voor mij als docent. Verder overleg ik wekelijks met de instructeurs van ons Technolab over hoe het gaat en wat we eventueel nog nodig hebben.” Waar werkt de huidige groep Toptraject-leerlingen nu naartoe? “Ik vind het belangrijk dat de leerlingen aan een zinvol en concreet project werken, dus niet alleen voor een cijfer. Juist daardoor ervaren ze hoe het is om samen verantwoordelijk te zijn voor een concreet op te leveren project. Met de technologie uit het Technolab die ik eerder noemde verzorgen deze Toptraject-leerlingen op 13 en 14 april twee feesten voor de onderbouw. Het thema van de woensdaggroep is een junglefeest voor de eerstejaarsonderbouw. Het feestthema van de donderdaggroep is glow in the dark voor de tweedejaarsonderbouw. Ook dit is door hen zelf bedacht. Alle technologie uit het Technolab komt hierin speels samen. Zo kunnen de leerlingen op dit feest meedoen aan een wedstrijd dronevliegen. Met een bijhorende app die hiervoor speciaal wordt ontwikkeld schrijven de leerlingen zich hiervoor in. Dit betekent dat het groepje voor de dronewedstrijd en het groepje voor de app-ontwikkeling echt moeten samenwerken. Elk groepje leerlingen heeft een team captain. Daarmee ga ik regelmatig even rond de tafel om de horloges gelijk te zetten en van elkaar te leren. Ook dat proces is leerzaam voor hen. We gebruiken boekjes van STEAM om de leerlingen in dit project alvast op weg te helpen.” Doen er ook techniekbedrijven mee? “We hebben de aftrap van dit project gedaan bij Poppodium Metropool. Dit was voor de leerlingen een openbaring. Een technicus van hen begeleidt nu het Toptraject-team dat in de theaterzaal van het Twents Carmel College het licht en geluid regelt voor de beide feesten, in feite als een soort hybride docent.” Wat raad je andere vmbo-scholen aan die ook werk willen maken van hun Toptraject? “Bereid je goed voor en neem de tijd. Zelf hebben collega’s en ik twee jaar uitgetrokken voor de opstart. Wat is er mogelijk? Hoe vliegen we het aan? Ook hebben we vierdejaarsleerlingen geïnterviewd om te achterhalen wat zij zelf interessant vinden als het gaat om techniek. We hebben dus heel goed gekeken hoe onze plannen optimaal bij hen zouden kunnen aansluiten. Vanuit die gedegen start hebben we vervolgens al die elementen met elkaar verbonden.” Enkele reacties van de Toptraject-leerlingen zelf: Lenneke: “De zelfstandigheid die je krijgt in het Toptraject vind ik een hele leuke uitdaging. Eerder werkte ik aan een project en hielpen hbo-leerlingen ons met het uitwerken van het bijbehorende verslag. Dat vond ik heel leerzaam.” Anne: “Van de zelfstandigheid én het samenwerken met elkaar leer je echt. Hierna wil ik havo en hbo gaan doen, maar ik weet nog niet in welke richting.” Mirella: “Techniek vind ik heel leuk om mee aan de gang te gaan. Techniek wordt met steeds meer beroepen gemixt. Dus de kans is groot dat je er later in je werk mee te maken krijgt.” Mika: “We werken naar het feest toe, en het is goed om zo’n deadline te hebben. Dan leer je ook omgaan met die druk.” Dieks: “Je doet dingen die je nog nooit eerder hebt gedaan en normaal gesproken je leraren voor je doen, zoals materiaal regelen. Je leert daar veel van omdat het zo anders is.” MENU
- “Het Technolab helpt onze basisschool W&T-doelen concretiseren”
e6c5c968-aa09-45ca-be06-26cc990b363a “Het Technolab helpt onze basisschool W&T-doelen concretiseren” Het is druk in het Technolab van het Twents Carmel College (TCC) aan de Postkampstraat in Oldenzaal. Geen wonder: de allerlaatste technologieën staan hier voor leerlingen klaar in spannende workshops. Van drones tot en met VR-brillen. Begeleid door enthousiaste docenten onder leiding van Sander Dommerholt, coördinator Technolab, en mogelijk gemaakt door STO Twente. Naast de leerlingen van het TCC zelf, komen er ook steeds meer groepen 8 van basisscholen uit Oldenzaal en omgeving op bezoek in het Technolab. Dit past perfect in de doorlopende leerlijn die STO Twente graag helpt bouwen. Technolab: ontdekken door te doen! Het Technolab van het TCC is dé plek waar leerlingen kunnen proeven van de mogelijkheden in de techniek. Je eigen ontwerpen printen op een 3D-printer, een droomhuis ontwerpen met een VR-bril, een drone programmeren, lasersnijden, de DOBOT-robotarm en Lego Spike Prime: het kan er allemaal, zowel voor de leerlingen van het TCC als van basisscholen. De technologische mogelijkheden zijn verdeeld over zes workshops inclusief heldere instructie. Bezoek van Basisschool De Meander Bijvoorbeeld op dinsdag 1 juni was Basisschool De Meander uit Ootmarsum op bezoek met groep 8 voor allerlei spannende workshops. Kyra Nijhuis is leerkracht van groep 8: “Marijke Egbers kwam uitleg geven over het Technolab en we werden direct enthousiast. Het Technolab paste in haar grotere verhaal dat gaat over het voor kinderen aantrekkelijker maken van techniekonderwijs. Daarna konden we ons heel eenvoudig online inschrijven voor het Technolab. We hebben de filmpjes over de workshops in het Technolab bekeken op de website. Vervolgens konden de leerlingen een aantal voorkeuren aangeven en heb ik de uiteindelijke selectie voor hen gemaakt.” Zowel Marijke Egbers als Christel Mollink zijn docenten uit het PO die gedetacheerd zijn naar het TCC en naast de docenten en instructeurs van het TCC werken in het technolab. Actief met W&T De Meander is actief met W&T, geeft Kyra aan: “Om de zoveel tijd krijgen de leerlingen les in coderen en programmeren door onze ict’ers. Dronevliegen komt daarbij aan bod. We werken ook met Minecraft. We besteden aandacht aan techniek vanaf de kleuters tot en met groep 8. Wetenschap & Technologie is daadwerkelijk ingebed in ons curriculum. Zelf ben ik opgegroeid met meerdere technische broers, dus kreeg ik techniek met de paplepel ingegoten. Nu heb ik bijvoorbeeld thuis een 3D-pen om zelf uit te proberen. Maar dat geldt uiteraard niet voor alle leerkrachten in het basisonderwijs. Daarom is ook voor hen het Technolab zo nuttig.” Een leuke uitspraak van een leerling van Basisschool De Meander uit Ootmarsum tijdens de workshops in het Technolab: “Ik word agent en ga met drones boeven vangen!” Goede ervaring met Technolab Thies Welhuis is leerkracht van groep 8 van de Leemstee uit Oldenzaal: “Al meerderde keren hebben we het Technolab op het TCC bezocht met onze leerlingen. Daarmee helpen we een belangrijk doel realiseren; het helpen enthousiasmeren van leerlingen voor techniek. Wat ik zelf mooi vind, is dat we met behulp van het Technolab steeds meer aandacht geven aan het belang van technische beroepsopleidingen. Die medewerkers hebben we steeds meer nodig en het Technolab is een fantastische plek om leerlingen daar enthousiast voor te maken. Mijn ervaringen in het Technolab zijn heel goed, met een brede keuze uit technologie en workshops. Van drones, VR-brillen tot en met een robotarm. Ik had bijvoorbeeld een leerling die al veel wist van VR en die motiveerde ik om juist voor een andere workshop te kiezen, namelijk voor de robotarm en daar kwam die leerling heel enthousiast van terug. Fijn om te zien dat je daar, in samenwerking met het Technolab, als leerkracht ook in kan coachen en begeleiden.” Technolab helpt W&T-doelen concretiseren Tom Koers is leerkracht van groep 7a op de Meander uit Ootmarsum: “We zijn één keer naar het Technolab geweest op het TCC. Perfect geregeld en begeleid. Een mooie ruimte met duidelijke materialen en heldere uitleg voor de leerlingen. De kinderen konden zelfstandig aan de slag met het maken en testen van een boot, die boten challenge is één van de mogelijkheden in het Technolab. In het po liggen officiële doelen om leerlingen te enthousiasmeren voor techniek. We hebben bijvoorbeeld de opdracht W&T te integreren in ons curriculum. Die techniekleerdoelen helpt het Technolab ons realiseren. Vooral groep 8 kan kiezen uit meerdere workshops. Al met al betekent het Technolab voor onze leerdoelen een mooie stimulans.” Dronefilmpje toont álle techniekkansen op het TCC Bjorn Klein Gunnewiek is instructeur in het Technolab van TCC: “We willen de leerlingen uit het basisonderwijs niet alleen kennis laten maken met het Technolab, maar ook met de andere techniekmogelijkheden die het TCC biedt. Natuurlijk kunnen we niet voortdurend de technieklessen onderbreken door met deze leerlingen door de school te lopen. Daarom heb ik met een drone een filmpje gemaakt waarbij deze drone onder andere door de lokalen voor PIE en BWI vliegt. Voorzien van een goede en heldere voice over. Dit filmpje laten we alle leerlingen uit het basisonderwijs zien nadat ze hun workshops hebben gevolgd. Zo krijgen zij een nog breder beeld van wat er met techniek allemaal mogelijk is.” Technolab: ideaal binnen het kader van Wetenschap & Technologie Christel Mollink is docent in het Technolab van het TCC: “Basisscholen moeten aan de slag met Wetenschap & Technologie. Het Technolab helpt daar een praktisch en uitnodigend gezicht aan te geven. Maar basisscholen kunnen zelf ook al van alles zelf doen zonder al te veel investeringen. Neem 3D-pennen. Die zijn betaalbaar, je leerlingen gaan ermee aan de slag en in ons Technolab kun je vervolgens de verdieping in met onze 3D-printer. We merken dat als teams van basisscholen hier komen zij hun eventuele koudwatervrees voor technologie verliezen. Vooral als we vertellen dat je eigenlijk met heel gemakkelijke middelen al veel kunt doen met technologie. Neem de app iMotion. Normaal doe je een stelopdracht in een schrift of op de computer. Met deze app doe je dat eenvoudig met een filmpje waarmee je het verhaal vertelt. Die voorbeelden spreken aan, merken we.” Bjorn: “Daarom is het belangrijk dat we naast de leerlingen, ook de docententeams van de basisscholen uitnodigen. Zo ervaren zij zelf wat het is en valt het gevoel weg van ‘onbekend maak onbemind’. Je ziet bij hen het kwartje vallen en zo worden zij ook ambassadeurs voor nieuwe technologie voor hun basisschoolleerlingen.” Opvallende uitspraken Donderdag 3 februari heeft groep 8b van basisschool Drie-eenheid een bezoek gebracht aan het Technolab van het TCC. De leerlingen hebben een kort verslag gemaakt van de workshops die zij deze ochtend hebben gevolgd. Lego Spike Prime Geschreven door: Ize “Eerst moest je een filmpje kijken van wat je gaat doen. Daarna moesten we een auto maken van lego en daar een motortje in stoppen en aansluiten. Toen moesten we op een weg die van Losser door Oldenzaal en dan naar Denekamp afleggen. Je moest dan over een rode lijn met allemaal bochten en rechte stukken en dan uiteindelijk naar Denekamp. Je kon daar komen om op een computerprogramma het autootje te programmeren. Dat was echt superleuk om te doen, want je kon allemaal effecten toevoegen. Je kon zelf de afstand bepalen bijvoorbeeld hoe lang het autootje rechtdoor ging. Dus je moest dan allemaal dingen uitproberen. Het is ons uiteindelijk gelukt om de hele baan af te leggen. Het was superleuk om te doen.” Drone vliegen Geschreven door: Liselotte “Het was echt een leuk om te doen! We mochten een eigen drone besturen. Eerst gingen we oefenen met verschillende snelheden. Na de pauze deden wij een wedstrijd. Hier moesten we een parcours afleggen die door de leerkracht werd gemaakt. Uiteindelijk kregen de kinderen die in de top 3 waren geëindigd een prijs. Het was echt heel erg leuk om te doen.” Do-Bot Geschreven door: Charlotte “Met de Do-Bot mochten we de robot allerlei bewegingen laten doen. We hebben geleerd hoe een robot onze naam kan schrijven en ook mochten we de robotarm gebruiken om blokjes van de ene naar de andere kant te slepen. Dit was echt heel cool om te doen.” Lasersnijden Geschreven door: Lara “Wij gingen lasersnijden. We moesten eerst een ontwerp tekenen, daarna moest het gegraveerd worden op een houten plankje. Daarna gingen we het plankje inkleuren. Als laatste moest er een puzzel van worden gemaakt. Het was heel leuk en leerzaam. Het was vooral leerzaam om met apparaten te werken.” VR-Bril Geschreven door: Siem “We hebben veel leuke en interessante dingen gedaan. We hebben met VR brillen gewerkt. Er stond een mooi filmpje klaar en alles was duidelijk. Het was goed georganiseerd en de begeleiding hielp goed. Je kon leuke dingen doen met de VR brillen.” 3D-pen Geschreven door: Maeve “Wij vonden dit heel leuk om te doen. De pennen waren fijn om mee te werken, maar de printers mochten we niet gebruiken. Dat was wel jammer maar we hebben allemaal alsnog een leuke dag gehad. De ruimte waar we in werkten was heel mooi en de stoelen zaten lekker. Alleen het plastic stonk nogal, maar uiteindelijk wenden we daar ook wel aan. Op het begin was het wat verwarrend om de pennen aan te zetten, maar we kwamen er uiteindelijk wel uit.” “Ik word later agent en ga met drones boeven vangen!” “Als je samen met je klasgenoten een workshop doet, leer je ook van elkaar” “Later wil ik niet op een kantoor werken, maar wil ik in de techniek verder!” Ook op bezoek komen in het Technolab met uw basisschool? U bent van harte welkom! Helaas zit het Technolab van het TCC al tot de zomervakantie volgeboekt. Maar geen nood: in het schooljaar 2022-2023 is er weer alle gelegenheid. Reserveren voor de workshops in het Technolab doet u heel handig digitaal via deze link: https://technolabtcc.accommodatiehuur.nl/ . Bjorn: “Na de eerste workshopronde vragen we de leerkrachten en vooral de kinderen altijd om tips om de workshops voor de volgende ronde nog verder te verbeteren.” MENU
- Sla de spijker op de kop: STO gebaat bij meetbare techniekpromotie
e5167790-d070-43f1-b1d8-42a3e67339e7 Sla de spijker op de kop: STO gebaat bij meetbare techniekpromotie In alle STO-regio’s in Nederland wordt hard gewerkt aan techniekpromotie. Dit betekent in de praktijk vaak het etaleren van de nieuwste ‘technieken’ aan jongeren om hen te boeien voor bijpassende studies en beroepen. Tim Post adviseert STO Twente: “Onderwijsontwikkeling begint met meetbare opbrengsten, niet met lesmiddelen. De hamvraag is hoe onze ambitie zich vertaalt in effectieve techniekpromotie voor onze doelgroepen. Deze opbrengstgerichte aanpak borgt dat uitwerkingen van onze ambitie leiden tot doeltreffende onderwijsactiviteiten. Dit advies druk ik álle STO-regio’s in Nederland op het hart.” Tim Post is onderwijspsycholoog (PhD), gespecialiseerd in W&T-onderwijs en onder meer werkzaam als coördinator van het Technologie Platform Enschede. Aan onderwijswetenschappelijke bouwstenen voor effectieve techniekpromotie is geen gebrek, weet Tim: “Wereldwijd hebben beleidsmakers, onderwijzers en het bedrijfsleven zich al ingezet voor techniekpromotie onder jongeren. STO is daarin niet nieuw. Onderzoek naar deze initiatieven heeft waardevol inzicht opgeleverd in doeltreffende techniekpromotie. In mijn ogen is de kloof tussen deze kennisbasis en de praktijk nog groot. Zonde, want dit laat veel werkgroepen onnodig worstelen met theoretische vragen of het laat hen investeren in goedbedoelde initiatieven die in het verleden nauwelijks effectief bleken. Ik denk dat STO daarom gebaat zou zijn bij een praktijkgerichte werkwijze voor gefundeerde en meetbare techniekpromotie. Daarmee helpen we werkgroepen spijkers met koppen te slaan.” Bundel de krachten van wetenschap en de onderwijspraktijk “Het is een cliché, maar meten is weten. In de eerste plaats niet alleen om te weten of onze techniekpromotie effectief is, maar vooral om docenten te informeren welke concrete opbrengsten we precies van hen verwachten. Meetbare techniekpromotie ontstijgt algemene activiteitenplannen. Neem bijvoorbeeld de ambitie om de beelden en attitudes van jongeren ten aanzien van technisch werk te verbeteren. Een nobel streven, maar over welke beelden en attitudes hebben we het dan precies? Vraag het docenten en je krijgt een ander antwoord per docent. Die verscheidenheid uit zich vervolgens vaak in onsamenhangende techniekpromotie en effecten. Zonde, want onderzoek biedt al veel beproefde kaders.” Daar komt bij, stipt Tim aan, dat het opstellen van meetbare techniekpromotie alle STO-regio’s zou kunnen verbinden op de inhoud. Combineer techniekpromotie met context en storytelling Neem bijvoorbeeld de befaamde 3D-printer in veel van onze Technolabs. Die zijn uiteraard fantastisch, beaamt Tim: “Ik ben de eerste om zulke technologie toe te juichen. Maar waartoe dient de printer precies? Onderzoek adviseert om leerlingen niet alleen mooie dingen te laten maken met de 3D-printer omdat het kán, maar om hen 3D-producten te laten ontwikkelen waarmee zij een link leggen met de zaken die er in hun verdere leven toe doen. Daarmee behartig je doeltreffende techniekpromotie: je confronteert leerlingen met de vraag welke rol een 3D-printer eigenlijk speelt en gaat spelen in de maatschappij. Zorg er dus voor, is het advies, om techniekpromotie te doordringen van context en storytelling. Een goed voorbeeld van opbrengstgerichte techniekpromotie voor onze werkgroepen.” Maak techniek betekenisvol Tim geeft een ander voorbeeld: “Een ander doel van techniekpromotie is jongeren op de hoogte te brengen van actuele technologische ontwikkelingen in de wereld die invloed (zullen) zijn op hun leven. Dat betekent dat, volgens onderzoek, techniekpromotie niet zozeer draait om het leren bedienen van de 3D-printer, maar om jongeren te boeien voor de technologische ontwikkeling achter de printer. Je kunt je voorstellen dat dit onderwijsdoel een andere invulling zou geven aan je onderwijsactiviteiten dan het aanleren van vaardigheden, bijvoorbeeld door leerlingen te laten debatteren met vakmensen over kansrijke opvolgers van de 3D-printer. Een bijhorende strategie is kinderen daarbij zo vroeg mogelijk te boeien, al vanaf een leeftijd van 6 jaar in het basisonderwijs. Dan blijken kinderen namelijk psychologisch gezien het meest sensitief voor positieve beeldvorming. Start je pas later, dan ben je te laat en kun je van techniekpromotie nauwelijks effect verwachten. Onderzoek onderstreept dus het speerpunt om het PO integraal bij STO te betrekken. Daarvoor bestaan allerlei concrete suggesties voor ontwikkelaars.” Zet de beleving van de leerling centraal Tim geeft graag nog een ander voorbeeld: “Effectieve techniekpromotie zet de beleving van de leerling centraal en niet die van de docent. Dus moeten we ons onderwijs in relatie tot techniek nog meer inrichten rondom de manier waarop het kind in kwestie in de wereld staat en die wereld ervaart. Zo laat je aan bijvoorbeeld al een groep 6 leerling zien hoe techniek het verschil gaat maken in zijn of haar latere studie, baan, levensgroei, wereld en klimaat. Kortom, construeer je techniekonderwijs veel meer vanuit de eigen ideeën, nieuwsgierigheid en creativiteit van het kind. Dan krijgt technologie voor hem of haar betekenis, blijft het hangen en realiseer je dus duurzame opbrengsten.” Focus op het totale spectrum van doelen voor techniekpromotie Natuurlijk doen we al heel veel goed per subregio binnen STO Twente, benadrukt Tim: “We hebben prachtige Technolabs met allerlei onderwijsprogramma’s. Door samen de wetenschappelijke basis te leggen voor effectieve techniekpromotie, kunnen we samen ook onderbelichte aspecten van techniekpromotie in kaart brengen en die met beide handen aanpakken. In plaats van meer van hetzelfde doen, verbreden we onze techniekpromotie. Met wetenschappelijke meetinstrumenten hiervoor kunnen we vervolgens onze effectiviteit gericht meten onder jongeren en, waar nodig, verbeteringen aanbrengen bij onze diensten. Met een hamer in de hand lijkt alles op een spijker. Hoogste tijd dus voor een rijkgevulde gereedschapskist.” Tips van Tim • Onderwijsontwikkeling begint met meetbare opbrengsten, niet met lesmiddelen. • Onderzoek onderstreept het speerpunt om het PO integraal bij STO te betrekken • Start zo vroeg mogelijk met het boeien van kinderen voor techniek, al vanaf een leeftijd van 6 jaar in het basisonderwijs. • Effectieve techniekpromotie zet de beleving van de leerling centraal en niet die van de docent. • Zorg ervoor om techniekpromotie te doordringen van context en storytelling. MENU
- Leerlingen PIE bij Witte van Moort gastvrij aan de slag met lascobot
5e9163e8-b0e9-4f26-9adf-fe4670ed73e9 Leerlingen PIE bij Witte van Moort gastvrij aan de slag met lascobot CSG Het Noordik Vroomshoop is voor haar technische vmbo-leerlingen actief met bedrijfsbezoeken, zoals ook op maandag 12 juni bij Witte van Moort (WvM). Dit familiebedrijf in Vriezenveen is wereldwijd bekend om haar geautomatiseerde plaatbewerking. Ruimhartig zette WvM haar poorten open voor 12 gemotiveerde studenten PIE uit leerjaar 3, onder leiding van Eric Raanhuis, hun docent PIE. Het hoogtepunt was het zelf mogen bedienen van een lascobot. Eric: “Cobot-techniek kunnen wij op school niet aanbieden, maar bij WvM gelukkig wel. Belangrijk, want nu ontdekken de leerlingen de nieuwste technologie die zij later in hun werk tegen zouden kunnen komen.” Complexe vormdelen en lassamenstellingen Voor toonaangevende internationale klanten ontwerpt en produceert Witte van Moort hoogwaardige persdelen en lassamenstellingen van plaatstaal. De processen die hierbij zijn betrokken, zijn o.a. dieptrekken, lasersnijden, lassen en oppervlaktebehandeling. Centraal staan het innovatieve machinepark en goed opgeleid personeel. De betrokkenheid bij de nieuwe generatie technici is groot, dus is ook CSG Het Noordik meer dan welkom. WvM nam in februari 2023 dan ook enthousiast deel aan Techniek Tastbaar op het Alma College in Almelo. Goed getimed: eerst een bedrijfspresentatie op school Om goed beslagen ten ijs te komen, heeft WVM de week voor het feitelijke bedrijfsbezoek op 12 juni, een bedrijfspresentatie gegeven voor de leerlingen van het Noordik Vroomshoop. Deze werd verzorgd door Daniel Brouwer, afdelingsleider Technische Dienst & Gereedschapmakerij en zijn collega Jacco Eshuis, afdelingsleider Plaatwerkerij. Deze bedrijfspresentatie vooraf op school, in plaats van tijdens het bedrijfsbezoek zelf, bleek een slimme en bewuste zet. Daardoor kwamen de leerlingen al goed geïnformeerd naar WvM én was er tijdens het bezoek aan WvM veel meer tijd voor een mooie rondleiding en het échte werk met de lascobot. Rondleiding De hartelijke ontvangst ging gepaard met een heldere veiligheidsinstructie. Daarna gingen de 12 leerlingen, verdeeld over twee groepen van zes, onder begeleiding van Daniel en Jacco de fabriek in voor een rondleiding. Jacco: “We maken hier graag tijd voor vrij, want wij vinden het belangrijk om ook de leerlingen van het vmbo zoveel mogelijk te interesseren voor techniek. In ons bedrijf zullen ze toch meer in werking zien dan op school en we hopen hen in de toekomst misschien te mogen verwelkomen als collega’s. Dat begint toch met dit soort praktische bedrijfsbezoeken. We bouwen steeds betere banden op met de scholen in de omgeving zoals nu met CSG Het Noordik Vroomshoop. Leerlingen van het Noordik Almelo en Noordik Vriezenveen hebben ons al eerder bezocht, evenals het Alma College.” Jeanine van Egten is HR functionaris bij WvM: “In ons bedrijf hebben we veel mbo-functies in de techniek en elke mbo’er in de techniek is ooit op het vmbo begonnen! Ook bieden we graag ruimte aan vrouwelijke medewerkers in de techniek. Op de afdeling Lakkerij werken nu drie dames. Vorig jaar heeft op de afdeling Plaatwerkerij een vrouwelijke student stage gelopen, dat beviel van beide kanten erg goed." Indrukwekkend Alle processen kwamen tijdens de rondleiding aan bod en wat opviel was de extreem hoge mate van automatisering van de processen voor plaatbewerking, vooral in de vorm van robots. De programmeurs die deze robots bedienen, worden daar intern voor opgeleid en hebben mbo-niveau. Er is heel veel kennis in huis en de serieproductie loopt 24/7 door. Om die productie maximaal gaande te houden, voert een eigen Technische Dienst alle reparaties uit. Dit voorkomt tijdverlies door uitbesteding. De rondleiding was indrukwekkend, vooral de meetrobot die in no-time ontelbaar veel foto’s maakt om de eindproducten te controleren. Ook tot de verbeelding spraken alle metaalbewerkingen die nodig zijn voor het produceren van onderdelen van heftrucks inclusief het op kleur poedercoaten. Op de Perserij werd er door de leerlingen zelf, deels met ouderwetse spierkracht, een metalen telefoonhouder geperst. Aan de slag met de lascobot Na de uitgebreide rondleiding gingen de leerlingen, nog steeds verdeeld over twee groepen, aan de slag met een echte lascobot. Uiteraard onder deskundige en veilige leiding! Een lascobot is in feite een compacte lasrobot en zeer geschikt voor eenvoudige repetitieve toepassingen. De leerlingen leerden hoe ze de lascobot zelf konden programmeren voor een geautomatiseerd stukje laswerk. Vervolgens voerden zij, ieder voor zich, het leggen van de las uit met de cobot. Een compleet nieuwe ervaring die strookt met de werkwerkelijkheid in de metaalsector waarin de lascobot steeds meer oprukt. Deze biedt interessant werk, want elke lascobot moet altijd nog geprogrammeerd worden door een operator, een mooie en uitdagende mbo-functie in de techniek. Witte van Moort…bedankt! Nadat het werk aan de lascobot erop zat, was er ruimte voor een praatje en een drankje. Vervolgens verzamelden alle leerlingen zich op het bedrijfsbordes voor een mooie groepsfoto. Wat ook niet onvermeld mag blijven is de royale goodiebag die alle leerlingen meekregen met daarin interessante technologische gadgets. Alle gastvrije medewerkers van WvM… Bedankt! www.wvm.nl MENU
- Geslaagde pilot met VCA-diploma: veilig stagelopen in de techniek
90a6f1f1-ca08-4e21-a5d9-1d2f366fb5e4 Geslaagde pilot met VCA-diploma: veilig stagelopen in de techniek STO Twente wil graag dat vmbo-leerlingen een technische stage krijgen. Veilig werken staat daarbij voorop! Stagebedrijven eisen steeds vaker dat ook vmbo-leerlingen techniek over het zogeheten VCA-diploma beschikken. VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers. Het Canisius in Tubbergen pakte de koe bij de horens. Op dinsdag 19 april kregen vierdejaars leerlingen hun VCA-diploma uitgereikt. Het grote voordeel? Techniekbedrijven kunnen deze leerlingen veel veiliger, breder en ook met nóg serieuzere opdrachten aan het werk zetten. Pittige opleiding Joost Buurke is teamleider vmbo-bovenbouw op het Canisius: “Het VCA-certificaat voor de leerlingen is maar liefst 10 jaar geldig. Nu met hun stage, straks ook voor hun mbo-stage én als zij daarna de arbeidsmarkt betreden. Het was pittig, inclusief een officieel examen. En dat ook nog eens in het examenjaar van deze leerlingen!” “Dankzij het VCA-certificaat mag ik nu bijvoorbeeld met een slijptol werken” Mart Krikhaar is 17, zit in het vierde jaar en deed vrijwillig mee met de VCA-opleiding: “Ik volg het profiel D&P en dat is hier ingericht als technisch profiel. Graag wil ik door met techniek. We wonen thuis in het buitengebied, dus kom je ook al sneller in aanraking met techniek. Dankzij het VCA-certificaat kon ik bij mijn stagebedrijf Loohuis met veel meer apparaten veilig werken zoals een slijptol. Ook heb ik daar een bijbaan, dus komt het VCA-certificaat mij dubbel van pas.” Verder uitrollen Marleen Peddemors – Greftenhuis (stagecoördinator en docent biologie) is namens het Canisius één van de betrokkenen bij STO Twente: “Onze school voerde deze VCA-pilot uit. Maar de STO subregio Almelo e.o. wil dit breder oppakken. Nu nog organiseren wij de VCA-cursus bij opleider BAVO, maar dit is kostbaar. Het plan is dat elke vmbo-school in de STO subregio Almelo e.o. een docent laat opleiden tot VCA-instructeur. Die kan dan lesgeven en vervolgens neemt een officiële instantie het examen af.” MENU
- Reggesteyn: veelzijdige inzet VR brillen in het onderwijs
2f7e1c56-d5c4-450e-8985-623c8959864a Reggesteyn: veelzijdige inzet VR brillen in het onderwijs Op Reggesteyn zetten ze steeds vaker VR-brillen in voor de technische vakken. Waar het aan het begin nog ‘spannend’ gevonden werd om zo’n nieuwe techniek te gebruiken tijdens de lessen, weten de collega’s binnen Reggesteyn het VR-team steeds beter te vinden. Samen nadenken over nieuwe mogelijkheden binnen lessen. Dat is toch fantastisch! Heel belangrijk: de VR-bril is niet het doel van de les, maar een middel om het doel te bereiken. Ook ingezet bij Zorg & Welzijn Tijdens lessen van Zorg & Welzijn zet Reggesteyn de VR-brillen ook steeds vaker in. Hoe leerzaam is het om leerlingen die later bij de kinderopvang willen werken, de wereld door de ogen van een peuter te laten zien?! De leerlingen kijken naar een video waarop zij alles zien op peuterhoogte. Het is met een 360 graden camera gefilmd, waardoor zij de hele ruimte om zich heen kunnen zien. Welk gevaren zie je? Hoe moet een volwassene je benaderen als hij/zij in gesprek gaat met een peuter? In de gegeven opdracht moesten de leerlingen niet alleen naar de video kijken, maar hier ook gerichte kijkvragen over beantwoorden. Brede inzet De VR-brillen zijn voor de technische vakken en Zorg & Welzijn, maar Reggesteyn wil deze zoveel mogelijk wil benutten. Daarom zijn in de afgelopen periode de VR-brillen ook ingezet tijdens een muziekles samen met de app ‘Drum legend’. Drum legend is een muziekritmespel met meerdere drumgameplay-opties. In de ‘Drum Maestro-modus’ kun je een banddrummer simuleren, verschillende drumvaardigheden leren en je favoriete muziek spelen. In de ‘Rhythm Rush-modus’ daag je jezelf uit met moeilijkere nummers en streef je naar hogere scores. Het is niet alleen voor de collega’s vreemd om ineens zo’n VR-bril in te zetten tijdens de les, maar ook voor de leerlingen. Toen de leerlingen de bril voor de eerste keer opzetten, waren ze verwonderd. Zo’n andere wereld, waarbij ze de echte wereld even vergaten. Meer lessen met VR gepland Na de kerstvakantie stond de volgende VR-les gepland: boksen tijdens de gymles. De app Fit-XR zal hiervoor gebruikt worden. De afgelopen periode zijn mooie samenwerkingen ontstaan, waarbij nieuwe technologieën zijn toegepast tijdens de lessen. Hopelijk komen er nog veel meer mooie samenwerkingen voor de toekomst die geborgd worden en jaarlijks terugkeren. MENU
- Ingrijpende transitie naar hybride en flexibel techniekonderwijs
b1e5eaa8-bbba-43b4-b710-4d40f37b32cd Ingrijpende transitie naar hybride en flexibel techniekonderwijs De STO-subregio Almelo en omstreken werkt vanuit een eenduidige projectorganisatie. De kern? Hoe kunnen de aanjagers de hybride onderwijsteams, onder leiding van een kartrekker, maximaal ondersteunen? Schooldirecteuren zijn externe aanjagers en teamleiders zijn interne aanjagers. Recent deelden zij in een training hun ideeën, wensen en uitdagingen voor de STO-periode 2025 t/m 2028. Jan van der Meij en Joost Buurke, twee deelnemers aan de training: “Onze insteek? Bouw de hybride leeromgeving waarbij de hele regio het psychologisch veilige en inclusieve klaslokaal is. Dit versterkt de culturele diversiteit en de regionale binding van de leerling.” Van uniforme naar een flexibele en hybride leeromgeving Frank Cornelissen is hoogleraar Innovatie in het Onderwijs. Tijdens de training vatte Jan van der Meij zijn inzichten samen. Jan: “Deze hoogleraar benoemde recent in zijn oratie een aantal zaken waarvan wij vinden dat wij er in de subregio Almelo en omstreken al goed mee bezig zijn. Zijn insteek? We gaan van traditioneel onderwijs op basis van vooraf vastgestelde kennisvergaring voor iedereen, naar het paradigma waarin we bekijken wat elke leerling zou kúnnen leren. Voor bijvoorbeeld de pedagogische-didactische aanpak vraagt dit een shift van voorheen uniform naar een veel flexibelere en hybride leeromgeving. We maken de beweging van klaslokaal naar de wereld om de school heen. Dit betreft ingrijpende veranderingen van wat wij vinden dat leerlingen allemaal moeten weten, naar datgene wat vmboleerlingen zouden kúnnen leren in hun onderwijskundige ontdekkingsreis.” Nieuw motto: ‘De regio als klaslokaal’ Jan: “In onze visie, gesterkt door de oratie van Frank Cornelissen, zijn we in Twente op weg naar veel meer flexibel en hybride onderwijs vanuit het thema dat heel Twente één groot klaslokaal is voor ook onze technische vmbo-leerlingen waarbij zij in de hele regio Twente leren. Dit kunnen we samen met scholen, bedrijven en instellingen oppakken. Samengevat: de leerling leert altijd op die plek waar deze, met specifieke ondersteuning vanuit die omgeving, op dát moment het meeste kan leren, en dat is niet altijd de school.” Past goed bij vmboleerlingen Deze verandering past ook heel goed bij vmbo-leerlingen die we veelal voorbereiden op een vervolgstudie en loopbaan in de twentse maakberoepen, benadrukt Jan: “Vooral van belang omdat juist de maakindustrie in Almelo en omgeving heel groot is. Met deze paradigmashift bereiden we onze twentse vmbo-leerlingen voor op werk in hun omgeving, samen met die omgeving. Vanuit die aanpak zien de vmbo-leerlingen in één moeite wat die twentse arbeidsmarkt hen heeft te bieden.” Jan geeft aan dat de timing van deze kanteling goed in de pas loopt met STO. Jan: “Al in de vorige STO-periode gaven we aan een hybride leeromgeving voor ogen te hebben. Op het concept van de regio als één groot klaslokaal zetten we nu in de tweede STO-periode in. We gaan naar meer flexibelere vormen van onderwijs en zoeken nog meer connecties met de omgeving. Onze onderwijsteams waarbij ook bedrijven en het mbo zijn aangesloten opereren al als hybride onderwijsteams. Met de inzichten van Frank Cornelissen hebben we een bevestiging gekregen dat we hierin de afgelopen jaren al naartoe zijn geëvolueerd en op de goede weg zitten. De leerlingen én de regio hebben dit nodig.” Henco: “Tijdens de training hebben we constructief met elkaar gediscussieerd over hoe we onze hybride onderwijsteams en kartrekkers zo goed mogelijk kunnen ondersteunen en versterken.” Ook gevolgen voor leiderschap Jan benadrukt dat deze transitie niet alleen geldt voor de leerlingen: “Ook voor het hiervoor benodigde onderwijskundige leiderschap maken we een transitie door. Van alles moeten kunnen naar meer specificeren wat een docent als onderwijsprofessional zou moeten beheersen. Daarbij gaat het om eigenaarschap van docenten binnen deze zich ontwikkelende transitie door hen ruimte en vertrouwen te geven om deze transitie door te maken. Niet door zaken top-down bij hen neer te leggen, maar te inventariseren wat onze collega’s voor deze transitie nodig hebben. Dit betekent ook het aanreiken van kaders, zoals financiële en organisatorische kaders.” Wat kunnen andere STO-subregio’s in Twente doen als zij deze ontwikkelingen ook voor hun technisch onderwijs willen omarmen? Het begint met het zetten van je stip op je horizon, samen met al je stakeholders. Dit schept onderlinge verbinding. Vanuit die visie en verbinding kun je vervolgens samen met al je stakeholders in je eigen subregio je grote regionale klaslokaal bouwen! Verbinding basisonderwijs en voortgezet onderwijs Joost Buurke is teamleider vmbo bovenbouw op het Canisius Tubbergen: “Henco gaf zijn visie op compassionate leiderschap en hoe dat Sterk Techniekonderwijs steunt en richting geeft.” De activiteiten 1 t/m 4 hebben allemaal te maken met het behouden en verhogen van de in- en doorstroom in het techn(olog)isch onderwijs. Joost: “We willen bijvoorbeeld de verbinding tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs de komende jaren verstevigen. Ik zie het als uitdaging om het basisonderwijs hierin te ontlasten en een stuk van hun techniek- en technologieonderwijs naar het voortgezet onderwijs toe te halen. Ook omdat wij dankzij STO over meer middelen beschikken dan het basisonderwijs en wij daardoor dit techniekonderwijs op een rijkere manier kunnen aanbieden.” Koersen op bestendiging STO in programma basisonderwijs Hoe ziet Joost dit in de praktijk? Joost: “Ik zou het mooi vinden als we in de STO-periode 2025 t/m 2028 onder andere de bijbehorende activiteiten verankerd en bestendigd krijgen in het jaarrooster van de basis- en voortgezet onderwijsscholen waarmee we samenwerken. Dus dat bijvoorbeeld groep 7 en 8 op vaste momenten in het technisch vmbo langskomen. Specifiek willen we dit aan het eind van dit schooljaar bespreken zodat het concreet na de zomervakantie kan beginnen. Een aantal bestuurders van het basisonderwijs staat hier inmiddels achter, nu gaan we de scholen met hun directeuren hierin meenemen om het praktisch voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk vormen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs dan samen het techniek- en technologieonderwijs.” Joost droeg tijdens de training enkele concrete onderwerpen aan: “Het concretiseren van de link tussen kartrekkers die de verschillende activiteiten leiden en de groep aanjagers. We zien dat de kartrekkers met concrete vragen komen met de focus op de praktijk. Wij, als groep aanjagers, zitten snel op visie en de grote lijnen. We moeten ervoor waken dat daar niet een gat tussen ontstaat. We moeten de praktische activiteiten en de uitdagingen die de collega’s daarin ondervinden tijdig en concreet met elkaar bespreken.” MENU










