434 resultaten gevonden
- Subregio Rijssen – Holten PROactief met PRO@Work
83111f90-1a0b-40f5-8539-3d52d683a52e Subregio Rijssen – Holten PROactief met PRO@Work Ook het Praktijkonderwijs is een bron van technisch talent én aanwas van nieuwe leerlingen voor Twentse vmbo-scholen. De STO subregio Rijssen – Holten maakt hier concreet werk van met het project PRO@Work. Potentiële PRO-leerlingen én Trajectklas-leerlingen uit (speciaal) basisonderwijs uit de regio werden uitgenodigd op CSG Reggesteyn voor een concrete kennismaking met techniek op het voortgezet onderwijs. Nico Akkerman is stagecoördinator Praktijkonderwijs bij CSG Reggesteyn: “Michiel Berentschot is bij ons docent Techniek en Timmeren. Hij had al enkele jaren geleden het plan om de groep 8 leerlingen binnen de school te halen om kennis te laten maken met techniek. Dit plan is nu verder opgepakt en breder getrokken, resulterend in de pilot PRO@Work.” Nico benadrukt dat PRO@Work het resultaat is van een stevige samenwerking tussen meerdere collega’s. De Trajectklas is een klas waarin leerlingen de kans krijgen om te laten zien of ze vmbo-basis aan kunnen. Deze klassen zijn kleiner dan de reguliere vmbo-basis klassen. Leerlingen krijgen de kans om vanuit dit tussenniveau na een jaar of twee door te stromen naar vmbo-basis of naar het praktijkonderwijs. Zowel aandacht voor harde als zachte kant van techniek Nico: “Binnen dit concept nodigden we basisschoolleerlingen met een PRO- of Trajectklas-beschikking uit voor vier middagen. Tijdens de eerste twee middagen gingen zij concreet aan de slag op onze school. Ze kozen tussen de techniekvakken (timmeren, metaal of groen), verzorging of consumptief. Dus niet alleen de harde kant van techniek was vertegenwoordigd, maar ook andere richtingen waarin techniek een rol speelt. Bedoeld om alvast de sfeer van het voortgezet onderwijs te proeven en om inzicht te krijgen in de praktijkvakken die worden aangeboden bij het Praktijkonderwijs en vmbo-basis.” Veel enthousiasme, ook bij ouders 18 leerlingen deden mee, een mooie mix van potentiële PRO-leerlingen en Trajectklas-leerlingen. Nico: “Het enthousiasme was heel groot, ook bij de ouders. Bij het timmeren bouwden ze in twee middagen speakers in een geluidsbox compleet met bekabeling voor een laptop en mobiele telefoon. De insteek was om de leerlingen al na twee middagen een concreet werkstuk mee naar huis te laten nemen, iets tastbaars wat ze eigenhandig hadden gemaakt en waar ze trots op kunnen zijn. Alles kwam aan de orde, van meten en tekenen tot en met zagen, boren, schroeven, schuren, lijmen en solderen. Ook gaven we hen een rondleiding door ons Technolab.” Vervolg met metaalwerkstuk De derde middag bood de leerlingen een nieuwe praktijkactiviteit bij naar keuze groen, metaal of verzorging. Nico: “Specifiek bij metaal stond de docent klaar met racekarretjes. De leerlingen kregen de uitdaging die te plaatsen op een zelf te maken schuin presentatieplateau zoals je die ook ziet bij nieuwe auto’s in een showroom. Hier kwamen voor de leerlingen handelingen om de hoek kijken zoals knippen, vijlen, aftekenen, metaal afbuigen en puntlassen. Tijdens de laatste van de vier middagen spoten ze hun werkstuk. Ook maakten ze kennis met MIG/MAG-lassen.” Inspirerend compliment De begeleidend docent gaf de basisschoolleerlingen in één zin een mentale les mee voor het leven: “Jullie hebben gouden handjes!” De boodschap? Nico: “Als je doet waar je hart ligt, kun je als PRO-leerling of Trajectklas-leerling uitgroeien tot een echte vakman of vakvrouw in de techniek. Een prima opsteker voor deze leerlingen.” MENU
- Ontmoet Ronald Rondeel: onze nieuwe projectleider STO Enschede
e498576f-9d8c-419f-a964-6c5fc2c12f1d Ontmoet Ronald Rondeel: onze nieuwe projectleider STO Enschede De STO subregio Enschede verwelkomt per 1 oktober een nieuwe projectleider, de opvolger van Tim Klaver. Zijn naam? Ronald Rondeel. Een onderwijsman in hart en nieren met een achtergrond in het onderwijs en technische bedrijfsleven. Graag stellen we onze nieuwe collega aan jullie voor. Wat is je achtergrond? “Inmiddels ben ik 21 jaar werkzaam in het onderwijs. Daarvoor was ik lange tijd werkzaam in de Grafi-media branche in verschillende disciplines. Bewust maakte ik destijds de overstap naar het onderwijs, ondersteund door een opleiding. Het contrast was in het begin groot, maar ik voelde mij al snel als een vis in het water in het onderwijs. Leerlingen iets meegeven op basis van kennis en (levens)ervaring die je zelf hebt opgedaan, daar ligt nog steeds mijn hart. Technici die nú overwegen over te stappen van het technische bedrijfsleven naar techniekonderwijs zou ik willen vragen: komt het vanuit het diepste van je hart om jonge mensen iets mee te geven? Kun je vanuit je passie iets vertellen en overdragen over je vak? Overweeg dit dan. Onderwijs is prachtig, zeg ik altijd.” Hybride docent STO Twente STO Twente kent het concept van de hybride docent. Een hybride docent heeft een baan in het technisch bedrijfsleven en is een aantal uur in de week/maand in een school. Dus je kunt het ook combineren. Voordat je een overstap maakt, kun je ook een dag meelopen op de scholen. Welke baan verlaat je voor STO Twente? “Ik heb de afgelopen 21 jaar diverse functies in het onderwijs gehad, onder andere afdelingsleider. Mijn laatste functie was Docent Media, Vormgeving en ICT bij het Kompaan College Zutphen/Vorden. In mijn nieuwe werk als projectleider voor de subregio Enschede van STO Twente komt al mijn kennis en ervaring samen, zowel uit onderwijs als bedrijfsleven. In dit werk kan ik alles leggen wat ik graag wil. De kern in al mijn werk was altijd: onderwijsvernieuwing, kan het anders en beter in het belang van de leerling. Mijn specifieke insteek? De techniekpraktijk moet écht realistisch geleerd worden. De samenwerking daarvoor met het technisch bedrijfsleven is daarin essentieel, en dat herken ik in STO Twente. Ik ben bij de start van dit programma projectleider geweest op het Gerrit Komrij College in Winterswijk. Helaas gooide corona al snel roet in het eten. Wel heb ik mee kunnen werken aan het plan om binnen het Gerrit Komrij College een Technolab te ontwikkelen. Dit Technolab is inmiddels school-breed gerealiseerd.” Wat is je doel als projectleider voor de subregio Enschede? “Samen met mijn STO-collega’s wil ik goed technologisch onderwijs helpen ontwikkelen dat er echt toe doet voor de leerlingen en de stad Enschede. Bedoeld om techniek en technologie duurzaam op de kaart te zetten. We kijken daarbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook waar we ná 2024 naar toe willen. Uiteraard met álle betrokkenen, van po en vo tot en met mbo en hbo. Een belangrijk doel is het ontwikkelen van een doorlopende leerlijn waarbij jongeren al snel in aanraking komen met technologie er aan verbonden blijven. STO Twente is bijzonder omdat dit programma langere tijd loopt en we dus kunnen koersen op duurzame inbedding van de ontwikkelingen die we nu in gang zetten.” Wat zijn je eerste plannen? “Er is al heel veel mooi werk verricht door de STO-collega’s in Enschede. Zelf zou ik graag inbrengen dat leerlingen nog meer buiten de school over de toepassing van techniek gaan leren, vooral samen met het bedrijfsleven. Dat is één van mijn grootste triggers. Ik denk dat leerlingen al vrij vroeg weten wat ze (niet) willen, ook als zij voor techniek kiezen. Die leerlingen moeten we onder onze hoede nemen en maximaal begeleiden door de hele leerlijn heen, vooral samen met het externe leerbedrijf. Dat bedrijf leert zo in enkele jaren zijn of haar toekomstige werknemer heel goed kennen. Daar wordt nu al door de STO-collega’s hard aan gewerkt en ik hoop hieraan te mogen bijdragen.” Wat tekent jou privé? “Ik ben 61 jaar, getrouwd en we hebben drie kinderen en ook drie kleinkinderen. Mijn grote passie privé is fietsen. Fietsen is mijn energiebron. Per jaar fiets ik zo’n 13.000 km weg, soms alleen en soms met meerdere mensen. Tijdens het fietsen doe ik heel veel ideeën op en begint alles te borrelen, en vindt het uiteindelijk zijn juiste plek. Uiteraard is ook techniek mijn passie, dat zit diep in mij verankerd.” MENU
- Techniek van de toekomst? Die maken jonge vmbo’ers gewoon zelf…
129f9bf2-632e-4de0-994c-a9f6c1c36004 Techniek van de toekomst? Die maken jonge vmbo’ers gewoon zelf… Tijdens Girls’ Day eind oktober liet het C.T. Stork College uiteraard de jongens ook niet zitten. De tweedejaars leerlingen beleefden een actieve ‘Boys’ Day’ in het Hengelose Oyfo. Lydia de Winter is LOB-coördinator en docent Nederlands: “De tweedejaars leerlingen bepalen april 2022 hun profiel en dit bezoek helpt hen om een besluit te nemen om voor techniek te kiezen.” Oyfo: techniek van de toekomst Oyfo is een verrassende plek met een Techniekmuseum, een Kunstenschool en een Kunstpodium, waar iedereen welkom is. Lydia: “Oyfo is een inspirerende ontmoetingsplek waar je als scholier kunt komen om te onderzoeken, samen te werken, te leren en te maken. Daarbij zet Oyfo techniek prominent in. Daarom past een bezoek precies in de doelstellingen van STO Twente.” Oyfo is recent vernieuwd. Lydia: “Niet alleen biedt het een inkijkje in hoe techniek in het verleden een rol speelde in het leven van mensen, maar vooral ook nu en in de toekomst.” Van plan tot praktijk Naast de rondleiding gingen de jongens concreet aan de slag in de workshops: “Vooraf hadden ze les gehad in duurzame energie, een actueel item. Ook maakten ze op school al ontwerpen met duurzaamheid als thema. Zoals een duurzame landbouwrobot van de toekomst. Met daarbij een tweedelige insteek: wat moet een landbouwrobot volgens de jongens überhaupt kunnen en hoe zet je daar duurzame energie voor in?” Of ook uitdagend: ontwerp een kledingstuk van de toekomst met toepassing van techniek. Bijvoorbeeld met een ingenaaid zendertje in kinderkleding zodat je altijd weet waar je kind is. Andere leerlingen hadden zich weer gestort op het ontwerpen van een toekomstig huis met daarin verschillende duurzame snufjes verwerkt. Met veel enthousiasme maakten de leerlingen mooie en slimme ontwerpen. Lydia: “Vervolgens kregen ze de kans om hun ontwerpen in de workshops van Oyfo te realiseren, uiteraard onder begeleiding van de docenten van Oyfo.” Inspirerend en motiveren “Nadenken over wat zij kunnen betekenen voor onze wereld en de toekomst, met toepassing van techniek, blijkt jonge leerlingen enorm te inspireren en motiveren. En vooral ook: hoe kunnen zij daar hun bijdrage aan leveren door voor techniek te kiezen? Het was zó leuk en interessant, dat we volgend jaar met alle tweedeklassers, dus jongens én meiden, willen terugkomen bij Oyfo.” Ondersteuning bij profielkeuze Dit uitstapje is volledig gemoduleerd naar de speciale LOB-methode van C.T. Stork College: “Dat betekent de leerlingen zich op school op het bezoek voorbereiden, actief deelnemen aan het bezoek en tot slot maken ze een reflectie: wat heb ik geleerd en wat kan of wil ik hiermee in de toekomst? Deze tweedejaars leerlingen bepalen april 2022 hun profiel en dit bezoek helpt hen om een besluit te nemen om voor techniek te kiezen”, aldus de enthousiaste Lydia. MENU
- Oproep voor docenten PIE om hun leerlingen kennis te laten maken met verspaning
b70e4a51-8f51-47d3-80e2-1822756552e3 Oproep voor docenten PIE om hun leerlingen kennis te laten maken met verspaning STO Twente focust onder andere op de metaalsector vanuit de afdelingen PIE op de deelnemende vmbo-scholen. Constructie en mechatronica krijgen veel aandacht, maar een andere belangrijke loot aan de stam sneeuwt wat onder: verspaning. Eric Harbers en Werner Scheuten zijn Praktijk-docent Verspaning bij STO-partner SMEOT: “Wij roepen alle collega’s van STO Twente op om verspaning veel meer onder de aandacht te brengen van hun leerlingen. De STO-gelden zijn ook inzet-baar om je leerlingen kennis te laten maken met deze veelgevraagde metaaldiscipline.” Wat is verspaning precies? Eric en Werner: “Verspaning is het bewerken van metaal of kunststof waarbij met geavanceerde machines en scherp gereedschap materiaal wordt verwijderd om een nauwkeurig gevormd product te maken. Dit gebeurt met technieken zoals draaien, frezen, boren en slijpen.” Het belang van verspaning is gróót Waarom is verspaning in onze maakindustrie en dus arbeidsmarkt en maatschappij eigenlijk zo belangrijk? Eric en Werner: “Verspaningstechniek is ook in Twente essentieel binnen de maakindustrie, productie en de ontwikkeling van nieuwe technologie. Verspaning is belangrijk omdat het zorgt voor de productie van hoogwaardige, precieze en complexe onderdelen die cruciaal zijn voor diverse industrieën, zoals machinebouw, maar ook automotive en luchtvaart. Het biedt flexibiliteit in ontwerp en productie, maakt het mogelijk om onderdelen met zeer nauwkeurige toleranties te maken, en is essentieel voor het realiseren van vormen die met andere methoden niet mogelijk zijn.” Eric is helder: “Zonder goed opgeleide specialisten in verspaning ontstaat er druk op heel veel maakindustrie en uiteindelijk banen en welvaart in Twente.” Instroom verspaning stokt Het vak verspaning krijgt structureel te weinig aandacht, zien Eric en Werner: “Op het vmbo kiezen steeds minder leerlingen voor draaien en frezen. Ook omdat er te weinig docenten zijn met een achtergrond in dit vak, en de onbekendheid met het vak verspanen. Veel PIE-docenten zijn elektrotechnisch (of anders) opgeleid en hebben vaak niet achter een draaibank gestaan. Deze docenten zouden wij bij interesse graag bijscholen. Leerlingen ontdekken daardoor op het vmbo niet altijd goed wat verspaning precies inhoudt.” Het gevolg? Minder instroom op het mbo, en uiteindelijk ook minder vakmensen in de bedrijven in Twente. Maximale support Eric en Werner zijn namens SMEOT heel gedreven: “We moeten de jongeren op het vmbo laten zien hoe mooi en uitdagend verspaning is. Hoe? Via keuzevakken, stages, bedrijfsbezoeken en theoretische ondersteuning op de scholen zelf. Waar dat start? Gewoon, met een belletje of mailtje naar ons.” Beide docenten lichten bijvoorbeeld de technische proeverij eruit: “Eén maandagmorgen in de maand organiseren wij een technische proeverij bij SMEOT. Ik laat zien wat verspaning is en leg alle voor- en nadelen uit. Ook het technisch vmbo is hiervoor welkom. De leerlingen maken kennis met programmeren én maken een werkstukje. Op die morgen krijgen ze van A tot Z een goed inzicht in wat verspaning is en hoe het werkt. Is het niks voor een leerling? Prima, maar dan heeft deze er wel van geproefd.” En heeft een vmbo school zelf geen verspaningsmachine? Eric en Werner: “Dan is er in overleg altijd iets te organiseren om af en toe met hun leerlingen bij ons te komen verspanen.” Méér dan genoeg stages en werkplekken Ook leggen Eric en Werner de leerlingen uit hoe het beroepsbeeld eruitziet voor werk in de verspaning: “Er komt steeds meer werk voor verspaners in Twente. Van wat wij opmaken uit de noodsignalen die wij ontvangen van bedrijven in Twente zijn er voor verspaning méér dan genoeg stages en werkplekken. Daar zit ‘m het probleem niet.” Welk type mens is een verspaner? Een beetje rustig, geduldig en precies. Een verspaner werkt vaak alleen, dus dat moet je wel liggen, maar er zijn genoeg leerlingen die dat in zich hebben en zich daar goed bij voelen. Elke PIE-docent heeft wel leerlingen die in dit beeld passen. Ten slotte, ook zij-instromers zijn meer dan welkom. Interesse? Neem gerust contact op met Eric Harbers of Werner Scheuten. Praktijkdocenten Verspaning bij SMEOT via e.harbers@smeot.nl of w .Scheuten@smeot.nl MENU
- STELdag 2025 met De Sumpel schot in de roos
56cfef16-c18d-4c70-b211-62577f48ee52 STELdag 2025 met De Sumpel schot in de roos De subregio Almelo e.o. organiseerde op woensdag 5 februari opnieuw een geslaagde STEL-dag. Nieuw bij deze editie was dat STO-partner ROC van Twente enthousiast aansloot en De Sumpel gastvrij openstelde, als opvolger van de eerdere STEL-locatie bij Heracles. Het voetbalstadion biedt helaas geen ruimte meer door een nieuwe grasmat. Brugklassers van alle scholen in Almelo en omgeving maakten op De Sumpel en in IISPA actief en (sportief) kennis met alles wat techniek en technologie hen te bieden heeft. Lekker zelf aan de slag! Circa 670 Almelose brugklassers maakten door de STEL-dag op een veelzijdige manier kennis met de thema’s rondom ‘STEL’. Dit staat voor Sport en beweging, Techniek en technologie, Energie en duurzaamheid en Leefstijl en gezonde voeding. Initiatiefnemer Henk Bos, decaan aan Alma College, was wederom de organisator, dit jaar voor het eerst samen met het ROC in Almelo. Henk Bos: “De afgelopen jaren bleek de combinatie van techniek, sport, voeding en nieuwe technologieën een gouden vondst. Leerlingen kunnen zelf aan de slag en dat slaat aan. Zeker als je daarbij ook nog een grote groep enthousiaste collega’s hebt die de gehele dag de activiteiten begeleiden.” Meerdere momenten in aanraking met techniek en technologie Henk: “Ze hoeven echt niet allemaal aan het eind van jaar twee voor techniek en technologie te kiezen, als ze er maar mee in aanraking zijn geweest. Dat is precies wat de STEL-dag hen aanreikt.” Henk hanteert een mooi motto dat ook direct over de hele linie binnen de STEL-dag terug te vinden is: “Je kunt áán techniek of mét techniek werken. Neem de sport, daarin kun je je trainingsarbeid digitaliseren en je prestaties optimaliseren. Je werkt dan niet aan techniek, maar met techniek. Als we dat de leerlingen tijdens de STEL-dag laten ervaren, hebben we al heel veel bereikt.” Henk schetst ook graag het grotere plaatje: “Naast deze STEL-dag maken de leerlingen ook nog kennis met bedrijven uit de techniek en technologie tijdens Techniek Tastbaar. Twee mooie events in leerjaar 1, vervolgens kijken ze in leerjaar 2 bij bedrijven binnen. De leerlingen komen dus op meerdere momenten in aanraking met techniek en technologie waaronder deze STEL-dag.” De Sumpel direct enthousiast Henk: “Met de deelname van De Sumpel maakten de leerlingen nu ook kennis met de harde technieken, een verruiming van hun beeld van wat er allemaal mogelijk is. Toen ik het idee voor hun deelname aandroeg, reageerden zij direct enthousiast.” Henk benadrukt dat alles voor De Sumpel uiteraard nieuw was: “Maar ze hebben zich organisatorisch heel snel aangesloten, waarvoor onze dank. We hopen in hen een duurzame partner te vinden voor toekomstige edities van de STEL-dag, want met De Sumpel kunnen we tijdens de STEL-dag de brugklassers nu alvast een doorkijkje naar het mbo van ROC van Twente geven.” Vier disciplines opengesteld Swenja Bruinink, planner Team Mobiliteit op ROC van Twente, locatie De Sumpel: “Voor mij was de STEL-dag helemaal nieuw. Henk Bos heeft dit samen met Aletta Bijsterveld, manager onderwijs Team Mobiliteit geïnitieerd. We zien allemaal in dat de toekomst ligt bij deze doelgroep. We hebben op 5 februari vier disciplines op gebied van Techniek en Technologie opengesteld: Mobiliteit (waaronder fietstechniek, (bedrijfs-) autotechniek en truck & vervoer), Transport & Logistiek, Elektrotechniek en ICT. Ieder team presenteerde meerdere workshops en/of doe-activiteiten. Hiermee lieten we de leerlingen op een speelse manier zien welke beroepen er zoal zijn binnen techniek en waar het overal wordt ingezet. Alle leerlingen kregen zo op één STEL-dag alle facetten bij ons van techniek en technologie op het mbo mee.” Techniek en technologie zijn overal In de IISPA konden de leerlingen op vier locaties onder meer drones besturen, een interactieve sportwand testen en Mbots in elkaar zetten. Bij De Sumpel gingen de leerlingen onder andere aan de slag met het uitlezen van e-bikes, simulatoren en VR. Henk: “Zoals Swenja al vertelde, verdeelde De Sumpel hun deelname over vier colleges die ieder vier hele mooie activiteiten presenteerden aan de leerlingen.” Door de samenwerking met ROC van Twente maakten de leerlingen tijdens deze editie ook kennis met ‘harde’ techniek. Henk: “Zo laten we zien dat techniek en technologie overal aanwezig is. Een mooie opbrengst voor de ruim 670 leerlingen die deelnamen op 5 februari.” Bereidwillige medewerking ROC van Twente Het ROC in Almelo werkt al lang samen met Sterk Techniekonderwijs Almelo e. o. en toch is dit ook nieuw voor het ROC. Aletta Bijsterveld is manager onderwijs Team Mobiliteit en werkte graag mee vanuit De Sumpel: “We zijn gevraagd om ons gebouw open te stellen en te laten zien wat we aan techniekopleidingen in huis hebben. Onder het motto 'wat je niet weet, kun je niet kiezen' hoop ik dat leerlingen iets ontdekken waar ze enthousiast van worden. Dat geldt voor de techniek, maar ook voor bijvoorbeeld duurzaamheid. We hebben treinsimulatoren en de leerlingen konden vliegen met drones, sleutelen aan e-bikes en pc's repareren. Het hele spectrum van techniek op De Sumpel kwam voorbij.” Robert Herman van Bouwmensen Almelo was present in de IISPA, samen met een collega: “Met VR laten we de leerlingen hier in 5 minuten en in ongeveer 10 stappen een digitaal demohuisje bouwen. We tonen ook hier graag ons gezicht en hopen zo de jeugd te stimuleren voor techniek en technologie in de bouw.” Lisenka van Midden van het Canisius Tubbergen: “Wij lieten de leerlingen Mbots over een circuit bewegen, met Ipads als controllers.” Coen Holtmaat: “We inspireerden de leerlingen in IISPA een dag lang met technologie, zoals met drones vliegen. Wat bijzonder is? Ze ontdekken technologie die zij thuis, in hun dagelijkse leven, eigenlijk niet zien.” MENU
- Vmbo zou voor technologie nog meer kunnen samenwerken
63320d13-191a-437e-8c6f-1bcef1d6fdfe Vmbo zou voor technologie nog meer kunnen samenwerken Rob te Riele is aangesteld als STO regioleider Rijssen – Holten. Graag stellen we onze nieuwe STO-collega voor: “Ik vervul al jarenlang de functie van directeur op De Waerdenborch. Eerst als locatiedirecteur vestiging Goor, vervolgens circa tien jaar directeur HAVO/VWO en de laatste twee jaar ben ik directeur organisatie. Nu focus ik op mijn werk als regioleider Rijssen – Holten voor Sterk Techniekonderwijs Twente.” Grondige voorbereiding Technologie vormt geen onderdeel van de achtergrond van Rob: “Tegelijkertijd onderschrijf ik het enorme belang van aandacht hiervoor in het vmbo, en eigenlijk in de gehele maatschappij. Het is cruciaal dat wij daar een compleet nieuwe en jonge generatie vertrouwd mee maken. Daarom ben ik erg enthousiast over STO en ben ik mijzelf momenteel fanatiek en grondig aan het inlezen, dat is mijn aard bij een nieuwe uitdaging. Er is enorm veel documentatie voorhanden waar ik mij in kan verdiepen. Dat vind ik essentieel, ook om mij de terminologie eigen te maken, want ik geef graag leiding door heel goed op de hoogte te zijn van de inhoud.” Rob constateerde dat er niet echt een afgebakende functieomschrijving voor regioleider STO Twente ligt: “Dat biedt aan de ene kant veel vrijheid, maar als je er, zoals ik nu, vanaf 0 induikt zou enig houvast wel praktisch zijn.” Aandacht voor borging en continuering Een belangrijk item voor Rob is hoe we met elkaar alle STO-activiteiten in de scholen in de regio borgen en continueren mocht de subsidiestroom eind 2028 stoppen: “Het onderwijs wordt geacht met allerlei subsidieprogramma’s inhoudelijk mee te doen, en die ook te continueren als de geldstroom stopt. Een aanname die niet vanzelfsprekend is, maar het is wel noodzakelijk om hier met elkaar goed over na te denken. Vooral vanuit mijn bestuurlijke achtergrond in het onderwijs zie ik de urgentie van die borging en continuering, dat zou voor STO na 2028 een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Dit maak ik tot een belangrijk agendapunt in mijn werk als STO regioleider Rijssen – Holten.” Werk samen waar het kan en moet Rob constateert een hoofdzakelijk demografisch bepaalde daling in de twentse leerlingenaantallen: “Dat heeft ook gevolgen voor de technische profielen in het vmbo. Dit roept de vraag op of we deze profielen op scholen staande kunnen houden zónder dat de scholen hierin onderling samenwerken. Ik roep op tot het constructieve gesprek met een open vizier op samenwerking, ook op technologisch gebied en in de technische vmbo-profielen.” Rob geeft voorbeelden: “Rijssen en Holten hebben al jarenlang beide een Technasium, met daaromheen een compleet netwerk. Ook werken Holten en Rijssen al goed samen in de regionale opleidingsscholen en zitten we in het samenwerkingsverband voor passend onderwijs. Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat we dit soort intensieve samenwerkingen op ook technologisch gebied tussen Rijssen en Holten niet zouden kunnen realiseren.” Overlappende activiteiten efficiënter op elkaar afstemmen Ook op het gebied van technologie-onderwijs zouden we overlappende activiteiten nog efficiënter op elkaar kunnen afstemmen, vindt Rob: “Het is onze taak om onze leerlingen in deze regio gezamenlijk te voorzien van een passend aanbod op alle onderwijsafdelingen, expliciet ook op technologie. Dat slaagt alleen in een goede, regionale samenspraak.” Rob noemt de Achterhoek waar ze al langer met krimp te maken hebben, ook in technologie-onderwijs: “Het kan nuttig zijn om ons oor in dit soort regio’s te luister te leggen en te leren van hun ervaringen.” Graag op de achtergrond actief Wat houdt Rob in zijn vrije tijd bezig? “Ik speel al heel lang altviool in meerdere orkesten. Een instrument dat je nooit prominent hoort, maar mist als het niet speelt. Zo zit ik zelf als persoon ook in elkaar. Ik ben niet heel nadrukkelijk aanwezig en graag op de achtergrond ondersteunend actief. Maar áls ik dan iets zeg, dan doet dat ertoe. Da’s niet arrogant bedoeld, maar een typering die anderen vaak over mijzelf geven. Verder lees ik graag en veel en ben ik sportief actief met fietsen, wandelen en spinning.” MENU
- Subregio Oldenzaal presenteert resultaten en blikt vooruit
081a03d2-489b-4f36-a124-119b60fd9af5 Subregio Oldenzaal presenteert resultaten en blikt vooruit In de subregio Oldenzaal is er tussen 2020 en 2024 enorm veel bereikt vanuit STO Twente. Wout Ensink gaf op 24 januari een presentatie van de resultaten voor de collega’s vanuit een heldere infographic. Hiervoor was veel belangstelling: “De energie en het enthousiasme in ons team is groot! Zonder de inzet en het harde werk van al onze collega’s was dit nooit gelukt. We zijn super trots op wat we hebben bereikt en gaan vol vertrouwen en motivatie verder.” Meervoudige verantwoording Wout: “We hebben flinke stappen gezet met STO Twente, en het is goed en extra motiverend om af en toe het net op te halen en met elkaar de concrete resultaten te delen. Daarnaast: STO is een subsidie vanuit de overheid, dus betekent het delen van resultaten ook een stukje verantwoording naar de maatschappij toe, evenals de directe omgeving waarmee we samenwerken zoals met de bedrijven.” Inbedding al geregeld gerealiseerd Wout en zijn collega’s zien een opmerkelijk fenomeen: “Een doel voor ná 2028 is om allerlei activiteiten van STO standaard in te bedden in ons lesprogramma. Nú al zien we dat dit voor een aantal onderdelen geldt, en dat is goed nieuws.” Wout geeft enkele sprekende voorbeelden: “Neem de bijna dagelijkse bezoeken van basisscholen aan ons Technolab. Ook is het al heel gewoon dat technische bedrijven gedurende het hele schooljaar gastlessen geven. Voor PIE is dit inmiddels de normaalste zaak van de wereld en bij BWI en M&T komt die beweging nu ook op gang.” Eveneens een goede zet bleek het volgen van een deel van een keuzevak bij het bedrijf waar een leerling ook stage loopt: “Dat loopt inmiddels al voor het zoveelste jaar geruisloos.” Juist die inbedding was een extra reden voor de bijeenkomst op 24 januari stelt Wout: “Door deze inbedding zien collega’s het vaak niet meer als iets uitzonderlijks. Tijdens de bijeenkomst konden we nog eens uitlichten dat we vanuit STO met hele mooie opbrengsten bezig zijn.” Willekeurige greep uit de resultaten Zonder hiermee recht te doen aan álle mooie resultaten van STO Oldenzaal lichten we er enkele willekeurig uit: 8950 leerlingen van 37 basisscholen uit de regio Oldenzaal bezochten het Technolab, 16 bedrijven verzorgen jaarlijks gastlessen, 400 derdejaars leerlingen per jaar verkennen technische beroepen bij bedrijven, 44 leerlingen van Praktijkonderwijs voltooiden technische leerdoelen en ontvingen hun welverdiende certificaat en 84 leerlingen ontdekten vervolgonderwijs bij Techniekhuis Twente, SMEOT en ROC Sumpel. Technische lokalen en middelen zijn gemoderniseerd, een nieuwe pneumatiek straat is in gebruik genomen, elektrische voertuigen maken deel uit van het onderwijs en de lasersnijder wordt ingezet bij de lessen van BWI . Wil je álle resultaten uit de periode 2020-2024 weten? Check dan even de bijgaande Infographic! Blik vooruit STO Oldenzaal heeft uiteraard ook gewerkt aan goede ideeën voor de tweede tranche van STO Twente (2025 t/m 2028). Wout: “De nieuwe planvorm kent uiteraard een continuering van de mooie activiteiten en ontwikkelingen die nog aandacht vragen, zoals middelen en manuren om de voortgang te borgen.” Daarnaast hebben Wout en zijn STO-collega’s gekeken naar nieuwe ideeën. Wout: “Weliswaar zijn de doelstellingen voor de tweede periode gelijk gebleven, toch wisten we nieuwe ideeën te bedenken. Zoals meer dan voorheen nieuw onderwijs ontwikkelen, dus écht nieuwe keuzevakken. Ik noem bijvoorbeeld het Keuzevak Water, techniek en duurzaamheid, een mix van techniek en ons profiel Groen.” Het TCC heeft geen MVI-licentie. Wout: “Maar wel gaan we hier keuzevakken voor ontwikkelen zoals het Keuzevak ICT en het Keuzevak Robotica. Of neem onze oriëntatie op de ontwikkeling van het Keuzevak Edelmetaal. Dat heeft een link naar creatieve techniek zoals sieraden maken. Het idee kwam van onze afdeling PIE, heel origineel meegedacht!” Ook noemt Wout de mogelijke ontwikkeling van het Keuzevak Elektrische Karts. Jongeren helpen om bewuste keuze te maken Nieuw is dat STO Oldenzaal in de tweede tranche de docentenstages gaat oppakken: “Voor ons is dat nieuw, waarbij docenten niet enkele uren, maar meerdere dagen stage lopen bij een technisch bedrijf. Bedoeld om kennis en nieuwe ideeën op te doen die zij vervolgens fris uit de praktijk de klas in kunnen brengen.” Ook noemt Wout alle ontwikkelingen in XR: “Hier trekken we ook in de komende jaren Twente-breed in op.” Tussen 2025 t/m 2028 zet STO Oldenzaal ook gericht in op de koppeling tussen technisch onderwijs en maatschappelijke thema’s. Gloednieuw is de verkenning of STO Oldenzaal bepaalde cursussen van de bedrijfsvakscholen zoals SMEOT ook kan aanbieden in de onderbouw: “Daarmee willen we deze jongeren in klas 2 zo vroeg mogelijk een doorkijkje meegeven naar het vervolgonderwijs ná het vmbo. Hiermee willen we bereiken dat deze jongeren een nog bewustere keuze maken voor een technisch profiel in klas 3 en 4. Door deze bewustere keuze willen we de uitstroom in bepaalde technische profielen in klas 3 en 4 indammen.” Nóg vroeger het basisonderwijs bereiken Graag noemt Wout ook het succesvolle Technolab: “We gaan nu ook opdrachten ontwikkelen voor groep 5 en 6, om er nog eerder bij te zijn. Groep 6 is al in werking voor een aantal basisscholen en met groep 5 draaien we binnenkort een pilot. In de periode 2025 t/m 2028 gaan we dat regulier inbedden.” Een aanpassing die in de tijd dichtbij ligt, is dat STO Oldenzaal Techniek Tastbaar al in de editie van 2025 ombuigt naar een eigen versie getiteld TechniekExpeditie. Last but not least: een activiteit die voortzetting krijgt én verdient is het aanbieden van cursussen techniek voor leerlingen van het Praktijkonderwijs, benadrukt Wout. MENU
- Vmbo docent PIE aan de slag als omgekeerde hybride docent
8a4fd8e7-b173-4922-ae78-48318c64685a Vmbo docent PIE aan de slag als omgekeerde hybride docent Arnold Prinsen is al langere tijd docent PIE op het C.T. Stork College: “Mooi werk dat ik ook graag blijf doen. Maar ik was ook toe aan een nieuwe uitdaging.” Na overleg met SMEOT en teamleider Benno Hams van C.T. Stork kreeg Arnold een aantrekkelijk aanbod: “Drie jaar lang ga ik twee dagen in de week in het Skills Center van SMEOT aan de slag, en de drie andere dagen blijf ik gewoon docent PIE aan het C.T. Stork College.” Hiermee draagt Arnold op een bijzondere manier bij aan de zo gewenste doorlopende leerlijn vmbo-mbo! Uitstapje voor langere tijd Arnold: “Ik heb eerder in het mbo lesgegeven en nu al jaren in het technisch vmbo. Als persoon heb ik uitdagingen nodig. Benno opperde vanuit STO Twente de mogelijkheid om eens rond te gaan kijken op een technische mbo-school. Na wat overleg kwam Arnold uit op een periode van minimaal drie jaar: “Een jaar is te kort, dan ben je net gewend en ingewerkt. Nu heb ik een langere horizon.” Overzichtelijke constructie De constructie waaronder Arnold werkt is voor alle partijen heel overzichtelijk: “Op maandag en vrijdag geef ik instructie op SMEOT en op dinsdag, woensdag en donderdag blijf ik gewoon actief als docent PIE op C.T. Stork College. Juist die combinatie vind ik prettig.” Arnold geeft nu les in het Skills Center van SMEOT: “Ook is het de bedoeling dat ik de kant van Mechatronica op ga, omdat de klassen daarvoor bij SMEOT vrij vol zitten. Mijn achtergrond is elektrotechniek, en ik kan wel zeggen dat daar nog steeds mijn hart ligt. Elektrotechniek is een belangrijk onderdeel Mechatronica. We koersen op een dag Skills Center en een dag Mechatronica. En als ik iets niet weet, dan vraag ik het mijn collega’s bij SMEOT, ik leer daar elke dag!” Brede mix van leerlingen Arnold is blij met de brede mix van leerlingen die hij vanuit deze constructie lesgeeft: “Uiteraard geef ik nu les aan mbo-studenten, maar er komen door STO Twente steeds meer vmbo PIE leerlingen langs op het SMEOT om daar specifieke opdrachten uit te voeren. En momenteel begeleid ik tijdelijk BOL 4 leerlingen die hun opdracht in het Skills Center uitvoeren. Eigenlijk ben ik nu actief met alle niveaus en dat past ook wel bij de nieuwe uitdaging die ik zocht.” Veelzijdig bijspijkeren Om volledig geëquipeerd te zijn voor het vereiste lesniveau op SMEOT investeerde Arnold ook veel avonduren in zijn eigen opleiding: “Eerst de opleiding MIG/MAG lassen bij SMEOT. Daarna heb ik de TIG-opleiding afgerond. En het mooie is: van mijn nieuwe kennis op dit terrein profiteren ook direct de leerlingen PIE op het C.T. Stork College.” Binnenkort start Arnold met het opnieuw behalen van zijn inmiddels verlopen VCA basisveiligheid: “Ik loop dan gewoon mee met de opleiding die SMEOT hiervoor geeft aan haar studenten.” Ervaring met beide werelden Hoe kijkt Arnold inmiddels terug op zijn eerste ervaringen? “Tot nu toe brengt het mij wat ik verwachtte. Je merkt wel dat de leerlingen die vanuit het vmbo doorstromen naar SMEOT ineens een snelle groei in volwassenheid doormaken. Ze zijn rustiger en gemotiveerder. En dan zit daar vaak maar een zomervakantie van zes weken tussen ná hun vmbo-examen én hun komst hier. Heel bijzonder om te zien. Ik denk ook wel dat meespeelt dat ze na het vmbo een bewuste keuze maken voor techniek op het mbo en dat dit bijdraagt aan hun motivatie. Het is heel mooi dat ik beide werelden nu mag meemaken vanuit mijn werk in het technisch vmbo en SMEOT.” Bijdrage aan doorlopende leerlijn vmbo-mbo Eigenlijk is Arnold hiermee een soort ‘omgekeerde’ hybride docent: “De ervaring, technieken en nieuwe inzichten die ik op SMEOT opdoe neem ik rechtstreeks mee naar mijn lessen op C.T. Stork College. Ook kan ik die nieuwe inzichten en ontwikkelingen vanuit SMEOT veel beter overbrengen op mijn vmbo-leerlingen, want ik leer de bredere achtergronden kennen. Ook zijn de lijntjes veel korter, vooral ook met de leerlingen, van de praktische aanwezigheid tot en met de opdrachten en beoordelingen. Opgeteld werkt dit veel prettiger en praktischer, bijvoorbeeld als de leerlingen PIE van C.T. Stork College weer komen booglassen bij SMEOT.” Hiermee draagt Arnold op een bijzondere manier bij aan de zo gewenste doorlopende leerlijn vmbo-mbo! MENU
- Belangstellende minister ervaart techniekonderwijs op Twents Carmel College
054d912a-0683-4dfc-9ee1-198781f1b1e5 Belangstellende minister ervaart techniekonderwijs op Twents Carmel College Op uitnodiging van Twente Board bracht Mariëlle Paul, demissionair minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, op 14 november een werkbezoek aan basisschool de Telgenborch in Almelo en Twents Carmel College (TCC) in Oldenzaal. Het centrale thema? De veelzijdige kennismaking met techniekonderwijs in de regio Twente. Op TCC werd de minister ontvangen door onder andere Marjolein Wolbers, adjunct directeur TCC, Raymond Nijenhuis, directeur TCC en Wout Ensink, projectleider STO subregio Oldenzaal. Na de eerste kennismaking ontving de minister een heldere uitleg over de actieve en gerichte inzet van TCC op de techniekprofielen. Rondleiding Direct hierna kreeg de minister een rondleiding langs de techniekprofielen PIE, BWI en M&T op het Onderwijsplein. Zeer geïnteresseerd ging zij in gesprek met zowel leerlingen als docenten. Uiteraard liet TCC ook het Technolab zien aan de minister, dé magneet voor het po en vo om kennis te maken met de laatste stand van technologie. Extra aantrekkelijk was dat op dat moment ook daadwerkelijk een basisschool met haar leerlingen actief was in het Technolab. Wout Ensink stipte aan dat inmiddels al 5000 bezoekers uit het primair onderwijs aan de slag gingen in het Technolab. Dit is mogelijk gemaakt dankzij Sterk Techniekonderwijs. Grote betrokkenheid De detailvragen van de minister tijdens de rondleiding gaven aan dat zij zeer betrokken is bij alle activiteiten rondom instroombevordering voor techniek in het vmbo. Ook stelde zij gericht vragen over de aanpak van TCC. Zoals investeren in moderne lesapparatuur, het aantrekken van extra (hybride) onderwijstalent, de directe samenwerking met het technisch bedrijfsleven evenals de inzet op meer meisjes in de techniekprofielen. Gespreksronde Na de rondleiding ging de minister aan tafel in gesprek met alle betrokkenen over onder andere STO Twente, Praktijkhavo/Technasia, Hybride Leren en de verbinding onderwijs en bedrijfsleven. In een levendige discussie werd één ding duidelijk: dankzij Sterk Techniekonderwijs is TCC in staat gebleken om tal van activiteiten te ontwikkelen voor haar techniekonderwijs en instroombevordering. Aan bod in de discussie kwam onder andere de voorgenomen verbreding van de inzet van STO op niet alleen de ‘harde’ profielen, maar ook op bijvoorbeeld het profiel Zorg & Welzijn. Gebaat bij structurele gelden Tot slot vroeg de minister wat TCC nodig zou hebben om al haar activiteiten voor instroombevordering voor techniek op peil te houden. Marjolein Wolbers gaf hier helder antwoord op: “We zouden zeer gebaat zijn bij structurele gelden voor ons techniekonderwijs. Hiermee houden we in stand wat we nu hebben bereikt én kunnen we nieuwe activiteiten ontwikkelen en inbedden.” Tot slot dankte de Twente Board minister Mariëlle Paul voor haar bezoek en oprechte interesse. TCC kan terugkijken op een gevarieerd en inhoudelijk zeer betrokken werkbezoek. Graag bedanken we ook de leerlingen van HBR voor hun gastvrije bediening met koffie en thee én zelfgemaakte lekkernijen. Op hun cv kunnen zij zetten dat zij de minister hebben bediend! MENU
- "Wij willen zoveel mogelijk technologie concreet implementeren in ons vmbo-onderwijs"
d2558d3e-c0c2-4eeb-b57f-bd9a5c4eb7db "Wij willen zoveel mogelijk technologie concreet implementeren in ons vmbo-onderwijs" Een belangrijk fundament onder STO Twente zijn de talloze enthousiaste techniekdocenten in de vijf subregio’s. Eén daarvan is Emiel Dikkers. Hij is docent Technologie & Toepassing aan Het Noordik in Almelo: “Juist door te dóen, maak je leerlingen enthousiast voor techniek. Daar speelt het nieuwe vak Technologie & Toepassing een grote stimulerende rol in, nu nog als pilot. “Wij willen zoveel mogelijk technologieën concreet implementeren in ons vmbo-onderwijs. Alleen zo maken leerlingen écht kennis met de vele mogelijkheden zoals die van vooral schone techniek. Daarmee proberen we het beeld te kantelen.” Technologie & Toepassing: nieuw schoolexamenvak In 2024 worden de gemengde leerweg en de theoretische leerweg samengevoegd tot één nieuwe leerweg. Alle leerlingen in deze nieuwe leerweg volgen dan, naast avo-vakken, een praktijkgericht programma. In het kader hiervan is Technologie & Toepassing een nieuw schoolexamenvak voor de GL en TL. Momenteel wordt dit vak met 24 pilotscholen ontwikkeld. Het vak laat leerlingen kennismaken met alle sectoren waarin technologie een rol speelt. Aan de hand van een praktische opdracht zoals het ontwerpen van een leskist, het bouwen van een escaperoom of het bedenken van hulpmiddelen waarmee ouderen langer thuis kunnen wonen, oriënteren leerlingen zich op hun toekomst. Emiel Dikkers: “Het Noordik in Almelo is één van de pilotscholen voor Technologie & Toepassing en draait nu in het derde jaar mee.” Bedenken én maken Bij Technologie & Toepassing zijn leerlingen met levensechte opdrachten van het bedrijfsleven of maatschappelijke instellingen uit de regio bezig, met een variatie in toepassingsvormen van technologie. Emiel: “Wij bieden dit als verplicht vak aan alle leerlingen aan die in het derde en vierde leerjaar PIE en BWI hebben gekozen. Deze leerlingen zoeken aan de hand van een casus of een probleemstelling van een bedrijf samen naar een oplossing. Er zit zowel onderzoek als concreet iets maken in. Ik probeer dit als docent breed aan te vliegen waardoor de leerlingen echt het gevoel hebben dat alles wat zij bedenken zij ook daadwerkelijk proberen te realiseren.” Mooie praktijkprojecten Eén van de bedrijven waarmee inmiddels is samengewerkt is bijvoorbeeld Heutink in Rijssen, leverancier van schoolmiddelen. Emiel: “Zij krijgen een nieuw magazijn in Nijverdal van 12 meter hoog. De leerlingen hebben meegedacht over hoe Heutink haar jaarlijkse artikelinventarisatie op grote hoogte efficiënter kan inrichten. Ze bedachten een drone met daaronder een QR-code scanner via wifi. Bij een ander project hebben de leerlingen een duurzame zaklamp ontwikkeld voor buitentoiletten in Wit-Rusland; die houten wc’s in een grasland hebben geen verlichting. De leerlingen kwamen onder andere met het idee van kleine zonnepanelen op deze wc’s die ’s avonds hun opgebouwde energie kunnen inzetten voor verlichting.” De essentie is dat de leerlingen hun eigen ideeën in de groep inbrengen, samen het beste idee selecteren en dit ook groepsgewijs realiseren. Leerlingen leren dus niet alleen iets bedenken en daarna maken, maar ook samenwerken. Heel belangrijk, het bedrijfsleven in Almelo is erg betrokken binnen STO. De leerlingen krijgen een goed en inhoudelijk kijkje bij verschillende techniekbedrijven.” Doorgezet, ondanks corona Emiel merkt nu al dat Technologie & Toepassing de interesse voor vmbo-leerlingen voor techniek aanwakkert: “Leerlingen komen bij Technologie & Toepassing binnen in het derde jaar. Het is weliswaar verplicht, maar bijvoorbeeld leerlingen BWI komen daarmee ook in aanraking met elektrotechniek. En bij Zorg & Welzijn kunnen we met de technologie voor zorgdomotica aan de slag. Allemaal technieken buiten hun comfortzone en in het begin vinden ze het ingewikkeld, want ze hebben er niet voor gekozen. Maar we zien dat hoe dieper en breder ze in de materie gaan, des te leuker ze het gaan vinden. Vooral hun eigen oplossingen realiseren vinden ze fantastisch. Ze moeten ook presenteren, het liefst bij de deelnemende bedrijven zelf, en dan zie je ze echt groeien en trots zijn.” Combinatie van kennis en gedrevenheid Tot slot schetst Emiel zichzelf als docent Technologie & Toepassing: “Uiteraard moet je iets hebben met techniek en technologie. Van veel vlakken op deze terreinen weet ik wel iets. Maar het gaat vooral ook om motivatie en inzet. ’s Avonds een puur uurtjes extra inzet plegen voor je lessen doe ik graag. Onlangs kwamen twee oud-leerlingen langs met een mooie cijferlijst van hun huidige techniekopleiding. Gewoon, om even bij te babbelen. Die binding ervaar ik als een mooi compliment.” Kortom, Emiel pakt als docent andere rollen op binnen de onderwijsorganisatie. Zoals de aanvraag van subsidie, ontwikkeling nieuw lesmateriaal, projectorganisatie en meer. De docenttaak is daarmee aan het verschuiven en brengt een nieuwe dynamiek met zich mee. Leerlingen merken dat direct en doen graag mee. In de aanstelling van een docent wordt nu al meegenomen wat voor kwaliteiten iemand inbrengt om ook de techniekvernieuwing door te zetten. Connectie met regionale themabijeenkomst nieuwe leerweg Eerder dit jaar organiseerde STO Twente een themabijeenkomst over de nieuwe leerweg. Hieruit bleken, naast Technologie & Toepassing, meerdere creatieve mogelijkheden om dit technisch aan te vliegen. Interesse? Neem contact op en wij zenden u het artikel: communicatie@stotwente.nl . Emiel Dikkers, docent Technologie & Toepassing: MENU










