401 resultaten gevonden
- Rijssen-Holten zet inhoudelijk sterk 2e STO Café neer
ae259121-5534-4f17-a9f6-2e793ddf128f Rijssen-Holten zet inhoudelijk sterk 2e STO Café neer De geslaagde organisatie van het 2e STO Café lag in handen van de STO subregio Rijssen-Holten (CSG Reggesteyn en De Waerdenborch). De presentatie van Edo Tempelman van Techni Science over STEAM en vakoverstijgende technologieën leverde actuele inzichten op. Ook de naborrel in het Technolab van Reggesteyn was gezellig en zinvol. De ideeënuitwisseling tussen de vijf subregio’s van STO Twente kwam mooi op…STEAM! Gerard Rutterkamp, regioleider STO Twente Rijssen-Holten, gaf de inleidende aftrap voor een grote groep deelnemers aan dit 2e STO Café: “De kracht van onze subregio? Heel snel schakelen met de drie O’s op basis van vertrouwen, onze eigenheid bewaren en tegelijkertijd goed samenwerken met de andere regio’s binnen STO Twente.” Gerard benadrukte dat STO Twente inmiddels in alle harten van de deelnemers zit, ook in de subregio Rijssen-Holten. Een terechte uitspraak die smaakvol kracht werd bijgezet door een hartvormige traktatie, gemaakt én geserveerd door de leerlingen Horeca, Bakkerij en Recreatie van de scholen uit de subregio Rijssen-Holten. Daarna gaf Gerard het woord aan de beide STO-projectleiders Marcel Vaneker en Maarten Scholten. In de subregio Rijssen-Holten focussen zij momenteel op meerdere doelen. Ontwikkeling online platform Technolabs Maarten: “Eén van onze doelen, is het ontwikkelen van een online platform waarmee basisscholen een bezoek aan en gebruik van de leermiddelen van onze Technolabs kunnen reserveren. Dit geeft aan hoe belangrijk wij de lijn vinden vanuit onze scholen naar het basisonderwijs in onze regio. Ook kunnen de basisscholen via dit platform bedrijfsbezoeken aanvragen bij de techniekbedrijven die bij ons zijn aangehaakt. Uiteraard kunnen ook de eigen docenten van CSG Reggesteyn en De Waerdenborch via dit platform het Technolab en de leermiddelen reserveren voor hun eigen lessen.” Oprichting bureau externe contacten Marcel: “Tot slot wordt er hard gewerkt om in dit platform een stagezoekmachine voor leerlingen op te nemen. Vertrekkend vanuit onder andere hun kerndoelen en kernkwaliteiten krijgen zij vervolgens op basis van hun postcode een aantal bedrijven uit hun omgeving aangeboden die zij kunnen benaderen voor hun stage. Immers, onderzoek wijst uit dat leerlingen makkelijker een relatie opbouwen met een bedrijf dat op fietsafstand van hun ouderlijk huis ligt. Ook werken we aan de oprichting van een bureau externe contacten. Hierin centraliseren we alle kennis die docenten van zowel De Waerdenborch als CSG Reggesteyn hebben over hun contacten met bedrijven voor stages, gastlessen en bedrijfsbezoeken. Dit betekent dat techniekbedrijven voor al deze activiteiten geregistreerd komen te staan met één aanspreekpunt. Dit brengt overzicht en rust en voorkomt dat techniekbedrijven voortdurend vanuit alle hoeken benaderd worden. Andersom wordt het zo duidelijk voor de bedrijven bij wie zij op onze beide scholen moeten zijn. Hiermee verduurzamen we al deze kennis en maken we deze niet langer persoonsafhankelijk.” Stichting Zwaluwstaarten Tot slot schetste Maarten de ontwikkeling rondom de stichting Zwaluwstaarten: “Het basisonderwijs heeft de verplichting W&T in het curriculum op te nemen. Er ligt nu een Wetenshap & Techniek lessenreeks vanuit de Stichting Zwaluwstaarten voor alle groepen in het basisonderwijs. Dit is gebaseerd op het concept van de 7 Werelden van Techniek. Leerlingen krijgen op de basisschool een voorbereidende les over een bepaald onderwerp. Vervolgens komen zij naar ons Technolab om de bijbehorende uitvoerende les te volgen. Afgerond met weer een bijpassende les op de basisschool. Deze lessen zijn opgebouwd volgens het principe van Onderzoekend en Ontwerpend Leren. Marcel: “Binnenkort starten vanuit Holten de eerste basisscholen die met het concept van de Zwaluwstaarten aan de slag gaan. Kortom, een laagdrempelige manier om leerlingen kennis te laten maken met de 7 Werelden van Techniek. Daar zit altijd wel een ‘wereld’ bij waar leerlingen affiniteit mee hebben. Een mooi en praktisch project waarmee we een eenvoudig uitvoerbare lijn leggen tussen basisonderwijs en vmbo.” Presentatie STEAM STEAM is een Engelse afkorting voor Science, Technology, Engineering, Art en Mathematics, dus: wetenschap, technologie, ontwerp, kunst en toegepaste wiskunde. STEAM-onderwijs stimuleert competenties als programmeren, samenwerken, creatief denken en onderzoeken. Bij uitstek competenties die techniekonderwijs en de doelen van STO versterken. De presentatie van Edo Tempelman van Techni Science over STEAM en vakoverstijgende technologieën leverde mooie inzichten en gesprekken op. Edo: “Door technologie en digitalisering gaan beroepen zoals we die nu kennen compleet veranderen. Met STEAM bereiden we leerlingen daar nu al op voor.” En toen was het tijd om te netwerken in het Technolab van CSG Reggesteyn. Alle bezoekers kregen tot slot een MENU
- Succesvol reserveringssysteem Technolabs
9882374d-6964-4346-9d4d-97d92e24b885 Succesvol reserveringssysteem Technolabs STO Twente maakt het de basisscholen graag zo eenvoudig mogelijk om een workshop of activiteit in één van de inmiddels meerdere Technolabs te reserveren. Het Twents Carmel College (TCC) in Oldenzaal had de primeur met de ontwikkeling voor haar Technolab van een succesvol digitaal reserveringssysteem. Inmiddels kreeg dit navolging in het recent geopende Technolab op het Alma College. Beschikbaar voor zowel po als vo Elke week is het Technolab op het Alma College op dinsdag- en donderdagochtend gereserveerd voor het basisonderwijs. Emiel Dikkers: “Marc-Jan Hengstman en ik staan dan altijd in het Technolab met z’n tweeën. Naast masterclasses in het Technolab zijn er via het reserveringssysteem ook masterclasses te boeken op de vo-scholen die zijn aangesloten bij Baanbrekend leren.” Het Alma College en het TCC ervaren inmiddels dat dit toegankelijke systeem de drempel voor basisscholen om met hun leerlingen in het Technolab aan de slag te gaan nog verder verlaagt. Op de middagen zijn er ook inschrijfmogelijkheden voor het voortgezet onderwijs.” Marc-Jan: “Elke vo-school uit Almelo e.o. kan met ons nieuwe digitale boekingssysteem op onze website www.baanbrekendleren.nl een vooraf aangeboden moment in het Technolab boeken. De masterclasses zijn te boeken door alle vmbo-profielen. Leerlingen kunnen in het Technolab bijvoorbeeld aan de gang te gaan met één van de technologieën zoals de Laserbox.” Geïnspireerd door Technolab Oldenzaal Emiel: “Voor dit digitale boekingssysteem hebben we ons laten inspireren door een soortgelijk en al langer succesvol systeem van het Technolab op het TCC in Oldenzaal.” Alle masterclass docenten krijgen in dit systeem een eigen account. Daarmee kunnen alle boekingen direct en digitaal worden geregeld. Benieuwd? Probeer het zelf maar even uit: https://www.baanbrekendleren.nl/leerkracht-po Ook aan de slag met een reserveringssysteem voor je Technolab? Emiel Dikkers en Marc-Jan Hengstman van het Alma College geven graag antwoord op al je vragen. Dat geldt ook voor Wout Ensink van het TCC. Ook interesse in dit systeem? www.aqqo.com helpt je verder. MENU
- Keuzevak Slimme Technologie: uitdagend voor elk niveau
ba0a6222-9656-4005-85d8-a681f25960ab Keuzevak Slimme Technologie: uitdagend voor elk niveau STO Twente telt steeds meer techniek gerelateerde keuzevakken. Neem het al wat langer bestaande keuzevak Slimme Technologie. Samen met hun docent PIE Erwin Geerdink van CSG Het Noordik maken leerlingen inderdaad…de slimste oplossingen! De plannen zijn om dit keuzevak regiobreed in te zetten. Wat is slimme technologie in jullie lessituatie? Erwin: “Dat is het toepassen van programmeerbare logica in de praktijk. De leerlingen uit vmbo-basis en -kader en onze mavo gaan hiermee aan de slag. Feitelijk is programmeerbare logica een printplaatje dat je aansluit op een computer. Wij gebruiken hiervoor Arduino. Dit is een open-source platform voor elektronische prototyping. Vervolgens kun je op dit printplaatje een programma uploaden dat de leerlingen op de computer geschreven hebben. Op dit printplaatje worden allerlei sensoren en actuatoren aangesloten. De sensoren zijn de ogen en oren. Vangen die iets op? Dan kan het programma daar iets mee doen richting de actuatoren, zoals lampjes, servo’s, elektromotoren, displays, et cetera.” Waarom is dit keuzevak zo belangrijk? “In de maatschappij en het bedrijfsleven zien we nu al overal slimme technologie. Hoe eerder we daar onze leerlingen op voorbereiden, hoe beter.” Wat doen de leerlingen hiermee zodra ze dit beheersen? “Met die kennis gaan ze aan de slag in een project. Op internet vinden ze allerlei opdrachten waarmee je direct aan het werk kunt. Vaak al met kant-en-klare programma’s en 3D print bestanden. Aan de andere kant is het zeer zeker de bedoeling dat ze zelf ook iets bedenken als ze eenmaal de technische basis doorgronden. Naast de technische kant prikkelen we zo ook de creatieve ontwikkeling van leerlingen.” Heb je voorbeelden van wat de leerlingen met deze know how maken? “Een leerling maakte bijvoorbeeld een dashboard voor een elektrische skelter die we een aantal jaren eerder in elkaar hebben gezet. Dit autodashboard heeft een digitale kilometerteller. Dit bestaat uit een sensor, een display en een programmaatje dat de km/u uitrekent aan de hand van de wielomtrek. Dus ook wiskunde speelt een rol! Of neem een radiootje inclusief luidsprekers dat zij via Bluetooth hebben aangesloten met behulp van Arduino. Een ander groepje stortte zich op beweegbare oogbollen die alle kanten op kunnen kijken. Via een 3D printer hebben zij hiervoor alle onderdelen gemaakt, plus onder andere de toepassing van servo’s, schroefjes en meer. Het gaat straks werken via een programmaatje en een joy stick als sensor. Een uitdagend project met zowel elektronica als mechanica.” Is dit geschikt voor alle leerlingen? “Al met al trekken we hiermee de leerlingen aan die van zichzelf toch al een meer dan gemiddelde interesse hebben in elektronica, computers en mechatronica. Leerlingen die verder willen kijken dan naar eenvoudige schakelingen en iets meer aandurven. Aan de andere kant proberen we álle leerlingen hiermee te bereiken. Dit betekent dat we ook projecten doen die iets minder complex zijn. Zoals met drone-poorten: leerlingen gaan aan de slag met een eenvoudige sensor waar een drone overheen of langs vliegt. Dit leidt tot een elektronische registratie per drone-poort waar de drone passeert. We hebben meer van dit soort laagdrempelige instapprojecten, soms ook met een wedstrijdelement. Die projecten zijn ook geschikt gebleken om basisschoolleerlingen tijdens een open dag met techniek kennis te laten maken.” Wat is jouw rol? “Ik heb ervaring op dit vlak zoals met elektronica en programmeren en kan snel inzien waar leerlingen tegenaan lopen. Daardoor kan ik hen vlot door problemen heen loodsen. Dat draagt bij aan hun enthousiasme.” Regio-breed inzetten Binnen Sterk Techniekonderwijs Almelo e.o. is het een speerpunt om keuzevakken regiobreed aan te bieden. Op de woensdagmiddag kunnen leerlingen van alle aan STO Twente deelnemende vmbo’s uit Almelo e.o. al een keuzevak naar wens volgen. Erwin: “Het is de bedoeling dat wij het keuzevak Slimme Technologie daar regio-breed aan toevoegen.” De 15-jarige Tim is één van de leerlingen die het Keuzevak Slimme Technologie volgt: “Ik zit in het vierde jaar en koos bewust voor Slimme Technologie. Automatiseren en werken met robots spreekt mij aan. Thuis ben ik hier ook al een tijdje mee bezig. Later wil ik de ICT in. Ik heb nu een kilometerteller gemaakt met onder andere een parkeersensor en radio voor op een skelter. Voor dit keuzevak werk ik met een andere leerling samen, daar leer je ook van.” MENU
- Eerste Techniek Tastbaar in Twente: drukbezocht en van álles te doen
56695e0a-9521-4086-b81f-98f800d6bacf Eerste Techniek Tastbaar in Twente: drukbezocht en van álles te doen Kinderen laten ervaren hoe mooi techniek kan zijn? Daarvoor organiseerde de STO subregio Oldenzaal het event Techniek Tastbaar. De plek? Het Twents Carmel College locatie Potskampstraat. Techniek Tastbaar is eén van de vele activiteiten vanuit Sterk Techniekonderwijs Twente om kinderen te enthousiasmeren voor techniek. Het was op vrijdag 1 april een fantastische dag en een groot succes. Het event trok heel veel kinderen en hun ouders. Zoals een moeder die zei: “Ik wist niet dat techniek tegenwoordig bijna overal in zit!” Kijken, luisteren en… vooral doen! Het TCC benutte voor Techniek Tastbaar het PIE-, M&T- en BWI-lokaal en uiteraard het Technolab. Maar ook in de gangen daartussen en buiten was van alles te doen. Circa 30 regionale technische ondernemers lieten in hun stands letterlijk zien welke mogelijkheden er zijn in de installatietechniek, autotechniek, automatisering, metaalbewerking, aandrijftechniek, techniek in de zorg, scheepsbouw en meer. Ze vertelden basisschool- en onderbouwleerlingen alles over de nieuwste technologieën, innovaties en digitaliseringen. Een mooie gelegenheid om de meest uiteenlopende beroepen te leren kennen. Door te kijken, te luisteren en te…doen! Want bij elk bedrijf konden de jonge bezoekers aan de slag of iets spannends doen met techniek. Zoals rondrijden in een elektrisch aangedreven botsauto. Of zelf lekker ranja tappen uit een foodprocesser uit een fabriek. Daarom: Techniek Tastbaar. Ontdekken door te dóen! Basisschool en leerlingen uit de onderbouw Anouk Zuidersma, coördinator Techniek Tastbaar en decaan op het TCC: “Zo’n 30 bedrijven hebben zich enthousiast aangemeld om deel te nemen aan Techniek Tastbaar. We hebben naast basisschoolleerlingen ook leerlingen uit de onderbouw van onze andere vestigingen uitgenodigd. Zij komen voor de keuze te staan welke richting zij willen opgaan in de bovenbouw en met Techniek Tastbaar laten we zien hoe leuk en gevarieerd techniek is.” Overigens, de basisschoolleerlingen kregen bij de start van Techniek Tastbaar om 12.00 uur de kans om met hun hele klas langs te komen. Anouk: “We kregen inderdaad veel klassen op bezoek, heel verheugend. Daarna was het een vrije inloop voor vo-leerlingen.” Ook veel belangstelling van ouders Techniek Tastbaar trok niet alleen leerlingen van basisscholen en de onderbouw van het TCC, maar ook veel ouders. Anouk: “Een positieve ontwikkeling, want als ook ouders zien hoeveel mogelijkheden er in de techniek liggen voor hun kinderen, vergroten we de kans dat hun kinderen hiervoor kiezen.” De primeur De STO subregio Oldenzaal had de Twentse primeur met Techniek Tastbaar. Een inspirerend voorbeeld voor andere subregio’s zoals Enschede die inmiddels ook een eigen Techniek Tastbaar voorbereiden. Oud-leerling TCC studeert op het mbo verder in techniek: “Mijn interesse in techniek ontstond op het vmbo” Eén van de deelnemende bedrijven was maaltijdenleverancier Bonfait. Hun foodprocessor waaruit je zelf ranja kon tappen werd bemand door Lucas Huisken: “Ik heb zelf op het TCC gezeten! Daar deed ik GL en ontdekte bij PIE dat ik techniek heel interessant vond. De keuken in leek mij ook mooi, maar uiteindelijk koos ik bewust voor techniek. Nu studeer ik engineering mechatronica niveau 4, een BOL-opleiding op de Gieterij in Hengelo. Vanuit die opleiding vond ik een stage bij Bonfait en werk daar nu elke zaterdag in een bijbaan. Ik hoop dat we tijdens Techniek Tastbaar andere jonge mensen ook hebben weten te motiveren voor techniek.” MENU
- We zijn vertrokken vanuit een stevig organisatiefundament
da4c1c29-108d-45d3-87b0-0fd31d56db27 We zijn vertrokken vanuit een stevig organisatiefundament Jan van der Meij is directeur van het Alma College. Recent volgde hij Patric Wigman op als regioleider STO Almelo en omstreken. Een mooi moment om terug én vooruit te blikken door de bril van Sterk Techniekonderwijs: “We werken consequent toe naar één organisatie voor STO Almelo e.o. waarin alle deelnemers collega’s van elkaar zijn, van onderwijs tot en met bedrijven.” Direct betrokken Jan is al vanaf de allereerste planvorming in 2019 betrokken bij STO Twente: “Vanaf de start heb ik de rol van aanjager vervuld. Eerst als directeur van het vmbo, praktijkonderwijs en isk van Het Erasmus. Sinds drie jaar zijn de vmbo-afdelingen van Het Noordik, Pius X College en Het Erasmus één school geworden: het Alma College. Die bundeling heeft het voor STO makkelijker gemaakt. De techniekdocenten van drie scholen werden directe collega’s en dit maakte de overleglijnen efficiënter.” Gelijkwaardige plek voor andersoortig onderwijs Jan: “Gelukkig doen alle vmbo-scholen in onze subregio mee, evenals praktijk- en speciaal onderwijs: Het Noordik Vriezenveen, Het Noordik Vroomshoop, Canisius Tubbergen, Zone.college, Het Erasmus praktijkonderwijs en het Omnis College. Hoewel de laatste drie formeel niet vallen onder de subsidieregeling hebben we al bij de start besloten hen een gelijkwaardige plek in onze subregio te geven. Daarmee is onze subregio best complex.” Koersen op één duidelijk herkenbare STO-organisatie Hoe houdt deze subregio alle kikkers in de kruiwagen? Jan: “Bij de start van STO Almelo e.o. hebben we veel tijd en energie gestoken om er eerst één duidelijk herkenbare STO-organisatie van te maken. Alle deelnemende scholen hebben onder begeleiding van onze externe projectleiding eerst goed nagedacht over de vereiste organisatiestructuur, bijbehorende rollen en passende regiovisie. Daarmee ontwikkelden we een gezamenlijke stip op de horizon en een gezamenlijke taal. Het vinden van die juiste organisatiestructuur is echt zoeken geweest, maar we kwamen eruit. De belangrijkste kenmerken? De directeuren noemen we de externe aanjagers voor het STO-project met vooral de blik naar buiten. Daarbij werken we met een ring met interne aanjagers met meer de blik naar binnen. Met als kernopdracht de activiteiten uit te voeren en goed samen te brengen, plus het organiseren van een passende personele bezetting op alle scholen.” Vernieuwde focus op bedrijven Jan noemt ook het belang van samenwerken met de bedrijven in de regio: “Samen met de bedrijven hebben we in 2024 heel nadrukkelijk onze visie en rol uit de eerste tranche herzien. Voor de tweede periode (2025 t/m 2028) willen we meer dan voorheen dat bedrijven deel uit maken van onze organisatie. Een grote uitdaging, waarbij we expliciet zeggen dat we STO Almelo e.o. niet alleen met de scholen doen, maar écht samen met de bedrijven. We doen dit door de bedrijven als teamleden in de activiteiten op te nemen: bedrijven denken actief mee. We hebben de opdracht om nadrukkelijk samen te werken tussen alle subregio’s in Twente.” Trage start inmiddels succesvol ingelopen Door de lange voorbereidingstijd leek het in het begin of er in de subregio Almelo e.o. niet zoveel concreets gebeurde, terwijl andere subegio’s direct met tastbare activiteiten aan de slag gingen zoals het bouwen van Technolabs en het verzorgen van masterclasses. Jan: “Bij ons kwam dat net wat langzamer op gang. We wilden elkaar eerst goed leren kennen én heel goed nadenken over hoe we het beste konden samenwerken, met als doel feitelijk één STO-organisatie. Die ogenschijnlijke trage start hebben we vervolgens volledig ingelopen met gevarieerde activiteiten. De programmaleiding van STO Twente heeft dit ook gezien en liet ons recent weten dat we het hartstikke goed doen. Tot nu toe hebben we met vijf strategielijnen gewerkt. Die waren gericht op de doelgroepen po, mbo en bedrijven." Onderscheidende activiteiten De subregio Almelo e.o. wist enkele onderscheidende activiteiten te bedenken en tot uitvoer te brengen. Jan: “Alle deelnemende scholen hebben de woensdagmiddag vrijgemaakt om leerlingen de kans te geven op elkaars scholen keuzevakken te volgen. We geven hiermee bijvoorbeeld de PRO-leerlingen de kans om letterlijk met het vmbo kennis te maken. Dat is heel goed voor hun beeldvorming en ontwikkeling. Je zou kunnen zeggen dat we met deze STO-activiteit ook een algemeen maatschappelijk doel dienen.” Ook biedt de subregio Almelo e.o. eigen trainingen aan voor docenten om de nieuwe technologie die zij aan hun leerlingen presenteren eerst zelf te leren doorgronden. Planvorming 2025 t/m 2028 De plannen voor 2025 t/m 2028 haken in op de vernieuwde uitgangspunten voor STO landelijk. Jan: “Daar zijn we zelfs mondjesmaat al mee begonnen zoals de verbreding van de deelnemende profielen. We betrekken inmiddels al Zorg & Welzijn en introduceerden in september het keuzevak Mode en Design; ook hierin worden techniek en technologie toegepast.” Wel constateert Jan met zijn collega’s dat je de nieuwe STO-periode niet inkleurt met een één-op-één doorzetting van bestaande activiteiten: “We zien in dat we hier en daar toch nog bepaalde accenten moeten leggen en in deze fase bevinden we ons momenteel. Als we hierin wellicht iets afwijken van de reguliere aanpak van STO zullen we dit goed onderbouwen.” Meer directe koppeling Ook nieuw zal zijn dat Almelo e.o. de structuur van haar eigen STO-organisatie gaat koppelen aan de vier aangepaste doelstellingen vanuit STO voor de komende projectperiode. Jan: “We verbinden heel zichtbaar de externe aanjagers aan de vier doelstellingen. In de eerste periode was die koppeling minder zichtbaar voor de buitenwereld. Hiermee maken we naar buiten toe meer helder dat de subregio Almelo e.o. georganiseerd is conform de doelstellingen van STO Twente.” Jan benadrukt nog een groot voordeel van deze organisatorische aanpassingen: “Hiermee bereiden we ons ook voor op een belangrijke doelstelling van STO, namelijk de structurele inbedding voor na 2028 van alles wat we realiseren met STO Almelo en omstreken.” Bijstelling naamgeving De subregio hanteert sinds kort weer nadrukkelijk de naam STO Almelo en omstreken. Jan: “In de vorige projectperiode leek het een goed idee om onze visie de eerdere ondertitel ‘Baanbrekend Leren’ als merknaam voor de subregio te gebruiken. Daarmee raakten we echter onze zichtbaarheid als STO-organisatie kwijt en liepen we het risico de aansluiting te missen.” Gevoel van concurrentie is weg Tot slot deelt Jan het best bewaarde STO-geheim van de subregio Almelo en omstreken. Jan: “Het kost inzet en tijd, maar het is ons gelukt om de voorheen concurrerende vmbo-scholen te verenigen in een gezamenlijk STO-project. Die focus behouden we ook; we doen dit samen om techniek en technologie te versterken en de leerlingen te behouden voor de regio. We hebben bereikt dat alle deelnemers aan de subregio Almelo en omstreken hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid ervaren. Natuurlijk, soms speelt de neiging op om iets vanuit je eigen school te doen, maar dan houden we elkaar daarin scherp.” MENU
- TZA Zorgkoffers uitgereikt in STO Twente
e0741133-8c5a-44fc-a21a-1f9e6cfa2b49 TZA Zorgkoffers uitgereikt in STO Twente In september en oktober krijgen de docenten van het profiel Zorg & Welzijn in subregio’s van STO Twente de Zorgkoffer van TZA in bruikleen uitgereikt. TZA is een belangrijke samenwerkingspartner van STO Twente. We namen een kijkje bij de uitreiking en toelichting door Mariëlle Medema op CSG Reggesteyn in Rijssen. In één handige en mobiele koffer putten de scholen nu uit een slimme selectie van zorgtechnologie. Want ook in de sector zorg en welzijn helpt slimme technologie mensen die langer thuis willen blijven wonen. En die technologie leren beheersen start uiteraard al in het vmbo! TZA Twente: regionaal leerwerk-, oefen- en testcentrum De Technologie & Zorg Academie (TZA) Twente is het regionale leerwerk-, oefen- en testcentrum op het gebied van zorgtechnologie en hulpmiddelen, gericht op het vergroten van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid in de thuissituatie. De TZA is een netwerkorganisatie van (zorg)organisaties, overheid en onderwijs. In een innovatieve omgeving worden studenten, docenten en professionals meegenomen in de mogelijkheden die technologie biedt. TZA Twente werkt inmiddels al nauw samen met STO Twente. Toepassen in realistische lessituaties Mariëlle Medema is bij TZA Twente de coördinator van het Living Lab: “Ook leerlingen en hun docenten uit het vmbo zijn van harte welkom om kennis te maken met onze tastbare technologie en praktische tools. Op deze beleeflocatie van de TZA valt van alles te ontdekken om technische en innovatieve hulpmiddelen voor de zorg uit te proberen en te ervaren. Maar we lenen ook rijkgevulde Zorgkoffers uit, bomvol praktische voorbeelden van zorgtechnologie, zoals nu binnen de profielen Zorg en Welzijn in Twente.” De scholen krijgen deze koffer dankzij STO Twente in bruikleen. Mariëlle: “De docenten Zorg en Welzijn kunnen alles nu zelf uitproberen en samen met hun leerlingen toepassen in realistische lessituaties.” Uiteraard biedt de Zorgkoffer handleidingen die elke zorgtechnologie helder uitleggen en wat de docenten en leerlingen ermee kunnen. Mariëlle: “En hebben ze gaandeweg vragen over hoe iets werkt of hoe je bepaalde zorgtechnologie toepast? Dan staan we stand-by om die vragen te beantwoorden.” Laatste snufjes op het gebied van zorgtechnologie Om een idee te geven: de zorgkoffer toont de laatste snufjes op het gebied van zorgtechnologie. En zoals Mariëlle benadrukt: “Niet zozeer vanuit het veelgehoorde argument dat er steeds minder handen aan het bed zijn, maar veel meer vanuit het idee dat zorgtechnologie mensen langer in staat stelt zich thuis te redden.” Met schwung toonde Mariëlle zorgtechnologie uit de TZA Zorgkoffer bijvoorbeeld aan twee docenten Zorg en Welzijn van CSG Reggesteyn: Tamara Berentschot en Herma Catsburg. Zoals een slaapmasker met bluetooth, een memoryspel voor de leerlingen om zorgtechnologie te leren combineren met een zorgvraag, een t-shirt waardoor je inwendige organen aan de buitenkant zichtbaar worden en een super eenvoudig te bedienen radio. Maar ook een BBrain klok voor herinneringen voor dementerenden en een super zwaar set kledingstukken waardoor leerlingen zelf ervaren hoe mensen met een zorgvraag fysiek beperkt kunnen zijn, het zogeheten ouderdomspak. Evenals het ademhalingskussen Somnox om rustig in slaap te vallen en de Moofie vielen in de smaak. De laatste is een lange fitnessstok die met licht en geluid allerlei bewegingsoefeningen geeft om fit te blijven in een zorgsituatie. En natuurlijk ontbrak de bekende robotpoes niet waarmee cliënten of patiënten kunnen knuffelen. Speciaal lesmateriaal ontwikkelen De kunst is natuurlijk om al deze voor leerlingen aantrekkelijke zorgtechnologie niet zomaar ‘in de groep te gooien.’ Ook Tamara en Herma waren super enthousiast na alle uitleg van Mariëlle, evenals hun andere onderwijscollega’s in Twente: “We gaan hier nu speciaal lesmateriaal voor schrijven. Daar zijn we al voor in overleg met de collega’s van Zorg en Welzijn van het C.T. Stork College in Hengelo en docenten van de Wethouder Beverstraat in Enschede. We laten de leerlingen er eerst gewoon spelenderwijs kennis mee maken. Vervolgens gaan we hen begeleiden in het denkproces om deze zorgtechnologie te integreren in de lessen.” In de Zorgkoffer zit bijvoorbeeld een automatische appelsnijder voor wie dat met de handen niet meer lukt. Tamara en Herma: “We gaan de leerlingen inspireren om na te denken over hoe zij die zorgtechnologie zouden kunnen benutten. Denk bij de automatische appelsnijder aan een bakopdracht waarin je de appelsnijder integreert in de les. Dus niet dat wij een kant-en-klare les appelschillen maken, maar de leerlingen zelf laten bedenken hoe je al deze zorgtechnologie nuttig kunt inzetten.” Scholen kunnen dit soort technologie bijvoorbeeld ook inzetten voor een beurs/ouderavond of themaweek Méér mogelijk Overigens, TZA Twente heeft méér zorgtechnologie in huis dan in de Zorgkoffer meekomt. Mariëlle: “Docenten Z&W van scholen die deelnemen aan STO Twente en die ook interesse hebben in onze SmartClips en CRDL, kunnen ons gewoon even mailen via onze probeerservice ( probeerservice@tza.nu ) . Omdat STO Twente lid is van de TZA is deze technologie voor hen via TZA Twente te huren.” MENU
- Speelse filmpjes inspireren Twentse jeugd voor techniek
a7a8d040-b2aa-4a36-823e-c9f31c63ab31 Speelse filmpjes inspireren Twentse jeugd voor techniek Het programma Sterk Techniekonderwijs Twente (STO Twente) heeft meerdere speerpunten. Een belangrijke is Twentse vmbo-jongeren stimuleren om voor techniek te kiezen. En daar zetten we supermoderne middelen voor in! Zoals de gloednieuwe BLIQ-campagne die in de week van 20 september groots van start gaat. Bijzonder is dat in elk van de tien BLIQ-filmpje zowel bedrijven als vmbo-leerlingen uit Twente meespelen. Aan STO Twente doen vijf subregio’s met ieder twee BLIQ-filmpjes. Onderzoek wijst uit dat leerlingen tussen 10 – 14 jaar geen goed beeld hebben van hoe techniek in alle facetten van hun dagelijkse leven een rol speelt. De BLIQ-filmpjes brengen daar in één klap verandering in en zijn speels opgebouwd: Twentse vmbo-leerlingen lopen tegen een dagelijkse en herkenbare handeling of probleem aan, en verbazen zich over de werking daarvan. Vervolgens brengt een lokaal Twents bedrijf als techniekheld direct de bijpassende oplossing of uitleg in beeld. Voorbeelden? Hoe blijft eten zo lang vers, ook tijdens transport, hoe werkt een inductieplaat voor het bakken van een ei?, hoe werkt een thermostaat, wat gebeurt er als je per ongeluk een bal door een ruit schopt?, hoe werkt een discolamp op een feestje? Of hoe krijgt een voermengwagen die door je dorp rijdt die loodzware laadbak zo moeiteloos omhoog? Lokaal herkenbaar De filmpjes laten jonge mensen én hun ouders door deze speelse aanpak letterlijk met een andere ‘BLIQ’ naar techniek in hun dagelijkse leven kijken. De boodschap? Kijk eens met een andere ‘BLIQ’ en ontdek dat techniek héél dichtbij, in je dagelijks leven, een belangrijke rol speelt. Want verbazing is dé motivator om leerlingen te inspireren voor techniek te kiezen. De kracht is vooral dat in de filmpjes echte vmbo-leerlingen meespelen in combinatie met eveneens echte lokale techniekbedrijven. Kortom, herkenbaar, dichtbij en overtuigend. Veelzijdig inzetbaar STO Twente liet in totaal tien BLIQ-filmpjes maken. Deze filmpjes worden grootschalig verspreid in de week van 20 september. Niet alleen via social media, maar ook in lessituaties zelf op de 19 vmbo’s die meedoen onder de paraplu van STO Twente. De scholen zetten STO en de BLIQ-filmpjes die week centraal tijdens verschillende activiteiten en o.a. LOB-lessen. Een aantal scholen zet een quiz in met een aantal vragen over de filmpjes. Deze quiz wordt ook gebruikt in het primair onderwijs; want ook zij zijn de doelgroep! De hele serie staat vervolgens als programma op NXtv: een veilig videoplatform voor techniekpromotie, met ‘de 7 werelden van techniek’ als uitgangspunt. Terugkijken voor wie maar wil, is dus heel eenvoudig. Deelnemende bedrijven De Twentse bedrijven die deelnemen aan de BLIQ-filmpjes zijn Trioliet, Braakhuis Metaal, De Groot Vroomshoop, Exes Licht en Geluid, Müller Transport, Niverplast, Sensata, Bonke, Loohuis Installatiegroep en Huisken Professional. Deze techniekbedrijven werken al nauw samen met STO Twente en vmbo’s in hun subregio. STO Twente geeft deze bedrijven met BLIQ de kans een specifiek facet te laten zien van hun techniek, met als doel om direct in te spelen op de belevingswereld van jonge leerlingen. Meer weten? Kijk op https://www.nxtv.nl/program/bliq . Leraren en mentoren vinden educatieve support op een speciale onderwijspagina op de website. STO TWENTE START BLIQ-CAMPAGNE MENU
- Instructeur samen met zijn leerlingen geslaagd voor lasdiploma van NIL
a4210b8f-389c-4e50-a4f1-e1d9a0f4d05d Instructeur samen met zijn leerlingen geslaagd voor lasdiploma van NIL Geweldig nieuws! Nico van Harten, instructeur PIE aan CSG Het Noordik in Vroomshoop én twee van zijn leerlingen zijn geslaagd voor hun NIL-diploma voor lastechniek. Dit scholingstraject kwam tot stand via de samenwerking tussen STO Twente en Hofman Staalbouw. De opleiding bij Hofman lag van september 2023 tot en met april 2024 in vertrouwde en vakkundige handen van Jan Tijhuis, de opleider voor Metaal & Techniek, en zijn collega Dennis Bakker. Nico: “Jan is vooral actief met promotie voor lassen en Dennis focust met name op het lesgeven zelf.” Lasapparatuur gesynchroniseerd De twee leerlingen Gijs en Valentino zitten in het vierde jaar en deden onlangs examen. Nico: “Hun lasopleiding hebben ze uiteraard op CSG Het Noordik gevolgd, maar het grootste deel daarvan intern bij Hofman Staalbouw.” Nico: “Twee van onze lasapparaten op school hebben we daar speciaal voor omgebouwd. Deze hebben we de instellingen meegegeven zoals ook Hofman die voor haar eigen lasapparatuur gebruikt. Door deze aanpassingen konden beide leerlingen vol aan de bak met het leren lassen voor het erkende NIL-diploma.” Deze aanpassingen zijn ook gunstig voor de jongens en meiden die in de toekomst hun lasdiploma willen halen, geeft Nico aan: “Het is voor hun opleiding dan heel handig dat de lasapparatuur bij Hofman Staalbouw en bij ons op school is gesynchroniseerd.” Praktijkdiploma Gijs en Valentino deden ook mee aan de laswedstrijden in Groningen in maart. Dit betrof de voorronde voor het Nederlands kampioenschap lassen voor vmbo-leerlingen. Nico: “Voor de finale werden zij weliswaar niet geselecteerd, maar voor hun goede kwaliteiten als lasser haalden zij door mee te doen aan deze voorronde in één moeite door hun praktijkdiploma. De vakkundige beoordelaars hiervan in Groningen waren lasdocenten die ook altijd de NIL-examens afnemen.” Ook instructeur geslaagd Maar niet alleen Gijs en Valentino zijn geslaagd! Ook hun instructeur Nico van Harten volgde de praktijkopleiding bij Hofman Staalbouw: “De leerlingen en ik hebben tegelijk de theorie gevolgd en ook ik ben geslaagd voor het NIL-diploma. Ik ben hierin dus gelijk opgegaan met mijn leerlingen Gijs en Valentino. Uiteraard was lassen een vak op de MTS en heb ik daar mijn diploma voor gehaald. Maar het is ook wel belangrijk dat als je je leerlingen opleidt voor een specifiek lasdiploma je daar zelf ook over beschikt. Veel wist ik al, maar vooral door de details ben ik weer opgefrist. Mijn nieuwe kennis kan ik vervolgens ook weer overbrengen aan nieuwe leerlingen.” “Ik ga met een lach op mijn gezicht naar Hofman, de sfeer daar is ontzettend gezellig” Vervolgopleiding En dat is nog niet alles! Eén van deze leerlingen, Valentino, gaat na zijn eindexamen aan het Noordik zijn opleiding volgen bij Hofman Staalbouw. Dat betekent dat hij zowel leerling van ROC van Twente is alsook praktijkscholing krijgt bij Hofman Staalbouw. Dit prachtige resultaat was zonder de STO-samenwerking niet mogelijk geweest. Valentino: “Eerst deed ik daar een snuffelstage en boden zij mij een bijbaan aan. Vervolgens heb ik hier de praktijkopleiding voor het lassen gevolgd. Ik ga met een lach op mijn gezicht naar Hofman, de sfeer daar is ontzettend gezellig. Ik ga na de zomer naar ROC van Twente voor de opleiding die eerder Allround Constructiewerker werd genoemd. Lassen maakt hier een onderdeel van uit.” Waarom vindt Valentino lassen zo leuk? “Van mijzelf ben ik een redelijk druk persoon en van lassen word ik heel rustig door mij te focussen op één ding.” Herhaling in de pen De kans is zeer groot dat de lasopleiding in samenwerking met Hofman Staalbouw zich gaat herhalen. Nico: “Voor de ronde van volgend jaar hebben we inmiddels nog meer animo, waarschijnlijk ook van twee meiden. Zij zijn onderling heel enthousiast en het is leuk om hun lastechniek en de vorderingen daarin te beoordelen. Inmiddels volgen zij op de maandagmiddag lastechniek bij Hofman als keuzevak vanuit Het Noordik.” Jan Tijhuis, de opleider voor Metaal & Techniek bij Hofman Staalbouw overhandigde de diploma’s persoonlijk aan deze drie toppers, zie foto. MENU
- Feestelijk ministerieel startsein voor micro:bit project
11bcdca4-3ccd-4c66-9494-471baae381cb Feestelijk ministerieel startsein voor micro:bit project Op maandagochtend 27 maart bezocht minister Dennis Wiersma het C.T. Stork College in Hengelo. Doel van het compacte en afwisselende programma van twee uur? Onderzoek doen naar de invoering van de praktijkgerichte programma’s (PGP) in de theoretische leerweg. Eveneens maakte de minister gebruik van de gelegenheid om het feestelijke startsein te geven voor het zogeheten micro:bit project van het C.T. Stork College, onder de vlag van het project “Jouw digitale toekomst begint hier!” Opleiden tot digitale, creatieve pioniers Benno Hams is teamleider TGL, BWI en PIE op het C.T. Stork College én regioprojectleider van de STO subregio Hengelo: “In samenwerking met enkele regionale bedrijven en instellingen start het C.T. Stork College met het opleiden van onze leerlingen tot toekomstige digitale, creatieve pioniers. Dit doen we onder de vlag van het project “Jouw digitale toekomst begint hier!” Het gaat om XIP, HTM Technologies, NTS Norma, Techniekhuis Twente en SMEOT. De digitale wereld is niet meer weg te denken in het dagelijkse leven en wie deze kennis heeft kan de toekomst dan ook vol vertrouwen tegemoetzien. Benno: “De leerlingen leren in dit project spelenderwijs programmeren en worden uitgedaagd om software en hardware te laten samenwerken. Hun interesse voor technologie en IT wordt gewekt en ze leren vaardigheden voor hun professionele toekomst.” Elke vmbo-leerling een eigen micro:bit Benno: “We geven vmbo-leerlingen een eigen programmeerbare micro:bit. Dit is een klein (4x5cm) micro computertje met knopjes voor de bediening, en een 5x5 led matrix als beeldscherm. Verder beschikt de micro:bit over vele sensoren. Door gebruik te maken van de juiste programmerblocks meet het temperatuur, licht, acceleratie (trillingen), oriëntatie en magneetvelden (kompasfunctie). Ideaal voor zelf te maken toepassingen.” Daarnaast beschikt de micro:bit over draadloze communicatie met andere micro:bits, en met smart-phones, tablets en computers. Hiermee is de micro:bit dus tevens een IoT (Internet of Things) platform dat ook voor gevorderde gebruikers interessant is. Benno: “De micro:bit is in feite een zakformaat computer die een leerling kan programmeren, aanpassen en aansturen om zijn digitale ideeën, games en apps tot leven te brengen.” Doelstelling van het project “Jouw digitale toekomst begint hier!” Het onderwijskundige deel van het project bestaat uit drie verschillende fasen. Benno: “Ten eerste het opzetten van een onderwijsprogramma voor verschillende groepen leerlingen van het C.T. Stork College. Hierbij zal een programma ontwikkeld worden voor alle leerlingen uit leerjaar 2 en voor de leerlingen die het profiel PIE en Technologie & Toepassing volgen en dat gaat verder dan alleen het gebruik van een micro:bit. De tweede fase is het uitrollen van het lesprogramma van leerjaar 2 naar de andere vmbo-onderbouwlocaties. De derde fase behelst het uitrollen van het lesprogramma naar de overige scholen voor het voortgezet onderwijs in Hengelo en omstreken.” Wellicht inzet STO Twente breed Daarnaast zal met de andere STO subregio’s in Twente samengewerkt worden om te onderzoeken of het project een regionaal, of zelfs landelijk, vervolg kan krijgen. Benno maakte daarom van de gelegenheid gebruik om de minister mee te geven dat STO Twente hiervoor graag het commitment van het Ministerie van OCW zou willen hebben. Benno: “Parallel aan het hele traject zal de samenwerking met het bedrijfsleven gezocht worden om het project verder vorm te geven en gezamenlijk te gaan dragen.” MENU
- Canisius maakt praktisch werk van Keuzevak Duurzame Energie
855f56ea-b223-4577-98f7-0c60b8778e94 Canisius maakt praktisch werk van Keuzevak Duurzame Energie In Nederland groeit de behoefte aan jong technisch talent dat alle oplossingen voor duurzame energie kan helpen ontwerpen en daadwerkelijk installeren. Ook in Tubbergen en omgeving is hier veel werk in, van bouw tot en met installatietechniek. Reden genoeg voor het Canisius in Tubbergen om het Keuzevak Duurzame Energie te introduceren. Ook hier is de samenwerking gezocht met het lokale bedrijfsleven, dé kracht van STO Almelo en omstreken. TDI Techniek in Reutum Voor het Keuzevak Duurzame Energie werkt het Canisius in Tubbergen samen met TDI Techniek in Reutum. Dit installatiebedrijf is actief met onder andere warmtepompen en zonneboilers. De leerlingen die dit keuzevak volgen gaan in totaal zeven keer naar TDI toe. Veelzijdige kennismaking De eerste van de zeven bezoeken stond in het teken van veiligheid. Vervolgens maakten de leerlingen kennis met uitdagende onderwerpen, zoals technisch tekenen. Een van de opdrachten was ook het monteren van zonnepanelen. Dat lijkt misschien eenvoudig, maar moet aan veel regels voldoen. Leerlingen leerden hoe zij met een speciaal digitaal programma over de montage van zonenpanelen. Hoe ze deze bijvoorbeeld het beste op het dak van hun eigen huis konden monteren. Na deze opdracht werden de handen uit de mouwen gestoken en werden hun technische tekeningen werkelijkheid: leerlingen gingen daadwerkelijk zonnepanelen monteren. Daarbij kregen ze uitleg over de rol van een omvormer en hoe je deze aan moet sluiten op de zonnepanelen. Aan de slag in de praktijk Naast de opdrachten bij TDI gaan de leerlingen ook op bezoek bij een klant in Tubbergen: een gemeenschapsgebouw. Hier hebben ze met een infraroodcamera zelf bekeken hoe goed het gebouw was geïsoleerd. Samen werd besproken hoe ze de isolatie van het gebouw konden verbeteren. Daarnaast hebben de leerlingen gekeken naar het aansluiten van warmtepompen en zonneboilers. Afsluiting met doorkijkje naar toekomst Op 25 juni is het keuzevak Duurzame Energie afgesloten met een theorietoets. DE ouders werden daarna later op de middag uitgenodigd en kregen uitleg van Tom Droste zelf over het keuzevak. Van het filmpje dat is gemaakt tijdens het keuzevak hebben we ze de preview laten zien. Ook kregen uitleg van IW over vervolgmogelijkheden in dit vak. Ook opleider IW was uitgenodigd. Deze mbo-opleider is gevestigd in het Techniekhuis Twente en gespecialiseerd in installatietechnische opleidingen. Leo Benneker van IW gaf op 25 juni een praktische uitleg over alle mogelijkheden die er zijn voor vmbo-leerlingen als zij door willen studeren binnen duurzame energie in relatie tot installatietechniek. Onderdeel van standaard aanbod De eerste ronde van dit keuzevak is zo goed bevallen, dat het onderdeel wordt van het standaard aanbod van STO Almelo e.o. Een groep leerlingen van ook het Alma College, het Noordik Vroomshoop en Vriezenveen en het Zone.college krijgt dan de kans om duurzame energie te ontdekken. Het wordt vanaf komend schooljaar ook extern aangeboden binnen Almelo e.o. Er staat weer een grote groep klaar vanuit het Alma en Noordik Vroomshoop om dit keuzevak te volgen. MENU










