top of page

421 resultaten gevonden

  • Iedereen zou moeten kunnen beschikken over basale technische vaardigheden

    a2c28ef2-84fc-4d2b-be5c-337bf0d9f5f2 Iedereen zou moeten kunnen beschikken over basale technische vaardigheden Selma Zwarteveen is locatiedirecteur van het Stedelijk Alpha Wethouder Beversstraat en daarnaast locatiedirecteur van het Stedelijk Zwering. STO Twente maakt onderdeel uit van haar portefeuille, en daar heeft Selma zowel professioneel als persoonlijk feeling mee: “Techniek en technologie zijn geschikte leerlijnen waarlangs we vmbo-leerlingen extra kunnen helpen om hun plekje in de vooral door technologie razendsnel veranderende maatschappij te vinden.” Eerder ervaring met STO Twente Selma deed al ervaring met STO Twente op toen zij voor het Almelose Erasmus werkte: “Uiteraard via Basis/Kader, maar we haakten ook bewust aan bij het Praktijkonderwijs. Ook daar zit veel talent voor techniek. Het Erasmus heeft inmiddels een Technolab voor het Praktijkonderwijs.” Het Bonhoeffer College en Het Stedelijk Alpha aan de Wethouder Beversstraat trekken eensgezind op onder de vlag van STO Enschede. Selma: “Deze sterke samenwerking ervaar ik zelf heel dichtbij in het constructieve STO-overleg met het Bonhoeffer College én uiteraard Ronald Rondeel, de projectleider van STO Enschede. We hebben samen dezelfde lijn te pakken en streven dezelfde doelen na.” Enorm veel techniekkansen in Enschede De vijf subregio’s binnen STO Twente kennen ieder hun eigen sociaal-demografische uitdagingen en dynamiek. STO Enschede is vooral een stedelijke regio. Wat betekent dit als je meer jongeren voor techniek wilt interesseren? Selma: “Enschede biedt om te beginnen enorm veel werkmogelijkheden in de techniek. Het perspectief op de arbeidsmarkt is groot en positief. Een mooie omgeving om je bij uiteenlopende bedrijven heel veel techniekkennis eigen te maken. Wel is het een uitdaging om ditzelfde bedrijfsleven bij STO te betrekken. Ook is het beeld dat je met techniek per definitie je handen vies maakt hardnekkig. Techniek op het vmbo staat lager in de orde dan de andere profielen. Jammer, want bijvoorbeeld een goede timmerman heeft een prima toekomst. Dé uitdaging is om jongeren enthousiast te krijgen voor beroepen waarin je áán technologie of mét technologie werkt.” Verbreding in tweede tranche STO Twente Selma is zeer blij met de verbreding naar ook andere profielen in de periode 2025 t/m 2028 van STO Twente: “Daarmee verruimen we de mogelijkheden enorm, kijk alleen al naar de toepassing van technologie in de zorg. Maar dat geldt net zo goed voor het profiel Economie en Ondernemen. Ik juich het toe dat STO Twente zich verbreedt, naast de focus op de harde techniekprofielen. Niet alle leerlingen hoeven te kiezen voor het feitelijk werken met technologie. Wel willen we in ieder geval dat zij de gedachtegang erachter leren kennen. Daarmee voorkomen we op z’n minst dat technologie hen afschrikt.” In aanraking met techniek op álle niveaus Selma noemt nog een ander argument: “Techniek en technologie zijn bij uitstek mooie en geschikte leerlijnen waarlangs we vmbo-leerlingen extra kunnen helpen om hun plekje in de vooral door technologie razendsnel veranderende maatschappij te vinden. Doen we dat niet? Dan wordt het gat tussen hen en de maatschappij nog groter.” Aanvullend noemt Selma zowel de Regiodeal alsook Techkwadraat: “Daarmee betrekken we straks niet alleen de leerlingen van Basis en Kader, maar ook de leerlingen van vmbo-tl, havo en vwo bij het interesseren voor techniek en technologie. Het maakt niet uit op welk niveau je geschoold wordt; met de komst van de laatste twee initiatieven brengen we álle leerlingen in contact met techniek en technologie.” Inmiddels brug gebouwd naar bassischolen De basisscholen in Enschede zijn een belangrijke partij voor STO Enschede. Selma: “Projectleider Ronald Rondeel heeft daar enorm veel energie in gestopt. Met initiatieven zoals het succesvolle 7Tech zien we inmiddels dat ook de basisschoolleerlingen wel degelijk onze scholen vanonder de paraplu van Sterk Techniekonderwijs weten te vinden. Die brug is gebouwd en we krijgen concreet leerlingen uit groep 7 en 8 binnen.” Meer meiden Selma realiseert zich dat we ook meer meiden voor techniek willen inspireren. Maar lukt dat als we deze doelgroep voortdurend met aparte campagnes benaderen? Selma: “Meisjes zijn in de techniek met andere dingen bezig dan jongens. Onderzoek wijst uit dat jongens en meisjes op een verschillende manier leren. Meisjes, in het algemeen, hebben meer behoefte aan een stuk context en uitleg voordat ze met techniek aan de slag gaan. Je hoeft niet specifiek een apart programma voor meisjes op te zetten, maar kijk kritisch naar wat je jongeren aanbiedt vanuit de vraag of je daarin kunt differentiëren. Bijvoorbeeld: kun je een bepaald soort techniek in een andere vorm gieten voor meisjes dan voor jongens? Dat kan ik mijn ogen prima in dezelfde klas- en schoolsetting. We moeten dan wel in gesprek gaan met meisjes om te achterhalen waar hun specifieke interesses liggen, maar ook met jongens. Ik zie ook jongens in de techniek die een ander soort opdracht veel interessanter zouden vinden dan ze nu soms krijgen. Het gaat er dus om hoe je veel meer kijkt naar hoe je binnen je lessen voor zowel jongens als meisjes gedifferentieerd aandacht aan techniek kunt besteden. Uiteraard moet je hen dan als basis wel alle technieken leren, want daarmee komen ze ook in aanraking als ze met techniek verder gaan. Daarbij hoort ook dat we jongens en meisjes een eerlijk beeld schetsen van wat ze tegen gaan komen als ze kiezen voor techniek. Want ook in die sector kun je niet altijd alleen maar doen wat je leuk vindt.” Technische zelfredzaamheid voor iedereen Tot slot houdt Selma een pleidooi voor het iedereen aanleren van basale technische vaardigheden: “Die technische zelfredzaamheid vind ik heel belangrijk, voor meiden én jongens. Van het zelf een gat in een muur kunnen boren tot en met het plakken van een band en meubels in elkaar zetten. Kun je dat allemaal zelf? Dan ben je meer zelfredzaam en minder afhankelijk van anderen, ook al heb je niet voor een technisch beroep gekozen.” Selma beschikt zelf ook over die vaardigheden: “Ik heb audiovisuele technieken gestudeerd en les gegeven in grafimedia en ict. In mijn studie handvaardigheid heb ik veel met hout en metaal gewerkt. Ook zat ik voor mijn werk in de technische secties. Onlangs heb ik voor mijn zoon nog een bed ontworpen en gemaakt met de toepassing van steigerpijpen. Ik ervaar dus zelf hoe fijn het is om over die technische vaardigheden te beschikken.” MENU

  • Leerlingen BWI oriënteren zich bij Schildersvakopleiding Techniekhuis

    a2c565ef-1814-41bc-8ce6-8a62c016fb33 Leerlingen BWI oriënteren zich bij Schildersvakopleiding Techniekhuis Het Alma College pakt de beroepenoriëntatie voor Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) super praktisch op met keuzevakken en bezocht met negen leerlingen BWI recent de Schildersvakopleiding in het Hengelose Techniekhuis. BWI docenten Simon Damink en Hans de Groot: “Het zijn derdejaars leerlingen. Met dit soort bezoeken geven we hen een zo breed mogelijk beeld mee en maken zij hun vervolgkeuze voor het mbo weloverwogen.” Ook technologie in schildersvak In het derde leerjaar volgen de leerlingen vier modules voor BWI. Simon: “Bij elke module willen we hen kennis laten maken met de bijhorende vervolgopleiding. De Schildersvakopleiding is er daar één van. De leerlingen klas 3 komen in de BWI-module design en decoratie bij de Schildersvakopleiding zodat zij zich oriënteren of zij dit in de keuzevakken een vervolg willen geven. Ze kunnen bij ons dan twee keuzevakken in het schilderen kiezen.” Techniek en technologie lijken misschien niet zo heel prominent aanwezig in het schildersvak, maar spelen daarin wel degelijk een rol. Voorbeelden zijn de opmars van hoogwerkers om veilig te schilderen en elektronische meetapparatuur om bijvoorbeeld het vochtigheidsgehalte van hout te meten. Of denk aan steeds meer geavanceerde voorbewerkings- en afwerkingsapparatuur. Aan de slag! De negen leerlingen BWI kregen een rondleiding en volop uitleg over hoe de mbo-opleiding voor de Schildersvakopleiding in elkaar steekt. Simon: “Uiteraard gingen ze ook aan de slag! In dit geval met decoratieve technieken zoals sponstechnieken. Dit maakt onderdeel uit van de BWI profielmodule Design & Decoratie.” Simon en Hans zagen ter plekke dat de leerlingen een nieuwe en interessante ervaring opdeden met het schildersvak: “Eenmaal terug op school hebben we daarop voortgeborduurd. Wat scheelt is dat we dankzij Sterk Techniekonderwijs Twente op het Alma College beschikken over onder andere moderne plotters. Daardoor kunnen wij een soort doorlopende ervaring creëren tussen wat de leerlingen buiten zien en wat er in onze school mogelijk is.” Meer uitstroomrichtingen Ook voor de andere uitstroomrichtingen zijn er voor de BWI-leerlingen bezoeken mogelijk. Hans de Groot: “Voor de oriëntatie op de uitstroomrichting meubel maken gaan we met de BWI-leerlingen naar Van Keulen Interieuwbouw in Nijverdal. En voor het echte restauratietimmerwerk nemen we de leerlingen mee naar stichting RIBO in Hengelo. Voor het bouwtimmeren en daken- en kapconstructies zijn we welkom bij de Bouwmensen Almelo. We proberen elk keuzevak te koppelen aan een bezoek aan een bedrijf of bedrijfsvakschool in de regio.” Belangrijk voor netwerk Simons en Hans hadden dit keer het vervoer zelf geregeld: “Normaal hebben we hiervoor een busje en hebben we logistiek zelf in de hand. Dat maakt het organiseren van dit soort externe leermomenten een stuk gemakkelijker. Ook dit is mogelijk door Sterk Techniekonderwijs Twente. Overigens, Sterk Techniekonderwijs Twente gaat ook over docentenprofessionalisering. Heeft Simon in het licht van dat doel iets aan dit soort bezoeken? “Zeker! Je komt over-en-weer bij elkaar. Heel nuttig om als techniekdocent je externe netwerk in stand te houden.” En Hans? “Je raakt in gesprek met de mensen uit het werkveld bij een bedrijf of een bedrijfsvakschool. Je loopt een middag mee en ervaart hoe de instructeurs van de bedrijfsvakscholen lesgeven. Daar doe ik altijd nieuwe inzichten op die ik vervolgens weer mee kan nemen naar mijn eigen lessen.” MENU

  • Vmbo-leerlingen PIE bezoeken voor het eerst stagemarkt

    5727abb7-dad9-4d95-acb8-a67760b21283 Vmbo-leerlingen PIE bezoeken voor het eerst stagemarkt Elk jaar organiseren ROC van Twente en SMEOT samen een stagemarkt. Techniekstudenten uit het mbo maken rechtstreeks kennis met stagebedrijven. Dit jaar kende deze stagemarkt in september een noviteit: voor het eerst bezochten ook derdejaarsleerlingen PIE van het C.T. Stork College in Hengelo de stagemarkt. Tom Blaauwgeers van C.T. Stork College: “Nuttig, want aan het eind van dit schooljaar gaan ze stage lopen.” Hans Fokke: “C.T. Stork College en SMEOT werken al langer goed samen voor de profielmodules en keuzevakken onder de vlag van STO Twente. Maar ook derdejaarsleerlingen PIE gaan op stage. Zo is het idee ontstaan ook hen uit te nodigen voor deze stagemarkt. Van groot belang, want de derdejaarsleerlingen PIE van C.T. Stork College moeten aan het eind van hun derde schooljaar stage lopen bij een techniekbedrijf.” Oriënteren op beroepsbeelden Op deze stagemarkt kunnen de PIE-leerlingen zich oriënteren op welke beroepsbeelden er zijn in de constructie, mechatronica en verspanende industrie Hans benadrukt dat het hier niet bij blijft: “Dit schooljaar komen deze PIE-leerlingen ook naar SMEOT voor het volgen van hun profielmodules. Om precies te zijn: Bewerken & Verbinden en Besturen & Automatiseren.” Tom: “Die profielmodules baseren we op een doorlopend programma voor specifiek de woensdagmiddag. En nu maken zij tijdens de stagemarkt ook nog eens kennis met bedrijven in de sectoren Metaal, Mechatronica en Verspaning. Een soort voororiëntatie richting hun stage die zij moeten kiezen.” Gerichte loopbaanoriëntatie-opdracht De leerlingen lopen niet zomaar rond, maar bezoeken de stagemarkt op grond van een gerichte loopbaanoriëntatie-opdracht. Tom: “Er staan bedrijven klaar met stands en de leerlingen hebben een mapje met vragen bij zich die ze gezamenlijk hebben voorbereid met hun mentor. Zo kunnen ze kennismaken, vragen stellen en zich een beeld vormen. Ze bezoeken in totaal negen bedrijven, drie per genoemde sector. De winst? Ze krijgen in korte tijd een indruk van wat deze techniekbedrijven doen en wat dit de leerlingen met een stage kan bieden. Een extra winstpunt is dat de leerlingen in de praktijk kunnen brengen wat zij tijdens de loopbaanoriëntering leren: gespreksvoering met de stagebedrijven.” Reactie standhouder De Spiraal en Tribelt uit Haaksbergen waren twee bedrijven die deelnamen aan de stagemarkt: “We vinden dit heel nuttig. Vooral ook om wij bij deze editie van de stagemarkt rechtstreeks in contact komen met PIE-leerlingen uit het vmbo. Dat kunnen toch onze toekomstige collega’s zijn! In onze beide bedrijven zijn we ook bezig om snuffelstages voor vmbo-leerlingen in het leven te roepen.” Enkele reacties van leerlingen Na het kennismaken met de bedrijven stond er gastvrij drinken klaar voor de leerlingen. Eenmaal weer onder elkaar kwamen de tongen al snel los: “Ik wist niet dat er zo veel techniekbedrijven zijn!” “Best spannend om een bedrijf iets te vragen, maar we deden het samen, dus dat viel mee.” “Het duizelt mij nu wel. Maar ik ga rustig met mijn ouders en techniekdocent overleggen waar ik het beste stage kan lopen. De bedrijven hebben mij wel op ideeën gebracht.” “Gaaf dat er ook hele moderne technieken te zien waren!” “Mijn vader werkt ook bij dat bedrijf!” MENU

  • Met Techkwadraat Twente geven we het vak Onderzoek en Ontwerpen een stevig fundament mee vanuit ons nieuwe Technasium

    bbac0377-957a-42da-803b-48f107c2f312 Met Techkwadraat Twente geven we het vak Onderzoek en Ontwerpen een stevig fundament mee vanuit ons nieuwe Technasium Het Bataafs Lyceum in Hengelo doet mee met Techkwadraat Twente. Al bij de start heeft deze vo-school haar zaken goed op de rit, zoals het samen met het bedrijfsleven aanvliegen van het vak Onderzoek & Ontwerpen (O&O). Graag deelt deze school haar ideeën en initiatieven, bijvoorbeeld BL-Business voor de inhoudelijke connectie tussen bedrijven en leerlingen. Gerdi Haverkamp is biologiedocente, mentor, coördinator BL-Business en Havo-P en Technator voor het Technasium: “Technologische bedrijven zien doorgaans het belang om mee te werken, samen met scholen, aan de nieuwe generatie medewerkers. Ook vergroten zij hun naamsbekendheid door met een vo-school als de onze samen te werken. Het belang ligt dus niet alleen bij de school.” Bewuste focus op Bèta Joanne Duijvestijn is locatieleider en teamleider bovenbouw: “Wij zijn een school voor havo en vwo, met ook vwo plus onderwijs. Van oudsher is ons bèta onderwijs sterk ontwikkeld. Vanaf januari 2026 worden wij formeel Technasium. De lat voor dit officiële predicaat ligt behoorlijk hoog en op de weg naar deze erkenning hebben we onder andere een aantal docenten opgeleid voor het vak O&O.” Joanne’s collega Gerdi Haverkamp is er daar één van. Joanne: “Voor ons Technasium is zij onze coördinator, ofwel Technator. Ons Technasium past geografisch ook goed in Hengelo als van oudsher een technische stad.” Gerdi: “We zijn hiernaartoe gegroeid door een jarenlange focus op Bèta en technologie. Met onze leerlingen zijn we eerste partnerschool van de UT en veel van onze leerlingen stromen door naar de UT. In de bovenbouw bieden we Havo-P aan, daarin draaiden we eerder mee als ontwikkelschool.” Techkwadraat voorziet Technasium van stevig fundament Het Bataafs Lyceum sluit aan op Techkwadraat Twente met haar havo, Havo-P, vwo en vwo Plus. Hoe zien zij dit nieuwe programma? Joanne: “Voor ons is Techkwadraat Twente een mooie mogelijkheid om een deel van alles wat we gaan doen voor Technasium makkelijker te laten verlopen. Techkwadraat komt daarmee voor ons op een mooi moment en gebruiken we ter versterking van wat we al doen met technologie, ook vanuit het perspectief van de daarmee gemoeid gaande kosten en tijd. Techkwadraat Twente is voor ons een mooie stimulans om daar ook daadwerkelijk tijd in te kúnnen steken. Hiermee blijven we weg van een vluchtige benadering en kunnen we het stevig neerzetten.” Gerdi: “Dankzij Techkwadraat Twente kunnen we ons nu ook oriënteren op de concrete inrichting, vormgeving en benodigde hardware en technologie voor ons Technasium lokaal. Denk aan 3D printers en een laser cutter.” Voldoende alternatieven voor Technasium Welk advies hebben Joanne en Gerdi voor vo-scholen die geen Technasium zijn, maar wel het vak O&O willen inrichten rondom dit gedachtegoed? Gerdi: “Zij kunnen ook O&O aanbieden in de onderbouw en in de bovenbouw is er Havo-P. Dit zijn vakken met een praktijkgericht programma, waarbij je leerlingen kennis laat maken met mogelijke werkvelden, beroepen en bedrijven. Een hele waardevolle route.” Joanne: “Of neem scholen die deel uitmaken van het Wetenschapsoriëntatie Nederland (WON)-netwerk, gericht op wetenschappelijke voorbereiding van vwo-leerlingen. Ook mag je Natuur, Leven en Technologie (NLT) als vak aanbieden in de bovenbouw, met een mooie vakintegratie en veel praktijk.” Contacten leggen via ouders en bedrijvenmarkt Veel scholen vinden het best wel een uitdaging om contacten te leggen met het omliggende technologische bedrijfsleven voor vooral het vak O&O. Hoe pakt het Bataafs Lyceum dit op? Gerdi: “Daar heb je niet één oplossing voor, maar dit verloopt via meerdere kanalen, zoals via ouders met een eigen bedrijf en onze jaarlijkse bedrijvenmarkt. Die bedrijvenmarkt biedt alle leerlingen vanaf klas 3 de mogelijkheid via een speeddate aan tafel te gaan met mensen die in verschillende functies werken bij verschillende bedrijven in de regio Hengelo. De bedrijven vertellen wat hun bedrijf doet, wat zij daar doen, welke andere functies er zijn en welke opleiding nodig/handig is voor die functie.” Om mogelijke koudwatervrees bij collega-vo-scholen weg te nemen benadrukt Gerdi dat bedrijven over het algemeen graag meewerken: “Zij zien het belang in om mee te werken aan de nieuwe generatie medewerkers in technologische bedrijven. Ook vergroten zij hun naamsbekendheid door met een VO-school als de onze samen te werken.” Aan de slag met echte bedrijfsmatige onderzoeksvragen Joanne stipt een cruciaal element aan: “Vanuit Technasium schrijf je projecten samen met bedrijven. Dat uitgangpunt sluit naadloos aan bij waartoe ook Techkwadraat opdracht voor geeft vanuit het vak O&O. Die projecten zijn niet bedacht of nagebootst, maar komen reëel uit de dagelijkse praktijk van deze bedrijven. Technasium hanteert daar een toepasselijke term voor: stinkende casussen.” Ofwel: de leerlingen halen bij de deelnemende bedrijven uit Hengelo en omgeving realistische onderzoeksvragen op. Gerdi: “Dit doen we vanuit het vak O&O. De leerlingen krijgen een kick off bij het bedrijf in kwestie, leren contact leggen en dóór te vragen in gesprekken met de bedrijven. Ook ervaren ze hoe het is om een diepgaande samenwerking aan te gaan met externe specialisten die zij hierbij betrekken in de rol van expert.” Wat is de rol van die expert? Gerdi: “De leerlingen kruipen in de huid van een externe expert. Zij lossen het gestelde probleem op, op de manier waarop de expert dit zou doen. Zij volgen als het ware het stappenplan van de expert. Deze aanpak weerspiegelt de realistische uitdagingen en manier van samenwerken in het werkveld waar zij later ook mee te maken krijgen.” Joanne: “De spelregel is dan ook dat het deelnemende bedrijf de door de leerlingen aangereikte oplossing serieus meenemen en daadwerkelijk in hun bedrijf proberen toe te passen. Misschien in aangepaste vorm, maar de oplossing wordt wel degelijk meegenomen in hun proces.” Een goed idee: BL-Business Om deze manier van samenwerken vanuit het vak O&O praktisch te ondersteunen bedacht en introduceerde het Bataafs Lyceum het concept Bataafs Lyceum (BL) Business. Gerdi: “Met BL-Business brengen we bedrijven in contact met leerlingen die wel een portie extra uitdaging kunnen gebruiken. Het mes snijdt aan twee kanten; bedrijven kunnen laten zien wat zij doen en de leerlingen krijgen een kijkje in de keuken van dat bedrijf en kunnen hun honger naar extra kennis en ervaringen stillen. Deze aanpak valt daarmee binnen het spectrum van het vak O&O.” Maar daar blijft het met BL-Business niet bij, benadrukt Gerdi: “De leerlingen graven diep door in het bedrijf, overleggen met management en medewerkers en leggen samen een reële uitdaging op tafel. De leerlingen lossen die op en communiceren hiervoor intensief met het bedrijf in kwestie. Nogmaals: het zijn zogeheten ‘stinkende casussen’ in de terminologie van Technasium: reële uitdagingen die om een realistisch toepasbare oplossing vragen.” Overigens, het Bataafs Lyceum werkt niet alleen met bedrijven, maar ook met andere scholen samen. Joanne: “Zoals met het CT Stork College in een kunstproject genaamd Veelvlakken. Hun vmbo-leerlingen en onze leerlingen brachten samen een fantastisch kunstwerk technisch tot stand, meteen een leerzaam kijkje voor de leerlingen in elkaars belevingswereld.” Nauwgezet volgen van leerdoelen en curriculum Hoe brengt het Bataafs Lyceum al haar initiatieven vanuit het vak O&O in lijn met de gestelde leerdoelen en het voorgeschreven curriculum. Gerdi: “We volgen de doelen en het curriculum van het Technasium. Een voorbeeld? De leerlingen in de onderbouw maken kennis met minimaal zes van de zeven werelden van techniek. We borgen dat we daarvoor projecten schrijven die deze doelen zoveel mogelijk afdekken. Dan heb je het ook over belangrijke vaardigheden als verslaglegging en presenteren. Voor mij is dit een behoorlijke stok achter de deur om bijvoorbeeld ook projecten te koppelen aan bedrijven in een sector waarin ik misschien minder bedrijfscontacten heb.” Techkwadraat beoogt inderdaad ook docentenontwikkeling op het vlak van technologie. Hoe ervaart Gerdi dit aspect? “Positief, ook door de komst van Technasium voelt dit voor mij als een paraplu. Alles komt nu samen waarbij we onderwijs aanbieden waarbij leerlingen met een Bèta-technische referentie aan de slag gaan, en ook hun vaardigheden ontwikkelen. Met als belangrijk doel om te ontdekken welke richting zij later in willen slaan; al deze zaken zijn waardevol en dragen ook bij aan mijn docentenontwikkeling.” Leerlingen zijn scherpe graadmeter voor realistisch technologisch onderwijs Joanne: “We hebben ook drie andere docenten opgeleid voor het vak O&O. Ook zij ondervinden hiervan een enorme impuls waardoor je samen technologisch onderwijs vorm gaat geven. Het curriculum is weliswaar leidend, maar is niet in beton gegoten. We kijken heel scherp naar nieuwe technologische ontwikkelingen die we na een goede interne weging aan dit curriculum kunnen toevoegen. Je kunt vooral op technologisch gebied niet 10 jaar hetzelfde blijven doen, want het zijn je leerlingen die als eerste inzien dat het daaraan gekoppelde onderwijs niet langer de realiteit weerspiegelt, zoals de aansluiting op het beroepenveld. Als het niet echt of realistisch is, ruiken je leerlingen dat direct als eersten!” Aandacht voor Havo-P Gerdi noemt bewust Havo-P: “Onze school was daarin ontwikkelschool en opgeteld maken al deze werkzaamheden dat ik mij beduidend breder kan ontwikkelen dan met alleen lesgeven.” Joanne gaat graag even in op Havo-P: “Ook bij onze havoleerlingen zien we jong talent dat toch liever praktisch met de handen bezig is. Leerlingen van onze havo, maar ook van het vwo, waarderen het enorm dat zij in het vak O&O praktisch bezig zijn, en dit maakt het voor hen gevoelsmatig ook logischer dat dit gepaard gaat met theoretische vakken. Neem Natuurkunde, dit wordt ook voor hen leuker als zij doorgronden waar je die kennis in kunt toepassen.” Gerdi noemt een concreet project: “Onze Havo-P-leerlingen ontwerpen een foodtruck en de leerlingen van Praktijkonderwijs ’t Genseler bouwen eraan mee. Je hoeft dus niet alleen met bedrijven samen te werken, maar kan dat ook doen met andersoortige scholen. Heel leerzaam voor onze leerlingen, want als zij later in een technologische functie komen te werken, hebben ze al geproefd aan de soft skills die nodig zijn om met iedereen te kunnen samenwerken!” MENU

  • Twentse techniekdocenten mee op vmbo-netwerkdag 2023

    67ba7ecf-7d2f-4ad8-94bb-e882d15fa810 Twentse techniekdocenten mee op vmbo-netwerkdag 2023 SMEOT in Hengelo is de Twentse mbo praktijkopleider in metaal, mechatronica en verspaning. De jaarlijkse vmbo-netwerkdag van SMEOT kent een lange traditie. Hiervoor nodigt SMEOT onder andere de docenten PIE van Twentse vmbo’s en de techniekdocenten van ROC van Twente uit. Elk jaar stelt SMEOT voor de vmbo-netwerkdag een leerzaam programma samen. Dit keer bezocht een groep van bijna 50 enthousiaste deelnemers op 30 juni ASML in Veldhoven en VDL Special Vehicles in Eindhoven. Beide hightech bedrijven zijn wereldspelers uit Nederland met veel behoefte aan goed opgeleid technisch mbo-talent. Bijna elk Twents metaalbedrijf maakt wel iets voor of met deze twee bedrijven. Bijvoorbeeld Norma NTS is een hightech eerstelijns toeleverancier van complete mechatronische systemen met als specialisme ultraprecisie en levert aan ASML. Veel behoefte aan technisch mbo-talent ASML, met de hoofddirectie in Veldhoven, heeft vestigingen over de hele wereld. Het biedt werk aan knappe koppen op álle niveaus, ook op mbo-niveau. Denk aan functies die focussen op het bouwen van modules en machines voor de chipproductie, evenals het aanpassen en testen ervan. Maar ook de zogeheten ‘Electrical and mechanical model shop’ biedt werk aan mbo’ers evenals bij het voorbereiden van de gigantische logistieke operatie om de gerede chipproductiemachines te vervoeren naar de klant. Kortom, ook ASML biedt werk aan mbo’ers in de disciplines logistiek, fabricage, customer support evenals in ondersteunende afdelingen. Mondiaal marktleider Een inleidende presentatie door onze gastheren maakte al snel duidelijk hoe uniek ASML is. Zij bouwen uiterst hoogwaardige machines in opdracht van klanten die hiermee vervolgens computerchips maken voor hun apparaten. En daarin is ASML uitzonderlijk goed. Eén zo’n machine telt gemiddeld 100.000 onderdelen. ASML bedient wereldwijd zo'n 90% van de markt en levert aan grote chipmakers als TSMC, Samsung en Intel. Om een idee te geven: een kant-en-klare chipmachine is zó groot en zwaar vanwege de benodigde stabilisatie tegen trillingen, dat het vervoer ervan naar de klant een logistiek huzarenstukje op zichzelf is. Voor één te vervoeren chipproductiemachine zijn maar liefst 40 containers, 20 trucks en uiteindelijk drie volledig beladen Boeing 747’s nodig! Experience Center: interactieve rondleiding Na de inleiding verdeelden de Twentse bezoekers zich over een aantal groepen voor een rondleiding door het Experience Center. Deze ruimte is speciaal ontworpen voor verschillende doelgroepen, zoals high potentials, nieuwe medewerkers, cliënten en leveranciers. Het interactieve interieur doet bewust sterk denken aan een cleanroom, het feitelijke productiehart van ASML. Op een enorme video-wand met tientallen schermen kreeg de Twentse delegatie een semi-live presentatie van het bedrijf evenals een levensgrote projectie van de EUV-machine in virtual reality. Opvallende constatering? In het Experience Center stonden ter bezichtiging tal van modules van een chipproductiemachine. Ondanks de extreem hoogwaardige digitale en nanotechnologie zit er in een productiemachine voor chips nog steeds heel veel metaal, toepaste mechatronica en onderdelen die voortkomen uit verspaning. Een inzicht dat alle deelnemers nog eens extra het belang van het opleidingswerk van SMEOT deed inzien. Experience Game: ontsnappen met de binaire code! Na de rondleiding was het game time! Groepjes deelnemers moesten in het Experience Center een escape room zien te doorlopen waarbij alle uitdagende opdrachten waren gebaseerd op dé basis van al het werk van ASML: de binaire code! Een uitdaging met mysterieuze reeksen met nullen en enen die verrassend goed werd opgelost door de deelnemers. Veel behoefte aan technisch mbo-talent ASML, met de hoofddirectie in Veldhoven, heeft vestigingen over de hele wereld. Het biedt werk aan knappe koppen op álle niveaus, ook op mbo-niveau. Denk aan functies die focussen op het bouwen van modules en machines voor de chipproductie, evenals het aanpassen en testen ervan. Maar ook de zogeheten ‘Electrical and mechanical model shop’ biedt werk aan mbo’ers evenals bij het voorbereiden van de gigantische logistieke operatie om de gerede chipproductiemachines te vervoeren naar de klant. Kortom, ook ASML biedt werk aan mbo’ers in de disciplines logistiek, fabricage VDL Special Vehicles: specialist in emissievrije oplossingen Het tweede bedrijfsbezoek vond plaats bij VDL Special Vehicles, onderdeel van de VDL Groep. Met 150 medewerkers richt VDL Special Vehicles zich op speciale heavy duty-voertuigen zoals de elektrische truck. Robotisering en automatisering doet hier steeds meer hun intrede, met veelal mbo’ers in operatorfuncties. VDL Groep gaf in een presentatie aan hoezeer zij inzetten op jong technisch talent. Zoals met het zelf opleiden via allerlei trajecten zoals de eigen VDL Triple T Academy. Maar ook de afdeling VDL Opleidingen zet creatief in op de optimale ondersteuning voor de praktijkbegeleiders en mbo-leerlingen. Volop mogelijkheden tot netwerken in ‘doorlopende leerlijn’ Dé kracht van deze vmbo-netwerkdag is dat meerdere relevante partijen een dag lang intensief met elkaar optrekken: mbo-opleider SMEOT, techniekdocenten van ROC van Twente en, last but not least, een groep docenten PIE vanuit STO Twente en de Achterhoek. Tijdens de lunch en in de bus terug werden er dan ook de nodige indrukken, ideeën en mailadressen uitgewisseld. In feite het praktische netwerken vanuit de zo gewenste ‘doorlopende leerlijn’! MENU

  • Tweede editie STEL-dag legt blauwdruk voor succesvolle herhalingen

    dc8ca533-1d14-4ef9-acd8-eb010a82aec2 Tweede editie STEL-dag legt blauwdruk voor succesvolle herhalingen Na een geslaagde première van de eerste STEL-dag in 2022 vond op donderdag 25 mei de tweede editie plaats. Opnieuw een groot succes, ook door enkele aanpassingen. Zo werden dit keer álle bij STO Twente betrokken vmbo-scholen uit Almelo e.o. uitgenodigd. Henk Bos is decaan vmbo en sectievoorzitter HBR op het Alma College. Hij is de enthousiaste projectleider van de STEL-dag: “Met deze tweede editie ligt er nu een gebalanceerde blauwdruk voor de komende jaren van een uniek event voor techniek en technologie. Ik nodig álle STO subregio’s uit Twente uit hiervan te profiteren.” Focus op eerstejaars vmbo-leerlingen De STEL-dag is opgebouwd rondom vier onderwerpen: S port en beweging, T echniek en technologie, E nergie en duurzaamheid en L eefstijl en gezonde voeding. Henk: “Vandaar: STEL-dag. Op dit evenement betrekken we eerstejaars vmbo-leerlingen en docenten actief bij activiteiten rondom deze vier onderwerpen.” De inspirerende locatie: wederom het gastvrije Heracles stadion én het nabijgelegen topsportcentrum IISPA. De STEL-dag valt onder Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) en daar hoorde uiteraard een voorbereidende opdracht op school bij. Eveneens wordt met de leerlingen nagepraat op school na afloop van de STEL-dag. Twee x 1,5 uur spannende activiteiten Henk: “De maar liefst 760 aangemelde leerlingen werden verdeeld over deze twee locaties en volgden op elke locatie 1,5 uur spannende activiteiten. Die cyclus doorliepen we in de morgen én middag. Elk groepje bestond uit tien leerlingen met een volwassen begeleider. Voor deze tweede editie op 25 mei nodigden we álle aan STO deelnemende vmbo-scholen uit Almelo en omstreken uit, dus nog veel meer dan verleden jaar. Alle vmbo-scholen hebben zich aangemeld, behalve uit Vriezenveen. We hopen dat zij bij toekomstige edities alsnog aanhaken.” De leerlingen maakten kennis met techniek en technologie binnen de thema’s sport, voeding en leefomgeving. Henk: “Zoals zien hoe techniek wordt ingezet binnen het stadion van Heracles. Ook gingen de leerlingen zelf aan de slag met nieuwe technologieën zoals drones en VR.” En kregen de leerlingen van alle indrukken trek? Overal stonden gezonde fruitmanden vanuit uiteraard het onderwerp Leefstijl en gezonde voeding. Professionele veldtraining Marlie van den Barg is partnership manager bij Heracles én lid van het projectteam voor de STEL-dag: “In het stadion kregen de leerlingen professionele veldtraining van de trainers van FC Twente en Heracles in samenwerking met de FC Twente/Heracles Academie. Eveneens ontvingen ze in de Business Club een rondleiding met de focus op de techniek en technologie die wordt ingezet tijdens een wedstrijddag zoals in de omroepkamer en in de skybox.” Masterclass drone vliegen Patrick Hegeman is docent speciaal onderwijs bij het Omnis College: “Ik mocht tijdens de STEL-dag masterclasses drone vliegen geven. De eerstejaars leerlingen maakten hier laagdrempelig kennis met het vliegen met drones. Gewoon, zelf vliegen en ervaren wat zo’n drone eigenlijk doet en hoe deze zich gedraagt onder jouw besturing. Ook op het Omnis College geef ik in deze eerste periode drone lessen aan onze eerstejaars leerlingen. We kunnen leerlingen niet vroeg genoeg met dit soort techniek kennis laten maken en daar is ook deze STEL-dag een prima moment voor. Hoe eerder we hun motivatie voor techniek en technologie aanwakkeren, hoe beter!” Zelf live radio maken! Marc-Jan Hengstman is onderwijsassistent aan het Zone.college: “Nieuw bij deze editie was dat de leerlingen zelf live radio konden maken zoals we dat zelf op het Zone.college al langere tijd doen met Zone radio. Precies zoals ze het helemaal zelf zouden willen. Alles was voorhanden: een laptop met muziekprogramma, microfoons en mengtafel. Ook maakten ze zelf de netwerkverbinding. Wij maken radio via het internet en daardoor is het mogelijk om overal met een internetverbinding onze radio te luisteren via radio.zone.college. En het resultaat lieten we live in de hal van IISPA horen terwijl daar heel veel leerlingen met allerlei activiteiten bezig waren. Kortom, de leerlingen waren zelf live DJ en leerden ter plekke van alles over spreken, luisteren en uiteraard ook techniek. Die nieuw opgedane techniek- en technologiekennis kunnen ze bijvoorbeeld inzetten bij de vakken Nederlands of Engels om een podcast te maken en uiteraard ook gewoon voor de fun!” De instructie voor het zelf live radio maken werd gegeven door Anne Venhuis, zij is docente Engels op het Zone.college: “Dit is ontzettend leuk om te doen. Onze leerlingen zijn heel erg geïnteresseerd in radio maken en het is opmerkelijk om te zien hoe goed zij hier in zijn nadat ze het zich eigen hebben gemaakt.” Green Mobile Education Centre (GMEC) Buiten bij IISPA stond het Green Mobile Education Centre, oftewel GMEC, opgesteld. Het GMEC is het rijdende leslokaal van Zone.college met een schat aan vernieuwende leermiddelen, zoals Augmented- en Virtual Reality brillen, simulatoren en 3D-lesmateriaal. Met de GMEC zet Zone.college een nieuwe stap in het verzorgen van actueel, praktijk-rijk groen onderwijs voor leerlingen, studenten én andere belangstellenden. De GMEC kan worden ingezet bij verschillende lessen op verschillende locaties zoals tijdens de STEL-dag. Het laat leerlingen en studenten kennismaken met verschillende thema’s rondom innovatie, techniek en duurzaamheid. Zo wordt er gewerkt met drones, AR/VR en simulatoren. De trailer is voorzien van zonnepanelen en een dakterras met sedumbegroeiing. De windturbine levert een deel van de energie. Technologie raakt ook catering Dennis Timmer is instructeur bij het Zone.college in Almelo. Hij begeleidde dit jaar een aantal leerlingen, evenals bij de eerste STEL-dag in 2022: “Bij de eerste editie in 2022 verzorgde ik een catering workshop waarbij leerlingen hun eigen, gezonde lunch konden maken. Dit keer begeleidde ik een groepje van tien leerlingen langs alle activiteiten. Je ziet dat ze al een goede basis van zichzelf hebben bij het gebruik van een ipad en telefoon. Die vaardigheid komt bijvoorbeeld heel goed van pas bij het gebruik van de VR bril tijdens deze STEL-dag. Het nut van de STEL-dag? De leerlingen een breed beeld meegeven van alle mogelijkheden. Dit kan zeker een meerwaarde betekenen. In mijn werk als instructeur focus ik op een stuk gezonde wereld en gezonde schoolkantine. Samen met leerlingen bereid ik het eten voor en verkopen we dit vervolgens in de schoolkantine. Je ziet ook in de catering technologie steeds meer oprukken zoals het digitaal doen van bestellingen. Of denk aan het kassasysteem waarmee je het afrekenen van de lunch regelt. Dus ook hier krijgen vmbo-leerlingen met technologie te maken.” Vereenvoudigen profielkeuze bovenbouw Henk: “Binnen STO focus ik op het meemaken ván en oriënteren óp techniek en technologie. Daar past de STEL-dag heel goed in evenals bedrijfsbezoeken en andere oriënterende activiteiten. Al die indrukken slaan de leerlingen hopelijk op. Opgeteld willen we bereiken dat al die oriënterende indrukken samen hun beeld positief beïnvloeden en zij daardoor hun profielkeuze in de bovenbouw wat gemakkelijker kunnen maken. Vanuit de baanbrekend leren gedachte hopen wij natuurlijk dat hiermee de instroom in onze technische profielen vergroot gaat worden. Want zeg nou zelf: wie wil er nu niet met deze nieuwe technologie aan de slag?” De zeer enthousiaste projectgroep kan terugkijken op een geslaagde STEL-dag. MENU

  • STO Café Hengelo: maximaal duurzaam bij The Green Box

    8eecaefb-774c-451f-bdb0-d5aa265dec3c STO Café Hengelo: maximaal duurzaam bij The Green Box STO Café Hengelo op 3 februari koos voor het thema Duurzaam. Meer dan 40 STO-collega’s streken nieuwsgierig neer bij The Green Box in Hengelo, dé cleantech campus van Noord-West Europa, op een steenworp afstand van het C.T. Stork college. Een inspirerende mega-locatie waar startups, bedrijven, studenten en talenten samen werken aan de versnelling van de energietransitie. Ook hier is behoefte aan goed opgeleide technische mbo’ers. En die aanwas start uiteraard op het vmbo! Samen de omslag maken naar duurzaamheid Het complex van Eaton in Hengelo ondergaat een metamorfose van producent van elektrische componenten naar een campus waar de energietransitie in de volle breedte handen en voeten krijgt. De toepasselijke naam? Cleantech Campus The Green Box. Ynte de Vries, voormalig Chief Operating Officer bij Koolen Industries, is de kersverse directeur van The Green Box: “Hier is iedereen welkom met een goed, levensvatbaar idee op het vlak van de energietransitie. Van startups, studenten en innovators tot en met gevestigde bedrijven die de omslag naar duurzaamheid maken.” Het campus-concept is even doeltreffend als eenvoudig: bedrijven werken zelfstandig, en als zij synergie zien dan zoeken zij elkaar op. Integrale energieoplossingen Vanuit de campus leveren de intensief samenwerkende bedrijven integrale energieoplossingen aan bedrijven en particulieren, vaak volgens het one-stop-shop concept. Met andere woorden: op de campus vind je verzameld alle oplossingen die je nodig hebt. Ook met eigen Twentse maakbedrijven zoals NieuweWeme dat de laadpalen van Floading en We Drive Solar produceert, evenals de batterijcontainers van SmartGrid. Uiteraard is het eigen energiesysteem voor The Green Box tip top op orde, hoe kan het ook anders. Ynte de Vries: “Ons eigen integrale duurzame systeem draait inmiddels zo goed als.” Presentatie en quiz inéén De presentatie van Ynte voor alle STO-collega’s was meeslepend en inspirerend. In rap tempo schetste hij niet alleen de noodzaak tot energietransitie, maar ook de stappen die nog gezet moeten worden. Een behoorlijke wake-up call. Onweerstaanbaar was de quiz die Ynte met zijn presentatie wist te verweven: iedereen moest gaan staan en bij een fout antwoord op een energievraag van Ynte weer gaan zitten. De langst staande STO-collega en dus winnaar? Eric Raanhuis, docent PIE op het Noordik in Vroomshoop. De kennis van Ynte over duurzame energie was up-to-date. Reden voor enkele technische docenten om direct maar hun duurzame energie-oplossingen bij hen thuis aan Ynte voor te leggen. Tja, techneuten onder elkaar. Ook vmbo is welkom Uiteraard ligt er een link tussen The Green Box en de doelen van STO Twente. Ook op het terrein van verduurzaming en de energietransitie is er veel behoefte aan technisch talent. Niet alleen op hbo- en wo-niveau, maar juist ook ‘hands on’ op mbo-niveau. Op de vraag van de STO-collega’s hoe The Green Box vmbo-leerlingen kan inspireren kwam Ynte direct met een warme invitatie: “We staan open voor elke samenwerking, zeker ook met het vmbo. Wel hebben we nog geen ervaring met het vmbo, maar technische vakkrachten van het VMBO en MBO zijn onmisbaar voor de realisatie van de energietransitie en van harte welkom hier.” Vanuit de bezoekende STO-collega’s borrelden direct enkele praktische ideeën op en de eerste banden zijn gesmeed. Wordt duurzaam vervolgd! Rondleiding was eye opener De rondleiding was een eye opener voor de bezoekers. Helemaal verrassend was toen BWI-docent Philip Unverzagt één van zijn oud-leerlingen in een productiehal aan het werk zag. Na de rondleiding schetste Ynte nog even op overtuigende wijze zijn grotendeels zelfbedachte warmte-systeem bij hem thuis. Tijdens de afsluitende borrel was de conclusie eensgezind: The Green Box is een duurzaam pareltje dat misschien publicitair iets te veel onder de radar opereert, maar STO Twente heeft hen ontdekt én gaat met vmbo-leerlingen langskomen!” MENU

  • Aanpak Keuzevak Dronetechniek met Almeloos stempel

    7e799d50-6e7e-4b8f-b386-a5c0464db05c Aanpak Keuzevak Dronetechniek met Almeloos stempel In februari hield de STO-subregio Almelo e.o. haar driedaagse incompany cursus dronetechniek. Erik van Bunnik is techniekdocent op het toekomstig Alma College en heeft binnen de STO-regio Almelo e.o. als taak het professionaliseren van docenten: “Collega Eric Raanhuis en ik zijn de kartrekkers voor deze incompany dronetraining.” Erik is blij met STO Twente: “We zijn hier met de collega’s veel mee bezig en daardoor is er ook ruimte om te netwerken en te overleggen hoe we zaken samen kunnen aanpakken. Daar kwam ook dit drones-idee vandaan.” Eigen insteek Andere Twentse sub-regio’s volgden hun dronestrainingen via het Project Drones. Almelo e.o. koos er bewust voor hun training te laten lopen via bijscholingvmbo.nl. Erik: “De training via bijscholingsvmbo.nl is financieel gunstig door de 80% subsidie. Vooral aantrekkelijk omdat de subregio Almelo e.o. veel deelnemende vmbo-scholen en dus techniekdocenten kent. Deze keuze gaf onze regio eveneens de gelegenheid om de incompany cursus dronetechniek naar eigen inzicht in te richten.” De organisatie bijscholingvmbo.nl vormt sowieso een mooie bron van techniekopleidingen in relatie tot STO. Een aanrader om eens op te kijken. Erik: “Wij werken vaker met deze organisatie. Na de krokusvakantie gaan we bijvoorbeeld met drie collega’s op bijscholing voor domotica.” Veel belangstelling De drie lesdagen hadden ieder hun eigen insteek. Erik: “Met eerst twee dagen theorie voor het behalen van het dronebrevet. Op de tweede dag deden alle deelnemers succesvol het examen voor dit brevet.” De derde en laatste dag was echt een praktijkdag, met de bedoeling om daadwerkelijk te gaan vliegen. Erik: “Helaas gooide het weer op het laatste moment roet in het eten, met veel regen en wind. Die praktijkdag hopen we in te halen na de krokusvakantie. We kunnen hiervoor terecht bij een boer in Vroomshoop.” Er was ruimte voor tien docenten voor deze cursus in februari. Erik: “Maar ook zonder gerichte werving zaten we al snel vol. De hoop is dat we deze cursus nog een keer kunnen aanbieden. Daarvoor hebben we inmiddels vier tot vijf techniekdocenten op de wachtlijst staan.” Keuzevakken Dronetechniek 1 (1335) + Dronetechniek 2 (1336) voor de bovenbouw De subregio Almelo gaat de Keuzevakken Dronetechniek 1 (1335) + Dronetechniek 2 (1336) aanbieden voor de bovenbouw. Erik: “We gaan nu goed voorbereiden hoe we een groep leerlingen in de bovenbouw hierin les gaan geven. Dronetechniek is leuk, spreekt veel leerlingen aan en lijkt spannend. Tegelijkertijd realiseren wij ons terdege dat er achter dronetechniek een enorm theoretisch gedeelte hangt. Denk aan veiligheid, regelgeving en meer. Het praktijkgedeelte is dus maar één facet. Ook de theorie moeten we de leerlingen in de bovenbouw goed presenteren, daar werken we nu aan.” Binnen STO subregio Almelo is Peter Weideman de ontwikkelaar van lesstof dronetechniek in de onderbouw en hij is bezig met de koppeling, doorlopende leerlijn naar de bovenbouw dronetechniek. Keuzes maken voor keuzevakken De subregio Almelo e.o. kent een bijzonder concept waarbij de leerlingen van alle deelnemende vmbo’s een keuzevak naar eigen wens kunnen volgen op één van deze vmbo-scholen. Een onderlinge uitwisseling op de vaste woensdagmiddag die heel goed werkt. Erik: “We gaan in het voorjaar ook vaststellen welke vmbo-school de Dronetechniek 1 (1335) + Dronetechniek 2 (1336) school- overstijgend aanbiedt binnen ons concept van de woensdagmiddag. En ook hoe we hier inhoud aan geven. We hebben nu de opgeleide docenten en op dit moment is de vraag: hoe kunnen we deze materie inhoudelijk goed presenteren als een volwaardig keuzevak voor de leerlingen? Kijk, je kunt in een introductieles de leerlingen laten kennismaken met de kleine drones. Maar, nu gaan we ook vérder stappen zetten. Zoals inspecties uitvoeren met drones en ontdekken wat het allemaal inhoudt.” MENU

  • TechAmbassadeurs Zorg en Welzijn in opleiding

    27b8c0f5-3277-4f64-a3b1-752e7985c843 TechAmbassadeurs Zorg en Welzijn in opleiding Sterk Techniekonderwijs Twente werkt steeds nauwer samen met de Technologie & Zorg Academie Twente (TZA). Momenteel volgen Marijke van der Struik en Lisa van Dijk van C.T. Stork College de opleiding tot TechAmbassadeur van TZA. Wat is dat? En hoe profiteren vmbo-scholen daarvan? Keuzevak Zorgtechnologie Marijke van der Struik en Lisa van Dijk zijn docent Zorg & Welzijn. Hoe staat de toepassing van zorgtechnologie er op dit moment eigenlijk voor op C.T. Stork College? Marijke: “We geven nu al voor het tweede schooljaar lessen over zorgtechnologie, een apart en verdiepend keuzevak voor de vierdejaars leerlingen van Zorg & Welzijn. In dit profiel zelf zit ook voor de derdejaars leerlingen nog een heel klein stukje zorgtechnologie, specifiek in het profiel Mens & Zorg.” Nog volop in ontwikkeling Hoe reageren de leerlingen hierop? Marijke: “Wisselend, maar dat komt ook doordat we dit profielvak nog ontwikkelen. We zijn ermee gestart zonder een verdiepende voorbereiding en alleen op basis van een niet aansprekend leerboek.” Lisa: “Ook staan onze vmbo-leerlingen daar in de tijd gezien best wel een stukje vanaf; het duurt nog wel even voordat zij in de zorg werkzaam zijn. Ook gaat een deel niet de zorg in, dus bij hen is de interesse ook wat minder.” Meer focus op praktijk Marijke en Lisa ontwikkelen de lessen momenteel naar hun eigen inzichten en smaak: “We hopen dat de leerlingen het daardoor enthousiaster oppakken. Dit willen we bereiken door de lessen veel praktijkgerichter te maken. Daarbij heb je écht de technologische hulpmiddelen nodig zoals TZA Twente die ons aanreikt. We hadden weliswaar zelf een paar hulpmiddelen aangeschaft, maar nog niet zo heel veel. Daardoor bleven de lessen over zorgtechnologie twee jaar lang behoorlijk theoretisch. Met de technologie die we nu hebben geleend van TZA Twente proberen we de lessen levendiger te maken, maar ik benadruk dat dit allemaal nog sterk in ontwikkeling is. Volgend schooljaar hebben we zorgtechnologie een stuk beter op de kaart staan.” Opleiding TechAmbassadeur: inspiratie opdoen De deelname van Lisa en Marijke aan de opleiding voor TechAmbassadeur van TZA is geïnspireerd door de bovengenoemde ambities. Marijke: “We hopen tijdens de zes bijeenkomsten, onder leiding van ROC-docent Iris Davina-Hudepohl, inspiratie te krijgen om ons keuzevak voor zorgtechnologie te verdiepen en voor de leerlingen aantrekkelijker te maken.” Het mooie is dat de deelnemers aan deze opleiding verschillende achtergronden hebben. Lisa: “We zitten daar met zorgprofessionals, iemand van het ROC en wij vanuit het vmbo, dus een mooie mix. Voor ons is het bijvoorbeeld heel interessant om tijdens de opleiding te horen van de zorgprofessionals wat zij in hun praktijk tegenkomen op het gebied van zorgtechnologie. Dat geeft ons richting om onze leerlingen nú al zo goed mogelijk op deze praktijk voor te bereiden voor als zij straks vanuit het mbo stage gaan lopen in het zorgwerkveld.” Marijke: “We horen uit de eerste hand dat in de zorgpraktijk de ene professional er meer voor openstaat dan de andere. Ook hier geldt: onbekend maakt onbemind. In die zin lijkt dit op de situatie in het onderwijs op het vlak van zorgtechnologie.” Rol TechAmbassadeur Als TechAmbassadeur voor Zorg & Welzijn zijn Lisa en Marijke straks het gezicht en eerste aanspreekpunt binnen C.T. Stork College op het gebied van zorgtechnologie en het gebruik daarvan. De training richt zich enerzijds op inzet en kennis van slimme technologie op onder andere scholen. Anderzijds focust de training op collegiale ondersteuning bij de keuze en implementatie van technologie. De TechAmbassadeur kan als inhoudelijk deskundige de eigen collega’s en leerlingen adviseren en begeleiden. Zij kunnen het gesprek over technologie aangaan en advies of richting geven aan mogelijke keuzes. Lisa: “De insteek is dat wij door deze opleiding onze collega’s enthousiasmeren voor zorgtechnologie. Ook bij ons zien we dat collega’s hiermee nog niet zo bekend zijn. Doordat wij die lessen gaan geven, scholen we deze collega’s hierin bij en kunnen zij vervolgens die lessen ook geven.” Betere contacten zorgwerkveld Marijke: “Eveneens leert deze opleiding ons heel concreet wat er überhaupt allemaal mogelijk is met zorgtechnologie. Plus dat we nu nog betere contacten hebben met het zorgwerkveld. Hoe mooi is dat voor het organiseren van gastlessen en excursies!” Verder biedt de opleiding tot TechAmbassadeur ruimte voor een dagdeel stage. Marijke: “Dan kunnen we bij elkaar in de keuken gaan kijken. Wij, als school, bij de zorginstellingen en uiteraard omgekeerd. Dat biedt heel veel waarde. Feitelijk past dit ook onder de doelstelling van STO Twente.” Adviezen voor andere subregio’s STO Twente Wat adviseren Marijke en Lisa andere subregio’s van STO Twente die ook met zorgtechnologie willen starten, of al bezig zijn, maar nog richting zoeken? Marijke: “Ga ermee aan de slag, want het is niet meer weg te denken. Inmiddels is zorgtechnologie een integraal onderdeel van de zorg. Maar denk wél eerst heel goed na over wat je ermee wilt en hóe je het dan gaat inrichten. Een tip: haal bijvoorbeeld via TZA Twente al direct zorgtechnologie je school in, ga ermee aan de slag, organiseer excursies buiten je school en regel gastlessen. Daardoor loop je niet al vanaf het begin achter de feiten aan.” Een ander punt is dat zorgtechnologie ook iets met mensen doet. Lisa: “We gaan met de leerlingen wel het gesprek aan over wat patiënten of cliënten er zelf van vinden; wat zijn de voordelen en nadelen van zorgtechnologie? We proberen hen daarover aan het denken te zetten.” Marijke: “Leerlingen dragen daarbij regelmatig voorbeelden aan van zorgtechnologie die zij toegepast zien bij hun opa of oma. Dit is een goede aanleiding om hierover met de leerlingen het gesprek aan te gaan.” Toepassing vanuit startput van casuïstiek Marijke noemt dat zij en Lisa meer casuïstiek willen gaan schrijven: “Aan de hand daarvan willen we dus de zorgvraag centraal stellen en vervolgens bekijken welke zorgtechnologie daarbij zou kunnen ondersteunen. Dit in plaats van de volgorde waarbij je de zorgtechnologie centraal stelt en vervolgens gaat bepalen voor wie dat interessant zou kunnen zijn. Hopelijk hebben we dit volgend schooljaar voor elkaar.” Over de toekomst gesproken: momenteel vindt de planvorming plaats voor STO Twente 2025 t/m 2028. Wat zouden Marijke en Lisa hiervoor voor zorgtechnologie meegenomen willen zien? Marijke: “We worden goed in die gesprekken betrokken en we hebben ook bepaalde ideeën. We zouden vooral meer praktijk willen geven voor zorgtechnologie.” Wellicht deelvrijstelling Lisa: “Ook zou het mooi zijn als leerlingen die dit keuzevak met een voldoende hebben afgerond, voor een deel vrijstelling kunnen krijgen op het ROC van een vak waarin zorgtechnologie verweven zit. Want we kunnen ons voorstellen dat er overlappen bestaan. Die vrijstelling zou voor leerlingen een extra motivatie kunnen vormen.” MENU

  • Keuzedeel Robotica ter beschikking van Twentse vmbo-scholen

    18d58acb-96f0-4eaa-a214-afca8469f4a5 Keuzedeel Robotica ter beschikking van Twentse vmbo-scholen Het woord cobot is een samentrekking van de term ‘Collaboratieve Robot’. Deze eenarmige robot kan naast en met mensen werken, bijvoorbeeld voor repeterende taken. Het technisch bedrijfsleven omarmt deze cobot steeds meer. Dus krijgen ook technische vmbo-leerlingen hier later in hun werk mee te maken. Alle reden voor SMEOT om ook het Twentse vmbo een keuzedeel Robotica aan te bieden. Leerlingen van het Bonhoeffer College gingen op 24 januari zelf aan de slag met het programmeren en bedienen van een cobot. Hans Fokke van SMEOT: “We leiden al mbo’ers op voor werken met cobots, maar ook vmbo-leerlingen kunnen deze nieuwe materie prima aan.” Eric Harbers, docent SMEOT: “Vmbo-leerlingen maken bij ons alvast kennis met meerdere technische vakgebieden zoals verspanen en CNC. Robotica, en daarbinnen kennismaken met de cobot, is nieuw binnen ons aanbod voor het vmbo.” Het Bonhoeffer College kwam op bezoek met een aantal leerlingen uit de vierde klas. Hans Fokke, coördinator vmbo/mbo onderwijs SMEOT: “We hebben het programma voor deze leerlingen voor de cobot eenvoudig kunnen afleiden door het bestaande lesprogramma voor de cobot op niveau 2 iets af te schalen. De leerlingen krijgen voor de cobot alvast de eerste stappen van niveau 2 mee.” In totaal komen 14 leerlingen van het Bonhoeffer College naar SMEOT voor dit keuzedeel Robotica, verdeeld over meerdere sessies. Presentatie, uitleg én zelf aan de slag! Eric Harbers verwelkomde de leerlingen met een heldere presentatie, met ook filmpjes, die de cobot in het grotere plaatje positioneerde van wat we met elkaar Smart Industry noemen. Ook heb ik de leerlingen de toepassingen van cobot laten zien en de voordelen ervan uitgelegd. Plus uitleg over het verschil tussen een cobot en robot. Een cobot is mensgerichter en werkt eigenlijk collegiaal samen met een operator. Zoals een onderdeel aanreiken aan een monteur in een assemblageproces. Een robot werkt helemaal op zichzelf.” Hans Fokke: “Ook belangrijk: een cobot vervangt geen medewerkers, maar werkt daarmee samen. Een cobot zorgt dus niet voor banenverlies.” Zelf doen, zelf ontdekken Na de presentatie was het tijd voor de leerlingen om zelf een aantal eenvoudige basisbewegingen te leren programmeren voor de cobots waar SMEOT mee werkt. Eric: “Zelf doen, zelf ontdekken, daar grijp je deze vmbo-leerlingen mee.” De insteek voor deze eerste stappen op het terrein van programmeren voor cobots is gebaseerd op het werken met zogeheten way-points. Een waypoint of routepunt is een plaats op aarde, opgeslagen met de coördinaten. Dit concept wordt ook gebruikt voor het navigeren voor auto’s en fietsen. Hans: “Ook andere Twentse vmbo-scholen onder de vlag van STO Twente zijn hier welkom voor dit keuzedeel Robotica. Bijvoorbeeld het Canisius uit Tubbergen komt hier met een aantal leerlingen op bezoek. We hebben hier bij SMEOT drie cobots en aan een cobot mogen twee leerlingen werken. Daarmee is dit keuzedeel Robotica geschikt voor groepjes van zes vmbo-leerlingen.” De cobots hadden een grote aantrekkingskracht op de leerlingen van het Bonhoeffer College en al snel kregen zij het programmeren van de basisbewegingen onder de knie.. Hans Fokke: “We leiden hier leerlingen op om met cobots om te gaan, maar altijd in relatie tot onze vakgebieden Metaal, Mechatronica en Verspaning.” Maar cobots kunnen techniek-breed worden ingezet. Ook als praktische aanvulling op besturen en automatiseren PIE De leerlingen van het Bonhoeffer College werden op 24 januari begeleid door hun docent Thomas Struik: “We komen vaker bij SMEOT en nu dus voor het eerst voor het keuzedeel Robotica. In ons bestaande PIE-lokaal hebben we geen faciliteiten voor cobots, dus hier met onze leerlingen komen is echt een verrijking van ons lesprogramma. Wij hebben dit bezoek gepland als een verlengstuk van het onderdeel Besturen en Automatiseren binnen PIE. Dus de leerlingen zijn hier bij SMEOT deels voor de keuzevakken, maar dus ook voor Besturen en Automatiseren. Dit zou ik in de toekomst graag willen uitbouwen naar het door ons nu nog niet aangeboden keuzevak Robotica.” Ook voegt dit keuzedeel iets toe aan de docentenprofessionalisering van Thomas: “Meer begrip en inzicht in deze nieuwe materie en ook nog meer enthousiasme. Als docent zou ik hier nog meer in geschoold willen worden, want onze leerlingen en ook wij als docenten krijgen steeds meer met cobots te maken.” MENU

Zoek

bottom of page