410 resultaten gevonden
- Subregio Hengelo actieve deelnemer aan Twente goes Techno
9cc42df9-6e10-421f-9f96-52aa81f63525 Subregio Hengelo actieve deelnemer aan Twente goes Techno Twente goes Techno is een jaarlijks terugkerend project in de derde week van november. Leerlingen van het voortgezet onderwijs in Hengelo, Enschede en Borne bezoeken twee technische bedrijven. Ook C.T. Stork College uit de STO-subregio Hengelo deed mee met de leerlingen van het tweede jaar. Cindy te Raa, projectleider STO voor de subregio Hengelo: “Met dit bezoek krijgen de leerlingen een beter idee van de werkzaamheden in een techniekbedrijf, de sfeer en ook de verschillende beroepen die binnen het bedrijf mogelijk zijn.” Aanhaken bij nieuwe ontwikkelingen in technologie Cindy: “Twente goes Techno is echt een traditie, ik denk dat C.T. Stork College al vanaf het prille begin meedoet, toen het nog Hengelo goes Techno heette.” Door de jaren heen is de verzameling bedrijven die de leerlingen kunnen bezoeken constant gebleven. Ook melden zich nieuwe techniekbedrijven aan. “Inmiddels doet ook een bedrijf mee dat actief is in zorgtechnologie. In die zin blijft Twente goes Techno aanhaken bij nieuwe ontwikkelingen”, benadrukt Cindy. Evenwichtige keuze De leerlingen mogen eerst zelf een bedrijf kiezen en de school koppelt daar vervolgens een tweede bedrijf aan. Cindy: “Een leerling kiest bijvoorbeeld zelf voor een elektrotechnisch bedrijf. Vervolgens koppelt de school daar een bezoek aan, bijvoorbeeld bij een bouwbedrijf. Het gaat ons erom dat leerlingen een zo breed mogelijk beeld van techniek krijgen.” In groepjes van zo’n tien leerlingen gingen deelnemers op de fiets naar de bedrijven toe, begeleid door een docent. Stevige voorbereiding De leerlingen gaan niet ‘zomaar’ op pad. Cindy: “Vooraf bereiden we op school met hen het bedrijfsbezoek voor met een opdracht vanuit de Loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB). Zo ontdekken ze wat voor een bedrijf het is en wat ze daar maken. En vooral ook: in welke functies werken de mensen daar? Ook bereiden ze samen vragen voor die ze tijdens de bedrijfsbezoeken kunnen stellen. Allemaal bedoeld om vooraf al een bepaalde interesse te wekken. En na het bedrijfsbezoek? Docenten evalueren de bedrijfsbezoeken met de leerlingen door te bespreken welke antwoorden ze op de vragen kregen en wat ze zelf vonden van het bedrijf. Door die afronding willen we onze deelname aan Twente goes Techno meerwaarde geven.” Ook ándere banen binnen techniek mogelijk Cindy benadrukt dat er ook leerlingen deelnemen die nog geen interesse in techniek hebben en misschien ook nooit zullen krijgen: “Maar dat maakt niet uit. We laten ook hen graag kennismaken met bedrijven in hun directe omgeving. Want een doel van Twente goes Techno is deze groep laten zien dat er binnen technische bedrijven ook heel veel andere dan puur technische beroepen mogelijk zijn. Door de bedrijfsbezoeken komen deze leerlingen erachter dat de technieksector ook andere leuke functies biedt. Niet alleen de echte techniekbanen, maar ook inkoop, financieel en bijvoorbeeld personeelszaken.” Mooi voorbeeld: Twence Cindy noemt graag nog even het bedrijfsbezoek aan Twence, de Hengelose afvalverwerker: “Vooraf is het beeld van de leerlingen daarover vaak negatief. Ze denken: het is er vies en je moet een helm op en een pak aan. Maar achteraf blijkt dat ze het toch heel interessant vinden om te zien welke goede dingen er eigenlijk met hun eigen afval gebeuren. Hun vaak sceptische houding zie je tijdens het bezoek in een positieve houding veranderen.” Uitgegroeid tot fenomeen Twente goes Techno is 12 jaar geleden ontstaan door de vraag van werkgevers uit Hengelo, toentertijd nog onder de naam Hengelo goes Techno. Vooral de metaal technische bedrijven maakten zich zorgen over de instroom van jonge vakkrachten in hun bedrijf. Het initiatief is verder uitgewerkt door een projectgroep bestaande uit het kennis- en adviescentrum Kenteq, de Koninklijke Metaalunie, Werk en Vakmanschap, de gemeente Hengelo, Opleidingsbedrijf Metaal, Vmbo Carrousel Twente en uiteraard de decanen van de deelnemende scholen. Sinds 2014 is het breder uitgezet. Vanzelfsprekend veranderde de naam van Hengelo goes Techno in Twente goes Techno. Inmiddels is het aantal deelnemende leerlingen en bedrijven enorm gegroeid. In 2022 zijn er 1700 leerlingen en circa 40 bedrijven actief betrokken bij Twente goes Techno. MENU
- Kennislab van Kids4Twente en STO subregio Hengelo geeft push aan Wetenschap en Techniek
13661157-80b5-43f8-acb6-4da82fc84b72 Kennislab van Kids4Twente en STO subregio Hengelo geeft push aan Wetenschap en Techniek Op 12 maart organiseerden C.T. Stork College en Kids4Twente samen een opleidingsmiddag voor W&T-coördinatoren van Hengelose basisscholen. Een week later, op 19 maart, was het de beurt aan een grote groep W&T-coördinatoren en leerkrachten van dezelfde basisscholen voor een verdere verdieping onder de noemer Kennislab. De leerkrachten namen deel aan een Basisworkshop Onderzoekend & Ontwerpend leren. De W&T-coördinatoren gingen aan de slag in een Focusworkshop ‘W&T, de rol van de leerkracht.” Opnieuw stelde het C.T. Stork College haar deuren hier gastvrij voor open. De conclusie van de deelnemers na afloop? “Alle tips en adviezen maken het mogelijk om W&T goed in te passen in ons basisonderwijs’. Van groot belang, ook vanuit het perspectief van Sterk Techniekonderwijs Twente, voor het creëren van doorlopende leerlijnen. Kids4Twente helpt Twentse basisscholen om W&T-onderwijs te ontwikkelen en te integreren in de eigen schoolpraktijk. C.T. Stork College en Kids4Twente werken nauw samen om specifiek basisscholen uit Hengelo en omgeving alle toegang te geven tot techniek en technologie zoals via dit soort bijeenkomsten. Niet geheel toevallig, want C.T. Stork College profileert zich veelzijdig als technisch vmbo. Benno Hams is Teamleider TGL - BWI - PIE bij C.T. Stork College én regioleider STO van de subregio Hengelo. Hij opende het Kennislab op 19 maart met de uitnodiging om van elkaars kennis, materialen en ideeën gebruik te maken om W&T op de basisscholen goed te gronden. Benno: “Des te beter werken het basisonderwijs en het vmbo samen om een goede doorlopende leerlijn te creëren, een belangrijk doel van Sterk Techniekonderwijs Twente.” Praktische drietrapsraket Tim Post is bij Kids4Twente verantwoordelijk voor de (wetenschappelijke) ontwikkeling en evaluatie van het programma. Met zijn inleiding zette hij nog even de praktische en beproefde drietrapsraket van Kids4Twente voor de implementatie van W&T op een rij: “De beste borging van W&T op basisscholen verloopt in drie fases: 1. In een Netwerkcafé maken de scholen kennis met een lokaal bedrijf en verkennen samen de inhoudelijke samenwerking, 2. In het Kennislab leren ze wat Onderzoekend & Ontwerpend Leren en W&T-onderwijs precies zijn en 3. In Ontwerpstudio’s leren zij tot slot alle eerder opgedane kennis concreet toe te passen door concrete lesactiviteiten voor te bereiden voor hun eigen klas met daarin voor W&T een fundamentele rol.” Toelichting 7 cruciale fases De kern van Tim’s Basisworkshop O&O leren was een heldere uitleg over de 7 cruciale fases die leerkrachten kunnen doorlopen om in lessen zowel het Onderzoekend als Ontwerpend Leren maximaal vorm te geven. Die fases zijn: je leerlingen confronteren met een maatschappelijke uitdaging waarvoor zij én het aan de school gekoppelde bedrijf een oplossing gaan bedenken. Gevolgd door de fases Verkennen, Schetsen/Opzetten, Realiseren/Uitvoeren, Bijstellen/Concluderen, Presenteren en Verbreden. Op een inspirerende manier gaf Tim per fase een direct bruikbare toelichting op vier standaard aandachtspunten binnen elke fase: Leerling, Leerkracht, Thema en Inspiratie. Ook liet Tim helder zien hoe je per fase kant-en-klare werkbladen voor zowel Onderzoekend als Ontwerpend Leren toepast. Focusworkshop ‘W&T, de rol van de leerkracht’ Speciaal voor de W&T-coördinatoren organiseerde Kids4Twente de Focusworkshop ‘W&T, de rol van de leerkracht’. In een vlot tempo namen W&T-experts Esther Heuker of Hoek en Marit Benes de deelnemers hierin mee in zowel interactieve uitleg als praktische opdrachten. Na een korte uitleg over wat Onderzoekend en Ontwerpend Leren ook alweer is, gingen de deelnemers aan de slag met een LEGO-opdracht om te oefenen met het bewust kiezen van een goede W&T-opdracht. Ook werd de vernieuwde taxonomie van BLOOM behandeld en eveneens welke technieken en technologieën in relatie tot W&T momenteel actueel zijn. Kortom, een optelsom van praktische handvatten die de W&T-coördinatoren helpt om op hun basisschool hun collega-leerkrachten maximaal te ondersteunen bij de toepassing en langdurige inbedding van W&T. Praktische vragen Tot slot liet het vragenrondje zien dat de leerkrachten vooral antwoord zoeken op hoe zij W&T in de tijd gezien gebalanceerd kunnen implementeren in relatie tot hun overige curriculum. De kern van het antwoord van Tim? “Zie W&T niet als een aparte methode, maar integreer het zoveel mogelijk met je reguliere lessen. Dan komt het er niet bij, maar is het een organisch onderdeel van wat je al doet! Dan komt W&T namelijk het beste tot haar recht, en breng je leerlingen tegelijkertijd meer inhoudelijke diepgang.” MENU
- Verdieping Keuzevak Drones bereidt vmbo bovenbouw verder voor op beroepenveld
ec18224c-7f9d-4bd7-8712-d72ccd637c07 Verdieping Keuzevak Drones bereidt vmbo bovenbouw verder voor op beroepenveld Het Noordik in Vroomshoop startte vanaf de eerste schoolweek in januari, doorlopend tot en met 10 april, met het verdiepte Keuzevak ‘Dronetechniek 1, vliegen met een drone in een beroepssituatie’. Zes weken lang op de woensdagmiddag school-overstijgend verzorgd door gastdocent Peter Weideman van het Almelose Omnis College. Peter: “We staken in op puur het plezier mét en algemene kennis óver drones.” Peter heeft dit keuzevak naar ‘the next level’ getild, op weg naar een écht certificaat voor de leerlingen. Om dit doel te bereiken is onder andere een heuse digital classroom aan het keuzevak toegevoegd. Peter: “In feite creëren we hiermee een doorlopende leerlijn voor drones.” Van vrijblijvend naar verdiepend Eerder lag met dit keuzevak de focus op het kennismaken met drones. Peter: “Voorop stond om leerlingen de interessante gadget-waarde van drones te laten ervaren. Maar de ontwikkelingen lieten zich niet tegenhouden. We geven inmiddels bijvoorbeeld masterclasses op het gebied van dronetechniek. Langzaamaan ontstond de visie om dit steeds serieuzer en professioneler in te bedden. Vooral gevoed door de insteek dat ook het bedrijfsleven steeds meer met drones gaat werken en vmbo-leerlingen drones dus later in hun werk gaan tegenkomen.” De diepte in op basis van bijpassende kerndoelen Met het keuzevak voldeden Peter en zijn drone-collega’s aan alle kerndoelen, maar behaalden de leerlingen nog niet hun certificaat. Daar is inmiddels hard aan gewerkt. Peter: “We gaan nu in de bovenbouw de diepte in op basis van bijpassende kerndoelen. We kiezen dus voor een verdieping en meer formalisering met als concreet doel het door de derde- en vierdejaars leerlingen behalen van het basiscertificaat A1/A3, gebaseerd op meer onderliggende theorie. Wij werken hiermee in de bovenbouw langzaamaan toe naar beroepsmatig dronevliegen. Daarmee zijn deze leerlingen nóg beter voorbereid op de talloze nieuwe beroepssituaties met drones.” Peter geeft een sprekend voorbeeld: “Denk aan dakdekkers die met een drone een dak inspecteren en zo niet zelf risicovol het dak op moeten.” Bijzonder is dan ook dat de leerlingen bij dit vernieuwde keuzevak in de buitenlucht met een lichte variant drones mogen vliegen. Peter: “Die vlieg je zonder brevet en ook met die lichte buitenvariant kunnen we onze vmbo-leerlingen al goed warm laten lopen, uiteraard onder toezicht.” Volgend jaar mogelijk uitbreiding naar samenwerking beroepenveld Peter is voornemens volgend jaar partijen uit het beroepenveld te polsen om hun praktijkinbreng mee te nemen naar het keuzevak: “Denk bijvoorbeeld aan de brandweer. Maar daarvoor willen we ook ons lesarsenaal graag uitbreiden, zoals drones met warmtebeeldcamera’s.” Over het algemeen nemen vooral leerlingen PIE deel aan het keuzevak. Peter: “Maar ook leerlingen uit andere profielen zijn meer dan welkom, al was het maar om hun horizon te verbreden.” Nieuw is ook dat vanaf januari 2024 leerlingen van het Canisius uit Tubbergen dit keuzevak volgen op de woensdagmiddag. Peter: “We tellen op dit moment vier leerlingen van Het Noordik uit Vroomshoop en vier leerlingen van het Canisius. We merken nu al dat de inhoudelijke uitbreiding van dit keuzevak hen enorm motiveert.” Samenwerking met UAV+ Om dit‘next level’ voor dit keuzevak in de bovenbouw een goed fundament te geven, ging Peter in zee met UAV+. Peter: “Op internet vind je meerdere aanbieders van drone-certificaten. Maar we wilden het lesgeven, de theorie én het examineren meer gewicht geven. We zijn uitgekomen bij François Coppens, Drone coördinator RPA-L FI van UAV+. Alles in die aanpak is erop gericht onze leerlingen écht de diepte in te laten gaan.” Impact drones nog onderschat François benadrukt dat veel vmbo-scholen nu nog onderschatten wat de impact van drones gaat worden op het (technisch) beroepenveld: “In alle facetten van onze maatschappij gaat dit doordringen. Ik voorspel dat het leveren van pakketten via drones naar verzamelhubs in steden de normaalste zaak van de wereld gaat worden. Daarmee worden vooral vmbo-leerlingen super belangrijk, want al die systemen moeten onderhouden worden.” Nieuw: digital classroom François Coppens is de originele schrijver van het keuzevak Dronetechniek: “Drie jaar geleden heb ik dit voor het vmbo in het leven geroepen.” François geeft de theorie, opleidingen en andere ondersteuning voor de leerlingen van Peter Weideman via UAV+: “Daarvoor zet ik een digitale classroom op inclusief eveneens digitale theorie. In feite een elektronische leeromgeving en daarin staat inmiddels overzichtelijk, gecentraliseerd én geactualiseerd al ons lesmateriaal voor drones dat wij in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Goed om te melden is dat we heel veel lesmateriaal hebben voorzien van extra toepassingsvoorbeelden. Daardoor maken de vmbo-leerlingen veel gemakkelijker de koppeling tussen theorie en toepassing.” De docent kan leerlingen toevoegen aan deze digitale lesomgeving. De leerling logt vervolgens in en begint in zijn of haar eigen tempo met het lesmateriaal. Op de achtergrond kan de docent de leerling volgen en ondersteunen waar nodig.” Voor Peter en zijn leerlingen ligt hierbij de focus op verdieping én het gestaag toewerken naar het behalen van het brevet. De examinering van de leerlingen van dit keuzevak verloopt via een andere organisatie: Drones4: “Dit is dus netjes gescheiden, zoals dit ook hoort”, benadrukt François. Planning Peter: “Het keuzevak loopt nu tot 10 april. Eind maart. Begin april hoop ik de eerste leerlingen het certificaat voor A1/A3 dronevliegen te kunnen overhandigen en we zien nu al heel veel enthousiasme bij de leerlingen!” MENU
- Inspiratie opdoen voor een baanbrekende hybride leeromgeving
16801d8d-0db9-430d-acf9-ecf95546d8b1 Inspiratie opdoen voor een baanbrekende hybride leeromgeving De STO Subregio Almelo e.o. verbindt aan haar inzet voor Sterk Techniekonderwijs Twente een visie op de lange termijn. Het thema? Baanbrekend Leren. Met als visie: ‘samen bouwen aan het Twente van morgen’ door techniekonderwijs naar een hoger plan te tillen, met de focus op het vmbo. Vooral de hybride leeromgeving krijgt hierin aandacht. Waarbij onderwijs en bedrijfsleven veel meer samen optrekken bij het opleiden van jong technisch talent. Elders in de keuken kijken De subregio Almelo e.o. kijkt graag bij andere regio’s in Nederland in de keuken om inspiratie op te doen. Zoals op 1 oktober in Eindhoven op de Brainport Industries Campus. Rik Pape van de subregio Almelo e.o.: “Regio-overstijgende samenwerking is cruciaal voor inspirerend en toekomstbestendig onderwijs. Want alleen vanuit verbinding kun je vernieuwen.” Leren van hybride leeromgeving STO Subregio Almelo e.o. heeft al diverse netwerkevents achter de rug, ook met de techniekbedrijven in hun regio. Rik Pape, projectleiding STO Almelo e.o.: “Daar ontstond het idee om inspiratie op te doen in andere STO-regio’s. Wim Sturris van de Groot Vroomshoop bleek bouwend te hebben meegewerkt aan een mooi techniekproject: de Brainport Industries Campus in Eindhoven. We besloten om met de Almelose STO-organisatie en een aantal bij STO Almelo e.o. aangesloten ondernemers er op bezoek te gaan. Bedoeld om elkaar regio-overstijgend te leren kennen, van elkaar te leren en inspiratie op te doen voor onze eigen subregio. Eindhoven staat bekend om z’n hybride leren. We hebben dit bezoek aangevlogen vanuit Twente en de opgehaalde inzichten weer laten landen in Twente.” Gebalanceerde vergelijking Uiteraard is de ene STO-regio de andere niet. Door het bezoek is Rik in staat een gebalanceerde vergelijking te maken: “Eindhoven is heel bedrijfsmatig en stabiel georganiseerd met een sterke kracht en impuls vanuit het bedrijfsleven. Denk aan Philips, ASML, VDL, KMWE en meer. Het onderwijs mag hierbij aansluiten. Echter, Twente is gelijkwaardiger en hier trekken de 3 O’s écht samen op. De rol van het onderwijs in Twente is die van de verbindende vernieuwer en daarmee blijft het onderwijs in de lead voor het vormgeven van educatieve trajecten. Daarmee onderscheiden we ons van Eindhoven. We staan aan het begin van de lange en uitdagende reis van de samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs. Op termijn gaat dit zeker voor Twente goede antwoorden opleveren.” Ideeën uitwisselen Het was goed om met elkaar een dag op te trekken, benadrukt Rik: “De subregio STO Almelo e.o. kent een behoorlijk complexe organisatie met acht aangesloten scholen en een heel breed werkgebied. Door corona waren we zelden bij elkaar geweest. Het was nuttig om met elkaar de horloges gelijk te zetten voor wat betreft STO Twente.” Op Brainport Industries Campus komen de meest innovatieve en succesvolle bedrijven en instituten uit de Brainport regio bij elkaar als één geheel. Rik: “Deze campus is dé plek waar innovatie- en concurrentiekracht van de hightech maakindustrie vleugels krijgt. We kregen een rondleiding, hielden werksessies en wisselden ideeën uit. Je stimuleert zo heel goed de ‘toevallige ontmoeting’.” Centrale schakelfunctie van vmbo Over het algemeen zijn het primair onderwijs, vmbo en mbo nu nog vaak eilandjes, benadrukt Rik: “Wij koersen op een intensieve samenwerking tussen hen én de uitwisseling op die drie niveaus met het bedrijfsleven.” Het primair onderwijs heeft de taak meer aan techniekonderwijs te doen. Er zijn inmiddels genoeg basisscholen die al gebruikmaken van de kennis en expertise in het vmbo, een mooie kans van STO. Want STO Twente heeft alles in handen om deze uitdaging samen met het primair onderwijs op te pakken. Rik: “Zo krijgt het vmbo een centrale schakelfunctie in het ontwikkelen van dit soort verbanden. Dat is het mooie van STO Twente.” Tot slot wil de subregio Almelo nog meer techniekbedrijven aan tafel krijgen dan nu al het geval is. Rik: “Willen we een goed leefbare en werkbare regio? Dan hoort daar een nog intensievere samenwerking met het technisch bedrijfsleven bij.” https://www.baanbrekendleren.nl/ MENU
- Rijssense tips voor werving en behoud hybride docenten
9956cce8-2908-4b72-a314-528d97364db3 Rijssense tips voor werving en behoud hybride docenten Hybride docenten zijn een belangrijk speerpunt van STO Twente. Toch blijkt de praktijk weerbarstig. Waar vind je hen? En hoe bind je deze toppers uit het bedrijfsleven aan je school? In Rijssen scoren ze goed met hybride docenten. Ze hebben er inmiddels maar liefst zes aan de slag. Wat zijn de succesfactoren hierin? Joke Lankamp van CSG Reggesteyn licht het toe: “Het draait allemaal om persoonlijke aandacht.” Veel aandacht vereist Hybride docenten komen niet vanzelf aanvliegen, benadrukt Joke: “Je moet eruit af, je gezicht laten zien bij de bedrijven en connecties opbouwen en onderhouden. Daar gaat het om, je regelt het niet met een mailtje. Ook laat ik binnen onze school in allerlei vergaderingen regelmatig weten dat we hybride docenten zoeken. Je moet het continu op de agenda houden.” En zijn de hybride docenten eenmaal binnen? Dan ondervindt Joke dat regelmatig overleg met de hybride docenten goed is: “We polsen hoe het gaat, en spreken en mailen elkaar.” Behoefte aan permanente ontwikkeling De hybride docenten zijn nu voor het tweede jaar aan de slag en geven bij Joke aan dat zij zich graag verder willen ontwikkelen. Joke: “Ze hebben ambitie en bijvoorbeeld door het aanbieden van studiemogelijkheden blijf je ze prikkelen, zoals met de opleiding voor het Pedagogisch-Didactisch Certificaat.” Ook belangrijk is, geeft Joke aan, om het arbeidsrechtelijk en administratief goed af te kaarten. Joke: “De werkgever detacheert de werknemer en wij betalen de hybride docenten. Dat moet je helder hebben. Mijn advies? Pak dit soort zaken in nauwe samenwerking met P&O van je school op.” Goede planning van belang Twee van de zes hybride docenten werken bij BWI. Joke: “Beide komen van hetzelfde bouwbedrijf en de eigenaren gunnen deze twee medewerkers de kans om zich ook elders te ontwikkelen zoals in het onderwijs.” Het eerste jaar kwamen ze binnen om te snuffelen, te helpen en te ondersteunen. De onderwijscollega’s hadden al snel door dat ze aanleg hadden: ze blijven rustig, leggen de leerlingen de lesstof goed uit en passen in het team. Joke: “Eén van deze twee hybride docenten volgt momenteel ook nog een dag in de week de studie Praktijkondersteuner. Daarna start hij zelfs met een volledige tweedegraads opleiding.” Wel benadrukt Joke dat je er met je planning rekening mee moet houden dat er altijd minimaal een tweedegraads bevoegd docent in de klas is als de hybride docent aan het werk is. Een aantal van de zes huidige hybride docenten groeit naar verwachting door studie door naar hogere onderwijsfuncties. Joke: “Dus moet je continu blijven werven voor nieuwe hybride docenten.” Ook bewuste inzet op Technolab Joke: “Verder zit er één hybride docent op PIE, één op M&T en twee in het Technolab. De hybride docenten van PIE en BWI werken vanuit de Kampus in Rijssen.” De plaatsing van twee hybride docenten in het Technolab licht Joke graag nader toe: “Op het Technolab hebben we de bezetting graag breed op orde. Vanuit die stevige bezetting willen we intern en extern zoveel mogelijk leerlingen, leerkrachten én onze eigen docenten met het Technolab kennis te laten maken. Zodat ons Technolab ook op de lange termijn, dus ná 2028, kan blijven draaien.” Ook benadrukt Joke dat de hybride docenten van belang zijn voor de PRO-leerlingen. Joke: “Ik heb leerlingen PRO die naar een tweede niveau gaan. Dit betekent dat zij op maandag lassen. Ik kan geen docent enkele uren per week alleen maar op drie PRO-leerlingen zetten. Dus deze leerlingen krijgen op maandag ondersteuning bij het lassen van onze hybride docent in ons PIE-lokaal op de Kampus.” Hybride docent ondersteunt laskampioen! Hét idee achter de hybride docenten is dat zij actuele technische kennis uit het bedrijfsleven de school in brengen. Werkt dat inderdaad zo? Joke: “Zeker! Neem de twee hybride docenten uit het bouwbedrijf. We hebben altijd moeite gehad om de juiste vakmensen in het onderwijs te vinden voor schoon metselwerk en alle vernieuwingen daarin. Eén van de twee hybride docenten uit het bouwbedrijf kan dat supergoed en brengt deze kennis zó het praktijklokaal in. En de hybride docent bij PIE tilt de leerlingen een niveau hoger met TIG lassen. We hebben een M&T leerling die in leerjaar vier een keuzedeel volgde bij PIE. Hij werd onlangs Nederlands kampioen lassen vanuit de wedstrijden die NIL organiseert voor het vmbo! Onze hybride docent heeft hem extra ondersteund.” Maar ook brengen de hybride docenten de praktische sfeer uit het bedrijfsleven mee de school in voor de leerlingen. Joke: “Onze eigen docenten zijn blij met hybride docenten die hen komen ondersteunen, ze profiteren van elkaar.” MENU
- Gluren bij de buren: Inspiratiesessie circulair bouwen
5bbeb60c-ac87-4d27-866f-85770e72f109 Gluren bij de buren: Inspiratiesessie circulair bouwen STO Almelo e.o. doet ook graag ideeën op buiten de eigen regio. Zo was er eerder een geslaagd werkbezoek aan de collega’s in Eindhoven. En nu, dichterbij huis, ging een gemengde groep geïnteresseerden op bezoek bij de STO-collega’s in Hardenberg. Rik Pape: “Grens overstijgende samenwerking is cruciaal voor inspirerend en toekomstbestendig techniekonderwijs.” Openstaan voor nieuwe ontwikkelingen STO Almelo e.o. bekijkt voor verschillende profielen bij welke nieuwe ontwikkelingen zij willen aansluiten. Bijvoorbeeld bij BWI is er belangstelling voor het nieuwe vak circulair bouwen dat dit jaar is opgezet bij Het Vechtdal College in Hardenberg. Simon Damink (BWI) en Erik van Bunnik (PIE) willen bovendien de handen ineenslaan voor een bouwproject. Ook hierin zijn er leuke initiatieven bij Het Vechtdal te zien. Kortom, de hoogste tijd voor de subregio Almelo e.o. om bij de STO-buren te gaan kijken in Hardenberg. Bezoek aan bedrijf en school Op vrijdag 10 juni vond er eerst een inspiratiesessie circulair bouwen plaats bij Hibertad/Bouwbedrijf Dijkhuis. Gevolgd door een bezoek aan het Vechtdal College te Hardenberg. Het Erasmus uit Almelo en Vechtdal werken al langer samen met bouwbedrijf Dijkhuis. Bij dit bouwbedrijf spreken zij al niet meer over circulair bouwen maar over gezond wonen en bouwbiologie. Circulair bouwen is voor hen een basis om dit vorm te geven. De eigenaar heeft vanuit de behoefte systematisch kennis op het gebied van duurzaam bouwen bijeen te brengen en te onderzoeken mede de stichting Hibertad opgezet. Zij betrekken ook vmbo-jongeren door hen als ‘’ondernemer van nu’’ deel te laten nemen aan activiteiten. Wederzijdse kennisuitwisseling Rik Pape blikt tevreden terug: “Onze visie op een ‘grens overstijgende samenwerking is cruciaal voor inspirerend en toekomstbestendig onderwijs. Dat bleek ook tijdens dit werkbezoek. In Hardenberg zijn ze een heel eind op weg met duurzaam bouwen omdat ze een goede partner hebben gevonden in een circulair bouwbedrijf. Al met al zeer interessant om te zien en ook om uitgedaagd te worden. We kwamen met meerdere techniekdocenten uit Almelo e.o., maar ook andere geledingen uit STO Almelo e.o. haakten enthousiast aan. Het is nu aan de verschillende kartrekkers in onze subregio om hier hun eigen plan op te trekken. Het mooie van zo’n bezoek is dat je met je eigen groep een hele ochtend op pad bent. Je praat niet alleen met de partij die je bezoekt, maar ook onderling. Je informeert elkaar over de huidige stand van de techniek, trekt vergelijkingen tussen alle STO-activiteiten in onze subregio en die in Hardenberg én je daagt elkaar over de volle breedte uit.” Tegenbezoek in de planning Ook is er gediscussieerd over wat duurzaamheid eigenlijk betekent voor de technische vakken die de scholen in de subregio Almelo geven en ook voor STO Twente. Rik: “En vooral: hoe kunnen we dit in de toekomst in Twente aanpakken? Vliegen we circulariteit aan als keuzevak? Of moeten we dit veel breder implementeren in al onze opleidingen? Discussies waar je niet in één ochtend een conclusie uit trekt, maar deze gesprekken tijdens zo’n inspiratiesessie zijn heel veel waard voor de langere termijn. Zo zijn ze in de STO-regio Hardenberg op hun beurt geïnteresseerd in hoe wij omgaan met het technisch bedrijfsleven. Zij komen graag een keer bij ons op bezoek om dat aspect uit te pluizen.” MENU
- Technolab De Waerdenborch Goor combineert oude en nieuwe wereld
7622c388-e522-45a7-b41d-e495362183b2 Technolab De Waerdenborch Goor combineert oude en nieuwe wereld Meerdere scholen binnen STO Twente hebben inmiddels een Technolab. Ook de vestiging van De Waerdenborch in Goor is trots op haar Technolab, in een goed werkbare fysieke combinatie met het Technieklokaal. Tot nu toe stond de vestiging van De Waerdenborch in Goor niet echt in de schijnwerpers van STO Twente. Daarom geven we onze STO-collega’s in Goor met hun Technolab/Technieklokaal met plezier een platform in onze nieuwsbrief! De beheerder maakt het verschil Een Technolab kan nog zó mooi zijn ingericht; het zijn de beheerders ervan die er hun ziel en zaligheid in leggen en voor de leerlingen echt het verschil maken. Neem Bram Bosch, de beheerder van het Technolab in Goor. Hij is bevlogen en ziet ook nog eens kans twee dagen per week het Technolab van De Waerdenborch in Holten te ondersteunen als beheerder, samen met de vaste beheerder hier, Koen Vehof. Van onderwijsassistent naar instructeur Hoe komt Bram eigenlijk in de wereld van Technolabs verzeild? “Ik ben eerder op een andere school in Enschede onderwijsassistent geweest, specifiek voor Zorg & Welzijn en HBR. Vorig jaar ben ik in die functie gestart op De Waerdenborch bij Natuur & Techniek en Zorg & Welzijn. Techniek gaat mij goed af en De Waerdenborch vroeg mij vervolgens om beheerder te worden van het Technolab in Goor. Naast techniek, kan ik hierin ook mijn liefde voor ICT kwijt. Daarom heb ik deze functie als instructeur volmondig aanvaard en inmiddels heb ik heel veel leuke ervaringen opgedaan.” Veelzijdigheid werkt inspirerend Bram ervaart dat hij heel veel van zichzelf in het Technolab kan leggen: “Vooral onze bewust gekozen combinatie van het Technolab vol met nieuwe technologie met ons al bestaande Technieklokaal spreekt mij enorm aan. Beide techniekwerelden, van boren in hout en metaal tot en met 3D printen komen hierin voor de leerlingen tastbaar, zichtbaar en werkbaar samen, en dat ook nog eens fysiek heel dicht bij elkaar. Geeft een docent vakles in het Technieklokaal? Dan vind ik op een natuurlijke wijze mijn rol, daarin de docent ondersteunend.” Nog meer integratie met vakkenpakketten Bram benadert het Technolab graag als een soort mediatheek: “Ik zie het beslist niet als een verzameling losse gadgets. Natuurlijk, ik ondersteun de leerlingen bij het gebruik van de technologie, zoals hoe je een 3D printer gebruikt. Maar tegelijkertijd heb ik de vrijheid om leuke activiteiten te bedenken voor de leerlingen om hen allerlei materialen te laten uittesten. Het is voor mij extra leuk om binnen deze vrijheid zelf aan de slag te kunnen als instructeur.” Een voorbeeld? De leerlingen in leerjaar 1 maken in het vak Natuur & Techniek onder andere een strandzeiler op miniformaat. Bram: “Daarin komen voor de leerlingen heel veel technieken samen zoals metaal- en hout- tot en met kunststofbewerking. Ook leren ze goed meten en monteren.” Bram pleit ervoor om de mogelijkheden van het Technolab nog meer te integreren in de vakkenpakketten: “Zoals bij Natuur & Techniek, daarbinnen zou de vaste plek van het Technolab nog beter kunnen en daar werken we momenteel aan.” Stevigere inzet op basisscholen Bram weet hoe belangrijk het is om de PO-scholen uit Goor in het Technolab te krijgen, in lijn met de doelen van STO Twente, maar dat is niet altijd zo gemakkelijk. Bram: “Volgend jaar gaan we hier nog meer energie in steken. De basisscholen zijn enthousiast, maar soms is het nog een uitdaging om hen over de drempel te krijgen voor het Technolab.” Bram vermoedt de oorzaak: “Basisscholen denken vaak dat er een heleboel werk bij komt als ze naar het Technolab komen, maar het is juist andersom; we nemen hen al het werk uit handen en regelen het bezoek tot in detail. Ook betekent hun komst met hun leerlingen naar ons Technolab dat ze een stuk efficiënter en meer inhoudelijk aan de verlangde inzet op W&T voldoen.” Op de uitkijk voor nieuwe technologieën Het Technolab in Goor biedt al veel technologieën, maar nieuwe technologieën zijn altijd welkom. Bram: “Ons collega-Technolab in Holten schafte onlangs een cobot aan, een robotarm, maar daar moeten we uiteraard zelf een lessenpakket bij maken. Pittig, maar je werkt dan meteen wel heel praktisch aan je eigen ontwikkeling, ook een doel van STO.” Bram sprak bij een bedrijf onlangs een oud-collega van zijn vorige school in Enschede: “Zij hebben inmiddels een pop-up podcaststudio in hun Technolab. Heel eigentijds, en leerlingen gebruiken hier technologie om ook iets concreet te maken, namelijk content! Deze technologie in ons Technolab kun je perfect koppelen aan vakken als Nederlands, Engels en Maatschappijleer. Je maakt dan geen opstel, maar leert een verhaal te vertellen achter een microfoon, ook goed voor de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen. Plus het leren bewerken daarvan tot een kant-en-klare podcast. Dit past ook in de verbreding van het Technolab naar andere vakken, zoals ook STO graag ziet in de periode 2025 t/m 2028.” MENU
- Samenwerking C.T. Stork College en SMEOT krijgt verder vorm
7d2376f8-76ee-44e9-890e-9dc918b9daea Samenwerking C.T. Stork College en SMEOT krijgt verder vorm De samenwerking tussen de afdeling PIE van C.T. Stork College en bedrijfsvakschool SMEOT groeit. Tom Blaauwgeers, projectleider Sterk Techniekonderwijs regio Hengelo: “De uitwisseling met het SMEOT draagt bij aan de technische beeldvorming en zicht op de competenties van een technische vervolgopleiding.” Meerdere voordelen Kortom, een mooi voorbeeld van gezamenlijk optrekken voor kennisdeling en school-overstijgende docentprofessionalisering. Plus het in samenwerking met het bedrijfsleven updaten van de inhoud van het fietsvak. Met als uitkomst het aanbieden van al deze mogelijkheden voor leerlingen die op de eigen school niet aanwezig zijn. Jeffrey: “Ik investeer graag in de jeugd, want zij zijn onze toekomst in de techniek voor Twente. We springen om dit talent en daar draag ik graag aan bij.” En de leerlingen? Die komen, als zij later op het ROC kiezen voor fietstechniek, maximaal voorbereid op het mbo aan. MENU
- STO-partner REMO West-Twente ontvangt steeds meer vmbo-leerlingen
b235b580-889a-494a-94b5-9d81e7dbf72f STO-partner REMO West-Twente ontvangt steeds meer vmbo-leerlingen REMO West-Twente in Rijssen werkt samen met ROC van Twente en biedt technische BBL-opleidingen op mbo-niveau 2, 3 en 4 aan. Variërend van opleidingen Mechatronica en Metaalbewerken tot en met Duurzame installaties. REMO West-Twente is van meet af aan een sterke samenwerkingspartner van STO Twente. Hoog tijd voor een tussenbalans. Anniek van Buren werkt als marketingadviseur voor REMO West-Twente: “Het souterrain van REMO West-Twente gaan we compleet inrichten als PIE-lokaal. En straks, in ons Experience Center, gaan we leerlingen interactief inspireren om voor techniek en technologie te kiezen.” Sterke samenwerking REMO West-Twente werkt binnen de subregio Rijssen- Holten vooral nauw samen met de vmbo-afdelingen van CSG Reggesteyn in Rijssen en Nijverdal, OSG De Waerdenborch in Goor en Holten en Jacobus Fruytier Scholengemeenschap in Rijssen. Anniek: “Samen maken we ons sterk om techniek nog meer te promoten bij de vmbo-leerlingen. Dat start met leerlingen nog beter meegeven wat techniek en technologie precies zijn én welke mogelijkheden daarbinnen voor hen liggen. We merken dat Sterk Techniekonderwijs Twente een enorme impuls heeft gegeven aan het onderling nog verder aantrekken van de banden.” Techniekconcentratie in Kampus Rijssen REMO West-Twente is inmiddels compleet gehuisvest in Kampus Rijssen. Anniek: “De verbouwing is nog niet helemaal afgerond, maar Kampus Rijssen wordt dé plek voor innovatief vakmanschap in Twente, met vooral een groot accent op techniek. Ook zijn hier Bouwmensen Rijssen en ROC van Twente gehuisvest. Daarnaast werken we vanuit Kampus Rijssen ook intensief samen met onderwijspartners OT&L en InfraVak.” Compleet ingericht PIE-lokaal Goed nieuws is dat het souterrain van REMO West-Twente compleet wordt ingericht als PIE-lokaal: “CSG Reggesteyn is één van de partners die hier sowieso gebruik van gaat maken. De vmbo-leerlingen Techniek van deze STO-school gaan hier hun volledige opleiding volgen. Ook gaan we SG De Waerdenborch en Jacobus Fruytier Scholengemeenschap uitnodigen hier met hun techniekleerlingen projecten uit te voeren.” Inmiddels al tal van samenwerkingen vmbo-mbo “We nodigen nú al leerlingen uit”, benadrukt Anniek: “Verleden jaar bijvoorbeeld hebben vier vmbo-leerlingen van CSG Reggesteyn en OSG De Waerdenborch bij REMO West-Twente meegedraaid in een pilot voor het leren verspanen en een opdracht op dat specifieke terrein uitgevoerd. Bemoedigend is dat we vervolgens zagen dat drie van deze leerlingen na het vmbo daadwerkelijk is doorgestroomd naar de opleiding verspanen. Vorig schooljaar hadden we geen instroom voor verspanen en nu vijf leerlingen. Die leerlingen gaven aan dat zij door de eerdere kennismaking met verspanen daar enorm enthousiast van werden. We zien dus echt de positieve gevolgen van STO Twente!” Stimulerende verdieping voor vooroplopende leerlingen Anniek: “Van De Waerdenborch hebben we tien leerlingen, verspreid over een aantal weken op bezoek gehad waarin zij, samen met onze docenten, werkten aan het bouwen van een step. Bedoeld om hen nóg meer uit te dagen in het metaalvak. Docenten willen hen dan iets extra’s bieden en vragen ons of zij bij REMO West-Twente kunnen meelopen. Daar staan wij graag voor open. Wij hebben hier alle faciliteiten om dit soort leerlingen nog meer uit te dagen en verdiepend te laten kennismaken met metaal bewerken. Zoals bijvoorbeeld het bouwen van een grote en robuuste step. En wat zo leuk is: eenmaal af hebben deze leerlingen hun projectstep geschonken aan én gepresenteerd op hun voormalige basisscholen. De leerlingen en leerkrachten daar krijgen zo in één moeite door mee hoe leuk en interessant techniek kan zijn.” Digitaal inspireren in Experience Center Ook interessant voor de vmbo-leerlingen is de komst en verdere invulling van een uitdagend Experience Center in Kampus. Anniek: “Hier willen we vooral vanuit allerlei digitale mogelijkheden een inspirerende interactie op gang brengen tussen leerlingen uit het vmbo en Kampus. Alles is hier in principe mogelijk, zoals Virtual Reality. De insteek is dat we de leerlingen eerst interactief laten kennismaken met techniek en technologie en hen vervolgens in het PIE-lokaal écht aan de slag laten gaan. Kortom, het Experience Center is meer digitaal en het PIE-lokaal meer fysiek gericht, zoals lassen en installaties aanleggen. We overleggen nu nauw met alle bij Kampus betrokken partners welke digitale interactiviteit het beste de interesse kan opwekken.” Van belang: basismotivatie voor techniek Tot slot heeft Anniek een suggestie: “Het risico met al onze mogelijkheden, ook digitaal en dergelijke, is dat we door leerlingen vooral gezien worden als vermaak. We zien dat we de beste resultaten met vmbo-leerlingen bereiken, als zij in de basis gemotiveerd zijn voor techniek en willen ontdekken wat daarin voor hen allemaal mogelijk is. Dat zij nog niet exact weten welke techniekrichting zij willen volgen, dat begrijpen we heel goed; ze zijn nog erg jong. Maar hoe beter de vo-scholen hun vmbo-leerlingen selecteren op hun daadwerkelijke interesse, hoe beter REMO West-Twente die vlam bij hen kan ontsteken.” MENU
- Girls’ Day 2023: meiden van de Waerdenborch aan de slag bij Aqua+
c3f5bb72-6ced-414d-a274-44adad918e4f Girls’ Day 2023: meiden van de Waerdenborch aan de slag bij Aqua+ Girls’ Day 2023 kreeg in het kader van STO Twente een mooie invulling op de Waerdenborch in Holten en Goor. Op maandag 17 april gingen 48 meiden op bezoek bij Aqua+ in Goor. Ynske van der Meulen is docent natuur en techniek op de Waerdenborch in Holten: “Michelle Endeman van Aqua+ heette ons welkom en vertelde gepassioneerd over Aqua+. De vrouwelijke professionals van Aqua+ hadden speciaal voor onze meiden van de Waerdenborch een Girls’ Day programma gemaakt.” Aqua+ is Nederlands marktleider in het ontwerpen, installeren en onderhouden van sprinklersystemen en andere brandbeveiligingsinstallaties. In vier roulerende groepen kregen de meiden een rondleiding door het bedrijf, werkplaats, magazijn en ICT. Ook de afdeling engineering werd bekeken. Ynske: “Een vrouwelijke engineer vertelde hoe ze terecht was gekomen in de technische wereld en hoe het is om in deze mannenwereld te werken. De meiden stelden haar ook vragen.” Vervolgens werd in de demonstratieruimte uitgelegd hoe een sprinklerinstallatie werkt, ook was er een demo van het afgaan van een sprinkler. Ynske: “Een van de meiden mocht een BBQ aansteken waardoor de sprinkler afging. Dit was hilarisch want bij het afgaan schrok iedereen zich een hoedje.” Demo van HoloLens Ook was er een korte demo van de HoloLens. Ynske: “Met de HoloLens kun je 3D modellen in de reële ruimte afbeelden. Diverse meiden mochten de HoloLens op, en via een digitaal scherm konden de andere meiden meekijken. Omdat de meeste meiden al op school met VR hadden gewerkt was de HoloLens niet helemaal onbekend.” Twee workshops Toen was het tijd voor twee workshops: het technisch tekenen van een stoel in drie aanzichten, en een sprinklerpoppetje in elkaar zetten aan de hand van een stuklijst. Ynske: “Met de stuklijst moesten ze naar “het magazijn” om de onderdelen te halen om vervolgens het poppetje in elkaar te zetten. Dit was een leuke activiteit.” Er werden wat dingen bij verzonnen, en zo ontstonden er acht verschillende poppetjes. De mooiste twee werden uitgekozen door monteur Robbert. Met één poppetje naar Goor en één poppetje naar Holten gingen de meiden weer richting school. Ynske: “Het was een geslaagde ochtend bij Aqua+ en we bedanken hen voor het organiseren van deze Girls’ Day 2.0. We komen volgend jaar graag terug.” Nóg meer inspiratie voor het Sprinklerpoppetje! https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7054182437743943681updateEntityUrn=urn%3Ali%3Afs_feedUpdate%3A%28V2%2Curn%3Ali%3Aactivity%3A7054182437743943681%29 MENU










