410 resultaten gevonden
- Drones & Docenten? Ready for take-off!
80896d19-3a1e-4d17-8073-9908e5c1fb54 Drones & Docenten? Ready for take-off! Eindelijk was het zover! Na uitstel door corona deed op 28 mei een grote groep docenten van Twentse vmbo’s praktijkervaring op met vliegen met drones. Want ook voor de eigentijdse dronetechniek geldt: alleen als je deze innovatie als docent zelf beheerst, kun je je leerlingen meenemen op deze spannende techniekreis! De toepasselijke locatie van deze Droneclass? Space053 op het voormalige Vliegveld Twente. Bijzonder was ook de deelname vanuit het primair onderwijs. Alvast een mooie eerste bouwsteen voor een doorlopende leerlijn drones! “Vlieguren” maken De middag was speels ingestoken met een stukje inleidende theorie, maar vooral heel veel zelf uitproberen. Bedoeld om de docenten zelf “vlieguren” te laten maken. De essentie van het besturen van een drone draait om een fijngevoelige coördinatie tussen je ogen en handen. Wat uiteraard hielp, is dat het gros van de deelnemers inmiddels in het bezit is van het officiële EU Dronebewijs. Met dit certificaat op zak geven zij hun leerlingen officieel bevoegd onderwijs in vliegen met drones.Meer zelfvertrouwen Sem van Geffen trad op als drone-trainer en is mede-eigenaar van organisator Droneclass: “Voor docenten geeft deze training meer zelfvertrouwen. Door het zelf te ervaren komen ze boven de stof te staan. Ze leren hier vliegen met exact dezelfde drones als waar hun leerlingen straks ook mee komen te vliegen.” Ludiek onderdeel van de training was de uitdaging om met je drone de snelste tijd te halen binnen een lastig vliegtraject. En wat bleek? Niet alleen leerlingen zijn competitief, maar volwassen docenten uiteraard ook! “De positieve ervaring met techniek via drones is voor jonge leerlingen heel waardevol” Positief effect op techniekbeleving Pascal ter Braak, docent techniek CT Stork College: “Het is inderdaad een kwestie van ervaren door vlieguren te maken. Die ervaring breng ik over op de leerlingen en in mum van tijd vliegen ze zelf met de drone rondjes in het lokaal. Dat doet ook wat met het zelfvertrouwen van het kind. Die positieve ervaring met techniek via drones is voor jonge leerlingen heel waardevol. Plus de maatschappelijke toepassingen van drones bijvoorbeeld in de landbouw, de bouw en zorg spreken leerlingen ook aan. We geven drone-les in de eerste en tweede klas. Als ze er maar zin in krijgen en het leuk vinden. Daar gaat het ons om. We merken al dat sommige kinderen er ook in hun vrije tijd mee bezig gaan. Ook in de bovenbouw maken we docenten enthousiast en die willen heel graag meedoen. Drones zijn bij ons nu al een onderdeel van het curriculum, puur bedoeld voor leerlingen om met drones kennis te maken. We hebben inmiddels ook al een Talon drone, een programmeerdrone. Die vliegt veel stabieler. Die kun je voeden met instructies die je bijvoorbeeld in je telefoon hebt geprogrammeerd. Leerlingen krijgen daarmee ook het facet programmeren mee, als ze willen. We laten drones op school zo breed mogelijk terugkomen zodat leerlingen een zo goed mogelijk beeld krijgen van wat je ermee kunt. Ook zien we dat meisjes hierin geïnteresseerd zijn. Het is niet alleen een ding voor jongens.” Verbinding met Primair Onderwijs Ook Corine Noordink nam deel aan de Droneclass: “Ik werk onder andere twee dagen per week in het doe- en ontdeklab Diskoever. Vanuit hier brengen we nieuwe technologieën het basisonderwijs in zoals programmeren, 3-D printen en virtual reality. We leren leerkrachten hoe die technieken werken en hoe zij die in de klas kunnen inzetten. Voor drones heb ik inmiddels beide brevetten gehaald. Vanuit Diskoever ben ik nu dus ook voor drones een ambassadeur richting het primair onderwijs. Samen met techniekdocent Wendy Pereira-Smit van het Bonhoeffer College Geessinkweg en Tim Post van Kids4Twente gaan we in het komend schooljaar in ieder geval in de subregio Enschede een project draaien waarbij klassen in het basisonderwijs een project doen rondom drones.” Kids4Twente biedt basisscholen en middelbare scholen in Enschede doorlopende hulp bij het onderwijzen van wetenschap en technologie. Wendy Pereira-Smit: “We gaan met de docenten die hier de dronetraining volgen vlieglessen geven aan onze leerlingen. Ook leren ze filmen met de drones en de opnamen monteren. Daarnaast gaan we met drones een project draaien in het kader van het W&T-menu. Supertof!” Samen professionaliseren in leergemeenschap Ook de STO subregio Almelo is actief met drones. Eric van Bunnik: “Dit drones-project gaat over meerdere STO-activiteiten heen en daaruit is nu een leergemeenschap ontstaan. We gaan samen lesmateriaal ontwikkelen en zetten een gezamenlijk keuzevak drones op: één voor alle profielen en één verdiepend voor techniek. Door het samen ontwikkelen van lesmateriaal en het delen daarvan leren we van en met elkaar. In deze leergemeenschap borgen we dat we kennis ontwikkelen. En die kennis ook behouden binnen het overkoepelende drones-team, in plaats van per vmbo-school. Eveneens ontwikkelen we een speciaal drones-project voor de onderbouw met kleine zelfbouw drones en vliegen zonder brevet. Ook beginnende docenten nemen we zo mee in het traject.” MENU
- ROC van Twente biedt veelzijdig programma voor STO Café
0372a189-3873-413e-88e2-c16bbe405206 ROC van Twente biedt veelzijdig programma voor STO Café Gastvrij stelde ROC Van Twente de Gieterij in Hengelo open voor de meer dan 60 deelnemers aan het STO Café op vrijdag 29 september. ROC van Twente is een belangrijke samenwerkingspartner van STO Twente. Een primeur was het voorstellen van twee nieuwe contactpersonen vmbo – mbo vanuit ROC van Twente. Een langgekoesterde wens van STO Twente die nu handen en voeten krijgt. Ook de rondleiding langs alle afdelingen van het College voor Techniek kreeg veel waardering. Metamorfose Gieterij Met schwung, sfeer en humor opende gastheer Jos Toebes het STO Café. Jos is directeur van het College voor Technologie van ROC van Twente. Zijn kick off was goed gekozen: met oude foto’s schetste hij de metamorfose van de voormalige gieterij van Stork tot een inspirerende omgeving voor student en medewerkers van ROC van Twente. Jos: “Oude elementen zoals het stalen skelet zijn zoveel mogelijk intact gelaten.” De Gieterij kreeg zelfs een goederenlift waar een auto in zou passen. College voor Technologie Vervolgens ging Jos dieper in op het College voor Technologie, met, naast uiteraard De Gieterij, meerdere locaties in Hengelo, Almelo, Rijssen en Enschede, zoals SMEOT, De Sumpel en Kampus. Jos benadrukte de goede samenwerking, ook met de vakscholen REMO en STODT, en de coöperaties Techwise Twente en PCPT. Jos een helder overzicht van de opleidingen die het College voor Technologie biedt in de Gieterij: Technicus Engineering, Installatietechniek en Precisietechniek. Hij ging daarin specifiek in op een recente ontwikkeling rondom de opleiding voor Technicus Engineering BOL 4: “We kregen signalen uit het vmbo dat leerlingen niet goed weten welke techniekrichting ze willen kiezen na het vmbo. Ze kennen de termen zoals verspanen en constructie, maar wat dit voor hen kan betekenen in termen van studie en werk, en de juiste context, dat doorgronden ze niet altijd. We hebben als antwoord hierop een route ingezet die we modulair opbouwen. In het eerste halfjaar bij ons maken ze eerst kennis met alle disciplines, want voor een Technicus Engineering zijn deze basiservaringen in de volle breedte belangrijk. Daarna kunnen ze gericht hun toekomst kiezen, bijvoorbeeld de werktuigbouw, elektrotechniek of mechatronica. Nieuwe contactpersonen vmbo – mbo Een primeur was het voorstellen van twee nieuwe contactpersonen vmbo – mbo vanuit ROC van Twente. Een langgekoesterde wens van STO Twente die nu handen en voeten krijgt. Concreet zijn dit de docenten John Nijenhuis en Gerben Diersen: “Er lopen al allerlei contacten tussen het voortgezet onderwijs en ons mbo-onderwijs, maar de vraag kwam vanuit STO Twente om daar meer structuur in te brengen. Vooral met als doel om aan het technisch vmbo in Twente duidelijker over te brengen wat wij hebben te bieden. De eerste stappen zijn inmiddels gezet en we hebben alle projectleiders van STO Twente benaderd voor een afspraak. Die gesprekken gaan lopen, en van daaruit gaan we ook contacten leggen met de decanen. Eveneens gaan we alle mooie initiatieven binnen het College voor Techniek inventariseren zodat we deze nog meer gestructureerd kunnen presenteren aan het voortgezet onderwijs. We gaan er hard aan werken om samen iets moois te bouwen!” Oproep vanuit STO Twente Marieke Rinket, programma manager STO Twente: “We zijn heel blij met John en Gerben. Zij gaan een centrale en goed bereikbare schakelfunctie vervullen tussen de Twentse vmbo-scholen die deel uitmaken van STO Twente en het mbo-onderwijs. Alle betrokkenen kunnen hiermee sneller schakelen voor ideeën, initiatieven en projecten. We zien het STO-jaar 2023-2024 als een periode om te kijken hoe dit gaat werken en ik roep alle subregio’s van STO Twente op hiervan gebruik te maken.” Rondleiding: realistisch en veelzijdig De rondleiding langs alle afdelingen van het College voor Techniek verliep in vier groepen. Bevlogen docenten stonden klaar met goed voorbereide presentaties, waaronder een doorkijkje naar hoe het College voor Techniek alvast inspeelt op de groeiende combi van Zorg en Technologie. Ook, en dit maakte de rondleiding extra realistisch: overal waren de mbo-studenten nog volop aan de slag. Enkele Twentse vmbo techniekdocenten ontdekten daartussen oud-leerlingen, altijd een mooi weerzien. De rondleiding gaf de deelnemers vanuit STO Twente een breed inzicht in de vele opleidingsmogelijkheden en -routes die ROC van Twente aanbiedt. Er werden veel nieuwe verbindingen gelegd tussen de aanwezige vmbo- en mbo-docenten. Eerste informele bijpraatmoment na vakantie Na de rondleiding stonden er drankjes en hapjes klaar in het mooie restaurant op de begane grond van de Gieterij. Een uitgelezen moment om voor het eerst na de zomervakantie weer eens informeel bij te praten tussen de vele techniekdocenten en andere bezoekers van STO Twente. ROC van Twente…bedankt! MENU
- Aan de slag in Masterclass Leerlingen activeren binnen praktische vakken
389d2fc8-ceda-4f1f-8733-da0f708968e0 Aan de slag in Masterclass Leerlingen activeren binnen praktische vakken Een drukbezochte activiteit van STO Twente zijn de masterclasses. Zoals op 18 november in het Technolab in Oldenzaal over ‘Leerlingen activeren binnen praktische vakken’. Doelgroep? Vooral docenten van BWI, PIE, M&T en Techniek/Technologie. Maar ook docenten van Zorg en welzijn en andere vakken waren aanwezig. Alle locaties waren goed vertegenwoordigd. Maaike Vervoort gaf deze masterclass zoals zij dat ook al eerder deed voor STO Twente: leerzaam, interactief én met een set praktische handvatten om op school zelf met deze materie aan de slag te gaan. Maaike: “Ook voor techniekonderwijs binnen het vmbo is de keuze van passende activerende werkvorm belangrijk.” Het grote belang van activerende werkvormen Activerende werkvormen zijn belangrijk voor leerlingen. Maaike Vervoort is hoofddocent en onderzoeker bij Saxion in Enschede. Onderwijs en leren van leraren staat centraal in haar werk, met een focus op ontwerponderzoek en leren van/met video: “Wanneer leerlingen onvoldoende geactiveerd worden, verslapt hun aandacht en doen ze niet meer actief mee met de les. Werkvormen waarbij van leerlingen een actieve rol wordt gevraagd zijn daarom belangrijk. Door activerende didactiek stimuleert de docent de (denk)activiteit van zijn leerlingen en zet je als het ware hun brein ‘aan’. Dat zorgt voor meer plezier in het onderwijs, zowel voor de leerling als voor de docent. Maar hoe pak je dit aan?”. De masterclass van Maaike nam de deelnemers interactief mee. Zo kreeg iedereen bij de start een A4’tje om op te staan. Er ontstond een soort stoelendans waarbij docenten die een bepaalde activiteit ooit zelf hadden gedaan in hun klas zich verplaatsten naar een ander A4’tje. Maaike: “Dit was een voorbeeld van een werkvorm waarmee je op een actieve manier voorkennis activeert. En leidde ook tot plezier. Plezier is zó belangrijk voor leren. Bovendien was een belangrijk doel dat docenten zín krijgen om de aangereikte activerende werkvormen uit te proberen in hun lessen.” Kies gericht de meest geschikte activerende werkvorm Maaike: “Tijdens deze masterclass maakten de deelnemers kennis met verschillende activerende werkvormen. Ook zijn we ingegaan op het belang van activerende werkvormen voor het leren van leerlingen.” Maaike belichtte onder andere activerende werkvormen voor verschillende lesfasen en doelen. Haar boodschap? “Je kunt, op basis van jouw kennis van de groep, activerende werkvormen kiezen die passen bij jouw vak en bij jouw leerlingen. En bij jezelf natuurlijk. We stelden in deze masterclass de vraag centraal voor welk doel je activerende werkvormen wilt inzetten, juist ook bij praktische vakken. Bijvoorbeeld: als leuk tussendoortje of starter, om voorkennis te activeren of om op een actieve manier de leerstof te verwerken en/of toe te passen. Of om aan het eind van de les na te gaan: wat is er geleerd? Niet elke werkvorm is namelijk geschikt voor elk doel. De toepassing van werkvormen tussendoor (Doen-denken-uitwisselen en korte vragen via LessonUp) zorgde ervoor dat iedereen betrokken bleef. Daarmee was de masterclass zelf ook bedoeld als een voorbeeld voor werken met activerende werkvormen!” Aan de slag! In tweetallen of groepjes hebben de deelnemers 45 minuten serieus met elkaar nagedacht over werkvormen voor een les voor hun vak en die daarna uitgewisseld met een ander tweetal/groepje. Maaike: “Mooi om te zien dat er veel is uitgewisseld en dat er concrete ideeën zijn ontstaan, ook voor toekomstige samenwerking. Hopelijk helpt het verzamelde materiaal om hier verder mee aan de slag te gaan”, concludeert Maaike. MENU
- Nieuw keuzevak ‘Technologie in de Zorg’: een rondgang langs STO Twente
fbea8fa9-88b7-4f60-80b9-c63b1be7c243 Nieuw keuzevak ‘Technologie in de Zorg’: een rondgang langs STO Twente De zorg omarmt nieuwe technologie in rap tempo. Reden voor diverse subregio’s van STO Twente om aan de slag te gaan met het keuzevak ‘’Technologie in de Zorg’. Een inventarisatie. Subregio Hengelo: zorgtechnologie verdient meer aandacht Vanuit het C.T. Stork College treft de subregio Hengelo voorbereidingen voor de introductie van het vak Technologie in de Zorg. Docenten Marijke van der Struik en haar collega Lisa Leuwerink zijn hier druk mee: “Zorgtechnologie kent bij ons al een onderdeel in het profiel Zorg & Welzijn, maar is nog niet zo groot daarbinnen. Tegelijkertijd zien we dat zorgtechnologie een steeds grotere plek inneemt binnen de zorg. We vonden dit aspect onderbelicht en willen meer aandacht hieraan besteden. Zodat de school leerlingen die de zorg in willen, beter kan laten aansluiten op de realiteit in de zorg. We maken het tot een verplicht keuzevak. Dit klinkt tegenstrijdig, maar betekent dat we het nieuwe keuzevak ‘Technologie in de Zorg’ aan alle vierdejaars leerlingen Zorg & Welzijn gaan aanbieden, daar ligt nu voorlopig eerst onze focus. Naar verwachting vindt dit plaats vanaf schooljaar 2022-2023.” Samen op zoek naar een werkbare vorm Marijke en haar collega’s Lisa Leuwerink en Joery Kokenberg zijn nog maar net begonnen met de oriëntatie op dit keuzevak: “Hoe gaan we het vormgeven? Welke middelen en materialen hebben we nodig? Hoe kunnen we het laten aansluiten op de beroepsopleidingen in de zorg? Het moet voor de zomervakantie een werkbare vorm krijgen, dus er ligt nog veel oriënterend werk voor ons. We kijken bijvoorbeeld ook hoe collega’s van ons binnen andere subregio’s van STO Twente dit aanvliegen. Ook hebben we de Masterclass Onderwijsontwikkeling van STO Twente en Saxion gevolgd.” Subregio Almelo e.o.: actief met pilot De subregio Almelo e.o. is bezig met een kleinschalige pilot met 13 derdejaarsleerlingen Zorg & Welzijn rondom het Keuzevak Technologie binnen Zorg & Welzijn. Brigitte Tel: “Sinds het begin van het schooljaar 2021-2022 heb ik samen met Arzu Celik (Z&W, Het Noordik Almelo) gekeken naar hoe het profiel Z&W aan kan haken bij het programma Sterk Techniekonderwijs (STO). Bij STO Almelo e.o. werken we met de acht vmbo-scholen in en om Almelo samen om techniek en technologische vernieuwingen up-to-date te krijgen in het voortgezet onderwijs. Met succes! Want Arzu draait op dit moment een pilot met 13 Z&W derdejaarsleerlingen rond het keuzevak Technologie binnen Z&W. Hier willen we natuurlijk mee verder. Volgend jaar gaan we dit initiatief uitbreiden naar Het Zone.college om te kijken hoe technologie daar ingezet kan worden in de voorlichting/vakken rond zorg. We willen het ook graag wat meer schooloverstijgend aanvliegen om zo meer Z&W docenten aan te laten haken bij de ideeënvorming. We hopen met docenten Z&W van alle acht betrokken scholen een groep enthousiastelingen te krijgen die samen optrekt in het met elkaar nieuwe technieken leren en lessen opzetten.” Drie inspiratiesessies Brigitte: “We organiseren daarvoor onder andere drie Z&W inspiratiesessies. In mei namen we deel aan de Techni Science demo. Zij helpen scholen bij het integreren van de nieuwste technologische leermiddelen in hun vakken. Binnen STO subregio Almelo e.o. zijn wij een Technolab aan het opzetten waarbij zij ons helpen om niet alleen de techniek aan te schaffen, maar zij ontwikkelden ook de bijbehorende lesmodules. Voor Z&W gaat dit om het keuzevak Technologie binnen Z&W en technologieën als zorgrobot maatje. Bij de demo liet Edo Tempelman zien wat er op dit moment al beschikbaar is voor het vmbo. En op 9 juni bezochten wij TZA, Living Lab. De Technologie & Zorg Academie (TZA) Twente is een coöperatieve vereniging van (zorg)ondernemers, overheid en onderwijs. Living Lab heeft een fysieke omgeving gerealiseerd om zelf technieken uit te proberen in een zorgsetting. Dit helpt ons enorm bij onze onderwijsontwikkeling.” De derde inspiratiesessie is een bezoek aan een zorginstelling na de zomervakantie. Speciale inzet van Arzu Celik – Unluturk Arzu Celik – Unluturk is Docent zorg en welzijn (bovenbouw) aan het Noordik in Almelo en tevens mentor voor BB/KB3 Z&W. Arzu: “Onze zorgleerlingen komen straks in het werkveld en ik vind het belangrijk dat zij nu al kennis opdoen van de zorgtechnologie waarmee zij te maken gaan krijgen. Waardoor zij die zorgtechnologie niet pas voor het eerst in hun toekomstige werk zien. Zelf heb ik affiniteit met ict en bijvoorbeeld voor gadgets heb ik een goed oog. Vanuit die interesse speel ik graag een initiërende rol in dit project. Wat ook helpt, is dat mijn teamleider mij heeft gevraagd om vanuit STO te opereren als netwerker.” Veelzijdige oriëntatie en verdieping Arzu: “Wij zijn ons gaan verdiepen en ontdekten dat er veel actuele technologische ontwikkelingen gaande zijn binnen de wereld van Zorg & Welzijn. Toen is het balletje gaan rollen en heb ik bijvoorbeeld een docententraining gevolgd met robots. Momenteel inventariseren we welke technologie we in de lessituatie willen inbedden zodat de leerlingen daarmee kunnen oefenen. Daarnaast heb ik onderzocht hoe ik als aanjager mijn collega’s op de hoogte kan brengen, bijvoorbeeld via cursussen, rondleidingen en de inspiratiesessies. Want het is belangrijk dat ál mijn collega’s binnen Zorg & Welzijn meedoen en aanhaken.” Praktisch advies Hoewel Arzu nog aan het begin staat en inventariserend onderzoek doet naar het keuzevak ‘Technologie in de Zorg’ heeft zij toch een nuttig ervaringsadvies dat zij graag deelt met de andere collega’s binnen STO: “Het is verstandig met een specifieke methode aan de slag te gaan. Dat geeft je een leidraad in de zoektocht. Dat biedt je houvast, anders weet je niet waar je moet beginnen. Zo’n methode wijst je op dingen waarvan je niet weet dat die bestaan, kan je interesse opwekken en vervolgens handvatten geven om je te verdiepen en je zoektocht meer specifiek en gericht te maken. Een vraag die we volgend jaar nog moeten beantwoorden, is hoe we samen gaan werken met het Technolab.” Subregio Rijssen – Holten: al stevig op weg met zorgtechnologie Rijssen heeft in het afgelopen schooljaar het vak Technologie binnen Zorg & Welzijn al gegeven voor TL-leerlingen. Komend schooljaar gaan ze dat ook voor Basiskader doen. Hun ervaringen leest u terug in een volgend artikel in onze nieuwsbrief. MENU
- Landelijk ‘Aanvalsplan Techniek’ heeft concrete raakvlakken met Sterk Techniekonderwijs
e53fcf05-b912-4903-8c56-bd5283fc040d Landelijk ‘Aanvalsplan Techniek’ heeft concrete raakvlakken met Sterk Techniekonderwijs Door het tekort aan technici dreigt de uitvoering van de energietransitie en onder meer de bouwopgave vast te lopen. Daarom lanceren vijf technische sectoren in samenwerking met VNO-NCW en MKB-Nederland het ‘Aanvalsplan Techniek’ met tal van onconventionele maatregelen. Wat betekent dit? En wat zijn de raakvlakken met STO Twente? Een interview met Margriet Bouma, Regiosecretaris Koninklijke Metaalunie Overijssel en Noordelijk Flevoland: “Nog meer aandacht voor technisch vmbo-onderwijs vormt een belangrijk facet van ons aanvalsplan.” Gouden Poort In samenwerking met betrokken partijen, zoals vakbonden en overheden, moet het Aanvalsplan in de komende tien jaar flinke extra investeringen losmaken met de structurele invulling van zo’n 60.000 vacatures. Het ‘Aanvalsplan Techniek’ komt met tal van onconventionele maatregelen in de vorm van speerpunten. Margriet: “We willen de arbeidsmarkt voor technici compleet anders inrichten met een nieuw systeem: de Gouden Poort. Dit moet uitgroeien tot dé centrale plek voor starters, zij-instromers, nieuwkomers en ervaren vakmensen die een switch naar een (andere) technische sector overwegen. Niet per sector, maar techniek brééd. Dat maakt dit plan uniek. Het maakt ons niet uit in welke sector zij terechtkomen, als het maar in de techniek is.” Aandacht voor maatwerk en skills De starters, zij-instromers, nieuwkomers en ervaren vakmensen krijgen een tienjarige ontwikkel- en baangarantie. Margriet: “Met deze deelnemers gaan we veel meer intersectoraal werken, vanuit de branches die het aanvalsplan samen hebben opgesteld. Aandacht voor maatwerk en vaardigheden staat hierin voorop. Gedurende je hele loopbaan kun je hier terecht. De ambitie van de samenwerkende branches is om meer statushouders aan de slag te helpen en meer talent van buiten (tijdelijk) aan te trekken. Een gerichte vakkrachtenregeling moet hierbij helpen. Met het aantrekken van dit talent kunnen naar schatting structureel zo’n 10.000 vacatures per jaar worden ingevuld.” Hybride onderwijs en techniekcentra Margriet: “Er zal meer ingezet worden op hybride leeromgevingen waar jongeren, maar ook werkenden en zij-instromers kunnen experimenteren met nieuwe technologie en waarin de maatschappelijke uitdagingen centraal zullen staan. In deze centra werken onderwijs en bedrijfsleven nauw samen om studenten en werkenden een kansrijke route te bieden. Dit wordt dus nauw verbonden aan de Gouden Poort. Uitgangspunt is dat er in iedere regio een aantrekkelijke plek aanwezig is met hybride beroepsonderwijs. Zo ontstaan gespecialiseerde centra waar opleidingen geconcentreerd worden met state-of-the-art onderwijsfaciliteiten vanuit het bedrijfsleven. Gezamenlijke inzet op techniek en technologie in het funderend onderwijs is daarbij van groot belang. Dat zien we al gebeuren, ook binnen STO Twente en andere initiatieven, maar dit willen we nog meer versterken en verbeteren.” Het aanvalsplan legt ook nadruk op een goede samenwerking en verbinding met het (vmbo-)onderwijs. Margriet: “We willen vooral iets gaan doen aan de mismatch die er vaak is tussen vraag en aanbod. We willen nog meer aandacht voor meer (hybride) techniekdocenten om de bestaande tekorten aan techniekdocenten te verminderen.” Cruciaal: een goede samenwerking en verbinding met het onderwijs Het aanvalsplan heeft een aantal herkenbare linken met de doelen en activiteiten van STO Twente. Margriet: “STO Twente is een belangrijke partner om in hun regio aan te haken bij de doelen van het Aanvalsplan Techniek en de genoemde doelen samen te realiseren. We zullen met elkaar dus nóg meer moeten samenwerken om vooral de in- en doorstroom te helpen vergroten. We zien gelukkig nu al dat de activiteiten vanuit STO Twente richting het techniekonderwijs op het vmbo echt goed gaan lopen, de Twentse inzet begint zijn vruchten af te werpen. En dat is ook hard nodig voor de instroom in het technisch vmbo, mbo en uiteindelijk in het technisch bedrijfsleven.” Meer nadruk op ontwikkelen skills, te beginnen in het vmbo Wat enorm helpt, benadrukt Margriet, is de nadruk die steeds meer komt te liggen op skills in technische bedrijven. Margriet: “We zullen toch veel meer naar de op vaardigheden gerichte arbeidsmarkt moeten bewegen. In het vmbo en ook het mbo ligt de focus steeds meer op het opleiden op vaardigheden. Het technisch vmbo is een hele mooie en geschikte voorloper om die vaardigheden aan te boren en te ontwikkelen bij hun leerlingen. Maar, en dit benadruk ik, er ligt ook een uitdaging voor het aantrekkelijk maken en houden van de technieksector om in te werken én te blijven werken. Daar ligt echt wel een opgave. Techniekpromotie is en blijft cruciaal en ik zie ook STO Twente hierin stappen zetten.” Stand van zaken Het aanvalsplan is gepresenteerd aan diverse ministeries en inmiddels geaccepteerd. Margriet: “Het wordt waarschijnlijk ook gekoppeld aan het Groene Banenplan. We zijn nu de uitvoering aan het inrichten en de eerste kwartiermaker is al aan de slag. Zomer 2023 moet het grotendeels staan.” MENU
- Unieke ambassadeur doorlopende leerlijn: Christel Mollink
91fec3f3-ca83-4419-91b3-a4c2ccc46e6f Unieke ambassadeur doorlopende leerlijn: Christel Mollink In het Technolab van het Twents Carmel College (TCC) werkt een bijzondere leerkracht: Christel Mollink. En ook nog eens met affiniteit met techniek. Een uniek voorbeeld van een letterlijk doorlopende leerlijn, iets waar we binnen STO Twente zo graag aan werken. Daar wilden we natuurlijk direct meer van weten… Wie ben je? “Mijn naam is Christel Mollink. Ik ben docent in het Technolab van het Twents Carmel College (TCC) in Oldenzaal. Aan de leerlingen die hier de workshops volgen geef ik instructie. Ik kom uit het primair onderwijs en ben op De Bongerd in Oldenzaal nog een dag per week werkzaam. Inmiddels werk ik twee dagen per week in het Technolab op detacheringsbasis. Hiermee geven we praktisch vorm aan een belangrijk doel van STO Twente: het creëren van een doorlopende leerlijn vanuit het primair onderwijs naar het vmbo.” Een vrouw vanuit het primair onderwijs die met techniek werkt. Daar willen we er graag meer van. Wat inspireerde jou? “Ik denk dat je ten eerste affiniteit moet hebben met techniek. Kijk, ik weet ook niet alles van techniek. En dat geldt voor veel van mijn collega’s, maar ik sta er wel voor open. In de workshops die ik geef in het Technolab op het TCC moest ik mij eerst ook verdiepen. Dan helpt het enorm als je je daar gewoon helemaal onbevangen voor openstelt.” Wat zou je collega’s in het primair onderwijs aanraden? “In het primair onderwijs zijn veel leerkrachten wellicht wat terughoudend om techniekonderwijs te omarmen. Ze denken misschien: ik ken het niet, dus ik kán het niet, dus doe ik er ook niets mee. Ik ben van mening dat als je een andere mindset aanneemt en je jezelf openstelt om samen met je leerlingen techniek te ontdekken, er een wereld voor je opengaat. De leerlingen kunnen van mij leren en ik van hen. Maar ook de leerlingen onderling leren van elkaar, merk ik al in het Technolab. Ook dat vind ik een heel mooi aspect. Kortom, je hoeft als leerkracht in het primair onderwijs niet meteen alles te weten van techniek. Het is ook voor mij als leerkracht een ontwikkeling, een spannende reis. Ik hoop dat dit anderen over de streep trekt om samen mee te werken aan een doorlopende leerlijn primair onderwijs - vmbo.” MENU
- Tweede studiereis STO Twente verkent Rotterdam en omgeving
621fec45-b5bf-42ba-809c-023e98fa6298 Tweede studiereis STO Twente verkent Rotterdam en omgeving De eerste STO Twente studiereis in 2022 naar Eindhoven e.o. was een groot succes en smaakte naar meer. Dus organiseerde Marieke Rinket, programma manager STO Twente, een jaar later een tweede studiereis. Een gemotiveerde groep deelnemers werd op 2 en 3 november ondergedompeld in een gevarieerd (én stormachtig!) programma in en om Rotterdam. Gevarieerd gezelschap Op de eerste dag van de studiereis togen circa 35 deelnemers per touringcar naar Alblasserdam. Eén blik in de bus toonde aan dat zich uit alle subregio’s van STO Twente deelnemers hadden aangemeld. Extra bijzonder was de deelname van Gerben Diersen en John Nijenhuis van ROC van Twente. Zij zijn de kersverse contactpersonen vanuit het ROC van Twente voor alle activiteiten met en voor STO Twente. Super dat deze twee gemotiveerde pleitbezorgers voor een nog betere verbinding tussen het vmbo en mbo meegingen. Ook de deelname van twee docenten uit het Praktijkonderwijs van CSG Reggesteyn was een verrijking. Marieke: “Al met al mochten we een nóg meer diverse groep deelnemers verwelkomen dan op de studiereis van 2022.” Eerste stop: Valk Welding De eerste stop van de studiereis op donderdag 2 november was bij het familiebedrijf Valk Welding in Alblasserdam. Daar werden we hartelijk ontvangen met koffie door Alex Hol en Peter Haspels. Valk Welding ontwikkelt en bouwt kant-en-klare lasrobotsystemen voor kleine tot middelgrote productie-eisen en is partner voor alle lasbenodigdheden. Peter hield een heldere presentatie over Valk Welding met de nadruk op Valk Automation: “Wij leveren all-in-one lasrobotsystemen, maar wij bieden vooral oplossingen! Onze oplossingen gaan vaak naar het buitenland en bestaan uit drie componenten: de robot, de constructie en een softwarepakket. Alles uit één hand en de ideale totaaloplossing voor opdracht gevende bedrijven.” Alex Hol: “Leuk om te melden is dat REMO West-Twente les geeft met onder andere onze oplossingen.” Werven jong technisch talent De presentatie spitste zich al snel toe op hoe Valk Welding erin slaagt om jong technisch personeel te vinden en te binden. Peter: “Zelf startte ik op de LTS, maar helaas is die opleiding er bijna niet meer. Gelukkig is er heel veel hernieuwde aandacht voor techniekinstroom met bijbehorende budgetten. Heel belangrijk, want het gaat niet alleen om technisch personeel voor onszelf, maar ook voor onze klanten. Als zij geen technische medewerkers kunnen vinden vervalt hun productie en dus ook onze klanten.” Valk Welding onderhoudt veelzijdig contact met scholen om de interesse van leerlingen voor techniek te helpen vergroten. Peter: “We starten daarmee zelfs al in het vmbo. Hoe? Door deze leerlingen laagdrempelig met onze lastechnieken kennis te laten maken. Hoe eerder hoe beter.” Peter gaf een concreet voorbeeld: “Op heel veel scholen hebben we vanuit Valk Welding een budgetvriendelijke lasrobot draaien. De laatste jaren zijn we ook actiever met cobots, ook richting het onderwijs. Voor het mbo bieden we modules om de leerlingen daarmee te leren programmeren.” Uiteraard biedt Valk Welding ook veel stageplekken voor verschillende technische richtingen. Peter: “Gemiddeld hebben we wel circa tien tot 15 leerlingen op stage. Eveneens proberen we stageplekken bij onze klanten te organiseren om elkaar maximaal te helpen.” Peter gaf een concreet voorbeeld van de urgentie: “Als je nu googelt op de functie van programmeur voor lasrobots dan krijg je meer dan 300 hits.” Rondleiding met onder andere cobots Na de presentatie was het tijd voor een rondleiding door Valk Welding. Het oog van de deelnemers viel vooral op de door Peter Haspels tijdens de presentatie genoemde cobots. Ook in de regio Twente rukt de zogeheten cobot op, dit staat voor collaboratieve robot. Dit is een handzame robot met één arm die bijvoorbeeld kan lassen nadat de operator deze heeft geprogrammeerd voor een specifieke lasopdracht. Ook Valk Welding werkt met cobots en de deelnemers vanuit STO Twente mochten de cobot onder professionele begeleiding programmeren en uitproberen. En als het aan sommige deelnemers ligt, komt er ook een cobot in hun Technolab. De ongekende technische wereld achter het Oceanium Na een heerlijke en gastvrije lunch bij Valk Welding reed de bus de deelnemers naar een winderige en natte Diergaarde Blijdorp. Na een voor iedereen vrije wandeling door de dierentuin splitste de groep zich op en gaven vrijwilligers een technische rondleiding achter de schermen van Oceanium. Dit is het grootste project van Blijdorp tot nu toe. In het Oceanium ga je op ontdekkingsreis door de oceanen. Daarnaast ga je ook een stuk weer terug aan land, waar een aantal landdieren uit Midden-Amerika en woestijndieren in de 'Zee van Cortez' te zien zijn. Het Oceanium heeft onder andere een haaientunnel, walvisexpositie, publiekslaboratorium, koraalrif, kelpwoud en een vogelrots vernoemd naar Bass Rock. De haaientunnel is spectaculair omdat je in een glazen tunnel ónder de zwemmende haaien wandelt. De rondleiding liet letterlijk achter de schermen zien hoeveel techniek er komt kijken om het Oceanium draaiende te houden. Zeewater Dé grootste technische uitdaging is om de vissen schoon zeewater te garanderen. Alle aquaria in het Oceanium bevatten schoon zeewater, in totaal is dat meer dan acht miljoen liter water. Maandelijks wordt er maar 2 tot 5% van het totaal ververst, dit is te danken aan de 10 filters die met 22 verschillende modules het water schoonhouden. Hierdoor kan al het water in de haaienbak (3375 m³) in 160 minuten volledig gefilterd en rondgepompt worden. Het waterfiltersysteem was dan ook adembenemend met een waar doolhof aan tanks en leidingen. Ook krijgt Blijdorp water uit een containerschip van Maersk dat zeewater inlaadt in haar ballasttanks op volle zee in de buurt van Canada. Sunport Op het dak van het Oceanium bevindt zich de grootste zonne-energiecentrale van Nederland binnen de bebouwde kom. De centrale heeft de naam 'Sunport' gekregen. Het 5000 vierkante meter dakoppervlak van het Oceanium bevat rond de 3400 zonnepanelen, met een gezamenlijk vermogen van 510 kilowattpiek. De zonnecentrale levert circa 325.000 kWh elektriciteit per jaar. Blijdorp gebruikt die opgewekte elektriciteit gelijk in het Oceanium zelf, vooral bij de koeling van het verblijf van de koningspinguïns. De zonne-energiecentrale heeft bijna 3,9 miljoen euro gekost, inclusief de bouw, het onderhoud en een educatief programma. Wat opviel tijdens de rondleiding is hoeveel technisch personeel er samen de schouders onder zet om Oceanium achter de schermen draaiende te houden. Met veel technische functies op mbo-niveau, en ook hbo-niveau. Waaierig besluit dag één Na de rondleiding stormde Ciara zó hard dat buiten rondlopen niet langer verantwoord was. Door de stromende regen en bulderende wind ging het gezelschap naar hotel Van der Valk voor een heerlijk diner. Helaas kon door de storm de geplande rondvaart met de Ostara door de Rotterdamse havens niet doorgaan! De avond werd dan ook benut voor onderling netwerken en een deel van de deelnemers zette dat nog voort in de binnenstad. Kortom, dag één van de studiereis was gezellig, veelzijdig maar vooral ook heel leerzaam! MENU
- Leerlingen inspireren in Tech Zone door techniekuitwisseling tussen vmbo’s
8b631250-5214-49fd-9308-886d017a6148 Leerlingen inspireren in Tech Zone door techniekuitwisseling tussen vmbo’s Op 4 februari ontving Het Stedelijk Vakcollege/Bonhoeffer College (Wethouder Beversstraat) in o.a. haar Technolab in Enschede circa 20 leerlingen uit het tweede jaar van het Zone.college. Zij maakten kennis met verschillende vormen van techniek. En daar zit een speciale gedachte achter die precies in de doelstellingen van STO Twente past: vmbo-scholen die elkaar op het vlak van techniek onderling versterken. Een mooie samenwerking tussen het Zone.college, het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College. En er zit nog meer samenwerking in de pen! De techniekdocenten Jos Doppen van het Stedelijk Vakcollege en Jan ten Hove van het Enschedese Zone.college werken hier nauw in samen, samen met nog twee collega’s. Ook zijn zij betrokken bij STO Twente. Jan: “Na wat sparren kwam er een mooi idee voor een uitwisseling naar boven.” Jos: “Op het Zone.college ligt het accent op groenonderwijs. Maar ook die vmbo-leerlingen kunnen talent en interesse hebben voor techniek. Omdat zij in hun tweede jaar nu voor het kiesmoment van hun profiel staan, sloegen we de handen ineen met het Zone.college. De insteek? 20 leerlingen uit het tweede jaar zijn een dag bij ons geweest voor een techniekoriëntatie.” Ruiken aan drie techniekprofielen Jan: “Het betrof leerlingen die eigenlijk wel in de techniek door willen gaan, maar daar in de profielen op het Zone.college niet mee uit de voeten kunnen.” Ze kozen op 4 februari in de Tech Zone uit drie techniekprofielen: MVI, PIE en BWI en hebben daarin een dag meegedraaid. Jan: “We kozen voor dit initiatief de naam: Tech Zone, omdat het woord Zone ook in onze schoolnaam zit.” De Tech Zone op het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College is de optelsom van het nieuwe Technolab en de al bestaande praktijkruimte daarnaast. Positieve reacties van leerlingen Bij PIE maakten de leerlingen een bedlampje van metaal en elektriciteit. Bij MVI gingen ze digitaal aan de slag met het ontwerpen van een poster van een bewerkte selfie. Bij BWI maakten de leerlingen een tafeltje van MDF. Hier kwamen verschillende bewerkingsmachines bij kijken en een stukje schilderwerk. Jos: “Het was een supergeslaagde dag, we kregen veel positieve reacties van de leerlingen.” Die kwamen ook van de meisjes, dus dit initiatief sluit mooi aan bij het project Meiden in de Techniek van STO Twente. Het draait om interesse wekken Jan: “Het gaat er puur om de leerlingen met techniekprofielen kennis te laten maken en hen te interesseren voor techniek. Daarmee bereiken we dat ze voor hun vervolgopleiding en/of beroepsopleiding een bewuste keuze maken. Het kan bijvoorbeeld ook zo zijn dat een leerling door dit concept nu weliswaar wordt geprikkeld voor techniek, maar gewoon op het Zone.college zijn of haar groenopleiding afmaakt. Maar die geïnteresseerde leerling kan dan al wel twee jaar naar open dagen op het mbo gaan en bijvoorbeeld op het ROC van Twente rustig kijken in welke techniekrichting hij of zij wil doorgaan. Met deze aanpak willen we de interesse wekken, het is aan de leerling om daar zelf iets mee te doen.” Wederkerige samenwerking De samenwerking is wederkerig. Jos: “Het zit in de pen dat onze leerlingen na de meivakantie op hun beurt een dag kunnen kennismaken met de profielen van het Zone.college. Daarmee krijgt de samenwerking een evenredige uitwisseling.” Jos Doppen en Jan ten Hove hebben samen de intentie uitgesproken om deze uitwisseling jaarlijks te organiseren en de MT’s van de betrokken scholen hebben hiermee inmiddels ingestemd. Jan: “De bedoeling is die dag voortaan al aan het begin van leerjaar 2 te plannen, dus vóór de open dagen. Leerlingen die interesse hebben gekregen voor een ander profiel kunnen daardoor gerichter een techniekprofiel bekijken en beoordelen.” Fysieke uitwisseling Technolab Maar er is nóg een mooie samenwerking, geeft Jan aan: “Na de Krokusvakantie komt een deel van de apparatuur het Technolab, tijdelijk naar de locatie van het Zone.college in Enschede. Daarmee mogen onze leerlingen uit leerjaar 1 en 2 vervolgens een hele week aan de slag. Ook is dit veiliger omdat onze leerlingen veel minder verkeersbewegingen hoeven te maken.” Daarnaast is het plan om na de meivakantie met 16 leerlingen uit leerjaar drie een aantal weken naar het Stedelijk Vakcollege en Bonhoeffer College te komen voor een kennismaking met booglassen, koeltechniek en installatietechniek in carrouselvorm. Aan de Wethouder Beversstraat hebben ze hiervoor de juiste technieken en wij aan het Zone.college niet, dus ook met die uitwisseling zijn we heel blij. De samenwerking komt dus heel goed van de grond.” De onderlinge samenwerking tussen Jan en Jos verloopt prima: “We zijn beiden aanpakkers met korte lijnen.” MENU
- STO subregio Hengelo gestart met PDC scholingstraject
b65885f4-acab-4e47-9dbb-98954479d8d8 STO subregio Hengelo gestart met PDC scholingstraject De STO subregio Hengelo is gestart met een nieuw PDC scholingstraject voor (hybride) docenten en instructeurs. Het mooie is dat hier meerdere subregio’s van STO Twente aan meedoen, met in totaal 14 deelnemers. Windesheim verzorgt deze opleiding en komt hiervoor om de twee weken speciaal naar C.T. Stork College toe. Doel van de cursus is meer instructeurs die ervaring hebben in de beroepspraktijk op te leiden voor het technisch onderwijs, zodat leerlingen les krijgen van mensen met praktijkervaring. Deze samenwerking voor specifiek deze groep is een mooi initiatief van de STO subregio Hengelo. Leren om technische kennis over te brengen Benno Hams, regioleider STO subregio Hengelo: “(Hybride) docenten en instructeurs brengen waardevolle technische kennis rechtstreeks uit de bedrijven het technisch vmbo binnen. De laatste machines en apparatuur, de laatste technieken: zij kennen die als geen ander. Geen wonder dat zij binnen STO Twente heel veel aandacht krijgen. Maar technische kennis hébben is nog wel wat anders dan deze goed kunnen overbrengen op vmbo-leerlingen. Daar heb je pedagogisch-didactische vaardigheden voor nodig. En die brengt STO Twente deze belangrijke doelgroep bij met een officiële opleiding voor het Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC). Windesheim geeft deze opleiding en komt hiervoor met plezier naar C.T. Stork College.” Het voordeel van wisselwerking De samenstelling van de deelnemers is opvallend gevarieerd. Van de Schildersvakopleiding in het Techniekhuis Twente tot en met SMEOT. En van onderwijsassistenten tot en met een verspaner van een bedrijf uit Lochem. Of denk aan deelnemers die vanuit een schakeltraject van het UWV voor lesgeven in de techniek kozen evenals twee conciërges van C.T. Stork Uiteraard doen er ook (hybride) docenten en instructeurs mee die onder de paraplu van STO Twente zijn geworven. Benno Hams: “Het mooie van deze gemengde groep is dat de deelnemers uit de eerste hand heel veel van elkaar kunnen leren. Ze volgen samen les en eten ook samen. Dat schept een band, een goede basis voor de uitwisseling van ervaringen. Ook na het behalen van het PDC profiteren de (hybride) docenten en instructeurs van dit netwerk, bijvoorbeeld voor het samen opzetten van initiatieven.” Hoeveelheid studie valt mee Marc-Jan Hengstman: “Ik ben technisch onderwijsassistent op het Zone.college en wilde graag verder als instructeur. Daarvoor heb ik het PDC nodig en STO Twente bood mij aan deze opleiding te volgen. Het is goed te combineren met mijn reguliere werk. De hoeveelheid studie vind ik tot nu toe erg meevallen. Wel heb ik het geluk dat ik eerder een opleiding voor onderwijsassistent heb mogen volgen op Aeres Hogeschool. Deze opleiding nu sluit daar goed op aan.” Ontwikkeling en afwisseling Ruud Wiggers is bij SMEOT in opleiding tot hybride instructeur: “In het dagelijks leven ben ik inmiddels vijf jaar bedrijfsleider in Lochem bij Naeff, fabrikant van technische kunststof onderdelen. Een leuke functie in een mooi bedrijf met een goede werkgever. Maar ik ben 42 jaar en wil mij voortdurend ontwikkelen, ook zoek ik afwisseling. Dat kan binnen ons veelzijdige bedrijf in alle richtingen. Echter, ik kreeg tips uit mijn omgeving dat hybride instructeur iets voor mij zou zijn, zoals van mijn moeder en vrienden. Die stap heb ik gezet omdat ik als hybride instructeur kan gaan doen wat mij heel erg leuk lijkt: mensen mijn metaalkennis overbrengen. Ook ligt het mij om collega’s op de werkvloer bij Naeff kennis bij te brengen.” Ruud ontmoet op de opleiding ook andere hybride instructeurs: “Zoals een man die eerst 30 jaar op een vrachtwagen reed voor een supermarkt. Ook hij wilde iets anders op 50-jarige leeftijd.” Voor zijn opleiding tot hybride instructeur gaat Ruud ook nog stagelopen: “Misschien volgend jaar, als de opleiding is afgerond, kan ik aan de slag. De invulling daarvan ligt nog open.” Zzp’er én hybride instructeur Hans de Roo is zzp’er in de bouw onder de naam Timmerij Hardenberg: “Drie dagen werk ik als zelfstandige en twee dagen werk ik op het Bonhoeffer College in Enschede als hybride instructeur. Een vriend die daar werkt tipte mij en ik liep een keer mee bij BWI. Ik vond het direct leuk. Ik hoop het tekort aan docenten te helpen oplossen. Ook speelt mee dat het werk in de bouw zwaarder wordt naarmate je leeftijd toeneemt. Het werk in het onderwijs hoop ik langer te kunnen doen en ook is het salaris goed. Wel is het omgaan met vmbo-leerlingen voor mij een nieuwe wereld. Ze zijn bijzonder mondig. De insteek is dat je ze niet zozeer het vak zelf leert, maar de motivatie daarvoor meegeeft, zij een vervolgopleiding doen en ergens komen. Ik kan hen meegegeven hoe het écht in de dagelijkse praktijk werkt. Ook merk je dat ze respect hebben omdat ik een eigen bedrijf heb. De PDC-opleiding is pittig, met name door mijn ict-achterstand.” Technisch instructeur is echt een vák Marius Splinter, docent PDG aan hogeschool Windesheim: “Deze groep is groot genoeg om op het C.T. Stork College les te geven. De deelnemers van deze groep hebben een technische achtergrond, uiteraard pas ik mijn lessen daarop aan. Ik geef didactiek en pedagogiek die daarmee voor wat betreft de inhoud aansluit op de specifieke kenmerken die je kunt verwachten bij een leerling in het technisch onderwijs. Dus het aanleren hoe je leuke en interessante lessen maakt (didactiek) en hoe je de lessen goed afstemt op wat de leerling nodig heeft (pedagogiek). Deze groep is gemend voor wat betreft samenstelling. Dit geeft een wisselwerking en een verruiming van inzichten. Technisch instructeur zijn is echt een vak, je doet het er niet even bij. Het kost tijd om een goede instructeur te worden en je moet bereid zijn om daarin te investeren. Aan de andere kant: het levert je ook heel veel nieuwe inzichten en ervaringen op.” En voor de scholen van STO Twente betekent het dat ze veel kennis en ervaring uit het bedrijfsleven binnen de school halen. Een win-win. MENU
- Barbara Smith nieuwe relatiebeheerder onderwijs en bedrijven Holten en Goor voor De Waerdenborch
d2c5acac-0c80-4472-bb5d-e7eda26fef50 Barbara Smith nieuwe relatiebeheerder onderwijs en bedrijven Holten en Goor voor De Waerdenborch Barbara Smith is onlangs voor 0,4 aangesteld bij De Waerdenborch in de nieuwe functie van relatiebeheerder onderwijs en bedrijven. Wat betekent dit werk, onder andere voor STO Twente? Barbara heeft veel ervaring en is super enthousiast: “Door vmbo-leerlingen op jonge leeftijd al te koppelen aan technische bedrijven ontstaan er nauwe contacten die zich hopelijk ontwikkelen tot een duurzame samenwerking.” Je bent als relatiebeheerder onderwijs en bedrijven aangesteld voor De Waerdenborch Holten en Goor. Wat houdt deze functie in? “Ik maak het STO netwerk bekend binnen de regio Holten en Goor en fungeer als eerste aanspreekpunt en gezicht, zowel intern als extern. Met de introductie van deze rol wordt een ontwikkeling in gang gezet voor de komende jaren waarbij de relatiebeheerder onderwijs en bedrijfsleven, samen met docenten, bedrijven, opleidingsscholen en bedrijfsverenigingen, een netwerk van contacten opzet en onderhoudt. Ook sta ik in contact met docenten, bedrijven, opleidingsscholen en bedrijfsverenigingen. Ik leg onderlinge verbindingen en maak koppelingen. Daarnaast geef ik collega’s suggesties voor leren en ervaren buiten de school, dus ‘buiten naar binnen’ brengen én andersom. Denk aan gastsprekers, stagemarkt, excursies en meer. Ik woon in Holten en die lokale kennis helpt uiteraard ook. Daarbij is het fijn dat ik kan voortborduren op de goede externe contacten die De Waerdenborch in de laatste jaren al heeft opgebouwd. Goor is mij minder bekend en ik bezoek daar de bedrijvennetwerkevents om mensen te spreken en te leren kennen. Naast relatiebeheerder blijf ik nog een dag in de week verbonden aan ons Technolab in Goor. Dat is fijn, want dan ben ik ook nog tussen de leerlingen en collega’s en kan ik uit de eerste hand meemaken wat er speelt.” Wat is je achtergrond? “Na divers werk in het bedrijfsleven ben ik in 2013 bij Carmel College Salland begonnen. Een secretariële functie, met ook de mediatheek en de info-balie. Daar kwam ik in aanraking met leerlingen en heb ik een groot project gedaan waarmee ik met 17 leerlingen van het vmbo naar Thailand ben geweest. Samen hebben we een project op een school uitgevoerd waar kinderen met een beperking worden opgevangen. Acht maanden lang heb ik op de maandagmiddag met deze leerlingen alles voorbereid. Dit project is begonnen doordat ik zelf in de zomer van 2017 met mijn gezin vrijwilligerswerk had gedaan op deze school in Thailand. De omgang met leerlingen vond ik zo leuk, dat ik besloten heb mij om te laten scholen. Inmiddels was ik in Raalte ook als onderwijsassistent begonnen en vervolgens als instructeur bij D&P. Ik heb mijn instructeursdiploma gehaald en mijn Pedagogisch Didactisch Diploma. Afgelopen jaar heb ik op Windesheim de Post HBO opleiding Coördinator Wetenschap & Techniek gedaan. In maart 2024 ben ik hiervoor geslaagd. Sinds november 2022 heb ik de overstap gemaakt naar De Waerdenborch. Hier ben ik instructeur en beheerder van het Technolab in Goor. Ik ontdek hier veel nieuwe technische en innovatieve dingen en heb veel geleerd, en ben nog steeds niet uitgeleerd. Nu ben ik onder andere drone piloot en VR-Expert. Mijn werk in het Technolab is heel veelzijdig zoals contacten met basisscholen, workshops aan groep 7 en 8 geven, en collega’s enthousiasmeren.” Waarom sprak de functie van relatiebeheerder onderwijs en bedrijven je aan? “Verbinden, contacten leggen, ideeën uitwerken; daar word ik enthousiast van! Ik zie altijd kansen, en heb een creatief brein. Ook tijdens vakanties bezoek ik graag scholen om te kijken of we iets voor elkaar kunnen betekenen of een project samen kunnen doen. Daar word ik heel blij van, een paar maanden geleden had ik de projectleider STO van de Nederlandse Antillen (Elton Johnson) in Holten en Goor op bezoek. Vorig jaar, toen ik daar op vakantie was, heb ik contact gelegd met hem en het Technolab bezocht op Bonaire. Daar heb ik ervaren dat we ons allemaal, waar dan ook ter wereld, inzetten voor de leerling, welke middelen je dan ook hebt.” Je gaat breder werken dan alleen voor Sterk Techniekonderwijs Twente. Maar hoe gaat STO Twente van je werk profiteren? “Door samen te werken, het stimuleren en faciliteren van samenwerkingen tussen technische bedrijven en om ervoor te zorgen dat het technisch onderwijs goed aansluit op de behoeften van de arbeidsmarkt. Hoor ik extern interessante zaken voor onze techniekdocenten? Dan licht ik hen daar uiteraard over in.” Barbara merkt dat het bedrijfsleven in haar regio positief staat tegenover vmbo-leerlingen: “Komen onze vmbo-leerlingen in een bedrijf voor een snuffelstage of ontmoeten ze een gastspreker? Dan helpt dat enorm positief bij hun beeldvorming. Maar het werkt ook de andere kant op; tijdens een stage of een zaterdagbaantje leren de bedrijven ook onze leerlingen kennen, ook al zijn de mogelijkheden door hun leeftijd beperkt in het kader van veiligheid.” Kun je al iets zeggen over je eerste ervaringen? “Vanaf de voorjaarsvakantie ben ik gestart in deze nieuwe rol. Ik ben direct naar bijeenkomsten van ondernemersverenigingen gegaan, om mijzelf voor te stellen. Inmiddels is mijn agenda al goed gevuld met afspraken! Op dit moment ben ik bezig om de Bedrijvendag voor De Waerdenborch te organiseren. Collega’s gaan deze dag twee bedrijven in de regio bezoeken in Goor en Holten, waaronder techniekbedrijven, want die zijn in onze regio ruim vertegenwoordigd. Aan mij nu de taak bedrijven te vinden die meedoen. Ik ga op dit moment veel “de boer op” en er hebben zich al mooie bedrijven aangemeld. Hartstikke leuk en erg afwisselend. Iedere dag hoor en leer ik weer nieuwe dingen, ook wat Sterk Techniekonderwijs inhoudt. Ik ga meer de diepte in, maar weet ook dat ik nog veel moet en kan leren!” Waarom is het zo belangrijk dat het (technisch) vmbo samenwerkt met het (technisch) bedrijfsleven? “Uiteraard door het grote tekort in de technische sector is het belangrijk om leerlingen al op jonge leeftijd enthousiast te maken voor techniek. Door leerlingen op jonge leeftijd al te koppelen aan technische bedrijven ontstaan er nauwe contacten die zich hopelijk ontwikkelen tot een duurzame samenwerking.” Wilt u met Barbara overleggen over samenwerking? Neemt u dan gerust contact met haar op via b.smith@waerdenborch.nl . Haar werkdagen zijn maandag, dinsdag en donderdag. MENU










