top of page

410 resultaten gevonden

  • Ook Praktijkonderwijs mooie bron voor technisch talent

    eabd0d98-c8f3-4ac4-a422-13fcfc95e3da Ook Praktijkonderwijs mooie bron voor technisch talent Sterk Techniekonderwijs Twente focust vooral op vmbo-leerlingen. Maar jong talent uit het Praktijkonderwijs is net zo goed een mooie bron voor toekomstige technische medewerkers. Op CSG Reggesteyn maken ze hier concreet werk van, bijvoorbeeld op het vlak van logistiek met het bedrijf Hofman Animal Care. Nico Akkerman is mentor en stagecoördinator Praktijkonderwijs op CSG Reggesteyn: “Ik vind het heel mooi dat er vanuit STO Twente inzet is om dit soort leerlingen ook een kans te geven zich te ontwikkelen richting de techniek.” Belangrijke doelgroep voor techniekbedrijven Praktijkonderwijs is voortgezet onderwijs voor leerlingen tussen 12 – 18 met een leerachterstand op het gebied van Nederlands en/of rekenen. Ze leren vaak op andere (praktische) manieren. Nico: “Onze leerlingen hebben heel veel in zich, maar je moet ze de tijd geven. Net als maiskorrels in een verhitte pan; die ontpoppen ook, maar niet allemaal tegelijk.” Praktijkonderwijs bereidt deze leerlingen zo goed mogelijk voor op de maatschappij. Alle leerlingen volgen een eigen ontwikkelplan op basis van hun persoonlijke interesses en aanleg. Meestal duurt de opleiding 5 of 6 jaar. Ze kunnen na de opleiding gaan werken of doorstromen naar het mbo Entree of niveau 2 wanneer ze Entree op Pro hebben gehaald. Nico: “Deze aanpak verhoogt hun kans op de arbeidsmarkt. Eenmaal werkzaam, blijken ze vaak zeer loyaal. In een tijd met een krappe arbeidsmarkt is dit ook een voordeel voor werkgevers in de techniek.” Nieuw: ATC Logistiek Nico: “We krijgen op CSG Reggesteyn momenteel steun van STO Twente voor het opzetten van het nieuwe ATC Logistiek en het verder ontwikkelen van ATC Metaal waardoor leerlingen daarvoor nu ook het certificaat kunnen halen. Daarnaast is er een aantal Branche Gerichte Cursussen (BGC’s) verder ontwikkeld zoals Technisch Tekening Lezen, B-VCA en cursus Heftruck. ATC staat voor Arbeids Training Centrum. In klas 4 en 5 gaan de leerlingen op vrijdagochtend op een leerlingenwerkplaats in een technisch bedrijf aan de slag, met een docent als meewerkend voorman. Het hoofddoel is het trainen van arbeidsvaardigheden. Nico: “We hadden al meerdere ATC’s lopen en nu dankzij STO Twente ook voor Logistiek. Immers, logistiek heeft heel veel met techniek te maken. Denk alleen al aan scanners en heftrucks.” Hofman Animal Care direct enthousiast Voor de nieuwe ATC Logistiek zocht de collega van Nico, Dirk van der Valk, succesvol contact met het Enterse bedrijf Hofman Animal Care. Daarmee liepen al verschillende lijnen vanuit CSG Reggesteyn. Dirk van der Valk is groepsleerkracht op het Praktijkonderwijs van CSG Reggesteyn: “Ook ben ik stagebegeleider en geef ik dit jaar voor het eerst ATC. Ik ga met de leerlingen voor het ATC Logistiek mee naar Hofman Animal Care. Daar werk ik ook concreet mee als voorman, naast onze leerlingen op de werkvloer. Bij Hofman Animal Care werken de leerlingen en ik in een échte logistieke omgeving. Op school kun je nabootsen wat je wilt, maar de praktijk in een bedrijf is toch het leerzaamste. Bij Hofman Animal Care maken onze leerlingen een echte bestelling klaar. Ze gaan aan het werk en doen concrete ervaring op plus ook theorie. Ze leren niet alleen op het terrein van logistieke techniek, zoals het gebruik van scanners, afvullen en order picken, maar vooral ook op het vlak van arbeidsvaardigheden. Dus op tijd komen, de regels volgen en je communicatief opstellen.” MENU

  • Niverplast gastvrij op Girls’ Day 2022

    77567413-106d-4e5e-89dd-164a64e94243 Niverplast gastvrij op Girls’ Day 2022 Tijdens Girls’ Day op 7 april openden door heel Nederland technische bedrijven hun deuren voor meisjes van 10 tot 15 jaar. Zo ook Niverplast in Nijverdal. Ruim 40 meisjes uit klas 1 van zowel basis als kader van CSG Reggesteyn kregen er een allerhartelijkste ontvangst. Het hoogtepunt van deze technische ontdekkingstocht? Het stansen van een eigen metalen make up doosje. Het idee achter Girls’ Day is sympathiek: jonge meisjes in de praktijk laten ruiken aan techniek. Misschien slaat er een vonkje over en kiezen ze later daadwerkelijk voor techniek. Niverplast bouwt verpakkingslijnen voor klanten over de hele wereld, vooral in de foodindustrie. In de ultramoderne productielocatie in Niverplast werden de meisjes verwelkomd met een introductiefilm vanuit de landelijke organisatie van Girls’ Day. Thema van de film? “Hoe ziet de wereld achter het stopcontact eruit?” Ook ontdekten de meisjes hoeveel nieuwe technici er nodig zijn om de aanstormende energietransitie te bolwerken. Een positief signaal in de film kwam van Micky Adriaansens, minister van Economische Zaken en Klimaat. Haar insteek? Veel meisjes hebben technisch talent en Girls’ Day is hét moment om dit te ontdekken! Een digitale quiz via het landelijke Girls’ Day platform over techniek leidde tot driftig meedenken en meetikken op de mobiel. Niverplast: ruim baan voor vrouwen Ook de presentatiefilm over Niverplast zelf was een eye opener: er werken veel vrouwen bij Niverplast, van monteur tot marketing. En ook elk meisje kan bij Niverplast worden wat ze wil. Dat dit geen loze taal is, bleek toen er maar liefst zes vrouwelijke collega’s van Niverplast zich aan de meisjes presenteerden. Ieder van hen nam een groepje meisjes mee het bedrijf in. Daar stonden medewerkers, waaronder natuurlijk veel vrouwen, klaar om uit te leggen wat ze doen in de techniek. Opvallend aspect van Niverplast: de productie is super schoon, je werkt in een lichte, prettige omgeving en iedereen is gelijk. Heb je een goed technisch idee bij Niverplast? Dan maakt het niet uit wie je bent of welke functie je hebt. Zelf aan de slag! Uiteindelijk leidde al het rondkijken, luisteren en vragen stellen tot het zelf lekker aan de slag gaan met techniek. Bij een metaalmachine mochten de meisjes, onder deskundige begeleiding, zelf een stuk voorbewerkt metaal mechanisch ombuigen tot een make up doosje. Een gezellige lunch, samen met de begeleiders van Niverplast en docenten en decaan van CSG Reggesteyn, rondde deze Girls’ Day af. CSG Reggesteyn overweegt om voor de editie van Girls’ Day 2023 ook de TL-leerlingen uit te nodigen. Ook daar is nog het nodige technische talent te ontdekken! MENU

  • Tussentijdse evaluatie leerlingenaantallen STO Twente

    2034dc5b-303f-4933-8f6b-aee16bb048e3 Tussentijdse evaluatie leerlingenaantallen STO Twente Met elkaar zetten we er vanuit STO Twente stevig de schouders onder. Het programma STO Twente loopt inmiddels 3,5 jaar, geteld vanaf de start in het schooljaar 2019-2020. Thaisa Rougoor is Onderwijskundige en lid van het regionale programmateam STO Twente. Zij onderzocht welke effecten er nu al te zien zijn in de leerlingaantallen technisch vmbo en de doorstroom naar het mbo. De belangrijkste conclusie? Thaisa: “Meer Twentse vmbo-leerlingen kiezen een technisch profiel. De instroom in technische profielen vertoont een lichte stijging in vergelijking met de andere profielen. Ons doel met STO Twente was stabiliteit krijgen in de aantallen ten opzichte van 2019. En nu zien we dus een lichte stijging, een positieve verrassing.” Monitoren en evalueren Thaisa: “Graag willen we bepalen of de doelstellingen van Sterk Techniekonderwijs regio Twente daadwerkelijk gehaald zijn of worden. Dit betekent dat we de STO-activiteiten in Twente zowel monitoren als evalueren. Denk aan voortgangsrapportages, zelfevaluaties, panelgesprekken en dus ook kwantitatieve gegevens verzamelen. Deze kwantitatieve data geven inzicht in de effecten van de STO-activiteiten op langere termijn.” Het gaat hier om de data van vmbo-scholen met een technisch profiel in BBL, KBL en GL die aangesloten zijn bij het programma van STO Twente. Procentuele stijging met 2,6% Sinds de start van Sterk Techniekonderwijs Twente kiest een groter deel van de vmbo-leerlingen voor een technisch profiel ten opzichte van andere profielen. Thaisa: “Het aandeel technische vmbo-leerlingen vergeleken met het totale aantal vmbo-leerlingen is procentueel gestegen met 2,6%. Hier zien we dus een opmerkelijke verschuiving.” Wel is er sprake van een daling van absolute aantallen leerlingen in het technisch vmbo. Ook opmerkelijk: het aantal BWI-leerlingen in Twente is aan het groeien terwijl de profielen MVI en M&T in absolute aantallen leerlingen gelijk blijven. Thaisa: “Aan het demografische gegeven kunnen we niets doen. Bij het opstellen van ons activiteitenplan in 2019 hebben we deze verwachtingsprognose ook als reële situatie meegenomen. Deze ontwikkeling sluit aan bij de reeds verwachte krimp van leerlingaantallen in het vmbo in Twente.” Stabiele instroom technische mbo-opleiding Een belangrijk doel van STO Twente is om leerlingen die voor een technisch profiel kiezen daadwerkelijk te laten doorstromen naar een technisch mbo-profiel. Thaisa: “Het aantal technische vmbo-leerlingen in Twente dat kiest voor een technische mbo-opleiding blijft stabiel gedurende de afgelopen vier schooljaren. Een heel groot deel van onze vmbo-leerlingen met een technisch profiel stroomt door naar een technische mbo-opleiding. Leerlingen met een PIE-profiel stromen het vaakst door naar een technische mbo-opleiding. Om precies te zijn: 86 tot 92% van de leerlingen.” Thaisa stipt hierbij aan dat onderzoek zou uitwijzen dat PIE-leerlingen eigenlijk altijd al vroeg en heel bewust voor techniek kiezen: “Zij zijn steady in hun keuze en dat zien we terug in de doorstroom naar het technisch mbo.” Meer meiden in het technisch vmbo Eén van de doelstellingen van STO is om de instroom in het technisch vmbo te bevorderen. Meiden zijn één van de doelgroepen waar de STO-activiteiten op gericht zijn. Vanaf de start van STO Twente in schooljaar 2019-2020 is er onderzocht welke effecten er optreden in het aantal en aandeel meiden in het technisch vmbo in Twente. Thaisa: “In het schooljaar 2022-2023 koos in Twente i21,5% meer meiden voor een technische vmbo-opleiding dan het schooljaar daarvoor. Ook het aandeel meiden in het technisch vmbo ten opzichte van jongens stijgt de afgelopen jaren van 9,3% naar 12,7%. Dit sluit aan bij de landelijke trend waarbij meiden steeds meer kiezen voor een technische opleiding. In Twente is deze trend dus ook zichtbaar. In de komende STO-jaren zullen we nog meer activiteiten kunnen ontplooien om onder andere deze doelgroep nog meer aan te boren.” Onderlinge verschillen subregio’s STO Twente STO Twente is één van de grootste STO-regio’s van Nederland opgebouwd uit vijf subregio’s: Hengelo, Oldenzaal, Enschede, Rijssen - Holten en Almelo e.o.. Laten de kwalitatieve cijfers daarin eigenlijk subregionale verschillen of nuances zien? Thaisa: “In onze rapportages focussen we uiteraard ook op de analyses per subregio. Daar zien we verschillen in, en dat is begrijpelijk. De ene subregio vertoont een daling in het aantal leerlingen dat een technisch profiel kiest, de andere subregio blijft stabiel en weer een volgende subregio laat een sterke stijging zien. We informeren de subregio’s hierover en gaan met hen over de data in gesprek. Natuurlijk realiseren wij ons ook dat je niet altijd direct een verband kunt leggen tussen de activiteiten van STO Twente en de data want scholen hebben ook hun specifieke beleids- en strategische keuzes die hier al of niet invloed op hebben. De activiteiten van STO Twente zou je dus moeten meewegen in een groter kader.” Toelichting op verantwoording richting ministerie STO Twente schreef een monitoring- en evaluatieplan. Hierin nemen we kwantitatieve gegevens op en analyseren deze. Dit doen we op eigen initiatief en vormt een onderdeel van onze verantwoording richting de overheid. Met dit monitoring- en evaluatieplan kunnen we aangeven dat we de goede dingen aan het doen zijn, dat we kwaliteit leveren en dat de optelsom hiervan ook daadwerkelijk iets óplevert. Naast de kwantitatieve gegevens verzamelen we ook inzichten op basis van panelgesprekken in alle subregio’s. Uiteraard voeren de subregio’s intern ook zelfevaluaties uit. En vanuit de projectgroep STO Twente leveren we voortgangsrapportages op. Al deze opbrengsten opgeteld gebruiken we als verantwoording richting het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), maar uiteraard ook om onszelf te verbeteren. Meer weten? https://www.sterktechniekonderwijs.nl/regio/twente/nieuws/sto-twente-introduceert-praktisch-monitoring-en-evaluatieplan MENU

  • Talentvolle Syrische PRO leerling Mohammad haalt Praktijkverklaring Niveau 1 MAG lassen

    7a8c0597-6825-4384-8a78-e93c5f7004b7 Talentvolle Syrische PRO leerling Mohammad haalt Praktijkverklaring Niveau 1 MAG lassen Ook het twentse Praktijkonderwijs kent technische pareltjes. Neem Mohammad Al Fadous van de afdeling Metaal op het OSG ’t Genseler. Met zijn ouders, broers en zussen vluchtte hij 4,5 jaar geleden uit Syrië. Hij leert nu onze taal én haalde tijdens zijn stage op de afdeling PIE van het C.T. Stork College zijn Praktijkverklaring Niveau 1 MAG-lassen van het Nederlands Instituut voor Lastechniek (NIL). Onno Wiggers, docent PIE op het C.T. Stork College: “We moeten dit soort technisch talent extra koesteren, want ze gaan een lange weg.” Accent op integratie Mohammad loopt elke dinsdag stage in het schooljaar 2024-2025 bij C.T. Stork College. Onno Wiggers: “Ik ken ’t Genseler goed en via mij is hij bij ons gekomen. Mohammad is hier vooral om de Nederlandse taal te leren en ook de omgang met docenten en medeleerlingen, met een accent op integratie dus.” Zijn basisplek is onder leiding van Onno’s collega Erwin in het magazijn van PIE. Gaandeweg pikt de getalenteerde Mohammad vakinhoudelijk van alles op. Onno: “Neem lassen, daar heeft Mohammad talent voor, in praktisch werken is hij heel goed.” Razendsnelle lasleerling Mohammad heeft zijn talent voor lassen niet van een vreemde, zijn vader was ook lasser. Onno: “Hij pikt het razendsnel op, na drie keer oefenen kon hij al goed lassen. Daarom hebben we als doel gesteld op te gaan voor een lasdiploma.” Inmiddels is Mohammad erin geslaagd om zijn Praktijkverklaring Niveau 1 MAG-lassen NIL te halen, een mooie prestatie van dit jonge talent dat nog volop bezig is het Nederlands te leren. Onno: “Voor het behalen van deze Praktijkverklaring hebben we goed samengewerkt met SMEOT die ook direct enthousiast was. Samen met Eddy ter Beest van SMEOT hebben we dit geslaagd opgepakt.” Veelzijdig werkstuk Voor zijn Praktijkverklaring maakte Mohammad een veelzijdig werkstuk. Onno: “In dit werkstuk liet hij zien maar liefst zes verschillende manieren van lassen te beheersen, zoals aan de binnenkant lassen en lassen met verschillende plaatdikten metaal. Voor dit laatste moet je ook goed de machine in kunnen stellen.” Voor die zes manieren van lassen, voorwaarde voor de Praktijkverklaring, is hij geslaagd na keuring door de examinator. Onno: “Mohammed kan in principe in het volgende schooljaar opgaan voor de bijbehorende lastheorie, maar dat hangt uiteraard af van zijn taalontwikkeling.” Mohammad: “Mijn vader is ook lasser, hij is er trots op dat ik nu ook leer lassen. Daar praten we thuis ook over. In mijn werkstuk heb ik laten zien wat ik op dit moment allemaal kan met lassen. Daar heb ik heel veel voor geoefend: zes maanden lang twee dagen in de week. Eén dag bij C.T. Stork College en één dag op mijn eigen school ’t Genseler. Ik ben erg blij met mijn Praktijkdiploma. Op ’t Genseler vertel ik graag aan mijn docent wat ik allemaal tijdens mijn stage op C.T. Stork College leer. Daar is hij heel blij mee. Ook was het fijn dat ik sommige jongens van PIE op C.T. Stork College al kende voordat ik hier stage kwam lopen, dan went het toch sneller. Of ik later lasser wil worden? Daar wil ik nog goed met mijn vader over praten. Als ik doorga met lassen, dan zou ik heel graag onderwaterlasser worden!” In zijn vrije tijd voetbalt Mohammad graag: “Ik speel bij HVV Hengelo in 17-1. We staan er momenteel goed voor.” Tot slot verklapt Mohammad graag zijn geheim voor goed leren lassen: “’Alles draait om een rustige hand.” MENU

  • Holtense STO-aanpak floreert door nauwe samenwerking vmbo en bedrijfsleven

    a3f0f23b-f84c-4bff-b9b6-ebc3752c08a6 Holtense STO-aanpak floreert door nauwe samenwerking vmbo en bedrijfsleven Het technisch bedrijfsleven is een cruciale partner voor STO Twente. De subregio Rijssen-Holten werkt bijvoorbeeld nauw samen met de Holtense Industrie Groep (HIG). Leerlingen van SG De Waerdenborch bezoeken de bedrijven van de HIG, docenten ontdekken er wat techniek in de praktijk betekent én de bedrijven komen op hun beurt kijken op het vmbo bij De Waerdenborch. Een prima voorbeeld van kennisuitwisseling tussen onderwijs en bedrijfsleven. Wim Jansen is directeur bij Bemei RVS Industrie B.V. in Holten en algemeen bestuurslid bij de HIG: “Dé kracht is dat je elkaar blijft ontmoeten en dat je de samenwerking tussen het vmbo en het technisch onderwijs weet te borgen. Daarom juichen we STO Twente toe. Dir programma leidt onherroepelijk tot patronen en allerlei spin off.” Techniek inmiddels met álle beroepen verweven Jan-Peter Müller is algemeen directeur/eigenaar van Müller Fresh Food Logistics BV en voorzitter van de HIG: “Elk lesvak op het vmbo kan een link hebben met het technisch bedrijfsleven, wij zien dat heel breed.” Wim: “Techniek is inmiddels met alle details van ons leven verweven, dus ook met elke soort baan. Kijk alleen maar naar de gezondheidszorg; da’s alleen maar techniek. De instroom van leerlingen in de techniek kan dus richting de harde techniek gaan, maar tegenwoordig ook richting nagenoeg elk ander beroep.” Maak je als werkgever maximaal zichtbaar bij de jeugd De leden van de HIG merken allemaal de te geringe instroom van techniektalent. Jan-Peter: ”Als werkgevers moeten wij ons heel nadrukkelijk laten zien. Je moet bijna het mooiste meisje van de klas zijn. Valt die zichtbaarheid terug? Dan kiezen leerlingen ook minder voor techniek, is mijn overtuiging. Die zichtbaarheid help je enorm door vmbo-leerlingen kennis te laten maken met de lokale bedrijven. Die nieuwsgierigheid wekken is cruciaal. Daarvoor werken wij in de Holtense regio dus duurzaam samen met SG De Waerdenborch.” Wim: “Het is voor ons belangrijk om al vanuit de springplank die het vmbo toch is, feeling te krijgen met jong techniektalent.” Steeds meer nadruk op softskills Marcel Vaneker is voor SG De Waerdenborch de projectcoördinator Sterk Techniekonderwijs: “In oktober bezochten onze leerlingen de bedrijven van de HIG. En in maart mochten onze docenten een kijkje komen nemen. Niet alleen techniekdocenten, maar álle docenten. Puur bedoeld om hen inzicht te geven in welk soort bedrijfsomgevingen onze vmbo-leerlingen uiteindelijk terechtkomen. En ook: welke vaardigheden verwachten deze bedrijven dat we onze leerlingen bijbrengen? Wat opvalt: de techniekbedrijven hebben er vertrouwen in dat ze jong talent het techniekvak zelf wel kunnen leren als ze er eenmaal werken. Steeds belangrijker worden de softskills waarvan het bedrijfsleven verwacht dat het vmbo die ontwikkelt bij de leerlingen: initiatief en verantwoordelijkheid nemen en leren samenwerken. Vooral met projectopdrachten op het vmbo kunnen we leerlingen deze softskills helpen bijbrengen.” Wim: “Het goed kunnen communiceren met klanten en collega’s wordt steeds belangrijker in onze maatschappij. Het feitelijke technische vakwerk leren we de jonge mensen wel in ons bedrijf, als hun leerbaarheid op orde is, uiteraard.” Jan-Peter: “Klopt, het zijn juist de softskills waarmee je het verschil maakt.” Blij met vmbo in regio Jan-Peter en Wim onderschrijven de focus vanuit STO Twente op het vmbo van harte. Wim: “Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met kennismaken met het bedrijfsleven. Neem onze jaarlijkse roefeldag. Leerlingen komen langs en mogen leuke dingen doen.” Jan-Peter: “Het is van groot belang al in het basisonderwijs interesse voor techniek te ontwikkelen.” Wim: “Wij werken in onze bedrijven binnen de HIG graag met mbo’ers en we zijn ervan doordrongen die zij doorgaans vanuit het technisch vmbo zijn doorgestroomd, dáár begint het. Ook hopen we via stages jong technisch talent aan ons te binden. Op dit moment loopt in ons bedrijf bijvoorbeeld Maud stage, een mbo-studente mechatronica die ooit op het vmbo begon. We zijn er dan ook heel gelukkig mee dat wij met SG De Waerdenborch een vmbo-school in onze gemeente hebben, dat is van onschatbare waarde. Maar dat geldt ook voor bedrijfsschool REMO, wij hebben ons geconformeerd aan het afnemen van hun studenten. Wij bieden hun een werkgarantie. De samenwerking gaat zo beide kanten op.” Kies voor samenwerken op de lange termijn De match tussen wat het vmbo haar leerlingen leert en wat het technisch bedrijfsleven uiteindelijk nodig heeft, is op orde in Holten. Jan-Peter: “Maar het kan altijd nog beter, uiteraard. Dat borg je door als bedrijfsleven en onderwijs permanent samen op te trekken en in contact te blíjven. Eenmalige initiatieven zijn mooi, maar wij gaan voor de borging op de lange termijn. Daarom juichen we het meerjarenprogramma Sterk Techniekonderwijs van harte toe.” Wim: “Wat ook helpt, is dat je in je regio, zoals hier, een sterke traditie hebt om elkaar te steunen. Dat sociale weefsel is hier goed op orde.” Tegenbezoek gepland Zoals te lezen was, gingen zowel de leerlingen als hun docenten inmiddels op bezoek bij de leden van de HIG. Op 23 mei is het de beurt aan de bedrijven die lid zijn van de HIG om een kijkje te nemen bij SG De Waerdenborch! Marcel: “Het bedrijfsleven kan dan zien wat wij hebben opgehaald bij ons bezoek aan hen en hoe wij die nieuwe expertise in ons onderwijs toepassen. Ook laten we hen onze faciliteiten en mogelijkheden zien om te onderzoeken hoe we nog beter op elkaar kunnen aansluiten en elkaar zo versterken. Uiteraard maken ze ook kennis met onze bouwenbouw profielen zoals PIE en BWI en tonen we onze leerpleinen. Eveneens presenteren we graag het ontwerp van ons aanstaande Technolab.” MENU

  • Ontmoet Ronald Rondeel: onze nieuwe projectleider STO Enschede

    e498576f-9d8c-419f-a964-6c5fc2c12f1d Ontmoet Ronald Rondeel: onze nieuwe projectleider STO Enschede De STO subregio Enschede verwelkomt per 1 oktober een nieuwe projectleider, de opvolger van Tim Klaver. Zijn naam? Ronald Rondeel. Een onderwijsman in hart en nieren met een achtergrond in het onderwijs en technische bedrijfsleven. Graag stellen we onze nieuwe collega aan jullie voor. Wat is je achtergrond? “Inmiddels ben ik 21 jaar werkzaam in het onderwijs. Daarvoor was ik lange tijd werkzaam in de Grafi-media branche in verschillende disciplines. Bewust maakte ik destijds de overstap naar het onderwijs, ondersteund door een opleiding. Het contrast was in het begin groot, maar ik voelde mij al snel als een vis in het water in het onderwijs. Leerlingen iets meegeven op basis van kennis en (levens)ervaring die je zelf hebt opgedaan, daar ligt nog steeds mijn hart. Technici die nú overwegen over te stappen van het technische bedrijfsleven naar techniekonderwijs zou ik willen vragen: komt het vanuit het diepste van je hart om jonge mensen iets mee te geven? Kun je vanuit je passie iets vertellen en overdragen over je vak? Overweeg dit dan. Onderwijs is prachtig, zeg ik altijd.” Hybride docent STO Twente STO Twente kent het concept van de hybride docent. Een hybride docent heeft een baan in het technisch bedrijfsleven en is een aantal uur in de week/maand in een school. Dus je kunt het ook combineren. Voordat je een overstap maakt, kun je ook een dag meelopen op de scholen. Welke baan verlaat je voor STO Twente? “Ik heb de afgelopen 21 jaar diverse functies in het onderwijs gehad, onder andere afdelingsleider. Mijn laatste functie was Docent Media, Vormgeving en ICT bij het Kompaan College Zutphen/Vorden. In mijn nieuwe werk als projectleider voor de subregio Enschede van STO Twente komt al mijn kennis en ervaring samen, zowel uit onderwijs als bedrijfsleven. In dit werk kan ik alles leggen wat ik graag wil. De kern in al mijn werk was altijd: onderwijsvernieuwing, kan het anders en beter in het belang van de leerling. Mijn specifieke insteek? De techniekpraktijk moet écht realistisch geleerd worden. De samenwerking daarvoor met het technisch bedrijfsleven is daarin essentieel, en dat herken ik in STO Twente. Ik ben bij de start van dit programma projectleider geweest op het Gerrit Komrij College in Winterswijk. Helaas gooide corona al snel roet in het eten. Wel heb ik mee kunnen werken aan het plan om binnen het Gerrit Komrij College een Technolab te ontwikkelen. Dit Technolab is inmiddels school-breed gerealiseerd.” Wat is je doel als projectleider voor de subregio Enschede? “Samen met mijn STO-collega’s wil ik goed technologisch onderwijs helpen ontwikkelen dat er echt toe doet voor de leerlingen en de stad Enschede. Bedoeld om techniek en technologie duurzaam op de kaart te zetten. We kijken daarbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook waar we ná 2024 naar toe willen. Uiteraard met álle betrokkenen, van po en vo tot en met mbo en hbo. Een belangrijk doel is het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn waarbij jongeren al snel in aanraking komen met technologie er aan verbonden blijven. STO Twente is bijzonder omdat dit programma langere tijd loopt en we dus kunnen koersen op duurzame inbedding van de ontwikkelingen die we nu in gang zetten.” Wat zijn je eerste plannen? “Er is al heel veel mooi werk verricht door de STO-collega’s in Enschede. Zelf zou ik graag inbrengen dat leerlingen nog meer buiten de school over de toepassing van techniek gaan leren, vooral samen met het bedrijfsleven. Dat is één van mijn grootste triggers. Ik denk dat leerlingen al vrij vroeg weten wat ze (niet) willen, ook als zij voor techniek kiezen. Die leerlingen moeten we onder onze hoede nemen en maximaal begeleiden door de hele leerlijn heen, vooral samen met het externe leerbedrijf. Dat bedrijf leert zo in enkele jaren zijn of haar toekomstige werknemer heel goed kennen. Daar wordt nu al door de STO-collega’s hard aan gewerkt en ik hoop hieraan te mogen bijdragen.” Wat tekent jou privé? “Ik ben 61 jaar, getrouwd en we hebben drie kinderen en ook drie kleinkinderen. Mijn grote passie privé is fietsen. Fietsen is mijn energiebron. Per jaar fiets ik zo’n 13.000 km weg, soms alleen en soms met meerdere mensen. Tijdens het fietsen doe ik heel veel ideeën op en begint alles te borrelen, en vindt het uiteindelijk zijn juiste plek. Uiteraard is ook techniek mijn passie, dat zit diep in mij verankerd.” MENU

  • Derde klas leerling PIE Koen doet examen na afronding vier profielmodules

    fc8ac80c-151d-4750-9885-b4da0dc86aa1 Derde klas leerling PIE Koen doet examen na afronding vier profielmodules Koen is derde klas mentor leerling van Uilko Spijker, docent PIE op De Waerdenborch. Koen is getalenteerd én super gemotiveerd en wil beslist door in de techniek. Onlangs deed deze 15-jarige derdeklasser eindexamen voor PIE! Koen besloot al vroeg in leerjaar 3 om maar liefst vier profielmodules af te ronden, twee meer dan de andere leerlingen. STO Twente ging ter plekke kijken hoe dit Holtense techniek succes precies in elkaar steekt. Ontdek hoe een goede begeleiding vanuit school, inzet, motivatie én een enthousiaste vader het verschil maken. Ambitieus & gedreven Uilko: “Koen is heel ambitieus en gedreven om het beste uit zichzelf te halen. Eigenlijk heeft hij zijn plan al uitgestippeld voor de rest van zijn studieloopbaan en wil hij zich voor nu specialiseren in domotica. Toen zijn besluit viel om door te pakken, deed hij afgelopen schooljaar maar liefst vier profielmodules, het dubbele van wat gangbaar is. Dat zegt iets over zijn inzet. Mooi om te zien is dat de motivatie en inzet van Koen op de andere leerlingen afstraalt.” Overigens, in het vorige schooljaar had De Waerdenborch maar liefst drie leerlingen uit leerjaar drie die het PIE-examen deden, waarvan één meisje. Geluk van eveneens technische vader Koen heeft niet alleen veel talent en drive, maar ook het geluk van een vader die hem stimuleert: Koen: “Mijn vader zit in de wereld van elektrotechniek en werd in 2003 Nederlands kampioen industriële automatisering. Nu is hij verantwoordelijk voor de elektrotechniek wedstrijden van Skills Netherlands. Tevens is hij de internationaal expert/jury bij de buitenlandse wedstrijden. Toen ik in groep 7 zat nam hij mij al mee naar scholen zodat ik een goede beslissing kon maken waarin ik door wilde, zoals dus in PIE. Techniek kreeg ik met de paplepel ingegoten, en van mijn vader krijg ik nog steeds heel veel support. Maar ik vond het sowieso altijd al leuk om met mijn handen te werken, vroeger en helemaal nu. Concreet dingen maken, geweldig! Het was niet heel zwaar om in één jaar de vier profielmodules af te ronden. Dat liep eigenlijk perfect. Mijn klasgenoten steunen me positief, ze vinden het gaaf dat ik zo gemotiveerd en gedreven ben.” Ook is Koen blij met de ondersteuning van Uilko Spijker, zijn mentordocent: “Dit jaar heeft hij mij goed geholpen bij het doorlopen van alle extra lesstof. Als ik ergens hulp bij nodig had, kreeg ik dat van mijnheer Spijker, maar ook van zijn collega-docent mevrouw Mensink.” Stage en bijbaan bij DomotiFactory De motivatie van Koen kreeg een extra trigger omdat hij graag wil doorleren in domotica en voor volgend jaar al een stage op zak heeft bij DomotiFactory in Enter, vlakbij Koens woonplaats Rijssen. Koen: “Daar heb ik ook al een bijbaan, dus ik leer nu al van alles. Na mijn stage en de afronding van het vmbo wil ik doorleren bij REMO West-Twente, óf in de mechatronica óf in de elektrotechniek.” Mooi is dat Koen binnenkort als vmbo-leerling ook intern bij DomotiFactory een cursus krijgt aangeboden om zich verder te ontwikkelen in het programmeren, een essentieel onderdeel van domotica. Brede invulling leerjaar drie Uilko: “Volgend jaar gaat Koen 1 dag per week op stage, en voor de rest hoeft hij alleen zijn keuzevakken te volgen. En mocht hij nog tijd over hebben? Dan heeft hij natuurlijk altijd de gelegenheid om een extra keuzevak te doen, dus vijf in plaats van vier. Denk bijvoorbeeld aan het keuzevak lassen bij Aebi Schmidt. Dit past in ons beleid om leerlingen over de schutting te laten kijken en hen heel veel keuze te bieden, iets wat al langere tijd mogelijk is op De Waerdenborch. Zoals leerlingen PIE die in de tweede periode bijvoorbeeld een keuzevak kunnen doen bij BWI, Zorg & Welzijn of E&O.” Leuk om te melden: het ouderlijk huis van Koen gaat verbouwd worden. Koen: “Samen met mijn vader maak ik nu al een plan om daar straks domotica in aan te brengen.” MENU

  • Leerlingen Zorg & Welzijn ontdekken zorgtechnologie in Living Lab TZA

    031c8c38-5e3f-41ab-9852-dcca430cf1cb Leerlingen Zorg & Welzijn ontdekken zorgtechnologie in Living Lab TZA Eerder schreef deze nieuwsbrief over het officiële lidmaatschap van STO Twente van de Technologie & Zorg Academie (TZA) Twente. Die samenwerking krijgt inmiddels op meerdere manieren handen en voeten. Eén daarvan was het bezoek van een aantal vierdejaars leerlingen van Zorg en Welzijn van het Alma College aan TZA Twente. In één middag werden zij compleet bijgepraat over allerlei zorgtechnologie die het leven van cliënten én het werk van zorgprofessionals vergemakkelijken. En wat gaaf was: vol overgave stortten zij zich op het zelf uitproberen van alle zorgtechnologie. Of, zoals één leerling zei: “Had mijn oma deze hulpmiddelen maar!” Zelf aan de slag in Living Lab De Technologie & Zorg Academie (TZA) Twente is een coöperatieve vereniging van (zorg) ondernemers, overheid en onderwijs. Mariëlle Medema is Coördinator Living Lab van de TZA: “Wij bieden (zorg)professionals, producenten en studenten een platform rond innovaties in de zorg, gericht op behoud van zelfstandigheid en zelfredzaamheid in de thuissituatie. Denk aan e-health, domotica en zorg op afstand.” In het Living Lab van TZA in Almelo kunnen ook vmbo-leerlingen en hun docenten oefenen, testen en leren werken met zorgtechnologie. Spannend…de Escape Challenge! De zes leerlingen van Zorg en Welzijn kwamen op donderdagmiddag 25 januari samen met Arzu Celik (docent Zorg en Welzijn op het Alma College) naar TZA Twente. Daar werden zij allerhartelijkst ontvangen door Mariëlle Medema. Het Living Lab bestaat onder andere uit een nagebootste woonkamer en slaapkamer van een fictieve cliënt met daarin concreet alle zorgtechnologie die TZA adviseert en presenteert. De leerlingen waren enthousiast, stelden veel vragen en losten in een hoog tempo een uitdagend onderdeel van de Escape Challenge van TZA op. Door aanwijzingen slim op te volgen ‘bevrijdden’ zij een mobiele telefoon uit een gesloten box en bedienden daarmee vervolgens de automatische gordijnen. Door dit spelelement leerden zij hoe zorgtechnologie werkt. In de Escape Challenge lukt dat alleen door heel goed samen te werken. Een belangrijke competentie waarover de leerlingen ruimschoots beschikken! Tijdens de rondleiding langs andere inspirerende zorgtechnologie probeerden de leerlingen van het Alma College van alles zelf uit. Zoals een kussen dat door slimme technologie mensen met slaapproblemen in slaap laat vallen of VR-brillen. Praktijkgerichte opdracht: schrijf een artikel De leerlingen brachten dit bezoek in het kader van hun praktijkgerichte programma. De insteek hierbij is dat de leerlingen Zorg en Welzijn samen een magazine namens het Alma College maken met allerlei belevenissen vanuit hun profiel op en buiten school. Zo lag er de opdracht om ook van dit bezoek aan TZA een nieuwsartikel te schrijven. Deze taak werd door de leerlingen in overleg toebedeeld aan één van hun klasgenoten. Het magazine verschijnt na de voorjaarsvakantie. Werk voor zorgverleners wordt anders Mariëlle gaf de leerlingen een belangrijk signaal, voor als zij inderdaad in de zorg verdergaan: “Zorgtechnologie maakt het werk van zorgverleners anders. Doordat er minder zorgprofessionals zijn, verlicht zorgtechnologie hun werk omdat cliënten met deze technologie zelfstandiger blijven. Denk aan een automatische dispenser genaamd Medido die precies op tijd de juiste medicijnen verstrekt. Daar hoeft dan geen zorgverlener meer voor langs te komen. Zorgtechnologie gaat dus een andere invulling geven aan het werk van zorgverleners. Zoals meer tijd hebben om met cliënten te praten.” En voor wie nog een drempel voelt, had Mariëlle een goed advies voor de leerlingen: “Je moet anders leren denken over de toepassing van zorgtechnologie, dat begint bij jezelf!” MENU

  • STO Café Oldenzaal maakt geslaagde keuze voor bedrijfsbezoek RIWO

    14389809-b628-4e26-b0ca-5b48b032fda1 STO Café Oldenzaal maakt geslaagde keuze voor bedrijfsbezoek RIWO Het succesvolle Twentse concept van het STO Café gaat inmiddels haar tweede cyclus in. Dus organiseerde subregio Oldenzaal voor de tweede keer het STO Café, onder leiding van Wout Ensink, projectleider STO subregio Oldenzaal. Gastheer op 2 december? Technisch bedrijf RIWO in Oldenzaal. Hun enthousiaste reactie na afloop: “Gaaf om samen te kunnen werken aan de snelle ontwikkeling in de techniek en de vraag naar technisch geschoolden in Twente!” Investeren vanaf het vmbo Meerdere deelnemers vanuit STO Twente, waaronder docenten van 9 deelnemende vmbo’s en hun projectleiders, kregen uitleg over de innovatieve werkzaamheden van RIWO. Zij zijn specialist in industriële automatisering, mobiele, machine- en procesbesturing. Ofwel, zoals zij het zelf noemen: system integration. Veel bijval van de deelnemers kreeg bijvoorbeeld de presentatie van de appel-pluk-robot en peren-selectie-machine. Na diverse presentaties van Wim Spit, Rick Smelt en Ronald Roord werd één aspect helder: RIWO investeert continu in het aangaan van duurzame relaties met het onderwijs, al vanaf het vmbo. Eén van de activiteiten van RIWO is panelenbouw, bij uitstek uitdagend werk op zowel vmbo- als mbo-niveau. Opvallend lage gemiddelde leeftijd In de ogen van RIWO maken mensen het verschil, juist ook in de techniek. De continue investering van RIWO in de jeugd resulteert in een personeelsbestand met een opvallend gemiddeld lage leeftijd. En niet alleen de werving van stagiairs krijgt serieuze aandacht: eenmaal in dienst biedt RIWO haar medewerkers alle gelegenheid voor een Leven Lang Ontwikkelen. Wel gaf RIWO een advies aan de technische vmbo’s. Sommige leerlingen brengen een rugzakje mee. Overleg vooraf hierover tussen de school en RIWO, waar mogelijk in het kader van de AVG, werkt alleen maar verhelderend en draagt bij aan een succesvolle stage. RIWO heeft een medewerker met als taak het begeleiden van stagiaires, contacten met bedrijven, intake, beoordelen en dergelijke. Kortom, ervoor zorgen dat leren in het bedrijf een succes wordt. Rondleiding en ideeënuitwisseling De deelnemers aan het STO Café splitsten vervolgens op in groepjes en kregen een uitgebreide rondleiding, van engineering tot en met uiteindelijke assemblage en montage. Wat opviel, is dat er binnen RIWO veel wordt samengewerkt in teams. Voor vmbo-leerlingen een veilige, stimulerende en uitdagende setting. Eveneens viel de ruime en schone ambiance bij RIWO op. Daarna was er alle gelegenheid om met elkaar ideeën uit te wisselen voor een nog betere samenwerking tussen RIWO en de Twentse vmbo-scholen, en ook scholen onderling, die samenwerken onder de paraplu van STO Twente. Reactie van deelnemer Ronald Rondeel Ronald Rondeel is Projectleider Sterk Techniekonderwijs STO-subregio Enschede: “Ik verbaas mij er elke keer weer over hoeveel technologie verscholen zit achter de industriële muren van de Twentse bedrijven. Ik realiseer mij dan ook des te meer dat we als school een taak hebben om leerlingen én hun ouders goed te informeren over de mogelijkheden in de technologie. En dat hier voor onze leerlingen een mooie en goede toekomst ligt. Een spreekwoord zegt ‘onbekend maakt onbemind’. Werk aan de winkel dus!” MENU

  • Iedereen zou moeten kunnen beschikken over basale technische vaardigheden

    a2c28ef2-84fc-4d2b-be5c-337bf0d9f5f2 Iedereen zou moeten kunnen beschikken over basale technische vaardigheden Selma Zwarteveen is locatiedirecteur van het Stedelijk Alpha Wethouder Beversstraat en daarnaast locatiedirecteur van het Stedelijk Zwering. STO Twente maakt onderdeel uit van haar portefeuille, en daar heeft Selma zowel professioneel als persoonlijk feeling mee: “Techniek en technologie zijn geschikte leerlijnen waarlangs we vmbo-leerlingen extra kunnen helpen om hun plekje in de vooral door technologie razendsnel veranderende maatschappij te vinden.” Eerder ervaring met STO Twente Selma deed al ervaring met STO Twente op toen zij voor het Almelose Erasmus werkte: “Uiteraard via Basis/Kader, maar we haakten ook bewust aan bij het Praktijkonderwijs. Ook daar zit veel talent voor techniek. Het Erasmus heeft inmiddels een Technolab voor het Praktijkonderwijs.” Het Bonhoeffer College en Het Stedelijk Alpha aan de Wethouder Beversstraat trekken eensgezind op onder de vlag van STO Enschede. Selma: “Deze sterke samenwerking ervaar ik zelf heel dichtbij in het constructieve STO-overleg met het Bonhoeffer College én uiteraard Ronald Rondeel, de projectleider van STO Enschede. We hebben samen dezelfde lijn te pakken en streven dezelfde doelen na.” Enorm veel techniekkansen in Enschede De vijf subregio’s binnen STO Twente kennen ieder hun eigen sociaal-demografische uitdagingen en dynamiek. STO Enschede is vooral een stedelijke regio. Wat betekent dit als je meer jongeren voor techniek wilt interesseren? Selma: “Enschede biedt om te beginnen enorm veel werkmogelijkheden in de techniek. Het perspectief op de arbeidsmarkt is groot en positief. Een mooie omgeving om je bij uiteenlopende bedrijven heel veel techniekkennis eigen te maken. Wel is het een uitdaging om ditzelfde bedrijfsleven bij STO te betrekken. Ook is het beeld dat je met techniek per definitie je handen vies maakt hardnekkig. Techniek op het vmbo staat lager in de orde dan de andere profielen. Jammer, want bijvoorbeeld een goede timmerman heeft een prima toekomst. Dé uitdaging is om jongeren enthousiast te krijgen voor beroepen waarin je áán technologie of mét technologie werkt.” Verbreding in tweede tranche STO Twente Selma is zeer blij met de verbreding naar ook andere profielen in de periode 2025 t/m 2028 van STO Twente: “Daarmee verruimen we de mogelijkheden enorm, kijk alleen al naar de toepassing van technologie in de zorg. Maar dat geldt net zo goed voor het profiel Economie en Ondernemen. Ik juich het toe dat STO Twente zich verbreedt, naast de focus op de harde techniekprofielen. Niet alle leerlingen hoeven te kiezen voor het feitelijk werken met technologie. Wel willen we in ieder geval dat zij de gedachtegang erachter leren kennen. Daarmee voorkomen we op z’n minst dat technologie hen afschrikt.” In aanraking met techniek op álle niveaus Selma noemt nog een ander argument: “Techniek en technologie zijn bij uitstek mooie en geschikte leerlijnen waarlangs we vmbo-leerlingen extra kunnen helpen om hun plekje in de vooral door technologie razendsnel veranderende maatschappij te vinden. Doen we dat niet? Dan wordt het gat tussen hen en de maatschappij nog groter.” Aanvullend noemt Selma zowel de Regiodeal alsook Techkwadraat: “Daarmee betrekken we straks niet alleen de leerlingen van Basis en Kader, maar ook de leerlingen van vmbo-tl, havo en vwo bij het interesseren voor techniek en technologie. Het maakt niet uit op welk niveau je geschoold wordt; met de komst van de laatste twee initiatieven brengen we álle leerlingen in contact met techniek en technologie.” Inmiddels brug gebouwd naar bassischolen De basisscholen in Enschede zijn een belangrijke partij voor STO Enschede. Selma: “Projectleider Ronald Rondeel heeft daar enorm veel energie in gestopt. Met initiatieven zoals het succesvolle 7Tech zien we inmiddels dat ook de basisschoolleerlingen wel degelijk onze scholen vanonder de paraplu van Sterk Techniekonderwijs weten te vinden. Die brug is gebouwd en we krijgen concreet leerlingen uit groep 7 en 8 binnen.” Meer meiden Selma realiseert zich dat we ook meer meiden voor techniek willen inspireren. Maar lukt dat als we deze doelgroep voortdurend met aparte campagnes benaderen? Selma: “Meisjes zijn in de techniek met andere dingen bezig dan jongens. Onderzoek wijst uit dat jongens en meisjes op een verschillende manier leren. Meisjes, in het algemeen, hebben meer behoefte aan een stuk context en uitleg voordat ze met techniek aan de slag gaan. Je hoeft niet specifiek een apart programma voor meisjes op te zetten, maar kijk kritisch naar wat je jongeren aanbiedt vanuit de vraag of je daarin kunt differentiëren. Bijvoorbeeld: kun je een bepaald soort techniek in een andere vorm gieten voor meisjes dan voor jongens? Dat kan ik mijn ogen prima in dezelfde klas- en schoolsetting. We moeten dan wel in gesprek gaan met meisjes om te achterhalen waar hun specifieke interesses liggen, maar ook met jongens. Ik zie ook jongens in de techniek die een ander soort opdracht veel interessanter zouden vinden dan ze nu soms krijgen. Het gaat er dus om hoe je veel meer kijkt naar hoe je binnen je lessen voor zowel jongens als meisjes gedifferentieerd aandacht aan techniek kunt besteden. Uiteraard moet je hen dan als basis wel alle technieken leren, want daarmee komen ze ook in aanraking als ze met techniek verder gaan. Daarbij hoort ook dat we jongens en meisjes een eerlijk beeld schetsen van wat ze tegen gaan komen als ze kiezen voor techniek. Want ook in die sector kun je niet altijd alleen maar doen wat je leuk vindt.” Technische zelfredzaamheid voor iedereen Tot slot houdt Selma een pleidooi voor het iedereen aanleren van basale technische vaardigheden: “Die technische zelfredzaamheid vind ik heel belangrijk, voor meiden én jongens. Van het zelf een gat in een muur kunnen boren tot en met het plakken van een band en meubels in elkaar zetten. Kun je dat allemaal zelf? Dan ben je meer zelfredzaam en minder afhankelijk van anderen, ook al heb je niet voor een technisch beroep gekozen.” Selma beschikt zelf ook over die vaardigheden: “Ik heb audiovisuele technieken gestudeerd en les gegeven in grafimedia en ict. In mijn studie handvaardigheid heb ik veel met hout en metaal gewerkt. Ook zat ik voor mijn werk in de technische secties. Onlangs heb ik voor mijn zoon nog een bed ontworpen en gemaakt met de toepassing van steigerpijpen. Ik ervaar dus zelf hoe fijn het is om over die technische vaardigheden te beschikken.” MENU

Zoek

bottom of page