top of page

434 resultaten gevonden

  • TechAmbassadeurs Zorg en Welzijn in opleiding

    27b8c0f5-3277-4f64-a3b1-752e7985c843 TechAmbassadeurs Zorg en Welzijn in opleiding Sterk Techniekonderwijs Twente werkt steeds nauwer samen met de Technologie & Zorg Academie Twente (TZA). Momenteel volgen Marijke van der Struik en Lisa van Dijk van C.T. Stork College de opleiding tot TechAmbassadeur van TZA. Wat is dat? En hoe profiteren vmbo-scholen daarvan? Keuzevak Zorgtechnologie Marijke van der Struik en Lisa van Dijk zijn docent Zorg & Welzijn. Hoe staat de toepassing van zorgtechnologie er op dit moment eigenlijk voor op C.T. Stork College? Marijke: “We geven nu al voor het tweede schooljaar lessen over zorgtechnologie, een apart en verdiepend keuzevak voor de vierdejaars leerlingen van Zorg & Welzijn. In dit profiel zelf zit ook voor de derdejaars leerlingen nog een heel klein stukje zorgtechnologie, specifiek in het profiel Mens & Zorg.” Nog volop in ontwikkeling Hoe reageren de leerlingen hierop? Marijke: “Wisselend, maar dat komt ook doordat we dit profielvak nog ontwikkelen. We zijn ermee gestart zonder een verdiepende voorbereiding en alleen op basis van een niet aansprekend leerboek.” Lisa: “Ook staan onze vmbo-leerlingen daar in de tijd gezien best wel een stukje vanaf; het duurt nog wel even voordat zij in de zorg werkzaam zijn. Ook gaat een deel niet de zorg in, dus bij hen is de interesse ook wat minder.” Meer focus op praktijk Marijke en Lisa ontwikkelen de lessen momenteel naar hun eigen inzichten en smaak: “We hopen dat de leerlingen het daardoor enthousiaster oppakken. Dit willen we bereiken door de lessen veel praktijkgerichter te maken. Daarbij heb je écht de technologische hulpmiddelen nodig zoals TZA Twente die ons aanreikt. We hadden weliswaar zelf een paar hulpmiddelen aangeschaft, maar nog niet zo heel veel. Daardoor bleven de lessen over zorgtechnologie twee jaar lang behoorlijk theoretisch. Met de technologie die we nu hebben geleend van TZA Twente proberen we de lessen levendiger te maken, maar ik benadruk dat dit allemaal nog sterk in ontwikkeling is. Volgend schooljaar hebben we zorgtechnologie een stuk beter op de kaart staan.” Opleiding TechAmbassadeur: inspiratie opdoen De deelname van Lisa en Marijke aan de opleiding voor TechAmbassadeur van TZA is geïnspireerd door de bovengenoemde ambities. Marijke: “We hopen tijdens de zes bijeenkomsten, onder leiding van ROC-docent Iris Davina-Hudepohl, inspiratie te krijgen om ons keuzevak voor zorgtechnologie te verdiepen en voor de leerlingen aantrekkelijker te maken.” Het mooie is dat de deelnemers aan deze opleiding verschillende achtergronden hebben. Lisa: “We zitten daar met zorgprofessionals, iemand van het ROC en wij vanuit het vmbo, dus een mooie mix. Voor ons is het bijvoorbeeld heel interessant om tijdens de opleiding te horen van de zorgprofessionals wat zij in hun praktijk tegenkomen op het gebied van zorgtechnologie. Dat geeft ons richting om onze leerlingen nú al zo goed mogelijk op deze praktijk voor te bereiden voor als zij straks vanuit het mbo stage gaan lopen in het zorgwerkveld.” Marijke: “We horen uit de eerste hand dat in de zorgpraktijk de ene professional er meer voor openstaat dan de andere. Ook hier geldt: onbekend maakt onbemind. In die zin lijkt dit op de situatie in het onderwijs op het vlak van zorgtechnologie.” Rol TechAmbassadeur Als TechAmbassadeur voor Zorg & Welzijn zijn Lisa en Marijke straks het gezicht en eerste aanspreekpunt binnen C.T. Stork College op het gebied van zorgtechnologie en het gebruik daarvan. De training richt zich enerzijds op inzet en kennis van slimme technologie op onder andere scholen. Anderzijds focust de training op collegiale ondersteuning bij de keuze en implementatie van technologie. De TechAmbassadeur kan als inhoudelijk deskundige de eigen collega’s en leerlingen adviseren en begeleiden. Zij kunnen het gesprek over technologie aangaan en advies of richting geven aan mogelijke keuzes. Lisa: “De insteek is dat wij door deze opleiding onze collega’s enthousiasmeren voor zorgtechnologie. Ook bij ons zien we dat collega’s hiermee nog niet zo bekend zijn. Doordat wij die lessen gaan geven, scholen we deze collega’s hierin bij en kunnen zij vervolgens die lessen ook geven.” Betere contacten zorgwerkveld Marijke: “Eveneens leert deze opleiding ons heel concreet wat er überhaupt allemaal mogelijk is met zorgtechnologie. Plus dat we nu nog betere contacten hebben met het zorgwerkveld. Hoe mooi is dat voor het organiseren van gastlessen en excursies!” Verder biedt de opleiding tot TechAmbassadeur ruimte voor een dagdeel stage. Marijke: “Dan kunnen we bij elkaar in de keuken gaan kijken. Wij, als school, bij de zorginstellingen en uiteraard omgekeerd. Dat biedt heel veel waarde. Feitelijk past dit ook onder de doelstelling van STO Twente.” Adviezen voor andere subregio’s STO Twente Wat adviseren Marijke en Lisa andere subregio’s van STO Twente die ook met zorgtechnologie willen starten, of al bezig zijn, maar nog richting zoeken? Marijke: “Ga ermee aan de slag, want het is niet meer weg te denken. Inmiddels is zorgtechnologie een integraal onderdeel van de zorg. Maar denk wél eerst heel goed na over wat je ermee wilt en hóe je het dan gaat inrichten. Een tip: haal bijvoorbeeld via TZA Twente al direct zorgtechnologie je school in, ga ermee aan de slag, organiseer excursies buiten je school en regel gastlessen. Daardoor loop je niet al vanaf het begin achter de feiten aan.” Een ander punt is dat zorgtechnologie ook iets met mensen doet. Lisa: “We gaan met de leerlingen wel het gesprek aan over wat patiënten of cliënten er zelf van vinden; wat zijn de voordelen en nadelen van zorgtechnologie? We proberen hen daarover aan het denken te zetten.” Marijke: “Leerlingen dragen daarbij regelmatig voorbeelden aan van zorgtechnologie die zij toegepast zien bij hun opa of oma. Dit is een goede aanleiding om hierover met de leerlingen het gesprek aan te gaan.” Toepassing vanuit startput van casuïstiek Marijke noemt dat zij en Lisa meer casuïstiek willen gaan schrijven: “Aan de hand daarvan willen we dus de zorgvraag centraal stellen en vervolgens bekijken welke zorgtechnologie daarbij zou kunnen ondersteunen. Dit in plaats van de volgorde waarbij je de zorgtechnologie centraal stelt en vervolgens gaat bepalen voor wie dat interessant zou kunnen zijn. Hopelijk hebben we dit volgend schooljaar voor elkaar.” Over de toekomst gesproken: momenteel vindt de planvorming plaats voor STO Twente 2025 t/m 2028. Wat zouden Marijke en Lisa hiervoor voor zorgtechnologie meegenomen willen zien? Marijke: “We worden goed in die gesprekken betrokken en we hebben ook bepaalde ideeën. We zouden vooral meer praktijk willen geven voor zorgtechnologie.” Wellicht deelvrijstelling Lisa: “Ook zou het mooi zijn als leerlingen die dit keuzevak met een voldoende hebben afgerond, voor een deel vrijstelling kunnen krijgen op het ROC van een vak waarin zorgtechnologie verweven zit. Want we kunnen ons voorstellen dat er overlappen bestaan. Die vrijstelling zou voor leerlingen een extra motivatie kunnen vormen.” MENU

  • Keuzedeel Robotica ter beschikking van Twentse vmbo-scholen

    18d58acb-96f0-4eaa-a214-afca8469f4a5 Keuzedeel Robotica ter beschikking van Twentse vmbo-scholen Het woord cobot is een samentrekking van de term ‘Collaboratieve Robot’. Deze eenarmige robot kan naast en met mensen werken, bijvoorbeeld voor repeterende taken. Het technisch bedrijfsleven omarmt deze cobot steeds meer. Dus krijgen ook technische vmbo-leerlingen hier later in hun werk mee te maken. Alle reden voor SMEOT om ook het Twentse vmbo een keuzedeel Robotica aan te bieden. Leerlingen van het Bonhoeffer College gingen op 24 januari zelf aan de slag met het programmeren en bedienen van een cobot. Hans Fokke van SMEOT: “We leiden al mbo’ers op voor werken met cobots, maar ook vmbo-leerlingen kunnen deze nieuwe materie prima aan.” Eric Harbers, docent SMEOT: “Vmbo-leerlingen maken bij ons alvast kennis met meerdere technische vakgebieden zoals verspanen en CNC. Robotica, en daarbinnen kennismaken met de cobot, is nieuw binnen ons aanbod voor het vmbo.” Het Bonhoeffer College kwam op bezoek met een aantal leerlingen uit de vierde klas. Hans Fokke, coördinator vmbo/mbo onderwijs SMEOT: “We hebben het programma voor deze leerlingen voor de cobot eenvoudig kunnen afleiden door het bestaande lesprogramma voor de cobot op niveau 2 iets af te schalen. De leerlingen krijgen voor de cobot alvast de eerste stappen van niveau 2 mee.” In totaal komen 14 leerlingen van het Bonhoeffer College naar SMEOT voor dit keuzedeel Robotica, verdeeld over meerdere sessies. Presentatie, uitleg én zelf aan de slag! Eric Harbers verwelkomde de leerlingen met een heldere presentatie, met ook filmpjes, die de cobot in het grotere plaatje positioneerde van wat we met elkaar Smart Industry noemen. Ook heb ik de leerlingen de toepassingen van cobot laten zien en de voordelen ervan uitgelegd. Plus uitleg over het verschil tussen een cobot en robot. Een cobot is mensgerichter en werkt eigenlijk collegiaal samen met een operator. Zoals een onderdeel aanreiken aan een monteur in een assemblageproces. Een robot werkt helemaal op zichzelf.” Hans Fokke: “Ook belangrijk: een cobot vervangt geen medewerkers, maar werkt daarmee samen. Een cobot zorgt dus niet voor banenverlies.” Zelf doen, zelf ontdekken Na de presentatie was het tijd voor de leerlingen om zelf een aantal eenvoudige basisbewegingen te leren programmeren voor de cobots waar SMEOT mee werkt. Eric: “Zelf doen, zelf ontdekken, daar grijp je deze vmbo-leerlingen mee.” De insteek voor deze eerste stappen op het terrein van programmeren voor cobots is gebaseerd op het werken met zogeheten way-points. Een waypoint of routepunt is een plaats op aarde, opgeslagen met de coördinaten. Dit concept wordt ook gebruikt voor het navigeren voor auto’s en fietsen. Hans: “Ook andere Twentse vmbo-scholen onder de vlag van STO Twente zijn hier welkom voor dit keuzedeel Robotica. Bijvoorbeeld het Canisius uit Tubbergen komt hier met een aantal leerlingen op bezoek. We hebben hier bij SMEOT drie cobots en aan een cobot mogen twee leerlingen werken. Daarmee is dit keuzedeel Robotica geschikt voor groepjes van zes vmbo-leerlingen.” De cobots hadden een grote aantrekkingskracht op de leerlingen van het Bonhoeffer College en al snel kregen zij het programmeren van de basisbewegingen onder de knie.. Hans Fokke: “We leiden hier leerlingen op om met cobots om te gaan, maar altijd in relatie tot onze vakgebieden Metaal, Mechatronica en Verspaning.” Maar cobots kunnen techniek-breed worden ingezet. Ook als praktische aanvulling op besturen en automatiseren PIE De leerlingen van het Bonhoeffer College werden op 24 januari begeleid door hun docent Thomas Struik: “We komen vaker bij SMEOT en nu dus voor het eerst voor het keuzedeel Robotica. In ons bestaande PIE-lokaal hebben we geen faciliteiten voor cobots, dus hier met onze leerlingen komen is echt een verrijking van ons lesprogramma. Wij hebben dit bezoek gepland als een verlengstuk van het onderdeel Besturen en Automatiseren binnen PIE. Dus de leerlingen zijn hier bij SMEOT deels voor de keuzevakken, maar dus ook voor Besturen en Automatiseren. Dit zou ik in de toekomst graag willen uitbouwen naar het door ons nu nog niet aangeboden keuzevak Robotica.” Ook voegt dit keuzedeel iets toe aan de docentenprofessionalisering van Thomas: “Meer begrip en inzicht in deze nieuwe materie en ook nog meer enthousiasme. Als docent zou ik hier nog meer in geschoold willen worden, want onze leerlingen en ook wij als docenten krijgen steeds meer met cobots te maken.” MENU

  • Leerlingen inspireren in Tech Zone door techniekuitwisseling tussen vmbo’s

    8b631250-5214-49fd-9308-886d017a6148 Leerlingen inspireren in Tech Zone door techniekuitwisseling tussen vmbo’s Op 4 februari ontving Het Stedelijk Vakcollege/Bonhoeffer College (Wethouder Beversstraat) in o.a. haar Technolab in Enschede circa 20 leerlingen uit het tweede jaar van het Zone.college. Zij maakten kennis met verschillende vormen van techniek. En daar zit een speciale gedachte achter die precies in de doelstellingen van STO Twente past: vmbo-scholen die elkaar op het vlak van techniek onderling versterken. Een mooie samenwerking tussen het Zone.college, het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College. En er zit nog meer samenwerking in de pen! De techniekdocenten Jos Doppen van het Stedelijk Vakcollege en Jan ten Hove van het Enschedese Zone.college werken hier nauw in samen, samen met nog twee collega’s. Ook zijn zij betrokken bij STO Twente. Jan: “Na wat sparren kwam er een mooi idee voor een uitwisseling naar boven.” Jos: “Op het Zone.college ligt het accent op groenonderwijs. Maar ook die vmbo-leerlingen kunnen talent en interesse hebben voor techniek. Omdat zij in hun tweede jaar nu voor het kiesmoment van hun profiel staan, sloegen we de handen ineen met het Zone.college. De insteek? 20 leerlingen uit het tweede jaar zijn een dag bij ons geweest voor een techniekoriëntatie.” Ruiken aan drie techniekprofielen Jan: “Het betrof leerlingen die eigenlijk wel in de techniek door willen gaan, maar daar in de profielen op het Zone.college niet mee uit de voeten kunnen.” Ze kozen op 4 februari in de Tech Zone uit drie techniekprofielen: MVI, PIE en BWI en hebben daarin een dag meegedraaid. Jan: “We kozen voor dit initiatief de naam: Tech Zone, omdat het woord Zone ook in onze schoolnaam zit.” De Tech Zone op het Stedelijk Vakcollege en het Bonhoeffer College is de optelsom van het nieuwe Technolab en de al bestaande praktijkruimte daarnaast. Positieve reacties van leerlingen Bij PIE maakten de leerlingen een bedlampje van metaal en elektriciteit. Bij MVI gingen ze digitaal aan de slag met het ontwerpen van een poster van een bewerkte selfie. Bij BWI maakten de leerlingen een tafeltje van MDF. Hier kwamen verschillende bewerkingsmachines bij kijken en een stukje schilderwerk. Jos: “Het was een supergeslaagde dag, we kregen veel positieve reacties van de leerlingen.” Die kwamen ook van de meisjes, dus dit initiatief sluit mooi aan bij het project Meiden in de Techniek van STO Twente. Het draait om interesse wekken Jan: “Het gaat er puur om de leerlingen met techniekprofielen kennis te laten maken en hen te interesseren voor techniek. Daarmee bereiken we dat ze voor hun vervolgopleiding en/of beroepsopleiding een bewuste keuze maken. Het kan bijvoorbeeld ook zo zijn dat een leerling door dit concept nu weliswaar wordt geprikkeld voor techniek, maar gewoon op het Zone.college zijn of haar groenopleiding afmaakt. Maar die geïnteresseerde leerling kan dan al wel twee jaar naar open dagen op het mbo gaan en bijvoorbeeld op het ROC van Twente rustig kijken in welke techniekrichting hij of zij wil doorgaan. Met deze aanpak willen we de interesse wekken, het is aan de leerling om daar zelf iets mee te doen.” Wederkerige samenwerking De samenwerking is wederkerig. Jos: “Het zit in de pen dat onze leerlingen na de meivakantie op hun beurt een dag kunnen kennismaken met de profielen van het Zone.college. Daarmee krijgt de samenwerking een evenredige uitwisseling.” Jos Doppen en Jan ten Hove hebben samen de intentie uitgesproken om deze uitwisseling jaarlijks te organiseren en de MT’s van de betrokken scholen hebben hiermee inmiddels ingestemd. Jan: “De bedoeling is die dag voortaan al aan het begin van leerjaar 2 te plannen, dus vóór de open dagen. Leerlingen die interesse hebben gekregen voor een ander profiel kunnen daardoor gerichter een techniekprofiel bekijken en beoordelen.” Fysieke uitwisseling Technolab Maar er is nóg een mooie samenwerking, geeft Jan aan: “Na de Krokusvakantie komt een deel van de apparatuur het Technolab, tijdelijk naar de locatie van het Zone.college in Enschede. Daarmee mogen onze leerlingen uit leerjaar 1 en 2 vervolgens een hele week aan de slag. Ook is dit veiliger omdat onze leerlingen veel minder verkeersbewegingen hoeven te maken.” Daarnaast is het plan om na de meivakantie met 16 leerlingen uit leerjaar drie een aantal weken naar het Stedelijk Vakcollege en Bonhoeffer College te komen voor een kennismaking met booglassen, koeltechniek en installatietechniek in carrouselvorm. Aan de Wethouder Beversstraat hebben ze hiervoor de juiste technieken en wij aan het Zone.college niet, dus ook met die uitwisseling zijn we heel blij. De samenwerking komt dus heel goed van de grond.” De onderlinge samenwerking tussen Jan en Jos verloopt prima: “We zijn beiden aanpakkers met korte lijnen.” MENU

  • Met Technoscope samen meten en weten

    a020d377-d8a9-4fa9-924e-e2e4a11c1857 Met Technoscope samen meten en weten Vanuit Techkwadraat Twente gaan veel scholen aan de slag met uiteenlopende activiteiten. Maar wat doen die activiteiten met de affiniteit van leerlingen voor technologie? Brengt het bij hen iets teweeg? Meten = weten, dus ontwikkelde Tim Post het instrument Technoscope: “Elke klas, school en schoolstichting ziet straks meteen wat haar inzet voor Techkwadraat Twente doet met de affiniteit van leerlingen voor technologie én waar hierin nog ruimte voor groei ligt.” Toetsen wat inzet oplevert Het hoofddoel van Techkwadraat is om technologieonderwijs voor álle kinderen in het funderend onderwijs toegankelijk te maken, door regionale samenwerkingen tussen scholen, bedrijven en andere organisaties te stimuleren om zo een nieuwe generatie technische talenten op te leiden. Tim Post is onderwijswetenschapper, lang werkzaam geweest aan de UT, geestelijk vader en projectleider van Kids4Twente en lid van de landelijke kennisgroep van Techkwadraat: “Een mooi doel van Techkwadraat en daar gaat terecht veel geld naartoe. Maar wat brengt al die inzet uiteindelijk teweeg bij leerlingen? Het is vreemd, maar betrouwbare toetsen om die vraag te beantwoorden, misten nog. Hoe weten we dan waartoe onze inspanningen moeten leiden, in hoeverre we daarin slagen en waar nog ruimte ligt voor verbetering?” Concreet leren van elkaar Dit gebrek aan wetenschappelijk gereedschap voor scholen liet Tim niet los: “Daarom ontwikkelde ik Technoscope: een praktische, digitale vragenlijst waarmee klassen de affiniteit van hun leerlingen (vanaf 9 jaar oud t/m VO) kunnen meten als het gaat om nieuwsgierig onderzoekend en ontwerpend leren.” Technoscope gaat antwoord geven op een fundamentele vraag. Tim: “Komen we bij leerlingen ‘binnen’ met onze activiteiten? Zien we hun hart sneller kloppen voor hun eigen rol in het technische Twente van morgen? En welke activiteiten en achtergrondkenmerken van scholen maken hierin het verschil bij leerlingen? Met Technoscope meten we voor scholen op korte en lange termijn wat hun inzet doet. Het gaat niet om wijzen naar elkaar, maar om leren van elkaar.” Tim is een groot voorstander van onderwijs dat met elkaar zelflerend wordt: “Met Technoscope kunnen we dat eindelijk helpen bereiken.” Voortschrijdend inzicht door jaarlijkse metingen Concreet is Technoscope een website waar klassen op inloggen en waar zij hun leerlingen een korte en eenvoudige vragenlijst laten invullen. Tim: “Vervolgens kunnen wij deze scores nagenoeg meteen teruggeven op het niveau van de klas, school, stichting, Twente en zelfs landelijk. Via een helder dashboard zijn de scores van de leerlingen in één oogopslag zichtbaar.” Technoscope gaat jaarlijks op de scholen meten gedurende de looptijd van Techkwadraat Twente. Dat is nu nog van 2025 t/m 2028, met een mogelijke verlening met vijf jaar. Tim: “Technoscope vertaalt de resultaten in praktijkgerichte rapportages. Niet alleen zien scholen wat hun inzet doet met hun leerlingen; ook kunnen zij de eventuele verschillen daarin elk jaar monitoren en daar actie op ondernemen, want de meetgegevens zijn historisch inzichtelijk.” Acties enten op metingen Technoscope levert profielen van je klas op waarmee je inzicht krijgt in hoe leerlingen denken over technologie. Tim: “Maar dat is nog maar het begin. Hoe doe je er vervolgens goed aan om met je klas, school of schoolstichting binnen Techkwadraat Twente juist die activiteiten te kiezen die op termijn het verschil gaan maken? Technoscope fungeert dus niet alleen als spiegel, maar ook als doelschijf. Je kunt met Technoscope samen resultaatgerichter bekijken welke inzet zinnig is. Een voortdurende afwisseling van meten én weten. Je hebt het dan over een systemische schoolontwikkeling, zelfs op regio breed niveau. Hopelijk fungeert Technoscope zodoende als een krachtige motor voor onderwijsvernieuwing in Twente.” Van en met elkaar leren Tim: “Zijn we met Technoscope een tijdje onderweg voor Techkwadraat Twente? Dan kan de desbetreffende leerkracht of docent, W&T-coördinator, schooldirectie en schoolstichting terugkijken naar eerdere scores en beoordelen of de gepleegde inspanningen leidden tot een positieve groei bij leerlingen als het gaat om hun waardering voor en interesse in technologie.” Ook zijn er analyses te maken tussen de klassen binnen een school om potentiële ontwikkelkracht binnen je school helder te krijgen, of zelfs tussen scholen, het laatste uiteraard geanonimiseerd. Tim: “We kunnen allerlei vergelijkingen maken en daaruit leren. Niet als competitieve wedstrijd, maar om ván en mét elkaar te leren om zo Twente breed sterker te worden! Ik nodig de scholen onder de vlag van Techkwadraat Twente uit Technoscope te omarmen als een stuk gereedschap om het goede te doen, en die data kan elke klas, school en stichting uiteraard op haar eigen manier inzetten.” Begin morgen al Het brede scala aan activiteiten van Techkwadraat Twente zou misschien de schijn kunnen wekken dat het stimuleren van leerlingen van externe activiteiten afhankelijk is. Tim: “Al dit aanbod heeft weinig zin zonder een inspirerende leraar of docent, zo blijkt uit onderzoek. Het stimuleren van leerlingen hoeft dus niet te wachten. Je kunt er morgen al mee beginnen, gewoon in je eigen lesgeven. De sleutel ligt in de manier waarop je een inspirerende klascultuur schept en leerlingen laat ontdekken dat technologie overal al in het curriculum verscholen zit. Of het nu gaat om een rekensom, een biologieles of een spreekbeurt – overal ligt de kans om leerlingen te laten zien dat dingen onderzoeken en maken leuk en waardevol is. Zoek het dus niet buiten je, maar vooral binnen je. Nieuwsgierige leraren maken nieuwsgierige leerlingen.” Meer weten? https://www.youtube.com/watch?v=lGNVJjN26Hc MENU

  • Techniek Tastbaar 2023: meer bedrijven en nóg betere doe-opdrachten

    e2428b0e-e606-452d-a211-2725da24a749 Techniek Tastbaar 2023: meer bedrijven en nóg betere doe-opdrachten In 2022 organiseerde de STO subregio Enschede voor het eerst een drukbezochte en geslaagde Techniek Tastbaar. De tweede editie vond inmiddels plaats op 13 oktober 2023. Uiteraard liet de organisatie ook dit keer niets aan het toeval over en werd ook deze tweede editie een groot succes! Een positief leerpunt van de eerste editie werd dit keer goed opgepakt: de betere doorstroom van de vele bezoekers! Bij leerlingen, ouders/begeleiders en bedrijven is een evaluatie afgenomen door Paul Nederstigt en vier leerlingen. Met een gemiddeld cijfer van een 7,8 waar de STO subregio Enschede heel trots op mag zijn! Verbreding bedrijven over volle breedte techniek en technologie Namen in 2022 vooral bedrijven deel uit de ‘harde profielen’ van de techniek: de editie 2023 kende een bewuste verbreding. Ronald Rondeel, STO projectleider Enschede: “Voor deze tweede editie verwelkomden we techniek- en technologiebedrijven uit de volle breedte. Een gericht speerpunt, passend bij het beleid van de minister om ook aanpalende profielen bij STO te laten aanhaken zoals Zorg & Welzijn. De verdeling was nu gelijkwaardiger dan bij onze eerste editie van Techniek Tastbaar.” Overigens deden er verleden keer 33 bedrijven mee en nu met 43 bedrijven, dus substantieel meer. Ronald: “Niet omdat we uit zijn op schaalvergroting, maar omdat we over de volle breedte hebben geworven. We mochten ruim 1700 bezoekers verwelkomen, van leerlingen en hun begeleiders tot en met betrokken ouders.” Meer aandacht voor leerlingen Jos Doppen, docent BWI: “Ik zorgde bij de BWI afdeling dat alle daar deelnemende bedrijven zich goed konden installeren. Ook hielp ik mee om de leerlingenstromen langs BWI te geleiden. Mijn indruk van Techniek Tastbaar is heel positief. De editie van verleden jaar telde wel héél veel bezoekers, met de aanpassingen voor deze editie hebben we veel meer tijd om aandacht te schenken aan de leerlingen.” ROC van Twente ‘in the mix’! Uiteraard was ook ROC van Twente present, zij zijn een belangrijke samenwerkingspartner van STO Twente. In hun stand stonden twee studenten van de mbo-opleiding Podium- en evenemententechnicus paraat om vmbo-leerlingen alles te laten ontdekken over geluid en licht in onder andere de entertainment sector. Via een professioneel mengpaneel mochten zij hun eigen mix maken van een grote discohit van de Bee Gees! Hogeschool Saxion Ook Hogeschool Saxion was aanwezig met een robothond die door alle bezoekers heen liep. Een blikvanger van jewelste! Student Sander bediende de robothond: “Ik studeer mechatronica en de robothond is een samenwerking tussen de opleiding forensisch onderzoek van Saxion en de Politieacademie. De robothond heeft een hele gevoelige sensor die explosieven kan detecteren.” Zelf zat Sander ook ooit op het vmbo: “Daarna ging ik naar het mbo en nu het hbo. Techniek heb ik altijd heel leuk gevonden en ik vind het heel leuk ook jonge leerlingen op het vmbo daar enthousiast voor te maken.” Aan de gang met een inbraaksysteem! Henk van den Noort van Van der Molen Beveiligingstechniek was actief aanwezig tijdens Techniek Tastbaar: “Bij dit bedrijf ben ik service- en onderhoudstechnicus. Waarom we op Techniek Tastbaar staan? We zijn druk met ons eigenlijke werk, toch nemen we graag de moeite om hier de jeugd te inspireren voor techniek. Waarom? Techniek is inmiddels overal in onze maatschappij, maar we hebben te weinig mensen in de techniek. Die moeten we toch gaan vinden en binden. Hoe mooi is het dan dat we de jeugd hiervoor kunnen ontmoeten en inspireren tijdens Techniek Tastbaar! We hebben een hele leuke doe-opdracht meegenomen: een inbraaksysteem waarmee ze aan de gang moesten, heel spannend. Hiermee konden de leerlingen kaarten winnen voor FC Twente. Wanneer bij mij vroeger het kwartje viel voor techniek? Dat is mij meegegeven door mijn ouders. Tegenwoordig is dat steeds minder en is het belangrijk dat we leerlingen bereiken via een event als Techniek Tastbaar.” UT presenteert waterstofauto Ook waren er twee studenten van de UT: Niels, hij studeert civiele techniek, en Daan, hij studeert data science. Zij trokken heel veel aandacht met een zelfgebouwde raceauto die op waterstof loopt: “We willen de leerlingen hier laten zien dat er heel veel toekomst zit in waterstof. Een duurzame manier van energie opwekken en maken. Interessant is dat waterstof potentie heeft voor verschillende functies in de techniek. Van raceauto tot en met duurzame vrachtwagen. Ook voor mbo’ers kunnen er veel banen gaan komen in Twente binnen de waterstofsector en toeleverende bedrijven.” Geslaagde aanpassingen Ronald: “Dit keer duurde Techniek Tastbaar van 10.00 – 17.00 uur. Ook speelden we meer in op een betere verdeling van de groepen leerlingen die ons bezochten. Eveneens hebben we de bedrijven voor deze editie nog beter geholpen om zich voor te bereiden op hun stand-presentatie en vooral de doe-opdracht die zij de bezoekende leerlingen aanboden. Bedrijven hebben daar echt support bij nodig en die hebben we hen veelzijdig geboden. Dat zagen we op 13 oktober ook echt terug in het niveau van de doe-opdrachten.” Mooie aansluiting bij Bèta challenge programma Wendy Smit is docent op het Bonhoeffer College en bezocht Techniek Tastbaar met haar klas: “Zij zijn eerste klas kaderleerlingen voor de beroepsgerichte leerweg. Vanuit het Bèta challenge programma maken de leerlingen al heel vroeg kennis met opdrachten uit het bedrijfsleven. Daar hoort Techniek Tastbaar bij en dit event sluit heel mooi aan op de lesbrief voor het Bèta challenge programma. Hoe gaaf is het dat ze hier met al die technieken kennis kunnen maken!” Wendy trok tijdens Techniek Tastbaar samen op met de mentor van haar klas, Hidde van der Vlist, docent biologie op het Bonhoeffer College: “Ik geef van origine biologie, maar gaf hiervoor ook natuurkunde, scheikunde en techniek. Techniek en technologie vind ik hartstikke tof. Hoe meer we dat in scholen een plek kunnen geven, hoe beter dit is voor de kinderen.” Ook leuk voor thuis… Bouke Klieverik is mede-eigenaar ROBO Metaal: “We staan met plezier op Techniek Tastbaar. Het is heel belangrijk dat we ook de jeugd blijven interesseren om met hun handen te werken en daarmee producten te maken zoals door te lassen. Wij dragen daar graag ons steentje aan bij om de jeugd hierbij te betrekken en enthousiast te maken. Wij hebben veel mbo-functies beschikbaar. Onze doe-opdracht tijdens Techniek Tastbaar? Bij ons konden ze poppetjes in elkaar draaien en lassen met boutjes en moertjes, zowel als sleutelhanger en als staand poppetje. Leuk ook om thuis te laten zien!” Spannend…Defensie! Zelfs het Ministerie van Defensie was paraat tijdens Techniek Tastbaar! Sergeant Brouwer: “Ook Defensie kent personeelstekorten. De laatste jaren hebben we op basis van nieuw budget mooie, nieuwe functies en mogelijkheden kunnen creëren. Daarvoor zijn we op zoek naar medewerkers, ook op mbo 1,2,3 en 4 niveau. Wij bieden hele avontuurlijke banen aan mét techniek. Tijdens Techniek Tastbaar hebben we heel mooi aan de leerlingen kunnen laten zien welke technische werkuitdagingen Defensie biedt.” Conclusie: Techniek leeft in Enschede! Ronald: “We kijken als organisatie van Het Stedelijk Alpha, Bonhoeffer College en het Zone.college terug op een geslaagde editie 2023 Techniek Tastbaar. We danken speciaal alle deelnemende bedrijven en instellingen voor hun inbreng en professionele deskundigheid. We kunnen maar één conclusie trekken: Techniek leeft in Enschede! MENU

  • Instructeurs technisch onderwijs voor directe koppeling van leerlingen met technisch beroepenveld

    8f7fbb15-20fb-49fe-a0a9-7bff1b214803 Instructeurs technisch onderwijs voor directe koppeling van leerlingen met technisch beroepenveld De STO subregio Oldenzaal heeft op het Twents Carmel College (TCC) instructeurs binnen de technische profielen PIE, BWI en M&T én een instructeur in het Technolab. Een belangrijke pijler onder Sterk Techniekonderwijs Twente. Wat brengen zij mee? Wat voegen zij toe voor de leerlingen? Hoe verbetert hun inzet het technisch onderwijs? Enthousiast vertellen zij het zelf: “De kern is dat je de klik met de leerlingen maakt en hen toont hoe het technisch beroepenveld werkt.” Veelzijdige achtergrond en ervaring De essentie van instructeurs is dat zij hun eerdere technische ervaring in het bedrijfsleven rechtstreeks de school in brengen. Welke ervaring is dat precies? Opvallend is de veelzijdige bedrijfsachtergrond van de vier praktijkinstructeurs. Giacomo Morsink, instructeur PIE: “Ik heb 30 jaar gewerkt bij de voorloper van Croonwolter&dros en alle facetten van elektrotechniek ervaren, van krachtinstallaties tot inbraakinstallaties.” Bjorn Klein Gunnewiek komt oorspronkelijk uit het groen: “Inmiddels ben ik instructeur in het Technolab van TCC.” Benno Grintjes is inmiddels vier jaar instructeur BWI en heeft er nog geen dag spijt van: “Daarvoor was ik ruim 25 jaar meubelmaker/ interieurbouwer. Met leerlingen omgaan is práchtig. Ik vind het mooi om het vak met de laatste technieken over te mogen brengen op de jeugd.” Gerard Oude Tijdhof, praktijkinstructeur M&T: “Ik heb 24 jaar in een garage gewerkt als monteur en als invallend werkplaatschef.” Functie in ontwikkeling De functie van instructeur lag in het begin niet tot in detail vast. Giacomo: “Gaandeweg is dat door ons uitgevonden, uiteraard in samenwerking en overleg met TCC.” Bjorn: “Het Technolab is een beetje een vreemde eend in de bijt omdat ik als instructeur vooral met basisschoolleerlingen bezig ben. Dit betekent dat ik in mijn werk veel aan ontwikkeling doe, zoals voor nieuwe workshops en lessen, én nieuwe dingen bedenken en maken.” Benno: “Toen ik hier kwam was het druk met het leerlingenaantal op het Techniekplein. De taak waarvoor ik in eerste instantie was aangenomen, breidde zich dan ook al snel uit. Al vlot gaf ik ook lessen, voor mij een sprong in het diepe. Ik kreeg de kans om het Technieklokaal naar mijn eigen inzichten te kneden.” Gerard kwam uit de automotive: “Ik heb ook 20 jaar op het Bonhoeffer College in Enschede gewerkt. Met de collega daar heb ik de lessen ingevuld en heel veel geleerd. Die kennis en ervaring kon ik meenemen naar TCC.” Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC): pittig, maar te doen Een voorwaarde voor de aanstelling tot instructeur is het behalen van het Pedagogisch-Didactisch Certificaat (PDC). Dit belangrijke certificaat hebben alle instructeurs inmiddels op zak. Hoe hebben de instructeurs dit studietraject ervaren? Giacomo: “Het is te doen en waardevol. Je leert je activiteiten te baseren op de juiste pedagogisch-didactische basis. Wel was het voor mij een hele tijd terug dat ik in de schoolbanken zat. Het was wennen om weer veel lesboeken te lezen met compleet nieuwe stof. Het is veel lezen en veel werk, maar deze studie heeft een positieve impact gehad op mij.” Benno: “Het is wel te doen, maar ik sluit me volledig aan bij de woorden van Giacomo.” Laatste kneepjes van het techniekvak De essentie van het instructeur zijn, is dat deze voormalige werknemers de laatste stand van zaken uit het werkveld de klas in brengen. Werkt dat ook zo? Giacomo: “Zeker! De handige kneepjes van het vak, maar ook de technische regels die gelden voor het vak van elektrotechniek, breng je één-op-één over op de leerlingen. Je ziet bij de leerlingen dat zij daar heel benieuwd naar zijn, en dat werkt ook motiverend.” Benno: “Veel elementen uit mijn eerdere werk in de houtbranche haal je nooit uit een theorieboek. Die moet je als leerling letterlijk voorgedaan krijgen van iemand met een langdurige bedrijfservaring.” Giacomo: “De docenten waarmee we binnen de profielen samenwerken zijn ontzettend goed, laat daar geen misverstand over bestaan, maar zij kennen de laatste kneepjes uit het vak niet altijd.” Techniek voortdurend koppelen aan beroepen Bjorn: “Vanuit mijn werkervaring kan ik de basisschoolleerlingen allerlei voorbeelden aanreiken van hoe je specifiek de technologie uit het Technolab kan inzetten, maar die praktijkvoorbeelden kan ik ook geven van metaal, lassen en autotechniek. Neem sensoren, hoe worden die in auto’s toegepast? Elke technologie die we in het Technolab presenteren weet ik wel te koppelen aan een beroep.” Bjorn geeft een voorbeeld: “We hebben een zelfrijdend robotje. We vragen aan de leerlingen hoe zij dit toegepast zouden zien in een beroep in de echte wereld. Dit soort vraagstelling over de koppeling tussen technologie en het beroepenveld slaat bij de leerlingen aan.” Volop waardering en werkplezier Voelen de instructeurs zich gewaardeerd door hun collega’s? Bjorn: “Ik heb altijd waardering gevoeld voor wat ik doe.” Giacomo: “Bij ons op het Techniekplein voel ik die waardering ook. De docenten zien in wat mijn praktische toevoegingen zijn aan de lessen, zoals de eerder genoemde fijne kneepjes van het vak. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn overstap. Als je doet wat je leuk vindt, werk je geen dag meer in je leven. Ik beleef veel plezier aan mijn werk als instructeur. Eigenlijk meer dan ik ervan had verwacht, een prachtige fase in mijn loopbaan.” Bjorn: “Ik ga fluitend naar mijn werk en fluitend weer naar huis.” Benno: “De omgang met de leerlingen, daar word ik vrolijk van. Dat ik deel mag uitmaken van één van hun belangrijkste momenten van hun leven is toch geweldig.” Zelf ook bijblijven is belangrijk De instructeurs nemen veel werkervaring uit de praktijk mee, maar hoe houden zij de ontwikkelingen in hun eigen vak bij? Benno: “Ik heb weleens geopperd dat het goed zou zijn als je als instructeur stage kunt lopen bij een technisch bedrijf. Bijvoorbeeld een week verdeeld over een heel jaar, waarbij je binnen meerdere bedrijven meekijkt en meedraait.” Gerard: “Ik zit in de automotive en blijf bij met de ontwikkelingen door bijvoorbeeld thuis met auto’s te klussen. Ook hebben we bij M&T een elektrische auto aangeschaft, een enorme aanwinst. Om de leerlingen hier goed bij te kunnen begeleiden verdiep ik mij daar natuurlijk grondig in. Verder biedt TCC cursussen aan die ik graag volg.” Perspectief van leerlingen Kijken de leerlingen anders naar de instructeur dan naar de docent? Gerard: “Ik betwijfel of ze onze bedrijfsachtergrond altijd kennen.” Benno: “Soms zeggen de leerlingen plagerig tegen mij dat ik toch geen docent ben en antwoord ik dat ik uiteindelijk hetzelfde mag als een docent. Dan beginnen ze te lachen en zie je toch de waardering voor de praktische vakkennis die ik overdraag.” Gerard: “Ik heb zelf nooit een verschil ervaren in hoe de leerlingen mij zien.” Bjorn: “Het is ook een bepaalde doelgroep. Het is niet de insteek dat we hier vakmensen van ze maken. Daarvoor zijn de profielen te breed. Wel kunnen we hen enthousiasmeren en veel van de technische beroepen laten zien. Echte vakmensen worden ze op het mbo en op stage.” Een duwtje in de goede techniekrichting Benno: “Als ouders op een open dag komen, zeg ik dat ik hoop hun kinderen in de twee jaar op het Techniekplein mee te geven welke techniekrichting ze ongeveer in willen. Daar help ik hen mee. Vervolgens hoop ik dat ze over 20 jaar denken: wat heb ik toch een donders leuke tijd gehad op het Techniekplein van TCC met leuke leraren, een mooi diploma en wat was mijn vervolgkeuze in de techniek goed. Dit bespreek ik uiteraard ook heel vaak met de leerlingen die nu op het plein zijn. Ik vind dit één van de belangrijkste dingen in hun keuze. Ik wil er geen druk op leggen, maar wel meegeven hoe het werkt. Echt, dit is voor mij dé nummer 1 reden.” Probeer het gewoon een keer… Giacomo: “Misschien overwegen andere technici ook de overstap naar instructeur in het technisch vmbo. Maar wellicht houden negatieve denkbeelden hen tegen, zoals de werkdruk in het onderwijs waar je veel over hoort. Maar mijn ervaring is alleen maar positief, het is een prachtig vak. Twijfel je nog? Ga het gewoon eens proberen.” Gerard: “Mijn ervaring is dat de werkdruk minder is dan in het bedrijfsleven.” Benno: “Wie niet waagt, die niet wint. Volg je hart en gevoel.” MENU

  • Siers Groep Oldenzaal vraagt om meer aandacht voor de ondergrondse infratechniek

    63250181-bc6f-40e6-8116-59e333ac8237 Siers Groep Oldenzaal vraagt om meer aandacht voor de ondergrondse infratechniek Ook de Siers Groep is een actieve deelnemer aan STO Twente. Recent dachten zij bijvoorbeeld actief mee in de partnerbijeenkomst voor de plannen voor 2025 t/m 2028. Hoe kijken zij terug op de afgelopen STO-jaren? En wat vinden zij belangrijk voor de toekomst van STO Twente? Een gesprek met Kelly Oude Nijhuis en Kim Schurink van Siers Groep Oldenzaal: “De ondergrondse Infratechniek mag binnen het totale technische palet van STO Twente best meer aandacht krijgen.” Compleet pakket voor ondergrondse infratechniek Sinds de oprichting in 1964 is het familiebedrijf Siers Groep Oldenzaal B.V. uitgegroeid tot een professionele en vooruitstrevende organisatie op het gebied van ondergrondse infratechniek. Het bedrijf met meerdere vestigingen in Nederland levert een compleet pakket op het gebied van gas, water, elektra, telecom en warmte. Beiden betrokken bij STO Twente Kelly werkt bij Siers Groep als recruiter voor nieuwe medewerkers: “De samenwerking met STO Twente valt ook onder mijn werkzaamheden.” Kim: “Ik werk als hr-adviseur bij Siers Groep en ben ook verantwoordelijk voor onze mbo-leerlingen. Dit zijn de leerling-monteurs die in het werkveld, dus buiten in de praktijk, het infratechniekvak leren. Ook ben ik betrokken bij diverse initiatieven buiten Siers Groep die de werving van technische medewerkers versterken. STO Twente kan hier zeker in bijdragen.” Geografische afstand opleiding is een uitdaging Ook Siers moet volop inzetten op het vinden en binden van jong technisch talent. Kelly: “De vraag naar technische medewerkers is heel groot. Wat voor ons een extra uitdaging is, is dat jong technisch talent infratechniek niet direct op het netvlies heeft staan.” Kim: “Wij zijn o.a. gevestigd in Oldenzaal. De dichtstbijzijnde infratechniek-opleiding is op het Deltion College in Zwolle voor monteur gas, water, warmte of monteur laagspanningsdistributie. Helaas geeft het dichterbij gelegen ROC van Twente deze opleidingen niet. Dus bij Twentse vmbo-leerlingen is infratechniektechniek vrij onbekend omdat zij er in hun opleiding of omgeving niet mee te maken krijgen. Daarom bieden we een leer-werktraject aan in ons bedrijf en betalen we de BBL-opleiding tot monteur/voorman. Dit leer-werktraject houdt in dat ze vier dagen per week bij ons werken en één dag naar school gaan. De leerling monteurs worden dan begeleid door onze eigen leermeesters. Onze operationeel directeur vindt het belangrijk dat we nieuwe leerlingen vinden en behouden. En het is daarom mooi dat we de samenwerking opzoeken met STO Twente." Het voordeel van een familiebedrijf Siers is een familiebedrijf. Kim: “De lijnen bij ons zijn ontzettend kort en de begeleiding is goed. We kennen lange dienstverbanden en houden daardoor technische kennis lang in huis. We zijn daardoor voor jong technisch talent een aantrekkelijk bedrijf, ook om te blijven leren en werken. We kennen onder eenmaal geworven jong technisch talent heel weinig verloop.” Technische mbo’ers krijgen binnen Siers kansen om zich te ontwikkelen. Kim: “We hebben bijvoorbeeld trajecten waarbij monteur/voormannen zich ontplooien richting de functie van uitvoerder of werkverantwoordelijke." Vrouwen zijn ook van harte welkom voor het infratechniekwerk. Kim: “We hebben momenteel een jonge vrouw als monteur aan het werk, zij is net klaar met haar opleiding. Wel blijft het moeilijk vrouwen te enthousiasmeren voor dit specifieke vak, maar het is zeker niet onmogelijk.” Kelly: “We deden onlangs ook enthousiast mee met Girls’ Day.” Samenwerking intensiveren Siers deed mee met allerlei STO-activiteiten zoals Techniek Tastbaar. Hoe kijken zij terug op de afgelopen STO-jaren? Kelly: “Die samenwerking verloopt heel goed. Techniek Tastbaar is bij scholen hier in de regio iedere keer prima geregeld. STO Oldenzaal wil graag met ons de samenwerking intensiveren en daardoor nam ik ook recent deel aan twee partnerbijeenkomsten, één bij TCC aan de Potskampstraat in Oldenzaal en één bij ROC van Twente." Bij de laatst genoemde bijeenkomst was Kim ook present. Kelly: “Bij de laatste bijeenkomst hebben we ervoor gepleit om binnen STO Twente meer aandacht te geven aan ondergrondse infratechniek.” Kim: “STO Twente zou de techniekfocus zeker mogen verbreden naar de ondergrondse infratechniek. En dat mag wat ons betreft door activiteiten in zowel het basisonderwijs als vmbo. Ook zouden we het toejuichen als de technolabs binnen STO Twente workshops ontwikkelen voor ondergrondse infratechniek.” Kelly: “Dé uitdaging is om de Twentse vmbo-leerlingen via STO Twente inzicht te geven in álle techniekmogelijkheden die er zijn zodat de keuze ook op infratechniek kan vallen. Als de leerlingen het niet zien, denken ze er later bij hun studiekeuze ook niet aan.” Kelly: “Wel is het een uitdaging om ons werk goed te tonen aan jong technisch talent. Ondergrondse Infratechniek vindt altijd buiten plaats én onder de grond.” Een advies voor STO Kim en Kelly hebben een voorstel voor STO: "In plaats van één dag Techniek Tastbaar, zou het geweldig zijn om jaarlijks een techniekweek te organiseren. Gedurende deze week staat techniek centraal en wordt elke dag een andere tak van techniek uitgelicht. Eerst krijgen de leerlingen uitleg over de verschillende soorten technieken, daarna gaan de leerlingen praktisch aan de slag. Bedrijven worden uitgenodigd om demonstraties en interactieve opdrachten te verzorgen. Dit zou de leerlingen een nog beter inzicht kunnen geven in de diverse technieken en de mogelijke toepassingen daarvan in hun toekomstige loopbaan. Reflectie na elke techniekdag is daarbij van groot belang, zodat leerlingen kunnen nadenken over wat ze hebben gezien, geleerd en wat ze daar eventueel in de toekomst mee kunnen doen. Verder is het essentieel dat leraren met enthousiasme over techniek spreken en niet alleen over hun eigen vakgebied. Hierdoor kunnen de leerlingen ook enthousiast worden en misschien wel de interesse in techniek vergroten. Deze punten zijn ook besproken tijdens de brainstormsessie van de recente partnerbijeenkomst." MENU

  • Iedereen zou moeten kunnen beschikken over basale technische vaardigheden

    a2c28ef2-84fc-4d2b-be5c-337bf0d9f5f2 Iedereen zou moeten kunnen beschikken over basale technische vaardigheden Selma Zwarteveen is locatiedirecteur van het Stedelijk Alpha Wethouder Beversstraat en daarnaast locatiedirecteur van het Stedelijk Zwering. STO Twente maakt onderdeel uit van haar portefeuille, en daar heeft Selma zowel professioneel als persoonlijk feeling mee: “Techniek en technologie zijn geschikte leerlijnen waarlangs we vmbo-leerlingen extra kunnen helpen om hun plekje in de vooral door technologie razendsnel veranderende maatschappij te vinden.” Eerder ervaring met STO Twente Selma deed al ervaring met STO Twente op toen zij voor het Almelose Erasmus werkte: “Uiteraard via Basis/Kader, maar we haakten ook bewust aan bij het Praktijkonderwijs. Ook daar zit veel talent voor techniek. Het Erasmus heeft inmiddels een Technolab voor het Praktijkonderwijs.” Het Bonhoeffer College en Het Stedelijk Alpha aan de Wethouder Beversstraat trekken eensgezind op onder de vlag van STO Enschede. Selma: “Deze sterke samenwerking ervaar ik zelf heel dichtbij in het constructieve STO-overleg met het Bonhoeffer College én uiteraard Ronald Rondeel, de projectleider van STO Enschede. We hebben samen dezelfde lijn te pakken en streven dezelfde doelen na.” Enorm veel techniekkansen in Enschede De vijf subregio’s binnen STO Twente kennen ieder hun eigen sociaal-demografische uitdagingen en dynamiek. STO Enschede is vooral een stedelijke regio. Wat betekent dit als je meer jongeren voor techniek wilt interesseren? Selma: “Enschede biedt om te beginnen enorm veel werkmogelijkheden in de techniek. Het perspectief op de arbeidsmarkt is groot en positief. Een mooie omgeving om je bij uiteenlopende bedrijven heel veel techniekkennis eigen te maken. Wel is het een uitdaging om ditzelfde bedrijfsleven bij STO te betrekken. Ook is het beeld dat je met techniek per definitie je handen vies maakt hardnekkig. Techniek op het vmbo staat lager in de orde dan de andere profielen. Jammer, want bijvoorbeeld een goede timmerman heeft een prima toekomst. Dé uitdaging is om jongeren enthousiast te krijgen voor beroepen waarin je áán technologie of mét technologie werkt.” Verbreding in tweede tranche STO Twente Selma is zeer blij met de verbreding naar ook andere profielen in de periode 2025 t/m 2028 van STO Twente: “Daarmee verruimen we de mogelijkheden enorm, kijk alleen al naar de toepassing van technologie in de zorg. Maar dat geldt net zo goed voor het profiel Economie en Ondernemen. Ik juich het toe dat STO Twente zich verbreedt, naast de focus op de harde techniekprofielen. Niet alle leerlingen hoeven te kiezen voor het feitelijk werken met technologie. Wel willen we in ieder geval dat zij de gedachtegang erachter leren kennen. Daarmee voorkomen we op z’n minst dat technologie hen afschrikt.” In aanraking met techniek op álle niveaus Selma noemt nog een ander argument: “Techniek en technologie zijn bij uitstek mooie en geschikte leerlijnen waarlangs we vmbo-leerlingen extra kunnen helpen om hun plekje in de vooral door technologie razendsnel veranderende maatschappij te vinden. Doen we dat niet? Dan wordt het gat tussen hen en de maatschappij nog groter.” Aanvullend noemt Selma zowel de Regiodeal alsook Techkwadraat: “Daarmee betrekken we straks niet alleen de leerlingen van Basis en Kader, maar ook de leerlingen van vmbo-tl, havo en vwo bij het interesseren voor techniek en technologie. Het maakt niet uit op welk niveau je geschoold wordt; met de komst van de laatste twee initiatieven brengen we álle leerlingen in contact met techniek en technologie.” Inmiddels brug gebouwd naar bassischolen De basisscholen in Enschede zijn een belangrijke partij voor STO Enschede. Selma: “Projectleider Ronald Rondeel heeft daar enorm veel energie in gestopt. Met initiatieven zoals het succesvolle 7Tech zien we inmiddels dat ook de basisschoolleerlingen wel degelijk onze scholen vanonder de paraplu van Sterk Techniekonderwijs weten te vinden. Die brug is gebouwd en we krijgen concreet leerlingen uit groep 7 en 8 binnen.” Meer meiden Selma realiseert zich dat we ook meer meiden voor techniek willen inspireren. Maar lukt dat als we deze doelgroep voortdurend met aparte campagnes benaderen? Selma: “Meisjes zijn in de techniek met andere dingen bezig dan jongens. Onderzoek wijst uit dat jongens en meisjes op een verschillende manier leren. Meisjes, in het algemeen, hebben meer behoefte aan een stuk context en uitleg voordat ze met techniek aan de slag gaan. Je hoeft niet specifiek een apart programma voor meisjes op te zetten, maar kijk kritisch naar wat je jongeren aanbiedt vanuit de vraag of je daarin kunt differentiëren. Bijvoorbeeld: kun je een bepaald soort techniek in een andere vorm gieten voor meisjes dan voor jongens? Dat kan ik mijn ogen prima in dezelfde klas- en schoolsetting. We moeten dan wel in gesprek gaan met meisjes om te achterhalen waar hun specifieke interesses liggen, maar ook met jongens. Ik zie ook jongens in de techniek die een ander soort opdracht veel interessanter zouden vinden dan ze nu soms krijgen. Het gaat er dus om hoe je veel meer kijkt naar hoe je binnen je lessen voor zowel jongens als meisjes gedifferentieerd aandacht aan techniek kunt besteden. Uiteraard moet je hen dan als basis wel alle technieken leren, want daarmee komen ze ook in aanraking als ze met techniek verder gaan. Daarbij hoort ook dat we jongens en meisjes een eerlijk beeld schetsen van wat ze tegen gaan komen als ze kiezen voor techniek. Want ook in die sector kun je niet altijd alleen maar doen wat je leuk vindt.” Technische zelfredzaamheid voor iedereen Tot slot houdt Selma een pleidooi voor het iedereen aanleren van basale technische vaardigheden: “Die technische zelfredzaamheid vind ik heel belangrijk, voor meiden én jongens. Van het zelf een gat in een muur kunnen boren tot en met het plakken van een band en meubels in elkaar zetten. Kun je dat allemaal zelf? Dan ben je meer zelfredzaam en minder afhankelijk van anderen, ook al heb je niet voor een technisch beroep gekozen.” Selma beschikt zelf ook over die vaardigheden: “Ik heb audiovisuele technieken gestudeerd en les gegeven in grafimedia en ict. In mijn studie handvaardigheid heb ik veel met hout en metaal gewerkt. Ook zat ik voor mijn werk in de technische secties. Onlangs heb ik voor mijn zoon nog een bed ontworpen en gemaakt met de toepassing van steigerpijpen. Ik ervaar dus zelf hoe fijn het is om over die technische vaardigheden te beschikken.” MENU

  • Leerlingen BWI oriënteren zich bij Schildersvakopleiding Techniekhuis

    a2c565ef-1814-41bc-8ce6-8a62c016fb33 Leerlingen BWI oriënteren zich bij Schildersvakopleiding Techniekhuis Het Alma College pakt de beroepenoriëntatie voor Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) super praktisch op met keuzevakken en bezocht met negen leerlingen BWI recent de Schildersvakopleiding in het Hengelose Techniekhuis. BWI docenten Simon Damink en Hans de Groot: “Het zijn derdejaars leerlingen. Met dit soort bezoeken geven we hen een zo breed mogelijk beeld mee en maken zij hun vervolgkeuze voor het mbo weloverwogen.” Ook technologie in schildersvak In het derde leerjaar volgen de leerlingen vier modules voor BWI. Simon: “Bij elke module willen we hen kennis laten maken met de bijhorende vervolgopleiding. De Schildersvakopleiding is er daar één van. De leerlingen klas 3 komen in de BWI-module design en decoratie bij de Schildersvakopleiding zodat zij zich oriënteren of zij dit in de keuzevakken een vervolg willen geven. Ze kunnen bij ons dan twee keuzevakken in het schilderen kiezen.” Techniek en technologie lijken misschien niet zo heel prominent aanwezig in het schildersvak, maar spelen daarin wel degelijk een rol. Voorbeelden zijn de opmars van hoogwerkers om veilig te schilderen en elektronische meetapparatuur om bijvoorbeeld het vochtigheidsgehalte van hout te meten. Of denk aan steeds meer geavanceerde voorbewerkings- en afwerkingsapparatuur. Aan de slag! De negen leerlingen BWI kregen een rondleiding en volop uitleg over hoe de mbo-opleiding voor de Schildersvakopleiding in elkaar steekt. Simon: “Uiteraard gingen ze ook aan de slag! In dit geval met decoratieve technieken zoals sponstechnieken. Dit maakt onderdeel uit van de BWI profielmodule Design & Decoratie.” Simon en Hans zagen ter plekke dat de leerlingen een nieuwe en interessante ervaring opdeden met het schildersvak: “Eenmaal terug op school hebben we daarop voortgeborduurd. Wat scheelt is dat we dankzij Sterk Techniekonderwijs Twente op het Alma College beschikken over onder andere moderne plotters. Daardoor kunnen wij een soort doorlopende ervaring creëren tussen wat de leerlingen buiten zien en wat er in onze school mogelijk is.” Meer uitstroomrichtingen Ook voor de andere uitstroomrichtingen zijn er voor de BWI-leerlingen bezoeken mogelijk. Hans de Groot: “Voor de oriëntatie op de uitstroomrichting meubel maken gaan we met de BWI-leerlingen naar Van Keulen Interieuwbouw in Nijverdal. En voor het echte restauratietimmerwerk nemen we de leerlingen mee naar stichting RIBO in Hengelo. Voor het bouwtimmeren en daken- en kapconstructies zijn we welkom bij de Bouwmensen Almelo. We proberen elk keuzevak te koppelen aan een bezoek aan een bedrijf of bedrijfsvakschool in de regio.” Belangrijk voor netwerk Simons en Hans hadden dit keer het vervoer zelf geregeld: “Normaal hebben we hiervoor een busje en hebben we logistiek zelf in de hand. Dat maakt het organiseren van dit soort externe leermomenten een stuk gemakkelijker. Ook dit is mogelijk door Sterk Techniekonderwijs Twente. Overigens, Sterk Techniekonderwijs Twente gaat ook over docentenprofessionalisering. Heeft Simon in het licht van dat doel iets aan dit soort bezoeken? “Zeker! Je komt over-en-weer bij elkaar. Heel nuttig om als techniekdocent je externe netwerk in stand te houden.” En Hans? “Je raakt in gesprek met de mensen uit het werkveld bij een bedrijf of een bedrijfsvakschool. Je loopt een middag mee en ervaart hoe de instructeurs van de bedrijfsvakscholen lesgeven. Daar doe ik altijd nieuwe inzichten op die ik vervolgens weer mee kan nemen naar mijn eigen lessen.” MENU

  • Vmbo-leerlingen PIE bezoeken voor het eerst stagemarkt

    5727abb7-dad9-4d95-acb8-a67760b21283 Vmbo-leerlingen PIE bezoeken voor het eerst stagemarkt Elk jaar organiseren ROC van Twente en SMEOT samen een stagemarkt. Techniekstudenten uit het mbo maken rechtstreeks kennis met stagebedrijven. Dit jaar kende deze stagemarkt in september een noviteit: voor het eerst bezochten ook derdejaarsleerlingen PIE van het C.T. Stork College in Hengelo de stagemarkt. Tom Blaauwgeers van C.T. Stork College: “Nuttig, want aan het eind van dit schooljaar gaan ze stage lopen.” Hans Fokke: “C.T. Stork College en SMEOT werken al langer goed samen voor de profielmodules en keuzevakken onder de vlag van STO Twente. Maar ook derdejaarsleerlingen PIE gaan op stage. Zo is het idee ontstaan ook hen uit te nodigen voor deze stagemarkt. Van groot belang, want de derdejaarsleerlingen PIE van C.T. Stork College moeten aan het eind van hun derde schooljaar stage lopen bij een techniekbedrijf.” Oriënteren op beroepsbeelden Op deze stagemarkt kunnen de PIE-leerlingen zich oriënteren op welke beroepsbeelden er zijn in de constructie, mechatronica en verspanende industrie Hans benadrukt dat het hier niet bij blijft: “Dit schooljaar komen deze PIE-leerlingen ook naar SMEOT voor het volgen van hun profielmodules. Om precies te zijn: Bewerken & Verbinden en Besturen & Automatiseren.” Tom: “Die profielmodules baseren we op een doorlopend programma voor specifiek de woensdagmiddag. En nu maken zij tijdens de stagemarkt ook nog eens kennis met bedrijven in de sectoren Metaal, Mechatronica en Verspaning. Een soort voororiëntatie richting hun stage die zij moeten kiezen.” Gerichte loopbaanoriëntatie-opdracht De leerlingen lopen niet zomaar rond, maar bezoeken de stagemarkt op grond van een gerichte loopbaanoriëntatie-opdracht. Tom: “Er staan bedrijven klaar met stands en de leerlingen hebben een mapje met vragen bij zich die ze gezamenlijk hebben voorbereid met hun mentor. Zo kunnen ze kennismaken, vragen stellen en zich een beeld vormen. Ze bezoeken in totaal negen bedrijven, drie per genoemde sector. De winst? Ze krijgen in korte tijd een indruk van wat deze techniekbedrijven doen en wat dit de leerlingen met een stage kan bieden. Een extra winstpunt is dat de leerlingen in de praktijk kunnen brengen wat zij tijdens de loopbaanoriëntering leren: gespreksvoering met de stagebedrijven.” Reactie standhouder De Spiraal en Tribelt uit Haaksbergen waren twee bedrijven die deelnamen aan de stagemarkt: “We vinden dit heel nuttig. Vooral ook om wij bij deze editie van de stagemarkt rechtstreeks in contact komen met PIE-leerlingen uit het vmbo. Dat kunnen toch onze toekomstige collega’s zijn! In onze beide bedrijven zijn we ook bezig om snuffelstages voor vmbo-leerlingen in het leven te roepen.” Enkele reacties van leerlingen Na het kennismaken met de bedrijven stond er gastvrij drinken klaar voor de leerlingen. Eenmaal weer onder elkaar kwamen de tongen al snel los: “Ik wist niet dat er zo veel techniekbedrijven zijn!” “Best spannend om een bedrijf iets te vragen, maar we deden het samen, dus dat viel mee.” “Het duizelt mij nu wel. Maar ik ga rustig met mijn ouders en techniekdocent overleggen waar ik het beste stage kan lopen. De bedrijven hebben mij wel op ideeën gebracht.” “Gaaf dat er ook hele moderne technieken te zien waren!” “Mijn vader werkt ook bij dat bedrijf!” MENU

Zoek

bottom of page