top of page

434 resultaten gevonden

  • Ontdek de Best Practices relatiebeheer STO Rijssen Holten

    0a73b4f7-b3e1-42e8-8404-e33908e73f5c Ontdek de Best Practices relatiebeheer STO Rijssen Holten In de STO subregio Rijssen – Holten werkt het team relatiebeheer voor het bedrijfsleven nauw samen: Barbara Smith, Nicole Hofland en Martine Hagedoorn. Zij boeken succes met hun aanpak en delen die graag met de andere subregio’s: “Het is echt een kwestie van de lange adem en consistentie. En vooral ook: niet alles digitaal en telefonisch regelen, maar de bedrijven écht opzoeken en ook bij elkaar brengen zodat zij van elkaar leren. Heel zinvol, want er zijn mogelijkheden genoeg en de bedrijven willen écht wel. Ook de relaties met de bedrijven willen we gaan verduurzamen, een belangrijke opdracht binnen STO Twente.” Inventarisatie wensen en bijbehorende ondersteuning In juni 2025 organiseerde de subregio Rijssen-Holten een grote bijeenkomst met de bedrijven waarmee zij samenwerkt. Nicole: “Aan deze bedrijven hebben we gevraagd wat zij graag zouden willen met STO en wat ze kunnen aanbieden? Diezelfde vragen hebben we gesteld op de deelnemende scholen: wat willen de docenten en waar hebben ze ondersteuning bij nodig? De kern? De behoefte van de scholen en bedrijven om elkaar beter te leren kennen en de wederzijdse mogelijkheden beter te matchen.” Menukaart ontwikkeld In het najaar werkten de deelnemers aan STO Twente alle ideeën nader uit. Nicole: “We hebben een menukaart ontwikkeld waaruit de deelnemende bedrijven heel gericht kunnen selecteren wat ze precies met de scholen willen doen. Met die menukaart gaan we concreet in 2026 van start. Hij is digitaal en in ons hele netwerk gaan we bij elk deelnemend bedrijf uitvragen wat ze precies willen doen. Dat geeft overzicht van welk bedrijf wat wil doen en niet, én we kunnen daarop beter plannen.” Mooi is dat de netwerkbijeenkomst in juni 2025 zo goed is bevallen, dat ook de bedrijven aangaven een tweede editie daarvan op prijs te stellen. Daarnaast werken we aan een Jaarkalender voor onze regio, zodat werkveld en onderwijs helder heeft welke activiteiten wanneer plaatsvinden. Bedrijvengids specifiek voor lijn PO-VO Nicole Hofland: “We hebben onder andere de werkgroep PO/VO. Die werkgroep gaf aan ook behoefte te hebben aan een bedrijvengids, met daarin onder andere de deelnemende bedrijven die zich specifiek met activiteiten willen richten op het PO en de overgang naar het VO. In deze bedrijvengids kunnen de bedrijven zich aan het PO en VO voorstellen evenals hun plannen op het gebied van de lijn PO-VO. Op hun beurt kunnen de PO-scholen hier gericht hun keuze uit maken. Overigens onderzoeken we ook of we die bedrijvengids digitaal in de nieuwe SamSam app kunnen plaatsen.” Voor de goede orde: alle in de gids opgenomen bedrijven geven specifiek aan waar zij zich graag op richten. We kunnen daar heel sterk in differentiëren en daarmee de bedrijven op de goede manier benaderen en inzetten.” Daadwerkelijk elkaar zien en sparren Martine Hagedoorn: “We krijgen terug dat de deelnemende bedrijven het als heel prettig en relevant ervaren om elkaar te ontmoeten tijdens bezoeken en bijvoorbeeld de genoemde netwerkbijeenkomst. Het sparren over STO Twente blijkt een cruciale schakel te zijn. Ook ervaren ze het als stimulerend om daar veel collega-bedrijven te ontmoeten en te merken dat ze er niet alleen in staan. Die krachtenbundeling heeft ook een versterkend effect op de deelnemende bedrijven onderling.” Barbara Smith: “Ook merken we dat het voor de bedrijven door de fysieke bijeenkomsten veel duidelijker wordt bij wie ze kunnen aankloppen. Relatiebeheer opbouwen kost tijd, aandacht en consistentie en je merkt dat we daarvan nu de vruchten gaan plukken.” Goede resultaten met cofinanciering Martine: “Je kunt de samenwerking tussen de scholen en de bedrijven niet alleen maar hoofdzakelijk digitaal organiseren, dan bouw je toch niet de noodzakelijke binding op. We namen bijvoorbeeld recent de moeite om alle deelnemende bedrijven persoonlijk een attentie te brengen, en dat werd enorm gewaardeerd.” Daarnaast noemt Martine een belangrijk ander punt; de cofinanciering: “Door onze persoonlijke en gerichte aanpak liggen onze resultaten op het vlak van activiteiten en daarmee de cofinanciering ruim boven de norm.” Bedrijven zoeken bij verbreding profielen In de tweede, huidige tranche van STO Twente staat onder andere de verbreding van de profielen voorop. Hoe weerspiegelt zich dat in het relatiebeheer richting de daarbij behorende bedrijven? Nicole: “Voor Techniek Tastbaar in 2025 hebben we die verbreding richting het relatiebeheer voor het eerst opgepakt, maar nog in bescheiden mate.” Barbara: “Neem Girls’ Day 2026: daar gaan we specifiek voor de meiden bedrijven bij zoeken waar techniek en technologie weliswaar ín zit, maar vaak onverwacht, verborgen en opvallend schoon van aard. Daarmee gaan we ze prikkelen en enthousiast voor krijgen. Het streven is dat we dat dit jaar met Holten, Goor en Rijssen integraal en dus grootser aanpakken.” Martine: “Of neem HBR op CSG Reggesteyn waar recent enorm in is geïnvesteerd door STO Twente. We zien nu al dat dit meer leerlingen aantrekt, ook door de technologie. Een belangrijk facet hierin is dat HBR bewust en heel actief ook de samenwerking opzoekt met bijpassende bedrijven. Die verbreding in de samenwerking met bedrijven, buiten de harde techniek zie je daar mooi in terug.” Ook aandacht voor kleinere bedrijven Bijna alle subregio’s van STO Twente merken dat het voor de hand ligt, en vaak ook gemakkelijker werkt, om een relatie aan te gaan met grote techniekbedrijven. Vaak hebben deze een eigen HRM-afdeling die hierin ondersteunt. Maar ook de kleinere techniekbedrijven, met enkele medewerkers en een meewerkende directeur/eigenaar, kunnen uiterst waardevol zijn voor STO. Hoe kijken de drie relatiebeheerders hier tegenaan? Nicole: “Het is inderdaad heel makkelijk om, als je iets wilt, naar de grote en geijkte bedrijven te stappen. Die doen altijd wel mee. Het is belangrijk dat we ook de kleinere bedrijven betrekken. Er zijn meerdere manieren om bedrijven mee te laten doen met STO. Kleinere bedrijven kunnen zich weer voor andere facetten van techniekonderwijs inzetten, waar de grotere bedrijven niet aan toekomen of de capaciteit niet voor hebben. Da’s het mooie van de menukaart die we noemden: alle bedrijven en mogelijkheden, van klein tot groot, komen hierin centraal aan bod.” Vergeet de ouders niet in te zetten! Nicole, Barbara en Martine noemen tot slot ook een enquête die momenteel onder de ouders van leerlingen inventariseert hoe ouders kunnen en willen bedragen aan contextrijk leren vanuit hun eigen bedrijf of werkgever aan techniekonderwijs. Bijvoorbeeld met een rondleiding of een gastles. Barbara: “Dit is een hele goede methode om ons bedrijvennetwerk uit te breiden, als onderdeel van een groot bestand van betrokken bedrijven waar we uit kunnen putten en de leerlingen veel meer buitenschools leren.” Wens: STO Café voor puur en alleen relatiebeheerders Martine besluit met een mooie opmerking: “Wij willen als relatiebeheerders ook leren van het relatiebeheer in de andere subregio’s van STO Twente. Barbara en ik hebben bijvoorbeeld al een afspraak staan met Marleen Peddemors, kartrekker van STO Almelo eo. Andere STO-subregio's in Twente willen we hier nog voor benaderen We zouden ook graag een soort STO Café willen organiseren voor puur alle relatiebeheerders in heel STO Twente.” Barbara: “Ook de studiereizen van STO Twente zijn heel nuttig om elkaar als relatiebeheerders te ontmoeten en best practices uit te wisselen.” MENU

  • Maaike Hagedoorn, nieuwe regioleider Almelo eo koerst op collectief leiderschap

    41a17c14-4121-4caf-895d-2be98a2be34a Maaike Hagedoorn, nieuwe regioleider Almelo eo koerst op collectief leiderschap Maaike Hagedoorn, locatiedirecteur van het Canisius in Tubbergen, is Jan van der Meij opgevolgd als regioleider van STO Almelo eo. Voor de nieuwsbrief van STO Twente zet zij graag haar visie uiteen: “In de komende periode werken we toe naar een meer collectieve vorm van leiderschap. In gezamenlijkheid gaan we de talenten en expertise van elke STO-collega nog gerichter waarderen en inzetten.” Waardevolle inzet van Jan van der Meij Maaike benadrukt dat Jan van der Meij veel ontwikkelingen in gang heeft gezet. Maaike: “Daar zijn inmiddels mooie resultaten mee bereikt. Jan heeft de afgelopen jaren een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling en versterking van het technisch onderwijs in de subregio Almelo eo. We bedanken Jan voor zijn inzet, betrokkenheid en waardevolle bijdrage.” Nog meer waardering voor ervaring en expertise STO-collega’s In de komende periode werkt de subregio toe naar een collectieve vorm van leiderschap: “Ik mag dan nu de regioleider zijn, maar veel collega’s zetten zich al jaren 100% in voor STO en hebben veel ervaring opgedaan en resultaten bereikt. Mijn leiderschap focust op het gezamenlijk benoemen en nog verder versterken en inzetten van hun individuele en professionele kracht. We willen veel meer gezamenlijk de talenten en ervaringen van elke collega nóg gerichter voor STO inzetten.” Dit betekent ook, benadrukt Maaike, dat de feedback van alle STO-collega’s aan waarde wint: “Deze collega’s doen waardevolle ervaringen op in het veld. Daar gaan we goed naar luisteren, ieders inbreng is gelijkwaardig. Vervolgens gaan we volledig mee in de toepassing van deze ervaring. Kortom, vertrouwen en warmte geven aan de STO-collega’s die hun werk al ontzettend goed doen.” Eén focus: jong technisch talent behouden voor de regio Sinds 2015 is Maaike directeur van het Canisius Tubbergen: “Daarvoor was ik teamleider en zelf kom ik uit de bètatechnische hoek. Met techniek heb ik altijd iets gehad. Het mooie van onze regio is dat we als scholen samenwerken, omringd door bereidwillige techniekbedrijven. Alle betrokkenen, ook deze bedrijven, zijn er compleet van doordrongen dat het van groot belang is dat we jong technisch talent voor onze regio behouden. Door onze hechte samenwerking hierin realiseren we een hoge uitstroom richting techniek.” Maaike is heel blij met deze tomeloze inzet van alle stakeholders: “Zowel het PO en MBO alsook de grotere als kleinere techniekbedrijven, want ook de tweede groep bedrijven heeft er belang bij dat ons technisch talent in de regio blijft.” Scholen delen en dragen één gezamenlijke visie Er is nog een ander mooi winstpunt van de inzet van STO tijdens de afgelopen jaren, ziet Maaike: “We hebben een subregio met meerdere STO deelnemende vmbo-scholen. Die scholen zijn de afgelopen jaren concreet en aantoonbaar naar elkaar toegegroeid. Het eigen belang per school is 100% vervangen door een gezamenlijke visie en beweging. Ik vind dat een enorm sterk resultaat. Ook door de inzet van mijn voorganger Jan van der Meij zijn concurrerende scholen veel meer gaan samenwerken, eveneens met het bedrijfsleven. We hebben onder andere bereikt dat collega’s op elkaars school lesgeven, het PO met leerlingen op de vmbo scholen komt en er zijn veel leerlingen die op de vaste woensdagmiddag een keuzevak techniek volgen op een andere vmbo-school. En door de intense samenwerking met het bedrijfsleven bereiken we ons doel dat onze regio één groot klaslokaal wordt voor technische vmbo-leerlingen. De scholen gunnen elkaars plek hierin, want uiteindelijk gunnen we dit sámen de leerlingen.” Toekomstgericht onderwijs, binnen en buiten het lokaal Graag gaat Maaike hier wat dieper op in: “Onze regio kenmerkt zich door sterke samenwerking en verbinding tussen scholen en de vele betrokken organisaties en bedrijven. Jongeren verdienen alle kansen om hun talenten te ontdekken en te ervaren hoe waardevol techniek is voor hun toekomst. Ik kijk ernaar uit om samen met al onze partners te blijven bouwen aan toegankelijk, toekomstgericht onderwijs, binnen en buiten het lokaal, waarbij het welzijn én het leren van onze jongeren altijd voorop staat." Twentse inslag helpt De Twentse manier van elkaar helpen draagt ook bij aan het succes van STO in de subregio Almelo eo, ziet Maaike: “De nuchterheid, noaberschap én de wil van Twentse technici om hun vakkennis door te geven, draagt hier enorm aan bij. Dit verklaart ook de hoge aantallen vrijwilligers uit de bedrijven en andere sectoren in onze regio die zich in willen zetten voor STO. Op onze beurt nemen we al deze vrijwilligers serieus en volwaardig mee. We merken daarbij dat er ook nauwelijks tot geen ordeproblemen met de leerlingen zijn. Dit wordt wellicht verklaard door de twentse inslag waarbij de leerlingen aanvoelen dat zij van al die mensen kunnen leren om zelf vooruit te komen.” Bewezen route van interesse naar gerichte keuze De STO-subregio Almelo eo hanteert een succesvolle route. Maaike: “De kennismaking met techniek voor onze leerlingen begint vaak al op het PO door het bezoeken van masterclasses. Het kennismaken verloopt laagdrempelig voor vmbo-leerlingen, zoals met een bezoek aan een bedrijf, ons Talent Event of de STELdag. In de onderbouw maken de leerlingen dan al kennis met allerlei bedrijven, organisaties, techniek en mogelijkheden. Vervolgens lopen ze op enig moment stage en maken ze ook kennis met bedrijven waar ze zelf niet zo snel aan zouden denken, of al kennen via de ouders, familie of buren. We laten ze dus bréder kennismaken dan daar waar dit voor de hand ligt. Opgeteld door deze ervaringen komen ze er zo heel praktisch achter wat wel en niet bij hen past. Dát is super belangrijk.” Succes tekent zich af in mbo Eveneens draagt deze aanpak bij aan het succes van deze leerlingen als zij vervolgens naar het mbo gaan. Maaike: “Ons onderzoek wijst uit welke leerlingen in de techniek succesvol zijn in het eerste jaar van het mbo. We zien dan dat onze leerlingen, door hun eerdere veelzijdige kennismaking met techniek in de praktijk, het over het algemeen goed doen in het eerste jaar van het mbo. Juist die eerdere techniekervaring buiten de schoolbanken helpt hen de goede keuze te maken als zij van het vmbo naar het mbo gaan.” Visie op verduurzaming Eén van de doelen van STO Twente in de laatste tranche is om alle activiteiten en ontwikkelingen duurzaam in te bedden voor ná 2028. Hoe kijkt Maaike daarnaar? “De komende twee jaar gaan we scherp beoordelen wat we doen, wat werkt en wat we daarvan willen behouden en vasthouden. In ieder geval houden we onze visie daarop vast. Alle samenwerkingen die we inmiddels gevonden hebben, voelen nu al als heel natuurlijk en ingebed aan. Aan de continuering daarvan hoeven we niet te twijfelen. Maar we moeten ook realistisch zijn en samen met álle scholen, ook het PO en MBO én aangesloten bedrijven, beoordelen wat we zó waardevol vinden voor de leerlingen, dat we dat ook na 2028 samen blijven aanbieden. Want dat is waar we het uiteindelijk voor doen: de leerlingen.” MENU

  • Noordik Vroomshoop waardeert REMO als inhoudelijke partner voor het populaire Keuzevak Robotica

    3baef168-0a77-4a40-b74f-2b0533c6caa5 Noordik Vroomshoop waardeert REMO als inhoudelijke partner voor het populaire Keuzevak Robotica Vanuit STO Twente werkt Het Noordik Vroomshoop constructief samen met REMO in Rijssen. Drie groepen van acht derdejaars PIE-leerlingen gaan een aantal woensdagochtenden naar REMO voor het Keuzevak Robotica. Eric Raanhuis, Docent Produceren, Installeren en Energie en Kartrekker Sterk Techniekonderwijs: “Op dit vakgebied is REMO beter uitgerust met apparatuur en ondersteuning dan het Noordik Vroomshoop. Daarnaast kampen wij met personeelskrapte, waardoor deze samenwerking voor ons, en vooral ook voor de leerlingen, zeer waardevol is. Nieuw: Keuzevak Robotica Rudy Horck is coördinator VO & instroom bij REMO: “Naast de coördinerende taken geef ik ook ondersteuning bij de lessen en, indien nodig, geef ik de lessen zelf samen met een docent. REMO werkt al langer samen met het Noordik Vroomshoop, en dan speciaal op het terrein van de technische keuzevakken. Recent hebben we daar de samenwerking voor het Keuzevak Robotica aan toegevoegd.” Eric Raanhuis: “Noordik Vroomshoop heeft wel een technolab voor kennismaking met robotica maar niet de volgende stap naar industriële robotica. Er vertrok bij het Noordik Vroomshoop een instructeur voor dit type keuzevakken, en gelukkig kunnen wij dit nu inhoudelijk met REMO voor het Noordik Vroomshoop opvangen. Zij hebben de middelen, capaciteit en instructiemogelijkheden om onze leerlingen deze ervaring wel mee te geven.” Rudy regelt ‘t! Rudy regelt de organisatie voor het keuzevak, samen me de vmbo-school, en zorgt dat alles klaarstaat en wordt uitgevoerd zoals afgesproken. Sterker nog: Rudy haalt en brengt de leerlingen met vervoer van REMO. Eric Raanhuis: “Voor het Noordik Vroomshoop is dit een grote logistieke zorg minder.” De leerlingen van Het Noordik Vroomshoop komen ’s morgens. Er zijn 3 groepen van acht leerlingen, elke groep gaat vier keer naar REMO. REMO heeft vanuit haar vakexpertise een nuttige inbreng in wat zij de leerlingen in dit keuzevak leren. Rudy: “Uiteraard wel in goed overleg met het Noordik Vroomshoop. We laten de leerlingen concrete opdrachten uitvoeren, en geven daarvoor eerst gerichte instructie. Kortom, de optelsom van een stukje theorie, praktische uitleg en vervolgens zelf aan de slag gaan.” Momenteel ontdekken de leerlingen hoe zij een robot op basis van een eenvoudige programmering leren om blokjes van A naar B te bewegen en te stapelen. Rudy: “Het betreft hier specifiek een cobot, een eenarmige robot die steeds vaker in productieomgevingen in de maakindustrie ingezet wordt. De leerlingen leren dus technologie bedienen die zij terugzien in bijvoorbeeld maakbedrijven in hun eigen omgeving.” Eric Raanhuis: “Dat sluit precies aan bij de doelen van STO Twente.” Raakvlakken met belevingswereld PIE-leerlingen Rudy merkt dat het Keuzevak Robotica de PIE-leerlingen van het Noordik Vroomshoop erg aanspreekt: “We zien dat zaken als digitalisering, robots, cobots en geautomatiseerde besturing rechtstreeks hun interessesfeer raken. Met dit keuzevak spelen we in op dé actuele belevingswereld van de jeugd.” Deze groep leerlingen met deze interesse is momenteel ook het best vertegenwoordigd in het reguliere mbo-onderwijs binnen REMO, legt Rudy uit. Het keuzevak Robotica wordt volledig gegeven door docenten van REMO. Eric Raanhuis: “Dit haalt een stuk druk en planning weg bij het Noordik Vroomshoop zelf. Als ik de leerlingen vraag hoe zij het ervaren bij REMO reageren ze enthousiast. Ze gaan er met plezier naartoe. Ik denk dat ze op voorhand geen verwachtingen hebben, maar ze vinden het sowieso heel leuk om met moderne technologie aan de slag te gaan.” Advies aan geïnteresseerde vmbo-scholen Welk advies heeft Rudy voor andere vmbo-scholen binnen STO Twente die ook hun leerlingen het Keuzevak Robotica willen aanbieden? “Praat met ons en zet met REMO eerst goed op een rij wat je school precies wil met het Keuzevak Robotica. Uiteraard kunnen wij hier inhoudelijk in adviseren.” Naast de inhoud is ook de planning van het Keuzevak belangrijk, benadrukt Rudy: “REMO wil haar reguliere mbo-onderwijs uiteraard ook gewoon doorgang laten vinden. We hebben geen speciale dag beschikbaar om de agenda leeg te vegen voor een keuzevak. Maar in overleg is er altijd wel iets mogelijk, als we dit met de scholen maar tijdig inplannen.” Eric Raanhuis: “Goede communicatie helpt hierin enorm. Heb ik bijvoorbeeld met REMO gebeld? Dan mail ik daarna aan de betrokkenen een kort verslagje van de afspraken en acties. Door die aandacht voor de communicatie merk ik dat het samen inhoudelijk en organisatorisch optuigen van het keuzevak eigenlijk vanzelf gaat.” En als een keuzevak is afgerond bij REMO, zoals het Keuzevak Robotica? Rudy: “In overleg met de school is er altijd een goede afspraak te maken of we de leerlingen een bepaald certificaat meegeven.” MENU

  • Vmbo leerlingen bedenken concrete technische oplossingen voor bedrijven

    4551017b-a1a9-4124-bbfc-25a56412dbb2 Vmbo leerlingen bedenken concrete technische oplossingen voor bedrijven De STO-subregio Almelo e.o. lanceerde een initiatief vanuit de specifieke STO-activiteit om de kennis van leerlingen buiten de school te verbreden, in combinatie met het bedrijfsleven. Bijvoorbeeld de vmbo GTL-leerlingen van Zone.college en Alma College bezoeken een bedrijf, halen daar een concrete technische uitdaging op en realiseren deze vervolgens in twee bijeenkomsten in House of Skills. Marc-Jan Hengstman werkt als technisch instructeur op het Zone College gedetacheerd vanuit het Zone.college, en is adviseur bij House of Skills: “In een tijdspanne van enkele weken leren ze technische vaardigheden én soft skills. Van de leerlingen krijgen we vaak terug: ‘Wat een leuke opdracht, dit lijkt geen school!’” Uitdagende opdracht Marc-Jan Hengstman: “Het profiel Groen van het Zone.college en alle profielen van het Alma College maken in dit project kennis met de wereld van voeding en bedrijfsleven én wat er allemaal komt kijken om een product technisch op te leveren. Marc-Jan licht er één van de profielen uit: “De derdejaars BWI-leerlingen kregen de opdracht om een grote en nog blanco ruimte bij House of Skills in te richten als praktijkruimte voor voeding voor het Zone.college. Hiermee lost het Zone.college een huisvestingsprobleem op.” Veelzijdige voorbereiding De opdracht voor de BWI-leerlingen is om voor deze nieuwe praktijkruimte zelf een tekening te maken. Ook bij dit project, zoals bij elk specifiek profiel in dit project, geeft een bij de opdracht passend bedrijf uitleg en helpt de leerlingen op weg. Marc-Jan: “Een architectebureau heeft de BWI-leerlingen eerst uitleg gegeven over wat er allemaal komt kijken bij het inrichten van een technische instructieruimte.” Martijn Brama is instructeur BWI bij Alma College en verving tijdens één van de twee bezoeken van de BWI-leerlingen aan House of Skills zijn collega Simon Damink, docent BWI aan het Alma College: “Eerst kregen de leerlingen bij House of Skills een introductie door de architect vanuit de vraag: waar moet je rekening mee houden als je een industrieel ontwerp aanlevert voor een utiliteitsgebouw? Wat zijn voor je ontwerp de specifieke regels en aandachtspunten?” Werkbezoek op locatie Daarna hebben de leerlingen een bezoek gebracht aan de nog kale, betonnen ruimte bij House of Skills met de vraag: hoe zou jij een praktijkruimte voor voeding eruit laten zijn? Om inspiratie op te doen zijn de leerlingen vervolgens in het praktijklokaal HBR op het Alma College gaan kijken. Marc-Jan: “Hoe zit het bijvoorbeeld met de afmetingen en positionering van werktafels en alle bijkomende faciliteiten zoals een afwasmachine en werkbare looproutes? Al die inspiratie hebben ze vervolgens vertaald naar een eigen ontwerp.” Ook werken aan presentatie skills Elke leerling presenteert aan Marc-Jan en de begeleidende docent zijn of haar ontwerp. Marc-Jan: “Welke gedachte zit er achter hun tekening? Welke obstakels kwamen ze tegen en hoe hebben ze die opgelost? Zo leren ze ook wat er komt kijken bij het presenteren en uitleggen van je ontwerp.” Docent Simon Damink helpt om het fysieke ontwerp van de leerlingen te vertalen naar een digitale tekening in het programma Floorplanner, dus de presentatie vindt plaats via een laptop en groot digitaal scherm, net als in de professionele wereld! Bijvoorbeeld de enthousiaste Faye gaf een goed doortimmerde uitleg van haar ontwerpplan voor de ruimte inclusief helder antwoord op de aanvullende vragen over haar keuzes in het ontwerp. Marc: “Ook die presentatie skills oefenen we in dit project.” Faye wil graag door in de wereld van ontwerpen, dus deze opdracht was écht iets voor haar. Leerzaam én leuk: kerstkoekjes bakken Voor de leerlingen BWI was er tijdens hun laatste sessie bij House of Skills ook tijd voor ontspanning: ze mochten kerstkoekjes bakken voor thuis! Marc-Jan: “Voor deze leerlingen extra leuk, want met BWI is er voor hen geen enkele link met voeding, maar nu maken ze een leuk uitstapje naar deze wereld. Ook weer vanuit het perspectief om vmbo-leerlingen zo breed mogelijk met technologie kennis te laten maken.” Ook andere profielen goed bezig Zoals gezegd: de leerlingen van alle profielen van het Zone.college en het Alma College doorlopen een dergelijk project, samen met een bedrijf en House of Skills. Welke projecten lopen er nog meer, naast het ontwerpproject voor het nieuwe praktijklokaal? Marc-Jan: “Neem de basis/kader leerlingen van BWI. Zij gingen op excursie bij aardappelboerderij Leusink, met veel informatie over vooral de frites-aardappel. Bij House of Skills kregen ze vervolgens een praktijkles over frites maken en hebben zij die uiteindelijk ook zelf gemaakt. Mét aardappels van het bedrijf waar zij op excursie waren.” Ook de leerlingen PIE staan nog voor dit project op de planning. Marc-Jan: “Deze leerlingen sluiten aan bij onze Week van de Procestechnologie van ROC van Twente. Hun bedrijfsbezoek is bij Brusche Elektrotechniek en uiteindelijk komen zij hier om met onze technologie een vruchtennectar te maken. Vanuit hun PIE-achtergrond krijgen ze dan te maken met machines en installaties, ook met het onderhoudstechnische perspectief.” Of neem Zorg & Welzijn, deze leerlingen brengen een bezoek aan maaltijdbereider Food Connect in Almelo, onder andere voor zorginstellingen. Vervolgens is bij House of Skills hun praktijkopdracht: bedenk en maak, met behulp van food technologie, een eigen maaltijd aansluitend op de eisen en wensen van bewoners in zorginstellingen.” Daadwerkelijk zicht op realisatie ontwerpideeën Martijn Brama: “Met dit soort projecten krijgen leerlingen een realistisch beeld van hoe het er buiten de school aan toegaat in een bedrijf met veel techniek/technologie.” Marc-Jan komt graag nog even terug op de ontwerpopdracht voor de BWI-leerlingen: “Wat ook enorm stimuleert, is dat het een realistische opdracht betreft waarbij elementen uit hun ontwerp ook daadwerkelijk worden overwogen voor het uiteindelijk uit te voeren ontwerp. De leerlingen kunnen dus straks na oplevering in het praktijklokaal zeer waarschijnlijk terugzien wat ze hebben aangereikt als ontwerpidee. We merken dat dit hoge praktijkgehalte hen enorm motiveert.” MENU

  • Experiment PIE BWI: de stand van zaken

    99c5f6f9-a983-4e26-8e3c-5fc955d7e63b Experiment PIE BWI: de stand van zaken Het vmbo is volop in beweging en landelijk experimenteert een aantal vmbo-scholen momenteel onder leiding van OCW met nieuwe vormen en inhoud van het onderwijs zoals het huidige experiment PIE/BWI. Wat betekent specifiek dit experiment voor leerlingen en scholen en welke inzichten leveren ze op voor het technisch vmbo? Graag vat de nieuwsbrief van STO Twente de belangrijkste conclusies samen uit het STO-webinar ‘Doorontwikkeling van het vmbo’ op 28 januari. De belangrijkste conclusie? De leerling krijgt nog meer ruimte voor eigen keuzes en sluit beter aan bij het regionale beroepenveld. Betere aansluiting, meer motivatie Het experiment PIE/BWI is een initiatief van het ministerie van OCW waarbij landelijk zo'n 25 vmbo-scholen de profielen Produceren, Installeren en Energie (PIE) en Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) combineren. Leerlingen volgen twee profielmodules met keuze uit zes keuzevakken uit beide richtingen, door de scholen zelf samengesteld. Het geeft hen de ruimte om het beroepsgerichte programma in te vullen, passend bij de regio en de school. Het centraal schriftelijk en praktisch examen (cspe) vervalt, en de leerlingen sluiten af met schoolexamens die de scholen zelf samenstellen. Het doel? Onderzoeken of een minder rigide en meer flexibel programma de aansluiting op vervolgopleidingen (mbo) en de motivatie van leerlingen verbetert. De inzet is om de leerlingen zeer divers maatwerk te leveren, aansluitend op de specifieke uitdagingen van hun regionale arbeidsmarkt. Flexibiliteit Scholen hebben meer ruimte om een eigen programma samen te stellen, waarbij de focus ligt op het behouden van kwaliteit en het verhogen van de motivatie van leerlingen. Leerlingen kunnen afwijken van de standaardprogramma's door zelf keuzes te maken uit profieldelen en keuzevakken. Het proces wordt nauwlettend gevolgd om ervaringen te verzamelen voor de toekomst van vmbo-programma's. Ervaringen van de aan het experiment deelnemende vmbo-scholen: · De leerlingen en ouders begrijpen het systeem PIE/BWI en zien er de flexibele mogelijkheden van in. · Het geeft leerlingen langer de kans om in leerjaar 3 bredere ervaringen op te doen voor hun uiteindelijke keuze. · Voor de leerlingen ontstaan betere routes om goed aan te sluiten op de omgeving. · De druk van het cspe is er niet in dit experiment; de daardoor in leerjaar 4 ontstane tijd en ruimte is bruikbaar om de leerlingen nog beter te laten aansluiten op de MBO-opleidingen. · Er komt in examentijd veel minder capaciteitsdruk op de BWI- en PIE-lokalen. Dit geeft de deelnemende scholen gemiddeld acht weken extra tijd om te verbreden en te verdiepen in de zes keuzevakken. · Door de combi PIE/BWI is er makkelijker te schakelen met de beschikbare docenten. · De stagebedrijven die deelnemen aan STO begrijpen de voordelen en passen hier hun inzet vrij gemakkelijk en flexibel aan. Speciale eisen aan eindoordeel? Maar hoe organiseren de scholen hun eindoordeel van de leerlingen op basis van de twee moduleprofielen? Hoe valideer je dat? BWI en PIE raken bij de deelnemende scholen steeds meer verweven, ook met de betrokken bedrijven. De laatste groep kun je ook laten meekijken bij een afsluitende proeve van bekwaamheid, het proces en het eindproduct met cijfers helpen beoordelen. Kortom, als vervanger van het cspe moet je als school wel een centrale, inhoudelijke afsluiting borgen, met de juiste impact door de leerlingen en omgeving. Kortom, leerlingen die deelnemen aan het experiment doen geen cspe in het beroepsgerichte programma. Echter, de lat waarover ze moeten springen ligt zeker niet lager dan bij scholen die niet meedoen met het experiment. Wat is exact de meerwaarde? Nu hebben de vmboscholen die niet meedoen aan het experiment nog steeds de vier profielmodulen en kunnen met de keuzevakken cross-overs maken. Met andere woorden: biedt het huidige systeem niet al genoeg ruimte? De aan het experiment deelnemende vmbo-scholen zijn echter duidelijk over de meerwaarde van het experiment PIE/BWI. Het gaat niet over versmallen, maar verbreding waar dit kan én specialisatie waar de leerling dit echt wenst. De leerling krijgt nog meer ruimte voor eigen talenten, interesses en keuzes, is de conclusie van de deelnemende vmbo-scholen. Vervolg Vanwege positieve ervaringen wordt het experiment met flexibele profielen uitgebreid naar andere sectoren onder andere HBR/Z&W. MENU

  • Technolab Enschede maakt switch naar vraaggestuurd aanbod voor PO

    a3488a13-0891-4ba3-9c42-c8cf9126f9fb Technolab Enschede maakt switch naar vraaggestuurd aanbod voor PO Het Technolab in Enschede verwelkomde een nieuwe beheerder. Zijn naam is Stephan van Gool. Ook voerde het Technolab een koerswijziging door. Voortaan werkt het Technolab vraaggestuurd samen met het PO en externe experts, en niet langer aanbod gestuurd. Een van de professionals die vanuit het onderwijs betrokken is bij deze ontwikkeling, is Sanne Bouwhuis. Zij is leerkracht van groep 5 op basisschool De Regenboog in Enschede en daarnaast W&T-coördinator. Vanuit haar rol als W&T coördinator is Sanne lid van de werkgroep PO/VO van STO Twente. Volgens Sanne begint goed techniekonderwijs bij verwondering: “Alles begint bij de nieuwsgierigheid van je leerlingen, en het Technolab kan daar een praktisch vervolg aan geven.” Gezamenlijke werkgroep PO en Technolab Deze nieuwe aanpak is één van de resultaten van de veel nauwere band die recent is opgebouwd vanuit een gezamenlijke werkgroep van het Enschedese PO en het Technolab van de STO-subregio Enschede. Op 21 januari hield deze werkgroep één van zijn meerdere bijeenkomsten voor het PO in het Technolab. Stephan: “Bedoeld om de nieuwe werkwijze uit te leggen, maar ook om de behoefte op het vlak van techniek en technologie te peilen bij het PO.” In 2025 werkte Stephan bij Tetem in Enschede, met haar focus op digitale cultuur en maakcultuur: “Een zeer waardevolle ervaring die ik nu ook kan inzetten. Daarvoor heb ik 15 jaar in het bedrijfsleven gewerkt onder andere bij Thales en Vredestein. In de periode daarvoor ben ik vanuit het bedrijfsleven als zij-instromer gestart in het VO als docent Techniek en Nask.” Koppeling tussen klaslokaal en Technolab Ook het Technolab in Enschede staat boordevol nieuwe technologie. Stephan: “Da’s mooi, maar we stappen af van het aanbieden van kant-en-klare opdrachten aan het PO gekoppeld aan een specifieke technologie. Ons Technolab gaat veel meer de koppeling maken met PO-onderwijs.” Sanne Bouwhuis: “Tijdens de bijeenkomst van 21 januari hebben we de PO-scholen meegenomen in het vraaggestuurd onderwijs. Scholen in het PO zijn steeds drukker bezig om het bedrijfsleven te koppelen aan thema’s waar je als leerkracht mee bezig bent in de klas. Zo ook binnen het onderzoekend en ontwerpend leren (OOL). Hier start je ook vanuit de nieuwsgierigheid van leerlingen. Met hun enthousiasme en vragen ga je aan de slag met de fasen van Onderzoekend en Ontwerpend Leren. We zien dat scholen steeds meer het OOL willen aansluiten op de belevingswereld van de leerlingen, zo ook bedrijven en organisaties uit de buurt van de leerlingen. Maar deze koppeling is voor leerkrachten soms lastig om te maken. Helemaal wanneer het gaat om contacten leggen en het voorzien van materialen. Hier komt het Technolab bij om de hoek kijken. Onze samenwerking met het Technolab én het inmiddels aangehaakte bedrijfsleven begint eigenlijk in de klas. Onderzoekend en Ontwerpend Leren is opgebouwd uit fases. De fases van het onderzoek opzetten en het maken van schetsen kunnen we prima op school doen, maar voor het daadwerkelijk uitvoeren lopen de leerkrachten geregeld tegen een praktisch struikelblok aan.” Uitleg vraaggestuurde aanpak Ook het Technolab in Enschede beschikt over een breed scala aan nieuwe technologieën. “Dat is mooi,” zegt Stephan van Gool, “maar we stappen af van het automatisch aanbieden van kant-en-klare opdrachten aan het primair onderwijs, gekoppeld aan één specifieke technologie. Het Technolab gaat werken vanuit de inhoudelijke koppeling met het PO en hun wensen.” Die benadering sluit goed aan bij ontwikkelingen in het primair onderwijs, ziet Sanne Bouwhuis. Zij was onder meer betrokken bij de bijeenkomst van 21 januari, waarin PO-scholen zijn meegenomen in deze manier van werken. “Scholen in het primair onderwijs zijn steeds actiever bezig om het bedrijfsleven te koppelen aan thema’s die in de klas spelen,” vertelt Sanne. “Dat zie je ook terug binnen OOL. Je start vanuit de nieuwsgierigheid van leerlingen: hun vragen en enthousiasme vormen het vertrekpunt om aan de slag te gaan met de verschillende fases van dit leerproces.” Daadwerkelijke uitvoering ideeën Scholen proberen het onderzoekend en ontwerpend leren steeds meer te verbinden met de belevingswereld van leerlingen, bijvoorbeeld door samen te werken met bedrijven en organisaties uit hun eigen omgeving. “Die koppeling is voor leerkrachten alleen niet altijd eenvoudig,” legt Sanne uit. “Zeker niet als het gaat om het leggen van contacten, het regelen van materialen of het inzetten van de juiste technische kennis. Veel technische toepassingen en machines zijn simpelweg niet beschikbaar op school, of vragen om specialistische expertise. Het Technolab kan hierin ondersteunen door zowel de technische faciliteiten als de vakinhoudelijke begeleiding te bieden, zodat ideeën uit de klas daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden.” Last wegnemen bij leerkrachten Sanne geeft een concreet voorbeeld: “Schateiland is een PO-school die de pilot voor vraaggestuurd onderwijs in relatie tot het Technolab heeft uitgevoerd, ik was daar ook bij betrokken als W&T coördinator. De groepen 7 (er zijn 3 groepen 7 geweest) van Schateiland kwamen op de proppen met het thema ‘Stoom’. Uiteraard kun je daarover in de klas heel veel vertellen. Maar op een gegeven moment moeten de leerlingen vanuit OOL daadwerkelijk fysiek iets gaan onderzoeken over stoom. In samenwerking met de school is het Technolab hierin betrokken met als insteek Stoom en de werking daarvan concreet te maken in het Technolab.” Stephan nodigde vervolgens iemand uit om daadwerkelijk een stoommachine en zijn werking te laten zien aan de leerlingen, in de rol van expert. Stephan: “Met de nieuwe vraaggestuurde aanpak en samenwerking willen we meer de last voor de concrete uitvoering bij de leerkracht wegnemen. Voor die fase van het OOL kunnen de PO-scholen in Enschede en omgeving dus voortaan een beroep doen op ons Technolab. Wij kunnen daar experts van buitenaf bij betrekken als dat nodig is, en de praktische uitvoering voorzien van maatwerk.” Ook samenwerking binnen thema ‘Architect van je eigen huis’ Sanne noemt nog een voorbeeld van vraaggestuurde samenwerking: “Op de Regenboog hebben we nu in groep 7 en 8 het thema ‘Architect van je eigen stuk land’. Leerlingen ontwerpen daarin een eigen huis en gaan uiteindelijk ook aan de slag met het realiseren van dat ontwerp. Dat laatste is in de klas alleen lastig te organiseren. Met een grote groep leerlingen, een beperkte ruimte en het werken met materialen en gereedschappen zoals zagen, loop je al snel tegen praktische en veiligheidsgrenzen aan. Juist dan is het waardevol om de expertise, faciliteiten en begeleiding van het Technolab in te schakelen, zodat leerlingen hun ontwerp op een veilige en realistische manier kunnen uitvoeren.” Precies op dat punt kan het Technolab het verschil maken, vult Stephan van Gool aan. “PO-scholen kunnen zulke vragen dus rechtstreeks bij het Technolab in Enschede neerleggen. Wij ondersteunen vervolgens bij de praktische uitvoering, bijvoorbeeld in het Technolab zelf of in onze aanpalende techniekruimte. Soms past een externe locatie beter bij de vraag, zoals een werkplaats waar met stoom wordt gewerkt of een techniekmuseum. Als er elders een geschiktere plek is, dan is dat altijd bespreekbaar. De uitvoering kan dan onder onze begeleiding plaatsvinden.” Altijd een maatwerk-afweging Sanne: “Het voorwerk voor het thema doen de leerkrachten dus in de klas, samen met de leerlingen. Zoals bij het thema ‘Architect van je eigen stuk land’: welke eisen gelden er voor je eigen huis? Waar plan je de stopcontacten en meer? Vervolgens maken ze dit voor de leerlingen concreet met de ondersteuning van het Technolab. Kortom, zij spelen praktisch in op onze vraag.” Uiteraard speelt de technologie die het Technolab nu biedt nog steeds een rol. Stephan: “Die staat er niet voor niets. We zullen altijd eerst nagaan of de bestaande technologie de PO-scholen kan helpen om de praktische opdracht te realiseren.” Stephan haakt nog even praktisch aan bij het thema ‘Architect van je eigen huis’: “In ons Technolab hebben we Tinkercad en dat is geknipt voor de leerlingen van dit project. Vervolgens kunnen ze dit bij ons in het klein printen met een 3D printer.” Sanne: “Als leerkracht ben je niet altijd bewust bezig met dit soort technieken. Juist deze inspiratie vanuit Stephan en het Technolab is heel waardevol en we vullen elkaar hierin goed aan.” Aansluiting op nieuwe kerndoelen Mens & Natuur Sanne stipt de nieuwe kerndoelen aan die voor Mens & Natuur zijn vrijgegeven: “Die kerndoelen gaan veel over het maken van technische constructies en het werken met bepaalde materialen. Dat soort specifieke activiteiten zijn gewoonweg lastig om in je eigen klaslokaal te realiseren. Tegelijkertijd moet je als leerkracht wel aan die nieuwe kerndoelen voldoen. Dus met ook díe vragen kan het PO de hulp inschakelen van het Technolab in Enschede. Daarbij zou het natuurlijk optimaal zijn als dit aansluit op het thema waarmee je in de klas bezig bent. Ook geeft ons dit nu de gelegenheid om leskaarten te ontwikkelen die focussen op het aanleren door de leerlingen van bepaalde technieken en technologie, samen met het Technolab.” Stephan: “Het Technolab biedt veel ervaring en creativiteit en wij beschikken over genoeg technisch inzicht om de PO-scholen hierin te ondersteunen. Neem een brug bouwen met de leerlingen. Dat kan eenvoudig met bijvoorbeeld spaghetti of papier. Vanuit het Technolab weten wij redelijk handige alternatieven te bedenken die voor een leerkracht wellicht lastiger zijn om uit te voeren in het eigen klaslokaal.” Mooie rol voor experts uit de praktijk En de rol van het bedrijfsleven? Stephan: “Die kun je vooral nu nog zien als een expert die we inschakelen en die de PO-leerlingen laat kennismaken met een beroep in samenhang met het thema. Neem het thema ‘Stoom’, dat we eerder noemden. Daar hebben we voor de leerlingen een expert in het bouwen van stoommachines voor ingevlogen.” Sanne: “Voor ons thema ‘Dierentuin’ kwam een dierenarts op bezoek die de leerlingen veel heeft uitgelegd over dierenverzorging en tegelijkertijd ook een stukje beroepsbeeld gaf.” Advies voor PO-scholen: begin bij de nieuwsgierigheid van leerlingen Volgens Sanne begint vraaggestuurd werken altijd in de klas. “Je start met een thema dat echt aansluit bij de belevingswereld van je leerlingen. Een onderwerp dat hen raakt, verrast en vragen oproept. Juist die nieuwsgierigheid is de motor van vraaggestuurd werken. Als leerlingen zelf willen weten hoe iets zit, zijn ze gemotiveerder, denken ze dieper na en nemen ze meer eigenaarschap over hun leerproces. Dat is waar het om draait.” Ze illustreert dit met een voorbeeld uit haar eigen praktijk. “Op dit moment werken we met het thema ‘Op wereldsafari’ . We verkennen samen verschillende landen en elk groepje kiest een land waar zij zelf nieuwsgierig naar zijn. Vanuit die nieuwsgierigheid ontstaan vanzelf technische vragen: hoe worden huizen daar gebouwd, waarom kiezen mensen voor bepaalde vormen of materialen en hoe zorg je dat een huis stevig blijft of beschermd is tegen hitte en regen? Dat zijn vragen die uitnodigen tot ontwerpen en onderzoeken.” Daarna ligt de stap naar het Technolab voor de hand, legt Sanne uit. “Wanneer je samen met je leerlingen tot een concrete, behapbare en realistische ontwerp- of onderzoeksvraag bent gekomen, kun je de aansluiting zoeken met het Technolab in Enschede. In het Technolab beschikken we over de juiste materialen, gereedschappen en technische expertise om ideeën ook echt te realiseren. Leerlingen kunnen daar bijvoorbeeld werken met hout, constructiematerialen of digitale ontwerptools. Zo wordt een ontwerp niet alleen een tekening op papier, maar een tastbaar en technisch onderbouwd eindproduct.” Sanne benadrukt het belang van de houding van de leerkracht. “Neem een open en enthousiaste houding aan waarin alle vragen van leerlingen ertoe doen. Als leerlingen zich serieus genomen voelen, durven ze groter te denken. En precies dát maakt vraaggestuurd werken zo krachtig.” Ook samenwerking met onderbouw vmbo verdiepen Tot slot maakt Stephan een belangrijke opmerking: “We hebben het nu, en terecht, veel over de samenwerking met het PO. Maar we gaan ook, samen met de docenten van de onderbouw op onze eigen vmbo-scholen de samenwerking verdiepen. Het Technolab wil initiatieven ontwikkelen die de docenten beter in het Technolab kunnen uitvoeren dan in hun eigenlijke les, van PIE en BWI tot en met ook vakken als wiskunde en meer. We gaan die samenwerking breed aan.” MENU

  • STO-partner REMO West-Twente ontvangt steeds meer vmbo-leerlingen

    b235b580-889a-494a-94b5-9d81e7dbf72f STO-partner REMO West-Twente ontvangt steeds meer vmbo-leerlingen REMO West-Twente in Rijssen werkt samen met ROC van Twente en biedt technische BBL-opleidingen op mbo-niveau 2, 3 en 4 aan. Variërend van opleidingen Mechatronica en Metaalbewerken tot en met Duurzame installaties. REMO West-Twente is van meet af aan een sterke samenwerkingspartner van STO Twente. Hoog tijd voor een tussenbalans. Anniek van Buren werkt als marketingadviseur voor REMO West-Twente: “Het souterrain van REMO West-Twente gaan we compleet inrichten als PIE-lokaal. En straks, in ons Experience Center, gaan we leerlingen interactief inspireren om voor techniek en technologie te kiezen.” Sterke samenwerking REMO West-Twente werkt binnen de subregio Rijssen- Holten vooral nauw samen met de vmbo-afdelingen van CSG Reggesteyn in Rijssen en Nijverdal, OSG De Waerdenborch in Goor en Holten en Jacobus Fruytier Scholengemeenschap in Rijssen. Anniek: “Samen maken we ons sterk om techniek nog meer te promoten bij de vmbo-leerlingen. Dat start met leerlingen nog beter meegeven wat techniek en technologie precies zijn én welke mogelijkheden daarbinnen voor hen liggen. We merken dat Sterk Techniekonderwijs Twente een enorme impuls heeft gegeven aan het onderling nog verder aantrekken van de banden.” Techniekconcentratie in Kampus Rijssen REMO West-Twente is inmiddels compleet gehuisvest in Kampus Rijssen. Anniek: “De verbouwing is nog niet helemaal afgerond, maar Kampus Rijssen wordt dé plek voor innovatief vakmanschap in Twente, met vooral een groot accent op techniek. Ook zijn hier Bouwmensen Rijssen en ROC van Twente gehuisvest. Daarnaast werken we vanuit Kampus Rijssen ook intensief samen met onderwijspartners OT&L en InfraVak.” Compleet ingericht PIE-lokaal Goed nieuws is dat het souterrain van REMO West-Twente compleet wordt ingericht als PIE-lokaal: “CSG Reggesteyn is één van de partners die hier sowieso gebruik van gaat maken. De vmbo-leerlingen Techniek van deze STO-school gaan hier hun volledige opleiding volgen. Ook gaan we SG De Waerdenborch en Jacobus Fruytier Scholengemeenschap uitnodigen hier met hun techniekleerlingen projecten uit te voeren.” Inmiddels al tal van samenwerkingen vmbo-mbo “We nodigen nú al leerlingen uit”, benadrukt Anniek: “Verleden jaar bijvoorbeeld hebben vier vmbo-leerlingen van CSG Reggesteyn en OSG De Waerdenborch bij REMO West-Twente meegedraaid in een pilot voor het leren verspanen en een opdracht op dat specifieke terrein uitgevoerd. Bemoedigend is dat we vervolgens zagen dat drie van deze leerlingen na het vmbo daadwerkelijk is doorgestroomd naar de opleiding verspanen. Vorig schooljaar hadden we geen instroom voor verspanen en nu vijf leerlingen. Die leerlingen gaven aan dat zij door de eerdere kennismaking met verspanen daar enorm enthousiast van werden. We zien dus echt de positieve gevolgen van STO Twente!” Stimulerende verdieping voor vooroplopende leerlingen Anniek: “Van De Waerdenborch hebben we tien leerlingen, verspreid over een aantal weken op bezoek gehad waarin zij, samen met onze docenten, werkten aan het bouwen van een step. Bedoeld om hen nóg meer uit te dagen in het metaalvak. Docenten willen hen dan iets extra’s bieden en vragen ons of zij bij REMO West-Twente kunnen meelopen. Daar staan wij graag voor open. Wij hebben hier alle faciliteiten om dit soort leerlingen nog meer uit te dagen en verdiepend te laten kennismaken met metaal bewerken. Zoals bijvoorbeeld het bouwen van een grote en robuuste step. En wat zo leuk is: eenmaal af hebben deze leerlingen hun projectstep geschonken aan én gepresenteerd op hun voormalige basisscholen. De leerlingen en leerkrachten daar krijgen zo in één moeite door mee hoe leuk en interessant techniek kan zijn.” Digitaal inspireren in Experience Center Ook interessant voor de vmbo-leerlingen is de komst en verdere invulling van een uitdagend Experience Center in Kampus. Anniek: “Hier willen we vooral vanuit allerlei digitale mogelijkheden een inspirerende interactie op gang brengen tussen leerlingen uit het vmbo en Kampus. Alles is hier in principe mogelijk, zoals Virtual Reality. De insteek is dat we de leerlingen eerst interactief laten kennismaken met techniek en technologie en hen vervolgens in het PIE-lokaal écht aan de slag laten gaan. Kortom, het Experience Center is meer digitaal en het PIE-lokaal meer fysiek gericht, zoals lassen en installaties aanleggen. We overleggen nu nauw met alle bij Kampus betrokken partners welke digitale interactiviteit het beste de interesse kan opwekken.” Van belang: basismotivatie voor techniek Tot slot heeft Anniek een suggestie: “Het risico met al onze mogelijkheden, ook digitaal en dergelijke, is dat we door leerlingen vooral gezien worden als vermaak. We zien dat we de beste resultaten met vmbo-leerlingen bereiken, als zij in de basis gemotiveerd zijn voor techniek en willen ontdekken wat daarin voor hen allemaal mogelijk is. Dat zij nog niet exact weten welke techniekrichting zij willen volgen, dat begrijpen we heel goed; ze zijn nog erg jong. Maar hoe beter de vo-scholen hun vmbo-leerlingen selecteren op hun daadwerkelijke interesse, hoe beter REMO West-Twente die vlam bij hen kan ontsteken.” MENU

  • 15-jarige Fabian gegrepen door keuzevak Verspaningstechniek

    ab42e63d-6d86-4dfd-b1dc-5ba9c1221643 15-jarige Fabian gegrepen door keuzevak Verspaningstechniek Fabian is één van de vijf leerlingen uit de eerste groep die vanaf april 2021 het keuzevak Verspaningstechniek volgden bij VDL ETG Almelo. Hij is 15 jaar en zit in het vierde jaar vmbo Basis op het Almelose Erasmus: “Mijn docent vroeg of ik mee wilde doen met dit nieuwe keuzevak. Ik dacht: waarom niet? Op school was ik niet echt goed met elektrotechniek. Maar toen introduceerde mijn docent mij in de wereld van metaal en dat vond ik vanaf het allereerste moment meteen geweldig.” “Het sprak mij aan om in een techniekbedrijf nieuwe dingen te leren. Wel dacht ik eerst dat het saai zou zijn, maar al snel vond ik het zó leuk dat ik besloot er verder mee te gaan. Wat mij het meeste aansprak? Echt met de machines van VDL ETG Almelo aan de slag gaan. Rekenen vind ik leuk, en dat is belangrijk in dit werk. Maar met mijn handen werken vind ik ook fantastisch. In metaalbewerking doe je beide. De praktijkbegeleider Kevin van de Worp heeft alles heel goed uitgelegd en voorgedaan. Daarna mocht je zelf aan de slag met metaalbewerkingen. Die manier van leren sprak mij aan. Ook mooi vind ik de twee rondleidingen die ik door het bedrijf heb gehad. Die geven je een goed beeld van waar je eigenlijk bent en wat ze daar doen.” Gemotiveerd door als BBL’er Het is nu het plan dat Fabian volgend schooljaar als BBL’er doorgaat bij VDL ETG Almelo: “Het vak van metaalbewerking vind ik echt geweldig, vooral omdat ik in de praktijk kon zien en zelf beleven wat het betekent. Ik ga als BBL’er leren bij het bedrijf én ik ga naar de bedrijfsvakschool SMEOT. En als ik klaar ben? Dan wil ik heel graag bij VDL ETG Almelo blijven werken!” MENU

  • Profiel PIE van CSG Reggesteyn vliegt samenwerking met bedrijven structureel aan

    b03dd989-b980-439c-ba02-1cc2ae82b055 Profiel PIE van CSG Reggesteyn vliegt samenwerking met bedrijven structureel aan De afdeling PIE van CSG Reggesteyn is gehuisvest in Kampus Rijssen. Ton Schelfhorst en Patrick de Kleijn zetten hier alles-op-alles om een succes te maken van het profiel PIE. Een belangrijk facet hierin is de nauwe en duurzame samenwerking met de omliggende techniekbedrijven: “Wij leren van de bedrijven en de bedrijven leren van ons. Alleen dan koers je op een duurzame samenwerking”, aldus de gedreven Ton en Patrick. Ton Schelfhorst: “We hebben regelmatig wilde ideeën voor een samenwerking en benaderen hiermee de bij STO aangesloten bedrijven. We hebben inmiddels een soort kernteam van bedrijven waarmee we goed en intensief samenwerken. Het gaat ons om een goede en duurzame relatie en niet af en toe een ad hoc project. Zo geven bijvoorbeeld de professionals van DomotiFactory een viertal gastlessen bij ons over slimme technologie. Ook zijn we met Aqua+ bezig om een project bij ons neer te zetten.” Patrick: “We koersen op maximaal twee bedrijfsprojecten per jaar, dan blijft het behapbaar.” Goede samenwerking met Van de Brink Staalbouw Nijverdal Ook noemt Ton graag de al jarenlang goede samenwerking met Van de Brink Staalbouw Nijverdal. Ton: “Elk jaar realiseren we samen een project. Eerder maakten onze PIE-leerlingen samen met dit bedrijf bijvoorbeeld een kleine kraanwagen. En momenteel helpt Van den Brink Staalbouw ons met de materialen en tekeningen voor een ijscokar. Twee van hun medewerkers begeleiden onze gemotiveerde leerlingen PIE bij het realiseren van deze ijscokar, uiteraard ook onder de begeleiding van ons als docenten.” Alle begeleiding Via internet is een oud onderstel van een bakfiets aangeschaft. Patrick: “Onze PIE-leerlingen haalden die uit elkaar en bouwen dit onderstel stapsgewijs om naar een gloednieuwe ijscokar. Hiervoor is het nodig dat zij de constructie verzwaren. Van den Brink Staalbouw levert alle materialen en de leerlingen leren van tekening lezen door de perfecte voorbereiding vanuit het bedrijf. Zij hebben het project volledig voor onze leerlingen voorbereid en in ruil maken wij een ijscokar.” Ton: “De leerlingen krijgen eerst een bedrijfsbezoek zodat zij zich een goed beeld kunnen vormen van hun nieuwe samenwerkingspartner.” Werkwijze bedrijf in het klein Het enthousiasme onder de PIE-leerlingen voor dit project is gigantisch, bij de start van de les vliegen ze erop, benadrukken Patrick en Ton: “Het is een metalen constructie en met de materialen en bijbehorende specifieke manier van assembleren van profielen leren de leerlingen direct ook de manier van construeren zoals Van den Brink die zelf ook toepast in haar levensgrote bouwconstructies, maar dan uiteraard in het klein. Daarmee heeft de ijscokar straks ook een representatieve waarde voor het bedrijf.” Uiteraard werken de leerlingen met circulaire materialen, een extra leerpunt!” Handig: gezamenlijke app De leerlingen uit leerjaar 3 zijn ingedeeld in een team met ook een projectleider. Zij leren daardoor in één moeite door projectmatig werken. Patrick: “We hebben een gezamenlijke app voor dit ijscokar project met daarin ook de twee medewerkers van Van den Brink . Dat helpt enorm. De leerlingen ontdekken gaandeweg hoe belangrijk het is om correct met alle betrokken geledingen binnen het deelnemende bedrijf te communiceren.” De medewerkers komen regelmatig langs om materialen te brengen, de voortgang te monitoren en vragen van de leerlingen te beantwoorden. “Hun inzet is fantastisch”, benadrukken Ton en Patrick. Afspraken leren nakomen De lijntjes met het bedrijf zijn heel kort. Patrick: “Van den Brink zit overal strak in. Ze leveren op tijd en komen alle afspraken na, ook in dit ijscokar project. Voor onze PIE-leerlingen is dat heel leerzaam, want op hun beurt leren zij nu hoe belangrijk het is dat zij ook hun afspraken nakomen richting het bedrijf.” Het project kent diverse oplevermomenten en tijdens een recente open dag is het project zoals het op dát moment klaar was getoond aan de bezoekers. In dit licht benadrukt Patrick graag het volgende: “Nu maken de leerlingen vooral nog promotiematerialen in de bedrijfsprojecten. We willen ernaartoe dat de projecten ook eindproducten opleveren die daadwerkelijk inzetbaar zijn in onze onderwijslocaties.” Van belang: goede afspraken maken Patrick benadrukt hoe belangrijk het is om goede afspraken te maken als je als vmbo samenwerkt met een technisch bedrijf: “Het project is uiteindelijk van Van den Brink Staalbouw. Zij gaan het eindresultaat gebruiken voor bijvoorbeeld hun feestelijke events. Op onze beurt mogen wij straks desgewenst de kant-en-klare ijscokar inzetten voor promotie, zoals tijdens onze open dagen en dergelijke.” Ook van belang: alle werkzaamheden die de PIE-leerlingen voor de ijscokar moeten verrichten dekken alle vereisten en leerdoelen voor het aanstaande examen meer dan voldoende af. Inmiddels is ook een PIE-project gestart met het bedrijf Severfield Steel Construction uit Rijssen. Hiermee gaan de PIE-leerlingen een ingenieuze stokkenvanger maken waarover later meer! Enthousiaste reactie leerlingen Jan, Arefin en Mees doen mee in het team voor de bouw van de ijscokar. Mees: “Een heel gaaf project, we zijn écht iets aan het doen met onze handen. Iets totaal anders dan de hele dag achter de computer zitten.” Jan: “Ik leer in dit project ontdekken wat ik wel en niet kan. Het is veelzijdig werk, zoals bouten en moertjes vastzetten, lassen en aftekenen.” Mees: “Ook hebben we veel geleerd over samenwerken. Je leert elkaar aanspreken op dingen die misschien beter kunnen.” Arefin: “Het is heel leuk om mee te mogen werken met zo’n groot project dat ook echt ánders is. Een ijscokar maken is een mooie uitdaging. We werken er lang aan en straks is het klaar, dat vind ik geweldig.” Arefin wil later onderwaterlasser worden. Jan wil graag de grond-, weg- en waterbouw in: “Dan heb ik toch alvast bij PIE en in dit project een stukje kennis en inzicht over metaal meegenomen.” MENU

  • Girls’ Day activeert twee belangrijke doelen STO Twente

    9c300c94-4f95-4636-be7c-3f0b19872810 Girls’ Day activeert twee belangrijke doelen STO Twente Meisjes in de techniek zijn onmisbaar! Doekle Terpstra van Techniek Nederland benadrukte dit door recent te stellen dat zij cruciaal zijn om het tekort aan instroom op te vangen. De jaarlijkse Girls’ Day zet dit doel van STO Twente kracht bij. Meerwaarde STO Girls’ Day raakt maar liefst twee kernactiviteiten van STO Twente: oriëntatie op technologie en beeldvorming & beroepsoriëntatie. Dit jaar digitaal door corona, maar het enthousiasme en de inzet waren er niet minder om. Wendy Pereira-Smit is docent en coördinator Bèta Challenge Programma bij Bonhoeffer College Geesinkweg in Enschede. Dit jaar werd er op haar school wederom deelgenomen aan Girls’ Day. Dit is een landelijke en jaarlijks terugkerende activiteit van VHTO Expertisecentrum genderdiversiteit in bèta, techniek en IT: “Normaal gesproken gaan de meisjes naar de deelnemende bedrijven toe, gaan aan de slag met activiteiten én ontmoeten, als het kan, een vrouwelijk rolmodel. Maar door corona verliep dit nu online. Digitaal namen alle meisjes uit klas 1 en 2 (GTL) deel. Zij namen een kijkje bij een aantal eveneens enthousiaste techniekbedrijven: Hiber, Groen & Aldenkamp, Turner & Townsend, Installatiewerk N-H, IVO Rechtspraak en de Luchtverkeersleiding Nederland (NVNL). Ook een opleidingsorganisatie nam deel: Techniekhuis Twente.” Onverwacht voordeel digitale aanpak Toch kwam er een onverwacht voordeeltje om de hoek kijken door de online-aanpak. Wendy: “Normaal gesproken gaan de meiden bij één bedrijf op bezoek. Maar omdat het nu digitaal verliep kwamen zij ineens in contact met maar liefst 7 techniekbedrijven, ook buiten de regio. Dat gaf deze Girls’ Day een bijzonder tintje.” Ook was de onderlinge variëteit aan bedrijven groot. “Met IVO Rechtspraak hadden we bijvoorbeeld een deelnemer die vanuit ICT regelt dat alles rondom rechtspraak digitaal veilig verloopt. En ook een organisatie als Luchtverkeersleiding Nederland (NVNL) gaf de meisjes een onverwacht perspectief op de mogelijkheden van techniek. Girls’ Day is heel belangrijk voor de loopbaanoriëntatie van meisjes.” Goede wisselwerking Wendy: “Na de landelijke aftrap namen de leerlingen deel aan online gastlessen met de bedrijven. Die hadden de bedrijven goed en aantrekkelijk voorbereid zoals met interactie in de vorm van een quiz. Deze gastlessen gaven een goed beeld van de beroepspraktijk en vooral hoe leuk het is om te werken in de technische en technologische sector en hoe belangrijk bèta, techniek en IT zijn voor de samenleving. Op hun beurt stelden de deelnemende meisjes tal van vragen.” Wendy is duidelijk: “Niet altijd vinden de meisjes de getoonde beroepen direct interessant, maar dat ze leren op een andere manier naar de mogelijkheden van techniek te kijken, vinden ze zonder uitzondering supertof. Vooral door corona dringt dit besef extra door, van de ontwikkeling van vaccins tot en met IT die het makkelijker maakt om thuis te werken en ook de beveiliging van video calls.” Dank aan VHTO & collega’s VHTO zorgt voor de landelijke coördinatie en bemiddelt tussen scholen en bedrijven zodat de juiste partijen in contact met elkaar komen. En zeker met dank aan de decaan en docenten van het Bonhoeffer College: “We hadden nu met meer bedrijven van doen en de decaan heeft gecoördineerd dat collega-docenten deze bedrijven digitaal hebben begeleid. Ook hebben we er een loopbaanoriëntatieopdracht (LOB) aan gekoppeld. Zodat de meisjes de ervaringen met Girls’ Day direct meenemen in zowel hun beeldvorming als concreet in hun dossier. De drempel om te gaan werken in een omgeving die als technisch gezien wordt, is bij deze meisjes verlaagd. Wij kijken alweer uit naar Girls’ Day 2022!” MENU

Zoek

bottom of page