top of page

Doorzoek deze website

464 resultaten gevonden

  • STO Twente aan tafel bij webinar ‘Versterk uw techniekteam met hybride professionals'

    6ae3e23c-3993-4923-9fa7-04f0ffcd788f STO Twente aan tafel bij webinar ‘Versterk uw techniekteam met hybride professionals' Op woensdag 19 januari organiseerde Sterk Techniekonderwijs landelijk een interessante en gestreamde livediscussie met als thema ‘Versterk uw techniekteam met hybride professionals”. Gastspreker was onder andere Hans Meinders. Hij is adjunct-directeur van het Twents Carmel College (TTC) Oldenzaal en projectleider/penvoerder bij STO Twente. Ook gaf de Twentse Hybride professional Jelmer Vos zijn visie vanuit de praktijk. Eén van de doelen van STO Twente is het werven van meer docenten en begeleiders. Het concept van de hybride professional draagt hieraan bij. Dit is een ervaren professional die in het technisch bedrijfsleven werkt én zijn of haar kennis doorgeeft aan leerlingen op school. Resultaten onderzoek “Hybride professionals in de techniek” Als inleiding presenteerde Monique Ridder van Hogeschool Windesheim de resultaten van het TechYourFuture-onderzoek “Hybride professionals in de techniek”. Haar presentatie ging uiterst praktisch in op drie concrete vragen: hoe hybride professionals het technisch bedrijfsleven en technisch beroepsonderwijs met elkaar verbinden en wat de waarde daarvan is en hoe de school- en de bedrijfsorganisatie de positie van hybride professionals aantrekkelijk kunnen maken. En tot slot: hoe scholen en technische bedrijven kunnen samenwerken om hybride professionals aan te trekken en te behouden? Drie belangrijke tips Onderstaand drie belangrijke tips uit het onderzoek voor wie ook hybride professionals wil werven én behouden: • Zet in op hun expertise op basis van co-teaching en gastdocentschap. • Zorg voor aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en biedt de hybride professional een geleidelijke route aan naar docentschap in plaats van de reguliere 4-jarige opleiding. • Vanuit de HRM-discipline is het advies om als school je HRM-beleid aan te passen aan de komst van hybride professionals door hen te ondersteunen, stimuleren, uit te dagen en te waarderen. “Grensgangers” “Grensgangers”, die term viel bij dit STO LIVE-webinar meerdere malen om hybride professionals te omschrijven. Het laat zien dat de rol van deze hybride professionals een duidelijk andere is (of zou moeten zijn) dan die van andere, niet-hybride docenten en technische werknemers. En daar ligt ook hun meerwaarde; op het grensvlak van school en bedrijf zorgen ze ervoor dat ervaring en expertise naar beide kanten meer gaat stromen. Hybride professionals in Twente Hans Meinders vertelde hoe de STO-regio Twente hybride professionals inzet in het vmbo-onderwijs: “Kijk je naar de opdracht van Sterk Techniekonderwijs dan kan een hybride professional hier daadwerkelijk invulling aan geven. De hybride professional zien wij als een additionele functie, en is niet bedoeld als oplossing voor de tekorten aan docenten techniek. Het vormt veel meer een nadrukkelijke stimulans om nog meer kwaliteit in je school te brengen. Ook geeft de hybride professional verlaging van de werkdruk van je eigen techniekdocenten. We positioneren de hybride professional dus náást de docent techniek en niet in plaats van. Dit betekent dat je wel heel goed met je zittende docenten bespreekt wat exact de taken en rol zijn van de hybride professional. Het is dus van belang om mogelijke weerstand weg te nemen. Het is ook niet zo dat de hybride professional de techniekdocenten inhoudelijk vervangt, maar ze kunnen elkaar wel aanvullen.” Voorbeelden uit de praktijk Hybride professional Jelmer Vos is werkzaam bij Selo in Hengelo als lasser en samensteller van machines. Jelmer geeft een dagdeel in de week onderwijs op het Twents Carmel College: “Die meerwaarde zie ik als heel positief. Een bedrijfsprofessional zit dagelijks in het beroep en kent de laatste ontwikkelingen, methoden en apparatuur. Die specifieke kennis kan hij of zij rechtstreeks de school in meenemen, als aanvulling op de meer algemene kennis die de techniekdocent overbrengt. Wat ik theoretisch aan de leerlingen uitleg in het technieklokaal van het TCC kan ik ter plekke direct aan hen demonstreren. Je merkt dat dit een extra impuls geeft aan hun motivatie. Veel leerlingen hebben al een bijbaantje in de metaaltechniek en laten mij hun werkstukken zien. Ook daar kan ik dan direct feedback op geven. Daarnaast breng ik mijn kennis over op de docenten techniek. Die kennis nemen zij ook direct weer mee in hun lessen. En vergeet niet: ik leer heel veel van de docenten over hoe je met leerlingen omgaat! De kennisoverdracht werkt daarmee beide kanten op.” Eveneens benadrukt Jelmer dat hij de leerlingen ook al mee kan nemen in wat het betekent om in een bedrijf te werken. Jelmer: “Ik ben er blanco ingestapt en stond overal voor open. Mijn kernopdracht was om nieuwe lastechnieken de school in te brengen. De leerstof en werkstukken zijn al helder uitgeschreven. Ik kon dus direct vrij makkelijk instappen, dat hielp enorm. Mijn rol van hybride professional was vanaf de start duidelijk.” Goede ingangen in technische bedrijven Hans Meinders: “Wij hebben als onderwijs graag goede ingangen in het technisch bedrijfsleven, maar waar begin je? Via je hybride professionals realiseer je die contacten op een heel praktische en natuurlijke manier bij de bedrijven waar zij werken. Een ander programmaonderdeel van STO is meer techniekonderwijs voor leerlingen binnen de techniekbedrijven zelf realiseren, zoals door het geven van keuzevakken voor vmbo-leerlingen in die bedrijven. Via je hybride professionals heb je daarvoor direct een goede ingang.” Hans bracht vervolgens een belangrijk punt naar voren: “Om van de meerwaarde van de hybride professional te profiteren, is wel enige flexibiliteit gevraagd, van zowel school en bedrijf als van de hybride professional zelf. Bedrijven hebben vaak snel wisselende orderportefeuilles en kunnen een werknemer die ook hybride professional is, misschien even acuut niet missen. Als je die flexibiliteit in de samenwerking tussen bedrijf en school weet te borgen, van beide kanten, dan ben je spekkoper. Een ander aspect is dat scholen soms twijfelen of ze de hybride professional op termijn kunnen betalen. Ik benadruk dat het hier gaat om structurele gelden voor het techniekonderwijs waarop scholen beleid voor de lange termijn kunnen baseren. Zij kunnen het concept van de hybride professional dus verduurzamen.” Jelmer: “Op haar beurt investeert ook mijn werkgever Selo hier met plezier in. Niet om daar direct zelf de vruchten van te kunnen plukken, maar misschien motiveren we jongeren extra om voor techniek te kiezen en profiteert de hele Twentse arbeidsmarkt daarvan. We kijken dus nadrukkelijk naar het maatschappelijke belang voor de regio.” Zelf kijken? De livestream is terug te zien via deze link: https://www.sterktechniekonderwijs.nl/nieuws/terugblik-sto-live-versterk-uw-techniekteam-met-hybride-professionals MENU

  • “Dankzij STO Twente kunnen we cruciale doelen realiseren”

    bd61cd7a-4a8d-45da-bcbc-daf69cfea239 “Dankzij STO Twente kunnen we cruciale doelen realiseren” De STO subregio Rijssen-Holten draagt actief bij aan het realiseren van de doelen van STO Twente. We spraken daarover met Aart van ’t Veld, bestuurder van en eindverantwoordelijk voor CSG Reggesteyn. Ook is Aart lid van de Stuurgroep STO Twente: “Mijn aanbeveling voor de toekomst van STO Twente zou zijn, dat we ons met meer middelen concentreren op een minder aantal doelen.” Urgente doelen realiseren dankzij STO Twente Al vanaf de start van het STO-programma was het belang ervan voor Aart en zijn onderwijscollega’s evident: “We zijn een brede scholengemeenschap, van pro tot gymnasium, met daarbinnen een relatief grote technische vmbo-afdeling. We zagen en zien de nodige uitdagingen voor onze leerlingen in deze technische afdelingen. Enerzijds het dalend aantal leerlingen en anderzijds de urgentie om hen al op jonge leeftijd proberen te interesseren voor techniek en technologie. Dit op basis van een inspirerend en kwalitatief lesaanbod. Zonder extra inspanningen zou dat niet gelukt zijn, en met STO Twente kwamen die mogelijkheden in huis. Daarom waren we al vanaf het begin enthousiast over de mogelijkheden die STO Twente onze regio biedt.” Tussenstand STO Twente is inmiddels enige tijd onderweg. Durft Aart een tussenstand op te maken vanuit zijn regio? “Die tussenstand is wat mij betreft positief, met enkele kanttekeningen. Positief is dat we zowel Twente breed als in mijn eigen regio Rijssen-Nijverdal echt werk hebben gemaakt van de doorgaande leerlijnen. We hebben gericht ingezet op het al in het primair onderwijs onder de aandacht brengen van techniek en technologie. Zo bezoekt ook het primair onderwijs op onze uitnodiging ons Technolab in de vestiging in Rijssen. Een inspirerende plek om zowel leerlingen van onze eigen school als van basisscholen te laten ontdekken wat er allemaal met techniek en technologie mogelijk is.” Stimulerende rol van Kampus Eveneens noemt Aart het nieuwe initiatief Kampus in Rijssen: “Kampus wordt dé plek voor innovatief vakmanschap in West-Twente. Waar jong en oud hun talenten leren ontdekken én waar je alvast beroepen kunt ervaren. Ook Reggesteyn werkt hierin volop mee in de samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid voor de doorgaande leerlijn vmbo-mbo. Een mooi voorbeeld? Onze BWI-leerlingen hebben inmiddels les op Kampus in plaats van in ons eigen schoolgebouw. En onze PIE-leerlingen gaan volgend jaar ook naar Kampus toe.” Pas op voor de wet van de remmende voorsprong De STO subregio Rijssen-Holten onderhoudt vanuit het onderwijs van oudsher stevige banden met het regionale technische bedrijfsleven. Aart: “Dat zit verweven met onze sociaal-maatschappelijke structuur. Het technisch onderwijs hier is bijvoorbeeld heel goed aangehaakt bij de opleidingscentra van de ondernemers. En vergeet niet: het helpt heel goed als je plaatselijke overheid daar een stimulerende rol in speelt. Maar, als bestuurder is dit positieve gegeven voor mij ook altijd een soort winstwaarschuwing. Pas namelijk op voor de Wet van de remmende voorsprong; je denkt dat je het redelijk op orde hebt, maar er blijft altijd ruimte voorhanden om nieuwe winst te behalen.” Aanbeveling voor dubbele verbreding Het is cruciaal dat we nu alle inspanningen en resultaten voor de komende jaren gaan verduurzamen, benadrukt Aart: “Dan is het goed als je probeert weg te komen bij het projectmatige karakter van STO Twente en structureel gaat leren denken en doen over deze materie. Vanuit mijn persoonlijke visie betekent verduurzamen ook inzetten op technologie en niet alleen op techniek. Daarbij aandacht houdend voor de technische doelen in het vmbo en tegelijkertijd kijkend naar andersoortige profielen. Ik pleit ervoor dat STO vanuit haar brede programma ook verder investeert, zoals de door ons gewenste investering in het Technasium. De subsidieverstrekker ziet dat anders, terwijl ik het juist toejuich om techniek en technologie breed onder de aandacht van jongeren te brengen. Kortom, ik pleit voor een dubbele verbreding van STO Twente: ruimer dan alleen de technische profielen en ook voor andere schoolrichtingen dan alleen vmbo.” Lokaal leerpunt Aart gaf al aan: de tussenstand van STO Twente ziet hij als positief-kritisch. Maar waar zit wat hem betreft dan het kritische element? “Dan noem ik een leerpunt voor de STO-subregio Rijssen-Holten zelf. In onze school, subregio en Twente breed zijn we allemaal heel enthousiast gestart met heel veel projecten. En dat is begrijpelijk. Maar minder is meer. Het gevaar is dat je door de brede verdeling van de uiteindelijk beperkte capaciteit versnippering in de hand werkt. Ik denk dat we de komende jaren het aantal doelen en projecten beter kunnen verminderen en daardoor aan nog meer kracht winnen.” MENU

  • De STO-scholen aan de Wethouder Beversstraat vinden elkaar nu op de overeenkomsten en niet op de verschillen

    9450e997-1731-4118-ac4a-1ffb154ef84b De STO-scholen aan de Wethouder Beversstraat vinden elkaar nu op de overeenkomsten en niet op de verschillen De STO subregio Enschede aan de Wethouder Beversstraat telt twee deelnemende vmbo-scholen: het Bonhoeffer College en Het Stedelijk Alpha. Steeds vaker werken beide scholen constructief samen op de centrale uitdaging: STO Twente. Bestuurders Greetje Sulimma en Manon Ketz: “Het gezamenlijk inzicht ontstond dat de maatschappelijke opgave vanuit STO Twente groter is dan onze individuele belangen. De boodschap om met elkaar praktisch aan de slag te gaan is heel goed geland en op activiteitenniveau komt dit nu toe bloei.” STO Twente: een behoorlijk statement Greetje Sulimma is voorzitter centrale directie van Bonhoeffer College in Enschede, opvolger van Genio Ruessen. Manon Ketz is voorzitter College van Bestuur van Het Stedelijk. Eveneens is Manon lid van de Stuurgroep van STO Twente. Manon: “STO Twente is inmiddels een brede beweging in de regio. De Twentse samenwerking betekende een behoorlijk statement van alle aangesloten besturen. Tegelijkertijd gaven we onszelf daarmee een grote opgave: samen optrekken in de brede regio Twente én tot concrete resultaten komen in de vijf subregio’s, in ons geval Enschede.” Ruimte voor specifieke lokale context Inmiddels is STO Twente in veel echelons goed op weg, stelt Manon vast: “En dat over de hele breedte; van de Stuurgroep tot en met de feitelijke subregio’s. Het mooie is dat de initiatieven in de vijf subregio’s allemaal dezelfde rode draad volgen, en tegelijkertijd in hun eigen specifieke lokale context passen. Specifiek voor het Bonhoeffer en Het Stedelijk hebben we in recente jaren geleerd welke stappen je samen moet zetten om daar verder in te komen. Dé kracht van STO Twente is dat we koersen op de richtinggevende aansturing vanuit STO landelijk en regionaal en dat er tegelijkertijd ruimte is om STO ín de scholen te ontwikkelen. Dit doen we letterlijk met de docenten en bedrijven die hier concreet handen en voeten aan geven. Ook kunnen we op lokaal niveau beoordelen wat bepaalde leerlingen en een specifieke lokale setting nodig hebben. Dit is bedoeld om zowel leerlingen met nieuwe technologieën te bereiken, alsook hun docenten daarin te inspireren. Daarin zijn we inmiddels veel verder dan vier jaar geleden.” Doel van STO Greetje Sulimma trad 2,5 jaar geleden aan bij het bestuur van Bonhoeffer College: “Ik kwam uit de regio Coevorden. Ook daar speelde STO al. Hoe ik naar STO kijk? Dé wezenlijke kernvraag voor STO in mijn ogen is niet ván wie het is, maar vóór wie het is en waarvoor we dit allemaal doen. Die praktische focus op vooral de leerlingen en de resultaten die we met hen willen bereiken, is voor mij essentieel.” Belangrijk kantelpunt Het Bonhoeffer en Het Stedelijk hebben elkaar wel moeten vinden in de samenwerking vanuit STO Twente, geven Greetje en Manon aan. Een beweging die overigens meer vmbo-scholen in Nederland onder de paraplu van STO herkennen. Manon: “De vertrekkende bestuurder Genio Ruessen was de voorganger van Greetje als voorzitter centrale directie van Bonhoeffer College. Genio en ik zijn rond de tafel gegaan met de directeuren van beide locaties. Ook hielden we sessies met teamleiders over hoe we STO in de subregio Enschede konden vormgeven. In deze overleggen ging het eerst vooral over de verschillen tussen beide scholen, zoals tussen curricula en cultuur, ook nog te midden van dalende leerlingenaantallen. Vanuit de STO-opgave die er lag, zagen we al snel in dat het niet hielp om elkaar te blijven zien vanuit de verschillen. Het gezamenlijke inzicht ontstond dat de maatschappelijke opgave vanuit STO Twente groter is dan onze individuele belangen. Om precies te zijn: de oriëntatie op techniek en het perspectief op werk. Dat kantelpunt kwam doordat we het hebben omgedraaid: van kijken naar verschillen naar het zoeken van overeenkomsten.” Dé basis: een elkaar versterkend pedagogisch klimaat In een aantal stappen zijn Genio en Manon vervolgens voor de troepen gaan staan. Manon: “Van schoolbestuurders, directeuren en teamleiders hebben we allemaal hetzelfde gevraagd. Feitelijk had die nieuwe manier van denken nog niets met STO te maken, maar was wel een essentiële voorwaarde om goed en constructief met STO aan de slag te gaan. De kern? We hebben baat bij een op elkaar aansluitend pedagogisch klimaat in beide scholen. Het helpt niet als regels per school verschillen en we leerlingen duiden als ‘van deze of de andere school’.” Meer samenwerken in de profielen Manon: “Toen die pedagogische basis er lag, hebben we gevraagd: okay, hoe kunnen we vervolgens meer gaan samenwerken in de profielen? Een spannende discussie voor de betrokkenen, en dat begrepen wij.” Greetje: “Opnieuw hebben we gezegd: het gaat niet om de organisatie, maar uiteindelijk om de leerlingen in Enschede. Zij hebben een brede oriëntatie op techniek nodig in de onderbouw. Vervolgens zijn we samen opgetrokken in hoe we dit gaan voortzetten in de bovenbouw. Daar zijn de directeuren en teamleiders heel positief op ingestoken en hebben daar echt werk van gemaakt.” Werken aan één STO team Vervolgens hebben beide scholen de stap gezet om voor STO één team samen te stellen. Manon: “Opnieuw was dit een spannende fase. De vragen die dit opriep hebben we beantwoord door te stellen dat er binnen STO niet alleen op bestuurlijk niveau, maar ook op docentenniveau moet worden samengewerkt. Ter ondersteuning vragen we de directeuren en teamleiders regelmatig hoe het gaat met STO. Op basis van hun feedback hebben wij als bestuurders de taak om dit aan de achterkant voor de werkvloer goed te regelen en te borgen. Hierin is in de afgelopen vier jaar veel bereikt.” Operationele verwachtingen zijn helder Manon en Greetje kijken positief terug op de resultaten van deze kanteling: “De laatste paar jaar zijn hierin stappen gezet om met elkaar tot veel meer samenwerking te komen. Ook tastbaar voor alle betrokkenen die niet aan de vergadertafel zaten voor deze beoogde omwenteling. De boodschap om met elkaar praktisch aan de slag te gaan, is goed geland. Op activiteitenniveau komt dit nu toe bloei. We hebben daarmee operationeel gemaakt wat er ten aanzien van de leerlingen verwacht wordt.” Wat ook enorm helpt, geven Manon en Greetje aan, is de aanstelling van de STO projectleider Ronald Rondeel. “Hij wordt door béide scholen volledig gesteund om alle bij STO betrokkenen inspiratie en richting te geven.” Mooie stappen richting basisonderwijs Manon: “De afgelopen STO-jaren hebben we vanuit de subregio Enschede al heel veel gedaan richting het basisonderwijs. We hebben nu zelfs al groepen 7 uit het po die zich met een STO-opdracht bezighouden. Essentieel, want als je pas in de brugklas begint, ben je eigenlijk drie jaar te laat voor de oriëntatie op techniek en technologie. De doorstroom naar opleidingen techniek mbo-hbo start eigenlijk al op de basisschool. Daarom is het zo mooi dat we in de subregio Enschede, juist door de samenwerking, de groepen 7 in het basisonderwijs STO-projecten laten doen. Dit mag echt op het conto geschreven worden van de samenwerking tussen Bonhoeffer en Het Stedelijk Alpha, en de samenwerkingspartners in het po.” Aandacht voor beweging ‘van buiten naar binnen’ Greetje: “Enschede is een grote stad met veel partijen. Deze omvang maakt dat je in Enschede op een grote schaal vanuit STO partijen moet zien te vinden en te binden zoals techniekbedrijven. De ervaring leert ons dat je de samenwerking met die techniekbedrijven, maar ook met mbo opleidingsbedrijven, niet aan beide kanten met allerlei losstaande opererende mensen moet gaan regelen. Met Ronald Rondeel als projectleider hebben we voor de buitenwacht nu één centraal aanspreekpunt om de juiste expertise en samenwerking van buiten naar binnen te halen. Daarmee krijg je voor de leerlingen de juiste synergie, zodat zij inzien dat zij in een omgeving wonen en leren waarin techniek in allerlei verschijningsvormen, zowel opleidingen als werk, biedt. Want van die verscheidenheid aan techniek is Enschede natuurlijk een prachtig voorbeeld. Hier kunnen onze leerlingen aan de slag, van vmbo tot en met andere niveaus. Onze werkomgeving kan dus, ook door STO én de centralisering van de contacten, makkelijker vanuit buiten naar binnen komen in de scholen.” Focus op verbreding profielen De transitieperiode voor STO zit erop, met 2024 als afsluitend jaar. Het goede nieuws is dat STO een verlenging krijgt tot 2029. Wel vraagt het ministerie de vmbo-scholen om met activiteiten breder in te zetten, dan alleen op de harde technieken. Hoe kijken Greetje en Manon hier tegenaan? Manon: “Wij juichen die verbreding absoluut toe en hebben hier zelf eerder al naar gekeken. Neem MVI, daar zijn de scholen aan de Wethouder Beversstraat best sterk in. We hebben onderzocht of we vanuit MVI een kruisbestuiving met STO konden maken, een voor leerlingen interessante stroom. Hier zien we nu wel kansen voor de STO-jaren die voor ons liggen. Of neem het profiel Zorg & Welzijn waarin we technologie zien oprukken. Maatschappelijke ontwikkelingen die ook echt nodig zijn, want inmiddels kom je technologie tegen in álle werkvelden. Het zou goed zijn om verbinding te maken vanuit STO met vmbo-t en de praktijkvakken in de havo. Daarmee maak je niet alleen het bereik groter; je betrekt ook in één moeite door meer professionals die kunnen meedenken over wat we gaan aanbieden vanuit dit perspectief.” Unieke Enschedese setting Manon: “De verbreding van de focus van STO op techniek en technologie gaat ons juist in Enschede helpen om door te bouwen op de eerste resultaten. We hebben hier in Enschede veel leerlingen die hiervoor belangstelling hebben, een absoluut speerpunt in de planvorming voor de komende jaren.” Greetje: “In Enschede hebben we po, vmbo, mbo, hbo én wo. Hoe mooi is dat? Allemaal in dezelfde omgeving en nabijheid. Een fantastische lokale setting voor als we daadwerkelijk iets willen bereiken in de hele keten.” Planvorming 2023 – 2029 De voortzetting van STO tot 2029 vereist nieuwe planvorming. Manon: “We zitten nog midden in deze planvorming. Wel gaat hierin de verbreding naar andere profielen en schoolsoorten zeker een rol spelen. Daar gaan we écht werk van maken, ook door het grotere bereik dat dit oplevert.” Dan noemt Manon het opleiden van hybride docenten voor technologie, een ambitieuze activiteit: “Dit doen we samen met het technisch bedrijfsleven, want daar komen deze mensen vandaan. Gezien de huidige krappe arbeidsmarkt, én met de kennis van nu, is dit best een uitdagende lijn. Want uiteindelijk trekken we allemaal aan dezelfde ervaren talenten voor in de rol van hybride docent. Ook in het technisch bedrijfsleven is schaarste, daarom denken wij dat we het echt moeten hebben van de professionalisering van veel meer mensen in onze scholen. Daarbij zou het niet zo veel moeten uitmaken welk vak zij geven. Beter is het te werken vanuit het perspectief hoe zij kunnen helpen om de integratie van technologie in hun specifieke vak vorm te geven. Aan de locatiedirecteuren en teamleiders gaan we vragen of zij die insteek ook zouden kunnen ondersteunen, of dat zij denken dat er een andere mogelijkheid is. Dat laatste is belangrijk, want wij kunnen wel iets willen en beredeneren, maar in de praktijk moet dit aansluiten op wat de scholen willen en kunnen. Graag benadrukken we dat die wisselwerking binnen STO Twente en ook binnen de subregio Enschede heel belangrijk is.” Visie op samenwerking met andere scholen In de praktijk zocht de subregio Enschede in de afgelopen jaren ook de samenwerking met andere scholen dan het Bonhoeffer College en Het Stedelijk Alpha. Greetje: “Als andere scholen inderdaad willen aanhaken, gaan wij bestuurlijk beoordelen wat daarvoor nodig is om dat voor elkaar te krijgen. Natuurlijk, wij worden hierin geleid door wet- en regelgeving en daartoe verhouden wij ons. Maar het vertrekpunt is niet dat we dit soort aanhaken niet zouden willen omdat dit verschillende scholen zouden zijn.” Aandacht voor inclusie Greetje en Manon vormen gezamenlijk de vrouwelijke top van Het Stedelijk Lyceum en het Bonhoeffer College. Betekent dit dat zij een extra lading voelen bij de STO-wens om meer meisje te laten instromen in de techniek? Manon: “We zijn hiermee zeker actief, maar aarzelen om de instroom van meisjes in de techniek als probleem te framen. In feite ben je dan bezig met exclusie van leerlingen die zich geen meisje voelen. Tegelijkertijd voelen we het belang om hier aandacht aan te besteden. Elke dag vragen wij ons oprecht af: zijn we ook met STO inclusief bezig? Graag geef ik een voorbeeld van onze aanpak: onder de vlag van STO hebben we relaties ontwikkeld met een bedrijf in de koeltechniek. In die sector is in Enschede en omstreken veel behoefte aan mbo’ers. In onze nieuwsartikelen in de krant over die samenwerking hebben we bewust de meisjes die daar vanuit onze vmbo-scholen stagelopen laten zien. Dus, we proberen iedereen te bereiken en in onze voorbeelden duidelijk te laten zien dat we daarmee ook letterlijk iederéén bedoelen, ongeacht je geaardheid of culturele achtergrond. We weten uit ervaring dat het meisjes helpt wanneer zij zien dat ze niet de enigen zijn die techniek studeren. Daar letten we op, ook in de samenstelling van leerlingengroepen voor technische activiteiten.” Vooral laten zíen Greetje: “Ook hier geldt: door te laten zien, neem je vooroordelen weg. Dat werkt veel beter dan door er heel veel over te praten. Techniek heeft vaak het imago van vieze handen. Graag laten we zien dat techniek overal om ons heen wordt toegepast. Zo maken alle leerlingen, ook meisjes, kennis met vaak onvermoede andere vormen van techniek en technologische toepassingen. Juist hierin maakt de beeldvorming heel veel uit en dat start met het laten zien van de verbreding van de mogelijkheden binnen techniek en technologie. Ons Technolab met schone technologie vind ik hiervan een heel mooi voorbeeld. Ook voor de toekomst van STO is schone technologie voor ons in Enschede een belangrijk gebied om in door te ontwikkelen, evenals in de doorstroom po, vo, mbo en hbo.” MENU

  • Tweede Techniek Tastbaar C.T. Stork College: extra accent op doe-activiteiten

    0d5f303a-49ab-4ada-96ca-a6cba15ab6bd Tweede Techniek Tastbaar C.T. Stork College: extra accent op doe-activiteiten Op vrijdag 22 september 2023 organiseerde C.T. Stork College in Hengelo voor de tweede keer een succesvol Techniek Tastbaar. De positieve leerpunten van het debuut van verleden jaar, een hoge opkomst én extra aandacht voor de doe-activiteiten maakten deze editie tot één groot kennismakingsfeest met techniek. Een impressie… Nog meer bedrijven dan verleden jaar Cindy te Raa is projectleider STO Hengelo en op het C.T. Stork College met haar collega’s nauw betrokken bij de organisatie van de tweede editie van Techniek Tastbaar: “We mochten dit keer maar liefst 40 bedrijven verwelkomen, tien bedrijven meer dan verleden jaar.” Cindy en haar team ontdekten verleden jaar, bij de eerste editie, dat het slim was om voor 2023 eerder te beginnen met het werven van de deelnemende organisaties: “Daardoor hadden we meer tijd om stevig te netwerken en hebben we meer bedrijven kunnen regelen.” Techniek Tastbaar duurde van 10 uur tot 18 uur. “In de ochtend was het heel druk met basisscholen; we ontvingen maar liefst tien complete klassen met hun leerkrachten!” In de middag was het de beurt aan de vmbo-leerlingen van uiteraard C.T. Stork College, maar ook leerlingen van de onderbouwlocaties uit Borne en Delden, en hun ouders waren welkom. Onze leerlingen waren ook in de ochtend en na 12.00 uur kwamen er ook nog wat basisscholen. Na 14.00 uur zagen we vooral ouders en opa's/oma's met basisschoolleerlingen. Positieve reacties Een reactie van een ouder: “Ik heb hiervoor speciaal vrij genomen en heb daar geen seconde spijt van. Met mijn dochter hebben we de ene na de andere doe-activiteit gedaan. We hebben thuis écht iets om over na te praten!” Pascal ter Braak, docent PIE C.T. Stork college: “Ook de eerste editie van Techniek Tastbaar in 2022 was direct een groot succes. Toen ik in mijn mentorklas met tweedeklassers onlangs vertelde dat er dit jaar weer een Techniek Tastbaar zou komen, was de eerste reactie: leuk! Dat zegt toch wel wat. Techniek Tastbaar maakt de wereld van basisschoolleerlingen en vmbo-leerlingen en hun ouders toch een stuk breder.” Leren solderen: een verdwijnende vaardigheid Een van de enthousiaste standhouders was Elect High-Tech Electronics uit Hengelo. Zij assembleren hoogwaardige pcb’s, substraten, modulen en complete systemen. Jacinta Twiest, kwaliteitsengineer: “Ik leid onder andere onze collega’s op en neem hun examens af. Specifiek voor Techniek Tastbaar laten we de leerlingen kennismaken met solderen. Die techniek dreigt verloren te gaan, maar is wel heel belangrijk zoals voor de productie van mobiele telefoons die tegenwoordig niemand wil missen.” Jacinta is niet de enige vrouw in de techniek bij Elect High-Tech Electronics: “Wij hebben veel vrouwelijke collega’s. Zij hebben heel veel aanleg voor het fijnere werk met elektronica. Daarom zijn we hier; we hopen hier de jonge generatie te inspireren voor techniek.” Triggeren voor techniek via zonne-energie Vennegoor Installatie was er verleden jaar bij en nu opnieuw. Paul Wolbers: “Dit keer hadden we bouwpakketjes bij ons, werkend op zonne-energie. Hadden de leerlingen dit ter plekke in elkaar gezet? Dan ontdekten ze dat zonne-energie het bouwpakketje kan aandrijven, zoals de wieken van een houten mini-helikopter. Vanuit die beleving gaan we met hen in gesprek over hun belangstelling voor techniek.” Om de leerlingen naar de stand te trekken had Vennegoor Installatie een onweerstaanbare trigger: botsauto’s waarin de leerlingen naar hartenlust konden rondrijden. Wanneer werd Paul Wolbers eigenlijk zelf getriggerd door techniek? “Bij mij was dat op de basisschool. In die tijd kregen we veel technieklessen onder andere bij handvaardigheid. Die vroegere inzet op techniek in het basisonderwijs mag van mij nu meer aandacht krijgen. Vanuit Vennegoor Installatie zijn we bezig om basisscholen meer naar ons pand te krijgen om de basisschoolleerlingen bekend te maken met techniek.” Oefenen met levensreddend knip- en snijwerk Ook Brandweer Twente was present. Zij lieten de leerlingen kennismaken met het gereedschap waarmee de brandweer werkt. Tom Steentjes, coördinator Onderhoud & Techniek: “We lieten de leerlingen met hydraulisch aangedreven redgereedschap ervaren hoe het is om deuren en daken open te snijden en te knippen om slachtoffers te bevrijden.” Uiteraard waren er geen echte ongelukken met slachtoffers: de leerlingen oefenden op het opensnijden van oude fietsen. SMEOT en HTM Nederland werken samen Uiteraard mocht ook de Hengelose mbo vakschool SMEOT dit jaar niet ontbreken op Techniek Tastbaar, een samenwerkingspartner in het technisch onderwijs van C. T. Stork College. Hans Fokke, coördinator vmbo/mbo onderwijs: “We lieten de leerlingen een werkende lamp maken. We ontmoeten hier leerlingen van zowel basisschool als begin vmbo. Wat kinderen niet kennen, daarvan kunnen ze ook niet beoordelen of het iets voor hen is. Je merkt toch wel dat veel leerlingen niet weten wat er op het vlak van techniek voor hen allemaal mogelijk is. We ontvingen hier bijvoorbeeld leerlingen van het Twickel College uit Delden en Borne, dat is voorbereidend op de bovenbouw van het C.T. Stork College. Straks kiezen deze leerlingen hun richting en misschien helpt Techniek Tastbaar hen de keuze te maken voor bijvoorbeeld PIE.” Voor deze Techniek Tastbaar presenteerde SMEOT ook speciaal een CNC draaibank. Hans: “We werken hiervoor tijdens deze Techniek Tastbaar in Hengelo samen met High Tech Maintenance Nederland. Een medewerker van dit bedrijf helpt de leerlingen met de CNC draaibank op weg.” Voor de andere edities van Techniek Tastbaar elders in de regio Twente werkt SMEOT hiervoor samen met techniekbedrijven uit die specifieke subregio’s: “We zien nu al de positieve wisselwerking dat bedrijven ons daarvoor zelf actief benaderen.” Ook bijzondere dag voor conciërge! Roy Kruijswijk is conciërge op C.T. Stork College: “Techniek Tastbaar is ook voor mij als conciërge heel bijzonder. Je krijgt toch ineens veel bedrijven en heel veel leerlingen in je school. Ook voor mijn werk is dit een verschrikkelijk leuke, gezellige dag. En wat het extra bijzonder maakt; we ontvangen veel leerlingen van ook andere scholen, waaronder de basisscholen. Je ziet alleen maar lachende gezichten. Dat is voor ons heel leuk.” Dusseldorp Infra, Sloop en Milieutechniek: oog-in-oog met de toekomst! Ook Maurits Koenders, BIM specialist bij Dusseldorp Infra, Sloop en Milieutechniek uit Lichtenvoorde stond er met een aantrekkelijke stand: “Via een natuurgetrouwe digitale simulatie konden de leerlingen een graafmachine op een groot scherm zo precies mogelijk besturen. Als bedrijf zijn we heel druk met een mooi gevulde orderportefeuille. Alleen, ook wij merken dat de arbeidsmarkt krap is als het gaat om technici. Hier, op Techniek Tastbaar, staan we oog-in-oog met de toekomst! dus steken we er graag tijd in om kinderen te laten zien hoe mooi en interessant techniek is én welke mogelijkheden er zijn om hierin te werken.” Extra aandacht doe-activiteiten John van Mierlo is één van de mensen achter het landelijke concept van Techniek Tastbaar. Hoe kijkt hij tegen deze tweede editie in Hengelo aan? “Dit jaar hebben we de indeling van de bedrijven in de school verder geoptimaliseerd en beter verdeeld over de beschikbare ruimten. Ook hebben we geleerd, en dat is eigenlijk bij elke eerste editie van Techniek Tastbaar zo, dat bedrijven nog meer moeite mogen steken in de doe-activiteit. Dat is bij deze editie door de bedrijven heel goed opgepakt! Er is door de bedrijven goed nagedacht over met welke activiteiten je jonge leerlingen kunt inspireren en hun aandacht vangt.” Gratis webinars John: “Vanuit de organisatie van Techniek Tastbaar helpen we hierbij met het aanbieden van een gratis webinar, een paar keer per jaar, over hoe je je doe-activiteit optimaliseert. Deze webinars worden heel inspirerend gegeven door Martha Hoebens van Bedrijf in de Klas. Zij ondersteunt bedrijven met complexe technische processen bij het terugbrengen van hun proces naar een kleine, compacte en aantrekkelijke doe-activiteit. We zien dat aan Techniek Tastbaar deelnemende bedrijven steeds meer van die kennis gebruikmaken.” De webinars zijn terug te vinden op de website van Techniek Tastbaar. Groei op alle fronten Verleden jaar had Techniek Tastbaar in Hengelo circa 1500 bezoekers met zo’n 30 deelnemende bedrijven. John: “Nu telden we rond de 40 deelnemende bedrijven met in totaal om en nabij de 2000 bezoekers. We mogen hier met elkaar trots op zijn!” MENU

  • Terugblik Bedrijvendag bruist van de nieuwe ideeën voor samenwerking

    af6a86f9-b62c-48e0-93e3-94264b80ce60 Terugblik Bedrijvendag bruist van de nieuwe ideeën voor samenwerking De Waerdenborch met vestigingen in Holten en Goor en bedrijven uit Goor van het Goor Collectief en de Holtense Handels Vereniging (HVV) werken inmiddels nauw samen. Doel? Meer vmbo-leerlingen laten kiezen én behouden voor techniek. Eerder bezochten leerlingen de Holtense bedrijven onder de vlag van een Bedrijvendag. En vervolgens bezochten ook de docenten de leden van de HIG. Hiermee kunnen zij hun onderwijs verrijken met actuele praktijkervaringen. Nu was het tijd voor De Waerdenborch om de bedrijven gastvrij te ontvangen op 23 mei. Arjan Hakkert, directeur vmbo van De Waerdenborch verwelkomde alle aanwezigen hartelijk en legde het doel van de Bedrijvendag uit: “We kijken graag vooruit naar onze samenwerking en bieden u de gelegenheid onze school en haar mogelijkheden beter te leren kennen.” Vruchtbare feedback Uiteraard evalueren de bedrijven in de HIG en De Waerdenborch hun wederzijdse activiteiten en bezoeken. Arjan: “Uit die feedback komen vier waardevolle aandachtspunten naar boven: het almaar oplopende personeelstekort, de digitalisering, accent op duurzaamheid en de roep om vooral maatschappelijk relevante innovaties. In onze samenwerking met de bedrijven van de HIG zetten ėn houden we deze vier aandachtspunten hoog op de agenda.” Link tussen bedrijfsleven en De Waerdenborch De Waerdenborch telt vijf uitgangspunten. Twee daarvan raken heel direct de doelen van STO Twente in relatie tot het technisch bedrijfsleven. De eerste is: we leren overal en altijd. Arjan: “Dus leren we zowel op school als in het bedrijfsleven.” Het tweede doel legt die verbinding ook: Samen maken we de school. Marcel: “En met samen bedoelen we ook hier de samenwerking tussen bedrijfsleven en De Waerdenborch.” Vervolgens gaf Arjan het presentatiestokje over aan Marcel Vaneker, coördinator Sterk Techniekonderwijs op De Waerdenborch. Toekomstig Technolab Ook De Waerdenborch krijgt een eigen Technolab evenals de andere subregio’s van STO Twente. De planning is dit bij aanvang van het schooljaar 2022 - 2023 gereed en in werking te hebben, Marcel: “Hier gaan onze leerlingen aan de slag met de meest innovatieve technologie. Zoals programmeren, 3D techniek, lasersnijden, Greenscreen, Drones en VR/AR. De bedoeling van het Technolab is dat hier de vonk overslaat op leerlingen en zij kiezen voor techniek. De omringende basisscholen komen al wekelijks bij ons, maar straks hebben we ook voor hen een nieuw en echt innovatief ingericht Technolab tot onze beschikking Nieuwe Leerweg: uitkomst voor technische bedrijfsopdrachten Interessant was de uitleg van de Nieuwe Leerweg voor het vmbo door Marcel, straks ingevoerd in het hele vmbo: “Daarin gaan alle leerlingen serieus en resultaatgericht aan de slag met concrete praktijkopdrachten. Dé kans voor het technisch bedrijfsleven om daar geschikte opdrachten voor te selecteren en aan te melden bij De Waerdenborch. Toelichting verdere samenwerking Vervolgens schetste Marcel de verdere voorgenomen samenwerking met de deelnemende Holtense en Goorse bedrijven: “De huidige samenwerking focust nu vooral op voorlichting, gastlessen en bedrijfsbezoeken. Nu willen we een stap extra zetten met de introductie van de zogeheten hybride docent. Dit zijn technisch specialisten uit het beroepenveld die op structurele basis technieklessen verzorgen in het vmbo, bijvoorbeeld een module techniek. Ze behouden hun baan, maar geven bijvoorbeeld een dagdeel per week les, alles in overleg uiteraard. Een ideale kans voor technici met gevoel voor de jeugd om hun bedrijfskennis rechtstreeks het technisch vmbo in te brengen.” Marcel deed een beroep op de bezoekende bedrijven om intern na te gaan welke collega’s hier geschikt voor zouden zijn en daar enthousiast van raken. Bureau externe contacten Marcel Vaneker sloot zijn veelzijdige presentatie af met de aankondiging van en uitleg over een bijzonder initiatief: “Samen met CSG Reggesteyn richten we momenteel een Bureau externe contacten op. Dit levert het technisch bedrijfsleven in de subregio Rijssen-Holten één vakkundig digitaal platform op voor alle contacten en afspraken op het terrein van stages, excursies en gastlessen. Dit voorkomt dat bedrijven vanuit het onderwijs voortdurend benaderd worden door allerlei contactpersonen met elkaar vaak overlappende verzoeken. Dit centrale, digitale platform brengt overzicht, rust en een efficiënte coördinatie. Het is ook de bedoeling een medewerker toe te wijzen aan het Bureau externe contacten die alle contacten en afspraken tussen bedrijfsleven en onderwijs in goede banen gaat leiden. Rondleiding, buffet en netwerken Van de rondleiding werd in groepjes gretig gebruikgemaakt. Deze ging zowel langs het Leerplein alsook alle uitgebreide faciliteiten van de beroepsgerichte profielen: Z&W, E&O, PIE en BWI. Ter plekke beantwoordde de docenten de vele vragen van de ondernemers. Interessant was de vraagstelling aan de groepjes door Marcel Vaneker op welke manier zij kansen zien voor een praktische samenwerking tussen bedrijfsleven en technisch onderwijs. Dit leverde de nodige creatieve ideeën op met de toezegging daar concreet mee aan de slag te gaan. Ter afsluiting volgde een warm buffet waarbij onderwijs en bedrijfsleven elkaar in alle rust vragen konden stellen. Kortom, een geslaagde Bedrijvendag met de nodige nuttige vervolgacties in petto. MENU

  • Pius X College Rijssen haakt in volle vaart aan bij STO Twente met focus op digitale geletterdheid

    79e23c94-d8a3-49e1-b303-24997d8660f7 Pius X College Rijssen haakt in volle vaart aan bij STO Twente met focus op digitale geletterdheid Pius X College Rijssen haakt actief aan bij STO Twente voor de periode 2025 t/m 2028. De specifieke insteek die Pius X College hierbij kiest is digitale geletterdheid. Dirk Nolte is de bevlogen en actieve techniekdocent én zij-instromer: “Ik ben heel hands-on, benoem uitdagingen en werk concreet en projectmatig naar een praktisch eindresultaat toe. Praten is okay, maar je moet je plannen ook gericht naar de praktijk vertalen. Soms mis ik dat in het onderwijs.” Gemotiveerde zij-instromer Dirk werkte eerder in de grafische en metaalsector en is zowel op het werk als thuis altijd met techniek bezig: “Ik heb een oldtimer MGA uit 1960 gerestaureerd, volgde smeedcursussen en ben vrijwillige brandweerman. Ook heb ik veel met de jeugd en ben ik coach van het damesteam hockey van mijn dochter.” In 2019 stapte Dirk over naar het onderwijs als Technisch Onderwijs Assistent (TOA): “In 2019/2020 rondde ik de TOA-opleiding af en haalde ik mijn instructeursdiploma. Vervolgens vroeg de school of ik voor de klas wilde staan als techniekdocent, stond ik inderdaad een jaar voor de klas om het te ervaren en rondde ik voor de recente herfstvakantie mijn opleiding tot tweedegraads PIE docent af.” Inmiddels staat Dirk als techniek brede docent voor de klas. Alsof Dirk niet druk genoeg is, werkt hij ook als mentor, samen met zijn collega van Beeldende Vorming. Advies voor mogelijke zij-instromers techniek Dirk is op Pius X College Rijssen nu aan het werk als techniekdocent voor de onderbouw voor zowel mavo en havo als vwo: “Onze school heeft STO-gelden gekregen voor de techniekprofielen en de andere leerlingen hebben daar natuurlijk ook voordeel van.” Binnenkort start Dirk zijn opleiding voor tweedegraads scheikundedocent: “Tien jaar geleden had ik niet kunnen drómen nu techniekdocent en mentor te zijn. Wat ik andere technici wil zeggen die ook zij-instromer willen worden, maar nog twijfelen? Het is minder moeilijk en zwaar om met leerlingen om te gaan dan menigeen denkt. Met humor, een bepaalde lichtvoetigheid én echte interesse in je leerlingen kom je in een heel mooi vak terecht.” Praktische en projectmatige aanpak Dirk heeft een heldere benadering voor techniekonderwijs: “Ik ben heel hands on, benoem uitdagingen en werk concreet en projectmatig naar een praktisch eindresultaat toe. Praten is okay, maar je moet je plannen ook gericht naar de praktijk vertalen. Soms mis ik dat in het onderwijs. Dat projectmatige werken heb ik geleerd in mijn tijd in het bedrijfsleven. Een STO-project zie ik in feite als een bedrijfsmatige order. Wat heb ik nodig? Hoe kom ik daar en wie heb ik nodig? Dit betekent bijvoorbeeld ook dat ik voor STO-projecten heel gericht begrotingen maak, offertes aanvraag en scherp ben op de inkoop. Daarbij stel ik altijd de vraag: hebben we dit voor ons STO-project écht nodig? In het bedrijfsleven was ik daar ook scherp op. Met die bedrijfsmatige en projectmatige aanpak kunnen we heel veel geld besparen. Daar komt bij: je werkt dan altijd met een onderbouwde aanpak die je goed kan presenteren aan de directie.” Upgraden technieklokaal naar Technolab Het Technieklokaal van Dirk wordt momenteel met geld van STO Twente aangepast: “Ook dit project vlieg ik projectmatig aan. Daarmee timmer je vooraf alles netjes dicht en weet iedereen waar we het over hebben. Zo voorkom je de reflex in het onderwijs dat de financiën voor een project achteraf op tafel komen.” Het huidige technieklokaal krijgt een upgrade naar een Technolab. Dirk: “Op de donderdag willen we dit vernieuwde lokaal uitroosteren voor specifiek de functie van Technolab.” Dirk laat bijvoorbeeld de tafels aanpassen zodat de robotjes er niet afvallen en laat een grote, praktische techniekkast maken waarin hij alle techniekmaterialen netjes kan wegzetten: “De inspiratie hiervoor deed ik op bij CSG Reggesteyn. Al deze aanpassingen, en nog meer, heb ik dankzij STO Twente kunnen financieren.” Dirk werkt nauw samen met zijn collega Jesse. Hij is docent D&P en de feitelijke beheerder van het Technolab: “Jesse is wat jonger en helemaal opgegroeid met VR en digitale informatica.” Focus op digitale geletterdheid Dirk en zijn collega’s en de directie hebben goed nagedacht over de specifieke educatieve insteek voor het Technolab: “Pius X College kiest hierbij bewust voor de focus op digitale geletterdheid. Denk aan VR, 3D printen, laser snijden en een stukje programmeren zoals voor robots. In het Technolab zijn de leerlingen bijvoorbeeld nu al aan de slag met Dash robotjes vanuit het gesubsidieerde project RobotWise. Hiermee leren ze kleine robotjes programmeren om bepaalde routes af te leggen. We houden natuurlijk ook aandacht voor de oudere technieken, maar proberen deze te vertalen naar en te koppelen aan nieuwe technologie. Bijvoorbeeld de bestaande soldeertafel behoudt gewoon zijn vertrouwde functie in het Technolab.” Ook is Dirk projectleider van twee STO-projectgroepen: “We willen volop inzetten op het maken van specifieke lesprogramma’s voor techniek en technologie. Het idee is om deze lessen in een Teams-omgeving te plaatsen zodat alle STO-scholen binnen de subregio Rijssen – Holten hier centraal uit kunnen putten. Neem de Waerdenborch en CSG Reggesteyn; die hebben al veel ervaring met VR en Pius X Rijssen zou daar dan uit kunnen putten.” Prikkelen en stimuleren Tot slot heeft Dirk een filosofie: “Je kunt niet álle leerlingen alles leren over nieuwe technologie, maar je kunt hen wel zelf laten ervaren wat er wat dat betreft allemaal op hun pad komt. Daarbij prikkelen we hen ook om zelf toepassingen te bedenken, zoals voor het programmeren van drones. We beschikken nu zelfs over drones met een thermocamera. Wat kun je daarmee in je latere werkleven doen? Die inspiratie en dat prikkelen tot nadenken via praktijkopdrachten over technologie kunnen we de leerlingen in ons vernieuwde Technolab bieden.” MENU

  • Samen met STO Twente willen we vmbo leerlingen leuke en inspirerende techniekervaringen op laten doen

    c5c0827b-fdac-4613-a657-72b2c8983b47 Samen met STO Twente willen we vmbo leerlingen leuke en inspirerende techniekervaringen op laten doen In mei 2024 nam Rianne Doeschot het stokje over van Gerrit Schalk als directeur REMO, een belangrijke partner van STO Twente. Hoog tijd voor een kennismaking met Rianne in de nieuwsbrief van STO Twente: “Niet alle kinderen komen uit een leefomgeving waarin techniek al een rol speelt, zoals met ouders die in de techniek werken. Daarom is het cruciaal voor ook vmbo-leerlingen dat we hen vanuit een breed pallet kennis laten maken met wat er allemaal mogelijk is in de techniek.” Al eerder in aanraking met STO Twente Voor haar overstap naar REMO was Rianne directeur van de stichting Industriële Kring Twente (IKT), het grootste zakelijke netwerk van Twente met de verbinding met onderwijs, overheid en ondernemers. IKT telt momenteel meer dan 500 betrokken organisaties. Rianne: “In mijn tijd bij IKT kreeg ik uiteraard het goede werk van STO Twente mee, ook via de techniekbedrijven die zijn aangesloten bij IKT. Vóór die functie werkte ik bij OOM als regiomanager. OOM is het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Metaalbewerking. In die functie was ik onder andere betrokken bij Overijssels Vakmanschap, evenals STO Twente een organisatie die zich richt op meer instroom in de techniek.” Aantrekkingskracht start al in het vmbo REMO is één van de partners in de Kampus in Rijssen. Rianne: “De Kampus is afgerond, een fantastisch pand, en het inmiddels 18-jarige REMO kan vanuit deze locatie veel meer flexibel technisch onderwijs bieden, ook aan steeds meer vmbo-leerlingen. De aantrekkingskracht van de Kampus, met REMO als één van de partners, maakt dat we steeds aantrekkelijker worden voor techniekstudenten, en die aantrekkingskracht start al in het vmbo.” Rianne noemt nadrukkelijk dat REMO hierin constructief samenwerkt met andere partners van STO Twente: “Uiteraard ROC van Twente, Bouwmensen en meer. We kunnen samen voor meer instroom in techniekonderwijs in de regio écht iets neerzetten. REMO is actief met innovatief vakmanschap, ook in nauwe samenwerking met de voor ons belangrijke partner STO Twente.” Kennismaken met techniek vanuit een breed pallet Rianne onderstreept dubbel en dwars het belang van het werk van STO Twente. Rianne: “Het belang zit ‘m er vooral in dat kinderen op een zo jong mogelijke leeftijd in de bréédte van techniek zien wat er gebeurt en mogelijk is. Ik zeg altijd: een kind kan met zijn of haar talent uiteindelijk kiezen uit heel veel beroepen. Maar om met die talenten daadwerkelijk voor techniek te kiezen, komt het er uiteindelijk toch op neer welk werk je ouders doen en ook de mensen om je heen, zoals buren, kennissen en verdere familie. Zit je als kind niet in zo’n technisch netwerk, in zo’n omgeving? Dan is de kans heel groot dat deze jonge leerling überhaupt niet in contact komt met techniek. Kortom, het is daarom cruciaal voor de jeugd dat we hen vanuit een breed pallet kennis laten maken met wat er allemaal mogelijk is in de techniek. Waar kan ik naartoe? Waar word ik heel blij van? Ze zijn nog zo jong! Dus aan ons de taak, samen met STO Twente, om hen leuke en inspirerende techniekervaringen op te laten doen.” Vraag meiden gewoon wat ze zelf willen Meiden kiezen in Nederland nog niet snel voor techniek, haalt Rianne aan: “Ik denk dat dit komt omdat we er niet in slagen voor hen de link met techniek vanuit specifiek knutselen te leggen. Dan heb je het dus over groep 7 en 8 waarin je al leerlingen aan de slag kunt laten gaan met het maken van bijvoorbeeld neon ledverlichting met je eigen naam. Ik noem dit specifieke voorbeeld nu omdat in deze opdrachten installatietechniek en elektrotechniek verwerkt zitten, twee specialismen van REMO.” Rianne benadrukt dat er binnen REMO inmiddels een aantal meiden in opleiding is: “Dat zorgt ervoor dat zij doen wat ze leuk vinden, maar óók dat ik met hen rond de tafel ga en vraag: wat willen jullie eigenlijk zelf? Het is heel belangrijk om met hen dit gesprek te voeren. Wat willen de meiden zelf en wat vinden zij belangrijk? In die gesprekken merk ik dat zij zich vaak gelijk behandeld willen voelen als de jongens binnen hun groep. Daar komt bij: in techniek geïnteresseerde meiden, zichtbaar actief op een techniekopleiding, inspireren ook weer ándere meiden.” Rolmodel? Voelt Rianne zichzelf eigenlijk rolmodel voor meiden in de techniek? Rianne: “Laat ik het zo zeggen: techniek is mijn omgeving, ik voel mij hier bij REMO en de Kampus thuis. Dat gevoel dat het hier je thuis kan zijn, gun ik ook de meiden die nu op het vmbo zitten en hun keuze nog moeten maken. Vaak zien ze het hier nog te veel als het domein van jongens, wat in de dagelijkse praktijk beslist anders ligt.” Vooral trots op geslaagde Techniek Tastbaar Rianne is vanuit de samenwerking met STO Twente onder andere blij met de geslaagde samenwerking voor Techniek Tastbaar. Verleden jaar vond daar de eerste editie van plaats op de Kampus voor de STO subregio Rijssen - Holten: “Op die samenwerking ben ik heel erg trots. De scholen hebben afgesproken dat alle tweedejaars leerlingen meedoen met Techniek Tastbaar. Deze leerlingen komen dan uitdagend en inspirerend rechtstreeks in contact met techniekbedrijven. De keuze van de organiserende vmbo-scholen om Techniek Tastbaar op de Kampus te houden onderstreept onze goede samenwerking. REMO en onze andere partner Bouwmensen in de Kampus, hebben samen een achterban van 200 tot 300 aangesloten bedrijven en de kracht daarvan is dat we voor Techniek Tastbaar vanuit één centraal punt deze bedrijven hebben benaderd voor deelname. Dat vinden bedrijven prettig. Ze krijgen heel veel versnipperde aanvragen voor techniek-activiteiten en houden daardoor lastig overzicht. Met de vraag voor hun deelname aan Techniek Tastbaar hebben we dat efficiënt gecentraliseerd.” In oktober 2025 zal de tweede editie van Techniek Tastbaar worden georganiseerd. PIE van Reggesteyn verhuisd naar REMO PIE van CSG Reggesteyn is naar REMO in de Kampus verhuisd. Ook andere vmbo-scholen zijn van harte welkom om hier hun PIE-lessen en -projecten in te plannen, benadrukt Rianne: “Er is nog ruimte om daar hele mooie stappen te maken. Met deze samenwerking tussen CSG Reggesteyn en hun PIE-lokaal binnen REMO leggen we een stevig fundament onder de zo gewenste doorlopende leerlijn. Scholen worstelen met de investeringen in techniek voor PIE, zeker voor de bestendiging hiervan op de lange termijn. Hoe mooi zou het zijn als de vmbo-scholen in de regio besluiten met hun derde- en vierdejaars PIE-leerlingen naar de Kampus te komen? Dan heb je grotere klassen, kun je met elkaar verder groeien en heb je meer mogelijkheden met machines én PIE-docenten.” MENU

  • Advies: maak Techniek Tastbaar vast onderdeel van je instroombevordering

    31c03df3-1468-496a-8b8a-f34789dcf41b Advies: maak Techniek Tastbaar vast onderdeel van je instroombevordering Het event Techniek Tastbaar heeft als doel vmbo-leerlingen te informeren over en enthousiasmeren voor techniek en technologie. Bijna alle subregio’s van STO Twente organiseerden inmiddels het event Techniek Tastbaar. De drijvende krachten achter Techniek Tastbaar zijn Petra Lambert en John van Mierlo. Hoog tijd om dit succesconcept eens nader toe te lichten: “Techniek Tastbaar is een succesvolle formule, maar we blijven altijd kritisch kijken naar verbeterpunten.” Oorsprong Techniek Tastbaar Petra: “Techniek Tastbaar is voor het eerst georganiseerd in 2015 en komt voort uit Jet-Net & TechNet. Dit is een groot landelijk netwerk waarbinnen bedrijven en scholen samenwerken om jongeren in het onderwijs zelf de wereld van techniek te laten ervaren. Echter, er werd heel veel gepraat en wij wilden van praten naar actie. Van die daadkracht is Techniek Tastbaar het concrete resultaat. Techniek Tastbaar slaat ook voor docenten de brug naar bedrijven om duurzame contacten te leggen voor veel meer contextrijker onderwijs.” De dynamiek van de dag zelf De kracht van Techniek Tastbaar is de eenvoud, benadrukt John: “Er zit geen hogere wiskunde achter. De dynamiek van de dag is de kracht, alles draait om de ontmoeting tussen de leerlingen en de bedrijven. Plus een dag lang netwerken tussen leerkrachten, docenten en bedrijven, ook onderling. Je ziet ze elkaar opzoeken en overleggen. Ondertussen hebben de leerlingen een fantastische dag.” Petra: “Ook merken we dat de bedrijven het écht fantastisch vinden om hun eigen techniek uit te leggen aan jonge leerlingen. Daar komt bij: de deelnemende bedrijven zitten vaak op fietsafstand van de school. Die regionale/lokale component is ook een belangrijke succesfactor van Techniek Tastbaar.” Relatie met Sterk Techniekonderwijs Twente John: “STO Twente werkt met precies dezelfde drie pijlers als waarop Techniek Tastbaar is gestoeld: instroombevordering, verbetering techniekonderwijs en ook heel belangrijk: de connectie met het bedrijfsleven.” De subregio’s van STO Twente zien hierin hun doelstellingen terug: “STO Twente heeft een sterke projectorganisatie met ervaren mensen. Door STO in het algemeen is er geld en mankracht beschikbaar en dat maakt dat er mooie interventies van de grond kunnen komen. De professionele projectorganisatie van STO Twente gaf van meet af aan een stevige impuls aan de 19 deelnemende vmbo-scholen.” Belang van evaluatie Techniek Tastbaar is een succesvol concept. John: “Tegelijkertijd moeten we alert zijn op wat er om ons heen gebeurt, bedoeld om naar de toekomst toe mee te bewegen en te verbeteren. Dus na elk event Techniek Tastbaar evalueren we met de betrokken scholen en bedrijven. Wat zijn de verbeterpunten? En hoe kunnen we die doorvoeren? Vooral de communicatie rondom Techniek Tastbaar is essentieel: voor, tijdens en na het event, zowel richting bedrijven als scholen.” Petra: “Techniek Tastbaar draait niet om kwantiteit, zoals records breken met het aantal bezoekers. We koersen liever op kwaliteit, dus wellicht minder bezoekers waarbij de leerlingen wel allemaal aan hun trekken komen met doe-activiteiten in de stands.” Herhaling is de kracht Techniek Tastbaar wil leerlingen helpen om een goede keuze te maken voor hun toekomst. John: “Maar dat bereik je niet met een eenmalig evenement. Leerlingen vanaf groep 6 en de jaren daarna, ook in het vo, moeten gewoon meerdere keren geconfronteerd worden met techniek. Van Techniek Tastbaar tot en met bedrijfsbezoeken, stages, praktijkopdrachten en gastlessen. Als je dat een aantal jaren herhaalt, krijgen leerlingen een veel completer en reëler beeld van de mogelijkheden van techniek en technologie. Staan ze eenmaal voor hun keuze? Dan heeft die herhaling bereikt dat ze techniek in ieder geval meewegen in hun beslissing.” Petra: “De kracht zit ‘m in de herhaling. Ook hopen we hiermee dat er tussen scholen en bedrijfsleven een soort community gaat ontstaan. Ontstaat die relatie? Dan is de kans veel groter dat er mooie samenwerkingen opbloeien dan wanneer ze elkaar helemaal niet kennen. Een voorbeeld? Voorafgaand aan elke Techniek Tastbaar event nodigen we bedrijven uit om op de organiserende school te komen kijken. Ook nemen we de dag zelf grondig door. Daar hebben we graag de techniekdocenten bij, voor hen een uitgelezen kans; de techniekbedrijven uit hun sector staan letterlijk voor hun neus. Makkelijker kunnen we het hen niet maken. Het event is het eindresultaat, maar alle activiteiten ervoor en erna zijn allemaal bedoeld om het onderwijs beter te maken en de relatie bedrijfsleven – onderwijs te versterken.” Techniek maar ook technologie Petra en John zijn zich ervan bewust dat, naast de harde techniek, er ook allerlei technologie doordringt in andere sectoren. De opkomst van zorgtechnologie is daarvan een actueel voorbeeld. John: “Dit betekent dat we Techniek Tastbaar bewust baseren op de 7 werelden van techniek. Hiermee voorkomen we dat we ook Techniek Tastbaar voor de leerlingen te veel koppelen aan specifieke beroepen. We willen hen juist enthousiast maken voor alle techniek en technologie die erachter de 7 werelden van techniek zitten. Daarom leent dit concept zich daar zo goed voor. Met leerlingen praat je dan niet over beroepen, die overigens door nieuwe technologie steeds veranderen, maar juist over denk- en doe-werelden die hen aanspreken zoals de wereld van de zorg. Daarom hanteren we dit concept graag als fundament voor Techniek Tastbaar.” Serie techniekmomenten organiseren Petra: “Wij realiseren ons dat Techniek Tastbaar niet het enige techniekevent is, er zijn er vele en ieder met hun eigen goede opzet en doelen. Onze insteek is dat we met al die collega-events een serie techniekmomenten organiseren voor zowel docenten en leerlingen alsook hun ouders. Waarbij er bij ieder event een stukje van de techniekwereld voor hen opengaat. Deze serie techniekmomenten zou steeds meer in het onderwijs ingebouwd kunnen worden. Daarmee acht ik de kans groter dat kinderen voor techniek kiezen dan wanneer dit niet gebeurt.” Vast onderdeel van de jaaragenda van je school Petra en John lichten tot slot graag nog iets toe: “De kosten om Techniek Tastbaar te organiseren zijn vele malen lager dan andere events. Terwijl de bezoekersaantallen hoog liggen. Tegelijkertijd vergt het heel veel inzet vanuit onze organisatie. We hebben geen enkel winstoogmerk en vragen van scholen en bedrijven alleen hun medewerking en tijd. We hebben tot nu toe 42 keer Techniek Tastbaar georganiseerd in Nederland en elke versie was voor wat betreft enthousiasme een succes. Zowel gezien vanuit de bezoekers als bedrijven en deelnemende scholen. Dat enthousiasme benut je maximaal door het als school nog een keer te organiseren zoals we eerder in dit interview opperden. Wat dan enorm helpt, is dat de blauwdruk en alle organisatorische en communicatieve afspraken er nog liggen van de eerste keer. Dus hoe vaker je het organiseert, hoe eenvoudiger het voor de school in kwestie wordt. In feite zou je het tot een vast onderdeel van de jaaragenda van je school kunnen maken.” MENU

  • Boot bouwen met razend enthousiaste leerlingen PIE

    bd1c8e96-84a1-4835-a1b9-8596a2b30305 Boot bouwen met razend enthousiaste leerlingen PIE Je leest het overal: laat leerlingen techniek op het vmbo iets dóen en ze schieten uit de startblokken. In de STO subregio Almelo e.o. hebben ze dit goed begrepen. Leerlingen PIE bouwen samen een metalen boot. Een sterk staaltje laswerk waarbij STO-partner Hofman Staalbouw meehelpt. Een project waar de leerlingen iedere week reikhalzend naar uitkijken. Vooral omdat ze een extra gemotiveerde docent PIE hebben in de persoon van Nico van Harten. Ook mooi: vrijwilliger Derk Hendriks draait belangeloos mee in dit project en brengt zijn bedrijfskennis in. Nico is instructeur PIE op het CSG Het Noordik: “Alle technieken beheers en onderwijs ik. Techniek zit van nature in mij én ik heb mij altijd laten bijscholen. Het technieklokaal hier is voor mij één grote speeltuin. Thuis heb ik een grote werkplaats waar ook jongelui uit de buurt aan de slag kunnen.” Eerst mini… Op dit moment bouwt Nico met zijn PIE-leerlingen elke woensdagmorgen aan een metalen boot: “Dit valt onder hun keuzevak lassen. De leerlingen hebben de vlet eerst in de schaalgrootte van 1:10 gelast. Hiervoor stelde Boer Metaaltechniek een pakketje samen met op maat voorgesneden stalen onderdelen. Handig was dat de leerlingen hiervoor in lesverband instructievideo’s op YouTube konden bekijken.” Nu maxi… Gewapend met die kennis uit dit mini-project zijn de leerlingen onder leiding van Nico nu de boot op ware grootte aan het lassen: “De bodemplaat zit inmiddels aan de zijkanten vast gelast. Ook het voordek en achterdek en voorschot en achterschot zijn inmiddels gelast. Let wel: met puntlassen, dus om de 15 á 20 cm centimeter leggen de leerlingen een kleine las en buigen ze de recht aangeleverde platen rond bij. Daardoor leren ze ook omgaan met lijmtangen, spanbanden en takels, dus aanmerkelijk méér dan alleen lassen.” Support vanuit Hofman Staalbouw De STO-subregio Almelo e.o. werkt nauw samen met meerdere techniekbedrijven, waaronder Hofman Staalbouw uit Vroomshoop. Nico: “Enkele leerlingen lopen in dit bedrijf een lasstage. Hofman heeft voor ons belangeloos het transport verzorgd van de stalen platen naar ons technieklokaal op het Noordik. Als straks de boot klaar is, zorgt Hofman ook voor een professionele roestbestendige eindbehandeling. Voor de houten onderdelen van de boot, zoals op de vlakke bodem leveren de BWI-leerlingen ondersteuning.” Praktijkinbreng van vrijwilliger De boot wordt 4.60 m lang en circa 1,60 m breed. Het totaalgewicht na oplevering? Pakweg 300 kg. De eerste tewaterlating is gepland voor één van de laatste lessen van het schooljaar 2021-2022. Nico: “We hebben hier naast de school een vijver en daar gaan we de tukkervlet uitproberen.” Vrijwilliger Derk Hendriks draait belangeloos mee in dit project. Nico: “Derk heeft altijd bij Wichers Metaal in Vriezeveen gewerkt. Op de woensdagmorgen loopt hij mee om onze leerlingen te begeleiden in dit project. Zijn praktijkinbreng is heel waardevol, hij is zelf een goed lasser. Hij komt met mooie praktijkoplossingen als de leerlingen ergens tegenaan lopen.” Ook interesse vanuit andere richtingen Nico: “Dit project is een enorme stimulans om daadwerkelijk voor techniek te kiezen. De leerlingen zijn razend enthousiast en vertellen hun ervaringen door aan andere leerlingen. Wekelijks zien we ook 10 tot 15 leerlingen van andere richtingen komen kijken naar het project. Voor hun ogen zien zij een mooie boot ontstaan. Dit techniekproject werkt dus ook heel aanstekelijk op andere leerlingen en ook hun docenten. Zelf leren Derk en ik nog heel veel, vooral het beteugelen van je eigen enthousiasme en de leerlingen de kans geven eerst alles zelf te ontdekken.” Vrijwilligers welkom! Uiteraard zij meer vrijwilligers welkom zoals Derk. Samen met hen kunnen onze leerlingen mooie stappen maken. Hier zin in? Overleg vrijblijvend met Eric Raanhuis via e.raanhuis@noordik.nl MENU

  • Twentse tweeling op tijd gered voor techniek

    d2a60d0f-47a7-433c-843f-56a8edba732b Twentse tweeling op tijd gered voor techniek De Twentse tweeling Dylan en Kevin is van jongs af aan gek van techniek: “Wij willen dingen máken.” Maar op het vmbo T(G)L kwam techniek niet écht aan bod. En eenmaal in de bovenbouw met profiel PIE gooide corona roet in het eten. Hun techniekdroom kwam op school niet uit de verf. Tot hun moeder zelf aanklopte bij bedrijfsvakschool SMEOT: “Nu komen we ’s morgens met plezier om 6 uur uit bed!” Kevin en Dylan: “Al vanuit huis kregen we techniek mee. Onze vader en een aantal familieleden werken ook in de techniek.. Eenmaal op het vmbo stonden we te popelen om daarmee aan de slag te gaan. Maar in de onderbouw is techniek vooral werken met een computer. Maar dat is helemaal ons ding niet.” Lastig kiezen vanaf de basisschool Met uiteindelijk hun vmbo-diploma op zak hadden de jongens er heel veel zin in om alsnog een kickstart te maken met hun carrière in de techniek. De moeder van Kevin en Dylan speelt hierin een grote rol. Reanni: “Na de basisschool is het best lastig kiezen welke richting je jongens op kunnen. Je weet je weg niet altijd en ook de vmbo’s zelf kunnen gerichter voorlichting geven, vind ik. De insteek is vaak: ga maar zo hoog en breed mogelijk dus T(G)L. Wellicht zouden de vmbo’s er nog eerder en scherper de talenten voor techniek uit kunnen halen. Want onze zonen wisten één ding: niet naar kantoor!” Decaan gaf goede tip Na het behalen van hun vmbo-diploma tipte de decaan van het vmbo Reanni en haar man over de richting Mechatronica: “Eerlijk gezegd had ik zelf geen idee wat dat was, maar de jongens zijn daar heel erg in geïnteresseerd. Na wat onderzoek kwamen we bij bedrijfsvakschool SMEOT terecht. Op de open dagen werden we direct enthousiast, vooral nadat de tweeling ook nog een dag meegedraaid had.” Op dat moment wisten ze nog niet of ze voor constructie of Mechatronica wilden kiezen, maar door gewoon te dóen, viel hun keuze al snel op Mechatronica.” Kevin en Dylan: “We zijn hier nu nog maar enkele weken, maar dít is wat we willen. We staan elke dag met plezier om 6 uur op en komen vanuit Denekamp naar Hengelo.” De jongens zijn nu 16 jaar en als ze na drie jaar op SMEOT klaar zijn, zijn ze 19 jaar.” Hans Fokke, Docent/Coördinator vmbo/mbo onderwijs SMEOT: “Uiteindelijk leren ze hier via projecttaken heel zelfstandig werken. Want het gaat niet alleen om techniek, maar ook om het aanleren van allerlei vaardigheden zoals een goede beroepshouding en zelfstandigheid. De uitkomst van het werken met projecttaken is het uiteindelijk ook in teamverband leren werken.” Veel potentieel techniektalent op T(G)L Hans Fokke: “De boodschap van dit verhaal is dat er ook heel veel potentieel techniektalent op T(G)L kan zitten. Ik hoop dat de vmbo’s binnen T(G)L nog beter de talenten spotten én begeleiden. Zodat die niet verloren dreigen te raken zoals Dylan en Kevin.” Goed nieuws is dat daar nu binnen STO veel aandacht voor is. Hans: “Wat daarbij gelukkig voortaan enorm gaat helpen, is dat er binnen de Nieuwe Leerweg met een verplicht Praktijkgericht vak veel meer mogelijkheden voor praktisch techniekonderwijs binnen TGL komen. Die ontwikkeling juich ik toe.” Ook gaan veel T(G)L’ers op SMEOT direct naar niveau 4, benadrukt Hans: “Maar als je graag met je handen werkt, zoals Dylan en Kevin, dan is hier eerst naar niveau 3 gaan een betere keuze. Dan zit je beter op je plek en kun je altijd nog doorgroeien.” Straks willen Kevin en Dylan van BOL naar BBL en komen ze in dienst bij een techniekbedrijf. “We combineren dan leren en werken. Wat we dan van ons eerste salaris gaan kopen? Iets met auto’s en visgerei!” Reanni is blij: “Ik heb nu twee zoons die doen we ze willen, hun motivatie is heel hoog!” En de Twentse industrie heeft er over enkele jaren twee techniekkanjers bij! MENU

Zoek

bottom of page